Besluit van 8 december 1995, houdende uitvoering van artikel 40, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995
- BWB-id
- BWBR0007709
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2003-12-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007709
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/overdrachtsbesluit-wet-toezicht-effectenverkeer-1995
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/overdrachtsbesluit-wet-toezicht-effectenverkeer-1995/2003-12-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007709&g=2003-12-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007709&z=2026-06-06&g=2003-12-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007709/2003-12-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/overdrachtsbesluit-wet-toezicht-effectenverkeer-1995
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a Wet toezicht effectenverkeer 1995 wet: de; b de Autoriteit Financiële Markten: de Stichting Autoriteit Financiële Markten; c de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.; d Onze Minister: Onze Minister van Financiën. 2002 452 29-08-2002 23-08-2002 2002 452 29-08-2002 23-08-2002 01-09-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 40, eerste lid, van de wet Met inachtneming vanworden de taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van de wet heeft, overgedragen aan de Autoriteit Financiële Markten, met uitzondering van: a artikel 6, eerste lid, van de wet de bevoegdheid, bedoeld in, voor zover het betreft het doen van een mededeling dan wel het geven van een aanwijzing aan de houder van een effectenbeurs met betrekking tot de voor die effectenbeurs te hanteren regels inzake beschermingsconstructies en hun toepassing; b artikel 6, tweede lid, van de wet a de bevoegdheid, bedoeld in, voor zover het betreft het bepalen van een termijn met betrekking tot een aanwijzing als bedoeld onder; c artikel 24, tweede lid, van de wet de bevoegdheid, bedoeld in, voor zover het betreft het geven van voorschriften aan de houder van een effectenbeurs met betrekking tot de voor die effectenbeurs te hanteren regels inzake beschermingsconstructies en hun toepassing, alsmede voor zover het betreft het geven van voorschriften met betrekking tot de opening en sluiting van effectenbeurzen; d artikelen 11, vierde lid 12 28, eerste tot en met het derde lid 29 29a 31, vijfde en zesde lid 33 33a 34 35 36 37 38 39 48b, eerste lid 48c, eerste lid 48d, vierde en vijfde lid 48f 48g 48i, derde en vierde lid 48m, eerste lid, van de wet de taken en bevoegdheden die Onze Minister heeft op grond van de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, voor zover deze taken en bevoegdheden betrekking hebben op het toezicht op de naleving van: 1 artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de wet de krachtensgestelde regels; en 2 artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdelen c en d van de wet de krachtensgestelde regels zover noodzakelijk voor het toezicht op financiële waarborgen; en e artikelen 13, zesde lid 28a van de wet de taken en bevoegdheden die Onze Minister heeft op grond van de, en. 2 artikel 40, eerste lid, van de wet Met inachtneming van het bepaalde inworden de taken en bevoegdheden genoemd in het eerste lid, onderdelen d en e, overgedragen aan de Bank. 2003 396 21-10-2003 10-10-2003 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003 [...opmerking...]
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a artikel 7 van de wet De Autoriteit Financiële Markten raadpleegt de Bank in het kader van de aanvraag van een vergunning als bedoeld inover de vraag of de aanvrager voldoet aan de bij en krachtens de wet gestelde regels ten aanzien van de financiële waarborgen, alsmede de bedrijfsvoering en informatieverstrekking, voor zover noodzakelijk voor het toezicht op financiële waarborgen. artikel 18a van de wet Tot de bedrijfsvoering behoren de maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering met uitzondering van de maatregelen ter naleving van de effectentypische gedragsregels, bedoeld in. 2003 396 21-10-2003 10-10-2003 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003 [...opmerking...]
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Aan de overdracht van de taken en bevoegdheden, bedoeld in, worden de in het tweede tot en met elfde lid bedoelde beperkingen en voorschriften gesteld onderscheidenlijk verbonden. 2 artikel 33 van de wet artikel 36, eerste lid, van de wet Schriftelijke afspraken tussen de Autoriteit Financiële Markten of de Bank en andere toezichthoudende autoriteiten die tot uitwerking van de inbedoelde informatie-uitwisseling dienen, worden ter voorafgaande instemming aan Onze Minister voorgelegd. Onze Minister kan zijn instemming aan deze afspraken slechts onthouden indien naar zijn oordeel de belangen die worden gediend door verdragen of bindende besluiten als bedoeld indan wel het algemeen belang zich tegen die afspraken verzetten onderscheidenlijk verzet. 3 In schriftelijke afspraken als bedoeld in het tweede lid die worden gemaakt met toezichthoudende autoriteiten van een staat waarmee het Koninkrijk geen verdrag als bedoeld in dat lid heeft gesloten, wordt bepaald dat deze afspraken bij de totstandkoming nadien van een dergelijk verdrag met die staat wederom ter instemming aan Onze Minister worden voorgelegd. In dat geval toetst Onze Minister die afspraken aan het betrokken verdrag. 