Besluit van 21 december 1995, houdende vaststelling van het tijdelijk Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel en wijziging van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, het Kaderbesluit rechtspositie HBO, het Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en het Besluit werkloosheid onderwijs en onderzoekpersoneel
- BWB-id
- BWBR0007800
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2009-07-01 t/m 2013-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007800
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-ziekte-en-arbeidsongeschiktheid-voor-onderwijsperson
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/besluit-ziekte-en-arbeidsongeschiktheid-voor-onderwijsperson/2009-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007800&g=2009-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007800&z=2026-06-06&g=2009-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007800/2009-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/besluit-ziekte-en-arbeidsongeschiktheid-voor-onderwijsperson
Artikel I — Artikel I#
Artikel I 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 01-01-1996
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Vervallen 2007 48 13-02-2007 13-12-2006 2007 117 03-04-2007 19-03-2007 01-07-2007 Artikel VII van Stb. 2007/48 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (verdere decentralisatie arbeidsvoorwaarden) (Stb. 2006/19) in werking treedt.
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Vervallen 2007 48 13-02-2007 13-12-2006 2007 117 03-04-2007 19-03-2007 01-07-2007 Artikel VII van Stb. 2007/48 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (verdere decentralisatie arbeidsvoorwaarden) (Stb. 2006/19) in werking treedt.
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Vervallen 2007 48 13-02-2007 13-12-2006 2007 117 03-04-2007 19-03-2007 01-07-2007 Artikel VII van Stb. 2007/48 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (verdere decentralisatie arbeidsvoorwaarden) (Stb. 2006/19) in werking treedt.
Artikel V — Artikel V#
Artikel V Vervallen 2007 48 13-02-2007 13-12-2006 2007 117 03-04-2007 19-03-2007 01-07-2007 Artikel VII van Stb. 2007/48 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (verdere decentralisatie arbeidsvoorwaarden) (Stb. 2006/19) in werking treedt.
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996 en vervalt op een door Onze Minister te bepalen tijdstip. 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 01-01-1996
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. instelling: 1. Wet op het primair onderwijs een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool of speciale school voor basisonderwijs in de zin van de; 2. Wet op de expertisecentra een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de; 3. Experimentenwet onderwijs Een instelling gebaseerd op de; 4. vervallen; 5. vervallen; 6. artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs artikel 69 van de Wet op de expertisecentra een centrale dienst als bedoeld inen; 7. artikel 2, eerste lid, onderdelen f. en g., dan wel derde lid, onderdeel b. van de Wet privatisering ABP die wet een rechtspersoon die met toepassing vanis aangewezen, onderscheidenlijk wordt geacht te zijn aangewezen als lichaam, welks personeel geheel of ten dele overheidswerknemer is in de zin van, indien dat lichaam middellijk of onmiddellijk, geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop dit besluit door Onze Minister van toepassing is verklaard; 8. artikel 1.2, onder a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een instelling als bedoeld in; 9. Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek de organisatie genoemd in de. c. betrokkene: WPA De betrokkene, alsmede de gewezen betrokkene, die geen overheidswerknemer is in de zin van de, kan aan dit besluit geen rechten ontlenen. 1. artikelen 34 68 van de Wet op het primair onderwijs een personeelslid als bedoeld in deen; 2. artikelen 34 69 van de Wet op de expertisecentra een personeelslid als bedoeld in deen; 3. artikel 4, eerste lid, van de Experimentenwet onderwijs een personeelslid van een school waarvoor ingevolge, de formatie wordt vastgesteld; 4. vervallen; 5. een door het bevoegd gezag benoemd personeelslid aan één of meer van de onder b in de onderdelen 5 en 7 genoemde instellingen; 6. vervallen; 7. Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek het benoemde lid van het algemeen bestuur van de organisatie genoemd in de; alsmede in voorkomende gevallen de gewezen betrokkene door wie een uitkering is aangevraagd of aan wie een uitkering ingevolge dit besluit is toegekend. d. bevoegd gezag: Ten aanzien van: - een rijksinstelling zonder rechtspersoonlijkheid: Onze Minister; - een rijksinstelling met rechtspersoonlijkheid: het college van bestuur; - een publiekrechtelijke provinciale instelling: het college van gedeputeerde staten, voor zover de provinciale staten niet anders bepalen, en, indien de provinciale staten dit wenselijk oordelen, met inachtneming van door hen te stellen regelen; - een gemeentelijke instelling: het college van burgemeester en wethouders, voorzover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen, dan wel, wanneer de instelling van meer dan één gemeente uitgaat, het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan; - een publiekrechtelijke regionale instelling: het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan; - een privaatrechtelijke instelling met of zonder rechtspersoonlijkheid: het instellingsbestuur. e. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens; f. bezoldiging: de som van het salaris, de vakantie-uitkering en de overige in het voor de betrokkene van toepassing zijnde rechtspositiebesluit of CAO opgenomen toelagen, toeslagen en eindejaarsuitkeringen; g. Arbeidsomstandighedenwet arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de; h. geneeskundig onderzoek: een onderzoek door of namens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dan wel een voor rekening van het bevoegd gezag komend onderzoek door de arbodienst; i. geneeskundige verklaring: een geneeskundige verklaring, afgegeven op grond van het geneeskundig onderzoek; j. bedrijfsgezondheidskundige begeleiding: de begeleiding door of namens een arbodienst, gericht op het voorkomen van ziekte en arbeidsongeschiktheid, dan wel op het eindigen daarvan. k. Wet privatisering ABP WPA: de; l. Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO: de; m. AAW: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet; n. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; o. pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; p. artikel 18, eerste lid, van de WAO arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van; q. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een uit enig dienstverband van de betrokkene voortvloeiende en aan hem periodiek uitbetaalde uitkering terzake van het op grond van ziekten of gebreken geheel of gedeeltelijk ongeschikt zijn om passende, dan wel gangbare arbeid te verrichten; r. passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de betrokkene is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd; s. gangbare arbeid: alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de betrokkene met zijn krachten en bekwaamheden in staat is en waarmee hij kan verdienen, hetgeen gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen. Niet daaronder wordt verstaan een dienstbetrekking in de zin van de Wet op de sociale werkvoorziening; t. WAO WAO uitkering: een op grond van detoegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering; u. werkloosheidsuitkering: een periodieke uitkering terzake van ontslag of werkloosheid, die voortvloeit uit enig dienstverband van betrokkene; v. WAO suppletie: een uitkering na ontslag krachtens hoofdstuk 3 van dit besluit terzake van een op het moment van ontslag bestaande arbeidsongeschiktheid van minder dan 80% in de zin van de; w. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen als bedoeld in paragraaf 8 van het pensioenreglement; x. herplaatsingstoelage: een toelage bij herplaatsing als bedoeld in paragraaf 9 van het pensioenreglement; y. buitengewoon verlof: een met instandhouding van de arbeidsovereenkomst of aanstelling, tussen een instelling en de bij die instelling in dienst zijnde betrokkene, overeengekomen periode van verlof, zonder behoud van bezoldiging; z. Ziektewet ZW: de; aa. artikel 19 van de Ziektewet ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in; bb. Werkloosheidswet WW: de; cc. Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs BBWO:; dd. Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen de OOW: de; ee. artikel 94, tweede lid, OOW fase 2 en fase 3 van de OOW: fase 2 respectievelijk fase 3, bedoeld in; ff. artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet deskundige persoon: een deskundige persoon als bedoeld indie belast is met de taken, bedoeld in; gg. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet WIA:; hh. hoofdstuk 6 7 van de Wet WIA WIA-uitkering: de arbeidsongeschiktheidsuitkering of de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld inonderscheidenlijk; ii. hoofdstuk 6 van de Wet WIA IVA-uitkering: de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in; jj. hoofdstuk 7 van de Wet WIA WGA-uitkering: de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in. 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 01-10-2007
