Besluit van 12 december 1994, houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 77ff, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht
- BWB-id
- BWBR0007083
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007083
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-tenuitvoerlegging-jeugdstrafrecht-1994
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-tenuitvoerlegging-jeugdstrafrecht-1994/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007083&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007083&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007083/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/besluit-tenuitvoerlegging-jeugdstrafrecht-1994
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Dit besluit verstaat onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; b. artikelen 77g tot en met 77hh van het Wetboek van Strafrecht jeugdige: een persoon ten aanzien van wie recht is gedaan overeenkomstig de; c. voorwaardelijke veroordeling: veroordeling waarbij de straf of maatregel, tenzij de rechter later anders beveelt, geheel of gedeeltelijk niet zal worden ten uitvoer gelegd; d. openbaar ministerie: het openbaar ministerie bij het gerecht dat de straf van jeugddetentie of van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen heeft opgelegd; e. artikel 238, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek raad voor de kinderbescherming: de raad, bedoeld in; f. artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen inrichting: een inrichting als bedoeld in; g. artikel 1.1 van de Jeugdwet jeugdreclassering: gecertificeerde instelling als bedoeld in, bij de uitvoering van jeugdreclassering; h. artikel 1, onder b, onderscheidenlijk onder c, van de Reclasseringsregeling 1995 reclassering: de stichting alsmede een reclasseringsinstelling als bedoeld in; i. artikel 3 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen scholings- en trainingsprogramma: een programma als bedoeld in; j. artikel 77w van het Wetboek van Strafrecht gedragsbeïnvloedende maatregel: de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige, bedoeld in; k. gedragsinterventie: een gestructureerd geheel van methodische handelingen gericht op de beïnvloeding van gedrag of omstandigheden van de jeugdige, met als doel het voorkomen van recidive. 2 artikelen 77g tot en met 77hh van het Wetboek van Strafrecht Onder jeugdige wordt mede verstaan een jongvolwassene die ten tijde van het plegen van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren wel maar de leeftijd van 23 jaren nog niet had bereikt en ten aanzien van wie recht is gedaan overeenkomstig de. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1, onder aa, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen Zodra de uitspraak, waarbij een jeugdige de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd ten uitvoer kan worden gelegd, brengt het openbaar ministerie deze ter kennis van de selectiefunctionaris, bedoeld inonder bijvoeging van het dossier van de zaak. Het voegt daarbij het advies van de rechter omtrent de plaatsing en doet tevens mededeling van de verblijfplaats van de jeugdige en de datum waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Omtrent de jeugdige aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd worden door of vanwege de directeur van de inrichting aantekeningen gehouden. 2 De aantekeningen bevatten in elk geval: a. zo volledig mogelijke gegevens betreffende de afkomst en verleden; b. gegevens omtrent de lichamelijke en geestelijke toestand bij binnenkomst; c. de voortgang in het perspectiefplan; d. gegevens omtrent belangrijke voorvallen gedurende het verblijf. 2011 304 23-06-2011 16-06-2011 2011 296 23-06-2011 15-06-2011 01-07-2011 Treedt in werking op het tijdstip
waarop de Wijzigingswet Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, enz. (aanpassing tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende jeugdsancties) in werking
treedt.
