Besluit van 29 december 1994, houdende vaststelling van een geluidszone op het grondgebied van de gemeenten Brunssum en Onderbanken rond het luchtvaartterrein Teveren/Geilenkirchen
- BWB-id
- BWBR0007190
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2010-10-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007190
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-zonering-buitenlands-luchtvaartterrein-zuid-limburg
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-zonering-buitenlands-luchtvaartterrein-zuid-limburg/2010-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007190&g=2010-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007190&z=2026-06-06&g=2010-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007190/2010-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/besluit-zonering-buitenlands-luchtvaartterrein-zuid-limburg
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Wet geluidhinder wet:; b. luchtvaartterrein: luchtvaartterrein Teveren/Geilenkirchen; c. artikel 3 zone: geluidszone als bedoeld in; d. L/15 geluidsbelasting in Kosteneenheden: geluidsbelasting op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke op een luchtvaartterrein landende en opstijgende luchtvaartuigen, vastgesteld volgens de formule: geluidsbelasting = 20 log Σ n 10- 157: waarin het teken "Σ" staat voor de optelling van de bijdragen van alle vliegtuigen die ter plaatse voorbij vliegen in een periode van een jaar; waarin het teken "n" staat voor een factor gelijk aan 1 gedurende de periode van 8.00 tot 18.00 uur en voor de verdere tijdsperiode volgens onderstaande tabel: en waarin het teken "L" staat voor het maximaal geluidsniveau in dB(A) dat voor een passerend luchtvaartuig ter plaatse in de buitenlucht wordt of kan worden gemeten; n Tijdsperiode (lokale tijd) factor Van uur Tot uur 10 0.00 6.00 8 6.00 7.00 4 7.00 8.00 1 8.00 18.00 2 18.00 19.00 3 19.00 20.00 4 20.00 21.00 6 21.00 22.00 8 22.00 23.00 10 23.00 24.00 e. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Limburg; f. burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeenten Brunssum en Onderbanken. 2 hoofdstuk II e Een gymnastieklokaal maakt voor de toepassing vangeen deel uit van de in het eerste lid, onder, onder 1°, bedoelde gebouwen. 2006 586 30-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 110f van de wet artikel 110f, derde lid, van de wet de artikelen 8, tweede en derde lid 9, derde en vierde lid 10, tweede lid Indienvan toepassing is, geven gedeputeerde staten slechts toepassing aan,, of, voor zover de berekening en meting van de onderscheidene geluidsbelastingen na de correctie op grond vanniet leiden tot een naar hun oordeel onaanvaardbare geluidsbelasting. 2 artikel 110f van de wet artikel 11, eerste lid Indienvan toepassing is, passen gedeputeerde staten, zodanig toe dat de berekening en meting van de onderscheidene geluidsbelastingen niet leiden tot een naar hun oordeel onaanvaardbare geluidsbelasting. 2006 586 30-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Er is een geluidszone op het grondgebied van de gemeenten Brunssum en Onderbanken rond het luchtvaartterrein, waarvan de grenzen zijn aangegeven op de kaart in de bij dit besluit behorende bijlage. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 8, eerste lid 9, eerste en tweede lid 10, eerste lid 11 Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot de zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het luchtvaartterrein, van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, de waarden in acht genomen die ingevolge de,,, enals de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt. 2 In afwijking van het eerste lid worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan als in dat lid bedoeld hogere waarden in acht genomen, voor zover: a. artikel 8, tweede en derde lid 9, derde en vierde lid 10, tweede lid 11, eerste lid gedeputeerde staten met toepassing van,,, of, voor de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan zodanige waarden hebben vastgesteld, dan wel b. artikel 8, tweede en derde lid 9, derde en vierde lid 10, tweede lid 11, eerste lid zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, en redelijkerwijs valt aan te nemen dat zij door gedeputeerde staten met toepassing van,,, of, zullen worden vastgesteld. 2008 159 15-05-2008 25-04-2008 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 4, eerste en tweede lid Bij het geven van een omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken met toepassing vandat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot de zone, is ten aanzien van de in acht te nemen waarden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het luchtvaartterrein,, van overeenkomstige toepassing. 2010 144 01-04-2010 25-03-2010 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 4, eerste lid Bij het voorbereiden van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan als bedoeld in, wordt vanwege burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek ingesteld naar de geluidsbelasting, die door woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen binnen de zone vanwege het luchtvaartterrein wordt ondervonden. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2004 155 20-04-2004 19-03-2004 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het luchtvaartterrein, van de woningen die op het tijdstip van in werking treden van dit besluit binnen de zone, nog niet aanwezig of nog niet in aanbouw zijn, is 35 Kosteneenheden. 