Besluit van 23 december 1994, tot vaststelling van het uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
- BWB-id
- BWBR0007178
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007178
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/uitvoeringsbesluit-belastingen-op-milieugrondslag
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/uitvoeringsbesluit-belastingen-op-milieugrondslag/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007178&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007178&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007178/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/uitvoeringsbesluit-belastingen-op-milieugrondslag
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 20, derde lid 22, tweede lid 25a, zesde lid 27, vijfde lid 29a 29b, tweede lid 33, derde en vierde lid 34, derde lid 35, tweede lid 44, vierde lid 45, derde lid 47, eerste lid, onderdeel w 50, zevende lid 51, eerste lid 54, vijfde lid 59, zesde lid 59a, vierde lid artikel 60, tweede en zesde lid, onderdeel a artikel 60a, vijfde lid artikel 60b, derde en vijfde lid, onderdeel a 63, zesde lid 64, zesde lid 67, derde lid 68, derde lid 69, zevende lid 70, vierde lid 70a, eerste lid 72, onderdeel c 92, vijfde lid 93, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag Dit besluit geeft uitvoering aan de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en. 2 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: a. de wet: Wet belastingen op milieugrondslag de; b. kennisgevingsnummer: het nummer dat door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat ingevolge bijlage IC, onder 3, van de EVOA wordt toegekend aan het in bijlage IA van de EVOA verplicht gestelde kennisgevingsdocument; c. gemengde afvalstoffen: huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen of gemengd sorteerresidu; d. RSIN: rechtspersonen en samenwerkingsverbanden informatienummer dat door de Kamer van Koophandel wordt verstrekt bij inschrijving van rechtspersonen en samenwerkingsverbanden in het handelsregister; e. KvK-nummer: artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007 het unieke nummer, bedoeld in; f. VIHB-nummer: artikelen 10.45, eerste lid, onderdeel a 10.55, eerste lid, van de Wet milieubeheer het registratienummer welke door de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie is toegekend aan een bedrijf dat wordt vermeld op de lijst, bedoeld in de, en; g. gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf: artikel 4.54d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedrijf dat in het bezit is van een certificaat asbestverwijdering als bedoeld in; h. landelijk asbestvolgsysteem: elektronische voorziening waarin informatie over het proces van asbestinventarisatie, asbestverwijdering, eindbeoordeling asbestverwijdering, opslag en transport en stort van asbest en asbesthoudende producten wordt ingevoerd en opgeslagen via https://www.asbestvolgsysteem.nl. 2023 512 27-12-2023 20-12-2023 2023 512 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 20, eerste lid, van de wet Het verzoek om teruggaaf, bedoeld inkan worden gedaan na afloop van elke kalendermaand waarin recht op teruggaaf is ontstaan, en dient uiterlijk te worden gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode van twaalf maanden. 2 Teruggaaf wordt alleen verleend indien de eindfacturen worden overgelegd. 2008 2 15-01-2008 08-01-2008 2008 2 15-01-2008 08-01-2008 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 4c. 2007 574 28-12-2007 20-12-2007 2007 574 28-12-2007 20-12-2007 01-01-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 22, tweede lid, van de we Voor de toepassing vant wordt de toepassing van stoffen, preparaten of voorwerpen binnen een inrichting waar afvalstoffen worden gestort, geacht hetzij verband te houden met de bedrijfsvoering van de inrichting, hetzij deel uit te maken van het bedrijfsproces dat leidt tot de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, indien de stoffen, preparaten of voorwerpen in de inrichting dienen voor, dan wel bestaan uit: a. materiaal voor het realiseren en onderhouden van een afrastering; b. Stortbesluit bodembescherming Regeling stortplaatsen voor baggerspecie op land materiaal voor het realiseren van de onderafdichtingsconstructie, de geohydrologische maatregelen en het controlesysteem zoals verlangd in het, de, dan wel de Richtlijnen voor baggerspeciestortplaatsen in het beleidsstandpunt «Verwijdering baggerspecie» (Kamerstukken II 1993/94, 23 450, nr. 1); c. materiaal voor het realiseren van de bovenafdichtingsconstructie zoals verlangd in het besluit, de regeling, of de richtlijnen, genoemd in onderdeel b; d. (riool)buizen voor de opvang en afvoer van percolaat en neerslag en materiaal voor installaties voor de behandeling van percolaat en neerslag; e. verzamelleidingen voor de opvang en afvoer van stortgas in de egalisatie- of steunlaag en materiaal voor installaties voor de behandeling van stortgas; f. het realiseren en in werking houden van nutsvoorzieningen; g. het realiseren en in werking houden van installaties voor het be- of verwerken van afvalstoffen; h. het operationeel houden van kantoren, van de controle- en registratieposten, van een laboratorium, van werkplaatsen, van het aanwezige rollende materieel en van de wasplaats; i. materiaal voor het realiseren en in stand houden van bouwwerken; j. materiaal voor het realiseren en in stand houden van een terreinverharding buiten het deel van de stortplaats, al dan niet in compartimenten onderverdeeld, waar tussen een onderafdichtings- en een bovenafdichtingsconstructie, als verlangd in het besluit, de regeling, dan wel de richtlijnen, genoemd in onderdeel b, afvalstoffen worden gestort (stortlichaam); k. ongediertebestrijding; l. artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit artikel 25b, eerste tot en met derde lid van dat besluit artikel 25d, eerste lid, van dat besluit hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving een bouwstof als bedoeld in, die voorzien is van een erkende kwaliteitsverklaring, partijkeuring of fabrikant-eigenverklaring als bedoeld in, waaruit blijkt dat zij voldoen aan de kwaliteitseisen, bedoeld in, en die worden toegepast in een voorziening die is aangebracht op grond van een voor de milieubelastende activiteit verleende omgevingsvergunning, bedoeld in; m. artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit artikel 25b, eerste tot en met derde lid van dat besluit artikel 25d, tweede lid, van dat besluit hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving grond als bedoeld in, die voorzien is van een erkende kwaliteitsverklaring, partijkeuring of fabrikant-eigenverklaring als bedoeld in, waaruit blijkt dat zij is ingedeeld in de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen of industrie, bedoeld in, die wordt toegepast in een voorziening die is aangebracht op grond van een voor de milieubelastende activiteit verleende omgevingsvergunning, bedoeld in; 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 22, tweede lid, van de wet artikel 4, onderdelen a, f, g, h, i, of k Voor de toepassing vanwordt de toepassing van stoffen, preparaten of voorwerpen binnen een inrichting waar afvalstoffen worden verbrand, geacht hetzij verband te houden met de bedrijfsvoering van de inrichting, hetzij deel uit te maken van het bedrijfsproces dat leidt tot de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, indien de stoffen, preparaten of voorwerpen in de inrichting dienen voor de activiteiten, dan wel bestaan uit de materialen of voorwerpen, bedoeld in. 2014 579 29-12-2014 17-12-2014 2014 579 29-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikel 24a, derde lid, van de wet Het verzoek om een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in, bevat de volgende gegevens: a. naam en adres van de verzoeker; b. het beoogde tijdstip van aanvang van het fiscaal-vertegenwoordigerschap; c. naam en adres van de degene die de afvalstoffen overbrengt uit Nederland en die niet in Nederland is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft (in dit artikel: buitenlandse kennisgever). 