Besluit van 17 november 1994, houdende vaststelling Besluit rijonderricht motorrijtuigen
- BWB-id
- BWBR0007020
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2009-05-01 t/m 2009-05-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007020
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-rijonderricht-motorrijtuigen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-rijonderricht-motorrijtuigen/2009-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007020&g=2009-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007020&z=2026-06-06&g=2009-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007020/2009-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/besluit-rijonderricht-motorrijtuigen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wet:. 1994 816 17-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Certificaten worden afgegeven voor het geven van rijonderricht voor de volgende categorieën motorrijtuigen: a. Reglement rijbewijzen motorrijtuigen voor het besturen waarvan rijbewijs A als bedoeld in hetis vereist (categorie A); b. Reglement rijbewijzen motorrijtuigen voor het besturen waarvan rijbewijs B als bedoeld in hetis vereist (categorie B); c. Reglement rijbewijzen motorrijtuigen voor het besturen waarvan rijbewijs C als bedoeld in hetis vereist (categorie C); d. Reglement rijbewijzen motorrijtuigen voor het besturen waarvan rijbewijs D als bedoeld in hetis vereist (categorie D); e. Reglement rijbewijzen samenstellen van motorrijtuig en getrokken voertuig, voor het besturen waarvan rijbewijs E in combinatie met rijbewijs B als bedoeld in hetis vereist (categorie E bij B); f. Reglement rijbewijzen samenstellen van motorrijtuig en getrokken voertuig, voor het besturen waarvan rijbewijs E in combinatie met rijbewijs C of D als bedoeld in hetis vereist (categorie E bij B, C en D); g. Reglement rijbewijzen motorrijtuigen voor het besturen waarvan rijbewijs AM als bedoeld in hetis vereist (categorie AM). 2006 381 29-08-2006 07-08-2006 2006 382 29-08-2006 07-08-2006 01-10-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wegenverkeerswet 1994 (invoering bromfietsrijbewijs) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 5, eerste lid, van de wet artikelen 14 19 van de wet De inbedoelde ambtenaren doen aan het instituut ten behoeve van het bijhouden van het register mededeling omtrent onbevoegd in certificaten aangebrachte wijzigingen als bedoeld in deen. 1994 816 17-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bij de aanvraag voor het afleggen van het examen rijinstructeur dient de aanvrager een bewijsstuk aan het instituut over te leggen waaruit blijkt dat de aanvrager met goed gevolg een opleiding heeft gevolgd op het niveau van ten minste middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, lager danwel voorbereidend beroepsonderwijs of individueel beroepsonderwijs. 2 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet ten aanzien van de aanvrager die reeds beschikt over een certificaat voor het geven van rijonderricht. 1994 816 17-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Artikel 7 van de wet is niet van toepassing op degene die in verband met het verkrijgen van de bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, in het bezit is van een door het instituut afgegeven ontheffing. 2 Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld omtrent de personen die in aanmerking komen voor een ontheffing, alsmede omtrent de aanvraag van een ontheffing. 3 Een ontheffing is geldig gedurende 6 maanden, gerekend vanaf de dag van afgifte, en wordt slechts eenmaal verstrekt. De geldigheidsduur van een ontheffing ten behoeve van de opleiding tot politierijinstructeur wordt bij elke ontheffing afzonderlijk vastgesteld en bedraagt ten hoogste 12 maanden. 4 Een ontheffing is slechts geldig voor het geven van rijonderricht in de op het bewijs van ontheffing vermelde categorie of categorieën van motorrijtuigen. 5 Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld omtrent deze voorschriften. 6 De ontheffing kan door het instituut worden ingetrokken indien de voorschriften niet worden nageleefd. 7 Het ontheffingsbewijs dient te voldoen aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering en dient behoorlijk leesbaar te zijn. 8 Artikel 12 van de wet is van overeenkomstige toepassing. 