Besluit van 22 december 1995, houdende regels ten aanzien van de inkomsten van militairen
- BWB-id
- BWBR0007816
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007816
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/inkomstenbesluit-militairen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/inkomstenbesluit-militairen/2025-01-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007816&g=2025-01-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007816&z=2026-06-06&g=2025-01-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007816/2025-01-17
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/inkomstenbesluit-militairen
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Arbodienst: Arbeidsomstandighedenwet een voor de militair aangewezen arbodienst als bedoeld in de; bezoldiging: artikel 9 artikel 10 het salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de overbruggingstoelage, bedoeld in, en de garantietoelage minimumloon, bedoeld in; commandant: een bij ministeriële regeling aan te wijzen functionaris; de commandant operationeel commando: de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten en de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando; deskundige persoon: artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet een voor de militair aangewezen deskundige persoon als bedoeld indie belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet; gewezen militair: de ontslagen militair, voor zover hij heeft behoort tot degenen die zijn aangesteld bij het beroepspersoneel of daarmee gelijk zijn gesteld; gezin en gezinsleden: de echtgenoot, respectievelijk echtgenote van de militair en de kinderen, stief- en pleegkinderen van de militair of van de echtgenoot respectievelijk echtgenote; hoofd defensieonderdeel: 1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf; 2°. de commandant operationeel commando voor het desbetreffende commando; 3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf; 4°. de commandant van het Commando Dienstencentra, voor zover het betreft het Commando Dienstencentra; inkomsten: alle bedragen waarop de militair aanspraak kan maken bij of krachtens dit besluit; maand: een kalendermaand; militair: artikel 1, eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931 de militaire ambtenaar in de zin van; Nagelaten betrekkingen: 1° De echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner van de overleden militair; 2° De achtergebleven partner die door de militair als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt; 3° Minderjarige kinderen of minderjarige pleegkinderen; Officier: de militair met de rang van luitenant ter zee der derde klasse, tweede luitenant of met een hogere rang; Onze Minister: Onze Minister van Defensie; Pensioengevend inkomen: artikel 23a de in de berekeningsgrondslag pensioenen opgenomen inkomensbestanddelen dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de militair is vastgesteld op grond van; rang: een militaire rang en stand of klasse, voor zover niet titulair toegekend; salaris: artikel 5 het bedrag dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de militair is vastgesteld op grond van; salarisschaal: een reeks van salarissen, behorende bij een bepaalde rang; salaristrede: het getal dat in een salarisschaal na een salaris is vermeld; verhoogde bezoldiging: artikel 1 artikel 11b artikel 15 de bezoldiging als bedoeld in, verhoogd met 8 procent vakantie-uitkering en het percentage vaste vergoeding extra beslaglegging als bedoeld inen de eindejaarsuitkering als bedoeld in; werknemersverzekering: Werkloosheidswet Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering Ziektewet ,, dan wel de. 2 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder militair: degene die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger werkzaam te zijn. 3 artikel 1, derde en vierde lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement Met inachtneming vanwordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen mede verstaan onder echtgenote of echtgenoot: 1°. de geregistreerde partner; 2°. degene die door de militair als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de militair een bewijs van die aanmelding heeft overgelegd aan de commandant; 4 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel l van het Algemeen militair ambtenarenreglement fase één: fase één als bedoeld in; b. artikel 1, eerste lid, onderdeel m van het Algemeen militair ambtenarenreglement fase twee: fase twee als bedoeld in; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel n van het Algemeen militair ambtenarenreglement fase drie: fase drie als bedoeld in. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 2 — Artikel 2 Afwijking van dit besluit#