2 Een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger wordt slechts verleend indien de verzoeker: a. in Nederland woont of is gevestigd; b. in de afgelopen vijf jaren niet wegens overtreding van de wettelijke bepalingen inzake rijksbelastingen dan wel douane onherroepelijk is veroordeeld; c. een administratie voert die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden; d. naar het oordeel van de inspecteur voldoende solvabel is. 3 artikel 23, eerste lid, onderdeel c, van de wet De verlening van een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger is tevens gebonden aan de voorwaarde dat de verzoeker optreedt voor alle overbrengingen als bedoeld in. De inspecteur kan op verzoek hiervan afwijken. 4 De inspecteur kan de vergunning intrekken of wijzigen: De buitenlandse kennisgever wordt van de intrekking van de vergunning in kennis gesteld, alsmede van de gronden waarop deze berust. a. op verzoek van de fiscaal vertegenwoordiger met schriftelijke instemming van de buitenlandse kennisgever; b. op verzoek van de buitenlandse kennisgever; c. indien de fiscaal vertegenwoordiger niet meer voldoet aan de aan de vergunning gebonden voorwaarden. 2025 451 23-12-2025 19-12-2025 2025 451 23-12-2025 19-12-2025 01-01-2026
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 25a, eerste lid, eerste zin, van de wet Een aanvraag als bedoeld inwordt langs elektronische weg ingediend bij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, met gebruikmaking van de hiertoe beschikbaar gestelde voorziening. Daarbij worden de bij die voorziening voorgeschreven aanwijzingen opgevolgd. 2 Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. 2018 514 28-12-2018 19-12-2018 2018 513 28-12-2018 19-12-2018 01-01-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IX, onderdelen A
tot en met Ia, van het Belastingplan 2018 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 25a, eerste lid, van de wet De kennisgever vermeldt in de aanvraag, bedoeld in: a. naam en adres van de kennisgever; b. het RSIN van de kennisgever, dan wel, indien de kennisgever niet beschikt over een RSIN, het KvK-nummer van de kennisgever, dan wel, indien de kennisgever evenmin beschikt over een KvK-nummer, het VIHB-nummer van de kennisgever; c. het kennisgevingsnummer waarop de aanvraag betrekking heeft; d. de periode waarop de toestemming tot overbrenging betrekking heeft; e. het maximale gewicht van de afvalstoffen waarop de toestemming tot overbrenging betrekking heeft; f. het tijdstip van aanvang van de eerste fysieke overbrenging en het tijdstip van aanvang van de laatste fysieke overbrenging met toepassing van de toestemming tot overbrenging; g. het tijdstip waarop de verklaring, bedoeld in artikel 16, onderdeel e, van de EVOA, is ontvangen, dan wel ontvangen had moeten zijn, voor alle afvalstoffen die met toepassing van de toestemming tot overbrenging zijn overgebracht uit Nederland; h. het gewicht van de afvalstoffen die met toepassing van de toestemming tot overbrenging zijn overgebracht, alsmede het aantal transporten waarmee de afvalstoffen zijn overgebracht. 2 artikel 25, tweede lid, van de wet Indien een lager belastingbedrag in aanmerking wordt genomen als bedoeld in, specificeert de kennisgever in de aanvraag op welke wijze de afvalstoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, al dan niet na opslag, sortering of bewerking, zijn of zullen worden verwerkt. De kennisgever vermeldt daartoe: Bij het gewicht, vermeld ingevolge de onderdelen a tot en met i, specificeert de kennisgever de aard en verwerkingswijze van de afvalstoffen. Indien bij een of meer van genoemde onderdelen sprake is van meer dan één verwerkingswijze, specificeert de kennisgever deze gegevens per verwerkingswijze. Bij de aanvraag verklaart de kennisgever te beschikken over een schriftelijke verklaring van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, veertiende lid, EVOA, aan de hand waarvan de hoeveelheden, bedoeld in onderdelen a tot en met i, kunnen worden vastgesteld, onder vermelding van de plaats waar en de datum wanneer de laatstgenoemde verklaring is opgesteld. a. het gewicht van baggerspecie die is of zal worden gestort of verbrand; b. het gewicht van zuiveringsslib dat is of zal worden verbrand in een installatie buiten Nederland, verminderd met het gewicht van het aan dat zuiveringsslib toe te rekenen verbrandingsresidu; c. het gewicht van afvalstoffen, niet zijnde baggerspecie, zuiveringsslib of gemengde afvalstoffen, die zijn of zullen worden verbrand in een installatie buiten Nederland waarin niet of nauwelijks gemengde afvalstoffen worden verbrand, verminderd met het gewicht van het aan die afvalstoffen toe te rekenen verbrandingsresidu; d. het gewicht van afvalstoffen waarvan het gewicht niet is vermeld ingevolge onderdelen a, b of c, voor zover deze afvalstoffen zijn of zullen worden verbrand in een installatie buiten Nederland waarin geen gemengde afvalstoffen mogen worden verbrand, verminderd met het gewicht van het aan die afvalstoffen toe te rekenen verbrandingsresidu; e. het gewicht van afvalstoffen waarvan het gewicht niet is vermeld ingevolge onderdelen a tot en met d, voor zover deze afvalstoffen zijn of zullen worden verbrand in een installatie buiten Nederland, verminderd met het gewicht van het aan die afvalstoffen toe te rekenen verbrandingsresidu; f. het gewicht van verbrandingsresidu als bedoeld in onderdelen b, c, d of e, voor zover dat residu nuttig is of zal worden toegepast; g. het gewicht van afvalstoffen waarvan het gewicht niet is vermeld ingevolge onderdelen a tot en met f, daaronder begrepen verbrandingsresidu als bedoeld in de onderdelen b, c, d of e, voor zover deze afvalstoffen buiten Nederland zijn of zullen worden gestort; h. het gewicht van afvalstoffen waarvan het gewicht niet is vermeld ingevolge onderdelen a tot en met g, daaronder begrepen verbrandingsresidu als bedoeld in de onderdelen b, c, d of e, voor zover deze afvalstoffen in Nederland zijn of zullen worden gestort of verbrand; i. het gewicht van de afvalstoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, waarvan het gewicht niet is vermeld ingevolge onderdelen a tot en met h. 3 De schriftelijke verklaring, bedoeld in het tweede lid, laatste zin, wordt ondertekend door de ontvanger en bevat: a. naam en adres van de ontvanger; b. het kennisgevingsnummer waarop de verklaring betrekking heeft; c. het gewicht van de afvalstoffen die met toepassing van de toestemming tot overbrenging zijn overgebracht, alsmede het aantal transporten waarmee de afvalstoffen zijn overgebracht; d. de gewichten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met i; e. in geval de afvalstoffen geheel of gedeeltelijk zijn of zullen worden verwerkt bij verschillende bedrijven: een uitsplitsing van de gewichten, bedoeld in onderdeel d, over alle bedrijven waar een deel van de afvalstoffen is of zal worden verwerkt; indien meerdere opeenvolgende verwerkingswijzen op de afvalstoffen worden toegepast, geeft de uitsplitsing een schematische weergave van de verschillende stromen afvalstoffen en verwerkingswijzen; f. de verklaring dat de gegevens juist en volledig zijn en zonder voorbehoud worden verstrekt. 