Artikel 2 — Artikel 2 Bedrijfsgezondheidszorg#
Artikel 2 Bedrijfsgezondheidszorg 1 De betrokkene geniet bedrijfsgezondheidskundige begeleiding overeenkomstig het bepaalde in dit besluit. 2 De bedrijfsgezondheidskundige begeleiding van de betrokkene geschiedt door of vanwege de deskundige persoon of de arbodienst in samenwerking met het bevoegd gezag. 3 De betrokkene is gehouden mee te werken aan geneeskundig onderzoek en bedrijfsgezondheidskundige begeleiding van de deskundige persoon of de arbodienst, welke voortvloeien uit de bepalingen van dit besluit. 4 Onverminderd de mogelijkheid de deskundige persoon of de arbodienst rechtstreeks te consulteren ter zake van met zijn arbeidssituatie samenhangende gezondheidsproblemen kan de betrokkene het bevoegd gezag verzoeken hem in verband hiermee aan een onderzoek vanwege de deskundige persoon of de arbodienst te onderwerpen. 2005 279 02-06-2005 20-05-2005 2005 298 21-06-2005 06-06-2005 01-07-2005
Artikel 3 — Artikel 3 Ziekte en arbeidsongeschiktheid#
Artikel 3 Ziekte en arbeidsongeschiktheid 1 De betrokkene die wegens ziekte geheel of gedeeltelijk verhinderd is zijn arbeid te verrichten, geniet van rechtswege geheel of gedeeltelijk verlof. 2 Onder zijn arbeid wordt verstaan de functie van betrokkene, dan wel het samenstel van zijn werkzaamheden en de voorwaarden waaronder die verricht worden. 3 Tijdens het geheel of gedeeltelijk verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt de betrekking van de betrokkene geacht naar aard en omvang ongewijzigd te blijven, zulks onverminderd: a. artikel 20 artikel 20a en; b. de mogelijkheid om de dienstbetrekking, dan wel de betrekkingsomvang, op verzoek van betrokkene geheel of gedeeltelijk te beëindigen, onderscheidenlijk te verminderen; c. de mogelijkheid van beëindiging van de dienstbetrekking, dan wel vermindering van de betrekkingsomvang, wanneer de dienstbetrekking voor bepaalde tijd, onderscheidenlijk de uitbreiding van de betrekkingsomvang voor bepaalde tijd is overeengekomen; d. de mogelijkheid van een ontslag op staande voet wegens dringende redenen; e. de mogelijkheid van beëindiging van de dienstbetrekking op grond van gewichtige redenen, waaronder de mogelijkheid om het dienstverband te doen beëindigen in verband met de opheffing van de betrekking. 4 De betrokkene is verplicht zo spoedig mogelijk aan het bevoegd gezag mededeling te doen van zijn verhindering, zijn medewerking te verlenen aan een krachtens dit besluit opgedragen geneeskundig onderzoek en ook overigens de hem in dit verband door de deskundige persoon, de arbodienst of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegeven voorschriften na te leven. 5 Het bevoegd gezag dat krachtens dit besluit een geneeskundig onderzoek heeft opgedragen kan, in afwachting van de conclusie daarvan, de betrokkene in dringende gevallen van medische aard de toegang verbieden tot het gebouw of de gebouwen waarin hij zijn werkzaamheden gewoonlijk verricht. Indien blijkens een geneeskundige verklaring gevaar voor besmetting met een besmettelijke ziekte bestaat, geldt dit verbod van rechtswege. 2007 48 13-02-2007 13-12-2006 2007 117 03-04-2007 19-03-2007 01-07-2007 Artikel VII van Stb. 2007/48 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (verdere decentralisatie arbeidsvoorwaarden) (Stb. 2006/19) in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid#
Artikel 4 Verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid 1 artikel 71a, negende lid van de WAO artikel 25, negende lid, van de Wet WIA De betrokkene die geheel of gedeeltelijk wegens ziekte verhinderd is zijn dienstbetrekking te vervullen, behoudt gedurende een termijn van 12 maanden zijn volle bezoldiging. Vervolgens geniet de betrokkene over de verlofuren wegens ziekte 70% van zijn bezoldiging tot het einde van zijn dienstverband. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond vandan weleen tijdvak vast stelt, gedurende hetwelk de betrokkene jegens het bevoegd gezag aanspraak op bezoldiging heeft, geniet de betrokkene over dat tijdvak 80% van zijn bezoldiging over de verlofuren wegens ziekte. 2 artikel 3.1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden waarin de betrokkene wegens ongeschiktheid ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling verhinderd is om zijn dienst te verrichten, samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 3 Indien de betrokkene een ZW-uitkering, een WW-uitkering, een bovenwettelijke WW-uitkering, een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel een WAO- of WIA-uitkering is toegekend, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag, waarop hij ingevolge de in het eerste lid bedoelde bezoldiging recht heeft. Ingeval betrokkene recht heeft op een ZW-uitkering, een WW-uitkering, een bovenwettelijke WW-uitkering, een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel een WAO- of WIA-uitkering uit hoofde van één of meer dienstbetrekkingen wordt die uitkering voor de toepassing van de vorige volzin toegerekend aan de dienstbetrekking, waaruit de bezoldiging wordt doorbetaald, naar rato van het totaal aan inkomsten uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekkingen. Het in mindering brengen als bedoeld in de eerste volzin vindt zodanig plaats dat de betrokkene nooit meer ontvangt dan het bedrag waarop hij ingevolge het eerste lid recht heeft, dan wel maximaal een bedrag ter hoogte van de wettelijke en bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering indien deze tezamen hoger zijn dan het bedrag waarop hij ingevolge het eerste lid recht heeft. 4 Indien, als gevolg van het handelen of het nalaten van handelingen door betrokkene, de ZW-uitkering, een WW-uitkering, een bovenwettelijke WW-uitkering, een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel een WAO- of WIA-uitkering geheel of gedeeltelijk geweigerd wordt, dan wel blijvende of tijdelijke vermindering ondergaat, wordt deze uitkering voor de toepassing van het derde lid geacht steeds onverminderd te zijn genoten. 5 Ten aanzien van de betrokkene, die zijn arbeid aan meer dan één instelling verricht, worden voor de toepassing van dit artikel zijn werkzaamheden overeenkomstig zijn verzoek al dan niet als één geheel beschouwd, tenzij hier tegen op grond van een geneeskundige verklaring bezwaren bestaan. 6 Indien de betrokkene geen machtiging afgeeft om de ZW-uitkering, een WW-uitkering, een bovenwettelijke WW-uitkering, een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel een WAO- of WIA-uitkering te doen uitbetalen aan zijn bevoegd gezag, geeft hij daarvan onverwijld kennis aan het betrokken bevoegd gezag. 7 artikel 3.1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg De periode waarin betrokkene zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet overeenkomstigwordt niet als een periode van ziekte of arbeidsongeschiktheid beschouwd. 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 01-10-2007
Artikel 5 — Artikel 5 Verlof voor ten hoogste 55% van de betrekking#
Artikel 5 Verlof voor ten hoogste 55% van de betrekking Vervallen 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 11-02-2005 Artikel II van het Wijzigingsbesluit Besluit ziekte en
arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet
onderwijs (Stb. 2005, 57) bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6 Ziekte en arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door de werkzaamheden#
