Besluit van 8 december 1997, houdende een stortverbod binnen inrichtingen voor aangewezen categorieën van afvalstoffen (Besluit stortverbod afvalstoffen)
- BWB-id
- BWBR0009094
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009094
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-stortplaatsen-en-stortverboden-afvalstoffen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-stortplaatsen-en-stortverboden-afvalstoffen/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009094&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009094&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009094/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/besluit-stortplaatsen-en-stortverboden-afvalstoffen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Het is verboden afvalstoffen te storten op een stortplaats, die behoren tot een of meer van de navolgende categorieën: 1. vloeibare afvalstoffen, niet zijnde metallisch kwik waarvan het storten met het oog op de veilige opslag ervan is toegestaan bij of krachtens Verordening (EU) nr. 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008 (PbEU 2017, L 137); 2. afvalstoffen, aangewezen in de bijlage bij beschikking nr. 2000/532/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PbEG 2000, L 226/3) met een van de afvalstoffencodes 18 01 01, 18 01 02, 18 01 03*, 18 01 04, 18 01 06*, 18 01 07, 18 01 08*, 18 01 09, 18 01 10*, 18 02 01, 18 02 02*, 18 02 03, 18 02 05*, 18 02 07*, 18 02 08, 20 01 31* of 20 01 32; 3. afvalstoffen die ontplofbaar, corrosief, oxiderend, licht ontvlambaar of ontvlambaar zijn, zoals omschreven in bijlage III bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen; 4. niet-geïdentificeerde of nieuwe chemische stoffen die afkomstig zijn van onderzoek, ontwikkelingsactiviteiten of onderwijs en waarvan de effecten op de volksgezondheid of het milieu niet bekend zijn; 5. a. kwikhoudende materialen en producten met een gehalte aan kwik van meer dan 50 mg/kg droge stof, tenzij: 1° de afvalstof door aanwezigheid van andere gevaarlijke stoffen dan kwik ook na het ontkwikken uitsluitend zou kunnen worden gestort, of 2° het een afvalstof betreft waarvoor een bedrijf dat voldoende is toegerust en vergund om afvalstoffen te ontkwikken, schriftelijk heeft verklaard dat deze afvalstof: i. niet doelmatig kan worden ontkwikt, of ii. zich vanwege de aard of samenstelling niet leent voor ontkwikken; b. kwikhoudende materialen en producten met een gehalte aan kwik van ten hoogste 10 mg/kg droge stof, tenzij de afvalstof verontreinigd is met veel onbrandbare verontreinigingen, zodat verbranden leidt tot diffuse verspreiding hiervan of tot relatief grote belasting van actief kool in de rookgasreiniging; 6. Verordening (EU) 2024/590 Verordening (EU) nr. 1005/2009 Verordening (EU) 2024/573 Richtlijn (EU) 2019/1937 Verordening (EU) nr. 517/2014 voorwerpen en preparaten die een ozonafbrekende stof of een isomeer ervan bevatten als bedoeld invan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 februari 2024 betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, en tot intrekking vanof een gefluoreerd broeikasgas als bedoeld invan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 februari 2024 betreffende gefluoreerde broeikasgassen, tot wijziging vanen tot intrekking van; 7. gasontladingslampen of onderdelen daarvan, met uitzondering van niet-herbruikbaar fluorescentiepoeder dat overblijft na het ontkwikken; 8. oliefilters; 9. batterijen en accu’s; 10. PCB-houdende voorwerpen en preparaten met een gehalte van 0,5 mg/kg per polychloorbifenyl-congeneer 28, 52, 101, 118, 138, 153, 180; 11. vast fotografisch afval; 12. gasflessen, drukhouders en brandblussers, met uitzondering van bluspoeder; 13. bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving autowrakken, als bedoeld in, of onderdelen van zodanige autowrakken; 14. artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 banden, afkomstig van motorrijtuigen en aanhangwagens als bedoeld in; 15. a. huishoudelijk restafval en daarmee vergelijkbaar restafval van bedrijven; b. deelstromen of residuen, afkomstig van de handmatige en mechanische verwerking van stromen restafval als bedoeld onder a; 16. a. grof huishoudelijk restafval; b. deelstromen of residuen van de