Besluit van 25 maart 1996, houdende regelen met betrekking tot reis- en verblijfkosten bij dienstreizen van defensiepersoneel
- BWB-id
- BWBR0007956
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007956
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-dienstreizen-defensie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-dienstreizen-defensie/2020-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007956&g=2020-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007956&z=2026-06-06&g=2020-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007956/2020-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/besluit-dienstreizen-defensie
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt, tenzij in dit besluit uitdrukkelijk anders is bepaald, verstaan onder: a. ministerie: Ministerie van Defensie; b. commandant: de bij ministeriële regeling aan te wijzen functionarissen; c. de dienstreiziger: voor zover de onder 1° of 2° genoemde een dienstreis maakt; 1° artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement de militair, bedoeld in, of 2° artikel 1, van het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie de ambtenaar, bedoeld in, d. de dienstreis: de door de commandant aan de dienstreiziger in verband met dienstverrichting opgedragen noodzakelijke reis en het daarmee samenhangende verblijf; e. een plaats van tewerkstelling: een gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig, of een andere door de commandant aan te wijzen plaats, waar of van waaruit de dienstreiziger gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht; f. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per trein, metro, tram, bus, auto, pont, (veer)boot of vliegtuig volgens een dienstregeling, dan wel met de treintaxi; g. van overheidswege: vanwege of voor rekening van het rijk of van een ander Nederlands publiekrechtelijk of semi-publiekrechtelijk lichaam; h. dienstvervoer: vervoer dat van overheidswege of vanwege een buitenlandse mogendheid, een buitenlandse krijgsmacht of een internationale organisatie ter beschikking is gesteld; i. Europa: Europa inclusief Turkije. 2018 402 12-11-2018 25-09-2018 2018 501 27-12-2018 06-12-2018 01-01-2019 01-10-2015
Artikel 2 — Artikel 2 Afwijking van dit besluit#
Artikel 2 Afwijking van dit besluit Onze Minister van Defensie kan in geval van buitengewone omstandigheden tijdelijk afwijken van hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald, indien en voor zolang dit met het oog op de goede uitvoering van de operationele taken van de krijgsmacht noodzakelijk wordt geacht. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 3 — Artikel 3 Niet-toepasselijkheid van het besluit#
Artikel 3 Niet-toepasselijkheid van het besluit 1 Dit besluit is niet van toepassing indien voor een reis aanspraak bestaat op een vergoeding van reis- en verblijfkosten uit anderen hoofde. 2 Dit besluit is voorts niet van toepassing: a. op een van een militaire oefening deel uitmakende verplaatsing alsmede het daarmee samenhangende verblijf; b. op degene op wie hoofdstuk 3 van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel van toepassing is; c. op degene die zitting heeft in de militaire kamer van de rechtbank of het gerechtshof, dan wel voor zover die functie in deeltijd wordt uitgeoefend, voor zover het betreft de aan die functie-uitoefening verbonden vergoeding van reis- en verblijfkosten; of d. op degene die behoort tot bij ministeriële regeling aan te wijzen groepen, waarbij sprake is van een inzet onder leiding of toezicht van een orgaan van de Verenigde Naties, bij of ten behoeve van een bondgenootschappelijk orgaan of bondgenootschappelijke strijdkrachten dan wel ten behoeve van operaties in het kader van internationale overeenkomsten of andere verplichtingen door Nederland aangegaan. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 4 — Artikel 4 Algemene uitvoering dienstreis#
