Besluit van 28 november 1996, houdende in hoofdzaak de formalisering van enkele maatregelen uit de Overeenkomst arbeidsvoorwaarden- en werkgelegenheidsbeleid sector Rijk voor de contractperiode 1 april 1995 tot en met 31 maart 1997
- BWB-id
- BWBR0008359
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 1997-01-01 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008359
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-formalisering-van-enkele-maatregelen-uit-de-overeenk
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-formalisering-van-enkele-maatregelen-uit-de-overeenk/1997-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008359&g=1997-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008359&z=2026-06-06&g=1997-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008359/1997-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/besluit-formalisering-van-enkele-maatregelen-uit-de-overeenk
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 20-12-1996 01-10-1995 Werkt terug tot en met 1 oktober 1995.
Artikel II — Artikel II#
Artikel II 1 onderdelen B en C van artikel I artikel 19 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren artikel 13 van de Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor zover deaanleiding geven tot het wijzigen van de bedragen van toelagen toegekend met toepassing van1948 die ingevolge het bepaalde innog worden gehandhaafd, geschiedt dit door Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur, met inachtneming van de daarvoor door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te geven richtlijn. 2 onderdelen B en C van artikel I artikel 26 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor zover deaanleiding geven tot het wijzigen van bijzondere regelingen getroffen met toepassing van, geschiedt dit bij gemeenschappelijke regeling van Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur en Onze Minister van Binnenlandse Zaken. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 20-12-1996 01-10-1995 Werkt terug tot en met 1 oktober 1995.
Artikel III — Artikel III#
Artikel III 1 onderdelen B en C van artikel I De bij deaangebrachte wijzigingen in de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel dragen een algemeen karakter. 2 artikel 1, eerste lid, van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen De bedragen, genoemd inworden vervangen door onderscheidenlijk f 16 961,00 en f 15 903,00. 3 a. Stb. De bedragen, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de Wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer (1993, 218) worden vervangen door onderscheidenlijk f 16 961,00, f 15 903,00 en f 14 911,00; b. artikel 4, eerste lid De bedragen, genoemd in, van voornoemde wet van 11 september 1964 worden voor de periode van 1 oktober 1995 tot 1 januari 1996 vervangen door onderscheidenlijk f 15 903,00 en f 13 982,00. 4 artikel 1, eerste lid, van de Wet bezoldiging Nationale ombudsman De bedragen, genoemd inworden vervangen door onderscheidenlijk f 16 961,00 en f 14 911,00. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 20-12-1996 01-10-1995 Werkt terug tot en met 1 oktober 1995.
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Wijzigt het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 20-12-1996 01-10-1996 Werkt terug tot en met 1 oktober 1995.
Artikel V — Artikel V#
Artikel V 1 onderdelen B en C van artikel IV artikel 19 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren artikel 13 van de Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor zover deaanleiding geven tot het wijzigen van de bedragen van toelagen toegekend met toepassing van1948 die ingevolge het bepaalde innog worden gehandhaafd, geschiedt dit door Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur, met inachtneming van de daarvoor door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te geven richtlijn. 2 onderdelen B en C van artikel IV artikel 26 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor zover deaanleiding geven tot het wijzigen van bijzondere regelingen getroffen met toepassing van, geschiedt dit bij gemeenschappelijke regeling van Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur en Onze Minister van Binnenlandse Zaken. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 20-12-1996 01-10-1996 Werkt terug tot en met 1 oktober 1995.
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI 1 onderdelen B en C van artikel IV De bij deaangebrachte wijzigingen in de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel dragen een algemeen karakter. 2 artikel 1, eerste lid, van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen De bedragen, genoemd inworden vervangen door onderscheidenlijk f 17 088,00 en f 16 022,00. 3 a. Stb. De bedragen genoemd in artikel 1, eerste lid, van de Wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer (1993, 218) worden vervangen door onderscheidenlijk f 17 088,00, f 16 022,00 en f 15 023,00; b. artikel 4, eerste lid De bedragen, genoemd in, van voornoemde wet van 11 september 1964 worden vervangen door onderscheidenlijk f 17 088,00 en f 15 023,00. 4 artikel 1, eerste lid, van de Wet bezoldiging Nationale ombudsman De bedragen, genoemd inworden vervangen door onderscheidenlijk f 17 088,00 en f 15 023,00. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 20-12-1996 01-10-1996 Werkt terug tot en met 1 oktober 1995.