handmatige en mechanische verwerking van grof huishoudelijk afval; 17. a. artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit slib van riolen, kolken of gemalen, met uitzondering van riool-, kolken- of gemalenslib dat als grond, bedoeld in, kan worden gekwalificeerd en bij de stortplaats wordt aangeboden onder overlegging van een verklaring van Onze Minister als bedoeld in dit besluit, waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar en niet koud-immobiliseerbaar is; b. artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit veegvuil, met uitzondering van veegvuil dat als grond, bedoeld in, kan worden gekwalificeerd en bij de stortplaats wordt aangeboden onder overlegging van een verklaring van Onze Minister als bedoeld in dit besluit, waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar en niet koud-immobiliseerbaar is; c. marktafval; d. drijfafval; 18. bioafval; 19. dierlijke bijproducten en afgeleide producten daarvan die vallen onder de werkingssfeer van Verordening (EG) nr.1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (Verordening dierlijke bijproducten) (PbEU 2009, L 300/1); 20. reststoffen van composterings- of vergistingsinstallaties; 21. slib, afkomstig van installaties voor het biologisch reinigen van afvalwater; 22. reststoffen van de drinkwaterbereiding; 23. a. AVI-bodemas; b. deelstromen of residuen van de mechanische en fysische verwerking van de stromen van bodemas, bedoeld onder a; 24. reststoffen van slibverbranding; 25. reststoffen van kolengestookte energiecentrales; 26. a. zuurteer dat vrijkomt bij de petrochemische industrie; b. zwavelhoudend afval met meer dan 5% zwavel; 27. a. shredderafval; b. gemengde deelstromen of residuen van de handmatige en mechanische verwerking van de stromen van shredderafval, bedoeld onder a; 28. oxykalkslik; 29. a. gemengd bouw- en sloopafval, met uitzondering van partijen waarvan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, meer bedraagt dan 100 mg/ kg droge stof; b. deelstromen of residuen van de handmatige en mechanische verwerking van de stromen van afval, bedoeld onder a, met uitzondering van partijen waarvan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, meer bedraagt dan 100 mg/kg droge stof; 30. artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit zeefzand, met uitzondering van zeefzand dat als grond, bedoeld in, kan worden gekwalificeerd en bij de stortplaats wordt aangeboden onder overlegging van een verklaring als bedoeld in dit besluit, waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar en niet koud-immobiliseerbaar is; 31. artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit grond, met uitzondering van grond, bedoeld in, die bij de stortplaats wordt aangeboden onder overlegging van een verklaring als bedoeld in dit besluit, waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar en niet koud-immobiliseerbaar is; 32. artikel 9 straalgrit, met uitzondering van straalgrit dat krachtensis aangewezen als niet reinigbaar; 33. a. Dit onderdeel is nog niet in werking getreden. b. asbesthoudend staalschroot; 34. a. steenachtige materialen, met uitzondering van cellenbeton; b. bijlage A, tabel 2, van de Regeling bodemkwaliteit asfalt dat als teerhoudend wordt aangemerkt vanwege het bevatten van een hoger gehalte PAK’s dan de maximale samenstellingswaarde voor PAK’s in bouwstoffen, bedoeld in; 35. gips; 36. a. bitumineus dakafval; b. bijlage A, tabel 2, van de Regeling bodemkwaliteit dakafval dat als teerhoudend wordt aangemerkt vanwege het bevatten van een hoger gehalte PAK’s dan de maximale samenstellingswaarde voor PAK’s in bouwstoffen, bedoeld in; c. composieten van dakafval bestaande uit mengsels van bitumineus of teerhoudend dakafval en mengsels van bitumineus of teerhoudend dakafval dat verkleefd of vermengd is met andere materialen; d. met teer of bitumen verkleefd dakgrind; 37. a. A-hout, zijnde ongeverfd, onbehandeld hout; b. B-hout, zijnde hout dat niet A-hout of C-hout is; c. C-hout, zijnde geïmpregneerd hout, met uitzondering van hout behandeld met middelen die koper en chroom (CC-hout) of koper, chroom en arseen (CCA-hout) bevatten; 38. metalen; 39. papier en karton; 40. kunststof- en rubberafval; 41. glas; 42. textiel; 43. a. verpakkingen, niet zijnde