4 artikel 25a, eerste lid, tweede zin, van de wet artikel 6, eerste lid De kennisgever doet de melding, bedoeld inop de daartoe bij de voorziening, bedoeld in, voorgeschreven wijze. 5 De kennisgever is gehouden op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat hieruit te allen tijde de gegevens blijken die van belang zijn voor een juiste vaststelling van de hoeveelheden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met d, daaronder begrepen de verklaring, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, en de hem ter beschikking staande gegevens die aan die verklaring ten grondslag liggen. De kennisgever is verplicht deze gegevens gedurende zeven jaar te bewaren. 6 Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. 2020 551 23-12-2020 16-12-2020 2020 551 23-12-2020 16-12-2020 01-01-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 25, derde lid, van de wet artikel 7, eerste lid, onderdelen a tot en met h Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat vermeldt in de beschikking, bedoeld in, de gegevens die de kennisgever ingevolge, bij zijn aanvraag heeft verstrekt. 2 Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan de gegevens die de kennisgever bij zijn aanvraag heeft verstrekt vergelijken met gegevens die ter zake ingevolge de EVOA zijn verstrekt. 3 artikel 7, tweede lid In gevallen als bedoeld in, vermeldt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat tevens in de beschikking de gegevens die de kennisgever heeft vermeld in zijn aanvraag ingevolge artikel 7, tweede lid. 4 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. 2020 551 23-12-2020 16-12-2020 2020 551 23-12-2020 16-12-2020 01-01-2021
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8, eerste en derde lid artikel 7, eerste lid, onderdelen a tot en met h artikel 25, derde lid, van de wet In afwijking van, vermeldt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in de beschikking, bedoeld in, uitsluitend de gegevens bedoeld in, die ter zake ingevolge de EVOA zijn ontvangen, indien en voor zover: a. artikel 7 voor de afgifte van de beschikking blijkt dat de gegevens die de kennisgever ingevolgebij zijn aanvraag heeft verstrekt onjuist of onvolledig zijn; dan wel b. artikel 25a, vierde lid, van de wet Onze Minister de beschikking afgeeft op grond van. artikel 7, eerste lid, onderdelen a tot en met g Ingeval evenwel de ingevolge de EVOA gemelde gegevens onjuist of onvolledig zijn, en de juiste en volledige gegevens redelijkerwijs evenmin tijdig op andere wijze kunnen worden vastgesteld, vermeldt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in afwijking van de eerste zin in de beschikking uitsluitend de gegevens, bedoeld in. 2 artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de wet artikel 7, eerste lid Indien Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de beschikking afgeeft ingevolge, nadat de kennisgever een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 25a, eerste lid, tweede zin, van de wet, vermeldt Onze Minister in de beschikking de gegevens, genoemd in, en, indien van toepassing, artikel 7, tweede lid, zoals door de kennisgever gecorrigeerd bij de melding. 3 artikel 7 artikelen 6 tot en met 9, eerste en tweede lid Bij toepassing van het eerste lid stelt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, voordat hij de beschikking afgeeft, de kennisgever in de gelegenheid een aanvraag in te dienen binnen een daarvoor door hem te stellen termijn waarin hij alsnog de gegevens, genoemd in, verstrekt. De, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een dergelijke aanvraag. 2018 514 28-12-2018 19-12-2018 2018 513 28-12-2018 19-12-2018 01-01-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IX, onderdelen A
tot en met Ia, van het Belastingplan 2018 in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 27, eerste lid, van de wet Voor zover sprake is van een verwerking of bewerking van afvalstoffen die gepaard gaat met gewichtsverlies, wordt de vermindering, bedoeld in, zodanig toegepast dat ter zake van de stoffen, preparaten of voorwerpen bij het verlaten van de inrichting wordt uitgegaan van de belasting die verschuldigd werd bij de afgifte ter verwijdering van de afvalstoffen waaruit zij zijn ontstaan. 2 artikel 27, derde lid, van de wet Het verhoudingsgetal, bedoeld in, wordt uitsluitend toegepast door degene die beschikt over een door de inspecteur afgegeven vergunning. In deze vergunning kan de inspecteur nadere voorwaarden stellen met betrekking tot de administratie. 2013 569 30-12-2013 18-12-2013 2013 569 30-12-2013 18-12-2013 01-04-2014
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a artikel 28, eerste lid, onderdeel c, van de wet Als een installatie als bedoeld in, wordt mede aangemerkt een installatie waarin blijkens boeken en bescheiden uitsluitend zuivere biomassa of naar haar aard zuivere biomassa wordt verbrand. 2014 579 29-12-2014 17-12-2014 2014 579 29-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b 1 artikel 29a van de wet De vrijstelling, bedoeld in, wordt verleend indien uit de administratie van de belastingplichtige blijkt welk gedeelte van de hoeveelheid afvalstoffen die in het tijdvak van aangifte ter verwijdering aan de inrichting is afgegeven, bestaat uit zuiveringsslib dat is bestemd om binnen de inrichting te worden verbrand. 2 De verbranding van het zuiveringsslib, bedoeld in het eerste lid, moet plaatsvinden binnen drie jaar na de afgifte van dat zuiveringsslib aan de inrichting. De datum van verbranding wordt vastgelegd in de administratie, bedoeld in het eerste lid. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen ten behoeve van de uitvoering van dit artikel nadere regels worden gesteld. 2017 524 28-12-2017 20-12-2017 2017 524 28-12-2017 20-12-2017 01-01-2018 01-01-2015
Artikel 11c — Artikel 11c#
Artikel 11c 1 De vrijstelling, bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de wet, wordt slechts verleend ter zake van de afgifte ter verwijdering aan een inrichting van afzonderlijk en onvermengd asbest en asbesthoudende producten die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend toegepast zijn geweest als dakbedekking en zijn vrijgekomen bij de sanering van een asbesthoudend dak, wanneer: a. de sanering van dat dak door een gecertifieerd asbestverwijderingsbedrijf is verricht; b. de sanering van dat dak is gemeld in het landelijk asbestvolgsysteem; c. de sanering van dat dak uiterlijk op 31 december 2024 is afgerond; en d. de afgifte ter verwijdering uiterlijk op 31 maart 2025 heeft plaatsgevonden. 2 De vrijstelling wordt uitsluitend toegepast wanneer degene die het asbest en de asbesthoudende producten afgeeft, of doet afgeven, voorafgaand aan de afgifte ter verwijdering een verklaring aan de houder van de inrichting verstrekt waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in het eerste lid. 3 De houder van de inrichting richt zijn administratie zodanig in dat daaruit blijkt welk gedeelte van de hoeveelheid afvalstoffen die in het tijdvak van aangifte ter verwijdering aan de inrichting is afgegeven, bestaat uit asbest en asbesthoudende producten als bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de wet waarvoor wordt voldaan aan de in het eerste en tweede lid vermelde nadere voorwaarden en beperkingen. 4 Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, en het tijdstip waarop die verklaring uiterlijk verstrekt moet zijn. Voorts kunnen bij regeling van Onze Minister nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. 2018 514 28-12-2018 19-12-2018 2018 513 28-12-2018 19-12-2018 01-01-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IX, onderdelen A
