Besluit van 6 april 1995, houdende vaststelling van regels over de rechtspositie van de vrijwillige ambtenaren van politie
- BWB-id
- BWBR0007321
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2020-01-01 t/m 2020-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007321
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-rechtspositie-vrijwillige-politie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-rechtspositie-vrijwillige-politie/2020-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007321&g=2020-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007321&z=2026-06-06&g=2020-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007321/2020-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/besluit-rechtspositie-vrijwillige-politie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; b. de vrijwillige ambtenaar in opleiding: degene die door het bevoegd gezag is benoemd tot vrijwillige ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie; c. artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012 vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in; d. de vrijwillige ambtenaar van politie: de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en de vrijwillige ambtenaar in opleiding; e. bevoegd gezag: 1. de korpschef, voor zover het betreft de vrijwillige ambtenaar van politie, die werkzaam is bij het landelijk politiekorps; 2. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft ambtenaren van de rijksrecherche; f. artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in. 2 Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de nabestaande partner. Tot gezinslid wordt in voorkomend geval mede gerekend de geregistreerde partner alsmede de levenspartner. Tegelijkertijd kan slechts een persoon als echtgenoot of echtgenote dan wel weduwe of weduwnaar worden aangemerkt. Het bevoegd gezag kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De aanstelling geschiedt in tijdelijke of in vaste dienst. 2 Een aanstelling in tijdelijke dienst geschiedt voor bepaalde tijd. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De aanstelling van de vrijwillige ambtenaar in opleiding geschiedt in tijdelijke dienst voor de tijd dat de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie wordt gevolgd. 2 Na het voltooien van de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie vindt een aanstelling in tijdelijke dienst plaats voor een proeftijd van één jaar, zonodig in bijzondere gevallen op verzoek van de ambtenaar met één jaar te verlengen en zonodig ambtshalve te verlengen met de tijd gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht. 3 Degene die de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie alsmede de daarop volgende proeftijd heeft voltooid, wordt in vaste dienst aangesteld. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Een aanstelling van een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie kan in tijdelijke dienst plaatsvinden: a. voor een proeftijd van één jaar, zonodig in bijzondere gevallen op aanvraag van de ambtenaar met één jaar te verlengen en zonodig ambtshalve te verlengen met de tijd, gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht; b. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar; c. ter uitvoering van werkzaamheden van kennelijk tijdelijk karakter; d. indien het een ambtenaar betreft die in dienst wordt genomen als leerling ter opleiding tot een functie binnen de politieorganisatie dan wel in verband met zijn verdere praktische opleiding of vorming, of indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen; e. indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen. 2 Zodra de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, zich niet meer voordoet, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld. 3 In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en e, wordt in ieder geval aangenomen dat de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst zich niet meer voordoet, wanneer de ambtenaar sinds twee jaar zonder onderbreking van langer dan één maand , waarvan laatstelijk gedurende ten minste één jaar in zijn huidige betrekking, in dienst is. Dit geldt echter niet in die gevallen waarin vaststaat dat zijn werkzaamheden in de door hem vervulde betrekking binnen het jaar zullen worden beëindigd. 4 Bij ministeriële regeling worden criteria gegeven op grond waarvan de in het derde lid genoemde periode van twee jaar kan worden verlengd tot vijf jaar. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Voor aanstelling als vrijwillige ambtenaar van politie komt uitsluitend in aanmerking degene die: a. Nederlander is; b. de door Onze Minister vast te stellen minimum leeftijd heeft bereikt; c. artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen voldoet aan bij regeling van Onze Minister te stellen eisen met betrekking tot het opleidingsniveau, de psychologische keuring en een geneeskundige keuring als bedoeld in; d. voldoet aan overige bij regeling van Onze Minister te stellen eisen. 2 Teneinde vast te stellen of de ambtenaar in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zonodig aanvullen. 3 De betrokkene die op grond van het eerste lid, onderdeel c, is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij aanstelling in een andere functie opnieuw aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien betrokkene voor het vervullen van die functie aan andere medische eisen dient te voldoen dan voor de tot dusverre vervulde functie. 1998 586 13-10-1998 07-09-1998 1998 586 13-10-1998 07-09-1998 14-10-1998
