Besluit van 28 oktober 1994, houdende regelen omtrent het vervoer van dieren
- BWB-id
- BWBR0006990
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2006-03-22 t/m 2007-01-04
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006990
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-dierenvervoer-1994
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-dierenvervoer-1994/2006-03-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006990&g=2006-03-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006990&z=2026-06-06&g=2006-03-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006990/2006-03-22
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/besluit-dierenvervoer-1994
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Gezondheids- en welzijnswet voor dieren wet:; b. vervoermiddel: voor het inladen en vervoeren van levende dieren gebruikte gedeelten van voertuigen voor vervoer over de weg of per spoor, schepen en luchtvaartuigen, alsmede containers voor het vervoer over land, over zee of door de lucht; c. vervoer: elke verplaatsing van levende dieren met behulp van een vervoermiddel, het in- en uitladen van de levende dieren inbegrepen; d. richtlijn nr. 64/432 PbEG PbEG markt: markt voorzover erkend overeenkomstig artikel 3, zevende lid, vanEEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 betreffende veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautair handelsverkeer in runderen en varkens (L 121 enL 176); e. d verzamelplaats: verzamelplaats voor zover erkend overeenkomstig artikel 3, zevende lid, van de in onderdeelbedoelde richtlijn; f. plaats van vertrek: 1°. plaats waar de dieren voor het eerst op of in het vervoermiddel worden geladen; 2°. plaats waar de dieren zijn uitgeladen en alvorens weer te zijn ingeladen gedurende ten minste 24 uren zijn ondergebracht, gedrenkt, gevoederd en in voorkomend geval verzorgd; 3°. markt of verzamelplaats indien deze minder dan 50 km van de eerste inlaadplaats verwijderd is, of 4°. markt of verzamelplaats die verder dan 50 km van de eerste inlaadplaats verwijderd is, slechts indien de dieren gedurende een voor de vervoerde diersoort of categorie van dieren door Onze Minister te bepalen periode rust hebben gekregen en zijn gevoederd en gedrenkt alvorens opnieuw te worden ingeladen; g. plaats van bestemming: plaats waar de dieren definitief van of uit een vervoermiddel worden geladen; h. halteplaats: plaats waar het vervoer wordt onderbroken om de dieren te laten rusten, te voederen of te drenken; i. overlaadplaats: plaats waar het vervoer wordt onderbroken om de dieren van het ene op het andere vervoermiddel over te laden; j. rusttijd: ononderbroken periode tijdens de reis waarin de dieren niet worden verplaatst met behulp van een vervoermiddel; k. vervoerder: iedere natuurlijke of rechtspersoon die in de uitoefening van of ten behoeve van een beroep, onderneming of bedrijf dieren vervoert: – voor eigen rekening – voor rekening van derden, of – door een vervoermiddel voor het vervoer van dieren aan een derde ter beschikking te stellen; l. reis: vervoer van de plaats van vertrek naar de plaats van bestemming; m. gezelschapsdier: dier niet zijnde vee of pluimvee dat zonder produktiedoeleinden wordt gehouden; n. verordening (EG) nr. 853/2004 noodslachting: slachting, al dan niet op last van de dierenarts, overeenkomstig het bepaalde ter zake van het slachten van zieke of van ziekte verdachte dieren in bijlage III bijvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139); o. speciale noodslachting: het op last van een dierenarts, wegens een ongeval of ernstige lichamelijke en functionele stoornissen buiten een slachthuis doden van een dier indien de dierenarts meent dat vervoer of verder vervoer onmogelijk is of onnodig lijden van het dier zou meebrengen; p. richtlijn 91/628/EEG richtlijn nr. 91/628/EEG richtlijnen nr. 90/425/EEG nr. 91/496/EEG PbEG :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 november 1991 betreffende de bescherming van dieren tijdens het vervoer en tot wijziging van deen(L 340); q. richtlijn 90/425/EEG richtlijn nr. 90/425/EEG PbEG :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 betreffende veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende diern en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (L 224); r. richtlijn 91/496/EEG richtlijn nr. 91/496/EEG richtlijnen nr. 89/662/EEG nr. 90/425/EEG nr. 90/675/EEG PbEG :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de,en(L 268); s. derde land: land, niet zijnde een lid-staat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; t. VWA: Voedsel en Waren Autoriteit, ingesteld bij besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 juli 2002 (Stcrt. 