tot en met Ia, van het Belastingplan 2018 in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 33, derde lid, onderdeel a, b of c, van de wet artikel 34, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet Het vervoer van kolen, bedoeld in, naar een inrichting, een andere lidstaat via Nederland of een derde land, alsmede het brengen van kolen, bedoeld in, vanuit een inrichting naar een andere inrichting, een ondernemer in een andere lidstaat, een publiekrechtelijk lichaam, anders dan als ondernemer, in een andere lidstaat of een derde land, wordt aangetoond met een bescheid. 2 In het bescheid, bedoeld in het eerste lid, worden vermeld: a. de naam en het adres van degene van wie de kolen afkomstig zijn; b. de naam en het adres van degene naar wie de kolen worden vervoerd dan wel overgebracht; c. de naam en het adres van degene die de kolen vervoert dan wel overbrengt; d. de hoeveelheid kolen, en e. de datum waarop het vervoer dan wel de overbrenging van de kolen is aangevangen. 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 33, tweede lid artikel 34, eerste lid, van de wet De in, enbedoelde personen of publiekrechtelijke lichamen richten hun administratie zodanig in dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de heffing van kolen van belang zijnde gegevens zijn opgenomen. 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 35, tweede lid, onderdelen a en d, van de wet artikel 35, tweede lid, onderdeel c, van de wet artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet Het brengen, bedoeld in, van kolen vanuit een derde land of vanuit een plaats voor tijdelijke opslag naar een inrichting, alsmede het brengen, bedoeld in, van kolen die zijn geplaatst onder een EU-douaneregeling naar een inrichting, wordt bij het aangeven voor het vrije verkeer van de kolen op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in, aangetoond met een vervoersopdracht. De vervoersopdracht wordt opgemaakt door de vergunninghouder van de inrichting waarnaar de kolen worden overgebracht, dan wel in diens opdracht. 2 Op de in het eerste lid bedoelde vervoersopdracht wordt een verklaring gesteld van de vergunninghouder van de inrichting waarnaar de kolen zullen worden overgebracht dat de kolen worden overgebracht naar zijn inrichting en in de administratie van zijn inrichting worden opgenomen. 3 artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet De in het eerste lid bedoelde kolen moeten hun bestemming hebben bereikt binnen één maand na het tijdstip waarop de vereiste aangifte op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in, is gedaan. 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 35, tweede lid, onderdeel a, van de wet artikel 35, tweede lid, onderdeel b, van de wet artikel 35, tweede lid, onderdeel e, van de wet artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet Het brengen, bedoeld in, van kolen vanuit een derde land naar een plaats voor tijdelijke opslag, het in Nederland plaatsen onder een EU-douaneregeling van vanuit een derde land binnengebrachte kolen, bedoeld in, alsmede het onder ambtelijk toezicht vernietigen van kolen die onder een EU-douaneregeling zijn geplaatst, bedoeld in, geschiedt met inachtneming van de formaliteiten die op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in, moeten worden vervuld. 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 14 In de vervoersopdracht, bedoeld in, worden vermeld: a. de naam en het adres van degene die de vervoersopdracht opmaakt dan wel van degene in wiens opdracht zij wordt opgemaakt; b. de naam en het adres van degene die de kolen overbrengt; c. de naam en het adres van de vergunninghouder van de inrichting waarnaar de kolen worden overgebracht en het adres van die inrichting; d. de hoeveelheid kolen, en e. de datum waarop de overbrenging van de kolen aanvangt. 2 De vervoersopdracht is gedagtekend en ondertekend. 3 Indien een persoon als bedoeld in het eerste lid vergunninghouder is van een inrichting, wordt tevens het nummer van zijn vergunning vermeld. 4 De vergunninghouder van de inrichting die de vervoersopdracht heeft opgemaakt of heeft doen opmaken, bewaart afschriften van de vervoersopdrachten op overzichtelijke wijze bij zijn administratie. 2008 2 15-01-2008 08-01-2008 2008 2 15-01-2008 08-01-2008 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 7b.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 44, eerste, tweede en derde lid, van de wet De vrijstellingen, bedoeld in, worden verleend, indien: a. artikel 44, eerste, tweede of derde lid, van de wet degene die de kolen gebruikt, verklaart dat de aan hem te leveren kolen worden gebruikt op de wijze, bedoeld in; b. de verklaring geschiedt met gebruikmaking van een door de vergunninghouder van de inrichting opgesteld bescheid in geval van uitslag of met gebruikmaking van een door degene die de levering verricht opgesteld bescheid in geval van invoer; c. degene die de kolen gebruikt, de verklaring heeft ondertekend, en d. de verklaring op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie van de vergunninghouder van de inrichting in geval van uitslag en bij de administratie van degene die de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling brengen in het vrije verkeer doet, in geval van invoer. 2 artikel 44, tweede lid, van de wet De vrijstelling, bedoeld in, wordt niet verleend indien de kolen worden gebruikt in een installatie voor het opwekken van elektriciteit met een elektrisch vermogen van minder dan 60 kW. 3 artikel 44, eerste, tweede of derde lid, van de wet Degene die de kolen gebruikt, richt zijn administratie zodanig in dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de vrijstellingen, bedoeld in, van belang zijnde bedrijfshandelingen. 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 2015 538 30-12-2015 23-12-2015 34302 01-01-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen XLII en L