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Aanstelling als vrijwillige ambtenaar van politie in opleiding is slechts mogelijk, indien op grond van een ten aanzien van de betrokkene ingesteld onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid geen bezwaar blijkt te bestaan tegen diens aanstelling. 2 artikel 23 van het Besluit justitiële gegevens artikel 4:3 van het Besluit politiegegevens artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken Ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, vraagt het bevoegde gezag om verstrekking van justitiële gegevens als bedoeld inen om verstrekking van gegevens als bedoeld in, tenzij het een functie betreft als bedoeld in. 3 Een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, of een veiligheidsonderzoek wordt ingesteld nadat het bevoegde gezag de betrokkene overigens bekwaam en geschikt acht. 4 Het eerste lid is niet van toepassing indien het een aanstelling betreft in een functie waarin technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie worden uitgevoerd. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 4aa — Artikel 4aa#
Artikel 4aa artikel 8 van het Besluit algemene rechtspositie politie Voor de aanstelling als vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie gelden dezelfde eisen, bedoeld in. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b 1 artikel 4a, eerste lid Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de aard van de functie of van de werkzaamheden hiertoe aanleiding geeft, kan in de volgende gevallen opnieuw een onderzoek als bedoeld in, worden uitgevoerd: a. bij wijziging van werkzaamheden, b. bij aanstelling in een andere functie, c. bij de vervulling van de functie gedurende ten minste vijf dienstjaren, of d. bij een redelijk vermoeden van ernstig plichtsverzuim dat de integriteit of de verantwoordelijkheid van de betrokkene raakt. 2 artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken Het eerste lid is niet van toepassing indien het een functie als bedoeld in, betreft. 2004 130 31-03-2004 25-03-2004 2004 129 31-03-2004 25-03-2004 01-04-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële
gegevens in werking treedt.
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c artikelen 4a 4b artikel 23 van het Besluit justitiële gegevens artikel 4:3 van het Besluit politiegegevens Onze Minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van het in deenbedoelde onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid voor zover ten behoeve van dat onderzoek wordt gevraagd om verstrekking van justitiële gegevens als bedoeld inen om verstrekking van gegevens als bedoeld in. Deze nadere regels bevatten in ieder geval waarborgen omtrent een voldoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene. 2008 520 16-12-2008 25-11-2008 2008 520 16-12-2008 25-11-2008 17-12-2008 01-01-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Vóór de aanvaarding van zijn ambt legt de vrijwillige ambtenaar van politie de volgende eed dan wel verklaring en belofte van zuivering af: «Ik zweer (verklaar), dat ik middellijk of onmiddellijk in welke vorm dan ook, tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand, wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd. Ik zweer (beloof), dat ik, om iets in mijn betrekking te doen of te laten, van niemand, middellijk of onmiddellijk, enige beloften of geschenken zal aannemen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat verklaar en beloof ik)!». Daarna wordt de volgende eed of belofte afgelegd: «Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de wetten van ons land. Ik zweer (beloof) dat ik de krachtens de wet uitgevaardigde voorschriften en verordeningen zal nakomen en handhaven, dat ik de mij verstrekte opdrachten plichtsgetrouw en nauwgezet zal volbrengen en de zaken, waarvan ik door mijn ambt kennis draag en die mij als geheim zijn toevertrouwd, of waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik volgens de wet of ambtshalve tot mededeling verplicht ben. Ik zweer (beloof) dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden. Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat beloof ik)!» 2 De vrijwillige ambtenaren van politie leggen de eden dan wel verklaringen en beloften af ten overstaan van het bevoegde gezag. 2006 129 09-03-2006 03-02-2006 2006 129 09-03-2006 03-02-2006 10-03-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Aan de vrijwillige ambtenaar van politie wordt, zo mogelijk vóór de aanvaarding van zijn ambt, een akte van aanstelling door of vanwege het bevoegd gezag uitgereikt, waarin in elk geval worden vermeld: a. de naam, de voornamen en de geboortedatum van de ambtenaar; b. of de aanstelling geschiedt in vaste of in tijdelijke dienst al dan niet met een proeftijd en de duur van de eventuele proeftijd; c. de functie waarin hij wordt aangesteld; d. artikel 1, eerste lid, onderdelen v en x, van het Besluit algemene rechtspositie politie de plaats van tewerkstelling en het werkgebied, bedoeld in; e. de datum van ingang van de aanstelling; f. de rang waarin hij wordt aangesteld en g. het gegeven dat de eden dan wel de verklaringen en beloften zijn afgelegd, en de datum waarop dit is gebeurd. 