Artikel 6 Ziekte en arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door de werkzaamheden 1 Het bevoegd gezag en de betrokkene zijn verplicht zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen. 2 Het bevoegd gezag is verplicht de lokalen, werktuigen, hulpmiddelen en gereedschappen waarin of waarmee het de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de betrokkene in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. 3 Het bevoegd gezag is jegens de betrokkene aansprakelijk voor de schade die de betrokkene in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij het aantoont dat het de in het tweede lid bedoelde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van betrokkene. 4 Het bevoegd gezag kan uit hoofde van het eerste lid de werknemer schadeloos stellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming verlenen naar hetgeen met het oog op de omstandigheden redelijk te achten is. 5 Het bevoegd gezag is bij aansprakelijkheid uit hoofde van het derde lid verplicht de betrokkene schadeloos te stellen, kosten te vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming te verlenen. 6 De schadeloosstelling vergoedt ten minste de loonschade van de betrokkene tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid, voor zover deze niet wordt gedekt door het recht van de werknemer op loondoorbetaling bij ziekte, een eventuele vergoeding van kosten op grond van artikel 43 of op een wettelijke of bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. 7 Het derde tot en met zesde lid van dit artikel blijven buiten toepassing ten aanzien van de betrokkene die zonder aannemelijke redenen verzuimd heeft aan het bevoegd gezag binnen 30 dagen mededeling te doen van het bestaan van een omstandigheid als bedoeld in het derde of vierde lid. 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 11-02-2005 Artikel II van het Wijzigingsbesluit Besluit ziekte en
arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet
onderwijs (Stb. 2005, 57) bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7 Voortgezet verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid binnen vier weken#
Artikel 7 Voortgezet verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid binnen vier weken artikel 4, eerste lid Ter bepaling van de in, genoemde termijn wordt een opnieuw ingegaan verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid als een voortzetting van het vorige verlof beschouwd, tenzij het nieuwe verlof zich voordoet nadat de betrokkene gedurende ten minste vier weken zijn dienst daadwerkelijk volledig had hervat. 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 11-02-2005 Artikel II van het Wijzigingsbesluit Besluit ziekte en
arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet
onderwijs (Stb. 2005, 57) bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8 Controle bij hervatting#
Artikel 8 Controle bij hervatting 1 Ten aanzien van de betrokkene die verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid geniet, kan het bevoegd gezag bepalen, dat hij zijn arbeid slechts zal mogen hervatten indien blijkens een geneeskundige verklaring, waarbij is bepaald de mate, waarin de hervatting kan geschieden, daarvoor toestemming is verleend. Deze toestemming is in ieder geval vereist, wanneer de betrokkene gedurende meer dan één jaar evenbedoeld verlof volledig heeft genoten. 2 De betrokkene die verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid geniet kan, doch niet vaker dan éénmaal in een tijdvak van één maand, het bevoegd gezag schriftelijk verzoeken hem te doen onderwerpen aan een onderzoek door de deskundige persoon of de arbodienst, ter verkrijging van een geneeskundige verklaring als bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag is gehouden binnen 14 dagen aan dit verzoek te voldoen. 2005 279 02-06-2005 20-05-2005 2005 298 21-06-2005 06-06-2005 01-07-2005
Artikel 9 — Artikel 9 Zwangerschaps- en bevallingsverlof#
Artikel 9 Zwangerschaps- en bevallingsverlof 1 De vrouwelijke betrokkene heeft in verband met haar bevalling aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof. 2 Gedurende het zwangerschap- en bevallingsverlof, bedoeld in het eerste lid, heeft de vrouwelijke betrokkene aanspraak op haar volle bezoldiging. 3 Hoofdstuk 3, afdeling 2 van de Wet Arbeid en Zorg Indien aan de vrouwelijke betrokkene een uitkering op grond vanis toegekend, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag, waarop zij ingevolge het tweede lid recht heeft. 4 Indien de vrouwelijke betrokkene recht heeft op een uitkering als bedoeld in het derde lid, maar deze uitkering als gevolg van het achterwege laten van een aanvraag daartoe door de vrouwelijke betrokkene niet wordt toegekend, wordt deze uitkering voor de toepassing van het derde lid geacht toch te zijn genoten. 5 De betrokkene doet ten minste vier weken voor de dag waarop de bevalling over zes weken is te verwachten aan het bevoegd gezag mededeling van de datum van ingang van het zwangerschapsverlof. 2002 137 19-03-2002 20-02-2002 2002 137 19-03-2002 20-02-2002 20-03-2002 01-12-2001 Werkt terug tot en met 1 december 2001.
Artikel 10 — Artikel 10 Besmettelijke ziekten van derden#
Artikel 10 Besmettelijke ziekten van derden 1 De betrokkene, die in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon, die een ziekte heeft, waarvoor ingevolge het krachtens de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn arbeid niet verrichten en heeft geen toegang tot de dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen, waarin en waarop hij zijn werkzaamheden gewoonlijk verricht dan met toestemming van de deskundige persoon of de arbodienst. 2 De betrokkene die verkeert in de in het vorige lid omschreven situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan het bevoegd gezag. Hij is gehouden zich te gedragen naar de door de deskundige persoon of de arbodienst gegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een geneeskundig onderzoek. 3 Gedurende de periode, dat de betrokkene ingevolge dit artikel zijn arbeid niet verricht, geniet hij zijn volle bezoldiging. 2005 279 02-06-2005 20-05-2005 2005 298 21-06-2005 06-06-2005 01-07-2005
Artikel 11 — Artikel 11 Regels voor het bevoegd gezag met betrekking tot de reïntegratie van de zieke betrokkene#
Artikel 11 Regels voor het bevoegd gezag met betrekking tot de reïntegratie van de zieke betrokkene 1 Het bevoegd gezag spant zich in om de betrokkene, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, te reïntegreren in diens eigen functie, waarbij zonodig technische aanpassingen van de werkplek, een andere groepering van taken of aanpassing van de werkomgeving wordt toegepast. Als reïntegratie in de eigen functie niet mogelijk is, spant het bevoegd gezag zich in om de werknemer te reïntegreren in een andere functie bij het bevoegd gezag. Bij de toepassing van de tweede volzin geldt als uitgangspunt dat de nieuwe functie zoveel mogelijk aansluit bij opleiding en ervaring van de betrokkene. Indien het bevoegd gezag aannemelijk maakt dat geen andere functie voor de betrokkene in aanmerking komt of geen geschikte functie kan worden gecreëerd door een andere groepering van taken of een aanpassing van de werkomgeving, bevordert het bevoegd gezag de plaatsing van de betrokkene in een voor hem passende functie bij een andere werkgever. 2 artikel 71a, tweede lid, van de WAO artikel 25, tweede, van de Wet WIA Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de betrokkene een plan van aanpak op als bedoeld in, dan wel. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de betrokkene regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Indien voor reïntegratie in een andere functie bij het bevoegd gezag her-, om- of bijscholing noodzakelijk is, stelt het bevoegd gezag in overleg met de betrokkene een scholingsplan op. Scholing op grond van het scholingsplan vindt plaats op kosten van het bevoegd gezag en in werktijd van de betrokkene. 3 artikel 32, derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het bevoegd gezag bevestigt een aanbod aan de betrokkene tot plaatsing in een voor hem passende functie bij een andere werkgever schriftelijk. In de schriftelijke bevestiging wordt gewezen op de mogelijkheid, bedoeld in. 4 artikel 20, tweede lid De in het eerste lid bedoelde plaatsing geschiedt door middel van detachering. De detachering duurt totdat de betrokkene is ontslagen op grond van. Van de detachering wordt melding gemaakt in de schriftelijke bevestiging als bedoeld in het derde lid. 5 Het bevoegd gezag biedt aan een bij hem in dienst zijnde gedeeltelijk arbeidsgeschikte betrokkene die op grond van een beoordeling door UWV in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse wordt ingedeeld of niet langer arbeidsongeschikt is, een aanstelling overeenkomend met de nieuwe restverdiencapaciteit aan, tenzij sprake is van een zwaarwegend dienstbelang. Van een zwaarwegend dienstbelang is in elk geval sprake als die uitbreiding leidt tot ernstige problemen van financiële of organisatorische aard voor het bevoegd gezag. 2008 597 30-12-2008 29-12-2008 2008 601 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, enz. (evaluatie Wet SUWI, Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en deregulering) (Stb. 2008/600) in werking treedt.