Artikel 2 Afwijking van dit besluit 1 artikel 1, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden Onze Minister kan in geval van buitengewone omstandigheden, als bedoeld in, tijdelijk afwijken van hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald, indien en voor zolang dit met het oog op de goede uitvoering van de operationele taken van de krijgsmacht noodzakelijk wordt geacht. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorts afwijkende regelen worden gesteld ten aanzien van militairen, die zijn tewerkgesteld of ingezet: a. onder leiding of toezicht van een orgaan van de Verenigde Naties; b. bij of ten behoeve van een bondgenootschappelijk orgaan of bondgenootschappelijke strijdkrachten; c. ten behoeve van operaties in het kader van internationale overeenkomsten of andere verplichtingen door Nederland aangegaan; d. buiten het Ministerie van Defensie anders dan in de gevallen, bedoeld onder a, b en c. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 3 — Artikel 3 Vaststelling inkomsten#
Artikel 3 Vaststelling inkomsten 1 Voor zover in dit besluit niet anders is bepaald, heeft de militair aanspraak op inkomsten voor elke dag dat hij in werkelijke dienst is; daarbij wordt een gedeelte van een dag aangemerkt als een volle dag. 2 Bij de vaststelling van inkomsten die zijn uitgedrukt per maand wordt een maand gesteld op dertig dagen. Bij de berekening over een gedeelte van een maand wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door dertig. Een wijziging van inkomsten op de eenendertigste van een maand gaat in op de eerste dag van de volgende maand. 3 Tenzij anders is bepaald, kan op inkomsten die zijn uitgedrukt per dag of per tijdseenheid van langere duur en die niet tot de bezoldiging behoren, slechts aanspraak bestaan voor de tijd dat aanspraak bestaat op bezoldiging. Bedoelde inkomsten worden dan toegekend in evenredigheid met de bezoldiging waarop aanspraak bestaat. 4 artikel 12l, derde lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931 De militair aangesteld bij het reservepersoneel, die in werkelijke dienst is op grond vanheeft geen aanspraak op inkomsten. 5 De bezoldiging van de militair aangesteld bij het reservepersoneel in werkelijke dienst bedraagt per feitelijk gewerkt uur 1/165e van de maandbezoldiging, met een maximum van 165 uren per maand. 6 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling van de inkomsten van de militair aangesteld bij het reservepersoneel. 2009 293 14-07-2009 23-06-2009 2009 293 14-07-2009 23-06-2009 15-07-2009 01-01-2008
Artikel 3a — Artikel 3a Nabetalingen#
Artikel 3a Nabetalingen Vervallen 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 13-09-2002 01-01-2002
Artikel 3b — Artikel 3b Berekening pensioen gevend inkomen#
Artikel 3b Berekening pensioen gevend inkomen Vervallen 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-01-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Toepasselijkheid opleidingstabel of salaristabel#
Artikel 4 Toepasselijkheid opleidingstabel of salaristabel 1 bijlage A De opleidingstabel, bedoeld in, is van toepassing op militairen die het algemene deel van hun eerste initiële opleiding nog niet hebben afgerond. 2 bijlage B De salaristabel, bedoeld in, is van toepassing op militairen op wie de opleidingstabel, bedoeld in het eerste lid, niet van toepassing is. 3 Bij ministeriële regeling wordt per initiële opleiding vastgesteld wat onder het algemene deel van de initiële opleiding, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 5 — Artikel 5 Salaris#
Artikel 5 Salaris De militair heeft aanspraak op een salaris dat wordt bepaald met inachtneming van: a. het krijgsmachtdeel waartoe diegene behoort; b. diens rang en c. diens salaristrede. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 6 — Artikel 6 Bijzondere bepalingen militairen met de rang van kapitein ter zee/kolonel of hoger#
