Besluit van 23 november 1995, houdende regeling van de bekostiging van de uitvoering van de Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad
- BWB-id
- BWBR0007669
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2009-07-01 t/m 2010-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007669
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/bekostigingsbesluit-pensioen-en-uitkeringsraad-1996
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/bekostigingsbesluit-pensioen-en-uitkeringsraad-1996/2009-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007669&g=2009-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007669&z=2026-06-06&g=2009-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007669/2009-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/bekostigingsbesluit-pensioen-en-uitkeringsraad-1996
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad wet: de; b. bijdrage: het bedrag dat in het kader van de bekostiging ten laste van 's Rijks kas komt; c. bijlage produkt: een produkt als bedoeld in debij dit besluit; d. begrote produktie: het geraamde aantal te realiseren eenheden produkt; e. realisatie produktie: het aantal voortgebrachte eenheden produkt; f. tarief: de vergoeding per eenheid product; g. normbegroting: de begroting die is opgesteld op grond van genormeerde financiële uitgangspunten; h. normproductie: het aantal eenheden product dat wordt gehanteerd bij de vaststelling van het tarief; i. artikel 23, tweede lid, van de wet begroting: het deel van de begroting van de Raad, dat betrekking heeft op de kosten, bedoeld in. 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 24-06-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3, onderdelen a en b, van de wet In de begroting van de Raad worden, zoveel mogelijk verbijzonderd naar de inbedoelde taken, de volgende onderdelen onderscheiden: a. kosten, verbonden aan de regelmatige uitvoering, te onderscheiden naar: 1. kosten van bestuur en Kamers, waaronder begrepen de kosten van de aan de Kamers verbonden secretariaten, voorzover deze niet begrepen zijn in de kosten van het bureau; 2. kosten van het bureau; 3. accountantskosten; 4. artikel 16 van de wet kosten van derden wegens uitvoering van werkzaamheden op grond van een overeenkomst ingevolge; 5. kosten, verbonden aan medische keuringen en taxaties door externe deskundigen, aan buitenlandse posten en aan procesvoering; 6. kosten, verbonden aan het verificatie-onderzoek door derden; b. kosten, verbonden aan investeringen die niet in de normbegroting betreffende de kosten van het bureau zijn opgenomen; c. kosten, verbonden aan het verrichten van werkzaamheden met een incidenteel karakter, waaronder begrepen werkzaamheden die voortvloeien uit wijzigingen in de geldende regelgeving; d. artikel 3, onderdeel a, van de wet wachtgeldkosten, onderscheiden naar de kosten welke verband houden met de totstandkoming van de Raad en de kosten welke het gevolg zijn van het ontslag van één of meer leden van het personeel van het bureau van de Raad in verband met een vermindering van werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in; e. kosten, welke verband houden met een door de Raad opgesteld sociaal plan; f. artikel 3, onderdeel a, van de wet onvermijdbare kosten welke verband houden met een vermindering van werkzaamheden in het kader van de uitvoering van taken als bedoeld in; g. artikelen 5 tot en met 8 geraamde inkomsten, anders dan de bijdragen, bedoeld in de; h. kosten verbonden aan het opstellen van sociale rapportages en verzetsrapportages. 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 24-06-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 a artikel 2, onderdeel, onder 2 Op voorstel van de Raad stelt Onze minister ten behoeve van de kosten, bedoeld in, een normbegroting vast. Onze minister kan kosten aanwijzen die niet onder de normbegroting vallen. 2 Op basis van de normbegroting stelt Onze Minister per product een tarief vast. 3 Onze Minister draagt zorg voor een driejaarlijkse herijking van de tarieven. 4 Onze minister geeft bij de vaststelling van de tarieven aan welk deel aan de ontwikkeling van de lonen en welk deel aan de ontwikkeling van de prijzen wordt aangepast. 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 24-06-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Indien de begrote productie wezenlijk afwijkt van de normproductie kan Onze Minister, na overleg met de Raad, een tarief wijzigen. 2 De Raad kan een voorstel doen tot wijziging van een tarief. 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 24-06-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2, onderdeel a, onder 2 De bijdrage in de kosten, bedoeld in, bestaat uit de som van de per product volgens de navolgende formule berekende bedragen: Pb × T. In deze formule is: Pb: de begrote productie in de laatst ingediende begroting; T: het tarief. 2 artikel 3, tweede lid In afwijking van het eerste lid kan Onze minister, na overleg met de Raad, voor een naar aard te specificeren aantal eenheden van de begrote produktie van een produkt, welke zich gezien de daaraan verbonden werklast en kosten onderscheiden van de gemiddelde werklast en kosten op basis waarvan het tarief, genoemd in, is vastgesteld, de bijdrage in de kosten op andere wijze vaststellen. In de formule, genoemd in het eerste lid, wordt daartoe Pb verlaagd met het aantal eenheden waarvoor de bijdrage op andere wijze wordt vastgesteld. 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 24-06-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 3, eerste lid, tweede volzin Ten aanzien van de kosten, bedoeld in, bestaat de bijdrage uit een door Onze minister vastgesteld bedrag. 