Artikel 4 Algemene uitvoering dienstreis 1 Een dienstreis wordt op de door de commandant aangegeven wijze uitgevoerd. 2 Een dienstreis wordt met openbaar vervoer gemaakt, tenzij dienstvervoer beschikbaar en doelmatiger is. 3 Indien dienstvervoer niet beschikbaar en de plaats van bestemming doelmatig met openbaar vervoer bereikbaar is, wordt de dienstreis met openbaar vervoer gemaakt. De commandant kan de dienstreiziger toestaan de dienstreis met eigen vervoer te maken. 4 Indien dienstvervoer niet beschikbaar en de plaats van bestemming niet of niet doelmatig met openbaar vervoer bereikbaar is, wordt de dienstreis, indien de dienstreiziger hierin toestemt, met eigen vervoer gemaakt. 5 Voor de beoordeling of een plaats met openbaar vervoer bereikbaar is, kan de commandant het gebruik van een taxi mede betrekken in zijn overwegingen. 6 Indien de dienstreis niet op de door de commandant aangegeven wijze is uitgevoerd, heeft de dienstreiziger slechts aanspraak op de vergoedingen bij of krachtens dit besluit, waarop aanspraak bestaat, indien de dienstreis wel op de door de commandant aangegeven wijze zou zijn uitgevoerd. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 05-09-2005
Artikel 5 — Artikel 5 Begin en einde dienstreis#
Artikel 5 Begin en einde dienstreis 1 Voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten geldt dat de gebruikelijke ingang van een plaats van tewerkstelling het beginpunt en het eindpunt is van de dienstreis. 2 In afwijking van het eerste lid kan de commandant de woning van de dienstreiziger of een andere plaats als beginpunt of eindpunt van de dienstreis aanmerken, tenzij op een reisdeel een plaats van tewerkstelling wordt bezocht. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 05-09-2005
Artikel 6 — Artikel 6 Binnen- en buitenlandse dienstreis#
Artikel 6 Binnen- en buitenlandse dienstreis Een dienstreis die in Nederland is begonnen en waarbij het reisgedeelte buiten Nederland beperkt is of waarbij de grensoverschrijding niet noodzakelijkerwijs leidt tot gebruik van maaltijden of logies in een gebied buiten Nederland, wordt voor de toepassing van dit besluit aangemerkt als een dienstreis binnen Nederland. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 7 — Artikel 7 Openbaar vervoer#
Artikel 7 Openbaar vervoer 1 De voor een dienstreis noodzakelijk gemaakte reiskosten met openbaar vervoer worden vergoed, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels. 2 De reisklasse waarin de dienstreiziger gerechtigd is voor rekening van het ministerie te reizen wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. 3 Indien de dienstreiziger voor de dienstreis gebruik maakt van een abonnement voor reizen met openbaar vervoer waarvoor eigen kosten zijn gemaakt, worden de gedurende de looptijd van dat abonnement gemaakte dienstreizen vergoed op basis van het voltarief totdat het bij ministeriële regeling te bepalen omslagpunt is bereikt van de door de dienstreiziger gemaakte kosten en eventuele vanwege het ministerie ontvangen reiskostentegemoetkomingen over de looptijd van het abonnement. 4 Onder abonnement als bedoeld in het derde lid worden zowel een NS-jaartrajectabonnement, een NS-jaarabonnement, een OV-jaarabonnement, een stad-/streekvervoerabonnement als een NS-voordeelurenabonnement verstaan. 5 Indien een deel van de dienstreis wordt uitgevoerd met een taxi of een gehuurd motorvoertuig worden de daaraan verbonden kosten vergoed, indien het gebruik daarvan naar het oordeel van de commandant voor de dienstreis noodzakelijk is. 2010 75 02-03-2010 08-02-2010 2010 75 02-03-2010 08-02-2010 03-03-2010 01-03-2009
Artikel 8 — Artikel 8 Dienstvervoer#
Artikel 8 Dienstvervoer De dienstreiziger die de dienstreis met dienstvervoer maakt, heeft aanspraak op vergoeding van de daarvoor noodzakelijk gemaakte kosten. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 9 — Artikel 9 Eigen vervoer#
