Besluit van 5 maart 1996, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ter stimulering van ruimte voor economische activiteit in 1996 tot en met 1999
- BWB-id
- BWBR0007926
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2009-07-01 t/m 2009-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007926
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-stimulering-ruimte-voor-economische-activiteit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-stimulering-ruimte-voor-economische-activiteit/2009-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007926&g=2009-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007926&z=2026-06-06&g=2009-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007926/2009-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/besluit-stimulering-ruimte-voor-economische-activiteit
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. project: een ontwikkelingsproject of een revitaliseringsproject; b. ontwikkelingsproject: de aanleg van een nieuw bedrijventerrein, voor zover nodig met inbegrip van de daarmee rechtstreeks verband houdende infrastructuur; c. revitaliseringsproject: een ingrijpende herstructurering van een bestaand bedrijventerrein, voor zover nodig met inbegrip van de aanpassing van daarmee rechtstreeks verband houdende infrastructuur; d. bedrijventerrein: terrein dat bestemd en geschikt is voor gebruik door vestigingen ten behoeve van handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening en industrie, daaronder niet begrepen een kantoorlocatie met het bereikbaarheidsprofiel A in de zin van het «Locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen» of een locatie in overwegende mate bestemd voor detailhandel; e. bedrijfslocatie: een bedrijventerrein of een bedrijfsverzamelgebouw; f. bedrijventerreinenvisie: een analyse van de economische potenties van de regio en de ontwikkelingen op de regionale arbeidsmarkt alsmede beleidsvoornemens met het oog op de oplossing van de in de analyse gesignaleerde regionale bedrijventerreinenproblematiek. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 hoofdstukken II III van dit besluit Onze Minister stelt ieder begrotingsjaar bij ministeriële regeling een subsidieplafond vast voor het in dat jaar verlenen van subsidies op grond van onderscheidenlijk deen. Daarbij kan hij afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende soorten projecten. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Onze Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een gemeente die een project uitvoert, niet zijnde Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage of Utrecht. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De subsidie bedraagt 20 procent van de projectkosten in geval van een ontwikkelingsproject en 40 procent van de projectkosten in geval van een revitaliseringsproject, doch niet meer dan f 7 500 000,00. 2 Het bedrag van de subsidie wordt zodanig vastgesteld dat de bijdragen aan het project van anderen dan de aanvrager en de subsidie in totaal niet meer bedragen dan 60 procent van de projectkosten in geval van een ontwikkelingsproject en 80 procent in geval van een revitaliseringsproject. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen alle rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten, met uitzondering van: a. kosten van voorbereiding; b. kosten van financiering; c. kosten die verband houden met bodemsanering voor zover zij een vijfde deel van de projectkosten te boven gaan en voor zover zij binnen afzienbare termijn uit de daartoe bestemde financiële middelen van het Rijk of de betrokken provincie kunnen worden gefinancierd of derden ervoor aansprakelijk kunnen worden gesteld. 2 In afwijking van het eerste lid worden als projectkosten mede in aanmerking genomen binnen tien jaar voor de indiening van de aanvraag gemaakte kosten van verkrijging van onroerende zaken. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 Indien van een ontwikkelingsproject in ondergeschikte mate activiteiten deel uitmaken die bestaan uit een ingrijpende herstructurering van een bestaand bedrijventerrein, worden als projectkosten mede in aanmerking genomen de aan die activiteiten toe te rekenen kosten, met dien verstande dat met betrekking tot die kosten subsidie wordt verstrekt overeenkomstig het percentage dat geldt voor revitaliseringsprojecten. 2 Indien van een revitaliseringsproject in ondergeschikte mate activiteiten deel uitmaken die bestaan uit de aanleg van een nieuw bedrijventerrein, worden als projectkosten mede in aanmerking genomen de aan die activiteiten toe te rekenen kosten, met dien verstande dat met betrekking tot die kosten subsidie wordt verstrekt overeenkomstig het percentage dat geldt voor ontwikkelingsprojecten. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Er is een commissie die tot taak heeft Onze Minister te adviseren omtrent aanvragen op grond van dit besluit. 