van het Belastingplan 2016 van toepassing zijn.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 45, eerste of tweede lid, van de wet Het tijdvak waarover een teruggaaf van belasting als bedoeld in, wordt verleend is het kalenderkwartaal. De inspecteur kan op verzoek een ander tijdvak aanwijzen. 2 Het verzoek om teruggaaf wordt gedaan binnen dertien weken: a. artikel 44, eerste, tweede of derde lid, van de wet na het einde van het in het eerste lid bedoelde tijdvak waarin de kolen zijn gebruikt op een wijze, bedoeld in; b. artikel 45, tweede lid, van de wet nadat de kolen de inbedoelde bestemming hebben gevolgd. 3 Bij het verzoek om teruggaaf worden de aankoopfactuur en de van belang zijnde gegevens over de bestemming van de kolen waarop de teruggaaf betrekking heeft overgelegd. 4 Artikel 17, tweede lid artikel 45, eerste lid, van de wet artikel 44, tweede lid, van de wet , is van overeenkomstige toepassing op de teruggaaf, bedoeld in, met betrekking tot kolen die worden gebruikt op een wijze als bedoeld in. 5 De administratie van degene die om teruggaaf verzoekt, voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden. 2017 524 28-12-2017 20-12-2017 2017 524 28-12-2017 20-12-2017 01-01-2018
Artikel a18a — Artikel a18a#
Artikel a18a artikel 47, eerste lid, onderdeel w, van de wet Energiewet artikel 1.1 van de Energiewet Onder een comptabele meetinrichting als bedoeld inwordt verstaan een comptabele meetinrichting die als zodanig wordt aangemerkt bij een krachtens devastgesteld besluit van de Autoriteit Consument en Markt en die wordt beheerd en uitgelezen door een meetverantwoordelijke partij als bedoeld in. 2025 347 12-11-2025 03-11-2025 2025 348 12-11-2025 03-11-2025 01-01-2026
Artikel b18a — Artikel b18a#
Artikel b18a 1 Artikel 50, vierde lid, van de wet is slechts van toepassing voor leveringen van elektriciteit aan een energieopslagfaciliteit via een grootverbruikaansluiting indien degene aan wie wordt geleverd een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij een energieopslagfaciliteit exploiteert. 2 Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verklaring, bedoeld in het eerste lid, en de administratie van de organisatorische eenheid die de energieopslagfaciliteit exploiteert. 2021 657 27-12-2021 17-12-2021 2021 657 27-12-2021 17-12-2021 01-01-2022
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 artikel 51, eerste lid, van de wet Het verbruik van aardgas, bedoeld in, dient te blijken uit de administratie. 2 Artikel 6c, tweede tot en met vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns is van overeenkomstige toepassing. 2009 615 29-12-2009 23-12-2009 2009 615 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 54, derde lid, van de wet Het verzoek om een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in, bevat de volgende gegevens: a. naam en adres van de verzoeker; b. het beoogde tijdstip van aanvang van het fiscaal-vertegenwoordigerschap; c. naam en adres van de degene die de levering aan de verbruiker verricht en die niet in Nederland is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft van waaruit de levering wordt verricht (in dit artikel: buitenlandse leverancier). 2 Een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger wordt slechts verleend indien de verzoeker: a. in Nederland woont of is gevestigd; b. in de afgelopen vijf jaren niet wegens overtreding van de wettelijke bepalingen inzake rijksbelastingen dan wel douane onherroepelijk is veroordeeld; c. een administratie voert die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden; d. naar het oordeel van de inspecteur voldoende solvabel is. 3 artikel 54, eerste lid, van de wet De verlening van een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger is tevens gebonden aan de voorwaarde dat de verzoeker optreedt voor alle leveringen als bedoeld in. De inspecteur kan op verzoek hiervan afwijken. 4 De inspecteur kan de vergunning intrekken of wijzigen: De buitenlandse leverancier wordt van de intrekking van de vergunning in kennis gesteld, alsmede van de gronden waarop deze berust. a. op verzoek van de fiscaal vertegenwoordiger met schriftelijke instemming van de buitenlandse leverancier; b. op verzoek van de buitenlandse leverancier; c. indien de fiscaal vertegenwoordiger niet meer voldoet aan de aan de vergunning gebonden voorwaarden. 2008 2 15-01-2008 08-01-2008 2008 2 15-01-2008 08-01-2008 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 8aa.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 59, eerste lid, onderdeel c, van de wet artikel 47, eerste lid, onderdeel t, van de wet Het tarief voor zakelijk verbruik, genoemd in, is van toepassing indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit aan hem levert dat het verbruik van die elektriciteit zakelijk verbruik betreft als bedoeld in. 2 De verbruiker dient: a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van het tarief voor zakelijk verbruik van belang zijnde bedrijfshandelingen; b. artikel 47, eerste lid, onderdeel u, van de wet ter vaststelling van de hoeveelheid elektriciteit waarop het tarief, bedoeld in het eerste lid, ziet deze hoeveelheid te meten met behulp van meters indien de elektriciteit mede betrokken wordt voor niet-zakelijk verbruik als bedoeld in. 3 Wijzigingen in de situatie die van invloed zijn op de toepassing van het tarief, bedoeld in het eerste lid, worden onmiddellijk gemeld aan degene die de elektriciteit levert. 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 01-01-2013
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 59, eerste lid, onderdeel b, van de wet Het tarief, bedoeld in, is van toepassing indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die het aardgas aan hem levert, dat het aardgas uitsluitend wordt aangewend in een CNG-vulstation. 2 De verbruiker dient overeenkomstig de in het eerste lid bedoelde verklaring te handelen. Indien niet meer overeenkomstig de verklaring gehandeld wordt, meldt de verbruiker dat onmiddellijk aan degene die het aardgas levert. 2013 569 30-12-2013 18-12-2013 2013 569 30-12-2013 18-12-2013 01-01-2014
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a 1 artikel 59, derde lid, van de wet De uitzondering invoor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid, is mede van toepassing gedurende de eerste periode van maximaal twee jaar na de ingebruikneming van een installatie voor stadsverwarming die is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid. 2 De periode, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het moment waarop de levering van warmte door middel van de installatie een aanvang neemt. 3 Het eerste lid is slechts van toepassing als de houder van de installatie aan degene die het aardgas aan hem levert een verklaring heeft overgelegd: a. dat sprake is van een installatie voor stadsverwarming; b. dat de stadsverwarming is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van restwarmte, aardwarmte of van warmte opgewekt met vaste, vloeibare of gasvormige biomassa, aquathermie, een lucht-water-warmtepomp of een elektrische boiler; c. wanneer de periode, bedoeld in het eerste lid, aanvangt en eindigt. 2025 451 23-12-2025 19-12-2025 2025 451 23-12-2025 19-12-2025 01-01-2026
Artikel 21aa — Artikel 21aa#