Artikel 6 Bijzondere bepalingen militairen met de rang van kapitein ter zee/kolonel of hoger 1 artikelen 7 8 12 12a 13 De bevoegdheid tot het toekennen van aanspraken op grond van de,,,enaan militairen met de rang van kapitein ter zee/kolonel en hoger berust bij de Secretaris-Generaal. 2 De militair met de rang van vice-admiraal, luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering van 8,3% van de door hem genoten bezoldiging. 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 7 — Artikel 7 Toekennen salaris of salaristrede#
Artikel 7 Toekennen salaris of salaristrede 1 Het hoofd defensieonderdeel kent aan de militair op wie de opleidingstabel van toepassing is met gebruikmaking van deze opleidingstabel een salaris toe op basis van de alsdan geldende rang en leeftijd. 2 Het hoofd defensieonderdeel kent aan de militair op wie de salaristabel van toepassing is met gebruikmaking van deze salaristabel een salaristrede toe binnen de bij diens rang behorende salarisschaal op basis van de kennis en ervaring van de militair. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van het tweede lid van dit artikel. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 7a — Artikel 7a Doorlopen opleidingstabel#
Artikel 7a Doorlopen opleidingstabel De militair op wie de opleidingstabel van toepassing is, wordt met gebruikmaking van deze opleidingstabel met ingang van de eerste dag van de maand waarin deze jarig is dan wel wordt bevorderd, opnieuw ingeschaald op basis van de alsdan geldende leeftijd of rang. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 7b — Artikel 7b Inschaling bij overgang opleidingstabel naar salaristabel#
Artikel 7b Inschaling bij overgang opleidingstabel naar salaristabel 1 Het hoofd defensieonderdeel kent de militair op wie de opleidingstabel niet langer van toepassing is, vanaf dat moment met gebruikmaking van de salaristabel salaristrede 0 toe behorend bij diens rang. 2 Indien bij de overgang van de opleidingstabel naar de salaristabel, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat sprake is van een opleidingsvertraging die niet aan de militair is toe te rekenen, vindt inschaling in de salaristabel plaats met ingang van de dag waarop de opleidingstabel zonder de eerdergenoemde vertraging niet langer op de militair van toepassing zou zijn geweest. 3 In aanvulling op het eerste en tweede lid, kan aan specifieke categorieën personeel een verhoging van de salaristrede binnen de salarisschaal behorend bij de van toepassing zijnde rang worden toegekend. 4 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de uitvoering van het derde lid. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 7c — Artikel 7c Jaarlijkse verhoging salaristrede#
Artikel 7c Jaarlijkse verhoging salaristrede 1 De salaristrede van de militair op wie de salaristabel van toepassing is, wordt met gebruikmaking van deze salaristabel en voor zover de maximale salaristrede van de voor de militair van toepassing zijnde salarisschaal nog niet is bereikt, jaarlijks met één salaristrede verhoogd, indien de militair naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel de functie naar behoren vervult. 2 artikel 7b, eerste of tweede lid De verhoging van de salaristrede, bedoeld in het eerste lid, vindt voor de eerste maal plaats met ingang van de eerste dag van de maand waarin een jaar is verstreken sinds de overgang van de opleidingstabel naar de salaristabel, bedoeld in, en nadien telkens na één jaar. 3 Het hoofd defensieonderdeel kan, in aanvulling op het eerste lid, een verhoging van één of meer salaristredes toekennen binnen de salarisschaal behorend bij diens rang toekennen aan de militair, indien de militair naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel de functie zeer goed of uitstekend vervult. 4 De verhoging, bedoeld in het derde lid, kan op elk gewenst moment plaatsvinden zonder dat dit van invloed is op de maand, bedoeld in het tweede lid. 5 Het hoofd defensieonderdeel kan de verhoging van de salaristrede, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten, indien de militair niet naar behoren functioneert. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 8 — Artikel 8 Toekenning salaristrede bij bevordering#
