Besluit van 23 augustus 1995, ter uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen
- BWB-id
- BWBR0007523
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2021-06-01 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007523
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-uitvoering-wet-arbeid-vreemdelingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-uitvoering-wet-arbeid-vreemdelingen/2021-06-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007523&g=2021-06-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007523&z=2026-06-06&g=2021-06-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007523/2021-06-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/besluit-uitvoering-wet-arbeid-vreemdelingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld inis niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling: a. die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft en die incidentele arbeid verricht uitsluitend bestaande uit: 1°. het monteren of repareren van door zijn, buiten Nederland gevestigde, werkgever geleverde werktuigen, machines of apparatuur, dan wel het installeren en aanpassen van zijn, buiten Nederland gevestigde, werkgever geleverde software of uit het instrueren in het gebruik daarvan; 2°. het voeren van zakelijke besprekingen of het sluiten van overeenkomsten met bedrijven en instellingen; 3°. het voorbereiden, inrichten, houden of afbreken van een tentoonstelling of stand voor een buiten Nederland gevestigde opdrachtgever; 4°. het verzorgen van rapportages of het maken van documentaires voor een buiten Nederland gevestigd publiciteitsmedium; 5°. het werkzaam zijn in de huishouding van toeristen; 6°. het deelnemen aan sportwedstrijden, dan wel het werkzaam zijn als vaste persoonlijke begeleider van een deelnemer aan sportwedstrijden; 7°. het werkzaam zijn als artiest, vaste persoonlijk begeleider van een artiest, musicus, vaste persoonlijk begeleider van een musicus, beeldend kunstenaar, conservator of restaurator; 8°. het onbeloond deelnemen aan proeftrainingen, die in het kader van een sollicitatieprocedure met een werkgever in het betaald voetbal schriftelijk zijn overeengekomen en waarvan de exacte periodevoorafgaande aan de feitelijke deelname aan de proeftrainingen eveneens schriftelijk is vastgelegd; 9°. het in opdracht van een buitenlandse autoriteit controleren van in Nederland vervaardigde goederen, geproduceerde levensmiddelen of diervoerders ten behoeve van de invoer daarvan in het land van die buitenlandse autoriteit, of het in opdracht van een buitenlandse autoriteit opstellen, of afgeven van certificaten die vereist zijn voor de invoer van in Nederland vervaardigde goederen, geproduceerde levensmiddelen of diervoeders in het land van die buitenlandse autoriteit; 10°. het ontvangen van trainingen, dan wel instructies met betrekking tot het gebruik van in Nederland vervaardigde goederen en in Nederland te verrichten diensten. b. die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft en geen arbeidsovereenkomst heeft met een in Nederland gevestigde werkgever en uitsluitend arbeid verricht op buiten Nederland geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer; c. Zeebrievenwet die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft en als lid van de bemanning schepelingendienst verricht aan boord van een zeeschip in de zin van de, voor zover het zeeschip niet uitsluitend als binnenschip wordt geëxploiteerd op de Nederlandse binnenwateren, dan wel als werktuig voor weg en waterbouw binnen Nederland; d. die houder is van een door Onze Minister van Buitenlandse Zaken afgegeven legitimatiebewijs; e. die als correspondent werkzaam is in dienst van een publiciteitsmedium dat zijn hoofdzetel buiten Nederland gevestigd heeft; f. die als militair behoort tot de krijgsmacht van een vreemde mogendheid; g. die als burger werkzaam is in dienst van een Geallieerd Hoofdkwartier of de Noordatlantische Verdragsorganisatie; h. die als burger werkzaam is in dienst van een vreemde mogendheid ten behoeve van een Geallieerd Hoofdkwartier, de Noordatlantische Verdragsorganisatie dan wel een vreemde krijgsmacht; i. die als burger werkzaam is in dienst van een vreemde mogendheid ten behoeve van een instelling die in verband met de aanwezigheid van een Geallieerd Hoofdkwartier in Nederland is gevestigd; j. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; k. die met een door of vanwege de Europese Unie, een instituut of instelling voor internationaal onderwijs of onderzoek dat door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wordt gesubsidieerd, de Nederlandse overheid, of een Nederlandse onderwijs- of onderzoeksinstelling verstrekte beurs in Nederland tijdelijk onderzoek verricht voor de duur van de beurs en degene die in het kader van een bilaterale of multilaterale overeenkomst waarbij Nederland partij is onderzoek verricht voor de duur zoals is bepaald in de bilaterale of multilaterale overeenkomst; l. die onderwijs geeft of onderzoek verricht aan een universiteit, hogeschool of instelling die gelieerd is aan of werkzaam is op het terrein van een universiteit, hogeschool of instelling voor hoger internationaal onderwijs; m. die tot Nederland wordt toegelaten om arbeid te verrichten in het kader van een actieprogramma van de Europese Unie dat bekend gemaakt is in het publicatieblad van de Europese Unie voor de duur zoals is bepaald in het programma; n. die in het kader van een ontwikkelingssamenwerkingsproject voor maximaal vier aaneengesloten weken per kalenderjaar naar Nederland komt om in samenwerking met Nederlandse ondernemers, vakspecialisten of experts van het project uitzending managers kennis en ervaring op te doen inzake de bedrijfsvoering van bedrijven, en zich door hen laat adviseren. 2 Onder incidentele arbeid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, wordt verstaan: a. onder 1°, 3°, 9° en 10°, arbeid met een maximale duur van 12 aaneengesloten weken binnen een tijdbestek van 36 weken; b. onder 2°, arbeid met een maximale duur van 13 weken binnen een tijdsbestek van 52 weken; c. onder 4°, 5°, 6° en 7°, arbeid met een maximale duur van 6 aaneengesloten weken binnen een tijdbestek van 13 weken; d. onder 8°, arbeid met een maximale duur van 4 aaneengesloten weken binnen een tijdsbestek van 52 weken. 3 Het eerste lid, onderdeel a, onder 8°, is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die de leeftijd van 17 jaar nog niet heeft bereikt. 4 Indien een vreemdeling wordt vervangen door een andere vreemdeling die op dezelfde plaats hetzelfde of vergelijkbaar werk uitvoert, is de duur van de incidentele arbeid, bedoeld in het tweede lid, de totale duur van de perioden van arbeid van de afzonderlijke vreemdelingen gezamenlijk. 2020 270 20-07-2020 14-07-2020 2020 270 20-07-2020 14-07-2020 01-09-2020
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die: a. artikel 8, onder a, c of l, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 8, onder f, g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van, dan wel rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van, in verband met een aanvraag van een verblijfsvergunning asiel of een aanvraag om voortgezette toelating, en b. naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als vrijwilliger deelneemt aan arbeid die gebruikelijk onbetaald wordt verricht, geen winstoogmerk heeft en een algemeen maatschappelijk doel dient. 2008 597 30-12-2008 29-12-2008 2008 601 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, enz. (evaluatie Wet SUWI, Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en deregulering) (Stb. 2008/600) in werking treedt.