9 artikel 4 van de wet Van de afgifte en de intrekking van een ontheffing wordt door het instituut aantekening gemaakt in het inbedoelde register. 1994 816 17-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de wet De eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in, luiden als volgt: A. Kennis van verkeer, verkeerswetgeving en vakbekwaamheidseisen: 1. Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 Wegenverkeerswet 1994 Regeling voertuigen Reglement rijbewijzen Kentekenreglement Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 RVV 1990 Wegenverkeerswet 1994 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften Wetboek van strafvordering kennis van de voorschriften van het, van de, van de, van het, van heten van de, inzicht in de achtergrond van heten de, alsmede enige kennis omtrent het, de, de, deen hetvoor zover van belang voor het wegverkeer; 1a. hoofdstuk VIIA van de Wegenverkeerswet 1994 kennis van de vakbekwaamheidseisen als bedoeld in de ingevolgeaangewezen richtlijn vakbekwaamheid bestuurders; 2. inzicht in het oplossen van verkeersopgaven; 3. kennis van en inzicht in verkeersrisico's en adequaat handelen indien zodanige omstandigheden zich voordoen; 4. kennis van en inzicht in het gedrag en te verwachten gedrag van andere weggebruikers; 5. kennis van en inzicht in de problematiek van de mobiliteit en verkeersdoorstroming; 6. kennis van en inzicht in de invloed van het gemotoriseerd verkeer op het milieu; 7. kennis van en inzicht in de werking van het motorrijtuig voor zover rechtstreeks van belang voor de instructie van de bediening van het voertuig, alsmede kennis van en inzicht in het belang van voertuigonderhoud voor de veiligheid en het milieu; 8. kennis van en inzicht inzake adequaat optreden bij verkeersongevallen; B. Rijvaardigheid en voertuigbeheersing: 9. vaardigheid in het onder alle omstandigheden bedienen van het voertuig, met inbegrip van handelen bij storing van het voertuig; 10. vaardigheid in het onder alle omstandigheden goed en bewust aan het verkeer deelnemen, met inbegrip van het oplossen van verkeersopgaven alsmede het tijdig onderkennen van risico's en het verantwoord reageren daarop; C. Onderwijsdeskundigheid: 11. kennis en beheersing van algemene instructie- en begeleidingsprincipes; 12. kennis van en inzicht in voor de rijopleiding relevante verschillen tussen leerlingen, alsmede de wijze waarop de opleiding daarop moet worden gericht; 13. kennis en inzicht inzake de beoordeling van de vaardigheid van leerlingen; 14. kennis van onderwijskundige hulpmiddelen en inzicht in de juiste toepassing daarvan; 15. vaardigheid in het geven van theorieles; 16. vaardigheid in het geven van praktijkles; 17. vaardigheid in het corrigerend optreden tijdens de praktijkles; 18. vaardigheid in het aanpassen van de opleiding aan individuele leerlingen; 19. vaardigheid in het beoordelen van leerlingen; 20. vaardigheid in het toepassen van onderwijskundige hulpmiddelen. 2009 144 26-03-2009 21-02-2009 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 Voor de eerste afgifte van een certificaat voor het geven van rijonderricht met betrekking tot motorrijtuigen van de rijbewijscategorie A of B moet door de aanvrager worden voldaan aan de ingenoemde eisen, met uitzondering van onderdeel 1a. 2 artikel 6 Voor de eerste afgifte van een certificaat voor het geven van rijonderricht met betrekking tot motorrijtuigen van de rijbewijscategorie A of B aan een aanvrager die reeds beschikt over een geldig certificaat voor de categorie B of A, dan wel over een geldig certificaat voor het geven van rijonderricht met betrekking tot bromfietsen, moet door de aanvrager worden voldaan aan de ingenoemde eisen, met uitzondering van de onderdelen 1a, 8, 15, 18, 19 en 20. 3 artikel 6 Voor de eerste afgifte van een certificaat voor het geven van rijonderricht met betrekking tot motorrijtuigen van de rijbewijscategorie C of D moet de aanvrager beschikken over een geldig certificaat voor de categorie B en moet door de aanvrager worden voldaan aan de ingenoemde eisen, met uitzondering van de onderdelen 8, 15, 18, 19 en 20. 4 artikel 6, onderdelen 9, 10 en 16 Voor de eerste afgifte van een certificaat voor het geven van rijonderricht met betrekking tot voertuigen van de rijbewijscategorie E bij B moet de aanvrager beschikken over een geldig certificaat voor de categorie B en moet door de aanvrager worden voldaan aan de in, genoemde eisen. 