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 10, tweede lid, van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen De jeugdreclassering dan wel de reclassering, belast met de begeleiding en het toezicht, bedoeld in, kan aan de directeur van de inrichting een voorstel doen tot wijziging of opheffing van de voorwaarden, verbonden aan de deelname aan het scholings- en trainingsprogramma. 2 artikel 10, tweede lid, van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen De jeugdreclassering dan wel de reclassering, belast met de begeleiding en het toezicht, bedoeld in, dient desgevraagd de directeur van de inrichting en Onze Minister van advies. 2011 304 23-06-2011 16-06-2011 2011 296 23-06-2011 15-06-2011 01-07-2011 Treedt in werking op het tijdstip
waarop de Wijzigingswet Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, enz. (aanpassing tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende jeugdsancties) in werking
treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen kan te allen tijde door Onze Minister voorwaardelijk of onvoorwaardelijk worden beëindigd indien het doel van de maatregel bereikt is of beter op andere wijze kan worden bereikt. 2 De beschikking tot voorwaardelijke beëindiging wordt genomen op voorstel van de directeur van de inrichting. 3 De beschikking kan ook ambtshalve worden genomen, doch slechts nadat de directeur van de inrichting is gehoord. 4 artikel 10, tweede lid, van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen De jeugdreclassering dan wel de reclassering, belast met de begeleiding en het toezicht, bedoeld in, kan aan Onze Minister een voorstel doen tot het voorwaardelijk beëindigen van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Dit voorstel wordt door tussenkomst van de directeur van de inrichting aan Onze Minister gedaan. 2011 304 23-06-2011 16-06-2011 2011 296 23-06-2011 15-06-2011 01-07-2011 Treedt in werking op het tijdstip
waarop de Wijzigingswet Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, enz. (aanpassing tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende jeugdsancties) in werking
treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Onze Minister wijst in de beschikking tot voorwaardelijke beëindiging de stichting aan die met de begeleiding van en het toezicht op de naleving van de voorwaarden is belast. 2 De stichting ontvangt mededeling van de beëindiging van de maatregel en de voorwaarden waaronder deze is verleend. 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Aan een beschikking tot voorwaardelijke beëindiging worden behoudens nader te stellen bijzondere voorwaarden, de volgende algemene voorwaarden verbonden: a. dat de jeugdige zich gedraagt overeenkomstig de aanwijzingen van de jeugdreclassering dan wel de reclassering en aan de reclasseringswerker alle verlangde inlichtingen zal verschaffen; b. dat hij tevoren melding doet aan de betrokken jeugdreclassering dan wel reclassering van een verandering van betrekking of woonplaats en c. dat hij zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onze Minister doet aan de jeugdige ten aanzien van wie de maatregel voorwaardelijk is beëindigd door tussenkomst van de directeur van de inrichting een beschikking toekomen, waarin de voorwaarden verbonden aan de beëindiging zijn vermeld. 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Indien Onze Minister voorwaardelijk of onvoorwaardelijk de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen beëindigt, stelt hij zo spoedig mogelijk de directeur van de inrichting, de raad voor de kinderbescherming en het openbaar ministerie van die beslissing in kennis. Indien de beëindiging voorwaardelijk is verleend, deelt hij daarbij de voorwaarden mede. 2 Indien de beslissing strekt tot onvoorwaardelijke beëindiging van de maatregel ten aanzien van een jeugdige aan wie reeds voorwaardelijke beëindiging was verleend, brengt Onze Minister de beslissing tevens ter kennis van de betrokken stichting. 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Het openbaar ministerie doet aan de betrokken stichting en aan Onze Minister onverwijld mededeling van: a. elke vrijheidsbeneming van de jeugdige door het daartoe bevoegde gezag; b. elk misdrijf dat de jeugdige heeft begaan of vermoedelijk heeft begaan en c. elk ter zijner kennis gekomen overtreding van de voorwaarden door de jeugdige. 