Artikel 21aa 1 artikel 59, derde lid, van de wet De uitzondering invoor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid, is mede van toepassing indien tijdelijk niet aan die voorwaarde kan worden voldaan in verband met de vervanging van een warmtebron als bedoeld in dat lid. 2 artikel 59, derde lid, van de wet Het eerste lid is van toepassing indien de inspecteur op verzoek van de verbruiker, bedoeld in, of de leverancier van het aardgas bij voor bezwaar vatbare beschikking een ontheffing heeft verleend van de voorwaarde die dat lid aan de uitzondering verbindt. De ontheffing wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar. 3 De ontheffing wordt slechts verleend indien bij het verzoek om ontheffing stukken zijn overgelegd waaruit blijkt: a. artikel 59, derde lid, van de wet waarom tijdelijk niet kan worden voldaan aan de voorwaarde dieaan de uitzondering verbindt; b. artikel 59, derde lid, van de wet wat de reden is van de vervanging van de warmtebron, bedoeld in, en wanneer de periode waarin die vervanging plaatsvindt aanvangt en eindigt; en c. artikel 59, derde lid, van de wet welke maatregelen worden genomen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht om weer te voldoen aan de voorwaarde dieaan de uitzondering verbindt. 2025 451 23-12-2025 19-12-2025 2025 451 23-12-2025 19-12-2025 01-01-2026
Artikel 21ab — Artikel 21ab#
Artikel 21ab 1 artikel 59, derde lid, van de wet De uitzondering invoor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid, is mede van toepassing indien tijdelijk niet aan die voorwaarde kan worden voldaan in verband met een calamiteit die betrekking heeft op de installatie voor stadsverwarming. 2 artikel 59, derde lid, van de wet Het eerste lid is van toepassing indien de inspecteur op verzoek van de verbruiker, bedoeld in, of de leverancier van het aardgas bij voor bezwaar vatbare beschikking een ontheffing heeft verleend van de voorwaarde die dat lid aan de uitzondering verbindt. De ontheffing wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar. 3 De ontheffing wordt slechts verleend indien bij het verzoek om ontheffing stukken zijn overgelegd waaruit blijkt: a. artikel 59, derde lid, van de wet waarom tijdelijk niet kan worden voldaan aan de voorwaarde dieaan de uitzondering verbindt; b. dat de calamiteit redelijkerwijs niet kon worden voorzien; en c. artikel 59, derde lid, van de wet welke maatregelen worden genomen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht om weer te voldoen aan de voorwaarde dieaan de uitzondering verbindt. 2025 451 23-12-2025 19-12-2025 2025 451 23-12-2025 19-12-2025 01-01-2026
Artikel 21b — Artikel 21b#
Artikel 21b Vervallen 2020 551 23-12-2020 16-12-2020 2020 551 23-12-2020 16-12-2020 01-04-2021
Artikel 21c — Artikel 21c#
Artikel 21c 1 artikel 60, tweede lid, van de wet De verbruiker, bedoeld in, wordt aangemerkt als onderneming in moeilijkheden, wanneer het bedrijf van de verbruiker waaraan het aardgas wordt geleverd niet of niet langer levensvatbaar is. 2 Een bedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt geacht niet of niet langer levensvatbaar te zijn, wanneer zich een of meer van de volgende omstandigheden voordoen: a. de verbruiker heeft verzocht om uitstel van betaling van een belastingschuld, maar dit verzoek is door de ontvanger onherroepelijk afgewezen omdat hij het bedrijf niet of niet langer levensvatbaar acht; b. de verbruiker heeft aan zijn schuldeisers een verzoek gedaan een crediteurenakkoord te sluiten tot vermindering of kwijtschelding van de uitstaande vorderingen; c. artikel 222 van de Faillissementswet aan de verbruiker is surseance van betaling toegestaan als bedoeld in; d. artikel 1 van de Faillissementswet de verbruiker is bij rechterlijk vonnis in staat van faillissement verklaard als bedoeld in. 3 artikel 60, eerste lid, van de wet Wanneer een of meer omstandigheden als bedoeld in het tweede lid zich voordoen, meldt de verbruiker binnen acht weken schriftelijk aan de leverancier van het aardgas dat hij niet langer in aanmerking komt voor het tarief, bedoeld in, omdat hij niet langer voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de wet. Hierbij vermeldt de verbruiker de datum waarop deze wijziging is ingetreden. De leverancier van het aardgas beëindigt de toepassing van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, drie maanden na de datum genoemd in de melding van de verbruiker, bedoeld in de eerste volzin, tenzij deze melding is gevolgd door een intrekking van deze melding als bedoeld in het vijfde lid. 4 Een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid wordt geacht zich niet te hebben voorgedaan, wanneer binnen de termijn van acht weken, bedoeld in het derde lid: a. in geval van het tweede lid, onderdeel a: de verbruiker de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling was verzocht volledig heeft voldaan; b. in geval van het tweede lid, onderdeel b: de schuldeisers van de verbruiker het verzoek om een crediteurenakkoord te sluiten honoreren; c. artikel 245 van de Faillissementswet in geval van het tweede lid, onderdeel c: de beschikking waarbij de surseance is ingetrokken in kracht van gewijsde is gegaan, bedoeld in, en de faillietverklaring van de verbruiker niet is uitgesproken; d. artikel 161 van de Faillissementswet in geval van het tweede lid, onderdeel d: het faillissement eindigt als gevolg van de homologatie van een akkoord dat in kracht van gewijsde is gegaan, bedoeld in. 5 Wanneer de melding, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, heeft plaatsgevonden en het vierde lid van toepassing is, trekt de verbruiker deze melding schriftelijk in binnen twee weken na afloop van de termijn van acht weken, genoemd in het derde lid. De eerdere melding wordt dan geacht niet te hebben plaatsgevonden. 6 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het tweede, derde en vierde lid. 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 01-01-2016
Artikel 21d — Artikel 21d#
Artikel 21d 1 artikel 60b, eerste lid, van de wet 47, eerste lid, onderdeel w, van de wet artikel 70a, derde lid, van de wet Het tarief, genoemd in, is slechts van toepassing indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit aan hem levert, dat de elektriciteit uitsluitend wordt aangewend in een walstroominstallatie als bedoeld in artikeldie geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor schepen niet zijnde particuliere pleziervaartuigen als bedoeld in. 2 De verbruiker trekt de verklaring binnen zes weken schriftelijk in, indien de door hem overgelegde verklaring, bedoeld in het eerste lid, op enig moment niet meer juist is. De schriftelijke intrekking wordt door hem ondertekend, waarbij het moment, bedoeld in de vorige zin, wordt vermeld. 3 Artikel 21c is van overeenkomstige toepassing. 2023 512 27-12-2023 20-12-2023 2023 512 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2025
Artikel 21e — Artikel 21e#
Artikel 21e artikel 63, eerste lid, van de wet Indien in de verbruiksperiode elektriciteit wordt betrokken van meerdere leveranciers via één aansluiting wordt de vermindering, bedoeld inslechts door één van de leveranciers toegepast. 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-01-2017
Artikel 21f — Artikel 21f#
Artikel 21f 1 artikel 60, zesde lid, onderdeel a, van de wet artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in, aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in, eindigt. 2 artikel 60a, vijfde lid, onderdeel a, van de wet artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in, aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in, eindigt. 3 artikel 60b, vijfde lid, onderdeel a, van de wet artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in, aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in, eindigt. 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2024
Artikel 21g — Artikel 21g#
