Besluit van 1 december 1995, houdende regels tot verruiming van het begrip passende arbeid voor schoolverlaters en academici
- BWB-id
- BWBR0007683
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2015-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007683
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-passende-arbeid-schoolverlaters-en-academici-ww-en-z
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-passende-arbeid-schoolverlaters-en-academici-ww-en-z/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007683&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007683&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007683/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/besluit-passende-arbeid-schoolverlaters-en-academici-ww-en-z
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. academicus: de persoon die met goed gevolg een doctoraal examen of een afsluitend examen van een masteropleiding aan een instelling van wetenschappelijk onderwijs heeft afgelegd; b. schoolverlater: Wet studiefinanciering 2000 Algemene Kinderbijslagwet de persoon die de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of beroepsopleiding op grond waarvan aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van dedan wel op kinderbijslag ingevolge de, zolang een periode van drie jaar niet is verstreken, te rekenen vanaf: 1°. de eerste dag van de maand waarin geen aanspraak meer bestaat op bedoelde studiefinanciering; onderscheidenlijk 2°. de eerste dag van de maand volgend op die waarin het onderwijs of de beroepsopleiding daadwerkelijk is beëindigd. 2 artikel 17 van de Werkloosheidswet artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet Niet als schoolverlater als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt aangemerkt de persoon die na het beëindigen van onderwijs of beroepsopleiding ter zake van arbeid verricht als werknemer, voldoet aan de voorwaarde bedoeld in, of gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 26 weken zelfstandig in zijn bestaan heeft voorzien. De eerste zin is niet van toepassing indien die arbeid is verricht in het kader van. 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 01-01-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 24, eerste lid, van de Werkloosheidswet artikel 30, eerste lid, van de Ziektewet Dit besluit is van toepassing op de werknemer, bedoeld in, en op de werknemer, bedoeld in. 2008 237 27-06-2008 19-06-2008 2008 237 27-06-2008 19-06-2008 28-06-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Of arbeid passend is wordt in ieder geval bepaald door: a. de aard van de arbeid, in relatie tot de eerder verrichte arbeid, een eerder uitgeoefend beroep of opgedane werkervaring; b. het opleidingsniveau van de persoon op wie dit besluit van toepassing is; c. de reistijd naar en van het werk; d. het geboden loon; en e. het werkloosheidsrisico. 1995 604 19-12-1995 01-12-1995 1995 604 19-12-1995 01-12-1995 01-01-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Voor een schoolverlater wordt wat betreft de aard van de arbeid en het ervoor benodigde opleidingsniveau alle arbeid als passende arbeid aangemerkt, tenzij het loon minder bedraagt dan het wettelijk toegestane mininum. 1995 604 19-12-1995 01-12-1995 1995 604 19-12-1995 01-12-1995 01-01-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Voor een academicus, niet zijnde schoolverlater, wordt vanaf de aanvang van zijn werkloosheid arbeid waarvoor wetenschappelijk of hoger beroepsonderwijsniveau is vereist als passende arbeid aangemerkt. 1995 604 19-12-1995 01-12-1995 1995 604 19-12-1995 01-12-1995 01-01-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. 1995 604 19-12-1995 01-12-1995 1995 604 19-12-1995 01-12-1995 01-01-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici WW en ZW. 2008 237 27-06-2008 19-06-2008 2008 237 27-06-2008 19-06-2008 26-06-2008