4 Instemming als bedoeld in het tweede of derde lid wordt geacht te zijn verkregen indien Onze Minister het voornemen tot het maken van schriftelijke afspraken niet afwijst binnen vier weken na ontvangst van het desbetreffende voorstel of, indien hij om nadere inlichtingen heeft verzocht, binnen vier weken na de ontvangst daarvan. 5 Van schriftelijke afspraken als bedoeld in het tweede lid waarmee Onze Minister heeft ingestemd, wordt door de Autoriteit Financiële Markten of de Bank mededeling gedaan in de Staatscourant. 6 artikelen 3, tweede lid, onder b en c 5, eerste lid, tweede volzin 6a, tweede en derde lid 7, vierde lid 11, eerste en tweede lid 17, eerste lid, van de wet Over door de Autoriteit Financiële Markten of de Bank krachtens een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in de,,,,, ente stellen regels wordt door de Autoriteit Financiële Markten of de Bank vooraf met Onze Minister overleg gevoerd. 7 artikel 24, tweede lid, van de wet De door de Autoriteit Financiële Markten op grond vante geven voorschriften met betrekking tot de voor een effectenbeurs te hanteren regels, hun toepassing of de controle op de naleving van die regels, worden zoveel mogelijk gegeven na overleg door de Autoriteit Financiële Markten met de betrokken beurshouder of beurshouders. Voor zover deze voorschriften van algemene strekking zijn, worden zij vooraf aan Onze Minister voorgelegd. 8 Voor zover de Autoriteit Financiële Markten of de Bank daarover uit hoofde van de wet beschikt of kan beschikken verstrekt zij desgevraagd aan Onze Minister alle inlichtingen die van betekenis kunnen zijn voor: a. artikelen 4, eerste lid 5, tweede lid 6c, eerste lid 10, eerste lid 18, eerste lid 25, eerste lid, van de wet het verlenen, wijzigen of intrekken van een vrijstelling als bedoeld in de,,,,, en; b. artikel 6, eerste lid, van de wet het doen van een mededeling dan wel het geven van een aanwijzing als bedoeld in, voor zover het een mededeling of een aanwijzing betreft aan de houder van een effectenbeurs met betrekking tot de voor die effectenbeurs te hanteren regels inzake beschermingsconstructies en hun toepassing; c. artikel 6, tweede lid, van de wet b het bepalen van een termijn als bedoeld in, voor zover het een termijn betreft met betrekking tot een aanwijzing als bedoeld onder; d. artikel 8, eerste lid, van de wet het treffen of intrekken van een maatregel als bedoeld in; e. artikel 22, eerste lid, van de wet het verlenen of intrekken van een erkenning als bedoeld in; f. artikelen 22, vijfde lid 42 van de wet het stellen van regels als bedoeld in de, en; g. artikel 24, tweede lid, van de wet het geven van voorschriften als bedoeld in, voor zover het voorschriften betreft aan de houder van een effectenbeurs met betrekking tot de voor die effectenbeurs te hanteren regels inzake beschermingsconstructies en hun toepassing, alsmede voor zover het voorschriften betreft met betrekking tot de opening en sluiting van effectenbeurzen; h. artikel 25, eerste lid, van de wet het verlenen of intrekken van een ontheffing als bedoeld in; i. artikel 26a, eerste en negende lid, van de wet het verlenen, wijzigen of intrekken van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in; j. artikel 26a, vijfde lid het verbinden van beperkingen of voorschriften aan een verklaring van geen bezwaar op grond van; k. artikel 26a, zesde en achtste lid, van de wet het stellen van een termijn als bedoeld in; l. artikel 26a, zevende lid, van de wet het instellen van een vordering tot vernietiging van een besluit als bedoeld in; m. artikel 26a, negende lid, van de wet het verbinden van nadere beperkingen of nadere voorschriften aan een verklaring van geen bezwaar op grond van; n. artikel 27, tweede lid, van de wet het geven van voorschriften als bedoeld in; o. artikel 27, vierde lid, van de wet artikel 27, eerste lid, van de wet het krachtensbeoordelen van een wijziging in de regels, bedoeld in; p. artikel 28a, vierde lid, onderscheidenlijk zesde lid, van de wet het invoeren, wijzigen of intrekken van een regeling als bedoeld in; q. artikel 45, eerste of derde lid, van de wet artikel 45, vierde lid, van de wet het nemen van een besluit als bedoeld inof het bepalen van een termijn als bedoeld in. 9 artikel 6a, van de wet artikelen 9a tot en met 9v, van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995 De Autoriteit Financiële Markten maakt schriftelijke afspraken met de houder van de in, bedoelde effectenbeurs waaraan effecten zijn genoteerd die betrekking hebben op een uit te brengen openbaar bod, over het verstrekken van informatie in die gevallen waarin devan toepassing zijn. 10 De Autoriteit Financiële Markten en de Bank maken schriftelijke afspraken over: artikelen 7, vierde en zesde lid 16 17 19 20 van de wet de betrokkenheid van de Bank bij de uitoefening van de in de,,,engenoemde bevoegdheden; de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling ten behoeve van de in dit besluit overgedragen taken en bevoegdheden. 11 De in het tiende lid bedoelde schriftelijke afspraken worden na overleg met Onze Minister vastgesteld. 2003 396 21-10-2003 10-10-2003 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003 [...opmerking...]
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1995 624 27-12-1995 08-12-1995 1995 646 28-12-1995 14-12-1995 31-12-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit wordt aangehaald als: Overdrachtsbesluit Wet toezicht effectenverkeer 1995. 1997 703 23-12-1997 11-12-1997 1997 703 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998