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 01-01-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2, onderdeel a, onder 1 en 3 De bijdrage in de kosten, bedoeld in, bestaat uit een voor de onderscheiden kosten door Onze minister vastgesteld bedrag. 2 artikel 2, onderdelen a, onder 5, b, c, e en f De bijdrage in de kosten, bedoeld in, bestaat voor de onderscheiden kosten uit de werkelijk gemaakte kosten tot een door Onze minister vastgesteld maximum. 3 artikel 2, onderdeel a, onder 6 De bijdrage in de kosten, bedoeld in, bestaat uit de werkelijk gemaakte kosten. 4 artikel 2, onderdelen a, onder 4, en h De bijdrage in de kosten, bedoeld in, bestaat uit een voor de onderscheiden kosten door Onze Minister vastgesteld bedrag vermenigvuldigd met het aantal te produceren eenheden. 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 24-06-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 d artikel 2, onderdeel De bijdrage in de kosten, bedoeld in, bestaat uit de werkelijk gemaakte kosten, mits de Raad Onze minister vooraf van het ontslag in kennis heeft gesteld en al datgene heeft gedaan of nagelaten dat nodig was om deze kosten zo laag mogelijk te doen zijn. 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 01-01-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 2, onderdeel g artikelen 5 tot en met 8 De inkomsten, bedoeld in, worden, met uitzondering van de renteopbrengsten en uitkeringen in verband met arbeidsongeschiktheid, in mindering gebracht op de bijdragen, bedoeld in de. 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 24-06-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 5, eerste lid De bijdrage, bedoeld in, kan in de loop van enig jaar worden aangepast indien de ontwikkeling van de lonen of prijzen daartoe aanleiding geeft. 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 01-01-1996
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 5 tot en met 9 Onze minister beslist na indiening van de begroting over de goedkeuring van de begroting en doet de Raad met inachtneming van deeen voorlopige vaststelling van de bijdragen toekomen. 2 In de voorlopige vaststelling wordt in ieder geval medegedeeld: a. artikel 5, eerste lid artikel 5, tweede lid met betrekking tot de bijdrage, bedoeld in, de begrote productie en, voorzover van toepassing, het aantal eenheden waarop het bepaalde in, van toepassing is en de wijze waarop de bijdrage zal worden vastgesteld; b. artikelen 6 7, eerste en tweede lid voorzover het betreft de bijdragen, bedoeld in deen, het door Onze minister vastgestelde bedrag of maximum. 3 artikel 13 Indien de Raad een gewijzigde begroting als bedoeld inindient doet Onze minister de Raad een voorlopige vaststelling van de bijdragen toekomen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Onze minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het te hanteren begrotingsmodel en de bij de begroting over te leggen bescheiden. 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 01-01-1996
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De Raad kan Onze minister in de loop van enig jaar een gewijzigde begroting voorleggen. 2 artikel 3 Onze minister kan de Raad verzoeken een gewijzigde begroting in te dienen, indien naar zijn oordeel, op grond van de ontwikkeling van de werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld invan de wet, daartoe aanleiding is. 3 artikelen 2 tot en met 12 Devan dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing. 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 01-01-1996
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 24, eerste lid, van de wet Na ontvangst van de bescheiden, bedoeld in, worden de bijdragen vastgesteld. 2 artikel 5, eerste lid De bijdrage, bedoeld in, wordt verhoogd dan wel verlaagd met de som van de per product volgens de navolgende formule berekende bedragen: (Pr–Pb)T. In deze formule is: Pr: de gerealiseerde productie; Pb: de begrote productie in de laatst ingediende begroting; T: het tarief. 3 Voorzover de vaststelling van de bijdrage afhankelijk is van de werkelijk gemaakte kosten, worden de kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de bijdrage en het exploitatieresultaat niet in aanmerking genomen. 4 Onze minister is bevoegd tot verrekening van te veel ontvangen voorschotten met voorschotten in volgende jaren. 5 artikel 2, onderdelen b en c Onze minister kan bepalen dat de bijdragen in de kosten, bedoeld in, eerst worden vastgesteld na de beëindiging van de werkzaamheden waarvoor de bijdragen zijn verleend. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het na de vaststelling van de bijdragen resterende exploitatieresultaat wordt toegevoegd aan respectievelijk ten laste gebracht van de risicoreserve. 2 artikel 2, onder a, b, c, e en h artikel 14 De risicoreserve per 31 december van enig jaar mag niet meer bedragen dan 10% van de laatste voorlopige vaststelling voor dat jaar van de bijdragen in de kosten, bedoeld in. Het bedrag waarmee de toegestane risicoreserve wordt overschreden, wordt in mindering gebracht op het totaal van de overeenkomstigvastgestelde bijdragen. 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 2005 309 23-06-2005 02-06-2005 24-06-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Onze minister kan op verzoek van de Raad bepalingen van dit besluit buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover strikte toepassing leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 01-01-1996
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 01-01-1996
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit besluit wordt aangehaald als: Bekostigingsbesluit Pensioen- en Uitkeringsraad 1996. 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 1995 585 07-12-1995 23-11-1995 01-01-1996
Artikel 1#
artikel 1, onderdeel c