Besluit van 19 december 1994, houdende wijziging van het Mediabesluit, alsmede regels met betrekking tot de invoering van de wet van 28 april 1994 (Stb. 385)
- BWB-id
- BWBR0007134
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1995-01-01 t/m 2005-11-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007134
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/wijzigingsbesluit-mediabesluit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/wijzigingsbesluit-mediabesluit/1995-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007134&g=1995-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007134&z=2026-06-06&g=1995-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007134/1995-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/wijzigingsbesluit-mediabesluit
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel II — Artikel II#
Artikel II 1 De leden van het bestuur van de Nederlandse Omroepprogramma Stichting, met uitzondering van de voorzitter, treden af met ingang van 1 januari 1995. Zij zijn terstond herbenoembaar als lid van het algemeen bestuur van de Nederlandse Omroep Stichting. 2 Mediawet Alle leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van de Nederlandse Omroep Stichting, met uitzondering van de voorzitter, treden af met ingang van 1 september 1995. De leden zijn terstond herbenoembaar. De leden van het dagelijks bestuur kunnen, in afwijking van artikel 19, vierde lid, tweede zin, van de, na herbenoeming nog eenmaal voor een aansluitende periode worden herbenoemd. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel III — Artikel III#
Artikel III 1 artikel 31 van de Mediawet De concessies, bedoeld in, treden voor de eerste maal in werking met ingang van 1 september 1995. 2 d artikelen 39 i 39van de Mediawet De toewijzing van zendtijd op grond van detot en metgaat voor de eerste maal in op 1 september 1995. 3 artikelen 41 c 41van de Mediawet De indeling van zendtijd op grond van detot en metgaat voor de eerste maal in op 1 september 1995. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Stb. Voor de eerste maal na de inwerkingtreding van de wet van 28 april 1994 (385): a. artikel 1, eerste lid, van het Mediabesluit wordt, in afwijking van, een aanvraag voor een concessie voor landelijke omroep ingediend voor 15 januari 1995; b. artikel 1, tweede lid, van het Mediabesluit artikel 34 van de Mediawet legt Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in afwijking van, de ingediende aanvragen voor 1 februari 1995 ter advisering voor aan de adviescommissie, bedoeld in, en brengt deze commissie voor 15 april 1995 haar advies uit; c. artikel 1, derde lid, van het Mediabesluit besluit Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in afwijking van, voor 1 juni 1995 op de aanvraag. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel V — Artikel V#
Artikel V Stb. Voor de eerste maal na de inwerkingtreding van de wet van 28 april 1994 (385): a. artikel 9, eerste lid, van het Mediabesluit d artikel 39 e 39 f 39 h 39van de Mediawet wordt, in afwijking van, een aanvraag tot toewijzing van zendtijd op grond van,,ofingediend voor 15 januari 1995; b. artikel 9, tweede lid, van het Mediabesluit besluit het Commissariaat voor de Media, in afwijking van, voor 1 juni 1995 op de aanvraag. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI 1 Mediawet artikelen 39 a 39 b 39van de Mediawet Stb. Besluiten tot toewijzing van zendtijd voor landelijke omroep en aanwijzing van dagen, uren en zendernetten op grond van dezoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 28 april 1994 (385), blijven van kracht tot en met 31 augustus 1995. De,envinden tot dat tijdstip geen toepassing. 2 artikel 32 van de Mediawet Stb. Tot en met 31 augustus 1995 kan het Commissariaat voor de Media met toepassing van, zoals deze bepaling luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 28 april 1994 (385), zendtijd toewijzen, alsmede besluiten tot een afwijking van de vastgestelde hoeveelheden, uren en verhoudingen tussen de zendtijd van de verschillende categorieën instellingen. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII artikelen 44 47 van de Mediawet Stb. Tot en met 31 augustus 1995 geschiedt de eventuele intrekking of herziening van zendtijdtoewijzing op grond van detot en met, zoals deze artikelen luidden voor de inwerkingtreding van de wet van 28 april 1994 (385). 