Artikel 21g artikelen 60, zesde lid, onderdeel a 60a, vijfde lid, onderdeel a 60b, vijfde lid, onderdeel a, van de wet De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in de,, en, per begunstigde op de volgende wijze: EAN-code Naam Adres Provincie Nummer waaronder de begunstigde bij de Kamer van Koophandel is geregistreerd Datum waarop de steun voor het eerst is verleend Bedrag van de staatssteun in het kalenderjaar waarin de steun is verleend 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2024
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 64, eerste of tweede lid, van de wet De vrijstellingen, bedoeld in, worden verleend indien degene die aardgas of elektriciteit gebruikt, een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas of die elektriciteit aan hem heeft geleverd, dat hij dat aardgas of die elektriciteit gebruikt op een in artikel 64, eerste of tweede lid, van de wet bedoelde wijze. Deze verklaring kan eenmalig worden afgegeven. 2 artikel 64, eerste of tweede lid, van de wet Geen vrijstelling wordt verleend indien de inbedoelde installatie een totaal opgesteld elektrisch vermogen heeft van minder dan 60 kW. 3 artikel 64, vierde lid, van de wet De vrijstellingen, bedoeld in, worden verleend indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit of het aardgas heeft geleverd, dat hij die elektriciteit of dat aardgas gebruikt op de wijze, bedoeld in artikel 64, vierde lid, van de wet. 4 artikel 64, vijfde lid, van de wet De vrijstelling, bedoeld in, wordt verleend indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas heeft geleverd, dat hij dat aardgas gebruikt op de wijze, bedoeld in artikel 64, vijfde lid, van de wet. 5 artikel 64, zesde lid, van de wet De vrijstelling, bedoeld in, wordt verleend indien degene die het aardgas gebruikt een verklaring heeft overgelegd aan degene die dat aardgas aan hem heeft geleverd, dat hij dat aardgas gebruikt op de in artikel 64, zesde lid, van de wet bedoelde wijze. 6 artikel 64, eerste, tweede, vierde, vijfde of zesde lid, van de wet Degene die aardgas of elektriciteit gebruikt op een wijze waarvoor een vrijstelling als bedoeld inwordt verleend dient: a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de desbetreffende vrijstelling van belang zijnde bedrijfshandelingen; b. ter vaststelling van de hoeveelheid product waarop de vrijstelling ziet, deze hoeveelheid te meten met behulp van meters indien het desbetreffende product mede betrokken wordt voor andere doeleinden. 7 artikel 64, eerste, tweede, vierde, vijfde of zesde lid, van de wet Wijzigingen in de situatie die van invloed zijn op de toepassing van een vrijstelling als bedoeld inworden onmiddellijk gemeld aan degene die het aardgas of de elektriciteit levert. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a 1 artikel 64, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, van de wet artikel 47, eerste lid, onderdeel g, van de wet Voor de toepassing van de vrijstellingen, bedoeld in, wordt ingeval aardgas wordt gebruikt in een inrichting bestaande uit twee of meer installaties als bedoeld inde totale hoeveelheid op een distributienet ingevoede elektriciteit aan de installaties toegedeeld naar verhouding van de hoeveelheid per installatie opgewekte elektriciteit. 2 Indien de inspecteur hierom wordt verzocht en indien aannemelijk wordt gemaakt dat de werkelijke verhouding niet overeenkomt met de verhouding, bedoeld in het eerste lid, kan de totale hoeveelheid op het distributienet ingevoede elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, worden toegedeeld aan de installaties in overeenstemming met een verhouding die de werkelijkheid benadert. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2009 615 29-12-2009 23-12-2009 2009 615 29-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 67, eerste lid, van de wet Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, wordt uiterlijk gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode. 2 Ter vaststelling van de hoeveelheid verbruikte warmte meet de gebruiker van de onroerende zaak deze hoeveelheid met behulp van een warmtehoeveelheidsmeter. 3 Bij het verzoek om de in het eerste lid bedoelde teruggaaf wordt de afrekening overgelegd die door de exploitant van de installatie voor blokverwarming of in diens opdracht is opgemaakt. 4 De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als het bedrag aan belasting expliciet op de factuur in rekening is gebracht en slechts voor zover die factuur is betaald. 5 Indien een hoger bedrag aan belasting is gefactureerd dan door degene die de levering heeft verricht verschuldigd is, wordt voor het bepalen van de hoogte van de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, het bedrag aan verschuldigde belasting gebruikt. 2017 524 28-12-2017 20-12-2017 2017 524 28-12-2017 20-12-2017 01-01-2018
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 68, eerste lid, van de wet Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, kan worden gedaan na afloop van elke kalendermaand waarin recht op teruggaaf is ontstaan, dan wel, wanneer de leveranciers verschillende verbruiksperioden hanteren, na afloop van de kalendermaand waarin de laatste van die verbruiksperioden afloopt, en wordt uiterlijk gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode, onderscheidenlijk na afloop van de laatste verbruiksperiode. 2 artikel 68, tweede lid, van de wet Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, kan worden gedaan na afloop van elke kalendermaand waarin recht op teruggaaf is ontstaan, en wordt uiterlijk gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode. 3 De teruggaaf, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt alleen verleend indien de aankoopfacturen worden overgelegd en indien de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden. 4 De teruggaaf, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt alleen verleend als het bedrag aan belasting expliciet op de factuur in rekening is gebracht en slechts voor zover die factuur is betaald. 5 Indien een hoger bedrag aan belasting is gefactureerd dan door degene die de levering heeft verricht verschuldigd is, wordt voor het bepalen van de hoogte van de teruggaaf, bedoeld in het eerste en tweede lid, het bedrag aan verschuldigde belasting gebruikt. 2019 516 27-12-2019 18-12-2019 2019 516 27-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 69, eerste tot en met derde lid, van de wet Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, wordt uiterlijk gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode. 2 De in het eerste lid bedoelde teruggaaf wordt alleen verleend indien de eindfactuur wordt overgelegd. 3 De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als het bedrag aan belasting expliciet op de factuur in rekening is gebracht en slechts voor zover die factuur is betaald. 4 Indien een hoger bedrag aan belasting is gefactureerd dan door degene die de levering heeft verricht verschuldigd is, wordt voor het bepalen van de hoogte van de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, het bedrag aan verschuldigde belasting gebruikt. 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-01-2017