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Vreemdelingenwet 2000 artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling van wie de krachtens deafgegeven vergunning met daarop de aantekening, bedoeld in, is ingetrokken en die met instemming van Onze Minister van Veiligheid en Justitie in Nederland verblijft en beschikt over een geldige sticker in het paspoort met de aantekening «arbeid is vrij toegestaan». 2 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling: a. die in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor dezelfde werkzaamheden bij dezelfde werkgever; b. van wie de aanvraag is ontvangen uiterlijk op de dag voor de dag waarop de geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning verstrijkt, dan wel, indien deze later is ontvangen, indien de termijnoverschrijding de vreemdeling niet kan worden toegerekend; c. die dezelfde werkzaamheden verricht bij dezelfde werkgever als waarvoor de vreemdeling reeds voor de verlengingsaanvraag in het bezit is gesteld van een gecombineerde vergunning; en d. die beschikt over een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie afgegeven geldige sticker in het paspoort met de aantekening «TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend». 2017 134 04-04-2017 27-03-2017 2017 134 04-04-2017 27-03-2017 05-04-2017
Artikel 1c — Artikel 1c#
Artikel 1c artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling, die beschikt over een vergunning tot verblijf op grond van. 2004 183 29-04-2004 22-04-2004 2004 183 29-04-2004 22-04-2004 01-05-2004
Artikel 1d — Artikel 1d#
Artikel 1d 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen artikel 8, onderdelen a, b, c, d, e, k of l, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft op grond vanof een vreemdeling die in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf die overeenkomt met het verblijfsdoel «kennismigrant» waarvoor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld inis aangevraagd en die: artikel 2c van de Vreemdelingenwet 2000 en wiens werkgever door Onze Minister van Veiligheid en Justitie krachtensis erkend als referent ten behoeve van het verblijf van vreemdelingen die in Nederland verblijven of willen verblijven voor het verrichten van arbeid in loondienst, als kennismigrant of voor onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (herschikking) (PbEU 2016, L 132). a. artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 als kennismigrant als bedoeld inin Nederland wordt tewerkgesteld op basis van een arbeidsovereenkomst of een ambtelijke aanstelling en: 1°. van wie het overeengekomen vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt, indien hij de leeftijd van dertig jaar niet heeft bereikt, ten minste € 3.484 per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag, dan wel indien hij dertig jaar of ouder is, ten minste € 4.752 per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag, of 2°. artikel 3.42 van het Vreemdelingenbesluit 2000 die voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst» op grond vanen van wie het overeengekomen vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt, ten minste € 2.497 per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag, b. in Nederland wordt tewerkgesteld in het kader van het doen van wetenschappelijk onderzoek bij een bekostigde of aangewezen onderwijsinstelling of een van overheidswege direct of indirect, geheel of gedeeltelijke bekostigde of gesubsidieerde onderzoeksinstelling, c. in Nederland wordt tewerkgesteld als arts in opleiding tot specialist aan een door de Medisch Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie aangewezen opleidingsinstituut, of d. artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 artikel 1, onderdeel t, van de Vreemdelingenwet 2000 als gastdocent onder de beperking «arbeid als kennismigrant» als bedoeld inin Nederland wordt tewerkgesteld bij een universiteit, hogeschool of instelling voor hoger internationaal onderwijs die erkende referent is als bedoeld inen die beschikt over een gastovereenkomst met de vreemdeling, of bij een onderzoeksinstelling die gelieerd is aan of werkzaam is op het terrein van een universiteit, hogeschool of instelling voor hoger internationaal onderwijs, die erkende referent is en die beschikt over een gastovereenkomst met de vreemdeling, 2 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld inis eveneens niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die arbeid verricht als bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c of d, en daarnaast arbeid als zelfstandige verricht. 3 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, blijft het verbod, bedoeld invan toepassing met betrekking tot de vreemdeling die: a. werkzaam is als beroepssporter in het betaald voetbal; b. werkzaam is als geestelijke, of c. artikel 3 werkzaamheden als bedoeld inverricht. 4 De in het eerste lid, onder a, genoemde bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd met het percentage waarmee het indexcijfer van de CAO-lonen over de maand oktober daaraan voorafgaand, gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek, afwijkt van het indexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. 5 artikel 3.30a van het Vreemdelingenbesluit 2000 Het loon, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is ten minste marktconform als bedoeld inen wordt door de werkgever over een periode van ten hoogste een maand, bijgeschreven op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, op naam van de vreemdeling. 2020 61666 27-11-2020 19-11-2020 2020-0000127590 2020 61666 27-11-2020 19-11-2020 2020-0000127590 01-01-2021
Artikel 1e — Artikel 1e#