2 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier andere leden. 3 De voorzitter en de leden worden door Onze Minister voor een termijn van een jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar. 4 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast. 5 Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag. 6 Onze Minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen. 7 In het secretariaat van de commissie wordt door Onze Minister voorzien. 8 Het beheer van de bescheiden betreffende de commissie geschiedt met inachtneming van het Besluit Algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie, op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van dat ministerie. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de periodes vast waarin aanvragen om subsidie op grond van dit hoofdstuk moeten zijn ontvangen. 2 Een aanvraag wordt ingediend door middel van het origineel van een ondertekend formulier, waarvan het model bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld. 3 De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van: a. een projectplan; b. een begroting van de totale projectkosten en van de financiële middelen die de gemeente en eventuele andere betrokkenen hiervoor beschikbaar stellen; c. de bedrijventerreinenvisie van de aanvrager. 4 Een aanvraag wordt ingediend bij het bestuur van de betrokken provincie. Het bestuur van de provincie zendt de aanvraag binnen een week door naar Onze Minister. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7, eerste lid De besturen van de provincies zenden binnen acht weken na afloop van de in, bedoelde periode aan Onze Minister een advies met betrekking tot de aanvragen die betrekking hebben op in hun provincie uit te voeren projecten omtrent: a. de planologische uitvoerbaarheid van het project, b. de mate waarin het project een bijdrage levert aan het oplossen van knelpunten met betrekking tot de ruimtelijke accommodatie van bedrijvigheid, c. de kwaliteit van de bedrijventerreinenvisie, d. het draagvlak bij bestuur en bedrijfsleven voor het project en e. a b c artikel 9, derde lid, onder,en de volgorde van belang van de onderscheiden projecten, gelet op de criteria, genoemd in. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 6 Onze Minister wint omtrent een aanvraag advies in van de commissie, bedoeld in. 2 De commissie geeft aan Onze Minister in ieder geval een negatief advies: a. indien planologische belemmeringen het onwaarschijnlijk maken, dat binnen achttien maanden na de beslissing op de aanvraag een aanvang gemaakt kan worden met de uitvoering van het project; b. indien onvoldoende aannemelijk is dat voor het project voldoende financiële middelen beschikbaar komen, zodanig dat bijdragen aan het project van anderen dan de aanvrager, de gevraagde subsidie daaronder begrepen, niet meer uitmaken dan 60 procent van de projectkosten in geval van een ontwikkelingsproject en niet meer dan 80 procent van de projectkosten in geval van een revitaliseringsproject; c. indien de commissie de projectkosten raamt op minder dan een door Onze Minister bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat verschillend kan worden vastgesteld voor de verschillende soorten projecten. 3 De commissie rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate: a. een grotere bijdrage wordt geleverd aan het oplossen van knelpunten met betrekking tot de tijdige beschikbaarheid van ruimte voor bedrijvigheid met de juiste kwaliteit, b. de kwaliteit van bedrijventerreinenvisie beter is, c. a b c het draagvlak bij bestuur en bedrijfsleven groter is, met dien verstande dat het criterium bedoeld ondervoor 50 procent meeweegt en de criteria bedoeld onderenelk voor 25 procent meewegen. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 7, eerste lid Onze Minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen vier maanden na afloop van de in, bedoelde periode. Indien de beschikking niet binnen vier maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 6 Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen door de commissie, bedoeld in. 2 e artikel 8, onder Onze Minister kan afwijken van het eerste lid, indien een advies van de commissie in strijd is met dit besluit, niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen of wat de rangschikking van de in een provincie uit te voeren projecten betreft afwijkt van de door het bestuur van de betrokken provincie geadviseerde volgorde, bedoeld in. In het laatstbedoelde geval overlegt Onze Minister voordat hij een beslissing neemt met het bestuur van de provincie. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 15 16 17 Op de subsidie-ontvanger rusten de in de,enopgenomen verplichtingen. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De subsidie-ontvanger maakt binnen achttien maanden na de subsidieverlening een aanvang met de uitvoering van het project, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de Onze Minister om van deze termijn af te wijken. 2 De subsidie-ontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en binnen vier en een half jaar na de subsidieverlening, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van Onze Minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project. 3 Onze Minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid voorschriften verbinden. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 15, eerste lid De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling binnen zes maanden na het tijdstip waarop het project ingevolgemoet zijn uitgevoerd bij Onze Minister in. 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat door Onze Minister wordt vastgesteld. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen. 2 De subsidie-ontvanger neemt bij het gebruik van de subsidie de ingevolge de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen voor de Staat geldende verplichtingen in acht. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Voorschotten kunnen door Onze Minister slechts ten hoogste twee maal, telkens wanneer ten minste 40 procent van de geraamde projectkosten zijn gemaakt en betaald, op aanvraag van de subsidie-ontvanger worden verstrekt op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt. 2 Een voorschot wordt berekend naar rato van gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Een aanvraag wordt ingediend door middel van het origineel van een ondertekend formulier, waarvan het model bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Onze Minister kan in ieder geval afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de subsidie-ontvanger daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Onze Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage en Utrecht voor activiteiten die: a. bestaan uit de ontwikkeling of de revitalisering van een bedrijfslocatie, voor zover nodig met inbegrip van de daarmee rechtstreeks verband houdende infrastructuur, b. een wezenlijke bijdrage leveren aan de voorziening in de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan bedrijfslocaties in de betrokken gemeente en haar regio, c. een wezenlijke bijdrage leveren aan de versterking van de ruimtelijk-economische structuur van en de bevordering van de werkgelegenheid in de betrokken gemeente en haar regio en d. passen in het Actieplan Economie en Werk, bedoeld in het op 12 juli 1995 tussen het Rijk en de in de aanhef genoemde gemeenten gesloten Convenant Grote Stedenbeleid. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 27 Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag onder de ingenoemde gemeenten. Het bedrag van de te verlenen subsidie wordt door Onze Minister bepaald, zodanig dat het niet meer bedraagt dan de eigen bijdrage van de subsidie-ontvanger. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen alle rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten, met uitzondering van: a. de kosten van voorbereiding; b. de kosten van financiering en c. kosten die verband houden met bodemsanering voor zover zij een vijfde deel van de projectkosten te boven gaan en voor zover zij binnen een afzienbare termijn uit de daartoe bestemde financiële middelen van het Rijk of de betrokken provincie kunnen worden gefinancierd of op derden kunnen worden verhaald. 2 In afwijking van het eerste lid worden als projectkosten mede in aanmerking genomen binnen tien jaar voor de indiening van de aanvraag gemaakte kosten van verkrijging van onroerende zaken. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-01-1998 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de periodes vast waarin aanvragen om subsidie op grond van dit hoofdstuk moeten zijn ontvangen. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 (vervallen) 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2010. 2 Indien op 31 december 2009 een beschikking, houdende de toezegging van een subsidie, nog niet gevolgd is door een beschikking, houdende de vaststelling van het definitieve bedrag van de desbetreffende subsidie, blijft dit besluit voor die uitkering gelden tot vijf jaar na de datum van bekendmaking van de laatstbedoelde beschikking. 3 Indien op 31 december 2009 sedert de bekendmaking van een beschikking, houdende de vaststelling van het definitieve bedrag van een uitkering, nog geen vijf jaren zijn verstreken, blijft dit besluit voor de desbetreffende uitkering gelden tot een tijdstip, liggend vijf jaar na de datum van bekendmaking van de beschikking. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stimulering ruimte voor economische activiteit. 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 1997 620 16-12-1997 08-12-1997 01-01-1998