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet Het tijdvak waarover een teruggaaf van belasting als bedoeld inwordt verleend is: a. artikel 64, eerste of tweede lid, van de wet het kalenderjaar ingeval het aardgas of de elektriciteit in dat kalenderjaar is gebruikt op een wijze als bedoeld in; b. artikel 64, vierde, vijfde of zesde lid, van de wet het kalenderkwartaal ingeval het aardgas of de elektriciteit in dat kalenderkwartaal is gebruikt op een wijze als bedoeld in. 2 De inspecteur kan op verzoek een tijdvak aanwijzen dat afwijkt van het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, met dien verstande dat het aan te wijzen tijdvak twaalf, onderscheidenlijk drie dan wel twaalf, aaneengesloten maanden bedraagt. 3 Het verzoek om teruggaaf van belasting wordt gedaan binnen dertien weken na het einde van het in het eerste of tweede lid bedoelde tijdvak. 4 Teruggaaf van belasting wordt alleen verleend indien de aankoopfacturen en de van belang zijnde gegevens en verklaringen over de bestemming van het aardgas of de elektriciteit waarop de teruggaaf betrekking heeft, worden overgelegd en indien de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden. 5 Artikel 22, tweede lid artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet artikel 64, eerste of tweede lid, van de wet , is van overeenkomstige toepassing op de teruggaaf, bedoeld iningeval het aardgas of de elektriciteit is gebruikt op een inbedoelde wijze. 6 Artikel 22, zesde lid artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet , is van overeenkomstige toepassing op de teruggaaf van belasting, bedoeld in. 7 artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet De teruggaaf, bedoeld in, wordt voorts alleen verleend als het bedrag aan belasting expliciet op de factuur in rekening is gebracht en slechts voor zover die factuur is betaald. 8 artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet Voor het berekenen van de teruggaaf, bedoeld in, wordt het verbruik in de verbruiksperiode, bedoeld in, in aanmerking genomen. 9 artikel 70, eerste tot en met vierde lid, van de wet Indien een hoger bedrag aan belasting is gefactureerd dan door degene die de levering heeft verricht verschuldigd is, wordt voor het bepalen van de hoogte van de teruggaaf, bedoeld in, het bedrag aan verschuldigde belasting gebruikt. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 Abusievelijk is voor het derde lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 70a, eerste lid, van de wet Teruggaaf van belasting als bedoeld inwordt op verzoek verleend aan degene aan wie de belasting in rekening is gebracht. 2 Het tijdvak waarover de teruggaaf wordt verleend, is het kalenderkwartaal. De inspecteur kan op verzoek een ander tijdvak aanwijzen. 3 Het verzoek om teruggaaf van belasting wordt gedaan binnen dertien weken na het eind van het in het tweede lid bedoelde tijdvak waarin het aardgas is geleverd. 4 Teruggaaf wordt voorts alleen verleend indien: a. uit de aankoopfactuur blijkt wanneer en hoeveel aardgas is geleverd; b. degene die het verzoek om teruggaaf doet, bij het verzoek schriftelijk verklaart welk gedeelte van dit aardgas is gebruikt als brandstof voor vaartuigen op communautaire wateren, niet zijnde particuliere pleziervaartuigen; en c. de verklaring, bedoeld in onderdeel b, desgevraagd kan worden gestaafd met schriftelijke verklaringen van de exploitanten van de vaartuigen waarin het aardgas als brandstof is gebruikt. 5 De teruggaaf wordt voorts alleen verleend indien de aankoopfactuur en de van belang zijnde gegevens en verklaringen over de bestemming van het aardgas waarop de teruggaaf betrekking heeft, worden overgelegd en indien de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt, voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden. 6 De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als het bedrag aan belasting expliciet op de factuur in rekening is gebracht en slechts voor zover die factuur is betaald. 7 Indien een hoger bedrag aan belasting is gefactureerd dan door degene die de levering heeft verricht verschuldigd is, wordt voor het bepalen van de hoogte van de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, het bedrag aan verschuldigde belasting gebruikt. 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-01-2017
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a 1 artikel 72, onderdeel c, van de wet Onder een vliegtuig als bedoeld inworden niet verstaan lesvliegtuigen en vliegtuigen gebruikt voor de werkzaamheden van hulpdiensten. 2 Onder lesvliegtuigen wordt verstaan: a. Verordening (EU) 2018/1139 Verordeningen (EG) nr. 2111/2005 (EG) nr. 1008/2008 (EU) nr. 996/2010 (EU) nr. 376/2014 Richtlijnen 2014/30/EU 2014/53/EU Verordeningen (EG) nr. 552/2004 (EG) nr. 216/2008 Verordening (EEG) nr. 3922/91 vliegtuigen die een vlucht maken uitsluitend in het kader van een opleidingscursus als bedoeld in onderdeel 1.8 van bijlage IV bijvan het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de,,,en deenvan het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van deenvan het Europees Parlement en de Raad envan de Raad (PbEU 2018, L 212), gegeven door een vlieginstructeur als bedoeld in onderdeel 1.9 van die bijlage; b. Verordening (EU) 2018/1139 vliegtuigen die een vlucht maken uitsluitend ten behoeve van het aantonen, onderhouden of handhaven van de bekwaamheid in praktische vaardigheden, bedoeld in onderdeel 1.5 van bijlage IV bij. 3 Onder vliegtuigen gebruikt voor de werkzaamheden van hulpdiensten wordt verstaan: vliegtuigen die worden gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden door hulpdiensten en hiertoe een speciale uitrusting hebben die permanent aan het vliegtuig is bevestigd. 2024 196 28-06-2024 25-06-2024 2024 196 28-06-2024 25-06-2024 01-07-2024
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 3, eerste lid artikel 18, tweede lid artikel 24, eerste lid artikel 25, eerste en tweede lid artikel 26, eerste lid artikel 27, derde lid artikel 28, derde lid Een verzoek om teruggaaf als bedoeld in,,,,,, en, wordt gedaan met gebruikmaking van een daartoe door de inspecteur beschikbaar gesteld formulier. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a 1 artikel 92, eerste lid, van de wet De vermindering op de verschuldigde belasting, bedoeld in, bedraagt, in geval komt vast te staan dat een door de belastingplichtige ter zake van het leveren van goederen of het verrichten van diensten te ontvangen bedrag gedeeltelijk niet is en niet zal worden ontvangen, het gedeelte van het ter zake niet ontvangen bedrag dat naar evenredigheid correspondeert met de ter zake op aangifte voldane belasting. 2 artikel 92, derde lid, van de wet De opnieuw verschuldigde belasting, bedoeld in, bedraagt, in geval door de belastingplichtige alsnog geheel of gedeeltelijk een bedrag wordt ontvangen ter zake van het leveren van goederen of het verrichten van diensten ten aanzien waarvan een aanspraak op de vermindering van belasting is ontstaan, het gedeelte van het ter zake ontvangen bedrag dat naar evenredigheid correspondeert met de ter zake toegepaste vermindering. 2021 657 27-12-2021 17-12-2021 2021 657 27-12-2021 17-12-2021 01-01-2022 01-07-2021
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Wet belastingen op milieugrondslag Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum waarop de bepalingen van de, waarin dit besluit zijn grondslag vindt, in werking treden. 2008 2 15-01-2008 08-01-2008 2008 2 15-01-2008 08-01-2008 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 11.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag. 2008 2 15-01-2008 08-01-2008 2008 2 15-01-2008 08-01-2008 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 12.