Artikel 11a — Artikel 11a Regels voor de zieke betrokkene met betrekking tot reïntegratie#
Artikel 11a Regels voor de zieke betrokkene met betrekking tot reïntegratie De betrokkene die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, is gehouden: a. artikel 11, eerste lid gevolg te geven aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in; b. artikel 11, tweede lid zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in; c. passende arbeid te verrichten waartoe het bevoegd gezag hem in de gelegenheid stelt. 2003 186 13-05-2003 04-04-2003 2003 186 13-05-2003 04-04-2003 16-05-2003
Artikel 13 — Artikel 13 Inkomsten uit wenselijk geachte arbeid#
Artikel 13 Inkomsten uit wenselijk geachte arbeid 1 Indien de betrokkene in het belang van zijn re-integratie op advies van de deskundige persoon, de arbo-dienst of het re-integratiebedrijf wenselijk geachte arbeid voor het bevoegd gezag of voor derden verricht, worden de inkomsten uit deze arbeid geheel in mindering gebracht op zijn bezoldiging. Onder in het belang van zijn reïntegratie wenselijk geachte arbeid wordt niet verstaan arbeid op therapeutische basis. Er is sprake van arbeid op therapeutische basis, indien de arbeid van de betrokkene aan de volgende eisen voldoet: a. de activiteiten moeten binnen een van tevoren aangegeven periode uitgevoerd worden b. de periode mag niet langer dan 6 weken zijn c. de werkzaamheden moeten deel uitmaken van een opbouwend reïntegratietraject d. het mag géén bestaande functie zijn die in de CAO staat omschreven e. het moet een gecreëerde functie zijn f. er moet te allen tijde begeleiding aanwezig zijn g. de persoon moet op elk moment weg kunnen gaan. 2 Artikel 4, derde tot en met zevende lid Indien de betrokkene na 12 maanden ziekte in het belang van zijn reïntegratie op advies van de deskundige persoon, de ARBO-dienst of het reïntegratiebedrijf voor het bevoegd gezag of voor derden wenselijk geachte arbeid verricht, behoudt hij voor de uren dat bedoelde arbeid wordt verricht de bezoldiging per uur in de eigen functie en over de resterende verlofuren wegens ziekte 70% van de bezoldiging in de eigen functie., is van toepassing. 3 Scholing ten behoeve van reïntegratie geldt als ziekteverlof, tenzij het op advies van de deskundige persoon, de Arbo-dienst of het reïntegratiebedrijf met het bevoegd gezag overeengekomen voor reïntegratie noodzakelijke scholing betreft. Deze voor reïntegratie noodzakelijke scholing dient gevolgd te worden binnen het kader van het verrichten van de in het eerste en tweede lid bedoelde wenselijk geachte arbeid. 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 01-10-2007
Artikel 14 — Artikel 14 Geen aanspraak op bezoldiging#
Artikel 14 Geen aanspraak op bezoldiging Geen aanspraak op bezoldiging bestaat, indien blijkens een geneeskundige verklaring: a. de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven is voorgesteld, dat verhindering tot de verrichting van zijn arbeid niet kan worden aangenomen; b. de betrokkene de ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt; c. de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na de geneeskundige keuring die terzake van zijn benoeming heeft plaatsgevonden, en alsdan blijkt dat de betrokkene hierbij kennelijk opzettelijk onjuiste informatie over zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, tengevolge waarvan hij toen ten onrechte geschikt is verklaard. 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 01-01-1996
Artikel 15 — Artikel 15 Staken van bezoldiging#
Artikel 15 Staken van bezoldiging 1 De aanspraak op bezoldiging kan door het bevoegd gezag geheel of ten dele vervallen worden verklaard, indien en zolang de betrokkene: a. weigert zich te onderwerpen aan een krachtens dit besluit opgedragen geneeskundig onderzoek, dan wel, na voor zulk een onderzoek behoorlijk te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt; b. weigert of verzuimt tijdig een een WAO- of WIA-uitkering bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan te vragen, dan wel een verzoek tot verlenging van die uitkering bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in te dienen; c. weigert de volledige medewerking te verlenen aan een geneeskundig onderzoek ter beoordeling van zijn recht op een een WAO- of WIA-uitkering; d. de controlevoorschriften overtreedt, indien deze voor hem zijn vastgesteld; e. het land verlaat zonder een geneeskundige verklaring van geen bezwaar; f. ten onrechte verzuimt zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de hem door de deskundige persoon, de arbodienst of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegeven voorschriften, of anderszins zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd, met dien verstande, dat te dezen voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige of diagnostische aard zijn uitgezonderd; g. tijdens de verhindering om zijn dienst te verrichten, voor zichzelf of voor derden arbeid verricht, tenzij dit blijkens een geneeskundige verklaring door de arbodienst of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in het belang van zijn genezing, reïntegratie of herplaatsbaarheid gewenst wordt geacht; h. in gebreke blijft op het door de arbodienst of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bepaalde tijdstip en in de door hen bepaalde mate zijn arbeid of hem passende arbeid, dan wel, na afloop van een periode van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid, gangbare arbeid te verrichten, tenzij hij daarvoor een inmiddels ontstane, door de arbodienst of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als geldig erkende reden heeft opgegeven; i. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door het bevoegd gezag of door een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die er op gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen passende arbeid te verrichten; j. artikel 11, tweede lid zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in. 2 Het geheel of gedeeltelijk vervallen van aanspraken, bedoeld in het eerste lid, gaat in op een tijdstip, bij de beslissing van het bevoegd gezag vermeld. Dit tijdstip ligt niet voor de dag van die beslissing. 3 hoofdstuk II van de WAO hoofdstuk 10 van de Wet WIA De door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overeenkomstigdan welvastgestelde en opgelegde voorschriften en verplichtingen gelden voor de betrokkene als waren deze vastgesteld en opgelegd door het bevoegd gezag. 4 hoofdstuk II van de WAO hoofdstuk 10 van de Wet WIA Indien betrokkene door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen één of meer sancties zijn opgelegd overeenkomstigdan wel, gelden deze sancties voor betrokkene als waren zij hem opgelegd door het bevoegd gezag met dienovereenkomstige uitwerking op de bezoldiging. 5 artikel 14 artikel 19 artikel 16, tweede lid De ingevolgeof dit artikel geheel of gedeeltelijk geweigerde of vervallen verklaarde bezoldiging, wordt alsnog aan de betrokkene uitbetaald, wanneer de commissie van artsen bij een hernieuwd onderzoek, ingesteld overeenkomstig, te zijnen gunste beslist. Eveneens wordt de geheel of gedeeltelijk geweigerde of vervallen verklaarde bezoldiging alsnog aan betrokkene uitbetaald ingeval, en afhankelijk van de mate waarin, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen naderhand van oordeel mocht zijn dat de sancties, bedoeld in het vierde lid, ten onrechte zijn opgelegd. Uitbetaling van evenbedoelde bezoldiging vindt plaats met dien verstande, dat een uitkering ingevolge, daarop in mindering wordt gebracht. 2006 221 09-05-2006 13-04-2006 2006 221 09-05-2006 13-04-2006 10-05-2006 29-12-2005
Artikel 16 — Artikel 16 Uitbetaling en uitkering aan anderen#
Artikel 16 Uitbetaling en uitkering aan anderen 1 Bij verpleging van de betrokkene in een ziekeninrichting, alsmede in andere buitengewone omstandigheden, kan de uitbetaling van de bezoldiging geheel of gedeeltelijk aan daartoe door de betrokkene gemachtigden geschieden. Indien de betrokkene niet tot machtiging in staat is, kan door het bevoegd gezag worden bepaald, dat machtiging wordt geacht te zijn verleend aan daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komende personen. 2 artikel 1, onderdelen b1 en b2 en onderdeel b3 voor zover betrekking hebbend op scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging artikelen 14 15 artikel 1, onderdeel b1 In bijzondere omstandigheden kan door het bevoegd gezag, dan wel door Onze Minister ingeval de betrokkene in dienstbetrekking werkzaam is bij een of meer instellingen genoemd in, worden bepaald dat in de gevallen, bedoeld in deen, een uitkering tot ten hoogste het bedrag van de ingehouden bezoldiging geheel of gedeeltelijk aan daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komende personen zal worden uitbetaald. Indien de betrokkene als lid van het onderwijsondersteunend personeel in dienstbetrekking werkzaam is bij een of meer instellingen, genoemd in, is het oordeel, bedoeld in de vorige volzin, voorbehouden aan het bevoegd gezag. 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 11-02-2005 Artikel II, lid 2 en lid 3, van het Wijzigingsbesluit Besluit
ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en
voortgezet onderwijs (Stb. 2005, 57) bevat overgangsrecht m.b.t.
deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17 Onderzoek tijdens verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid#
Artikel 17 Onderzoek tijdens verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid 1 artikelen 11 12 Onverminderd deenkan het bevoegd gezag de betrokkene doen onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek ter beoordeling van de vraag: a. of er sprake is van verhindering tot het verrichten van zijn arbeid; b. artikel 14 artikel 15, eerste lid onder f of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld inof in; c. of verdere maatregelen in het belang van het herstel nodig zijn; d. wanneer en in welke mate de dienst kan worden hervat; e. artikel 15, eerste lid onder e of er termen bestaan een geneeskundige verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, af te geven. 2 Zodra het bevoegd gezag kennis heeft genomen van de conclusies van het onderzoek, wordt de betrokkene van deze conclusies onverwijld schriftelijk in kennis gesteld. Op verzoek van betrokkene wordt eveneens zijn behandelend arts schriftelijk in kennis gesteld van evenbedoelde conclusies. 2003 186 13-05-2003 04-04-2003 2003 186 13-05-2003 04-04-2003 16-05-2003
Artikel 18 — Artikel 18 Onderzoek ondanks dienstvervulling#
Artikel 18 Onderzoek ondanks dienstvervulling 1 Het bevoegd gezag kan eveneens aan een geneeskundig onderzoek doen onderwerpen de betrokkene die niet reeds verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid geniet, indien daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag gegronde, zowel aan de betrokkene als aan de deskundige persoon of de arbodienst schriftelijk mee te delen redenen bestaan. 2 De betrokkene, die in verband met de uitoefening van zijn dienst aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, dan wel aan bijzondere gezondheidseisen moet voldoen, is gehouden zich in overleg met of op aanwijzing van de deskundige persoon of de arbodienst te onderwerpen aan een periodiek geneeskundig onderzoek. 3 artikel 19 Zodra het bevoegd gezag kennis heeft kunnen nemen van de conclusies van het in het eerste en tweede lid bedoelde onderzoek, wordt de betrokkene van deze conclusies onverwijld schriftelijk in kennis gesteld onder vermelding van de mogelijkheid van een hernieuwd onderzoek binnen de ingenoemde termijnen en onder de daar gestelde voorwaarden. Op verzoek van de betrokkene wordt eveneens zijn behandelend arts schriftelijk in kennis gesteld van evenbedoelde conclusies. 4 Aan de betrokkene wiens lichamelijke of psychische toestand blijkens de conclusie van het onderzoek zodanig is dat de belangen van hemzelf, van de instelling of van bij zijn dienstuitoefening betrokken derden zich tegen gehele of gedeeltelijke voortzetting van zijn arbeid verzetten, wordt door het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk verlof verleend op de voet van de bepalingen van dit hoofdstuk. Gedurende dit verlof draagt het bevoegd gezag aan de betrokkene zo mogelijk andere werkzaamheden op, voorzover deze, gezien de voordien door hem verrichte werkzaamheden redelijkerwijs passend zijn te achten. 2005 279 02-06-2005 20-05-2005 2005 298 21-06-2005 06-06-2005 01-07-2005
Artikel 19 — Artikel 19 Hernieuwd onderzoek#
Artikel 19 Hernieuwd onderzoek 1 artikel 32, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Ingeval van een geschil over het wel of niet bestaan van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte voorzietin het instellen van een onderzoek en het geven van een oordeel. 2 artikel 18 De betrokkene die bedenkingen heeft tegen een conclusie van geneeskundige aard, als bedoeld in, kan daarvan binnen drie dagen na ontvangst van de conclusie onder opgave van redenen aan het bevoegd gezag schriftelijk mededeling doen. Hij kan ter ondersteuning van zijn bedenkingen een verklaring overleggen van een arts, die alsdan door de commissie, bedoeld in het tweede lid, in de gelegenheid wordt gesteld tot het geven van een nadere schriftelijke of mondelinge toelichting. 3 artikel 18 Behalve indien, na overleg met de deskundige persoon of de arbodienst, door het bevoegd gezag de bedenkingen van de betrokkene reeds aanstonds voldoende gegrond worden geacht, wordt binnen 14 dagen op last van het bevoegd gezag door een commissie van artsen een hernieuwd onderzoek ingesteld. In deze commissie mogen geen zitting hebben de arts of artsen, die het eerste onderzoek, bedoeld in, hebben verricht. 4 De conclusie van de commissie is bindend. 5 De conclusie van het onderzoek deelt de commissie zo spoedig mogelijk schriftelijk mede: a. aan het bevoegd gezag dat vervolgens hiervan onverwijld schriftelijk kennis geeft aan de betrokkene; b. aan de behandelend arts van betrokkene op verzoek van laatstgenoemde. 6 artikel 32, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 1, onderdelen b1 tot en met b4, b6 en b7 De kosten van het hernieuwd onderzoek alsmede de kosten, verbonden aan het onderzoek, bedoeld in, komen voor rekening van het bevoegd gezag. De eventuele reis- en verblijfkosten van de betrokkene worden hem door het bevoegd gezag vergoed op basis van nader door het bevoegd gezag te stellen regelen, dan wel, voor zover het een instelling betreft, genoemd in, op basis van de Regeling vergoeding van reis- en verblijfskosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneel. 7 Algemene termijnenwet Op de in het tweede en derde lid genoemde termijnen is devan toepassing. 8 Dit artikel vindt geen toepassing ten aanzien van betrokkenen die zijn ontslagen of wier dienstverband is beëindigd. 2008 597 30-12-2008 29-12-2008 2008 601 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, enz. (evaluatie Wet SUWI, Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en deregulering) (Stb. 2008/600) in werking treedt.