Artikel 8 Toekenning salaristrede bij bevordering 1 artikelen 24 24a van het Algemeen militair ambtenarenreglement Aan de militair op wie de salaristabel van toepassing is, wordt bij een bevordering als bedoeld in deenmet gebruikmaking van deze salaristabel met ingang van de eerste dag van de maand waarin de bevordering plaatsvindt, de salaristrede toegekend van het naast hogere bedrag in de salarisschaal van diens rang na de bevordering. 2 artikel 7c, eerste lid Bij samenloop in dezelfde maand van de toekenning van een salaristrede, bedoeld in het eerste lid, en de verhoging van de salaristrede, bedoeld in, wordt eerst uitvoering gegeven aan de toekenning van een salaristrede op grond het eerste lid en daarna wordt uitvoering gegeven aan de verhoging van de salaristrede op grond van artikel 7c, eerste lid. 3 Bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht en Koninklijke marechaussee wordt de salaristrede binnen de salarisschaal met één verhoogd bij de bevordering van: a. korporaal naar korporaal der eerste klasse; b. marechaussee der tweede klasse naar marechaussee der eerste klasse; c. sergeant naar sergeant der eerste klasse; d. wachtmeester naar wachtmeester der eerste klasse en e. tweede luitenant naar eerste luitenant. 4 e Bij de Koninklijke marine wordt, na dezelfde periode waarop vergelijkbare rangen van de andere krijgsmachtdelen als bedoeld in het derde lid worden bevorderd, aan de matroos der eerste klasse, de korporaal dan wel de luitenant ter zee der 2klasse de salaristrede binnen de salarisschaal met één verhoogd. 5 artikel 7c, eerste en derde lid De verhoging van de salaristrede, bedoeld in het derde of het vierde lid, vindt onverkort plaats naast de verhoging van de salaristrede, bedoeld in. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 9 — Artikel 9 Overbruggingstoelage#
Artikel 9 Overbruggingstoelage 1 Een militair wiens salaris vermindering ondergaat, heeft aanspraak op een overbruggingstoelage ten bedrage van die vermindering, indien hij: a. na een verandering in zijn dienstverhouding tot het Rijk - in verband met het volgen van een opleiding wordt aangesteld in een lagere rang; of b. na overgang naar een ander krijgsmachtdeel aanspraak heeft op een lager salaris. 2 Een militair, voor wie na bevordering de functioneringstoelage is vervallen, of het bedrag ervan op nul is gesteld, heeft aanspraak op een overbruggingstoelage indien hij na bevordering aanspraak heeft op een salaris dat lager is dan het salaris vermeerderd met de functioneringstoelage waarop hij direct voorafgaande aan die bevordering aanspraak had, ten bedrage van deze vermindering. 3 Indien het salaris van de militair aan wie een overbruggingstoelage is toegekend, wordt verhoogd anders dan op grond van een algemene salarismaatregel, wordt de overbruggingstoelage met het bedrag van die verhoging verminderd. 4 Geen aanspraak op een overbruggingstoelage wordt verleend, dan wel de aanspraak op de toegekende overbruggingstoelage vervalt, indien de militair na een tijdelijke rang te hebben bekleed, de rang herkrijgt die hij had voordat hij tijdelijk werd bevorderd. 5 De aanspraak op de in het tweede lid bedoelde overbruggingstoelage eindigt op de datum waarop de toegekende functioneringstoelage volgens de toekenningsbeschikking zou eindigen. 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 01-01-2008
Artikel 10 — Artikel 10 Garantietoelage minimumloon#
Artikel 10 Garantietoelage minimumloon Vervallen 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 10a — Artikel 10a Inschaling opleidingstabel bij transitie#
Artikel 10a Inschaling opleidingstabel bij transitie 1 Het hoofd defensieonderdeel kent aan de militair die op 1 januari 2023 reeds was aangesteld en op wie met ingang van 1 januari 2023 de opleidingstabel van toepassing is met gebruikmaking van de opleidingstabel een salaris toe op basis van de alsdan geldende rang en leeftijd. 2 artikel 16, onderdeel j Indien het op 31 december 2022 geldende salaris hoger was dan het voor de militair geldende salaris na inschaling in de opleidingstabel op 1 januari 2023, vindt toepassing plaats van de aanvullende maatregelen, bedoeld in. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 10b — Artikel 10b Inschaling salarisschaal na doorlopen opleidingstabel#
Artikel 10b Inschaling salarisschaal na doorlopen opleidingstabel artikel 10a artikel 16, onderdeel j Het hoofd defensieonderdeel kent de militair, bedoeld in, op het moment dat de opleidingstabel niet langer van toepassing is, met gebruikmaking van de salaristabel, een salaristrede toe behorende bij diens rang, onder toepassing van de aanvullende maatregelen, bedoeld in. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 10c — Artikel 10c Inschaling salaristabel bij transitie#