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Indien de jeugdige de gestelde voorwaarden overtreedt, zendt de stichting via het openbaar ministerie aan Onze Minister een voorstel tot intrekking of schorsing van het voorwaardelijk ontslag dan wel een bericht waaruit blijkt om welke redenen die intrekking of schorsing niet, of nog niet, geraden wordt geacht. 2 Een voorstel tot intrekking kan tevens worden gedaan indien het belang van de jeugdige zulks bepaaldelijk vordert. 3 Ook het openbaar ministerie kan een voorstel of bericht als bedoeld in het eerste lid aan Onze Minister zenden. 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Indien Onze Minister besluit tot intrekking of schorsing van de voorwaardelijke beëindiging stelt hij de jeugdreclassering dan wel de reclassering, het openbaar ministerie, alsmede de directeur van de inrichting van zijn beslissing in kennis. 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 77s, zesde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht Uiterlijk drie maanden voordat de maatregel ingevolgevoorwaardelijk eindigt, maakt de directeur van de inrichting binnen een maand te rekenen vanaf voornoemd tijdstip een schriftelijk met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies op en zendt dit aan Onze Minister. Het advies betreft: a. de wenselijkheid van de verlenging van de maatregel; b. de termijn, waarover naar zijn mening, de verlenging zich zou moeten uitstrekken. 2 Bij het advies wordt een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de jeugdige overgelegd. 3 artikel 77s, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht Indien in het geval, bedoeld in het eerste lid, de jeugdige op grond van een scholings- en trainingsprogramma of een voorwaardelijke beëindiging als bedoeld in, buiten de inrichting verblijft, voegt de directeur van de inrichting bij zijn advies tevens de beschouwingen van de jeugdreclassering dan wel de reclassering inzake de wenselijkheid van de verlenging van de maatregel. 4 Onze Minister zendt het advies met bijlagen aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf terzake waarvan de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 33 24-01-2014 20-01-2014 01-04-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafrecht, enz. (invoering adolescentenstrafrecht) in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14, vierde lid Het openbaar ministerie, bedoeld in, doet Onze Minister zo spoedig mogelijk mededeling: a. van zijn eventuele beslissing geen vordering tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in te dienen; b. indien zodanige vordering wel is ingediend van de beslissing van de rechtbank. 2 Indien de rechter de maatregel niet verlengt stelt het openbaar ministerie zo spoedig mogelijk de directeur van de inrichting van die beslissing in kennis. 3 Indien de beslissing tot niet verlenging van de maatregel ziet op een jeugdige ten aanzien van wie reeds een beslissing tot voorwaardelijke beëindiging van de maatregel was genomen, brengt het openbaar ministerie deze beslissing tevens ter kennis van de jeugdreclassering dan wel de reclassering. 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 77tb van het Wetboek van Strafrecht artikel 77ta, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht Bij het indienen van een vordering als bedoeld inlegt het openbaar ministerie de beschouwingen over van de jeugdreclassering dan wel de reclassering over de wijze waarop de jeugdige de voorwaarden, bedoeld inheeft nageleefd. 2011 304 23-06-2011 16-06-2011 2011 296 23-06-2011 15-06-2011 01-07-2011 Treedt in werking op het tijdstip
waarop de Wijzigingswet Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, enz. (aanpassing tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende jeugdsancties) in werking
treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 77tb van het Wetboek van Strafrecht Het openbaar ministerie brengt een vordering en een beslissing als bedoeld in, ter kennis aan de raad voor de kinderbescherming. 2 artikel 77tb, derde lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafrecht Het openbaar ministerie brengt een beslissing als bedoeld in, onverwijld ter kennis aan de selectiefunctionaris. 2011 304 23-06-2011 16-06-2011 2011 296 23-06-2011 15-06-2011 01-07-2011 Treedt in werking op het tijdstip
waarop de Wijzigingswet Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, enz. (aanpassing tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende jeugdsancties) in werking
treedt.