Artikel 1e artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld inis niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening tijdelijk in Nederland arbeid verricht in dienst van een werkgever die buiten Nederland is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, mits: a. de vreemdeling voldoet aan alle voorschriften inzake verblijf, werkvergunning en sociale zekerheid om als werknemer van de werkgever arbeid te verrichten in het land waar de werkgever gevestigd is, b. de vreemdeling arbeid verricht die gelijksoortig is aan de arbeid waartoe de vreemdeling gerechtigd is in het land waar de werkgever gevestigd is, c. de vreemdeling slechts de vervanger is van een andere vreemdeling die gelijksoortige arbeid heeft verricht, indien de totale duur van de overeengekomen dienstverrichting niet wordt overschreden, en d. artikel 6, derde lid, onderdeel a, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie de werkgever daadwerkelijk substantiële activiteiten verricht als bedoeld in. 2016 347 04-10-2016 28-09-2016 2016 348 04-10-2016 28-09-2016 01-01-2017
Artikel 1f — Artikel 1f#
Artikel 1f 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld inis niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in Nederland: a. artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig verblijf heeft op grond vanen die als stagiair wordt tewerkgesteld in het kader van zijn studie; b. artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor studie als bedoeld in, en arbeid als zelfstandige verricht, of als stagiair wordt tewerkgesteld in het kader van zijn studie; c. vóór zijn achttiende verjaardag is gestart: 1°. artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.2.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.2.8, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs met een beroepsopleiding bij een instelling als bedoeld in, of bij een instelling die een beroepsopleiding verzorgt waarvan op grond vanaan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens een diploma of certificaat is verbonden, en die in het kader van de beroepsopleidende leerweg, bedoeld inonbezoldigd te werk wordt gesteld op grond van een beroepspraktijkvormingsovereenkomst als bedoeld in; 2°. artikel 10f, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs met praktijkonderwijs als bedoeld in, en die in het kader van de voorbereiding op het uitoefenen van functies op de arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 10f, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, onbezoldigd te werk wordt gesteld; 3°. artikel 10b1, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 10b3, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 6f, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs met een leer-werktraject als bedoeld in, en die in het kader van een beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 10b1, tweede lid, onder b, van de Wet op het voortgezet onderwijs op grond van een leer-werkovereenkomst als bedoeld inof een maatschappelijke stage als bedoeld in artikel 10b1, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs op grond van een stageovereenkomst als bedoeld inonbezoldigd te werk wordt gesteld; 4°. artikel 10b8 van de Wet op het voortgezet onderwijs met een entreeopleiding als bedoeld in, en die in het kader van de kwalificatie voor het eerste niveau van beroepsuitoefening onbezoldigd te werk wordt gesteld op grond van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 10b9, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; 5°. artikel 14, eerste lid, onder b, van de Wet op de expertisecentra artikel 9 van het Onderwijskundig besluit WEC met het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel van het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in, en die in het kader van het getuigschrift onbezoldigd te werk wordt gesteld op grond van een stageovereenkomst als bedoeld in; of 6°. artikel 14, eerste lid, onder a, van de Wet op de expertisecentra artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 10b8 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 10b3, van Wet op het voortgezet onderwijs met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs van het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in, en die in het kader van een leer-werktraject of een beroepsgericht programma als bedoeld in, een entreeopleiding als bedoeld in, of de kwalificatie voor het eerste niveau van beroepsuitoefening onbezoldigd te werk wordt gesteld op grond van een leer-werkovereenkomst als bedoeld in; of d. artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 artikel 7.51, tweede lid, onder a, van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor studie als bedoeld in, en activiteiten verricht in het kader van medezeggenschap of een bestuursfunctie als bedoeld in. 2 De onderdelen a en b van het eerste lid zijn van toepassing indien: a. de stage wordt verricht op grond van een schriftelijke stageovereenkomst gesloten tussen de onderwijsinstelling, de werkgever als stagebiedende organisatie, en de stagiair, waarbij in ieder geval bij de overeenkomst afspraken zijn gemaakt over de taken van de stagiair, de leerdoelen, de arbeidstijden, de duur van de stage en onkostenvergoedingen en voorzien is in een ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering; b. de onderwijsinstelling in de stageovereenkomst verklaart dat de stage relevant is voor zijn studie; en c. de stageovereenkomst aanwezig is bij de werkgever op de stageplek. 2019 486 18-12-2019 11-12-2019 2019 486 18-12-2019 11-12-2019 01-01-2020
Artikel 1g — Artikel 1g#
Artikel 1g artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing op de vreemdeling die: artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.4.1. Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 7.2.8. van de Wet educatie en beroepsonderwijs Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in Nederland een beroepsopleiding volgt bij een instelling als bedoeld inof een instelling die een beroepsopleiding verzorgt waarvan op grond vanaan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens een diploma of certificaat is verbonden, en in het kader van die beroepsopleiding te werk wordt gesteld op grond van een beroepspraktijkvormingsovereenkomst als bedoeld in, dan wel in Nederland in het kader van een opleiding aan een hogeschool in de zin van dete werk wordt gesteld op de grond van een stageovereenkomst, gesloten tussen de hogeschool, de werkgever en hemzelf. a. artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers artikel 8, onderdeel f of h, van de Vreemdelingenwet 2000 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld inheeft aangevraagd, aanspraken op voorzieningen geniet voorzien bij of krachtens deof een ander wettelijk voorschrift dat aanspraken op voorzieningen regelt en op basis vanrechtmatig in Nederland verblijft; dan wel b. artikel 14, eerste lid, onderdeel e, van de Vreemdelingenwet 2000 minderjarig is en houder is van een op grond vanverleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking medische behandeling, en 2013 360 26-09-2013 20-09-2013 2013 556 19-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 1h — Artikel 1h#