verpakkingen als bedoeld onder b of c; b. verpakkingen van verf, lijm, kit of hars; c. verpakkingen van overige gevaarlijke stoffen; 44. a. papier- en kunststofgeïsoleerde kabels en restanten daarvan; b. glasvezelkabels; 45. artikel 1, eerste lid, onder f, van de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur elektrische en elektronische apparatuur, bedoeld in, met uitzondering van glas van de verwerking van zwart-wit CRT-beeldbuizen en de conus van kleur CRT-beeldbuizen, zowel glas dat gescheiden als in een gemengde fractie wordt aangeleverd; 2 Een wijziging van de bijlage bij beschikking nr. 2000/532/EG of van bijlage III bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen gaat voor de toepassing van het eerste lid gelden met ingang van de dag waarop aan die wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31 Onze minister van Infrastructuur en Waterstaat kan op verzoek een verklaring afgeven waaruit blijkt dat grond als bedoeld in, van dit besluit niet reinigbaar en niet koud-immobiliseerbaar is. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de beoordeling van de reinigbaarheid van grond en het afgeven van een verklaring van niet reinigbaarheid van grond. 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 bijlage bij de Omgevingswet In dit besluit en de daarop berustende regels wordt verstaan onder stortplaats hetgeen daaronder wordt verstaan in de. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1, eerste lid Het is verboden afvalstoffen als bedoeld in, anders dan voor het opslaan, op of in de bodem te brengen, anders dan deze te storten op een stortplaats of winningsafvalvoorziening. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. huishoudelijke afvalstoffen die nog niet zijn ingezameld of afgegeven; b. afvalwater; c. plantenresten die zijn aangewezen bij regeling van Onze Minister; d. paragraaf 3.2.20 van het Besluit activiteiten leefomgeving het op of in de bodem brengen van meststoffen, bedoeld in; e. paragraaf 3.2.25 van het Besluit activiteiten leefomgeving het toepassen van bouwstoffen, bedoeld in; f. paragraaf 3.2.26 van het Besluit activiteiten leefomgeving het toepassen van grond of baggerspecie, bedoeld in; en g. paragraaf 3.2.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving het toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen in de voormalige mijnbouwgebieden in de provincie Limburg, bedoeld in. 3 Het is verboden zich van afvalstoffen zijnde plantenresten te ontdoen door deze voor het opslaan op of in de bodem te brengen. 4 Het derde lid is niet van toepassing op: a. huishoudelijke afvalstoffen die nog niet zijn ingezameld of afgegeven, b. Besluit activiteiten leefomgeving het opslaan van plantenresten waarop hetvan toepassing is, c. het op of in de bodem brengen van plantenresten, dat is aangewezen bij regeling van Onze Minister. 5 artikel 10.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer Als categorie van gevallen als bedoeld in, zijn de in het tweede lid onder b tot en met g en de in het vierde lid onder b en c aangegeven gevallen. 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Het bevoegd gezag verbindt aan een omgevingsvergunning voor de opslag van afvalstoffen het voorschrift dat opslag van afvalstoffen is toegestaan voor een termijn van ten hoogste één jaar. 2 Indien de vergunninghouder ten genoegen van het bevoegd gezag aantoont dat de opslag van afvalstoffen gevolgd wordt door nuttige toepassing van afvalstoffen, kan het bevoegd gezag, in afwijking van het eerste lid, aan een zodanige vergunning het voorschrift verbinden dat de opslag van afvalstoffen is toegestaan voor een termijn van ten hoogste drie jaar. 3 Wet milieubeheer Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, aan een omgevingsvergunning voor de opslag in oppervlaktewater van baggerspecie niet zijnde een gevaarlijke afvalstof als bedoeld in dehet voorschrift verbinden dat de opslag is toegestaan voor een termijn van ten hoogste tien jaar. 4 Verordening (EG) nr. 1102/2008 In afwijking van het eerste en tweede lid, gelden met betrekking tot de bij voorschrift aan een omgevingsvergunning, voor de opslag van metallisch kwik, te verbinden termijnen de daarover bij of krachtens Verordening (EU) nr. 