Artikel 10c Inschaling salaristabel bij transitie 1 bijlage C Het hoofd defensieonderdeel kent aan de militair die op 1 januari 2023 reeds was aangesteld en op wie met ingang van 1 januari 2023 de salaristabel van toepassing is met gebruikmaking van de salaristabel een salaristrede toe binnen de bij diens rang behorende salarisschaal op basis van de transitietabel, bedoeld in. 2 artikel 7c, tweede lid De maand waarin de jaarlijkse verhoging van de salaristrede op grond van, plaatsvind, blijft voor de militair, bedoeld in het eerste lid, gelijk aan die van voor de transitie op 1 januari 2023. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 10d — Artikel 10d Samenloop transitie, bevordering en salarisverhoging#
Artikel 10d Samenloop transitie, bevordering en salarisverhoging 1 artikelen 24 24a van het Algemeen militair ambtenarenreglement Bij samenloop van transitie en een bevordering op grond van deofop 1 januari 2023, wordt uitvoering gegeven aan de voor de militair meest gunstige volgorde. 2 artikel 10c artikel 7c, eerste lid Bij samenloop van de transitie, bedoeld in, en de verhoging van de salaristrede, bedoeld in, in de maand januari 2023, wordt eerst uitvoering gegeven aan die transitie en daarna wordt uitvoering gegeven aan die verhoging van de salaristrede. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 10e — Artikel 10e Toekenning extra salaristreden bij bevordering voor specifieke groepen militairen#
Artikel 10e Toekenning extra salaristreden bij bevordering voor specifieke groepen militairen 1 bijlage D Het hoofd defensieonderdeel kent aan de militair met de rang van kapitein, majoor dan wel luitenant-kolonel respectievelijk luitenant ter zee der tweede klasse oudste categorie, luitenant ter zee der eerste klasse dan wel kapitein-luitenant ter zee die tussen 1 januari 2023 en 31 december 2032 voor de eerste maal wordt bevorderd naar de naast hogere rang, extra salaristreden toe binnen de salarisschaal behorend bij diens rang op basis van de overgangsmaatregelen loongebouw, bedoeld in. 2 Het hoofd defensieonderdeel kent aan de militair die op 1 januari 2023 in opleiding is tot officier en reeds voor 1 juli 2022 in deze opleiding was ingestroomd dan wel zich hiervoor had ingeschreven, op verzoek van de militair een compensatie toe op het moment dat de opleiding tot officier met goed gevolg is afgerond en de bevordering tot de bijbehorende officiersrang heeft plaatsgevonden, indien: a. de salaristabel geldend op 1 januari 2023 langer dan 48 maanden een lager salaris oplevert dan het salaris op grond van de salaristabel geldend voor 1 januari 2023 en het cumulatieve salaris in deze maanden eveneens lager is dan het cumulatieve salaris in dezelfde periode op grond van de salaristabel geldend voor 1 januari 2023; of b. het cumulatieve salaris in de salaristabel geldend op 1 januari 2023 gemeten over 84 maanden met ingang van 1 juli 2022 lager is dan het cumulatieve salaris in dezelfde periode op grond van de salaristabel geldend voor 1 januari 2023. 3 De compensatie, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit het toekennen van het aantal salaristreden dat benodigd is om de situaties beschreven in het tweede lid, onderdelen a en b, niet langer te overschrijden. 4 De compensatie, bedoeld in het tweede lid en derde lid, kan op verzoek van de militair ook worden toegekend bij de daaropvolgende bevordering, indien wederom sprake is van een van de situaties beschreven in het tweede lid, onderdelen a en b. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 11 — Artikel 11 Waarnemingstoelage#
Artikel 11 Waarnemingstoelage 1 artikel 22, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement De militair die is belast met de volledige waarneming van een functie, bedoeld in, heeft, indien aan die functie een hogere rang is verbonden, voor de duur van de waarneming aanspraak op een waarnemingstoelage. 2 De toelage wordt toegekend, indien de waarneming ten minste een tijdvak van dertig aaneengesloten dagen heeft geduurd. 3 Het bedrag van de toelage is gelijk aan het verschil tussen de bezoldiging waarop de militair aanspraak heeft en de bezoldiging waarop hij aanspraak zou hebben, indien de waargenomen functie hem zou zijn toegewezen en hij dientengevolge zou zijn bevorderd tot de aan die functie verbonden rang. 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 11a — Artikel 11a Maatregel voor negatieve inkomenseffecten pensioenpremie#