Artikel 1h 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 2c van de Vreemdelingenwet 2000 Het verbod, bedoeld inis niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in, verleend onder een beperking verband houdend met onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (herschikking) (PbEU 2016, L 132) of een vreemdeling die in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf die overeenkomt met voornoemd verblijfsdoel, die in Nederland wordt tewerkgesteld bij een krachtensals referent erkende onderzoeksinstelling in de zin van die richtlijn. 2 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen artikel 3.3, vierde lid, onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000 artikel 2c van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 1, eerste lid, onder l Het verbod, bedoeld inis eveneens niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in Nederland verblijft op grond vanen onderwijs geeft of onderzoek verricht aan een krachtensals referent erkende onderzoeksinstelling die geen universiteit, hogeschool of gelieerde instelling is, bedoeld in. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een vreemdeling die in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor onderzoek in de zin van de richtlijn, bedoeld in het eerste lid, en tevens houder is van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning voor onderzoek in de zin van die richtlijn. 2018 107 19-04-2018 09-04-2018 2018 107 19-04-2018 09-04-2018 23-05-2018
Artikel 1i — Artikel 1i#
Artikel 1i 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld inis niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die houder is van een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie ter uitvoering van artikel 7 van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan (PbEU L 155) afgegeven Europese blauwe kaart, dan wel van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf onder een beperking verband houdend met verblijf als houder van een Europese blauwe kaart, voor zover die vreemdeling: a. een opleiding aan een geaccrediteerde opleiding aan een instelling voor hoger onderwijs in Nederland of een vergelijkbare opleiding aan een buitenlandse hogeronderwijsinstelling met goed gevolg heeft afgerond, en b. van de werkgever een vast brutoloon voor de arbeid ontvangt van ten minste € 5.567 per maand, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag. 2 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld inis eveneens niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die arbeid verricht als bedoeld in het eerste lid, en daarnaast arbeid als zelfstandige verricht. 3 Het in het eerste lid, onder b, genoemde bedrag wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd met het percentage waarmee het indexcijfer van de CAO-lonen over de maand oktober daaraan voorafgaand, gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek, afwijkt van het indexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. 4 Het loon, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt door de werkgever over een periode van ten hoogste een maand, bijgeschreven op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, op naam van de vreemdeling. 2020 61666 27-11-2020 19-11-2020 2020-0000127590 2020 61666 27-11-2020 19-11-2020 2020-0000127590 01-01-2021
Artikel 1j — Artikel 1j#
Artikel 1j artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 Het verbod, bedoeld inis voor een periode van maximaal één jaar niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van, onder de beperking «uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag», bedoeld in, indien: a. het een au pair betreft die: 1°. verblijft in een gastgezin, bestaande uit minimaal twee personen, tot wie de vreemdeling niet in familierechtelijke betrekking staat tot in de derde graad en voor wie deze niet eerder werkzaamheden heeft verricht, 2°. kost en inwoning geniet van het gastgezin, 3°. maximaal 8 uur per dag tot een maximum van 30 uur per week in het gastgezin slechts lichte ondersteunende huishoudelijke werkzaamheden mag verrichten, waarvoor een aantoonbaar alternatief voorhanden is, 4°. minimaal 2 dagen per week vrij heeft, 5°. een dagindeling met het gastgezin schriftelijk en in een voor de au pair begrijpelijke taal heeft vastgesteld op grond waarvan de au pair licht ondersteunende huishoudelijke werkzaamheden verricht, en 6°. artikel 17 van de wet kan aantonen dat een verklaring is ondertekend, waaruit blijkt dat het gastgezin zich er van bewust is, dat de toezichthouders de bevoegdheid, bedoeld in, hebben; b. er sprake is van werkzaamheden in het kader van een Working Holiday Scheme (WHS) of een Working Holiday Programme (WHP), dat in een Memorandum of Understanding geformuleerd is dat is goedgekeurd door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Veiligheid en Justitie; c. er sprake is van werkzaamheden in het kader van een door het Nederlands Jeugdinstituut goedgekeurd European Voluntary Service-programme; of d. er sprake is van deelname aan een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie goedgekeurd uitwisselingsprogramma van een particuliere uitwisselingsorganisatie en verblijft in het gastgezin, bestaande uit minimaal 2 personen voor wie de vreemdeling niet eerder werkzaamheden heeft verricht. 2019 297 20-09-2019 30-08-2019 2019 297 20-09-2019 30-08-2019 01-10-2019
Artikel 1k — Artikel 1k#