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik, en tot intrekking van(PbEU 2017, L 137) gestelde regels. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3.85, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 1, eerste lid artikel 5 artikel 6. Aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die betrekking heeft op een stortplaats als bedoeld in, kan het bevoegd gezag het voorschrift verbinden dat voor daarbij aangewezen afvalstoffen het in, bedoelde verbod niet geldt indien die afvalstoffen zijn aangewezen krachtens, dan wel indien daarvoor een verklaring geldt als bedoeld in 2 artikel 11f In een voorschrift als bedoeld in het eerste lid, bepaalt het bevoegd gezag tevens dat door toepassing van dat voorschrift geen strijd mag ontstaan met het ingevolgebepaalde. 3 artikel 1, eerste lid, onder 1 tot en met 14 Het eerste lid is niet van toepassing op de categorieën van afvalstoffen, genoemd in. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 1, eerste lid, categorie 15 Bij regeling van Onze Minister kunnen categorieën van afvalstoffen, genoemd inen volgende, of delen van die categorieën worden aangewezen, waarvoor naar zijn oordeel in Nederland geen andere wijze van afvalbeheer mogelijk is dan storten. 2012 466 15-10-2012 26-09-2012 2012 607 04-12-2012 19-11-2012 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 1, eerste lid, categorie 15 Op verzoek van degene die een stortplaats exploiteert, kunnen gedeputeerde staten verklaren dat er naar hun oordeel in Nederland geen andere wijze van afvalbeheer mogelijk is dan storten voor inen volgende, genoemde afvalstoffen of voor een deel van een zodanige categorie. 2 In de verklaring nemen gedeputeerde staten op dat de verklaring geldt zolang de omstandigheden voor toepassing van het eerste lid aanwezig zijn, nog gevolgd door een overgangsperiode van tien werkdagen. 3 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op een verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid. 4 Van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, doen gedeputeerde staten zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 6, eerste lid artikel 5 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld omtrent de gegevens die worden verstrekt aan gedeputeerde staten bij een verzoek als bedoeld in, en omtrent de gegevens die moeten worden verstrekt aan Onze Minister na het storten van afvalstoffen overeenkomstig de regeling bedoeld inen met een verklaring als bedoeld in artikel 6. 2012 466 15-10-2012 26-09-2012 2012 607 04-12-2012 19-11-2012 01-01-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 11f, eerste lid, onder c Het is verboden afvalstoffen te verdunnen of te vermengen om te voldoen aan de voorschriften, bedoeld in. 2012 466 15-10-2012 26-09-2012 2012 607 04-12-2012 19-11-2012 01-01-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Bij regeling van Onze Minister worden de gevallen aangewezen, waarin straalgrit niet reinigbaar is. 2012 466 15-10-2012 26-09-2012 2012 607 04-12-2012 19-11-2012 01-01-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 1, eerste lid 3, eerste lid Voor degene waarvoor een verbod als bedoeld in de, of, gaat gelden en waarin in de periode van drie maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop dat verbod gaat gelden, handelingen plegen te worden verricht, waarop dat verbod betrekking heeft, blijft dat verbod met betrekking tot die handelingen buiten toepassing gedurende drie maanden na dat tijdstip. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2012 466 15-10-2012 26-09-2012 2012 607 04-12-2012 19-11-2012 01-01-2013
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a In het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf wordt verstaan onder: anorganische afvalstoffen: afvalstoffen met een organisch stofgehalte van ten hoogste tien procent; behandeling : fysische, thermische, chemische of biologische processen, met inbegrip van het sorteren, die de eigenschappen van de afvalstoffen zodanig veranderen dat het volume of de gevaarlijke eigenschappen worden gereduceerd, de behandeling wordt vergemakkelijkt of de nuttige toepassing wordt bevorderd; biologisch afbreekbare afvalstoffen : afvalstoffen die aëroob of anaëroob kunnen worden afgebroken; cel: stortvak of een deel daarvan