127). 2005 633 13-12-2005 02-12-2005 2006 141 21-03-2006 03-03-2006 22-03-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 58, eerste lid, van de wet artikel 77 artikel 78 van de wet Als soorten en categorieën van dieren als bedoeld inworden aangewezen alle soorten en categorieën van dieren waarvoor een bewijsstuk is vereist als bedoeld inof. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 a artikel 58, eerste lid, onderdeel, van de wet b Het model van het inbedoelde certificaat en de modellen van de in onderdeelvan dat artikellid bedoelde identificatiemerken en bewijsstukken worden door Onze Minister vastgesteld. Het model van het certificaat en de andere modellen kunnen per soort of categorie van dieren verschillend worden vastgesteld. 2 Onze Minister kan regels stellen omtrent de afgifte van de identificatiemerken en bewijsstukken. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 60, eerste lid, van de wet Als soorten en categorieën van dieren als bedoeld inworden aangewezen vee en pluimvee, alsmede als huisdier gehouden honden en katten, als huisdier gehouden vogels en konijnen, overige zoogdieren en vogels, overige gewervelde dieren en koudbloedige dieren. 2 artikelen 5 tot en met 9 artikel 16 Het vervoer van de in het eerste lid bedoelde soorten of categorieën van dieren geschiedt slechts indien voldaan is aan het ten aanzien van die soorten en categorieën bepaalde bij of krachtens de, en. 3 Het tweede lid is niet van toepassing op: a. vervoer dat niet geschiedt in de uitoefening van of ten behoeve van een beroep, onderneming of bedrijf; b. vervoer van gezelschapsdieren die hun baas gedurende een privéreis vergezellen; c. vervoer van elk afzonderlijk gezond dier dat vergezeld wordt door een natuurlijk persoon die gedurende het vervoer verantwoordelijk is voor het dier, en d. ab artikel 1.1, onderdeel, van het Voertuigreglement vervoer van vee in of op aanhangwagens, voortbewogen door een landbouwtrekker als bedoeld in, ingeval de geografische omstandigheden vervoer tussen wei en stal of vervoer met het oog op verweiding vereisen en mits is voldaan aan de door Onze Minister ter zake van het vervoermiddel gestelde eisen. 1996 561 26-11-1996 08-11-1996 1997 19 23-01-1997 09-01-1997 24-01-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De dieren worden slechts vervoerd indien zij geschikt zijn voor de reis en er voorzieningen zijn getroffen voor de verzorging van de dieren tijdens de reis en bij aankomst op de plaats van bestemming. 2 De houder van een ziek of gewond dier biedt het dier slechts ten vervoer aan of staat het slechts ten vervoer af onderscheidenlijk de vervoerder neemt het dier slechts ten vervoer aan of vervoert een ziek of gewond dier slechts indien het betreft: a. een licht gewond of licht ziek dier waarvoor het vervoer geen onnodig lijden tot gevolg heeft; b. artikelen 10 tot en met 14 een dier dat wordt vervoerd ten behoeve van zijn diergeneeskundige verzorging of een noodslachting, mits dat vervoer geen onnodig lijden of een slechte behandeling tot gevolg heeft en, voor zover het vee betreft, geschiedt overeenkomstig de, of c. een dier dat wordt vervoerd met het oog op: - artikel 2 van de Wet op de dierproeven Wet op de dierproeven artikel 2 van die wet artikel 66 van de wet een dierproef waarvoor een vergunning is verleend als bedoeld indan wel, indien het bij koninklijke boodschap van 7 januari 1992 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van detot wet wordt verheven en in werking treedt, als bedoeld in, en, voor zover voor dat vervoer een vergunning is vereist als bedoeld in, daarvoor een vergunning is verleend, of - door de bevoegde autoriteit van het land van bestemming goedgekeurde doeleinden van wetenschappelijk onderzoek. 