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII Wijzigt het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 01-01-1997
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII 1 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 artikel VII, onderdeel F artikel VII, onderdeel F de bijlage B Onverminderd het bepaalde in hetwordt, in voorkomend geval onder aanpassing van het salarisnummer, het salaris van de ambtenaar voor wie op de dag voor de inwerkingtreding van, reeds één der salaris-schalen van de bijlage B van hetgold, vastgesteld op het bedrag dat gelijk is aan het salaris dat voor hem zou hebben gegolden, indien de in, bedoelde vervanging vanniet zou hebben plaatsgevonden. 2 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 artikel VII, onderdeel F bijlage B In geval de in het eerste lid bedoelde vaststelling van het salaris niet kan plaatsvinden op een gelijk bedrag, wordt, in voorkomend geval onder aanpassing van het salarisnummer, het salaris van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onverminderd het bepaalde in hetvastgesteld op het naasthogere bedrag van het salaris dat voor hem zou hebben gegolden indien de in, bedoelde vervanging van deniet zou hebben plaatsgevonden, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3 artikel VII, onderdeel F de bijlage B Aan de ambtenaar voor wie ingevolge het eerste lid het salaris wordt vastgesteld op een gelijk bedrag dan wel ingevolge het tweede lid op een bedrag dat niet meer dan zeven gulden meer bedraagt dan het salaris dat voor hem zou hebben gegolden, indien de in, bedoelde vervanging vanniet zou hebben plaatsgevonden, wordt een eenmalige uitkering toegekend van f 250,00. Voor de ambtenaar die op 1 januari 1997 een deelbetrekking vervult of een nevenbetrekking welke is te herleiden tot een deelbetrekking, wordt de uitkering in dezelfde verhouding lager vastgesteld als de aan de bedoelde betrekking verbonden bezoldiging zich verhoudt tot die, verbonden aan de betrekking met een volledige werktijd. Voor de ambtenaar, die op 1 januari 1997 wegens ziekte, schorsing of verlof anders dan wegens militaire dienst, een deel van zijn bezoldiging of loon geniet, wordt de uitkering naar evenredigheid op een lager bedrag vastgesteld. 4 artikel VII, onderdeel F de bijlage B Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 artikel 7, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor de ambtenaar voor wie, indien de in, bedoelde vervanging vanniet zou hebben plaatsgevonden, met ingang van 1 januari 1997 een salaris zou hebben gegolden behorende bij salarisnummer 1 van schaal 6 of 7 van de bijlage B van het, wordt het salaris met ingang van 1 januari 1997, onverminderd het bepaalde in, vastgesteld op het salaris vermeld achter salarisnummer 1 van schaal 6 of 7. 5 De in het eerste, tweede en vierde lid bedoelde vaststelling van het salaris laat het tijdstip waarop aan de ambtenaar de volgende verhoging in de voor hem geldende schaal kan worden toegekend, behoudens het bepaalde in het zesde en zevende lid, onverlet. 6 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 artikel 7, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor de ambtenaar voor wie ingevolge het bepaalde in het eerste en tweede lid met ingang van 1 januari 1997 het salaris komt te gelden dat is vermeld achter salarisnummer 1 van schaal 5 of salarisnummer 2 van schaal 6 of 7 van de bijlage B van het, wordt het tijdstip waarop hem de volgende verhoging in de voor hem geldende schaal kan worden toegekend, onverminderd het bepaalde in, met zes maanden vervroegd. 7 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 artikel 7, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor de ambtenaar voor wie ingevolge het tweede lid met ingang van 1 januari 1997 het salaris komt te gelden dat is vermeld achter salarisnummer 9 van schaal 14, 15 of 16 van de bijlage B van het, wordt het tijdstip waarop hem de volgende verhoging in de voor hem geldende schaal kan worden toegekend, onverminderd het bepaalde in, gesteld op 1 juli 1997. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 01-01-1997
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX 1 b artikel 12, eerste lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Een toelage toegekend op grond vanzoals dat luidde vóór de inwerkingtreding van dit besluit, blijft ook na 31 december 1996 gelden tot het moment waarop krachtens het besluit tot toekenning de toelage vervalt. 2 b artikel 12, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Een toelage toegekend op grond vanzoals dat luidde vóór de inwerkingtreding van dit besluit, blijft ook na 31 december 1996 gelden tot het moment dat het bevoegd gezag met betrekking tot die toelage een nadere beslissing heeft genomen doch uiterlijk tot 1 januari 2000. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 01-01-1997
Artikel X — Artikel X#
Artikel X a artikel 20van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 In afwijking vanbedraagt de eindejaarsuitkering in 1995 0,3% van het salaris dat de ambtenaar geniet in de maanden januari tot en met september 1995 vermeerderd met 2,3% van het salaris dat de ambtenaar geniet in de maanden oktober tot en met december 1995 en in 1996 0,8% van het salaris dat de ambtenaar geniet in het jaar 1996. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 20-12-1996 01-10-1995 Werkt terug tot en met 1 oktober 1995.
Artikel XI — Artikel XI#
Artikel XI Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Rijkswachtgeldbesluit 1959 Uitkeringsregeling 1966 artikel 4, eerste lid, van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 artikel 4, eerste lid, van de Uitkeringsregeling 1966 Indien de ambtenaar in de zin van hetin verband met een ontslag verleend met ingang van een datum gelegen tussen 1 oktober 1995 en 2 januari 1996 aanspraak verkrijgt op een wachtgeld als bedoeld in het, een uitkering als bedoeld in deof een uitkering als bedoeld in de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag, wordt voor de berekening daarvan in afwijking van het bepaalde omtrent de eindejaarsuitkering in respectievelijk,of artikel 2, eerste lid, van de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag, rekening gehouden met een eindejaars-uitkering van 0,8%. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 20-12-1996 01-10-1995 Werkt terug tot en met 1 oktober 1995.
Artikel XII — Artikel XII#
Artikel XII 1 paragraaf 3 Met uitzondering van hoofdstuk I,, treedt dit besluit in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug – hoofdstuk I paragraaf 1 hoofdstuk II voor wat betreft,, entot en met 1 oktober 1995; – hoofdstuk I paragraaf 2 voor wat betreft,, tot en met 1 oktober 1996. 2 Hoofdstuk I paragraaf 3 ,van dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1997. 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 1996 609 19-12-1996 28-11-1996 20-12-1996 01-10-1995 Werkt terug tot en met 1 oktober 1995.