Besluit van 12 april 1995, houdende vaststelling van een Besluit krediethypotheek bijstand
- BWB-id
- BWBR0007336
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2000-10-11 t/m 2003-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007336
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-krediethypotheek-bijstand
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-krediethypotheek-bijstand/2000-10-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007336&g=2000-10-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007336&z=2026-06-06&g=2000-10-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007336/2000-10-11
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/besluit-krediethypotheek-bijstand
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 20, tweede lid, van de Algemene bijstandswet artikel 2, derde lid Indien bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek als bedoeld inwordt daartoe mede gerekend de eventuele bijstand in de kosten genoemd in. 1995 204 13-04-1995 12-04-1995 1995 201 13-04-1995 12-04-1995 01-01-1996
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 artikel 20, derde lid, van de Algemene bijstandswet De geldlening, bedoeld in, is ten hoogste de waarde van de woning in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in. 2 Ter vaststelling van de waarde van de woning vindt taxatie plaats door een taxateur voor onroerende zaken die door burgemeester en wethouders in overeenstemming met de belanghebbende wordt aangewezen of door een gemeentelijk taxateur. 3 De kosten verbonden aan de taxatie, de hypotheekakte en de inschrijving van de hypotheek, alsmede de bijkomende kosten, komen ten laste van de belanghebbende. De bijstand voor deze kosten wordt aangemerkt als algemene bijstand, tenzij aan de belanghebbende uitsluitend bijzondere bijstand wordt verleend. 2000 408 10-10-2000 26-09-2000 2000 409 10-10-2000 04-10-2000 11-10-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikelen 4 5 Aan de geldlening worden in elk geval verbonden de voorwaarden genoemd in deen. 2 De in het eerste lid bedoelde voorwaarden worden tezamen met de gebruikelijke bedingen opgenomen in de hypotheekakte. 1995 204 13-04-1995 12-04-1995 1995 201 13-04-1995 12-04-1995 01-01-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende ten hoogste tien jaar. 2 De aflossing vangt aan op het moment van beëindiging van de bijstandverlening en vindt maandelijks plaats. 3 Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van een jaar vastgesteld. 4 artikel 47 van de Algemene bijstandswet Wet inkomensvoorziening kunstenaars Bij een inkomen als bedoeld indat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van genoemde wet, wordt geen aflossing gevergd. Tevens wordt geen aflossing gevergd indien belanghebbende een uitkering op grond van deontvangt. 5 Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven stellen burgemeester en wethouders, zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vast. 6 Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid wordt rekening gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van belanghebbende komende, bijzondere bestaanskosten. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen. 7 Indien belanghebbende tijdens de aflossingsperiode van tien jaar schuldig nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd. 2000 408 10-10-2000 26-09-2000 2000 409 10-10-2000 04-10-2000 11-10-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4, vierde tot en met zesde lid Indien door toepassing van, na afloop van de aflossingsperiode van tien jaar een deel van de geldlening nog niet is afgelost, is vanaf dat moment maandelijks rente verschuldigd over het nog niet afgeloste deel van de geldlening. 2 De rente, bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente, verminderd met drie procent. 3 Indien belanghebbende naar het oordeel van burgemeester en wethouders de rente geheel of gedeeltelijk kan betalen, doch niet kan aflossen, wordt een betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de verschuldigde maandrente aangemerkt als aflossing en wordt de rente die daardoor niet wordt betaald bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening. 4 Indien belanghebbende naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen rente kan betalen wordt de verschuldigde rente bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening. 5 Over een bijgeschreven rentevordering is geen rente verschuldigd. 1995 496 24-10-1995 02-10-1995 1995 496 24-10-1995 02-10-1995 01-01-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, derde en vierde lid Bij verkoop of bij vererving van de woning, en indien het een echtpaar betreft bij vererving na overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening, alsmede de op grond van, bijgeschreven rente, terstond afgelost. 2 Bij verkoop van de woning kunnen burgemeester en wethouders wegens bijzondere omstandigheden van medische of sociale aard van belanghebbende dan wel wegens werkaanvaarding elders door belanghebbende, na toepassing van het eerste lid, besluiten tot het verlenen van een nieuwe geldlening eveneens onder verband van hypotheek voor de aankoop van een andere woning, tot ten hoogste het bedrag van de ingevolge het eerste lid afgeloste geldlening, onder de voorwaarde dat belanghebbende het na aflossing vrijgekomen vermogen met inbegrip van het in het derde lid bedoelde bedrag volledig inzet voor de aankoop van de andere woning. 3 artikel 54, eerste en tweede lid, van de Algemene bijstandswet Bij verkoop van de woning tegen een prijs overeenkomstig de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering komt, voor zover de opbrengst daartoe toereikend is, aan belanghebbende in ieder geval het bedrag toe dat op grond vanbij de vaststelling van de geldlening op de waarde van de woning in mindering is gebracht. 4 Indien bij verkoop van de woning op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden. 1995 204 13-04-1995 12-04-1995 1995 201 13-04-1995 12-04-1995 01-01-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Indien binnen een periode van twee jaar na beëindiging van de bijstandverlening onder verband van hypotheek wederom recht op bijstand bestaat, wordt deze verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek. 1995 204 13-04-1995 12-04-1995 1995 201 13-04-1995 12-04-1995 01-01-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Aan belanghebbende wordt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen. 1995 204 13-04-1995 12-04-1995 1995 201 13-04-1995 12-04-1995 01-01-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Algemene bijstandswet Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 1995 204 13-04-1995 12-04-1995 1995 201 13-04-1995 12-04-1995 01-01-1996
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit krediethypotheek bijstand. 1995 204 13-04-1995 12-04-1995 1995 201 13-04-1995 12-04-1995 01-01-1996