Besluit van 10 februari 1996, houdende regels ten aanzien van de taken en bevoegdheden en de openbaarheid van de vergaderingen van het bestuur, de verstrekking van bijdragen en de controle op het financieel beheer met betrekking tot het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding alsmede de rechtspositie van het personeel van dit instituut
- BWB-id
- BWBR0007897
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2010-10-01 t/m 2012-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007897
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-nederlands-instituut-fysieke-veiligheid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-nederlands-instituut-fysieke-veiligheid/2010-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007897&g=2010-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007897&z=2026-06-06&g=2010-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007897/2010-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/besluit-nederlands-instituut-fysieke-veiligheid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: b. instituut: artikel 66 van de Wet veiligheidsregio’s het Nederlands instituut fysieke veiligheid, bedoeld in; c. bestuur: het bestuur van het Nederlands instituut fysieke veiligheid. 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Een door het bestuur aan te wijzen lid of de directeur vertegenwoordigt het instituut in en buiten rechte. 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 28-02-1996 01-01-1996
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar, behoudens in de gevallen waarin openbaarheid onevenredige benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen oplevert. 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 28-02-1996 01-01-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het bestuur stelt jaarlijks een plan op met betrekking tot het in de komende vijf jaren te voeren beleid, dat vóór 1 februari ter kennisneming aan Onze Minister wordt toegezonden. 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 28-02-1996 01-01-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het bestuur stelt met het oog op eisen van doelmatigheid en controle regels vast met betrekking tot de administratieve organisatie en het financieel beheer van het instituut. 2 artikel 10, eerste lid Het bestuur wijst een accountant aan die wordt belast met het opstellen van de verklaring, bedoeld in. 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 28-02-1996 01-01-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Onze Minister kent de leden van het bestuur een vergoeding toe voor hun werkzaamheden die ten laste komt van het instituut. 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 28-02-1996 01-01-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 70, eerste lid, eerste volzin, van de Wet veiligheidsregio’s artikel 18, vierde lid, van de Wet veiligheidsregio’s Het bestuur besteedt een door Onze Minister te bepalen deel van de bijdrage, bedoeld in, aan de salariskosten van degenen die deelnemen aan de officiersopleidingen die met een rijksexamen als bedoeld inworden afgesloten. 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het bestuur dient jaarlijks vóór 1 februari bij Onze Minister een begroting in van de inkomsten en uitgaven voor het daarop volgende kalenderjaar en een meerjarenraming van de inkomsten en uitgaven voor de daarop volgende vier jaren. 2 Indien de begroting in de loop van het begrotingsjaar wordt bijgesteld, dient het bestuur de bijgestelde begroting bij Onze Minister in. 3 De begroting en de meerjarenraming worden opgesteld op basis van het stelsel van baten en lasten. 4 In de begroting: a. wordt in ieder geval een overzicht gegeven van: 1°. de personeelskosten, waaronder een beschrijving van de aard en de waardering van de functies van het personeel, de stortingen in fondsen, de kapitaalslasten, de kosten van leveranties en diensten van derden, de lasten van belastingen en verzekeringen en de investeringen; 2°. artikel 70, eerste lid, eerste volzin, van de Wet veiligheidsregio’s artikelen 66, tweede en derde lid 66a van de Wet veiligheidsregio’s artikel 7 de bijdrage, bedoeld in, waarbij wordt aangegeven welk deel van deze bijdrage wordt besteed aan de salariskosten, bedoeld in, alsmede, voor zover van toepassing, de tijdelijke bijdrage, bedoeld in artikel 70, eerste lid, tweede volzin, van de Wet veiligheidsregio’s, de kosten, die bij de uitvoering van de taken of van de werkzaamheden, bedoeld in de, enbij derden in rekening worden gebracht en de overige inkomsten; b. wordt het te voeren financiële beleid, zoveel mogelijk gekwantificeerd aan de hand van prestaties en geplande activiteiten, toegelicht; c. worden de ramingcijfers van het begrotingsjaar en het lopende kalenderjaar alsmede de werkelijke cijfers van het voorafgaande kalenderjaar opgenomen. 