Artikel 1k 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld inis niet van toepassing met betrekking tot de vreemdeling die werkzaamheden verricht binnen een traject in het kader van het internationale handelsverkeer, waarbij de in Nederland gevestigde werkgever de werkzaamheden in opdracht van de in het buitenland gevestigde onderneming, werkgever, of opdrachtgever verricht, indien het gaat om werkzaamheden die de vreemdeling uitoefent in de hoedanigheid van: a. directeur-grootaandeelhouder van een in het buitenland gevestigde onderneming; b. opdrachtnemer van een in het buitenland gevestigde onderneming; of c. werknemer van een in het buitenland gevestigde werkgever. 2 De werkgever die gebruik wil maken van dit artikel dient daartoe een schriftelijke aanvraag in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Bij het verzoek worden het traject, de bijbehorende werkzaamheden, evenals de duur van het traject gemeld, en wordt door de werkgever aangetoond dat hij aan de voorwaarden van dit artikel voldoet. 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beslist binnen vijf weken op het verzoek tot toelating van het traject, bedoeld in het tweede lid. 4 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verleent de toelating van het traject, bedoeld in het tweede lid, voor het traject voor de duur van maximaal drie jaar. 5 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de toelating van het traject, bedoeld in het tweede lid, weigeren: a. indien de activiteit naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen concurrentie oplevert met het prioriteitgenietend aanbod, waarbij wordt meegewogen: 1°. de aard van het traject; 2°. de aard van de werkzaamheden die de vreemdeling binnen het traject zal uitvoeren; 3°. de duur van het traject; 4°. de waarde van de te leveren of geleverde goederen en diensten; 5°. het verwachte aantal vreemdelingen dat werkzaamheden zal uitvoeren binnen het traject; en 6°. de waarde van het traject; b. indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag een onherroepelijke bestuurlijke boete is opgelegd op grond van een overtreding als bedoeld in: 1°. artikel 10:1 van de Arbeidstijdenwet ; 2°. artikel 33 van de Arbeidsomstandighedenwet ; 3°. artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ; 4°. artikel 18 van de Wet arbeid vreemdelingen ; of 5°. artikel 16 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs ; c. indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag is gestraft op grond van: 1°. artikel 273f, van het Wetboek van Strafrecht ; 2°. artikel 11:3 van de Arbeidstijdenwet ; of 3°. artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet ; d. indien de werkgever in het kader van een vorig traject niet heeft voldaan aan de meldplicht, bedoeld in het zevende lid. 6 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de toelating van het traject, bedoeld in het tweede lid, intrekken: a. indien de voor verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn geweest, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; b. indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan het moment waarop de toelating van het traject wordt ingetrokken een onherroepelijke bestuurlijke boete is opgelegd op grond van een overtreding als bedoeld in: 1°. artikel 10:1 van de Arbeidstijdenwet ; 2°. artikel 33 van de Arbeidsomstandighedenwet ; 3°. artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ; 4°. artikel 18 van de Wet arbeid vreemdelingen ; of 5°. artikel 16 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs ; c. indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan het moment waarop de toelating van het traject wordt ingetrokken is gestraft op grond van: 1°. artikel 273f, van het Wetboek van Strafrecht ; 2°. artikel 11:3 van de Arbeidstijdenwet ; of 3°. artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet . 7 Beëindiging van het traject meldt de werkgever binnen drie maanden na afloop aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2017 134 04-04-2017 27-03-2017 2017 134 04-04-2017 27-03-2017 01-07-2017
Artikel 1l — Artikel 1l#
Artikel 1l artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 Het verbod, bedoeld inis niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van, en die: a. artikel 47, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet gedetineerd is en deelneemt aan de in de inrichting beschikbare arbeid als bedoeld in; b. artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet deelneemt aan een penitentiair programma als bedoeld in; of c. artikel 9 van het Wetboek van Strafrecht arbeid verricht in het kader van een taakstraf in de zin van. 2013 360 26-09-2013 20-09-2013 2013 556 19-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 1m — Artikel 1m#
Artikel 1m 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning regulier onder de beperking in verband met studie als bedoeld inof die rechtmatig verblijf heeft op grond van, en arbeid verricht die noodzakelijk is voor het opdoen van werkervaring in het kader van een opleiding aan een Academie van Bouwkunst waarbij werk en studie worden gecombineerd, mits: a. de tewerkstelling plaatsvindt op grond van een arbeidsovereenkomst waarin in ieder geval het aantal te werken uren per week, de ingangsdatum en duur van het contract en de beloning worden vermeld; b. een tripartiete overeenkomst wordt gesloten tussen de onderwijsinstelling, de werkgever, en de student; c. de tripartiete overeenkomst en arbeidsovereenkomst aanwezig is bij de werkgever op de werkplek; d. de arbeid verricht wordt voor de duur van maximaal 32 uur per week; en e. de student loon ontvangt dat marktconform is. 2 Dit artikel is van toepassing op de instroom per studiejaar voor de Academies van Bouwkunst gezamenlijk van de eerste 50 studenten met de nationaliteit van een staat die niet tot de Europese Unie behoort, die geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of niet met de Zwitserse nationaliteit. 2019 486 18-12-2019 11-12-2019 2019 486 18-12-2019 11-12-2019 01-01-2020
Artikel 1n — Artikel 1n#