2 Voor zover deze gegevens niet reeds in de akte van aanstelling zijn vermeld, deelt het bevoegd gezag de ambtenaar zo spoedig mogelijk schriftelijk andere hem mogelijk toegekende voordelen mee, onder verwijzing naar de regeling waarop de toekenning berust en de eventuele voorwaarden die aan de toekenning verbonden zijn. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De vrijwillige ambtenaar van politie wordt bij zijn aanstelling schriftelijk door het bevoegd gezag op de hoogte gesteld van de hoofdlijnen van zijn rechtspositie. 2 Regelingen waarin zijn rechtspositie is neergelegd, worden op een voor de ambtenaar gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage gelegd. Hij kan kosteloos hiervan afschriften maken. 3 De schriftelijk vastgestelde en voor hem geldende regelingen en instructies, die hij bij de vervulling van zijn dienst heeft na te leven, worden eveneens op een voor de ambtenaar gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage gelegd. Hij kan kosteloos hiervan afschriften maken. 4 Over wijzigingen in regelingen betreffende zijn rechtspositie wordt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte gesteld. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Het bevoegd gezag bepaalt de werktijden voor de vrijwillige ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak met dien verstande dat de vrijwillige ambtenaren ten minste gemiddeld vier uur per maand besteden aan oefening en scholing. 1999 421 07-10-1999 23-09-1999 2000 100 02-03-2000 19-02-2000 03-03-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het bevoegd gezag sluit ten behoeve van de vrijwillige ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, een ongevallenverzekering af. 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'ongeval' en 'arbeidsongeschiktheid' hetgeen daaronder wordt verstaan in de door het bevoegd gezag ter zake gesloten ongevallenverzekering. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9, eerste lid De vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die arbeidsongeschikt is, heeft, indien deze ongeschiktheid blijkens een geneeskundig onderzoek het gevolg is van een ongeval in verband met de vervulling van zijn functie, aanspraak op een uitkering overeenkomstig de bepalingen van de verzekering, bedoeld in. 2 artikel 9, eerste lid De verzekering, bedoeld in, bevat in elk geval de bepaling dat bij blijvende arbeidsongeschiktheid aanspraak op een uitkering ineens bestaat. 3 artikel 12 De vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, heeft behoudensgeen aanspraak op enige vergoeding ten laste van het bevoegd gezag ter zake van een ongeval. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 9, eerste lid Indien een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, ten gevolge van een ongeval, in verband met de vervulling van zijn functie, komt te overlijden, hebben zijn echtgenote of echtgenoot en gezinsleden aanspraak op een uitkering overeenkomstig de bepalingen van de ongevallenverzekering, bedoeld in. 2 boek 1, titel 18, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek Bij vermissing als bedoeld in, van de vrijwillig ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 3 Het tweede lid is niet van toepassing indien gegronde vermoedens bestaan dat de vermissing het gevolg is van ongeoorloofde afwezigheid. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 In geval van een ongeval, ontstaan ten gevolge van de vervulling van zijn functie, worden de vrijwillige ambtenaar van politie, aangesteld voor de vervulling van de politietaak, de te zijnen laste blijvende, naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging vergoed. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 9, eerste lid Indien geen sprake is van een ongeval maar wel van een ziekte die is ontstaan of verergerd ten gevolge van de vervulling van de functie, stelt het bevoegd gezag ter zake een uitkering vast voor zover de verzekering, bedoeld in, daar niet in voorziet. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 10 tot en met 13 Dezijn eveneens van toepassing op de gewezen vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 01-02-2016
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 artikel 8, tweede lid, onderdeel a, Ambtenarenwet 2017 Het bevoegd gezag bepaalt de wijze waarop de melding als bedoeld inplaatsvindt. 2 artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017 Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent het verbod als bedoeld in. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b Vervallen 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 14c — Artikel 14c#