Artikel 20 — Artikel 20 Ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid voor de eigen arbeid#
Artikel 20 Ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid voor de eigen arbeid 1 Het bevoegd gezag kan, doch niet vaker dan eenmaal in een tijdvak van drie maanden, de betrokkene doen onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek ter beantwoording van de vraag of volledige hervatting van zijn arbeid al dan niet blijvend is uitgesloten. 2 Indien blijkt dat de betrokkene op grond van ziekten of gebreken is geraakt in een toestand van blijvende ongeschiktheid om aan de aan zijn functie gestelde vereisten te voldoen, kan hij worden ontslagen, mits: a. deze blijvende ongeschiktheid onafgebroken 2 jaar heeft geduurd en; b. herstel binnen een periode van 6 maanden na deze 2 jaar redelijkerwijs niet is te verwachten en; c. er bij het bevoegd gezag voor betrokkene geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn. 3 artikel 3.1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 3.1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg Voor de berekening van de termijn, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- of bevallingsverlof, bedoeld in, niet in aanmerking genomen. Perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, anders dan bedoeld in de vorige volzin, worden samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 4 De termijn van twee jaren, bedoeld in het tweede lid, wordt verlengd: a. artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet met de duur van de vertraging indien de werkgever de aangifte, bedoeld inlater doet dan in dat artikel is voorgeschreven; b. artikel 19, eerste lid, van de WAO met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in, indien die wachttijd op grond van het zevende lid van dat artikel wordt verlengd; en c. artikel 24, eerste lid van de Wet WIA met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in; en d. artikel 71a, negende lid, van de WAO artikel 25, negende lid, van de Wet WIA met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft vastgesteld op grond vandan wel. 5 Indien het bevoegd gezag wenst over te gaan tot ontslag, dient het de betrokkene schriftelijk aan te zeggen dat de procedure ter beoordeling van de medische geschiktheid voor de functie en de kansen op herstel binnen drie maanden in gang wordt gezet. Deze aanzegging geschiedt op zijn vroegst vanaf de 21e maand na de eerste ziektedag, met dien verstande dat de procedure, bedoeld in het zevende en achtste lid, uiterlijk in de 24e maand na de eerste ziektedag moet kunnen zijn afgerond. 6 Bij het onderzoek ter beoordeling van de vraag of er sprake is van een situatie, als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, betrekt het bevoegd gezag de uitslag van de WIA-claimbeoordeling en een door het bevoegd gezag of de werknemer aangevraagd deskundigenoordeel door het UWV. 7 c Ter beoordeling van de vraag of er sprake is van een situatie, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel, is vereist dat het bevoegd gezag door middel van een zorgvuldig onderzoek kan aantonen dat er voor betrokkene geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn. Hiertoe onderzoekt het bevoegd gezag eerst of de mogelijkheid bestaat van plaatsing in een functie met passende arbeid, en daarna, indien die mogelijkheid zich niet voordoet doch niet eerder dan na afloop van het eerste ziektejaar, in een functie met gangbare arbeid. 8 Bij het onderzoek, bedoeld in het zevende lid, betrekt het bevoegd gezag ook het resultaat van de WIA-claimbeoordeling en een door bevoegd gezag of de werknemer aangevraagd deskundigenoordeel van het UWV. 9 Indien bij het onderzoek naar de blijvende ongeschiktheid voor zijn betrekking, bedoeld in de voorgaande leden, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in het kader van de WIA-claimbeoordeling van oordeel is, dat de betrokkene arbeidsgeschikt is voor en herplaatsbaar in zijn eigen betrekking onder andere voorwaarden, dan wel in één of meer andere functies bij het bevoegd gezag, is ontslag slechts mogelijk indien de betrokkene direct aansluitend onder die andere voorwaarden in zijn betrekking, dan wel in die andere functie of één van die andere functies wordt benoemd. 10 Tegen de conclusie van het onderzoek, bedoeld in het zevende lid, alsmede het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in het achtste lid, staat geen beroep open bij de rechter. 11 Wet WIA Een betrokkene die door UWV in het kader van de uitvoering van devoor 65% of meer arbeidsgeschikt is verklaard, wordt na afloop van de termijn bedoeld in het tweede lid, niet ontslagen uit zijn betrekking op grond van arbeidsongeschiktheid tenzij sprake is van een zwaarwegend dienstbelang. Van een zwaarwegend dienstbelang is in elk geval sprake indien het in dienst houden van betrokkene leidt tot ernstige financiële problemen voor het bevoegd gezag. Bij voortzetting van het dienstverband maken bevoegd gezag en betrokkene afspraken over de inhoud van de functie en de daarbij behorende beloning. De afspraken in het kader van een voortzetting van het dienstverband worden schriftelijk bevestigd aan de betrokkene. Het eventuele verschil tussen de oude en de nieuwe bezoldiging wordt gedurende een periode van 5 jaar voor 65% gecompenseerd. Op deze compensatie wordt een recht van de betrokkene op een wettelijke of bovenwettelijke werkloosheidsuitkering terzake van werkloosheid uit de in de eerste volzin bedoelde betrekking, in mindering gebracht. 12 De schriftelijke bevestiging, bedoeld in het elfde lid, is een voor beroep vatbare beslissing. 13 artikel 1 onderdeel f artikel 4 titel 16 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC Onder bezoldiging bedoeld in het elfde lid wordt verstaan de bezoldiging, bedoeld in, waarbij een eventuele korting op de bezoldiging op grond vandan wel op grond vanof een daarmee overeenkomende regeling op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst, buiten beschouwing blijft. 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 01-10-2007
Artikel 20a — Artikel 20a Ontslag in verband met niet meewerken aan reïntegratie#
Artikel 20a Ontslag in verband met niet meewerken aan reïntegratie 1 De betrokkene die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, kan worden ontslagen, indien hij zonder deugdelijke grond weigert: a. gevolg te geven aan de door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten; b. passende arbeid te verrichten waartoe het bevoegd gezag hem in de gelegenheid stelt; c. artikel 11, tweede lid zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in. 2 Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, wint het bevoegd gezag een hierop betrekking hebbend advies van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in en neemt dit mede in beschouwing. 2003 186 13-05-2003 04-04-2003 2003 186 13-05-2003 04-04-2003 16-05-2003
Artikel 21 — Artikel 21 Recht op suppletie#
Artikel 21 Recht op suppletie Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22 Verplichtingen- en sanctieregiem#
Artikel 22 Verplichtingen- en sanctieregiem Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23 Geen uitbetaling van het recht op suppletie#
Artikel 23 Geen uitbetaling van het recht op suppletie Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24 — Artikel 24 Einde recht op suppletie#
Artikel 24 Einde recht op suppletie Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25 — Artikel 25 Hoogte en duur suppletie#
Artikel 25 Hoogte en duur suppletie Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 26 — Artikel 26 Suppletie bij later ontslag dan na 24 maanden#
Artikel 26 Suppletie bij later ontslag dan na 24 maanden Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27 — Artikel 27 Samenloop met andere uitkeringen#
Artikel 27 Samenloop met andere uitkeringen Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 28 — Artikel 28 Samenloop met inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf#
Artikel 28 Samenloop met inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 29 — Artikel 29 Invloed sancties op de suppletie#
Artikel 29 Invloed sancties op de suppletie Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30 — Artikel 30 Overlijdensuitkering#
Artikel 30 Overlijdensuitkering Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 31 — Artikel 31 Aanvraag en betaling van de suppletie#
Artikel 31 Aanvraag en betaling van de suppletie Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 32 — Artikel 32 Voorschot#
Artikel 32 Voorschot Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 33 — Artikel 33 Scholing en opleiding#
Artikel 33 Scholing en opleiding Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 34 — Artikel 34 Onbeloonde activiteiten#
Artikel 34 Onbeloonde activiteiten Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 35 — Artikel 35 Uitvoeringsvoorschriften#
Artikel 35 Uitvoeringsvoorschriften Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 36 — Artikel 36 Conversie herplaatsingswachtgeld in suppletie#
Artikel 36 Conversie herplaatsingswachtgeld in suppletie Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37 — Artikel 37 Conversie ingeval suppletiegerechtigd binnen zes maanden#