2 Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van woningen als bedoeld in het eerste lid een hogere waarde vaststellen dan 35 Kosteneenheden, met dien verstande dat deze waarde 40 Kosteneenheden niet te boven mag gaan. 3 In afwijking van het tweede lid kunnen gedeputeerde staten een hogere waarde vaststellen dan 40 Kosteneenheden, met dien verstande dat deze waarde 45 Kosteneenheden niet te boven mag gaan, voor wat betreft: a. geprojecteerde woningen, b. woningen die in plaats van geprojecteerde woningen worden gebouwd, omdat het geldende bestemmingsplan om financieel-economische redenen moet worden herzien, of c. woningen die om redenen van bedrijfs- of grondgebondenheid noodzakelijk zijn. 4 Gedeputeerde staten kunnen een hogere waarde als bedoeld in het tweede en derde lid alleen vaststellen indien zodanige geluidwerende voorzieningen aan de woning worden getroffen, dat de geluidsbelasting binnen de woning een milieuhygiënisch aanvaardbaar niveau niet te boven gaat. 5 a b Onverminderd het vierde lid kunnen gedeputeerde staten een hogere waarde als bedoeld in het tweede lid en in het derde lid voor wat betreft de in dat lid onderenbedoelde woningen alleen vaststellen indien naar hun oordeel: a. de woningen een open plaats in de bestaande te handhaven bebouwing opvullen; b. uit een beschrijving van de verwachte ontwikkeling van het luchtverkeer op het luchtvaartterrein en de daarmee samenhangende geluidsbelasting door luchtvaartuigen blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse binnen redelijke termijn tot 35 Kosteneenheden of minder zal afnemen; c. de woningen zullen dienen ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing, of d. de woningen zullen dienen voor de huisvesting van door de gemeente aangewezen woningzoekenden voor wie huisvesting elders in het woningmarktgebied op overwegende bezwaren zou stuiten. 6 b Onverminderd het vierde en vijfde lid kunnen gedeputeerde staten een hogere waarde als bedoeld in het derde lid voor wat betreft de in dat lid, onder, bedoelde woningen slechts vaststellen indien het voorziene aantal geluidgehinderden en de aan de woningen optredende geluidsbelasting niet wezenlijk toenemen. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het luchtvaartterrein, van woningen die op het tijdstip van in werking treden van dit besluit binnen de zone reeds aanwezig of in aanbouw zijn, is 40 Kosteneenheden. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde woningen op het tijdstip van in werking treden van dit besluit reeds een hogere geluidsbelasting ondervinden dan 40 Kosteneenheden is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het luchtvaartterrein, van die woningen 55 Kosteneenheden. 3 Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van woningen als bedoeld in het eerste lid een hogere waarde vaststellen dan 40 Kosteneenheden, met dien verstande dat deze waarde 55 Kosteneenheden niet te boven mag gaan. 4 Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van woningen als bedoeld in het tweede lid een hogere waarde vaststellen dan 55 Kosteneenheden, met dien verstande dat deze waarde 65 Kosteneenheden niet te boven mag gaan. 5 artikel 8, vierde lid Op de vaststelling van een hogere waarde als bedoeld in het derde en vierde lid is, van overeenkomstige toepassing. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het luchtvaartterrein, van andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die op het tijdstip van in werking treden van dit besluit binnen de zone nog niet aanwezig of in aanbouw onderscheidenlijk in aanleg zijn, is 35 Kosteneenheden. 2 Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in het eerste lid een hogere waarde vaststellen dan 35 Kosteneenheden, met dien verstande dat deze waarde voor andere geluidsgevoelige gebouwen 45 Kosteneenheden en voor geluidsgevoelige terreinen 40 Kosteneenheden niet te boven mag gaan. 3 artikel 8, vierde lid en vijfde lid, onder a, b en c Op de vaststelling van een hogere waarde als bedoeld in het tweede lid is, van overeenkomstige toepassing. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Gedeputeerde staten stellen voor andere geluidsgevoelige gebouwen die op het tijdstip van in werking treden van dit besluit binnen de zone, reeds aanwezig of in aanbouw zijn, een waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het luchtvaartterrein, vast, met dien verstande dat deze waarde 65 Kosteneenheden niet te boven mag gaan. 2 De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het luchtvaartterrein, van geluidsgevoelige terreinen die op het tijdstip van in werking treden van dit besluit binnen de zone reeds aanwezig of in aanleg zijn, is 40 Kosteneenheden. 3 Gedeputeerde staten stellen een waarde als bedoeld in het eerste lid alleen vast indien zodanige geluidwerende voorzieningen aan een ander geluidsgevoelig gebouw worden getroffen, dat de geluidsbelasting binnen de ruimten, genoemd in het vierde lid, een milieuhygiënisch aanvaardbaar niveau niet te boven gaat. 4 artikel 1.1, onder e, van het Besluit geluidhinder De ruimten, bedoeld in het derde lid, zijn verblijfsruimten als bedoeld in. 2006 586 30-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 9 Indien woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die op het tijdstip van in werking treden van dit besluit binnen de zone reeds aanwezig zijn, worden vervangen door woningen, isvan overeenkomstige toepassing op de vervangende woningen. 2 Het eerste lid vindt geen toepassing indien naar het oordeel van gedeputeerde staten de vervanging door woningen zou leiden tot: a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedebouwkundige functie of structuur; b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen, of c. een wezenlijke toename van de aan de woningen optredende geluidsbelasting. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 12, eerste lid de artikelen 11, eerste en derde lid 12, tweede lid Indien woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in, worden vervangen door andere geluidsgevoelige gebouwen zijn, en, van overeenkomstige toepassing. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 de artikelen 8, tweede en derde lid 9, derde en vierde lid 10, tweede lid artikel 11, eerste lid Gedeputeerde staten kunnen op schriftelijk verzoek van burgemeester en wethouders de in,, en, bedoelde hogere waarden en de waarden, bedoeld in, vaststellen. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De hoofdstukken V VI VII ,envan de wet zijn van overeenkomstige toepassing op het voorkomen of beperken van geluidsbelasting vanwege industrieterreinen, vanwege wegen onderscheidenlijk spoor-, tram-, en metrowegen, gelegen in de zone. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Defensie een commissie instellen, die voor de zone tot taak heeft: a. Hoofdstuk VIII van de wet artikel 130 van de wet Onze Minister te adviseren terzake van de toepassing vanjunctovoor gebieden in Limburg waar ernstige geluidhinder vanwege het luchtvaartterrein optreedt; b. Onze Minister en Onze Minister van Defensie te adviseren over de maatregelen en voorschriften ter vermindering van de geluidhinder en eventuele andere hinderfactoren op Nederlands grondgebied rondom het luchtvaartterrein; c. in voorkomende gevallen informatie te verstrekken en voorlichting te geven met betrekking tot de geluidsaspecten van het gebruik van het luchtvaartterrein. 2 De commissie is bevoegd Onze Minister en Onze Minister van Defensie ongevraagd voorstellen te doen. 3 De commissie kan zich doen voorlichten door deskundigen buiten de commissie. 4 In de commissie hebben zitting: a. het lid van gedeputeerde staten, belast met het milieubeheer, alsmede een lid, aan te wijzen door en uit gedeputeerde staten; b. de burgemeester van de gemeente Brunssum, alsmede twee door burgemeester en wethouders van die gemeente aan te wijzen vertegenwoordigers; c. de burgemeester van de gemeente Onderbanken, alsmede drie door burgemeester en wethouders van die gemeente aan te wijzen vertegenwoordigers; d. de burgemeester van de gemeente Schinnen, alsmede een door burgemeester en wethouders van die gemeente aan te wijzen vertegenwoordiger; e. twee door Onze Minister aan te wijzen vertegenwoordigers; f. twee door Onze Minister van Defensie aan te wijzen vertegenwoordigers; g. één vertegenwoordiger aan te wijzen door de commandant van de vliegbasis Teveren/Geilenkirchen. 5 Het lid van gedeputeerde staten, belast met het milieubeheer, is voorzitter, het andere lid van gedeputeerde staten is vice-voorzitter. 6 De aanwijzing van vertegenwoordigers door burgemeester en wethouders kan te allen tijde door deze worden gewijzigd of ingetrokken. 2010 275 13-07-2010 24-06-2010 2010 275 13-07-2010 24-06-2010 14-07-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De commissie stelt een reglement van orde op. 2 In dit reglement worden in ieder geval regels gesteld met betrekking tot onderwerpen als de vervanging van commissieleden bij afwezigheid, de vergaderfrequentie, alsmede de openbaarheid van vergaderingen en notulen. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De commissie heeft een secretariaat, bestaande uit een secretaris, een plaatsvervangend secretaris en een functionaris ten behoeve van voorlichting en contacten met derden. De leiding van het secretariaat berust bij de secretaris. 2 De secretaris, de plaatsvervangend secretaris en de functionaris, bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen door gedeputeerde staten. 3 Gedeputeerde staten kunnen voorts deskundigen op het gebied van ruimtelijke ordening en milieubeheer aanwijzen ten behoeve van ambtelijke bijstand aan de commissie. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Onze Minister draagt de kosten die zijn verbonden aan de instandhouding van het zonebewakingssysteem. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 16 Onze Minister draagt jaarlijks € 14.000,00 bij in de kosten die zijn verbonden aan het secretariaat en de vergaderingen van de commissie, bedoeld in, mits hij heeft ingestemd met de begroting van de commissie voor dat kalenderjaar. 2 Onze Minister kan, na overleg met gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders, het in het eerste lid bedoelde bedrag bij ministeriële regeling wijzigen. 2001 218 09-11-2001 02-11-2001 LMV2001.107590 2001 218 09-11-2001 02-11-2001 LMV2001.107590 02-01-2002 01-01-2001
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Stcrt. artikel 16 Totdat de door Onze Minister bij besluit van 12 februari 1990 (33) ingestelde Commissie AWACS anders besluit, wordt deze commissie geacht de commissie te zijn, bedoeld in. 2 artikel 17 Totdat de Commissie AWACS, genoemd in het eerste lid, anders besluit, treedt het vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit door deze commissie vastgestelde reglement van orde in de plaats van het reglement van orde, bedoeld in. 3 Het besluit van Onze Minister van 12 februari 1990 houdende samenstelling en taakstelling commissie AWACS, wordt ingetrokken. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit zonering buitenlands luchtvaartterrein Zuid-Limburg. 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 1995 38 02-02-1995 29-12-1994 03-02-1995