Artikel 1n 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld inis niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling, voor zover die arbeid verricht in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, indien hij: a. artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000 houder is van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» in de zin van; b. artikel 3.3, eerste lid, onder c, Vreemdelingenbesluit 2000 richtlijn 2014/66 ten hoogste 90 dagen in Nederland verblijft op grond vanen houder is van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning met de vermelding «ICT», die is afgegeven ter uitvoering van/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming (PbEU 2014, L 157), of c. in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van de onder a bedoelde verblijfsvergunning en tevens houder is van de onder b bedoelde door een andere lidstaat afgegeven verblijfsvergunning. 2 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld inis eveneens niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die arbeid verricht als bedoeld in het eerste lid, en daarnaast arbeid als zelfstandige verricht. 2018 310 14-09-2018 27-08-2018 2018 310 14-09-2018 27-08-2018 01-10-2018
Artikel 1o — Artikel 1o#
Artikel 1o 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld inis niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verricht voor een onderneming die naar het oordeel van onze Minister van Justitie en Veiligheid startend en innovatief is met schaalbare bedrijfsactiviteiten, en: a. van wie het overeengekomen vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt, ten minste € 2.497 bruto per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag; en b. die een medewerkersparticipatie van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat bij ministeriële regeling vast te stellen percentage in de onderneming, bedoeld in het eerste lid, aanhef, ontvangt. 2 artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De beoordeling of sprake is van een onderneming als bedoeld in het eerste lid geschiedt aan de hand van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid bij ministeriële regeling in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat vastgesteld toetsingskader. Er is in ieder geval geen sprake van een onderneming als bedoeld in het eerste lid indien de onderneming op het moment van de beoordeling arbeid laat verrichten door meer dan vijftien werknemers, die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld inwerkzaam zijn. De beoordeling heeft een geldigheidsduur van drie jaar na ingang van de eerste verblijfsvergunning ten behoeve van werkzaamheden in het kader van dit artikel. 3 Bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden nadere regels gesteld over de medewerkersparticipatie. 4 Dit artikel is van toepassing op ten hoogste vijf vreemdelingen die werkzaamheden verrichten voor de onderneming, bedoeld in het eerste lid. 5 Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd met het percentage waarmee het indexcijfer van de CAO-lonen over de maand oktober daaraan voorafgaand, gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek, afwijkt van het indexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. 6 Het loon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt door de werkgever over een periode van ten hoogste een maand, bijgeschreven op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, op naam van de vreemdeling. 2021 239 31-05-2021 26-05-2021 2021 239 31-05-2021 26-05-2021 01-06-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Een aantekening als bedoeld inwordt afgegeven aan: a. artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van: 1°. artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 een kennismigrant als bedoeld in; 2°. artikel 1i een houder van een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie afgegeven Europese blauwe kaart als bedoeld in; 3°. artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000 een houder van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» op grond van; 4°. artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 een zelfstandige als bedoeld in; of 5°. artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 1o een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een vreemdeling, bedoeld in. b. artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van, en is toegelaten voor verblijf bij: 1. artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 een in Nederland woonachtige Nederlander of gemeenschapsonderdaan die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van, of 2. artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen een vreemdeling aan wie een aantekening als bedoeld inis afgegeven; c. artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een vreemdeling die is toegelaten onder een beperking verband houdend met onderzoek als bedoeld in; d. Vreemdelingenwet 2000 artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen een vreemdeling, met uitzondering van de vreemdeling, genoemd in de onderdelen a en f, die in het verleden heeft beschikt over een krachtens de Vreemdelingenwet ofafgegeven vergunning met daarop de aantekening, bedoeld in, die is afgegeven op grond van het tweede lid van dat artikel en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd; e. artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 1, onderdelen o en c, van de Mijnbouwwet een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van, indien de vreemdeling gedurende ononderbroken periode van zeven jaar direct voorafgaande aan de vergunning tot verblijf werkzaam is geweest op zeeschepen die onder Nederlandse vlag varen en in Nederland zijn geregistreerd of op mijnbouwinstallaties op het continentaal plat als bedoeld in; f. artikel 3.42 van het Vreemdelingenbesluit 2000 een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst» die is verleend op grond van; g. artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van, onder een beperking «tijdelijke humanitaire gronden» of «niet-tijdelijke humanitaire gronden» als bedoeld in; h. de afhankelijke gezinsleden van de onder g genoemde vreemdelingen; i. artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van, onder de beperking «verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling», genoemd in; j. artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van, onder de beperking «het afwachten van een verzoek op grond van», genoemd in. 2021 239 31-05-2021 26-05-2021 2021 239 31-05-2021 26-05-2021 01-06-2021