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII 1 artikelen 14 15 van de Mediawet artikel 3 van het Mediabesluit Stb. Op een aanvraag tot toewijzing van zendtijd aan een aspirant-omroepvereniging die voor 1 oktober 1994 bij het Commissariaat voor de Media is ingediend, besluit het Commissariaat voor 1 mei 1995 met inachtneming van deen, zoals deze artikelen luidden voor de inwerkingtreding van de wet van 28 april 1994 (385), en, zoals deze bepaling luidde voor de inwerkingtreding van dit besluit. 2 Indien het Commissariaat besluit tot toewijzing van zendtijd aan een aspirant-omroepvereniging, bepaalt Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor 1 juni 1995 op welk televisieprogrammanet de zendtijd voor televisie van de aspirant-omroepvereniging tussen 16.00 uur en 24.00 uur zal worden ingedeeld. 3 artikel 37, eerste lid, van de Mediawet Mediawet Mediawet De zendtijdtoewijzing gaat in op 1 september 1995. De zendtijdtoewijzing wordt met ingang van die datum van rechtswege omgezet in een tweejarige voorlopige concessie als bedoeld in, die - in afwijking van artikel 37, derde lid, eerste zin, van de- samenvalt met de eerste twee jaren van de concessieperiode, bedoeld in artikel 31, derde lid, eerste zin, van de. 4 artikel 1, eerste lid, van het Mediabesluit artikel 31, eerste lid, van de Mediawet De houder van een voorlopige concessie als bedoeld in het derde lid kan, in afwijking van, in de maand november 1996 een aanvraag indienen voor een concessie voor landelijke omroep als bedoeld in. 5 artikel 31, eerste lid, van de Mediawet Mediawet Indien een concessie als bedoeld inwordt verleend, wordt deze, in afwijking van artikel 31, derde lid, eerste zin, van de, verleend voor een periode van drie jaren. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX 1 artikel 49 van de Mediawet artikel 49 van de Mediawet Stb. Tot en met 31 augustus 1995 vindtgeen toepassing, doch blijft in plaats daarvan gelden, zoals deze bepaling luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 28 april 1994 (385). 2 artikel 50, eerste lid, van de Mediawet Stb. Ten aanzien van het radioprogramma van de omroepverenigingen die zendtijd hebben verkregen, blijft tot en met 31 augustus 1995 gelden, zoals deze bepaling luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 28 april 1994 (385). 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel X — Artikel X#
Artikel X artikel 51 van de Mediawet artikel 50, tweede lid, van de Mediawet Een rechtspersoon als bedoeld inkan niet eerder dan met ingang van 1 september 1995 voor de toepassing vanin de plaats treden van de deelnemende omroepverenigingen. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel XI — Artikel XI#
Artikel XI b artikelen 51 d 51van de Mediawet Stb. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bepaalt, met inachtneming van deen, welk gedeelte van de zendtijd van de Nederlandse Omroepprogramma Stichting met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 28 april 1994 (385) geacht wordt te zijn toegewezen aan de Nederlandse Omroep Stichting, onderscheidenlijk aan de Nederlandse Programma Stichting. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel XII — Artikel XII#
Artikel XII m Artikel 71van de Mediawet Stb. , zoals deze bepaling luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 28 april 1994 (385), blijft van toepassing op omroepverenigingen die: a. b artikel 71van de Mediawet voornemens zijn een toestemming als bedoeld inaan te vragen dan wel een belang te verwerven in een commerciële omroepinstelling die een dergelijke toestemming heeft verkregen of zal aanvragen; en b. op 15 januari 1995 geen aanvraag voor een concessie voor landelijke omroep hebben ingediend. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel XIII — Artikel XIII#
Artikel XIII 1 artikelen 99 102 104 109 van de Mediawet Stb. De bekostiging en afrekening van de instellingen die zendtijd hebben verkregen en de Stichting Radio Nederland Wereldomroep over de kalenderjaren 1994 en 1995 geschiedt volgens detot en metentot en met, zoals deze artikelen luidden voor de inwerkingtreding van de wet van 28 april 1994 (385). 2 artikelen 99 108 van de Mediawet De meerjarenplannen, bedoeld in deen, worden voor de eerste maal ingediend in 1995. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel XIV — Artikel XIV#
Artikel XIV Mediabesluit Staatsblad De tekst van hetwordt in hetgeplaatst. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995
Artikel XV — Artikel XV#
Artikel XV artikel I, onderdeel A artikel 175 van de Mediawet Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1995, met uitzondering van, artikelen 7, 11, 12, 13 en 14, en onderdeel I, welke onderdelen in werking treden met ingang van 1 februari 1995 en terugwerken tot en met 1 januari 1995, onverminderd. 1994 914 19-12-1994 1994 914 19-12-1994 01-01-1995