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 artikel 77tc, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht Het openbaar ministerie brengt een vordering en een beslissing als bedoeld inter kennis aan de raad voor de kinderbescherming. 2 artikel 77tc, eerste lid Het openbaar ministerie brengt een beslissing als bedoeld in, onverwijld ter kennis aan de selectiefunctionaris. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 33 24-01-2014 20-01-2014 01-04-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafrecht, enz. (invoering adolescentenstrafrecht) in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Indien de directeur van de inrichting waar de jeugddetentie wordt ondergaan van oordeel is dat de gestrafte voorwaardelijk in vrijheid behoort te worden gesteld, doet hij daaromtrent een gemotiveerd voorstel aan het openbaar ministerie. 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Het openbaar ministerie brengt een beslissing van de rechter tot voorwaardelijke invrijheidstelling onverwijld ter kennis van de directeur van de inrichting waar de straf van jeugddetentie wordt ondergaan onder mededeling van de aan de jeugdige opgelegde voorwaarden en het begin en het einde van de proeftijd. 2 artikelen 77cc 77dd van het Wetboek van Strafrecht Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het mededelen van beslissingen krachtens deen. 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 2004 703 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De voorwaardelijke invrijheidstelling en haar herroeping worden aangetekend op het executie-extract van de rechterlijke uitspraak waarbij de straf werd opgelegd. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 33 24-01-2014 20-01-2014 01-04-2014 Voorheen art. 21. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafrecht, enz. (invoering adolescentenstrafrecht) in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 77w, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht Het programma, bedoeld inkan mede bestaan uit een of meer gedragsinterventies. 2 artikel 77w, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht Indien de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige gezamenlijk met een vrijheidsbenemende straf wordt opgelegd, voorziet het programma bedoeld inin ieder geval in begeleiding van de jeugdige bij een verantwoorde terugkeer in de samenleving. De rechter neemt in zijn vonnis zodanige bepalingen op als hij voor de juiste uitvoering van die begeleiding noodzakelijk acht. 3 Dit lid is nog niet in werking getreden. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 33 24-01-2014 20-01-2014 01-04-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafrecht, enz. (invoering adolescentenstrafrecht) in werking treedt.
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a Vervallen 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 33 24-01-2014 20-01-2014 01-04-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafrecht, enz. (invoering adolescentenstrafrecht) in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Dit lid is nog niet in werking getreden. 2 Het openbaar ministerie kan de jeugdreclassering en de reclassering, voor zover zij zijn belast met het toezicht, aanwijzingen geven omtrent het toezicht op de naleving van de voorwaarden. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 541 22-12-2014 15-12-2014 01-01-2015 Lid twee treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XXX van
de Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2013 (kst. 33771) in werking treedt. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XXX van de
Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2013 in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De jeugdreclassering of de reclassering die is belast met het toezicht, draagt er zorg voor dat de aard en de intensiteit van het toezicht en de verplichtingen waaraan de jeugdige zich in het kader van het toezicht heeft te houden, worden vastgelegd. 2 artikel 77za van het Wetboek van Strafrecht De jeugdreclassering of de reclassering die is belast met het toezicht, draagt er zorg voor dat het toezicht aanvangt binnen een termijn van vijf dagen na het ingaan van de proeftijd, dan wel binnen een termijn van zeven dagen na het ingaan van de proeftijd, indien de rechter een bevel als bedoeld inheeft gegeven. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 541 22-12-2014 15-12-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XXX van de
Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2013 in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De jeugdige volgt de aanwijzingen en opdrachten op die door de jeugdreclassering of de reclassering worden gegeven in het kader van het toezicht. 2 De jeugdige geeft veranderingen in de woon- of werksituatie onmiddellijk door aan de jeugdreclassering of de reclassering. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 541 22-12-2014 15-12-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XXX van de
Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2013 in werking treedt.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Zo spoedig mogelijk na de melding van niet naleving van voorwaarden brengt de jeugdreclassering of de reclassering advies uit aan het openbaar ministerie of de melding naar haar oordeel aanleiding zou kunnen geven tot een van de volgende maatregelen: a. artikel 77cc van het Wetboek van Strafrecht het indienen van een vordering als bedoeld in; b. artikel 77dd, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht het indienen van een vordering als bedoeld in. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 541 22-12-2014 15-12-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XXX van de
Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2013 in werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Met het oog op het beëindigen van het toezicht, stuurt de jeugdreclassering of de reclassering zo spoedig mogelijk een afloopbericht aan de raad voor de kinderbescherming en het openbaar ministerie. In het afloopbericht wordt het feitelijke verloop van het toezicht aangegeven. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 33 24-01-2014 20-01-2014 01-04-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafrecht, enz. (invoering adolescentenstrafrecht) in werking treedt.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De rechter kan bij schorsing van de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis, één of meer van de volgende bijzondere voorwaarden aan de schorsing verbinden: 1°. zich gedurende een door de rechter te bepalen termijn te houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook indien deze aanwijzingen inhouden dat de jeugdige zich onder behandeling van een bepaalde deskundige of bepaalde instantie zal stellen; 2°. het aanvaarden van intensieve begeleiding; 3°. het volgen van een leerproject van ten hoogste 120 uren; 4°. op een bepaald tijdstip of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn; 5°. zich op bepaalde tijdstippen te melden bij een bepaalde instantie; 6°. een verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen; 7°. een verbod om zich op of in de directe omgeving van een bepaalde locatie te bevinden; 8°. een verbod op het gebruik van verdovende middelen of alcohol en de verplichting ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek; 9°. andere bijzondere voorwaarden, het gedrag van de jeugdige betreffende. 2 artikel 1.1 van de Jeugdwet artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet Een behandeling als bedoeld in het eerste lid, onder 1°, of de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onder 9°, kunnen geheel of ten dele bestaan uit een vorm van jeugdhulp als bedoeld in, indien het college van burgemeester en wethouders een besluit tot het treffen van een voorziening op het gebied van jeugdhulp als bedoeld in, heeft genomen. 3 De rechter kan de werking van de bijzondere voorwaarden, genoemd in het eerste lid, beperken tot een bij de beslissing tot schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis te bepalen tijdsduur, met dien verstande dat een behandeling als bedoeld in het eerste lid, onder 1°, de begeleiding als bedoeld in het eerste lid, onder 2°, en een voorwaarde als bedoeld in het eerste lid, onder 9°, ten hoogste zes maanden kunnen duren. Aan een bijzondere voorwaarde kan elektronisch toezicht worden verbonden. 4 Dit lid is nog niet in werking getreden. 5 artikel 493, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering De inbedoelde instemming moet blijken uit een door de jeugdige ondertekende verklaring, waarin de aard en inhoud van de bijzondere voorwaarden zijn omschreven. De instemming van de jeugdige kan eveneens blijken uit het proces-verbaal ter terechtzitting. 2014 441 21-11-2014 05-11-2014 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Er is een netwerkberaad en een trajectberaad. 2 Het netwerkberaad en trajectberaad hebben tot doel de voorbereiding van de terugkeer in de samenleving van jeugdigen die op strafrechtelijke titel in een inrichting verblijven of hebben verbleven en het bevorderen van geleidelijke overgangen bij deze terugkeer. 3 Aan het netwerkberaad nemen deel: a. een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming, b. een vertegenwoordiger van de jeugdreclassering dan wel de reclassering, en c. een vertegenwoordiger van de inrichting waarin de jeugdige verblijft. 4 De vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming is voorzitter van het netwerkberaad. 5 Aan het trajectberaad nemen deel: a. een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming, b. een vertegenwoordiger van de jeugdreclassering dan wel de reclassering, c. een vertegenwoordiger van de inrichting waarin de jeugdige heeft verbleven, en d. een vertegenwoordiger van de gemeente, waar de jeugdige na zijn verblijf in de jeugdinrichting zal verblijven. 6 De vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming is voorzitter van het trajectberaad. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 33 24-01-2014 20-01-2014 01-04-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafrecht, enz. (invoering adolescentenstrafrecht) in werking treedt.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 33 24-01-2014 20-01-2014 01-04-2014 Voorheen art. 23. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafrecht, enz. (invoering adolescentenstrafrecht) in werking treedt.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994. 2014 138 02-04-2014 21-03-2014 2014 33 24-01-2014 20-01-2014 01-04-2014 Voorheen art. 24. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafrecht, enz. (invoering adolescentenstrafrecht) in werking treedt.