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 8, eerste lid, onderdelen a, b, c, f en h, van de Wet arbeid vreemdelingen artikel 8, tweede lid, van die wet In afwijking vanmag een vreemdeling als bedoeld inarbeid verrichten indien: a. artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers artikel 8, onderdelen f of h, van de Vreemdelingenwet 2000 die vreemdeling een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in, heeft aangevraagd en welke aanvraag blijkens een verklaring van Onze Minister van Justitie tenminste zes maanden in behandeling is, aanspraken op voorzieningen geniet voorzien bij of krachtens deof een ander wettelijk voorschrift dat aanspraken op voorzieningen regelt en de vreemdeling op basis vanrechtmatig in Nederland verblijft; b. de vreemdeling, bedoeld in onderdeel a, de in de vergunningsaanvraag aangegeven werkzaamheden onder marktconforme voorwaarden zal verrichten, en c. de vreemdeling, bedoeld in onderdeel a, binnen een tijdsbestek van 52 weken vanaf de aanvang van de werkzaamheden een arbeidsperiode van in totaal 24 weken, waarin ten hoogste een arbeidsperiode van 14 weken is gelegen waarin werkzaamheden worden verricht als artiest, musicus, filmmedewerker of in de vorm van technische ondersteuning van optredens van een artiest of musicus, niet overschrijdt. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid, onderdeel a. 2018 310 14-09-2018 27-08-2018 2018 310 14-09-2018 27-08-2018 01-10-2018
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning wordt geweigerd voor werkzaamheden geheel of ten dele bestaande in het verrichten van seksuele handelingen met derden of voor derden. 2014 124 20-03-2014 12-03-2014 2014 124 20-03-2014 12-03-2014 01-04-2014
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Vervallen 2016 480 08-12-2016 30-11-2016 2016 480 08-12-2016 30-11-2016 01-10-2019
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 Ten behoeve van vreemdelingen met de Noord-Koreaanse nationaliteit worden geen tewerkstellingsvergunningen of gecombineerde vergunningen verleend. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien het Sanctiecomité, bedoeld in Resolutie 1718 (2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, vooraf per geval goedkeuring geeft voor de tewerkstelling van vreemdelingen met de Noord-Koreaanse nationaliteit omdat het dit nodig acht voor de verstrekking van humanitaire bijstand, denuclearisatie, of enig ander doel dat verenigbaar is met de doelstellingen van de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties 1718 (2006), 1874 (2009), 2087 (2013), 2094 (2013), 2270 (2016), 2321 (2016), 2356 (2017) of 2371 (2017). 3 artikel 1 artikelen 1b 1d 1f 1h 1i 1j 1k 1m artikel 2 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen In afwijking van, met uitzondering van de artikelen 1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 6°, en de onderdelen b en c, en in afwijking van de,,,,,,,, en, is het verbod, bedoeld invan toepassing met betrekking tot de vreemdeling met de Noord-Koreaanse nationaliteit. 2018 310 14-09-2018 27-08-2018 2018 310 14-09-2018 27-08-2018 01-10-2018
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen Het verbod, bedoeld inis gedurende zes en twintig weken na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit niet van toepassing op een vreemdeling die reeds vóór de inwerkingtreding daarvan: a. uitsluitend arbeid verricht op vervoermiddelen in het internationale verkeer; b. als stagiaire hier te lande werkzaam is in het kader van een met een vreemde mogendheid gesloten overeenkomst; c. optreedt als gastdocent aan een Nederlandse instelling voor wetenschappelijk onderwijs; d. is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn; e. arbeid verricht in dienst van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. 1995 406 31-08-1995 23-08-1995 1995 405 31-08-1995 23-08-1995 01-09-1995
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Vervallen 2013 360 26-09-2013 20-09-2013 2013 556 19-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b 1 artikel 17b, eerste lid, van de wet Na een herhaling van een overtreding of soortgelijke overtreding wordt een waarschuwing gegeven als bedoeld inen indien een herhaling van die of een soortgelijke overtreding is geconstateerd als bedoeld in dat artikel van de wet, wordt een bevel opgelegd door de daartoe aangewezen ambtenaar dat de door hem aangewezen werkzaamheden voor een daarbij aangegeven periode worden stilgelegd dan wel niet mogen aanvangen. 2 artikel 17b, eerste lid, van de wet Indien een ernstige overtreding is geconstateerd, wordt in afwijking van het eerste lid, een waarschuwing als bedoeld ingegeven bij de eerste overtreding en wordt, indien opnieuw dezelfde of een soortgelijke overtreding is geconstateerd die eveneens ernstig is, een bevel opgelegd door de daartoe aangewezen ambtenaar dat de door hem aangewezen werkzaamheden voor een daarbij aangegeven periode worden stilgelegd dan wel niet mogen aanvangen. 3 Als een ernstige overtreding als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt aangemerkt de overtreding waarbij ten minste 20 werkenden zijn betrokken. 4 artikelen 2a, eerste lid 15 van de wet Indien de aard van de overtreding of de met de overtreding samenhangende omstandigheden dan wel de gevolgen van een stillegging van de werkzaamheden daartoe aanleiding geven, kan worden afgezien van een waarschuwing als bedoeld in het eerste en tweede lid en kan worden afgezien van een bevel als bedoeld in het eerste en tweede lid. Een dergelijke waarschuwing wordt niet gegeven of een dergelijk bevel wordt niet opgelegd, indien de overtreding een handelen of nalaten betreft in strijd met de, en. 2012 484 19-10-2012 13-10-2012 2012 531 01-11-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c artikel 19d, derde en vijfde lid, van de wet artikel 4b, derde lid Als ernstige overtreding in de zin vanwordt aangemerkt de overtreding, genoemd in. 2012 484 19-10-2012 13-10-2012 2012 531 01-11-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 4d — Artikel 4d#
Artikel 4d artikel 4b, derde lid Bij ministeriële regeling kan het aantal werkenden, bedoeld in, worden aangepast. 2012 484 19-10-2012 13-10-2012 2012 531 01-11-2012 24-10-2012 01-01-2013
Artikel 4e — Artikel 4e#
