Besluit van 6 juni 1995, houdende regelen omtrent eenmalige uitkeringen als bedoeld in artikel XVIII van de Wet van 4 februari 1994 (Stb. 81)
- BWB-id
- BWBR0007430
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1995-06-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007430
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-ex-artikel-xviii-wet-op-de-bezoldiging-van-de-rechte
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-ex-artikel-xviii-wet-op-de-bezoldiging-van-de-rechte/1995-06-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007430&g=1995-06-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007430&z=2026-06-06&g=1995-06-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007430/1995-06-28
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/besluit-ex-artikel-xviii-wet-op-de-bezoldiging-van-de-rechte
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Stb. de Wet: de Wet van 4 februari 1994 (81) tot wijziging van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten (wijziging bezoldigingsstructuur); b. VUT-uitkering: een uitkering op grond van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden. 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 28-06-1995 01-04-1994
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel XVIII, eerste of tweede lid, van de Wet is gelijk aan het overeenkomstig het derde lid berekende verschil tussen, enerzijds, het hogere salarisbedrag, bedoeld in artikel XVIII, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de Wet, en, anderzijds, het werkelijk genoten salaris. 2 Onder salaris wordt in het eerste lid verstaan: het salaris over de periode 1 mei 1991 tot 1 juni 1992 of, indien de datum van ontslag of overlijden eerder viel, tot die eerdere datum. 3 Het verschil wordt berekend tegen eindwaarde per 1 april 1994 op basis van een rekenrente van 7%. 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 28-06-1995 01-04-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel XVIII, derde lid, van de Wet: a. artikel 2 wordt, voor zover deze in verband met gederfde pensioenaanspraken wordt toegekend, berekend op gelijke wijze als een eenmalige uitkering als bedoeld in, en b. is, voor zover deze in verband met een te laag vastgestelde VUT-uitkering wordt toegekend, gelijk aan de nominale waarde van het verschil tussen, enerzijds, de VUT-uitkering die op basis van het hogere salarisbedrag, bedoeld in artikel XVIII van de Wet zou gelden en, anderzijds, de werkelijk genoten VUT-uitkering. 2 b Voor zover de eenmalige uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel, betrekking heeft op een op 1 april 1994 nog lopende VUT-uitkering, wordt voor "nominale waarde" gelezen: contante waarde per 1 april 1994 op basis van een rekenrente van 4%. 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 28-06-1995 01-04-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 b artikel 3, eerste lid, onderdeel, en tweede lid Uitkeringsregeling 1966 Op de berekening van een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel XVIII, vierde lid, van de Wet zijn, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt verdisconteerd de afbouw in de aanspraak op het wachtgeld onderscheidenlijk in de. 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 28-06-1995 01-04-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het bedrag van een overeenkomstig dit besluit berekende eenmalige uitkering wordt vermeerderd met een rente van 7% met ingang van 1 april 1994 tot en met de dag voorafgaande aan die der voldoening. 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 28-06-1995 01-04-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1994. 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 1995 325 27-06-1995 06-06-1995 28-06-1995 01-04-1994