met een bepaalde hoogte; inerte afvalstoffen : onbrandbare afvalstoffen die geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaan; korrelvormige afvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde monolithische afvalstoffen; monolithische afvalstoffen: afvalstoffen die door menging met toeslagstoffen of andersoortige bewerkingen zijn omgevormd tot afvalstoffen met een beperkte uitloging en een duurzame vaste vorm; omschrijving: artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de Wet milieubeheer omschrijving als bedoeld in; ondergrondse stortplaats: stortplaats waar afvalstoffen in de diepe ondergrond worden gebracht; Raad voor Accreditatie: Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht; regelmatige afvalstoffen: afvalstoffen die regelmatig tijdens hetzelfde proces ontstaan en een constante samenstelling hebben; stabiele, niet-reactieve gevaarlijke afvalstoffen: gevaarlijke afvalstoffen waarvan het uitlooggedrag onder normale omstandigheden niet in ongunstige zin verandert. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b Vervallen 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009 Artikel V, tweede lid, van Stb. 2009/250 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11c — Artikel 11c#
Artikel 11c 1 artikel 3.85, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving Aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een stortplaats als bedoeld inverbindt het bevoegd gezag voorschriften, waarin ten minste is opgenomen: a. tot welke van de hierna volgende klassen de stortplaats, dan wel de onderscheiden delen van de stortplaats, behoort: 1°. stortplaats voor inerte afvalstoffen, niet zijnde een ondergrondse stortplaats; 2°. stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen, niet zijnde een ondergrondse stortplaats; 3°. stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen, niet zijnde een ondergrondse stortplaats; 4°. ondergrondse stortplaats; b. een lijst van de afvalstoffen die op de stortplaats of het desbetreffende deel van de stortplaats worden gestort; c. de hoeveelheid afvalstoffen die ten hoogste op de stortplaats wordt gestort; d. maatregelen voor het voorkomen of beperken van overlast en risico's ten gevolge van: – stank en stof, – zwerfvuil, – lawaai en verkeer, – vogels, ongedierte en insekten, – aërosolen, en – brand. 2 Ten aanzien van de toegankelijkheid van de stortplaats verbindt het bevoegd gezag aan een zodanige vergunning: a. voorschriften, inhoudende dat de omheining zodanig is dat vrije toegang tot de stortplaats niet mogelijk is, en b. voorschriften, inhoudende een controle- en toegangssysteem dat bestaat uit een programma van maatregelen om illegaal storten van afvalstoffen op de stortplaats op te sporen of tegen te gaan. 3 Voorts verbindt het bevoegd gezag aan een zodanige vergunning voorschriften, inhoudende dat ten minste eenmaal per jaar aan het bevoegd gezag verslag wordt uitgebracht over de soorten en hoeveelheden afvalstoffen die op de stortplaats zijn gestort. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11d — Artikel 11d#
Artikel 11d artikel 11c, eerste lid Het bevoegd gezag kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in, voorschriften verbinden die afwijken van de bijlage bij dit besluit, voor zover dit uitdrukkelijk in die bijlage is vermeld. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11e — Artikel 11e#
Artikel 11e Vervallen 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11f — Artikel 11f#
Artikel 11f 1 Het is verboden op een stortplaats afvalstoffen te accepteren: a. die geen behandeling hebben ondergaan, b. artikel 10 van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen indien aan degene die de stortplaats exploiteert, met betrekking tot de afvalstoffen geen omschrijving is verstrekt die voldoet aan, of c. die blijkens de omschrijving die aan degene die de stortplaats exploiteert is verstrekt, in geval van: 1°. artikel 11c, eerste lid, onder a, onder 1° onderdeel 1 van de bijlage een stortplaats als bedoeld in: niet voldoen aan de bij of krachtensbij dit besluit gestelde voorschriften; 2°. artikel 11c, eerste lid, onder a, onder 2° onderdeel 2 van de bijlage een stortplaats als bedoeld in: niet voldoen aan de bij of krachtensbij dit besluit gestelde voorschriften; 3°. artikel 11c, eerste lid, onder a, onder 3° onderdeel 3 van de bijlage een stortplaats als bedoeld in: niet voldoen aan de bij of krachtensbij dit besluit gestelde voorschriften; 4°. artikel 11c, eerste lid, onder a, onder 4° onderdeel 4 van de bijlage een stortplaats als bedoeld in: niet voldoen aan de bij of krachtensbij dit besluit gestelde voorschriften. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, geldt niet ten aanzien van: a. inerte afvalstoffen: indien de behandeling technisch niet realiseerbaar is, en b. andere afvalstoffen: indien de behandeling niet bijdraagt aan het beperken van de negatieve gevolgen van het storten voor de volksgezondheid of het milieu. 3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, geldt niet ten aanzien van monolithische afvalstoffen. 4 Degene die een stortplaats exploiteert: a. bewaart de in het eerste lid, onder c, bedoelde omschrijving gedurende vijf jaar nadat de laatste partij afvalstoffen waarop de omschrijving betrekking heeft, is geaccepteerd, en b. stelt het bevoegd gezag onverwijld in kennis van een weigering om afvalstoffen te accepteren, waarbij melding wordt gemaakt van de naam van degene van wie de afvalstoffen afkomstig zijn en van de aard van de afvalstoffen. 5 Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de acceptatie van gevaarlijke, anorganische, monolithische afvalstoffen. Bij de regeling, bedoeld in de eerste volzin, worden tevens regels gesteld met betrekking tot de wijze van storten van zodanige afvalstoffen. 6 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, onder 3°, geldt niet voor metallisch kwik met een kwikgehalte hoger dan 99,9 gewichtsprocent. 7 artikel 11c, eerste lid, onder a, onder 3° en 4° Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvaardingsprocedures voor en de wijze van de tijdelijke opslag van metallisch kwik op stortplaatsen als bedoeld in. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11g — Artikel 11g#
Artikel 11g 1 Degene die een stortplaats exploiteert, verricht alvorens afvalstoffen te accepteren, achtereenvolgens de volgende handelingen: a. artikel 11f, eerste lid, onder c hij controleert de volledigheid van de in de omschrijving, bedoeld in, opgenomen gegevens; b. hij onderwerpt de afvalstoffen aan een visuele inspectie. 2 De visuele inspectie, bedoeld in het eerste lid, kan plaatsvinden op de plaats van verzending van de afvalstoffen naar de stortplaats, in gevallen waarin de stortplaats deel uitmaakt van dezelfde locatie waarop de afvalstoffen zijn vrijgekomen. 3 Het bevoegd gezag kan voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, inhoudende een verplichting om de afvalstoffen aan een uitgebreide inspectie te onderwerpen. Indien toepassing wordt gegeven aan de eerste volzin, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden met betrekking tot de wijze waarop, de frequentie waarmee en de plaats waar de uitgebreide inspectie moet plaatsvinden. 4 De monsters die in het kader van de visuele inspectie zijn genomen, worden gedurende een periode van ten minste een maand nadat deze zijn genomen, bewaard. 5 De persoon, bedoeld in het eerste lid, registreert de datum, het tijdstip en de resultaten van de visuele inspectie. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11h — Artikel 11h#
Artikel 11h 1 Degene die een stortplaats exploiteert, draagt er zorg voor dat ten minste eenmaal per jaar door middel van het nemen en analyseren van monsters wordt gecontroleerd of de regelmatige afvalstoffen die hij accepteert: a. artikel 11f, eerste lid, onder c in overeenstemming zijn met de omschrijving, bedoeld in, en b. voldoen aan de ingevolge dat onderdeel van toepassing zijnde voorschriften. 2 Hij draagt er tevens zorg voor dat met betrekking tot de monsterneming en analyse van monsters gegevens worden geregistreerd. 3 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht De analyse van de monsters wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die beschikt over een bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie of een daaraan gelijkwaardig instituut in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, kenbaar heeft gemaakt dat gedurende de periode waarin deze worden uitgevoerd, een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de betrokken persoon of instelling competent is voor het uitvoeren van de analyse overeenkomstig de krachtens het vierde lid gestelde regels. Met toepassing vanisniet van toepassing op de aanvraag om accreditatie als bedoeld in de eerste volzin. 