Besluit van 4 maart 1996, verband houdende met de herziening van de douanewetgeving
- BWB-id
- BWBR0007925
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2005-01-01 t/m 2008-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007925
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/douanebesluit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/douanebesluit/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007925&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007925&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007925/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/douanebesluit
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Dit besluit en de daarop berustende bepalingen verstaan onder: a. binnenkomend luchtvaartuig: een luchtvaartuig dat in Nederland landt, terzake van welke landing de in artikelen 40 en 43 van het Communautair douanewetboek bedoelde formaliteiten moeten worden vervuld; b. binnenkomend schip: een schip dat in Nederland vanuit zee binnenkomt, terzake van welke binnenkomst de in artikelen 40 en 43 van het Communautair douanewetboek bedoelde formaliteiten moeten worden vervuld; c. douanekantoor van uitgang: onverminderd het bepaalde in artikel 793, tweede lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, de haven of luchthaven van waaruit de goederen, over zee dan wel door de lucht het douanegebied van de Gemeenschap verlaten; d. de Post: de Koninklijke TPG Post BV; e. artikel 1, onderdelen b en c, van de Postwet artikel 2, eerste lid, van die wet brieven en postzendingen: brieven en postzendingen als bedoeld in, voorzover zij onder de verplichting, bedoeld in, vallen; f. beheerder vrije zone controletype II: de persoon aan wie vergunning is verleend de vrije zone controletype II te beheren; g. operateur: de belanghebbende, bedoeld in artikel 799 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Indien op grond van wettelijke bepalingen een vergunning dan wel goedkeuring van de inspecteur is vereist, dient ter verkrijging van deze vergunning, onderscheidenlijk goedkeuring, een verzoek te worden gericht aan de inspecteur. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Binnenkomende schepen en de daarin of daarop aanwezige goederen worden langs bij ministeriële regeling aangewezen vaarwaters overgebracht naar een haven ressorterende onder een bij ministeriële regeling aangewezen douanekantoor, alwaar de in artikel 40 van het Communautair douanewetboek bedoelde formaliteit van aanbrengen wordt vervuld. 2 Bij ministeriële regeling kunnen eveneens plaatsen als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van het Communautair douanewetboek worden aangewezen, alwaar voor schepen en de daarin of daarop aanwezige goederen onder bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden de in artikel 40 van het Communautair douanewetboek bedoelde formaliteit van het aanbrengen wordt vervuld. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 De summiere aangifte, bedoeld in artikel 43 van het Communautair douanewetboek, houdt aangifte in van alle bij het douanekantoor, bedoeld in, te lossen goederen. Voor de in het schip aanwezige provisie wordt een afzonderlijke summiere aangifte gedaan. 2 artikel 4 artikel 4 Aan het douanekantoor, bedoeld in, wordt in voorkomend geval tevens een summiere aangifte gedaan voor de goederen die zullen worden gelost bij een ander in Nederland gelegen douanekantoor als bedoeld invoor zover het schip zich anders dan over zee naar dat douanekantoor zal begeven. 3 artikel 4 artikel 4 Op verzoek van belanghebbende kan aan het douanekantoor, bedoeld in, een summiere aangifte worden gedaan voor de goederen welke zullen worden gelost bij een ander in Nederland gelegen douanekantoor als bedoeld in, indien het schip zich over zee naar dat laatst genoemde douanekantoor zal begeven. 4 artikel 4 Een binnengekomen schip mag van het douanekantoor, bedoeld in, niet vertrekken zonder toestemming van de inspecteur. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Communautaire goederen mogen nadat zij zijn gelost eerst worden weggevoerd nadat ten genoegen van de inspecteur is aangetoond dat deze goederen de communautaire status hebben. 2 Indien binnen het douanegebied van de Gemeenschap voor goederen een bewijs van de communautaire status is afgegeven, dient dit bewijs aan de inspecteur te worden overgelegd alvorens de goederen waarop dit bewijs betrekking heeft kunnen worden weggevoerd. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De artikelen 4 5 enzijn niet van toepassing op de volgende schepen, mits zij in de Gemeenschap thuishoren, overeenkomstig hun bestemming worden gebezigd en geen goederen meevoeren waarvoor bij het in het vrije verkeer brengen rechten bij invoer zijn verschuldigd: a. oorlogsschepen; b. pleziervaartuigen welke op hun reis niet een buitenlandse haven hebben aangedaan; c. vissersschepen welke van de visvangst komen en zijn voorzien van een aanduiding omtrent de haven waar zij thuishoren; d. sleepboten welke op hun reis niet een buitenlandse haven hebben aangedaan; e. reddingsboten; f. bij ministeriële regeling aangewezen vaartuigen van openbare diensten. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien voor het verkrijgen van vrijstelling van rechten bij invoer of voor het plaatsen onder de betreffende douaneregeling voor het schip of voor de meegevoerde goederen ingevolge wettelijke bepalingen de vervulling van bepaalde formaliteiten is vereist. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 21 van de Wet op de strandvonderij Degene die aan de kust goederen heeft opgevist of gered, dan wel aldaar aangespoelde of gestrande goederen heeft geborgen, geeft daarvan onverwijld kennis aan de inspecteur. Onder kust worden te dezen mede verstaan de wateren, stranden en oevers welke ingevolgeworden beschouwd te behoren tot de zee en het zeestrand. 2 De goederen mogen zonder toestemming van de inspecteur niet verder landinwaarts worden gebracht dan tot de eerste plaats waar zij tegen beschadiging door het zeewater zijn beveiligd. 3 Na de kennisgeving worden de goederen aangemerkt als binnengebrachte goederen in de zin van artikel 37, eerste lid, van het Communautair douanewetboek. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Binnenkomende luchtvaartuigen worden zonder tussenlanding overgebracht naar een bij ministeriële regeling aangewezen internationale luchthaven ressorterende onder een bij ministeriële regeling aangewezen douanekantoor alwaar de formaliteit van aanbrengen, bedoeld in artikel 40 van het Communautair douanewetboek, wordt vervuld. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 10 De summiere aangifte, bedoeld in artikel 43 van het Communautair douanewetboek, houdt aangifte in van alle te lossen goederen bij het douanekantoor, bedoeld in. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Artikel 10 is niet van toepassing op militaire, politie- en douaneluchtvaartuigen van Nederlandse of vreemde nationaliteit of op andere bij ministeriële regeling aangewezen luchtvaartuigen, mits zij overeenkomstig hun bestemming worden gebezigd en geen goederen meevoeren welke vreemd zijn aan de normale behoeften aan boord. 2 Het eerste lid is niet van toepassing, indien voor het verkrijgen van vrijstelling van rechten bij invoer of voor het plaatsen onder de betreffende douaneregeling voor het luchtvaartuig of voor de aan boord aanwezige goederen ingevolge wettelijke bepalingen de vervulling van bepaalde formaliteiten is vereist. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De goedkeuring, bedoeld in artikel 185, eerste lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, van een ruimte voor tijdelijke opslag is gebonden aan een vergunning. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de goedkeuring, bedoeld in het eerste lid. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de in- en uitslag van goederen in en uit de ruimte voor tijdelijke opslag. Deze regels hebben in het bijzonder betrekking op de te gebruiken aangiften. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Aangiften tot plaatsing van goederen onder een douaneregeling worden gedaan in de Nederlandse taal. 2 In afwijking in zoverre van het eerste lid kunnen aangiften tot plaatsing onder de douaneregeling douanevervoer, aangiften tot plaatsing onder een douaneregeling met gebruikmaking van een handels- of administratief bescheid en andere aangiften dan die bedoeld in het eerste lid, behalve in het Nederlands worden gedaan in het Frans, Duits of Engels. 3 Ingeval in het buitenland aanvaarde douaneaangiften zijn gesteld in een andere taal dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels, kan de inspecteur een vertaling vragen welke mag zijn gesteld in het Nederlands, Frans, Duits of Engels. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 In de gevallen waarin op grond van wettelijke bepalingen in een aangifte de goederencode van de desbetreffende goederen moet worden vermeld, is dat de code die voor die goederen is vastgesteld in het gebruikstarief. Het gebruikstarief is de lijst van goederenomschrijvingen met bijbehorende codes en aanduiding van de voor de desbetreffende goederen van toepassing zijnde maatregelen bij in- of uitvoer, zoals die geldt ingevolge verordeningen van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen, en waarin nadere onderverdelingen met bijbehorende codes zijn aangebracht in verband met de nationale statistiek en bijzondere maatregelen die voor de desbetreffende goederen gelden. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de vaststelling, de uitgifte en de beschikbaarstelling van het gebruikstarief. 3 Staatscourant Een wijziging in de vaststelling van de goederencodes treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het wijzigingsblad van het gebruikstarief waarin de wijziging is vermeld. Indien een wijziging in de vaststelling van goederencodes in afwachting van de uitgifte van een wijzigingsblad in dewordt bekend gemaakt, treedt deze in werking met ingang van de daarbij vermelde dag. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Ten aanzien van de bij ministeriële regeling aangewezen goederen en in de daarbij aangewezen gevallen kan, indien gehalte, samenstelling of hoeveelheid van goederen waarvoor een aangifte tot plaatsing onder een douaneregeling, met uitzondering van de regeling douanevervoer, moet worden gedaan aan de aangever niet bekend is, de vermelding van dat gegeven achterwege blijven indien de aangever verzoekt dat gegeven op zijn kosten van rijkswege te doen bepalen. 2 Indien in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, de goederen met toepassing van artikel 73 van het Communautair douanewetboek ter beschikking van de aangever worden gesteld om hun bestemming te volgen, worden de gegevens aan de hand waarvan de berekening van de rechten bij invoer moet plaatsvinden zo nodig bij wijze van schatting vastgesteld. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorwaarden en bepalingen worden vastgesteld voor de toepassing van dit artikel. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De in artikel 212 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek bedoelde toelichting kan worden aangevuld door de toelichting met daarin opgenomen de aanvullingen, bij ministeriële regeling vast te stellen. Wijzigingen van de aanvullingen en nadere aanvullingen kunnen plaatsvinden door de overeenkomstig het vorenstaande vastgestelde toelichting bij ministeriële regeling te wijzigen. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De aangifte ten uitvoer wordt gedaan: a. ten aanzien van goederen welke worden uitgevoerd ter voldoening aan de verplichting welke voortvloeit uit de douaneregeling waaronder zij waren geplaatst, op de voor het doen van de aangifte ten uitvoer aangewezen plaats, indien deze plaats in de wettelijke bepalingen of in de op de betreffende douaneregeling betrekking hebbende vergunning is aangewezen; b. in andere gevallen bij de inspecteur onder wie de exporteur ressorteert of onder wie de plaats ressorteert waar de goederen zijn verpakt of met het oog op de uitvoer in of op het vervoermiddel zijn geladen. 2 a De inspecteur kan bepalen dat in de gevallen, andere dan die bedoeld in het eerste lid, onderdeel, waarin het wenselijk wordt geacht om de controle van de aangifte ten uitvoer te laten plaatsvinden op een douanekantoor zo dicht mogelijk gelegen bij de plaats waar de exporteur is gevestigd of waar de goederen zijn verpakt of met het oog op de uitvoer in of op het vervoermiddel zijn geladen, de aangifte ten uitvoer wordt gedaan op een door hem aan te wijzen douanekantoor. 3 b In afwijking van het eerste lid, onderdeel, kan de aangifte ten uitvoer eveneens worden gedaan op bij ministeriële regeling aangewezen douanekantoren voor zover deze goederen via deze kantoren Nederland zullen verlaten en voor zover de aangifte wordt gedaan door of ten behoeve van in Nederland gevestigde exporteurs. 4 De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien ter zake van de wederuitvoer ingevolge wettelijke bepalingen een aangifte is vereist. 2002 635 23-12-2002 13-12-2002 2002 635 23-12-2002 13-12-2002 01-01-2003