Artikel 9 Eigen vervoer 1 Indien dienstvervoer niet beschikbaar en openbaar vervoer niet mogelijk of niet doelmatig is en de dienstreiziger gebruik maakt van eigen vervoer, maakt deze aanspraak op de bij ministeriële regeling vast te stellen vergoeding. 2 Indien dienstvervoer niet beschikbaar is en de dienstreis doelmatig met openbaar vervoer kan worden gemaakt, maar de dienstreiziger er de voorkeur aan geeft gebruik te maken van eigen vervoer, maakt deze aanspraak op de bij ministeriële regeling vast te stellen vergoeding. 3 De vergoeding voor het gebruik van een eigen motorvoertuig als bedoeld in het eerste lid strekt mede tot vergoeding van eventueel onverhaalbare schaden aan het motorvoertuig of de premie van een hierop betrekking hebbende schadeverzekering, voor zover de kilometervergoeding, bedoeld in het eerste lid, is verstrekt voor minder dan een bij ministeriële regeling vastgesteld aantal kilometers per jaar, alsmede tot vergoeding van de bij ministeriële regeling omschreven andere kosten. 4 Indien in bijzondere gevallen het gebruik van eigen vervoer tussen de woning en een plaats van tewerkstelling noodzakelijk is voor het doelmatig uitvoeren van een op die dag voorkomende dienstreis, kan de commandant een daarvoor aangevraagde vergoeding als bedoeld in het eerste lid goedkeuren. 2007 229 03-07-2007 11-05-2007 2007 229 03-07-2007 11-05-2007 04-07-2007 01-01-2006
Artikel 10 — Artikel 10 Niet-noodzakelijk gebruik van eigen motorrijtuig#
Artikel 10 Niet-noodzakelijk gebruik van eigen motorrijtuig Vervallen 2007 229 03-07-2007 11-05-2007 2007 229 03-07-2007 11-05-2007 04-07-2007 01-01-2006
Artikel 11 — Artikel 11 Ander vervoer#
Artikel 11 Ander vervoer Vervallen 2007 229 03-07-2007 11-05-2007 2007 229 03-07-2007 11-05-2007 04-07-2007 01-01-2006
Artikel 12 — Artikel 12 Aard van de verblijfkosten en de andere kosten#
Artikel 12 Aard van de verblijfkosten en de andere kosten 1 De voor een dienstreis noodzakelijk gemaakte verblijfkosten, waaronder zijn te verstaan de uitgaven voor maaltijden, logies en kleine uitgaven, worden vergoed volgens bij ministeriële regeling te stellen regels. 2 Voor de in verband met een dienstreis naar een gebied buiten Nederland noodzakelijk gemaakte andere kosten, waaronder die voor bijzondere kleding indien klimatologische of andere bijzondere omstandigheden in het te bezoeken land daartoe aanleiding geven, kan, volgens bij ministeriële regeling te bepalen regels, een tegemoetkoming worden verleend. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 13 — Artikel 13 Beperking van aanspraak op vergoeding van verblijfkosten#
Artikel 13 Beperking van aanspraak op vergoeding van verblijfkosten 1 Geen aanspraak op vergoeding van verblijfkosten bestaat voor een dienstreis: a. van korter dan vier uren; b. met het vliegtuig voor wat betreft de vliegduur, voor zover geen betaling wordt gevraagd voor gebruikelijk te serveren maaltijden, dranken en versnaperingen; c. artikel 54a, onderdeel b, van het Algemeen militair ambtenarenreglement in verband met het verrichten van diensten als bedoeld in; d. waarbij andere dan de normaal aan de functie verbonden activiteiten worden verricht, voor zover deze bij ministeriële regeling zijn aangewezen. 2 Geen aanspraak op vergoeding van kosten voor het gebruik van maaltijden of logies bestaat indien de dienstreiziger in de gelegenheid is om op de plaats van bestemming van de dienstreis gebruik te maken van maaltijden of logies van overheidswege of vanwege een buitenlandse mogendheid, een buitenlandse krijgsmacht of een internationale organisatie en daar geen gebruik van maakt. 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 01-01-2008
Artikel 13a — Artikel 13a Opkomst in werkelijke dienst#
Artikel 13a Opkomst in werkelijke dienst De aanspraak op reiskosten voor het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling en terug van een militair, aangesteld bij het reservepersoneel, die ingevolge een oproep van Onze Minister in werkelijke dienst moet komen, wordt berekend op de voet van dit besluit. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 05-09-2005
Artikel 14 — Artikel 14 Detachering#