Artikel 37 Conversie ingeval suppletiegerechtigd binnen zes maanden Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 38 — Artikel 38 Algemeen neerwaartse wijzigingen#
Artikel 38 Algemeen neerwaartse wijzigingen Vervallen 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 2007 47 13-02-2007 29-01-2007 01-03-2007 01-01-2007 Artikel III van Stb. 2007/47 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 39 — Artikel 39 Aanspraken wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid na ontslag of beëindiging van de dienstbetrekking#
Artikel 39 Aanspraken wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid na ontslag of beëindiging van de dienstbetrekking 1 artikel 19, eerste en tweede lid, van de WAO artikel 23, van de Wet WIA artikel 19, zevende lid van de WAO artikel 24 van de Wet WIA artikel XV, veertiende lid, onder a en c, van de Wet terugdringing ziekteverzuim artikel 4, eerste lid Artikel 4, tweede en zevende lid De gewezen betrokkene die wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid, ontstaan voor het tijdstip waarop hem ontslag is verleend, niet zijnde een ontslag op grond van ziekte of arbeidsongeschiktheid, dan wel waarop een tijdelijke taakuitbreiding is beëindigd niet zijnde een beëindiging op grond van ziekte of arbeidsongeschiktheid, dan wel waarop zijn benoeming in tijdelijke dienst is afgelopen, nadien nog ongeschikt is hem passende, dan wel, na onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende het indan welbedoelde tijdvak, al dan niet verlengd op grond vandan welof, gangbare arbeid te verrichten, een en ander voor zover hij niet als herplaatsbaar verklaarde is herplaatst in een betrekking, behoudt gedurende zijn ongeschiktheid een uitkering ter hoogte van zijn laatstgenoten bezoldiging. Het in de vorige volzin bepaalde geldt slechts voorzover de termijn van 12 maanden, genoemd in, nog niet is verstreken, doch uiterlijk tot de eerste dag van de maand volgende op die waarin de gewezen betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Na afloop van de termijn van 12 maanden ontvangt hij gedurende 6 maanden, doch uiterlijk tot de eerste dag van de maand volgende op die waarin de gewezen betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, 70% van de laatst genoten bezoldiging.zijn van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 1, onder c1 en c2 Artikel 4, tweede en zevende lid De gewezen betrokkene die binnen vier weken na het tijdstip waarop hij is ontslagen, dan wel zijn tijdelijke taakuitbreiding is beëindigd dan wel waarop zijn benoeming in tijdelijke dienst is afgelopen, wegens ziekte ongeschikt wordt hem passende arbeid te verrichten, ontvangt een uitkering ter hoogte van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, mits hij gedurende tenminste acht weken onmiddellijk aan dat tijdstip voorafgaand in dienst is geweest of, ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in, gedurende ten minste in totaal drie van de zes maanden onmiddellijk aan dat tijdstip voorafgaand in dienst is geweest. De uitkering ter hoogte van de laatstelijk genoten bezoldiging wordt uitbetaald zolang de ongeschiktheid van de betrokkene duurt en voor zover hij niet als herplaatsbaar verklaarde is herplaatst in een betrekking, doch uiterlijk tot en met 52 weken na de aanvang daarvan, dan wel indien dit eerder is tot uiterlijk de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.zijn van overeenkomstige toepassing. 3 ZW ZW artikel 39, eerste en tweede lid De gewezen betrokkene met recht op een uitkering krachtens deheeft aanspraak op een uitkering als bedoeld in, verminderd met de uitkering krachtens de. 4 Voor de gewezen betrokkene bedoeld in het eerste en tweede lid die voor het tijdstip waarop hem ontslag is verleend, dan wel waarop zijn benoeming in tijdelijke dienst is afgelopen, gedeeltelijk onbezoldigd buitengewoon verlof geniet, wordt onder laatstgenoten bezoldiging verstaan de laatstgenoten bezoldiging die hij genoot voor aanvang van de periode van buitengewoon verlof. 5 Het eerste tot en met het derde lid vinden geen toepassing ten aanzien van de betrokkene, die in verband met de aanvaarding van werkzaamheden van ten minste gelijke omvang als die van de beëindigde dienstbetrekking, aanspraak kan maken op honorering, loon of bezoldiging, dan wel op een uitkering wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid uit hoofde van die werkzaamheden. 6 Wet arbeid en zorg artikel 19, eerste en tweede lid, van de WAO artikel 23, van de Wet WIA artikel 19, zevende lid van de WAO artikel 24 van de Wet WIA artikel XV, veertiende lid, onder a en c, van de Wet terugdringing ziekteverzuim Artikel 9, vijfde lid In geval van zwangerschaps- en bevallingsverlof van de gewezen vrouwelijke betrokkene wordt haar uitkering krachtens deaangevuld tot 100% van de laatst genoten bezoldiging., is van overeenkomstige toepassing. Zolang zij na de beëindiging van de in de eerste volzin bedoelde uitkering nog wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid ongeschikt is om haar passende arbeid te verrichten, dan wel, na onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende het in, dan welbedoelde tijdvak, al dan niet verlengd op grond van, dan welof, gangbare arbeid te kunnen verrichten, dan wel binnen vier weken na deze beëindiging in die zin arbeidsongeschikt wordt, is het tweede en vijfde lid van overeenkomstige toepassing. De in het tweede lid bedoelde termijn van 52 weken wordt in dat geval geacht aan te vangen op de dag volgende op die der bevalling. De gewezen vrouwelijke betrokkene bedoeld in dit lid is de vrouwelijke betrokkene wier bevalling waarschijnlijk is onderscheidenlijk plaatsvindt, binnen een periode van tien weken na het tijdstip van haar ontslag. 7 Het bedrag van de een uitkering ter hoogte van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in dit artikel dan wel 70% daarvan wordt verminderd dan wel, voor zover het reeds is uitbetaald, verrekend met: a. een de betrokkene toegekende ZW-uitkering, een WW-uitkering, een bovenwettelijke WW-uitkering danwel WAO- of WIA-uitkering of anderszins een uitkering uit hoofde van ziekte en arbeidsongeschiktheid of werkloosheid; b. artikel 41, derde lid een de betrokkene toegekend bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering door de Stichting Pensioenfonds ABP, alsmede een eventuele aanvulling op dat pensioen, als bedoeld in; c. inkomsten welke de gewezen betrokkene inmiddels mocht zijn gaan genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, daaronder mede begrepen uitkeringen terzake van ziekte en arbeidsongeschiktheid, voor zover niet afkomstig uit verzekeringen, waarvoor de premie uitsluitend voor eigen rekening van betrokkene is betaald. 8 artikelen 14 15 16 17 In de gevallen, bedoeld in dit artikel, vinden de,,en, waar mogelijk, overeenkomstige toepassing. 9 Ziektewet WAO Wet WIA Wet arbeid en zorg In de gevallen, bedoeld in dit artikel, wordt de uitkering krachtens de, de, deof degeacht onverminderd te zijn ontvangen, indien deze op grond van enige wettelijke bepaling geheel of gedeeltelijk is geweigerd, dan wel niet of niet geheel is betaald. 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 01-10-2007
Artikel 40 — Artikel 40 Voorwaarden en verplichtingen bij het verkrijgen van aanspraken wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid na beëindiging van de dienstbetrekking#
Artikel 40 Voorwaarden en verplichtingen bij het verkrijgen van aanspraken wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid na beëindiging van de dienstbetrekking 1 artikel 39, eerste, tweede en vierde lid artikel 1, onderdelen b1 en b2 en onderdeel b3 voor zover betrekking hebbend op scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging Ter verkrijging van de inbedoelde aanspraken richt de gewezen betrokkene binnen 7 dagen na het ontstaan van de voor die aanspraken vereiste omstandigheden een aanvraag tot het bevoegd gezag, dan wel aan Onze Minister indien hij in dienstbetrekking werkzaam was bij een of meer instellingen, genoemd in. Bij overschrijding van deze termijn vervalt de aanspraak gedurende het aantal dagen van deze overschrijding, tenzij de gewezen betrokkene aantoont, dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest die termijn in acht te nemen. 2 De vaststelling en wijziging van de in dit artikel bedoelde aanspraken geschiedt door het bevoegd gezag. De uitbetaling vindt maandelijks plaats, tenzij deze met toestemming van de gewezen betrokkene in langere termijnen geschiedt. 3 eerste, tweede, vierde, en zevende lid van artikel 39 De gewezen betrokkene wordt door het aanvaarden van de vastgestelde aanspraken, bedoeld in het, geacht er in toe te stemmen dat allen die daarvoor naar het oordeel van het bevoegd gezag in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen verschaffen welke voor de uitvoering van evenbedoelde aanspraken nodig zijn. 4 artikel 39, eerste, tweede, vierde, en zevende lid De gewezen betrokkene is verplicht, indien het bevoegd gezag daartoe aanleiding ziet, zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek tot het verkrijgen van ieder mogelijke uitkering ingevolge arbeidsongeschiktheid, ter vervanging van de inbedoelde aanspraken. 