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De weigering van een vergunning tot het doen van aangifte volgens een vereenvoudigde procedure op grond van het overtreden van douanevoorschriften geschiedt slechts indien: a. de aanvrager in de laatste vijf jaren voorafgaande aan de aanvraag een bij wettelijke bepalingen strafbaar gesteld misdrijf heeft gepleegd; b. artikel 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de aanvrager herhaaldelijk een bij wettelijke bepalingen strafbaar gestelde overtreding heeft begaan, waarvoor hij onherroepelijk is veroordeeld of waarvoor het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge, of c. aan de aanvrager in de laatste vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag herhaalde malen ingevolge wettelijke bepalingen een bestuurlijke boete is opgelegd. 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Een vergunning tot toepassing van de domiciliëringsprocedure wordt slechts verleend indien de aanvrager van de desbetreffende vergunning een bedrijf uitoefent waarvan de administratieve organisatie zodanig is, dat zij voldoende waarborgen inhoudt voor een juiste vastlegging van de bedrijfshandelingen en de administratie zodanig is ingericht, dat daarin op overzichtelijke wijze zijn opgenomen de door de inspecteur nodig geoordeelde gegevens omtrent de goederen welke met toepassing van de verlangde vereenvoudigde procedure onder een douaneregeling zijn geplaatst. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Indien de vergunninghouder van een domiciliëringsprocedure op grond van wettelijke bepalingen een aanvullende aangifte moet indienen, moet deze aangifte vóór de derde werkdag van het tijdvak dat in de vergunning is opgenomen zijn ingediend. De aanvullende aangifte ziet op alle goederen welke in de loop van het voorafgaande tijdvak met toepassing van deze procedure een douanebestemming hebben gekregen. 2 In gevallen waarin het doen van aangifte binnen de in het eerste lid bedoelde termijn bijzondere bezwaren ontmoet, kan de inspecteur toestaan dat de aangifte wordt gedaan uiterlijk de tiende dag van het tijdvak volgend op die waarin de goederen een douanebestemming hebben gekregen. 3 In de aangifte wordt, onverminderd hetgeen ingevolge andere wettelijke bepalingen is vereist, als waarde vermeld de waarde op de dag waarop de goederen de douanebestemming hebben gekregen. Die dag wordt in de aangifte vermeld. 4 Indien de vergunninghouder van een vereenvoudigde aangifteprocedure op grond van wettelijke bepalingen een aanvullende aangifte moet indienen, moet deze aangifte vóór de derde werkdag na de dag waarop de vereenvoudigde aangifte is gedaan zijn ingediend bij de inspecteur bij wie de vereenvoudigde aangifte is gedaan. 5 Bij ministeriële regeling kunnen gevallen of groepen van gevallen worden aangewezen waarin voor het doen van de aanvullende aangifte, bedoeld in het vierde lid, een termijn geldt die afwijkt van de in dat lid gestelde termijn of waarin deze aangifte periodiek wordt gedaan. Indien is bepaald dat de aanvullende aangifte periodiek wordt gedaan wordt steeds binnen een te bepalen termijn na het einde van het daartoe vastgestelde tijdvak, een aanvullende aangifte gedaan van alle goederen welke in de loop van dat tijdvak met toepassing van de vergunning hun douanebestemming hebben gekregen. 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22, eerste of tweede lid Indien de overeenkomstig, vereiste aangifte niet of niet tijdig wordt gedaan, geschiedt in voorkomend geval de berekening van de verschuldigde rechten bij invoer overeenkomstig de door de inspecteur aan de hand van de administratie van de vergunninghouder of aan de hand van op andere wijze, zo nodig bij wijze van schatting, vastgestelde gegevens. 2 artikel 22, vierde of vijfde lid Indien de overeenkomstig, vereiste aangifte niet of niet tijdig wordt gedaan, is de vergunninghouder de rechten bij invoer verschuldigd berekend op basis van de vereenvoudigde aangifte, waarbij in aanmerking wordt genomen hetgeen bij een eventueel onderzoek van de goederen is bevonden, of overeenkomstig andere gegevens die zo nodig bij wijze van schatting worden vastgesteld. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Bij ministeriële regeling kan, indien bij het vervoer van goederen de identificatie plaatsvindt door middel van verzegeling van de laadruimte van een vervoermiddel of een container, worden bepaald dat het vervoermiddel of de container, ten behoeve van de beoordeling van het gestelde in artikel 357, derde lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, op een bij die regeling aangewezen plaats, voor een onderzoek van de bouw en de inrichting van de laadruimte moet worden aangeboden aan de inspecteur. 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot: a. de gevallen waarin het vervoer van goederen in afwijking van artikel 357, vierde lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, zonder verzegeling kan plaatsvinden; b. de overbrenging, al dan niet in gedeelten, binnen het ambtsgebied van het kantoor van bestemming, onder geleide van het document dat ten geleide van de goederen is afgegeven voor het vervoer naar dat kantoor van bestemming; c. de overbrenging, al dan niet in gedeelten, binnen het ambtsgebied van het kantoor van vertrek, onder geleide van het document dat ten geleide van de goederen is afgegeven voor het vervoer vanaf dat kantoor van vertrek. 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Een vergunning voor een douane-entrepot van het type E wordt slechts verleend indien de aanvrager van de desbetreffende vergunning een bedrijf uitoefent waarvan de administratieve organisatie zodanig is, dat zij voldoende waarborgen inhoudt voor een juiste vastlegging van de bedrijfshandelingen en de administratie zodanig is ingericht, dat daarin op overzichtelijke wijze zijn opgenomen de door de inspecteur nodig geoordeelde gegevens omtrent de goederen welke onder het stelsel van douane-entrepots zijn geplaatst. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Wet op de accijns Aan accijns onderworpen goederen kunnen slechts onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst voorzover dein deze plaatsing voorziet en onder de daarbij gestelde voorwaarden en beperkingen. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Indien in een douane-entrepot een overmaat wordt vastgesteld, worden de te veel bevonden goederen geacht onder het stelsel van douane-entrepots te zijn geplaatst. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De entreposeur die zodanige wijziging wenst te brengen in de door hem gevoerde administratie dat daardoor de wijze waarop toezicht op het douane-entrepot wordt uitgeoefend, wordt beïnvloed, onderwerpt de voorgenomen wijziging aan goedkeuring van de inspecteur. De wijziging wordt niet aangebracht dan na verkregen goedkeuring. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 41 Onverminderd, dienen goederen welke voor uitvoer zijn vrijgegeven, te blijven in de staat waarin zij verkeerden ten tijde van de aanvaarding van de aangifte ten uitvoer. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Ter uitvoering van artikel 183 van het Communautair douanewetboek wordt van een schip of een luchtvaartuig dat het douanegebied van de Gemeenschap via zee of door de lucht zal verlaten aangifte ten uitklaring gedaan van het schip of het luchtvaartuig en alle bij het douanekantoor van uitgang aangebrachte goederen overeenkomstig de bij ministeriële regeling vast te stellen bepalingen. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Een schip of luchtvaartuig dat het douanegebied van de Gemeenschap ter zee of door de lucht zal verlaten mag niet vertrekken uit de haven of van de luchthaven van binnenkomst zonder dat de inspecteur daarvoor toestemming heeft verleend. 2 Bij het douanekantoor van uitgang aangebrachte goederen die ter zee of door de lucht het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten, mogen niet worden weggevoerd zonder toestemming van de inspecteur. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 4, tweede lid Ter uitvoering van artikel 183, eerste lid, van het Communautair douanewetboek worden goederen die ter zee het douanegebied van de Gemeenschap verlaten vanuit de haven, of in voorkomende gevallen van de bij ministeriële regeling aangewezen plaatsen als genoemd in, rechtstreeks langs de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen vaarwaters buiten het douanegebied van de Gemeenschap gebracht. 2 artikel 4, tweede lid In afwijking van het eerste lid kan onder bij ministeriële regeling vast te stellen voorwaarden worden toegestaan dat goederen die ter zee het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten, worden overgeladen in een uitgaand schip op de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen plaatsen als genoemd in. 3 Ter uitvoering van artikel 183 van het Communautair douanewetboek worden goederen die het douanegebied van de Gemeenschap door de lucht zullen verlaten van de luchthaven buiten het douanegebied van de Gemeenschap gebracht zonder tussenlanding elders dan op een internationale luchthaven. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 8, eerste lid artikelen 4 5 Schepen welke ingevolge, bij binnenkomst uit zee zijn vrijgesteld van het bepaalde in deen, behoeven bij het uitgaan ter zee niet te worden aangebracht bij een douanekantoor van uitgang. 2 Evenmin behoeven aan een douanekantoor van uitgang worden aangebracht schepen welke over zee van de ene in Nederland gelegen haven naar de andere gaan. 3 artikel 12 artikel 10 Luchtvaartuigen welke ingevolgebij binnenkomst zijn vrijgesteld van het bepaalde in, behoeven bij het uitgaan niet te worden aangebracht bij een douanekantoor van uitgang. 4 De voorgaande leden zijn niet van toepassing indien ter zake van de uitvoer, wederuitvoer, dan wel met het oog op de verkrijging van kwijtschelding of terugbetaling van rechten bij invoer aan het douanekantoor van uitgang formaliteiten moeten worden vervuld. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Goederen welke voor uitvoer zijn vrijgegeven kunnen, in afwachting van het verlaten van de Gemeenschap, op de voet van deze paragraaf worden opgeslagen in een opslaginrichting die in gebruik is als ruimte voor tijdelijke opslag als genoemd in artikel 185 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek. Zodanige opslag kan ook plaatsvinden in een douane-entrepot van het type B of C, zonder dat de goederen onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst. 2 Het eerste lid is eveneens van toepassing op goederen welke worden vervoerd onder een regeling voor douanevervoer en waarvan, overeenkomstig de aanduidingen op de ten behoeve van dat vervoer aanvaarde aangifte, het kantoor van bestemming buiten Nederland is gelegen. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artikel 37 De inbedoelde goederen mogen, nadat van het voornemen tot opslag kennis is gegeven aan de inspecteur, onder overlegging van de aangifte waarmee de goederen zijn aangebracht, zonder verdere formaliteiten in één van de in het eerste lid van dat artikel genoemde opslaginrichtingen worden opgeslagen. 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 deze paragraaf Opslag van goederen op de voet vanin dezelfde ruimten waar andere goederen zijn opgeslagen, mag slechts plaatsvinden indien de goederen naar het oordeel van de inspecteur voldoende van elkaar zijn te onderscheiden. 2 Goederen welke in strijd met het eerste lid zijn opgeslagen, worden geacht niet op de voet van deze paragraaf te zijn opgeslagen. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 artikel 38 De opslag wordt beëindigd door uitslag van de goederen. Van het voornemen tot uitslag van goederen wordt, onder overlegging van de inbedoelde aangifte, kennis gegeven aan de inspecteur. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 hoofdstuk 4 paragraaf 2 De inspecteur kan onder daarbij te stellen voorwaarden toestaan dat ten aanzien van goederen welke op de voet van,, zijn opgeslagen: a. de verpakkingsmiddelen worden vervangen; b. de colli worden gesplitst; c. de merken en nummers van de colli worden gewijzigd; d. losse of gestorte goederen worden verpakt; e. verpakte goederen welke gestort plegen te worden aangeboden, worden ontpakt; f. de goederen aan bepaalde onderzoekingen worden onderworpen en worden bemonsterd. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op uitgaande goederen waarvoor het bezwaarlijk is deze met het oog op de in dat lid bedoelde behandelingen in een ruimte voor tijdelijke opslag of in een entrepot van het type B of C op te slaan. 3 Indien het ten gevolge van dringende noodzakelijkheid niet mogelijk is om toestemming te vragen alvorens uitgaande goederen een behandeling als bedoeld in het eerste lid te laten ondergaan, wordt daarvan onverwijld kennis gegeven aan de inspecteur. 4 De inspecteur geeft desgevraagd een verklaring af omtrent de staat waarin de goederen na de behandeling verkeren. 2002 635 23-12-2002 13-12-2002 2002 635 23-12-2002 13-12-2002 01-01-2003