4 Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld omtrent de monsterneming, de analyse van monsters en de registratie. 5 artikel 10a, tweede lid, onder a, b, c, d, f of g, van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen Het eerste lid is niet van toepassing op afvalstoffen waarvoor ingevolgede in het eerste lid van dat artikel gestelde verplichting niet geldt. 6 Degene die een stortplaats exploiteert, bewaart de resultaten van de analyse van een monster gedurende vijf jaar nadat de analyse is uitgevoerd. 7 Het is verboden te doen handelen in strijd met het derde lid. 8 Dit artikel is niet van toepassing op monolithische afvalstoffen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11i — Artikel 11i#
Artikel 11i 1 Degene die een stortplaats exploiteert, registreert de op de stortplaats geaccepteerde afvalstoffen. 2 De registratie, bedoeld in het eerste lid, omvat ten minste een overzicht van de stortvakken en stortlagen waar afvalstoffen zijn gestort. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 11k — Artikel 11k#
Artikel 11k 1 artikel 1.2 bijlagen 1 2 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Voor de toepassing van dit artikel wordt onder radioactieve afvalstof, natuurlijke bron, activiteit en activiteitsconcentratie verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan injuncto deen. 2 paragraaf 1 artikel 3.20 3.21 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Dit besluit is, met uitzondering van, van overeenkomstige toepassing op radioactieve afvalstoffen afkomstig van handelingen met natuurlijke bronnen waarvan de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bronnen gelijk is aan of hoger is dan de desbetreffende bij of krachtensofvastgestelde vrijgavewaarde en lager is dan tien maal deze waarde. 3 artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer die wet Voor zover ingevolge het tweede lid dit besluit van overeenkomstige toepassing is op de in dat lid bedoelde afvalstoffen, worden die afvalstoffen, in afwijking van, voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen mede aangemerkt als afvalstoffen in de zin van. 4 paragraaf 1 Het is verboden afvalstoffen als bedoeld in het tweede lid te vermengen met of te voegen bij een afvalstof waarvoor ingevolgeeen stortverbod geldt, teneinde die afvalstof te storten. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.14 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Na inwerkingtreding van dit besluit: a. berusten de krachtens het Besluit stortverbod afvalstoffen (Stb. 1995, 345) vastgestelde regels en andere besluiten op dit besluit; b. worden de met toepassing van het Besluit stortverbod afvalstoffen (Stb. 1995, 345) vastgestelde regels en andere besluiten gelijkgesteld met regels onderscheidenlijk besluiten, vastgesteld met toepassing van dit besluit. 1997 665 18-12-1997 08-12-1997 1997 665 18-12-1997 08-12-1997 15-01-1998
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a artikel 32, eerste lid, van de Kernenergiewet artikel 5.34, tweede lid, van de Omgevingswet artikelen 8.40 10.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer Dit besluit berust mede op,en deen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009 Artikel V, tweede lid, van Stb. 2009/250 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 1, eerste lid, categorieën 11, 13, 17, 18, 23 en 25 artikel 2, onderdeel b artikel 6, tweede lid artikel 9 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sedert de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst met uitzondering van,,, en; deze artikelen of onderdelen daarvan treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 Artikel 2, onder a , vervalt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1997 665 18-12-1997 08-12-1997 1997 665 18-12-1997 08-12-1997 15-01-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen. 2001 336 12-07-2001 05-07-2001 2001 336 12-07-2001 05-07-2001 13-07-2001
Artikel 11d#
artikelen 11d
Artikel 11f#
11f, eerste lid, onder c