Artikel 14c artikelen 55da tot en met 55dr van het Besluit algemene rechtspositie politie Dezijn van overeenkomstige toepassing op vrijwillige ambtenaren van de politie. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De verstrekking van uniformkleding aan de vrijwillige ambtenaar van politie geschiedt door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van uniformkleding geschiedt kosteloos. Onze Minister kan ter zake van de verstrekking van uniformkleding nadere regels vaststellen, alsmede ter zake van het onderhoud van uniformkleding regels vaststellen. 2 De verstrekking van dienstkleding aan de vrijwillige ambtenaar van politie geschiedt door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van dienstkleding geschiedt kosteloos. Onze Minister kan ter zake van de verstrekking van dienstkleding nadere regels vaststellen, alsmede ter zake van het onderhoud van dienstkleding regels vaststellen. 3 De vrijwillig ambtenaar van politie is verplicht het uniform en de onderscheidingstekenen te dragen, voor zover dit voor hem voorgeschreven is. 2011 118 08-03-2011 26-02-2011 2011 118 08-03-2011 26-02-2011 09-03-2011
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Het is de vrijwillig ambtenaar van politie verboden in dienst uniformkledingstukken te dragen, tenzij deze van dienstwege zijn verstrekt of voorgeschreven. 2 Het is de vrijwillig ambtenaar van politie verboden bij gekleed gaan in uniform insignes of andere onderscheidingstekens te dragen, tenzij deze van regeringswege zijn verstrekt of voorgeschreven of tot het dragen daarvan door het bevoegd gezag vergunning is verleend. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De vrijwillige ambtenaar van politie kan zich niet beroepen op de omstandigheid niet in dienst te zijn, in die gevallen waarin zijn optreden redelijkerwijze is vereist. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Indien de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, door ziekte of anderszins verhinderd is zijn dienst te verrichten, is hij verplicht daarvan, onder opgave van redenen, zo spoedig mogelijk mededeling te doen op de door het bevoegd gezag aangegeven wijze. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2006 129 09-03-2006 03-02-2006 2006 129 09-03-2006 03-02-2006 10-03-2006
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Vervallen 2006 129 09-03-2006 03-02-2006 2006 129 09-03-2006 03-02-2006 10-03-2006
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Van de vrijwillig ambtenaar van politie en de gewezen vrijwillig ambtenaar van politie die geheel of gedeeltelijk op kosten van het bevoegd gezag een opleiding hebben verkregen, kunnen deze kosten geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien: a. de opleiding niet met goed gevolg is afgerond door toedoen van de vrijwillig ambtenaar van politie of in het geval het niet met goed gevolg afronden aan eigen schuld van de vrijwillig ambtenaar van politie is te wijten; b. de opleiding voortijdig wordt beëindigd door toedoen van de vrijwillig ambtenaar van politie of in het geval de beëindiging aan eigen schuld van de vrijwillig ambtenaar van politie is te wijten; c. de vrijwillig ambtenaar van politie binnen een periode van drie jaar na afronding van de opleiding de politie verlaat tenzij hem het vertrek niet is toe te rekenen. 2 Tot terugvordering van de kosten, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden overgegaan indien de vrijwillig ambtenaar van politie schriftelijk heeft verklaard bekend te zijn met de mogelijkheid van terugvordering en met de kosten die voor de terugvordering in aanmerking kunnen komen. 3 De terugvordering, bedoeld in het eerste lid onder c, geschiedt binnen drie maanden na de datum waarop de vrijwillig ambtenaar van politie de politie heeft verlaten. Bij de berekening van de terug te betalen kosten wordt rekening gehouden met het reeds verstreken deel van de periode van drie jaar. 4 Het bevoegd gezag stelt over de uitvoering van het eerste lid nadere regels vast. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het bevoegd gezag kan de vrijwillige ambtenaar van politie verplichten de door de dienst geleden schade, voor zover deze aan de ambtenaar is te wijten, geheel of gedeeltelijk te vergoeden. Ten aanzien van gevallen waarin de schade minder bedraagt dan € 226,89 kan het bevoegd gezag dan wel, indien het een vrijwillige ambtenaar in opleiding betreft, de directeur van de instelling waar hij deze opleiding volgt, de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uitoefenen. 2 Het bedrag van de schadevergoeding wordt niet vastgesteld dan nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Aan de vrijwillige ambtenaar van politie wordt de schade aan zijn goederen vergoed die hij buiten zijn schuld lijdt ten gevolge van de uitoefening van zijn dienst, voor zover die schade niet bestaat uit de normale slijtage van die goederen. 2 De ambtenaar heeft geen aanspraak, bedoeld in het eerste lid, indien hij terzake van die schade rechten tegenover derden kan doen gelden. Indien de ambtenaar zijn rechten tegenover derden aan de regio dan wel het Rijk cedeert, wordt hij in het genot gesteld van het in geld uitgedrukte bedrag van de schade. 3 Indien het bevoegd gezag terzake van de door voornoemde cessie verkregen rechten een civiele vordering instelt, worden de kosten die hieruit voor het bevoegd gezag voortvloeien, niet op de ambtenaar verhaald. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a 1 Indien de vrijwillige ambtenaar van politie wegens de uitvoering van de politietaak aansprakelijk wordt gesteld naar burgerlijk recht of als verdachte wordt aangemerkt naar strafrecht, kent het bevoegd gezag hem een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij hij naar het oordeel van het bevoegd gezag opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld, of grof nalatig is geweest. 