Artikel 14 Detachering 1 Bij een detachering wordt in de gemaakte reiskosten van de dienstreiziger, alsmede de onvermijdbaar doorlopende kosten, tegemoet gekomen volgens het bij ministeriële regeling bepaalde, waarbij op vervangende wijze wordt voorzien in de voor de desbetreffende dienstreiziger geldende aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling. 2 Bij een detachering waarbij dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van detachering niet mogelijk is, wordt in de verblijfkosten van de dienstreiziger voorzien volgens het bij ministeriële regeling bepaalde, waarbij voor wat betreft de dienstreis in Nederland zo mogelijk wordt voorzien in verblijf door of vanwege het ministerie, rekening houdende met een bij ministeriële regeling vast te stellen eigen bijdrage. 3 De plaats van detachering is een plaats van tewerkstelling. 4 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "een detachering" verstaan: a. voor de dienstreis in of naar Nederland: de dienstverrichting gedurende een periode van vier weken of langer in of vanuit één bepaalde plaats, niet zijnde de plaats van tewerkstelling van waaruit de dienstreis is aangevangen, gedurende meer dan de helft van de voor de dienstreiziger gebruikelijke werkdagen; b. voor de dienstreis in of naar een gebied buiten Nederland: de dienstverrichting in of vanuit één bepaalde plaats buiten Nederland gedurende een periode van langer dan dertig dagen. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 15 — Artikel 15 Reisdeclaratie#
Artikel 15 Reisdeclaratie 1 Het declareren en uitbetalen van de in dit besluit bedoelde vergoedingen geschiedt naar bij ministeriële regeling te stellen nadere regels. 2 De aanspraak op vergoeding vervalt indien de dienstreiziger de reisdeclaratie niet heeft ingediend binnen zesentwintig weken na de maand waarop de declaratie betrekking heeft. 2018 402 12-11-2018 25-09-2018 2018 501 27-12-2018 06-12-2018 01-01-2019 01-10-2015
Artikel 15a — Artikel 15a Mandaatverlening#
Artikel 15a Mandaatverlening hoofdstuk 2 Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld inkan mandaat worden verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005 01-08-2004
Artikel 16 — Artikel 16 Hardheidsclausule#
Artikel 16 Hardheidsclausule artikelen 12 13 15, tweede lid Onze Minister van Defensie kan de,enbuiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de vergoeding van verblijfkosten voor de dienstreiziger zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2018 402 12-11-2018 25-09-2018 2018 501 27-12-2018 06-12-2018 01-01-2019 01-10-2015
Artikel 17 — Artikel 17 Algemene overgangsbepaling#
Artikel 17 Algemene overgangsbepaling Vervallen 2018 402 12-11-2018 25-09-2018 2018 501 27-12-2018 06-12-2018 01-01-2019 01-10-2015
Artikel 18 — Artikel 18 Afbouwregelingen#
Artikel 18 Afbouwregelingen 1 c artikel 1, onderdeel Degene, bedoeld in, ten 1°, die in de periode van 12 maanden voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit als militair in de zin van het Besluit dienstreizen militairen op ten minste 40 dagen tegen vergoeding dienstreizen binnen Nederland heeft gemaakt, heeft aanspraak op de bij ministeriële regeling vast te stellen tegemoetkoming. 2 Degene die aanspraak had op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 17 van het Reisbesluit binnenland burgerlijke ambtenaren defensie, behoudt deze aanspraak onder dezelfde voorwaarden als neergelegd in genoemd artikel. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 25 — Artikel 25 Intrekking besluiten#
Artikel 25 Intrekking besluiten 1 Het Besluit dienstreizen militairen wordt ingetrokken. 2 Het Reisbesluit binnenland burgerlijke ambtenaren defensie wordt ingetrokken. 3 Het Reisbesluit buitenland burgerlijke ambtenaren defensie wordt ingetrokken. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a Wet normalisering rechtspositie ambtenaren artikelen 12 12o van de Wet ambtenaren defensie Na inwerkingtreding van deberust dit besluit op deen. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 26 — Artikel 26 Inwerkingtreding#
Artikel 26 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 1 mei 1996. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996
Artikel 27 — Artikel 27 Citeertitel#
Artikel 27 Citeertitel Besluit dienstreizen defensie Dit besluit wordt aangehaald als:. 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 1996 192 28-03-1996 25-03-1996 01-05-1996