3 Als dieren waarvan het vervoer onnodig lijden of een slechte behandeling tot gevolg heeft, worden in ieder geval beschouwd runderen vanaf de leeftijd van tien dagen alsmede paarden, met één of meer botbreuken die zich niet meer zelfstandig kunnen voortbewegen, tenzij zij naar een diergeneeskundige praktijk, kliniek of ziekenhuis worden vervoerd ten behoeve van hun diergeneeskundige verzorging. 4 artikel 59 van de wet a artikel 58, eerste lid, onderdeel, van de wet Onverminderdwordt voor zieke en gewonde dieren slechts een certificaat als bedoeld inafgegeven in een geval als bedoeld in het tweede lid. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De vervoerder: a. vervoert de dieren niet en doet de dieren niet vervoeren onder zodanige omstandigheden dat zij worden blootgesteld aan letsel of onnodig lijden, en b. vergewist zich ervan dat de dieren zonder vertraging naar hun plaats van bestemming worden vervoerd. 2 richtlijn 91/628/EEG De vervoerder stelt bij het vervoer van éénhoevigen, runderen, schapen, geiten en varkens bestemd voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar derde landen, wanneer de reistijd langer is dan 8 uur, voor de gehele duur van de reis een reisschema op overeenkomstig het in hoofdstuk VIII van de bijlage bijopgenomen model, onder vermelding van de eventuele halte- en overlaadplaatsen. 3 De vervoerder vergewist zich ervan dat: a. het origineel van het reisschema op het juiste moment door de juiste personen naar behoren wordt in- en aangevuld; b. a artikel 58, eerste lid, onderdeel, van de wet het origineel van het reisschema gedurende de gehele reis gehecht is aan het certificaat, bedoeld in; c. de met het vervoer belaste personen in het reisschema de tijdstippen en plaatsen vermelden waarop de vervoerde dieren tijdens de reis gevoederd en gedrenkt zijn; d. a artikel 58, eerste lid, onderdeel, van de wet de met het vervoer belaste personen de dieren, die worden uitgevoerd naar een derde land en waarbij de reistijd over het grondgebied van de Europese Gemeenschap dan wel over zee op het tijdstip van het verlaten van het grondgebied langer dan 8 uren heeft geduurd, slechts verder vervoeren nadat de dieren door de inbedoelde ambtenaar geschikt zijn bevonden om de reis voort te zetten en het reisschema door de ambtenaar na de controle is getekend, en e. de met het vervoer belaste personen bij terugkeer het origineel van het reisschema binnen zeven dagen terugzenden aan de VWA. 4 Bij reizen over een afstand van meer dan 50 km, dient de vervoerder voorts: a. te beschikken over een door de eigenaar ondertekend document waaruit het bedrijf, het centrum of de instelling van oorsprong van de dieren, de plaats van vertrek, de plaats van bestemming, alsmede de datum en het uur van vertrek blijkt, voor zover deze gegevens niet reeds op grond van een ander wettelijk voorschrift worden verstrekt; b. richtlijn 91/628/EEG bij reizen waarop punt 4 van hoofdstuk VII van de bijlage bijvan toepassing is en afhankelijk van de vervoerde diersoort, het bewijs te leveren dat maatregelen zijn genomen om te voorzien in de behoeften aan drinken en voedsel van de vervoerde dieren tijdens de reis, zelfs wanneer het reisschema, bedoeld in het tweede lid, wordt gewijzigd of de reis door onvoorziene omstandigheden wordt onderbroken, en c. richtlijn 91/628/EEG zich ervan te vergewissen dat de dieren van niet onder hoofdstuk VII van de bijlage bijvallende soorten, tijdens het vervoer met passende tussenpozen en op passende wijze worden gedrenkt en gevoederd onverminderd hoofdstuk III van de genoemde bijlage. 5 a De vervoerder bewaart gedurende zes maanden een duplicaat van de in het tweede en vierde lid, onderdeel, bedoelde documenten. 6 De met het vervoer belaste personen dragen ervoor zorg dat een dier dat tijdens het vervoer ziek wordt of gewond raakt, zo spoedig mogelijk eerste hulp en indien nodig een passende diergeneeskundige behandeling krijgt. Zo nodig vindt onverwijld een speciale noodslachting plaats op zodanige wijze dat onnodig lijden wordt voorkomen. 