2 Indien de vrijwillige ambtenaar van politie schadevergoeding vordert op grond van onrechtmatige daad, jegens hem gepleegd tijdens de uitoefening van de politietaak, kent het bevoegd gezag hem een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de vordering kennelijk onvoldoende grond heeft of kennelijk onredelijk is. 3 artikel 2, tweede lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de rechtskundige hulp aan de ambtenaar is verleend, op grond van zijn lidmaatschap, door een centrale of een vereniging als bedoeld in, met dien verstande dat de tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp rechtstreeks wordt betaald aan voornoemde centrale of vereniging. 4 Het bevoegd gezag kan verdere tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp staken of de tegemoetkoming in de kosten van de rechtskundige hulp terugvorderen, indien a de aan een derde toegebrachte schade blijkens rechterlijk vonnis het gevolg is van opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos handelen van de vrijwillige ambtenaar van politie, of b indien de vrijwillige ambtenaar van politie strafrechtelijk wordt veroordeeld. 5 In bijzondere gevallen, gelet op de aard van de zaak of de omstandigheden van de vrijwillige ambtenaar van politie, kan het bevoegd gezag, overwegend dat de handeling geen gevolg is van de taakuitoefening van de vrijwillige ambtenaar van politie, besluiten tot een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp. 6 Onze Minister stelt een regeling vast met betrekking tot tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp. 2008 384 30-09-2008 15-09-2008 2008 384 30-09-2008 15-09-2008 01-10-2008
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Infectieziektenwet artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die wet De vrijwillige ambtenaar van politie die in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor krachtens deeen nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst niet verrichten en heeft geen toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen dan met toestemming vanwege de deskundige persoon, bedoeld in, die is belast met de taken, bedoeld in de onderdelen b of c van dat lid, of de arbodienst, bedoeld in. 2 artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die wet De ambtenaar die verkeert in de situatie, bedoeld in het eerste lid, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de deskundige persoon, bedoeld in, die is belast met de taken, bedoeld in de onderdelen b of c van dat lid, of de arbodienst, bedoeld in. Hij is gehouden zich te gedragen naar de vanwege de bedrijfskundige dienst gegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek. 2008 142 29-04-2008 01-04-2008 2008 142 29-04-2008 01-04-2008 30-04-2008
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Aan de vrijwillige ambtenaar van politie kan door het bevoegd gezag de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen, dienstterreinen, dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd. 2 Hij is verplicht zich te gedragen naar de maatregelen van orde die ten aanzien van het verblijf op voornoemde plaatsen zijn vastgesteld. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De vrijwillige ambtenaar van politie kan wegens buitengewone toewijding of bijzonder loffelijke dienstverrichtingen worden beloond. 2 De beloningen zijn: a. tevredenheidsbetuiging of b. een gratificatie van maximaal € 226,89. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De vrijwillige ambtenaar van politie die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan disciplinair worden gestraft. 2 Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van een voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De straffen die kunnen worden opgelegd, zijn: a. schriftelijke berisping; b. schorsing voor een bepaalde tijd of c. ontslag. 2 De straffen, bedoeld in het eerste lid, worden opgelegd door het bevoegd gezag. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald dat deze niet ten uitvoer zal worden gelegd, indien de vrijwillige ambtenaar van politie zich gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen bijzondere voorwaarden. 2 artikel 27, eerste lid, onderdeel a Indien met toepassing van het eerste lid de straf van ontslag wordt opgelegd, kan tegelijk met deze straf één van de in, genoemde straffen worden opgelegd. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Indien de vrijwillige ambtenaar van politie gebruik maakt van de mogelijkheid zich te verantwoorden in het geval dat het bevoegd gezag voornemens is hem een straf op te leggen, geschiedt de verantwoording ten overstaan van het bevoegd gezag. Dit bepaalt of deze verantwoording mondeling of schriftelijk zal plaatsvinden. Bij schriftelijke verantwoording wordt de ambtenaar op zijn verzoek de gelegenheid gegeven tot nadere mondelinge toelichting. 2 Van de mondelinge verantwoording wordt direct een verslag opgemaakt, dat na voorlezing wordt getekend door degene tegenover wie de verantwoording heeft plaatsgevonden en door de ambtenaar. Indien de ambtenaar het verslag weigert te ondertekenen, wordt dit in het verslag, zo mogelijk met opgave van de redenen, vermeld. De ambtenaar ontvangt een afschrift van het verslag. 