5 artikel 6, onderdelen 9, 10 en 16 Voor de eerste afgifte van een certificaat voor het geven van rijonderricht met betrekking tot voertuigen van de rijbewijscategorieën E bij C en E bij D moet de aanvrager beschikken over een geldig certificaat voor de categorie C en moet door de aanvrager worden voldaan aan de in, genoemde eisen. 6 artikel 6 Voor de eerste afgifte van een certificaat voor het geven van rijonderricht met betrekking tot voertuigen van de categorie AM, moet door de aanvrager worden voldaan aan de ingenoemde eisen, met uitzondering van de onderdelen 1a, 9, 10, 16 en 17. 7 artikel 6 Voor de eerste afgifte van een certificaat voor het geven van rijonderricht met betrekking tot voertuigen van de categorie AM, aan een aanvrager die reeds beschikt over een geldig certificaat voor de categorie B of A, moet door de aanvrager worden voldaan aan de ingenoemde eisen, met uitzondering van de onderdelen 1a, 8 tot en met 10 en 15 tot en met 20. 8 Voor de toepassing van het eerste, tweede, derde, zesde en zevende lid moet de aanvrager voor wat betreft de eisen, genoemd onder 1, 2, 3, 4 en 7, in het bijzonder voldoen aan de eisen voor zover die eisen betrekking hebben op de categorie motorrijtuigen waarvoor afgifte van een certificaat wordt gevraagd. 2008 255 08-07-2008 17-06-2008 2008 352 04-09-2008 25-08-2008 10-09-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet Voor de afgifte van een certificaat in verband met het verstrijken van de geldigheidsduur van een eerder aan de aanvrager afgegeven certificaat, moet door de aanvrager worden voldaan aan de volgende eisen inzake het behoud van bekwaamheid als bedoeld in: A. Kennis van verkeer en verkeerswetgeving: 1. Wegenverkeerswet 1994 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 Reglement rijbewijzen Regeling voertuigen kennis van en inzicht in de achtergrond van de voorschriften van de, heten het, alsmede globale kennis van de; 2. inzicht in het oplossen van verkeersopgaven in relatie tot onderdeel 1; 3. kennis van en inzicht in ontwikkelingen op het gebied van de verkeersveiligheid alsmede op het gebied van de mobiliteit en verkeersdoorstroming; 4. kennis van en inzicht in ontwikkelingen inzake de invloed van het gemotoriseerd verkeer op het milieu; B. Onderwijsdeskundigheid: 5. kennis en beheersing van algemene instructie- en begeleidingsprincipes; 6. kennis van en inzicht in voor de rijopleiding relevante verschillen tussen leerlingen, alsmede de wijze waarop de opleiding daaraan moet worden aangepast; 7. kennis en inzicht inzake de beoordeling van de vaardigheid van leerlingen; 8. kennis van onderwijskundige hulpmiddelen en inzicht in de juiste toepassing daarvan. 2 hoofdstuk VIIA van de Wegenverkeerswet 1994 Indien een afgifte bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een certificaat voor het geven van rijonderricht met betrekking tot voertuigen van de rijbewijscategorieën C, D, E bij C of E bij D, beschikt de aanvrager over een ingevolgevoor deze rijbewijscategorieën vereist geldig getuigschrift. 2009 144 26-03-2009 21-02-2009 2009 184 21-04-2009 07-04-2009 01-05-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Bij ministeriële regeling kunnen instructeursbewijzen die door het bevoegde gezag in het buitenland zijn afgegeven, worden aangewezen, op basis waarvan certificaten voor het geven van rijonderricht kunnen worden afgegeven. 2 artikel 6 Onze Minister wijst slechts instructeursbewijzen aan die door hem als gelijkwaardig worden beoordeeld aan certificaten die zijn afgegeven nadat aan de inbedoelde eisen is voldaan. 3 Onze Minister kan bij de aanwijzing van een buitenlands instructeursbewijs aanvullende eisen stellen waaraan de aanvrager voor afgifte van een certificaat dient te voldoen, alsmede bepalen op welke wijze daarvan blijk dient te worden gegeven. 1994 816 17-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de wet De hoofdopleiding, bedoeld in, waarvan het bezit van een geldig diploma is vereist voor de afgifte van een certificaat voor het geven van bijscholing, is een opleiding op het niveau van het wetenschappelijk onderwijs of het hoger-beroepsonderwijs, waarbij is geëxamineerd in een van de volgende vakken: psychologie, pedagogiek, andragogiek, voorlichtingskunde onderwijskunde of in een ander gelijksoortig vak. 2008 375 23-09-2008 10-09-2008 2008 375 23-09-2008 10-09-2008 01-10-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 b artikel 17, tweede lid, onderdeel, van de wet De voor de afgifte van een certificaat voor het geven van bijscholing vereiste beroepservaring als bedoeld in, bedraagt ten minste twee jaren. 1994 816 17-11-1994 1996 279 31-05-1996 30-05-1996 01-06-1996