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Wet op de accijns Aan accijns onderworpen goederen kunnen slechts in een vrij entrepot worden opgeslagen voor zover dein deze opslag voorziet en onder de daarbij gestelde voorwaarden en beperkingen. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Bij ministeriële regeling kunnen voor de in- en uitslag van goederen in en uit vrij entrepot per goederensoort minimumhoeveelheden worden vastgesteld. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 De in artikel 799 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek bedoelde belanghebbende die zodanige wijziging wenst te brengen in de door hem gevoerde administratie dat daardoor de wijze waarop toezicht op het vrij entrepot wordt uitgeoefend wordt beïnvloed, onderwerpt de voorgenomen wijziging aan de goedkeuring van de inspecteur. De wijziging wordt niet aangebracht dan na verkregen goedkeuring. 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Vrije entrepots worden, wanneer daar niet wordt gewerkt, ambtelijk gesloten. 2 Buiten de kantooruren van de inspecteur mag alleen met toestemming van de inspecteur in de vrije entrepots worden gewerkt. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 46a — Artikel 46a#
Artikel 46a 1 Op aanvraag als bedoeld in artikel 800 van de Toepassingsverordening Communautair douanewetboek kunnen bij ministeriële regeling vrije zones controletype II als bedoeld in artikel 168 bis van het Communautair douanewetboek worden aangewezen. 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij de inspecteur en dient te geschieden door de beoogd beheerder van de vrije zone controletype II. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 46b — Artikel 46b#
Artikel 46b 1 De beheerder vrije zone controletype II dient ervoor te zorgen dat: a. goederen tijdens hun verblijf in de vrije zone controletype II niet aan het douanetoezicht worden onttrokken; b. de verplichtingen worden nagekomen welke voortvloeien uit de opslag, de veredeling, de behandeling, de aan- of verkoop van goederen in een vrije zone controletype II; c. wordt voldaan aan de bijzondere voorwaarden die in de vergunning zijn vastgesteld. 2 De operateur is altijd verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de plaatsing van de goederen in de vrije zone controletype II. 3 In afwijking van het eerste lid kan in de vergunning worden bepaald dat de in dat lid onder a en b bedoelde verplichtingen uitsluitend bij de operateur berusten. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld ten aanzien de werking van de vrije zone controletype II. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 46c — Artikel 46c#
Artikel 46c De beheerder vrije zone controletype II of de operateur die zodanige wijziging wenst te brengen in of aan een in de vrije zone controletype II gelegen gebouw, dan wel in de door hem gevoerde administratie, dat daardoor de wijze waarop toezicht op de vrije zone controletype II wordt uitgeoefend wordt beïnvloed, onderwerpt de voorgenomen wijziging aan goedkeuring van de inspecteur. De wijziging wordt niet aangebracht dan na verkregen goedkeuring. 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 2004 646 16-12-2004 06-12-2004 01-01-2005
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 Binnengebrachte postzendingen als bedoeld in artikel 237, eerste lid, onderdeel A, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, welke niet rechtstreeks naar een plaats buiten Nederland zullen worden gevoerd, worden gebracht naar een sorteerplaats van de Post of naar een bergplaats van de Post. 2 a Vanaf de sorteerplaats kunnen postzendingen als bedoeld in artikel 237, derde lid, onderdeel, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek zonder verdere formaliteiten ter beschikking worden gesteld aan de geadresseerde. Andere postzendingen worden zonder verdere formaliteiten hetzij buiten Nederland gevoerd, hetzij overgebracht naar een bergplaats van de Post. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 artikel 77 De plaatsen waar sorteerplaatsen en bergplaatsen voor binnengekomen postzendingen zijn gelegen, worden bij ministeriële regeling aangewezen in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. Op de bergplaatsen isvan overeenkomstige toepassing. 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 a In een bergplaats opgeslagen postzendingen kunnen zonder formaliteiten uit de bergplaats worden uitgeslagen mits zij als postzendingen hetzij in een andere bergplaats worden ingeslagen, hetzij buiten Nederland worden gevoerd dan wel, indien het betreft postzendingen als bedoeld in artikel 237, derde lid, onderdeel, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, ter beschikking worden gesteld aan de geadresseerde. 2 de zin van artikel 4 In andere dan de in het eerste lid vermelde gevallen vindt de uitslag uit de bergplaats plaats nadat een aangifte is gedaan om de goederen een douanebestemming te geven in, 15°, van het Communautair douanewetboek. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 Indien goederen als postzending het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten: a. bij uitvoer met kwijtschelding of terugbetaling van rechten bij invoer of ter voldoening aan de voorwaarden opgenomen in de vergunning voor de betreffende douaneregeling de aangifte ten uitvoer of tot wederuitvoer aan de Post overgelegd; b. a onderdeel bij uitvoer in andere dan de invermelde gevallen de aangifte ten uitvoer bij de Post gedaan; c. indien de goederen voor de regeling douanevervoer zijn aangegeven, de aanvaarde aangifte voor die regeling aan de Post overgelegd. 2 De aftekening van de in het eerste lid bedoelde aangiften geschiedt door medewerkers van de Post. Deze aftekening kan slechts plaatsvinden op kantoren van de Post in plaatsen die bij ministeriële regeling in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zijn aangewezen. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Een exploitant van een pijpleiding als bedoeld in artikel 450 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, neemt de leidingen en de van de leidinginstallatie deel uitmakende gebouwen en inrichtingen niet in gebruik dan nadat de ligging en de inrichting daarvan door de inspecteur zijn goedgekeurd. 2 artikel 3 Bij het verzoek, bedoeld in, wordt een opgave gedaan van de leidingen en van de gebouwen en inrichtingen, onder overlegging van duidelijke tekeningen op schaal. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Langs leidingen binnenkomende goederen worden gevoerd naar een plaats waar de soort en de hoeveelheid van de goederen worden bepaald. Dienovereenkomstig worden de soort en de hoeveelheid van de goederen vermeld in de aangiften welke naar gelang van de bestemmingen die de goederen hebben gevolgd, worden gedaan. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat, indien aan de hand van de administratie een doeltreffende controle kan worden verricht, de vereiste douaneaangiften naar door bij die regeling te stellen regels maandelijks worden gedaan. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Indien een douaneaangifte als bedoeld in artikel 201, derde lid, van het Communautair douanewetboek, is opgesteld op basis van gegevens die er toe leiden dat de verschuldigde rechten bij invoer gedeeltelijk niet worden geheven, is de persoon die de voor de opstelling van die aangifte benodigde gegevens heeft verstrekt terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten weten dat deze gegevens verkeerd waren, eveneens schuldenaar voor de verschuldigde rechten bij invoer. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 De bedragen van de verschuldigde rechten bij invoer, administratieve boeten, compenserende rente en kosten van ambtelijke werkzaamheden, zomede van de ter zake te verlenen terugbetalingen en kwijtscheldingen, worden rekenkundig afgerond op centen. 2 Geschiedt de berekening van de rechten bij invoer, de terugbetaling of de kwijtschelding aan de hand van een aangifte, dan vindt de afronding plaats voor elk onderdeel van de aangifte. 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 01-01-2002 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 Voor de berekening van de verschuldigde rechten bij invoer worden gedeelten van een euro rekenkundig afgerond op hele euro's en worden gedeelten van een kilogram, van een liter of van een meter voor een geheel kilogram, een gehele liter of een gehele meter genomen. 2 In afwijking in zoverre van het eerste lid, worden, indien de hoeveelheid waarover de rechten bij invoer moeten worden berekend, minder dan een kilogram, een liter of een meter bedraagt, gedeelten van 100 gram, van een deciliter of van een decimeter voor 100 gram, een gehele deciliter of een gehele decimeter genomen. 3 De berekening van de rechten bij invoer op basis van het volumepercentage ethylalcohol geschiedt per tiende percent absolute ethylalcohol, met dien verstande dat gedeelten van een tiende percent worden verwaarloosd. 4 Ingeval de hoeveelheid goederen waarover de rechten bij invoer moeten worden berekend groter of kleiner is dan de hoeveelheid waarin het tarief van het invoerrecht is uitgedrukt, worden de rechten bij invoer naar evenredigheid berekend. 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 01-01-2002
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 1, tweede lid, van de Douanewet De boeking van rechten bij invoer bedoeld inblijft achterwege indien het totaal verschuldigde bedrag niet meer bedraagt dan € 10. 2 In geval een aanvullende aangifte als bedoeld in artikel 76, tweede lid, van het Communautair douanewetboek wordt gedaan, is het op grond van die aangifte getotaliseerde verschuldigde bedrag bepalend voor de toepassing van het eerste lid. 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 01-01-2002
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 b De voor de toepassing van artikel 226, onderdeel, van het Communautair douanewetboek in aanmerking te nemen periode is de kalendermaand. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Deze paragraaf verstaat onder: a. meerdere: de ambtenaar van de rijksbelastingdienst die uit hoofde van zijn functie of krachtens beschikking of aanwijzing met de leiding is belast of het bevel heeft over de taakuitvoering; b. geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken; c. aanwenden van geweld: het gebruiken van geweld en het dreigen met geweld, waaronder niet wordt begrepen het uit voorzorg ter hand nemen van een vuurwapen; d. artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie geweldmiddel: de wapens en de uitrusting, waarmee geweld kan worden uitgeoefend, die krachtenszijn toegestaan. 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Het gebruik van een geweldmiddel is uitsluitend toegestaan aan een ambtenaar van de rijksbelastingdienst die in het gebruik van dat geweldmiddel is geoefend. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 Indien de ambtenaar van de rijksbelastingdienst onder leiding van een ter plaatse aanwezige meerdere optreedt, gebruikt hij geen geweld dan na uitdrukkelijke last van deze meerdere. De meerdere geeft daarbij aan van welk geweldmiddel gebruik wordt gemaakt. 2 Het eerste lid is niet van toepassing in het geval de meerdere, bedoeld in het eerste lid, vooraf anders heeft bepaald. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 Het gebruik van een vuurwapen is slechts geoorloofd: a. om een visitatie van vervoermiddelen te bewerkstelligen; b. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken; c. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken en die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een ernstig misdrijf, dat bovendien moet worden aangemerkt als een grove aantasting van de rechtsorde. 2 artikel 12 van de Douanewet Het gebruik in het eerste lid is slechts geoorloofd tegen personen en vervoermiddelen waarin of waarop zich personen bevinden, indien deze personen of vervoermiddelen aanwezig zijn in of op de inbedoelde entrepots, ruimten voor tijdelijke opslag, plaatsen, spoorwegemplacementen, havens, haventerreinen, luchthavens, terreinen, gebouwen en erven. 3 b c In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelenen, wordt van het vuurwapen geen gebruik gemaakt, indien de identiteit van de aan te houden persoon bekend is en redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het uitstel van de aanhouding geen onaanvaardbaar te achten gevaar voor de rechtsorde met zich brengt. 4 c artikelen 47 48 van het Wetboek van Strafrecht Onder het plegen van een ernstig misdrijf, bedoeld in het eerste lid, onderdeel, worden mede begrepen de poging en de deelnemingsvormen, bedoeld in deen. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 De ambtenaar van de rijksbelastingdienst mag in verband met zijn eigen veiligheid of die van anderen slechts uit voorzorg een vuurwapen ter hand nemen indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie ontstaat waarin hij bevoegd is het vuurwapen te gebruiken. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het vuurwapen terstond opgeborgen. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Het trekken van een vuurwapen is slechts geoorloofd in gevallen waarin het gebruik van een vuurwapen toegestaan is. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 De ambtenaar van de rijksbelastingdienst waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht met een vuurwapen zal schieten, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat geschoten zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing, die zonodig vervangen kan worden door een waarschuwingsschot, blijft slechts achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten. 2 Een waarschuwingsschot moet op zodanige wijze worden gegeven dat gevaar voor personen of zaken zoveel mogelijk wordt vermeden. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 De ambtenaar van de rijksbelastingdienst die geweld heeft aangewend, meldt dit aanwenden van geweld, de redenen die daartoe hebben geleid en de daaruit voortvloeiende gevolgen onverwijld schriftelijk aan zijn meerdere. 2 Indien de aanwending van het geweld lichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis tot gevolg heeft gehad en in alle gevallen waarin van een vuurwapen gebruik is gemaakt, dient deze melding tevens ter kennis te worden gebracht van de officier van justitie van het arrondissement waarbinnen het geweld is aangewend. 3 De melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt binnen 48 uur in de vorm van een rapport indien: a. de gevolgen van het aangewende geweld daartoe, naar het oordeel van de in het eerste lid bedoelde meerdere, aanleiding geven, of b. gebruik is gemaakt van enig geweldmiddel en lichamelijk letsel dan wel de dood veroorzaakt is. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 artikel 66, derde lid Indien de aanwending van het geweld met gebruikmaking van enig geweldmiddel op uitdrukkelijke last van een meerdere heeft plaatsgevonden, wordt het rapport, bedoeld in, door die meerdere opgemaakt. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 De meerdere licht de ambtenaar van de rijksbelastingdienst zo spoedig mogelijk in over de afhandeling van de melding. Desgevraagd worden aan de ambtenaar van de rijksbelastingdienst tussentijds inlichtingen verstrekt. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 artikel 27, derde lid, van de Douanewet Het onderzoek, bedoeld in, geschiedt door het oppervlakkig aftasten van de kleding en wordt zoveel mogelijk uitgevoerd door een ambtenaar van de rijksbelastingdienst van hetzelfde geslacht als degene die aan het onderzoek wordt onderworpen. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 artikel 27, derde lid, van de Douanewet De ambtenaar van de rijksbelastingdienst die een onderzoek als bedoeld inheeft uitgevoerd, meldt dit onverwijld schriftelijk aan de meerdere, onder vermelding van de redenen die tot dit onderzoek hebben geleid. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 De ambtenaar van de rijksbelastingdienst kan een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, ten behoeve van het vervoer handboeien aanleggen. 2 De maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden getroffen, indien de feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs vereisen met het oog op gevaar voor ontvluchting, dan wel met het oog op gevaar voor de veiligheid of het leven van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, van de ambtenaar van de rijksbelastingdienst of van derden. 3 De in het tweede lid bedoelde feiten of omstandigheden kunnen slechts gelegen zijn in: a. de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, of b. de aard van het strafbare feit op grond waarvan de vrijheidsbeneming heeft plaatsgevonden, één en ander in samenhang met de wijze waarop en de situatie waarin het vervoer plaatsvindt. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 artikel 71, eerste lid De ambtenaar van de rijksbelastingdienst die gebruik heeft gemaakt van handboeien als bedoeld in, meldt dit onverwijld schriftelijk aan de meerdere, onder vermelding van de redenen die tot het gebruik van handboeien hebben geleid. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 De ambtenaar van de rijksbelastingdienst maakt bij de uitoefening van zijn dienst uitsluitend gebruik van het door of vanwege Onze Minister verstrekte geweldmiddel of de door of vanwege deze minister verstrekte handboeien. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 Ter zake van het verrichten van de volgende ambtelijke werkzaamheden zijn kosten verschuldigd: a. het bewaken van goederen in de gevallen waarin niet is voldaan aan het vereiste in de wettelijke bepalingen dat de identificatie van de goederen moet zijn verzekerd; b. het opnieuw opnemen van de inhoudsruimte van bergingsmiddelen en werktuigen, zomede het opnieuw verifiëren van peilinstrumenten en meetapparaten, ingeval zulks ingevolge wettelijke bepalingen op vordering van de belanghebbende geschiedt, en de uitkomst van de opneming of de verificatie niet van het vroeger bevondene verschilt; c. het heronderzoek van goederen, ingeval tussen de uitkomst van het onderzoek en die van het heronderzoek geen verschil bestaat in het voordeel van de belanghebbende; d. werkzaamheden verricht op verzoek van de belanghebbende: 1°. buiten de gewone diensttijd; 2°. elders dan aan douanekantoren, in ruimten voor tijdelijke opslag, entrepots en panden waar zich goederen bevinden waarvoor vrijstelling van rechten bij invoer wordt genoten dan wel waarbij de plaatsing onder de betreffende douaneregeling aan een vergunning is onderworpen; e. artikel 24 het op verzoek van de belanghebbende instellen van een onderzoek naar de laadruimte van een vervoermiddel of een container, elders dan op een daarvoor krachtensaangewezen plaats; f. werkzaamheden verricht ter opheffing van de gevolgen van het door de belanghebbende niet naleven van de wettelijke bepalingen of van een te zijnen aanzien getroffen regeling; g. werkzaamheden welke voortvloeien uit het teloorgaan, vernietigen, bederven of op andere wijze onbruikbaar worden van goederen; h. werkzaamheden niet voorzien in de wettelijke bepalingen, uitsluitend verricht op verzoek of ten behoeve van de belanghebbende. 2 d Het bepaalde in het eerste lid, onderdeel, vindt geen toepassing ingeval ontheffing is verleend van de verplichting tot het aanbrengen aan een douanekantoor of douanekantoor van uitgang en de werkzaamheden in verband met de aard van de goederen, de wijze van transport of om andere redenen, naar het oordeel van de inspecteur kunnen worden verricht binnen het kader van de normale dienstuitoefening. 3 Voor de behandeling van een verzoek om kwijtschelding of terugbetaling van rechten bij invoer zijn slechts kosten verschuldigd indien de rechten bij invoer ten onrechte zijn geheven als gevolg van een laakbare slordigheid of nalatigheid van de aangever of diens opdrachtgever. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 Als gewone diensttijd wordt aangemerkt de tijd op werkdagen gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur. 2 artikelen 4 10 Voor douanekantoren als bedoeld in deenen voor laatste kantoren wordt met betrekking tot werkzaamheden welke verband houden met het nakomen van verplichtingen, bij wettelijke bepalingen opgelegd ter zake van het binnenbrengen van goederen in of het verlaten van goederen van het douanegebied van de Gemeenschap, als gewone diensttijd aangemerkt, de tijd gedurende welke het douanekantoor of laatste kantoor voor het aangeven van die goederen is opengesteld. 3 Andere tijden dan de in het eerste lid genoemde tijd, gedurende welke op of aan douanekantoren het lossen, laden, verpakken en ontpakken van goederen gebruikelijk is, worden voor wat betreft de daar verband mee houdende ambtelijke werkzaamheden mede aangemerkt als gewone diensttijd. De inspecteur wijst de plaatsen aan waar, alsmede de tijden gedurende welke, het lossen, laden, verpakken en ontpakken als gebruikelijk moet worden beschouwd. 4 artikel 3, eerste lid, van de Algemene termijnenwet Voor de toepassing van het eerste lid worden onder werkdagen niet begrepen de zaterdagen, de zondagen en de in, genoemde algemeen erkende feestdagen. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Op de uit te keren opbrengst van in bewaring genomen goederen - in geval van uitoefening van het recht van verhaal op hetgeen is overgebleven - wordt na aftrek van de kosten een vergoeding in mindering gebracht welke bedraagt: a. zes percent van de kosten, doch ten minste € 5 indien de goederen niet binnen zes maanden na de mededeling omtrent de inbewaringneming zijn verkocht; b. drie percent van de kosten, doch ten minste € 2 in de overige gevallen. 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 01-01-2002
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 De inrichting van visitatieruimten op haven- en luchtvaartterreinen en van andere voor douanedoeleinden dienende gebouwen, gedeelten van gebouwen en terreinen van vervoersondernemingen in geregelde dienst, moet zodanig zijn dat de ambtelijke werkzaamheden op doelmatige wijze kunnen worden verricht. 2 Een dergelijke ruimte of een dergelijk gebouw, gedeelte van een gebouw of terrein mag voor douanedoeleinden niet in gebruik worden genomen alvorens de inrichting ervan door de inspecteur is goedgekeurd. 3 Een wijziging in de inrichting wordt niet aangebracht dan na verkregen goedkeuring van de inspecteur. 4 Indien de doelmatigheid van de ambtelijke werkzaamheden zulks vordert kan de inspecteur eisen dat binnen een door hem, gezien de aard van de wijziging, te bepalen redelijke termijn, wijziging wordt gebracht in de inrichting. De belanghebbende wordt daarvan schriftelijk in kennis gesteld. Indien de wijziging niet binnen de gestelde termijn is aangebracht, kan de inspecteur bepalen dat het gebruik voor douanedoeleinden niet meer is toegestaan. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld welke noodzakelijk zijn voor de goede werking van de wettelijke bepalingen: a. inzake vrijstelling van rechten bij invoer, vastgesteld overeenkomstig artikel 184 van het Communautair douanewetboek; b. d e f g inzake de preferentiële tariefmaatregelen als bedoeld in artikel 20, derde lid, onderdelen,,en, van het Communautair douanewetboek; c. inzake de gunstige tariefbehandeling als bedoeld in artikel 21 van het Communautair douanewetboek; d. bijlage I titel II onderdeel C Verordening (EEG) nr. 2658/87 inzake de forfaitaire heffing van rechten bij invoer als bedoeld in,,, 1°, vanvan 23 juli 1987 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief; e. inzake de douanewaarde van goederen, in het bijzonder de bepalingen betreffende de toe te passen wisselkoers en die betreffende de eenheidswaarde van bepaalde goederen als bedoeld in artikel 173 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 Goederen welke ten behoeve van de verrichting van ambtelijke werkzaamheden zijn gelost uit het vervoermiddel waarin of waarop zij zich bevonden, worden niet geladen dan met toestemming van de inspecteur. 2 Voor zover niet anders is bepaald, worden binnengebrachte goederen en goederen, die het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten, waarvoor een summiere aangifte dan wel een douaneaangifte is gedaan, niet weggevoerd van de plaats waar zij zich volgens de aangifte bevinden, dan met toestemming van de inspecteur. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 Indien de lossing, lading, inslag of uitslag van goederen krachtens wettelijke bepalingen slechts kan geschieden indien daartoe een aangifte is gedaan, wordt, voor zover bij ministeriële regeling niet anders is bepaald, niet aangevangen met de lossing, lading, inslag of uitslag dan met toestemming van de inspecteur. 2 De in het eerste lid bedoelde toestemming wordt verleend na kennisgeving van de voorgenomen lossing, lading, inslag of uitslag van goederen. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 De entreposeur of een in artikel 799 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek bedoelde belanghebbende die handelt in strijd met het bepaalde in de hem verleende vergunning beloopt een bestuurlijke boete van € 90. 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 2001 645 21-12-2001 13-12-2001 01-01-2002 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 2001 648 21-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Strafbare feiten zijn: a. het zonder de ingevolge wettelijke bepalingen vereiste toestemming lossen, laden, inslaan of uitslaan van goederen; b. het achterwege laten van een ingevolge wettelijke bepalingen verplichte kennisgeving of inkennisstelling; c. het zonder de ingevolge wettelijke bepalingen vereiste toestemming wegvoeren van goederen of vertrekken met een vervoermiddel; d. het in strijd met dit besluit met een binnenkomend luchtvaartuig landen elders dan op een internationale luchthaven of op een tijdstip waarop de internationale luchthaven daarvoor niet is opengesteld; e. artikel 25 het nalaten te voldoen aan een krachtensgestelde voorwaarde; f. het in strijd met wettelijke bepalingen verandering brengen in de staat waarin binnengebrachte goederen of goederen die het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten zijn aangebracht; g. het in strijd met wettelijke bepalingen wijziging brengen in de administratie van een entrepot; h. artikel 22 het achterwege laten of niet tijdig doen van een aangifte bedoeld in. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Douanewet Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Dit besluit wordt aangehaald als: Douanebesluit. 1996 166 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996