2002 656 30-12-2002 16-12-2002 2002 656 30-12-2002 16-12-2002 01-01-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 richtlijn 91/628/EEG verordening (EEG) nr. 3820/85 PbEG Het vervoer van de onderscheiden soorten en categorieën van dieren, de belading, de reis- en rusttijden en de tussenpozen voor het voederen en drenken voldoen ten minste aan het terzake voor de desbetreffende soort of categorie bepaalde in de bijlage bij, onverminderdvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (L 370). 2 Onze Minister wordt aangewezen als bevoegd gezag als bedoeld in de in het eerste lid bedoelde bijlage. 3 Een wijziging van de in het eerste lid bedoelde bijlage treedt voor de toepassing van het eerste lid in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven. 4 Staatscourant Onze Minister doet mededeling in devan een wijziging als bedoeld in het derde lid alsmede van het tijdstip waarop de wijziging in werking treedt. 5 Onze Minister kan ten aanzien van het in het eerste lid bedoelde vervoer nadere regelen stellen ter zake van de vervoermiddelen, de beladingsdichtheid, de inrichting van de halteplaatsen en de behandeling van de dieren aldaar, alsmede de omstandigheden waaronder en de wijze waarop het vervoer dient plaats te vinden. 1996 561 26-11-1996 08-11-1996 1997 19 23-01-1997 09-01-1997 24-01-1997
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 b artikel 18, eerste lid, onderdeel a i richtlijn 91/628/EEG Iedere vervoersonderneming die dieren vervoert, is ingeschreven in het register, bedoeld in, dan wel in een overeenkomstig de regelgeving van een andere lid-staat van de Europese Unie bijgehouden register als bedoeld in artikel 5, lid A, onderdeel 1, onder)), van. 2 richtlijn 90/675/EEG Iedere in Nederland gevestigde vervoersonderneming die gewervelde dieren vervoert, beschikt over een door Onze Minister te verstrekken erkenning die geldig is voor vervoer van die dieren op de in bijlage l vanbedoelde grondgebieden. 3 a ii richtlijn 91/628/EEG Vervoersondernemingen, gevestigd in een andere lid-staat van de Europese Unie of in een derde land, beschikken over een erkenning afgegeven door de bevoegde autoriteit van die onderscheidenlijk een lid-staat overeenkomstig artikel 5, lid A, onderdeel 1, onder)), van. 4 De in het tweede lid bedoelde erkenning wordt slechts verstrekt indien de verantwoordelijke voor de betreffende vervoersonderneming zich schriftelijk ertoe heeft verbonden de geldende veterinaire voorschriften na te leven en hij daarbij in het bijzonder heeft verklaard dat de personen aan wie het vervoer wordt toevertrouwd: a. de nodige voorzieningen hebben getroffen om aan het bij of krachtens dit besluit bepaalde te voldoen tot aan de plaats van bestemming, en b. binnen het bedrijf of bij een opleidingsinstelling een specifieke opleiding hebben gevolgd of over gelijkwaardige beroepservaring beschikken om gewervelde dieren te hanteren en te vervoeren en om zo nodig de vervoerde dieren op passende wijze te verzorgen. 5 Onze Minister kan ter uitvoering van het vierde lid bij ministeriële regeling nadere regelen stellen. 1996 561 26-11-1996 08-11-1996 1997 19 23-01-1997 09-01-1997 24-01-1997
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Bij vervoer van vee over de weg met een in Nederland geregistreerd vervoermiddel is het vervoermiddel vergezeld van een door Onze Minister voor dat vervoermiddel afgegeven, op naam van de eigenaar of houder gesteld geldig bewijsstuk waaruit blijkt dat het vervoermiddel zodanig is ingericht dat het vervoer kan geschieden overeenkomstig het ter zake van het vervoer van de betreffende soort of categorie van vee bij of krachtens dit besluit bepaalde. 2 Onze Minister stelt nadere regelen ten aanzien van het in het eerste lid bepaalde, waarbij hij in ieder geval het model en de geldigheidsduur van het in het eerste lid bedoelde bewijsstuk vaststelt. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 verordening (EG) nr. 853/2004 Indien meer dan licht ziek of licht gewond vee ter noodslachting wordt vervoerd, geschiedt dit zonder onderbreking naar het dichtstbijzijnde daarvoor in aanmerking komende slachthuis of een ander daarvoor in aanmerking komend slachthuis waarvoor de vervoersafstand vanaf de plaats van inladen niet meer dan 50 km bedraagt, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de sectie I van bijlage III bijvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139). 