Besluit van 14 november 1995, houdende uitvoering van de artikelen 38, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 45, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
- BWB-id
- BWBR0007651
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007651
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-technische-voorzieningen-natura-uitvaartverzekerings
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-technische-voorzieningen-natura-uitvaartverzekerings/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007651&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007651&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007651/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/besluit-technische-voorzieningen-natura-uitvaartverzekerings
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 b artikel 435, eerste lid, onderdeel, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 427, derde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De voorziening voor levensverzekering, bedoeld in, wordt, met inachtneming van, voor natura-uitvaartverzekeraars berekend op basis van een voldoende voorzichtige prospectieve actuariële methode, rekening houdend met de in de toekomst te ontvangen premies, met alle toekomstige verplichtingen volgens de voor iedere lopende overeenkomst van natura-uitvaartverzekering gestelde voorwaarden en met het risico van een stijging van de gemiddelde leeftijd van de verzekerden in de portefeuille, met inbegrip van: a. alle gegarandeerde prestaties, met inbegrip van indexering, en gegarandeerde afkoopwaarden; b. alle keuzemogelijkheden waarover de verzekeringnemer of verzekerde volgens de voorwaarden van de overeenkomst beschikt; c. de bedrijfskosten, met inbegrip van provisies. 2 Deze voorziening wordt voor elke overeenkomst afzonderlijk berekend. Het gebruik van statistische of wiskundige methoden is toegestaan indien de aard van de overeenkomst dat toelaat en indien deze methoden naar verwachting dezelfde resultaten opleveren als de afzonderlijke berekeningen. 3 In afwijking van het eerste lid kan een retrospectieve methode worden toegepast indien de op grond van die methode berekende technische voorzieningen niet lager zijn dan de voorzieningen bij toepassing van een prospectieve methode of indien het gebruik van een prospectieve methode vanwege de aard van het betrokken type overeenkomst niet mogelijk is. 4 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan ten behoeve van de berekeningen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, de maximum rentepercentages en de daarbij in acht te nemen voorzichtigheidsmarges vaststellen. 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 17-01-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1 Onverminderd het bepaalde inkan de Pensioen- & Verzekeringskamer nadere regels stellen omtrent de mate waarin technische voorzieningen moeten worden gevormd met betrekking tot verplichtingen en kosten en over de indeling van de technische voorzieningen. Zij kan daarbij voorschrijven naar welke grondslagen deze voorzieningen moeten worden berekend. 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 17-01-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De verzekeraar draagt er zorg voor dat de aard en de waardering van de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen in overeenstemming zijn met de aard onderscheidenlijk de waardering van de aangegane verplichtingen. Deze waarden worden adequaat gediversificeerd en gespreid. Waarden met een hoog risico worden tot een voorzichtig niveau beperkt en voorzichtig gewaardeerd. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de categorieën van activa vaststellen waarin de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen mogen worden aangehouden, alsmede de voorwaarden en maxima ten aanzien van bepaalde waarden. 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 17-01-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Een vordering op een herverzekeraar uit hoofde van een door de verzekeraar als verzekeringnemer gesloten herverzekeringsovereenkomst komt als waarde ter dekking van de technische voorzieningen in aanmerking: a. voor zover geen tegenvordering openstaat; en b. voor zover het naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer aannemelijk is dat de vordering in Nederland zal worden voldaan of dat de verzekeraar buiten Nederland zijn uitkeringen aan verzekerden zal moeten voldoen. 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 17-01-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 38, vierde lid 45, vierde lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de in de, enbedoelde vrijstelling onderscheidenlijk ontheffing verlenen indien de verzekeraar aannemelijk maakt dat de belangen van de verzekeringnemers of verzekerden zich daartegen niet verzetten. 2 Een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt niet verleend van het voorschrift dat de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen in Nederland aanwezig moeten zijn. 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 17-01-2001
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikel 93d, vijfde lid, eerste volzin, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf bijlage Het bedrag van de boete, bedoeld inwordt bepaald op de wijze, voorzien in debij dit besluit. 2 bijlage De Pensioen- & Verzekeringskamer kan het bedrag van de boete lager stellen dan in deis bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is. 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 17-01-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop dein werking treedt. 1995 556 28-11-1995 14-11-1995 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit technische voorzieningen natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. 1995 556 28-11-1995 14-11-1995 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikelen 1, tweede lid, eerste volzin 3, eerste lid hoofdstuk 10 B van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf Het bedrag van de boete voor overtreding van de voorschriften, gesteld bij de, en, van dit besluit, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van, bedraagt € 21 781.
Artikel Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1. Indien een boete wordt opgelegd, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete de volgende categorie-indeling naar balanstotaal van toepassing, met de daarbij behorende factor: Categorie-indeling normgeadresseerden Categorie I: natura-uitvaartverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 4 538 000; factor 1; Categorie II: natura-uitvaartverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 4 538 000 maar minder dan € 22 689 000; factor 2; Categorie III: natura-uitvaartverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 22 689 000 maar minder dan € 113 445 000; factor 3; Categorie IV: natura-uitvaartverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 113 445 000 maar minder dan € 453 780 000; factor 4; Categorie V: natura-uitvaartverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 453 780 000; factor 6. artikel 1 2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, genoemd in, te vermenigvuldigen met de factor, behorende bij de categorie naar balanstotaal. 3. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer beschikbaar zijn gesteld, kan zij aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.