Artikel 4e 1 artikel 19d, tweede en vierde lid, van de wet artikelen 2, eerste lid 15a 18, tweede lid Als soortgelijke verplichtingen en verboden als bedoeld inworden aangewezen de verplichtingen en verboden op grond van de,en, zoals dat artikel luidde op 30 juni 2015, van de wet. 2 artikel 4b, eerste en tweede lid artikelen 2, eerste lid 15a 18, tweede lid Als een soortgelijke overtreding als bedoeld in, wordt beschouwd een overtreding van de,en, zoals dat artikel luidde op 30 juni 2015, van de wet. 2015 301 17-07-2015 10-07-2015 2015 301 17-07-2015 10-07-2015 18-07-2015 01-07-2015
Artikel 4f — Artikel 4f Plaats en duur openbaarmaking#
Artikel 4f Plaats en duur openbaarmaking 1 artikel 19g van de wet De gegevens, bedoeld in, worden door de toezichthouder of de door Onze Minister aangewezen ambtenaren geplaatst op een website met informatie van de toezichthouder of de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 19g, eerste lid, van de wet. 2 artikel 19g, eerste lid, van de wet De gegevens, bedoeld in, blijven drie jaar na de datum van bekendmaking van het besluit, bedoeld 19g, eerste lid, van de wet, dan wel na verzending van een brief met de mededeling dat er geen overtreding is geconstateerd, beschikbaar op de website. 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 01-01-2016 Artikel VI van Stb. 2015/532 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4g — Artikel 4g Inhoud openbare inspectiegegevens#
Artikel 4g Inhoud openbare inspectiegegevens 1 artikel 19g van de wet De gegevens, bedoeld in, betreffen: a. de punten waarop is gecontroleerd en de wet of wetten die de grondslag daarvoor bieden; b. de locatie waar het onderzoek heeft plaatsgevonden; c. de datum of periode waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden; d. de naam en vestigingsplaats van de betreffende normadressaat; e. het nummer waaronder de betreffende normadressaat is ingeschreven in een register van het land van vestiging, dan wel de unieke code die naar de betreffende normadressaat te herleiden is; en f. de sector of branche waarin deze normadressaat zijn economische activiteiten verricht. 2 artikel 4h Indien na afronding van een onderzoek geen overtreding is geconstateerd die leidt tot de besluiten, genoemd in, wordt bij de gegevens, genoemd in het eerste lid, de opmerking geplaatst dat geen overtreding is geconstateerd. 2020 494 03-12-2020 25-11-2020 2020 494 03-12-2020 25-11-2020 01-01-2021
Artikel 4h — Artikel 4h Openbare gegevens omtrent opgelegde boetes en stilleggingen#
Artikel 4h Openbare gegevens omtrent opgelegde boetes en stilleggingen 1 artikel 4g, eerste lid artikelen 14, eerste lid 19a, eerste lid, van de wet artikel 17b, tweede lid, van de wet In aanvulling op, worden indien een onderzoek door de toezichthouder of de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in de, en, wordt gevolgd door een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 19a, dan wel door een besluit tot bevel tot staken van de werkzaamheden als bedoeld in, de volgende inspectiegegevens over dat besluit openbaar gemaakt: a. welk besluit is genomen, de artikelen van de wet die de grondslag daarvoor bieden en de datum van dat besluit; en b. welke rechtsmiddelen tegen het besluit zijn of kunnen worden aangewend en wat hiervan de uitkomst was, of dat het besluit onherroepelijk is geworden. 2 artikel 17b van de wet Indien het besluit geheel of gedeeltelijk bestaat uit een bevel tot staken van de werkzaamheden, bedoeld in, bevat de openbaarmaking tevens de periode waarin de werkzaamheden zijn gestaakt. 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 01-01-2016 Artikel VI van Stb. 2015/532 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4i — Artikel 4i Termijn waarbinnen openbaarmaking geschiedt#
Artikel 4i Termijn waarbinnen openbaarmaking geschiedt 1 artikelen 4g 4h De openbaarmaking van de gegevens, bedoeld in deen, geschiedt niet eerder dan tien werkdagen, doch uiterlijk dertig werkdagen na de datum waarop het besluit tot openbaarmaking van deze gegevens aan belanghebbende bekend is gemaakt. 2 artikel 19g, zevende lid, van de wet Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in, wordt de termijn van dertig werkdagen, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig opgeschort. 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 01-01-2016 Artikel VI van Stb. 2015/532 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4j — Artikel 4j Reactie van belanghebbende#
Artikel 4j Reactie van belanghebbende 1 artikelen 4g 4h Op verzoek van de belanghebbende kan een schriftelijke reactie over de openbaarmaking van de gegevens, bedoeld in deen, van ten hoogste 2.000 leestekens worden gegeven, die zal worden gevoegd bij de openbaar te maken gegevens op de website met informatie van de toezichthouder of de door Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 Onderdelen van de schriftelijke reactie die persoonsgegevens, bedrijfsnamen of bedrijfsgegevens van derden dan wel strafbare of aanstootgevende uitlatingen bevatten, worden niet op de website gepubliceerd. 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 01-01-2016 Artikel VI van Stb. 2015/532 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4k — Artikel 4k Rectificatie#
Artikel 4k Rectificatie artikel 19g van de wet artikelen 4g 4h Indien in verband met een beslissing op bezwaar, beroep of hoger beroep wordt vastgesteld dat de gegevens, die op grond van, en deenopenbaar zijn gemaakt, niet meer juist of volledig zijn, worden deze gegevens aangepast, binnen tien werkdagen na ontvangst van de desbetreffende beslissing door Onze Minister. 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 01-01-2016 Artikel VI van Stb. 2015/532 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen. 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 01-01-2016 Voorheen art. 4f. Artikel VI van Stb. 2015/532 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Wet arbeid vreemdelingen Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop dein werking treedt. 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 2015 532 22-12-2015 16-12-2015 01-01-2016 Voorheen art. 5. Artikel VI van Stb. 2015/532 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.