3 Indien de ambtenaar dit verlangt, worden hem of zijn raadsman afschriften verstrekt van de ambtelijke rapporten of andere geschriften die op de hem ten laste gelegde feiten betrekking hebben. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 10, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 De vrijwillige ambtenaar van politie kan niet worden gestraft wegens overtreding van, dan nadat daarover advies is ingewonnen van de Adviescommissie grondrechten- en functieuitoefening politieambtenaren. 2 Het bevoegd gezag geeft bij zijn besluit tot strafoplegging te kennen of dit in overeenstemming is met het ingewonnen advies. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 De ambtenaar dient van de ontvangst van een besluit inzake strafoplegging te doen blijken door onmiddellijke terugzending van een door hem ondertekend en gedateerd ontvangstbewijs. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer gelegd zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij het opleggen van de straf is bevolen dat deze onmiddellijk ten uitvoer wordt gelegd. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg De vrijwillige ambtenaar van politie is van rechtswege in zijn ambt geschorst wanneer hem rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, tenzij de vrijheidsontneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van deof de, genomen in het belang van de volksgezondheid. 2019 198 05-06-2019 16-05-2019 2019 437 29-11-2019 21-11-2019 01-01-2020
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 b artikel 27, eerste lid, onderdeel Onverminderd, kan de vrijwillige ambtenaar van politie in zijn ambt worden geschorst: a. indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf tegen hem is ingesteld; b. wanneer hem door het bevoegd gezag het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is meegedeeld dan wel wanneer hem die straf is opgelegd of c. wanneer naar het oordeel van het bevoegd gezag het belang van de dienst dit vereist. 2 Schorsing geschiedt door het bevoegd gezag. In afwachting van de schorsing kan de vrijwillige ambtenaar van politie buiten functie worden gesteld door het bevoegd gezag. 3 De duur van de schorsing bedraagt maximaal zes maanden. In uitzonderlijke gevallen kan deze termijn met drie maanden worden verlengd. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Ontslag wordt gegeven door het bevoegd gezag. 2 artikel 41 Bij ontslag niet op eigen aanvraag wordt de vrijwillige ambtenaar van politie behalve in het geval, bedoeld in, de reden van het ontslag schriftelijk medegedeeld. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De vrijwillige ambtenaar van politie wordt op zijn eigen aanvraag ontslag verleend. 2 Het ontslag wordt niet verleend met ingang van een datum gelegen binnen een maand. 3 Van het eerste lid kan worden afgeweken indien een strafrechtelijke vervolging terzake van een misdrijf tegen de ambtenaar is ingesteld of indien wordt overwogen de straf van ontslag op te leggen. 4 Van het tweede lid kan worden afgeweken op aanvraag van de vrijwillige ambtenaar van politie. 5 Indien een ontslag op eigen aanvraag wordt verleend aan een vrijwillige ambtenaar in opleiding, gaat dit ontslag, in afwijking van het tweede lid, onmiddellijk in. 6 Het ontslag op eigen aanvraag wordt eervol verleend. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 3, tweede lid Aan de vrijwillige ambtenaar in opleiding die tegen het einde van de basisopleiding of bij het einde van de proeftijd, bedoeld in, niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid en geschiktheid wordt ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de proeftijd is verstreken. 2 Aan de vrijwillige ambtenaar in opleiding die gedurende de opleiding of de proeftijd niet de geschiktheid blijkt te bezitten die voor de dienst wordt vereist, kan met ingang van een dag gelegen binnen de proeftijd eervol ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen van een maand. 3 Het ontslag kan, al dan niet op eigen aanvraag, ingaan vóór de afloop van de opzeggingstermijn. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 01-02-2016
Artikel 38a — Artikel 38a#
Artikel 38a 1 artikel 3a, eerste lid, onderdeel a Aan de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, die tegen het einde van de proeftijd, bedoeld in, niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid of geschiktheid, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de proeftijd is verstreken. 2 De vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die is aangesteld voor onbepaalde tijd, kan ontslag worden verleend, mits een opzegtermijn in acht wordt genomen van: a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest; b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden doch korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest of c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand korter dan zes maanden ononderbroken in dienst is geweest. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college waarin hij is aangesteld of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 37 39 Anders dan op eigen aanvraag, bij wijze van straf of ingevolgeofkan de vrijwillige ambtenaar van politie worden ontslagen op grond van: a. het verlies van een vereiste voor de aanstelling, gesteld bij een regeling aan de benoeming voorafgegaan, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van het ambt geldt; b. een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij de ambtenaar onder curatele is gesteld; c. het ondergaan van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; d. een onherroepelijk geworden veroordeling tot een vrijheidsstraf wegens misdrijf; e. een blijvende ongeschiktheid uit hoofde van ziekte of gebreken voor de vervulling van zijn ambt; f. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken; g. Algemene Ouderdomswet het bereiken van de leeftijd waarop op grond van derecht op ouderdomspensioen ontstaat of h. het bij of in verband met indiensttreding of keuring verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indiensttreding of goedkeuring zou zijn overgegaan, tenzij de vrijwillige ambtenaar van politie aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. 2 Een ontslag op grond van het eerste lid, onderdelen a, e en f wordt steeds eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder ingaan dan de dag, volgende op die waarop de reden van het ontslag voor het eerst aanwezig was. 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 01-02-2016
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 artikel 40 Een vrijwillige ambtenaar van politie kan ook op andere gronden, dan die welke inzijn geregeld of waarnaar in dat artikel wordt verwezen, worden ontslagen. Het ontslag wordt eervol verleend. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Artikel 3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 is van overeenkomstige toepassing op vrijwillige ambtenaren van politie. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Gedurende de tijd dat de vrijwillige ambtenaar in opleiding de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie volgt, of de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitoefening van de politietaak, in opdracht van het bevoegd gezag een voor zijn functie relevante cursus volgt dan wel deelneemt aan een oefening of in opdracht van het bevoegd gezag werkelijke dienst verricht, ontvangt hij een uurvergoeding overeenkomstig de door Onze Minister vast te stellen regels. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 hoofdstukken II III van het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie Deenzijn van overeenkomstige toepassing op vrijwillige ambtenaren van politie. 2 hoofdstukken II III van het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie Het bevoegd gezag kan besluiten om in individuele gevallen af te wijken van deen, indien de afwijking strekt tot het vermijden van onbillijkheden van overwegende aard welke uit de toepassing van die regels zouden voortkomen. 2011 118 08-03-2011 26-02-2011 2011 118 08-03-2011 26-02-2011 09-03-2011
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 afdeling 1, hoofstuk 2, artikel 1, van de Invoeringswet Politiewet 1993 Politiewet 1993 Een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die op grond vannaar een politieregio dan wel het Korps landelijke politiediensten is overgegaan en die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deaanspraken had op grond van de Rechtstoestandsregeling reservepolitie behoudt deze aanspraken. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Algemene termijnenwet Deis niet van toepassing op de in dit besluit genoemde termijnen. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Besluiten, genomen in de periode van 1 april 1994 tot en met de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit op grond van het Beloningsreglement reservepolitie 1968, of de daarop berustende bepalingen, als zouden dit reglement en die bepalingen in genoemde periode nog hebben gegolden, zijn rechtsgeldig genomen. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 artikel 47, derde lid, van de Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders Degene die in de periode van 1 april 1994 tot en met de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit ingevolge een opdracht van het bevoegd gezag werkzaamheden als vrijwillige ambtenaar van politie heeft verricht en in verband met die werkzaamheden aanspraak zou hebben gehad op een uitkering of voorziening als bedoeld inin het geval deze wet voor hem zou hebben gegolden, heeft, indien hij binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit een verzoek om toekenning van een zodanige uitkering of voorziening heeft ingediend, aanspraak op een met bedoelde uitkering of voorziening overeenkomende uitkering of voorziening. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Stb. Stb. Het koninklijk besluit van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken van 25 november 1964, houdende wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 1957,559 en vaststelling van de Rechtstoestandsregeling reservepolitie (473) wordt ingetrokken. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 49a — Artikel 49a#
Artikel 49a artikel 47, eerste lid, Politiewet 2012 Dit besluit berust op. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rechtspositie vrijwillige politie. 1995 236 09-05-1995 06-04-1995 1995 334 29-06-1995 07-06-1995 30-06-1995