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het bestuur dient jaarlijks vóór 1 april bij Onze Minister de rekening en verantwoording in van de inkomsten en uitgaven van het daaraan voorafgaande kalenderjaar en de toelichting daarop. 2 De rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven bestaat uit een staat van baten en lasten, een balans en de toelichtingen daarop. 3 De staat van baten en lasten en de toelichting daarop: a. artikel 70, eerste lid, eerste volzin, van de Wet veiligheidsregio’s artikel 7 geven een overzicht van de bijdrage, bedoeld in, waarbij wordt aangegeven welk deel van deze bijdrage is besteed aan de salariskosten, bedoeld in; b. artikel 70, eerste lid, tweede volzin, van de Wet veiligheidsregio’s geven aan op welke wijze, voor zover van toepassing, de tijdelijke bijdrage, bedoeld in, is besteed; c. artikel 8, eerste en tweede lid leggen een relatie met het beleid zoals dat bij de begroting, bedoeld in, is gepresenteerd; d. doen melding van de prestaties die het gevolg zijn van de activiteiten en leggen een relatie met de gedane uitgaven en ontvangsten. 4 De balans en de toelichting daarop bevatten in ieder geval: a. artikel 4 artikel 8, eerste en tweede lid een overzicht van de feitelijke personeelssterkte, de investeringen, de reserves, de voorzieningen, de tijdelijke kredieten in rekening-courant en de gegeven opleidingen overeenkomstig het plan, bedoeld in, waarbij een analyse plaatsvindt van de verschillen tussen voorgenomen en gerealiseerde prijzen en prestaties, alsmede een uiteenzetting over de stand, het verloop en een afwijking van de begroting, bedoeld in; b. de bestemming van de mogelijke winst dan wel de wijze waarop een mogelijk verlies wordt gedragen; c. een overzicht van de aanwending of reservering van investeringen in huisvesting, indien registergoederen zijn vervreemd of bezwaard. 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Abusievelijk is voor het derde lid, onderdeel b, een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9, eerste lid artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven, bedoeld in, gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in. 2 Het instituut stelt de in het eerste lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar. 3 Onze Minister kan nadere regels stellen over de aandachtspunten voor de accountantscontrole. 4 De door Onze Minister aangewezen ambtenaren kunnen een onderzoek verrichten naar de rechtmatigheid van het beheer en de juistheid van de verslaglegging daarover alsmede de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en het beleid van het bestuur. 5 Het bestuur geeft aan de krachtens het vierde lid aangewezen ambtenaren desgevraagd inzage van de boeken en bescheiden en verstrekt alle inlichtingen die zij noodzakelijk achten voor de uitoefening van hun taak. 6 De krachtens het vierde lid aangewezen ambtenaren kunnen tevens op eigen initiatief informatie inwinnen bij de accountant die met de controle is belast. 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 28-02-1996 01-01-1996
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 8, eerste lid artikel 9, eerste lid Onze Minister beslist vóór 1 oktober over de goedkeuring van de begroting van de inkomsten en uitgaven voor het daarop volgende kalenderjaar, de meerjarenraming van de inkomsten en uitgaven, bedoeld in, en de rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven, bedoeld in. 2 artikel 70, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s Indien Onze Minister de begroting, bedoeld in het eerste lid, goedkeurt, stelt hij de bijdrage en, voor zover van toepassing, de tijdelijke bijdrage, bedoeld in, onder voorbehoud van overeenkomstige vaststelling van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voorlopig vast en verstrekt hij daarover op kwartaalbasis voorschotten. 3 artikel 8, tweede lid Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk over de goedkeuring van een bijstelling van de begroting, bedoeld in. Hij kan de voorlopige bijdrage, bedoeld in het tweede lid, bijstellen indien de bijstelling van de begroting daartoe aanleiding geeft. 