5 artikel 39, eerste, tweede, vierde, en zevende lid De gewezen betrokkene is verplicht het bevoegd gezag uit eigen beweging onverwijld in kennis te stellen van alle omstandigheden, waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk is, dan wel moet zijn, dat die van invloed kunnen zijn op de vaststelling van de inbedoelde aanspraken. Onder dergelijke omstandigheden vallen tevens te verwachten inkomsten, van welke aard dan ook, waarvan de hoogte en de duur nog niet of niet exact kunnen worden vastgesteld. 6 eerste, tweede, vierde, en zevende lid van artikel 39 Het bevoegd gezag kan bepalen, dat geen recht op de aanspraken, bedoeld in het, bestaat indien de gewezen betrokkene de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van deze aanspraken niet, niet volledig of onjuist heeft verstrekt. 7 eerste, tweede, vierde, en zevende lid van artikel 39 Het recht op de aanspraken, bedoeld in het, kan door het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk vervallen worden verklaard, indien de gewezen betrokkene zonder geldige redenen niet of niet langer voldoet aan de hem opgelegde verplichtingen, bedoeld in het vijfde en zesde lid, alsmede indien de gewezen betrokkene niet, niet volledig of onjuiste gegevens heeft verstrekt met betrekking tot een wijziging van deze aanspraken. 8 eerste, tweede, vierde, en zevende lid van artikel 39 Het recht op de aanspraken, bedoeld in het, vervalt in ieder geval indien de gewezen betrokkene daartoe niet binnen 2 jaar na de beëindiging van zijn dienstbetrekking een verzoek heeft ingediend. 9 eerste, tweede, vierde, en zevende lid van artikel 39 artikel 1, onderdeel b1, b2 en b3 Uitkeringen ingevolge de in hetbedoelde aanspraken, die niet in ontvangst zijn genomen of ingevorderd binnen drie maanden na de betaalbaarstelling, worden niet meer betaald. Het bevoegd gezag, dan wel Onze Minister ingeval de betrokkene in dienstbetrekking werkzaam was bij een of meer instellingen, genoemd in, kan in bijzondere gevallen ten gunste van betrokkene afwijken van de eerste volzin. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 41 — Artikel 41 Uitkering aan gewezen arbeidsongeschikten#
Artikel 41 Uitkering aan gewezen arbeidsongeschikten Vervallen 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 2007 333 20-09-2007 03-09-2007 01-10-2007 Artikel II van Stb. 2007/333 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 42 — Artikel 42 Ziektekosten#
Artikel 42 Ziektekosten Door het bevoegd gezag kan in bijzondere gevallen aan de betrokkene een tegemoetkoming worden toegekend in noodzakelijk gemaakte kosten, verband houdende met ziekte, welke de betrokkene voor zichzelf en voor zijn medebetrokkenen, bedoeld in de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel, heeft gemaakt, indien hierin niet ingevolge een andere regeling kan worden voorzien en deze kosten redelijkerwijs niet te zijnen laste kunnen blijven. 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 11-02-2005 Artikel II van het Wijzigingsbesluit Besluit ziekte en
arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet
onderwijs (Stb. 2005, 57) bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 43 — Artikel 43 Kosten ziekte en arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door de werkzaamheden#
Artikel 43 Kosten ziekte en arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door de werkzaamheden In geval van ziekte en arbeidsongeschiktheid die naar het oordeel van het bevoegd gezag in overwegende mate veroorzaakt is door de aard van de aan de betrokkene opgedragen werkzaamheden, dan wel door de omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, worden hem vergoed de naar het oordeel van het bevoegd gezag te zijnen laste blijvende noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling. 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 2005 57 10-02-2005 25-01-2005 11-02-2005 Artikel II van het Wijzigingsbesluit Besluit ziekte en
arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet
onderwijs (Stb. 2005, 57) bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 44 — Artikel 44 Terugbetaling en terugvordering#
Artikel 44 Terugbetaling en terugvordering 1 Kaderbesluit rechtspositie PO Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs Het bevoegd gezag kan al hetgeen op grond van dit besluit onverschuldigd of te veel is betaald geheel of gedeeltelijk terugvorderen of in mindering brengen op een later te betalen bezoldiging of uitkering op grond van dit besluit, dan wel verrekenen met uitkeringen op grond van het, dan wel hetof het: a. gedurende vijf jaren na de dag van de betaalbaarstelling indien het bevoegd gezag door toedoen van betrokkene onverschuldigd heeft betaald; en b. gedurende twee jaren na de dag van de betaalbaarstelling in de overige gevallen waarin het de betrokkene redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat het bevoegd gezag onverschuldigd betaalde. 2 Kaderbesluit rechtspositie PO Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs Een voorschot wordt door betrokkene op eerste vordering van het bevoegd gezag terugbetaald of door het bevoegd gezag in mindering gebracht op een later te betalen bezoldiging of uitkering op grond van dit besluit, dan wel verrekend met uitkeringen op grond van het, dan wel hetof het. 2007 48 13-02-2007 13-12-2006 2007 117 03-04-2007 19-03-2007 01-07-2007 Artikel VII van Stb. 2007/48 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (verdere decentralisatie arbeidsvoorwaarden) (Stb. 2006/19) in werking treedt.
Artikel 45 — Artikel 45 Onvervreemdbaarheid van bezoldiging of uitkering#
Artikel 45 Onvervreemdbaarheid van bezoldiging of uitkering 1 Iedere bezoldiging of uitkering op grond van dit besluit, alsmede aanvullingen daarop, is onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of belening. 2 Een machtiging tot het in ontvangst nemen van de in het eerste lid bedoelde bezoldigingen of uitkeringen, alsmede aanvullingen daarop, onder welke vorm of benaming ook verleend, is steeds herroepelijk. 3 Elk beding, strijdig met het eerste of tweede lid, is nietig. 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 01-01-1996
Artikel 46 — Artikel 46 Verhaalswet#
Artikel 46 Verhaalswet Verhaalswet ongevallen ambtenaren De betrokkene, die als ambtenaar in de zin van dewordt aangemerkt, is verplicht van een oorzaak van verhindering tot dienstverrichting, ten aanzien waarvan aanspraken tegenover derden bestaan zo spoedig mogelijk kennis te geven aan het bevoegd gezag en overigens alle medewerking te verlenen die in verband met de uitvoering van die wet van hem wordt verlangd. 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 01-01-1996
Artikel 47 — Artikel 47 Tervisielegging#
Artikel 47 Tervisielegging Het bevoegd gezag draagt er zorg voor, dat een bijgewerkt exemplaar van dit besluit op een voor de betrokkene steeds toegankelijke plaats ter inzage beschikbaar is. 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 1995 703 29-12-1995 21-12-1995 01-01-1996
Artikel 48 — Artikel 48 Conversie reeds bestaande uitkeringen op grond van ziekte en arbeidsongeschiktheid#
Artikel 48 Conversie reeds bestaande uitkeringen op grond van ziekte en arbeidsongeschiktheid Rechtspositiebesluit WPO/WEC Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel a artikel 20, tweede lid, onder, en derde lid De betrokkene, die op de dag, voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit, uit hoofde van ziekte of arbeidsongeschiktheid een uitkering ontvangt op grond van hetof het, zoals deze regelingen luidden op 31 december 1995, heeft recht op een daarmee overeenkomende uitkering ingevolge dit Besluit. De onafgebroken periode van arbeidsongeschiktheid welke reeds verlopen is op de dag van inwerkingtreding van dit besluit, telt mee voor de periode, genoemd in. 2003 231 17-06-2003 27-05-2003 2003 231 17-06-2003 27-05-2003 18-06-2003 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 48a — Artikel 48a Reïntegratiemelding aan het Lisv bij invoering van de WAO#
Artikel 48a Reïntegratiemelding aan het Lisv bij invoering van de WAO Indien op het moment van invoering van de WAO het verlof wegens ziekte van betrokkene reeds langer dan 13 weken heeft geduurd, is het bevoegd gezag verplicht betrokkene vóór 1 februari 1998 te melden bij het Lisv. De melding gaat vergezeld van het reïntegratieplan of de reïntegratieplannen en de resultaten van de uitvoering van dit plan of deze plannen. 1998 38 27-01-1998 22-12-1997 1998 38 27-01-1998 22-12-1997 28-01-1998 Artikelen 1, 3, 11, tweede lid, 12, 13, 15, 19, 20, 25, 30
werken terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 50 — Artikel 50 Citeertitel#
Artikel 50 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als <<Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs>>. 2007 48 13-02-2007 13-12-2006 2007 117 03-04-2007 19-03-2007 01-07-2007 Artikel VII van Stb. 2007/48 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (verdere decentralisatie arbeidsvoorwaarden) (Stb. 2006/19) in werking treedt.