2005 633 13-12-2005 02-12-2005 2006 141 21-03-2006 03-03-2006 22-03-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het in- en uitladen, met inbegrip van de aanvoer naar onderscheidenlijk de afvoer vanaf het vervoermiddel van meer dan licht ziek of licht gewond vee dat zich niet op eigen kracht kan voortbewegen, geschiedt met een hulpmiddel dat onnodig lijden van de dieren voorkomt. 2 Tijdens het vervoer van meer dan licht ziek of licht gewond vee is een hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid in het vervoermiddel aanwezig. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Meer dan licht ziek of licht gewond vee wordt niet tezamen met andere dieren in één vervoermiddel vervoerd. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Meer dan licht ziek of licht gewond vee moet zacht kunnen liggen en staan. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Meer dan licht ziek of licht gewond vee wordt nadat het eenmaal is uitgeladen, niet opnieuw in hetzelfde dan wel in een ander vervoermiddel ingeladen. 2 artikelen 10 tot en met 14, eerste lid Het eerste lid is niet van toepassing ter zake van vee dat is uitgeladen ten behoeve van een diergeneeskundige behandeling alsmede ter zake van vee dat tijdens het vervoer ziek is geworden of gewond is geraakt en zich bevindt op een andere plaats dan een slachthuis, mits het vervoer onmiddellijk na het in- of overladen wordt voortgezet met inachtneming van de. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1997 235 17-06-1997 16-05-1997 1997 358 19-08-1997 19-07-1997 01-09-1997
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 richtlijn 90/425/EEG richtlijn 91/496/EEG Onverminderd het overigens ten aanzien van het vervoer bepaalde geschiedt het vervoer overeenkomstig de door Onze Minister met het oog op de controle en ter uitvoering vanonderscheidenlijkte stellen regelen. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Indien bij vervoer over een afstand van meer dan 50 km in strijd met bij of krachtens dit besluit gestelde verplichtingen is gehandeld, is Onze Minister bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien het welzijn van de dieren dit noodzakelijk maakt. 2 Tot de toepassing van bestuursdwang krachtens het eerste lid behoort: a. de reis stop te zetten of de dieren langs de kortste weg naar de plaats van vertrek terug te zenden, voor zover daardoor geen onnodig lijden van de dieren wordt veroorzaakt; b. de dieren adequaat onder te brengen, of c. de dieren te doen slachten. 3 artikel 117 van de wet Op de uitvoering van dit artikel zijn het tweede en derde lid vanvan overeenkomstige toepassing. 4 artikelen 58 59 van de wet artikel 8, tweede lid In geval van herhaalde overtredingen door personen werkzaam bij de desbetreffende vervoersonderneming van deof, dan wel van het bij of krachtens dit besluit bepaalde of in geval van een overtreding waarbij de dieren ernstig lijden, kan Onze Minister de erkenning, bedoeld in, schorsen voor een bepaalde tijd of intrekken. 1999 287 13-07-1999 23-06-1999 1999 519 14-12-1999 25-11-1999 15-12-1999
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Onze Minister houdt de volgende registers bij: a. artikel 9 een register van eigenaren en houders van vervoermiddelen waarvoor hij een bewijsstuk als bedoeld inheeft afgegeven; b. een register van vervoersondernemingen. 2 b a b Indien een vervoerder als bedoeld in onderdeelvan het vorige lid, reeds is opgenomen in het register, bedoeld in onderdeelvan dat lid, geldt zijn inschrijving in dat register tevens als inschrijving in het register, bedoeld in onderdeel. 3 Onze Minister kan nadere regelen stellen ter zake van het in het eerste en tweede lid bepaalde. 1996 561 26-11-1996 08-11-1996 1997 19 23-01-1997 09-01-1997 24-01-1997
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 b artikel 4, derde lid, onderdeel artikel 7, vijfde lid Onze Minister stelt nadere regelen met betrekking tot, en, niet vast dan in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Staatsblad Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit dierenvervoer met vermelding van het jaartal van hetwaarin het zal worden geplaatst. 1994 806 28-10-1994 1995 422 14-09-1995 01-09-1995 01-10-1995