Besluit van 25 september 1995, houdende voorschriften omtrent het verstrekken van subsidie aan de stichting bedoeld in artikel 57 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en artikel 20.14 van de Wet milieubeheer
- BWB-id
- BWBR0007574
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2012-04-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007574
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-subsidi-ring-stichting-advisering-bestuursrechtspraa
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-subsidi-ring-stichting-advisering-bestuursrechtspraa/2012-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007574&g=2012-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007574&z=2026-06-06&g=2012-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007574/2012-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/besluit-subsidi-ring-stichting-advisering-bestuursrechtspraa
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; b. artikelen 6.5b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 20.14 van de Wet milieubeheer 8.5 van de Wet ruimtelijke ordening de stichting: de stichting, bedoeld in de,en. 2012 37 10-02-2012 25-01-2012 2012 37 10-02-2012 25-01-2012 01-04-2012
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op subsidie verstrekt krachtens dit besluit. 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 27-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Onze Minister verstrekt op aanvraag aan de stichting jaarlijks een subsidie. De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. 2 De subsidie is bestemd ter dekking van de redelijkerwijs noodzakelijk te achten lasten van de exploitatie van de stichting. De exploitatielasten van de stichting bestaan in elk geval uit de personeelskosten volgens de vastgestelde arbeidsvoorwaarden, de materiële kosten met inbegrip van de reiskosten, de onderzoekskosten, de huisvestingskosten en de kosten van de raad van toezicht van de stichting. 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 27-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Bij ministeriële regeling kan een subsidieplafond worden vastgesteld. 2012 37 10-02-2012 25-01-2012 2012 37 10-02-2012 25-01-2012 01-04-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Onze Minister bepaalt het bedrag van de subsidieverlening aan de hand van de begroting en de daarbij behorende toelichting. 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 27-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onze Minister beslist jaarlijks voor 1 december op de subsidie-aanvraag van de stichting voor het eerstvolgende boekjaar. Bij de beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 2 artikelen 4:61, eerste lid, onderdeel b 4:63 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister kan, indien de verstrekte stukken, bedoeld in de, en, daartoe aanleiding geven, de verlening van de subsidie op een lager bedrag bepalen dan door de stichting is aangevraagd. Voordat Onze Minister een dergelijk besluit neemt, hoort hij de raad van toezicht van de stichting. 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 27-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 4:70 van de Algemene wet bestuursrecht Gelijktijdig met een inbedoelde mededeling dient de stichting een aanvraag in tot wijziging van de subsidie. 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 27-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Onze Minister verleent gedurende het boekjaar per kwartaal een voorschot van een kwart van het bedrag van de verleende subsidie. Onze Minister draagt er zorg voor dat de stichting elk voorschot uiterlijk een dag voorafgaande aan het kwartaal waarvoor het is bestemd heeft ontvangen. 2 In afwijking van het eerste lid kan de subsidie in ongelijke delen per kwartaal worden uitbetaald indien de stichting daarom verzoekt. 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 27-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De stichting dient jaarlijks vóór 15 mei een aanvraag tot vaststelling van de subsidie over het voorafgaande boekjaar in. 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 27-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op het financieel verslag. 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 27-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Onze Minister schrijft een protocol voor, dat de accountant hanteert die een controle uitvoert op de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen. Onze Minister schrijft dat protocol voor na overleg hierover met de stichting. 1995 454 29-09-1995 25-09-1995 1995 454 29-09-1995 25-09-1995 29-11-1995
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Onze Minister stelt de subsidie vast aan de hand van de overgelegde jaarrekening, waaruit blijkt hoe hoog de werkelijke exploitatielasten en het eventuele exploitatietekort van de stichting in het afgelopen boekjaar zijn geweest. 2 Onze Minister wijkt bij de vaststelling van de subsidie slechts af van het saldo van de jaarrekening nadat hij over deze afwijking overleg heeft gevoerd met het bestuur van de stichting. 3 Te veel betaalde voorschotten gelden als vooruitbetaling op de subsidie voor het eerstvolgend boekjaar. 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 27-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2003 102 18-03-2003 03-03-2003 2003 102 18-03-2003 03-03-2003 18-05-2003
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 4:71, eerste lid, onderdelen c, d, e en f van de Algemene wet bestuursrecht De stichting behoeft de toestemming van Onze Minister voor de handelingen, bedoeld in. 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 27-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 4:41, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht In het geval, bedoeld in, is de stichting aan Onze Minister een vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald door de opbrengstwaarde van de goederen. 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 1998 99 26-02-1998 14-02-1998 27-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van dit besluit. 1995 454 29-09-1995 25-09-1995 1995 454 29-09-1995 25-09-1995 29-11-1995
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De bij of krachtens dit besluit gestelde regels worden drie jaar na het oprichten van de stichting in opdracht van Onze Minister geëvalueerd. 2 Onze Minister stelt de stichting in kennis van de uitkomsten van de in het eerste lid bedoelde evaluatie, zodra deze bekend zijn. 1995 454 29-09-1995 25-09-1995 1995 454 29-09-1995 25-09-1995 29-11-1995
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop twee maanden zijn verstreken sedert de dag van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1995 454 29-09-1995 25-09-1995 1995 454 29-09-1995 25-09-1995 29-11-1995
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit subsidiëring stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening. 1995 454 29-09-1995 25-09-1995 1995 454 29-09-1995 25-09-1995 29-11-1995