4 artikel 9, eerste lid Onze Minister stelt aan de hand van de gegevens in de rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven, bedoeld in, vóór 1 oktober volgend op het kalenderjaar waarvoor de voorlopige bijdrage, bedoeld in het tweede en derde lid, is vastgesteld, de bijdrage definitief vast. 5 De definitieve bijdrage, bedoeld in het vierde lid, kan: a. artikelen 66, tweede lid 66a van de Wet veiligheidsregio’s op een lager bedrag worden vastgesteld dan de voorlopige bijdrage, bedoeld in het tweede en derde lid, indien deze niet aan één van de taken van het instituut, bedoeld in de, en, is besteed; b. op een ander bedrag worden vastgesteld dan de voorlopige bijdrage, bedoeld in het tweede en derde lid, in verband met: 1°. loon- en prijsmutaties die tot wijzigingen in de begrotingsartikelen in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben geleid; 2°. overige wijzigingen in de desbetreffende begrotingsartikelen in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 6 Onze Minister verrekent het verschil tussen de definitieve bijdrage, bedoeld in het vierde lid, en de verstrekte voorschotten, bedoeld in het tweede lid, met het eerstvolgende voorschot. 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 69, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s Voor de toepassing van de regels, bedoeld in, treedt: a. het bestuur in de plaats van Onze Minister, Onze Minister-President, de Raad van Ministers, Ons en Wij, voor zover het gaat om het uitoefenen van de aan hen in die regels toegekende bevoegdheden; b. de directeur van het instituut in de plaats van het hoofd van dienst of van de diensteenheid; c. het instituut in de plaats van het Rijk, het ministerie, het departement van algemeen bestuur, de Rijksdienst, de dienst en de regering; d. de kas van het instituut in de plaats van 's Rijks kas. 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 69, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s Waar in de regels, bedoeld in, Onze Minister bevoegd is tot het stellen van regels of voorschriften in overeenstemming met Onze Minister, dan wel het doen van een voordracht tezamen met Onze Minister-President en Onze Minister, is het bestuur bevoegd. 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 In deze paragraaf wordt onder student verstaan: degene die is aangesteld bij het instituut voor de duur van de opleiding. 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Algemeen Rijksambtenarenreglement artikelen 22 tot en met 26 a 33 b 33 g f 33tot en met 34 55 tot en met 57 71 73 75 76 79 a 94 96 tot en met 97 b 97 98 a 98 99 tot en met 101 103 tot en met 122 Hetis van overeenkomstige toepassing op de student met uitzondering van de,,,,,,,,,,,,,,,,. 2 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 artikelen 1 4 tot en met 20 a 22tot en met 26 bijlage A Hetis van overeenkomstige toepassing op de student met uitzondering van de,,en. 3 Verplaatsingskostenbesluit 1989 Hetis niet van toepassing op de student. 1997 375 28-08-1997 18-08-1997 1997 375 28-08-1997 18-08-1997 29-08-1997 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De student ontvangt een salaris op grond van salarisschaal 6, salarisnummer 2, zoals opgenomen in. 2 De student ontvangt kosteloos de opleiding, dienstkleding en de bij zijn rang van adspirant-officier behorende onderscheidingstekenen met het oog op de activiteiten die zijn verbonden aan de opleiding. 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 28-02-1996 01-01-1996
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Behoudens in de door de directeur van het instituut aan te wijzen gevallen is de student voor de duur van de opleiding gehuisvest op het instituut. 2 De student is gehouden het door de directeur van het instituut vastgestelde studierooster na te leven. 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 28-02-1996 01-01-1996
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Het bestuur verleent aan de student eervol ontslag: a. op zijn aanvraag met ingang van de datum die daarin is vermeld; b. indien het in redelijkheid aannemelijk is dat hij niet in staat kan worden geacht de opleiding succesvol te voltooien, met ingang van de eerste dag van de maand na de datum waarop dit is vastgesteld. 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 28-02-1996 01-01-1996
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Archiefwet 1995 Archiefbescheiden van de Staat die in beheer zijn bij de Rijksbrandweeracademie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit over naar het instituut, voor zover zij niet overeenkomstig dezijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 28-02-1996 01-01-1996
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikelen 69, derde lid 71 van de Wet veiligheidsregio’s Dit besluit berust op de, en. 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1996. 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 1996 124 27-02-1996 10-02-1996 28-02-1996 01-01-1996
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Nederlands instituut fysieke veiligheid. 2010 256 01-07-2010 24-06-2010 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010