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 17, tweede lid, onderdeel c, van de wet De aanvullende eisen van bekwaamheid voor het geven van bijscholing als bedoeld inop het gebied van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid of van de rijvaardigheid van de houder van een rijbewijs luiden als volgt: a. kennis van de hoofdlijnen van de verkeerswetgeving en van het oplossen van verkeersopgaven; b. kennis van probleemgedrag en verkeersongevallen in relatie tot psychologische, sociale en medische factoren; c. kennis van probleemgedrag en verkeersongevallen in relatie tot de factoren voertuig en omgeving; d. kennis van en vaardigheid in het organiseren, geven en evalueren van bijscholing. 2008 375 23-09-2008 10-09-2008 2008 375 23-09-2008 10-09-2008 01-10-2008
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 21, derde lid artikel 23, vierde lid, van de wet De verplichting tot het afleggen van een toets, bedoeld in, en, wordt aan een houder van een certificaat opgelegd indien: a. artikel 21, derde lid, van de wet artikel 6, onder A, B of C bij het besluit, bedoeld in, dat geen onderzoek is vereist, blijkt dat betrokkene niet voldoet aan de in, van dit besluit gestelde eisen van bekwaamheid; b. artikel 23 van de wet artikel 6, onder A, B of C, van dit besluit uit de uitslag van het onderzoek, bedoeld in, blijkt dat betrokkene niet voldoet aan de ingestelde eisen van bekwaamheid. 2 artikel 6 Bij het opleggen van de verplichting tot het afleggen van een toets geeft Onze Minister aan op welk onderdeel of welke onderdelen van de vakbekwaamheid, bedoeld in, de toets betrekking dient te hebben. 1994 816 17-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 21, tweede lid, van de wet artikel 21, derde lid, van de wet Tijdstip waarop en plaats waar de houder van een certificaat het inbedoelde onderzoek dient te ondergaan, dan wel de inbedoelde toets moet afleggen, worden door de aangewezen deskundige of deskundigen ingeval het een onderzoek betreft, dan wel door het instituut ingeval het een toets betreft, vastgesteld en aan betrokkene bij aangetekende brief medegedeeld. 2 Indien betrokkene niet op de vastgestelde tijd en plaats aanwezig is terwijl van een geldige reden van verhindering blijkt, worden tijd en plaats voor het onderzoek dan wel de toets opnieuw door de deskundige of deskundigen dan wel door het instituut vastgesteld en aan betrokkene bij aangetekende brief medegedeeld. 3 Indien betrokkene niet op de vastgestelde tijd en plaats aanwezig is zonder dat van een geldige reden van verhindering blijkt, wordt daarvan door de aangewezen deskundige of deskundigen dan wel door het instituut mededeling gedaan aan Onze Minister. 1994 816 17-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 hoofdstuk VI van de Wegenverkeerswet 1994 Reglement rijbewijzen hoofdstuk VI van de Wegenverkeerswet 1994 Reglement rijbewijzen artikel 6, onderdeel A, onder 1 artikel 8, onderdeel A, onder 1, van dit besluit Tot het tijdstip waaropen hetin werking treden, treden voor de toepassing van, ende op rijbewijzen, rijvaardigheid en rijbevoegdheid betrekking hebbende bepalingen van de Wegenverkeerswet en hoofdstuk VI van het Wegenverkeersreglement in de plaats vanen het. 1994 816 17-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 9 van de wet Stb. artikel 6 artikel 6 Ten aanzien van onderzoeken en examens rijinstructeur, die zijn aangevraagd vóór het tijdstip van inwerkingtreding van, treden tot één jaar na dat tijdstip de eisen zoals vastgesteld in het Besluit van 11 oktober 1974 (633), houdende vaststelling van de eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, in de plaats van de invan het onderhavige besluit vastgestelde eisen, tenzij de aanvrager uitdrukkelijk om toepassing van de inopgenomen eisen verzoekt. 1994 816 17-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 1994 816 17-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rijonderricht motorrijtuigen. 1994 816 17-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995