Artikel 11a Maatregel voor negatieve inkomenseffecten pensioenpremie Vervallen 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 11b — Artikel 11b Vaste vergoeding extra beslaglegging#
Artikel 11b Vaste vergoeding extra beslaglegging 1 Ter zake van extra beslaglegging ontvangt de militair een maandelijkse toelage, bestaande uit een percentage van de voor hem geldende bezoldiging. 2 In afwijking van het eerste lid wordt voor de militair die aanspraak heeft op een afwijkende bezoldiging de toelage verminderd overeenkomstig de mate waarin die bezoldiging afwijkt van de bezoldiging bedoeld in het eerste lid. 3 Het percentage bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald aan de hand van het maandbedrag van de bezoldiging, volgens onderstaande tabel: bezoldiging percentage t/m € 3.604,16 9,30% van € 3.604,17 t/m € 4.120,21 8,80% van € 4.120,22 t/m € 4.829,56 7,70% van € 4.829,57 t/m € 8.016,18 6,30% vanaf € 8.016,19 4,60% 4 Onder een afwijkende bezoldiging bedoeld in het tweede lid wordt verstaan de bezoldiging in geval van: a. ongeoorloofde afwezigheid; b. vermissing; c. verlof; d. ziekte; e. schorsing, vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Bindingspremie#
Artikel 12 Bindingspremie 1 De commandant operationeel commando kan aan een militair in fase twee of drie, die zich verbindt om gedurende een bepaalde periode onafgebroken deel uit te maken van het beroepspersoneel, een bindingspremie toekennen. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de toekenning van een bindingspremie. 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 01-01-2008
Artikel 12a — Artikel 12a Functioneringstoelage#
Artikel 12a Functioneringstoelage 1 Het hoofd defensieonderdeel kan aan een militair, die is aangesteld bij het beroepspersoneel en het voor hem geldende maximumsalaris heeft bereikt, een functioneringstoelage toekennen, indien de wijze van functioneren van die militair daartoe naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel aanleiding geeft. 2 De functioneringstoelage wordt toegekend voor een periode van tenminste één jaar. 3 De functioneringstoelage bedraagt ten hoogste 10 procent van het voor de militair geldende salaris. 4 Indien de militair, die een functioneringstoelage geniet, wordt bevorderd, niet zijnde een tijdelijke bevordering, komt de functioneringstoelage met ingang van de datum van de bevordering te vervallen. 5 Indien de militair, die een functioneringstoelage geniet, tijdelijk wordt bevorderd, wordt het bedrag van de functioneringstoelage gedurende de tijd dat hij de tijdelijke rang bekleedt, op nul gesteld. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 12b — Artikel 12b Behoudpremie#
Artikel 12b Behoudpremie 1 artikel 53g van het Algemeen militair ambtenarenreglement Onder toepassing vanwordt aan de militair die behoort tot een bij ministeriële regeling vastgestelde categorie personeel, een premie ter stimulering van het behoud van de militair toegekend. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de hoogte en de wijze van toekenning van een behoudpremie. 2018 430 23-11-2018 08-11-2018 2018 430 23-11-2018 08-11-2018 24-11-2018 01-01-2017
Artikel 12c — Artikel 12c Stimuleringspremie#
Artikel 12c Stimuleringspremie 1 artikel 53g van het Algemeen militair ambtenarenreglement Onder toepassing vankomt de militair op aanvraag in aanmerking voor een stimuleringspremie indien op aanvraag eervol ontslag wordt verleend. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de hoogte en de wijze van toekenning van een stimuleringspremie. 2018 430 23-11-2018 08-11-2018 2018 430 23-11-2018 08-11-2018 24-11-2018 01-01-2018
Artikel 13 — Artikel 13 Beloningen#
Artikel 13 Beloningen 1 De commandant kan aan de militair die zich tijdens het verblijf in werkelijke dienst bijzonder heeft onderscheiden door optreden of gedragingen dan wel door buitengewone toewijding of bijzondere loffelijke dienstverrichtingen, naar bij ministeriële regeling te stellen regels, één of meer van de onderstaande beloningen toekennen: a. geschenk; b. geldelijke beloning; c. functioneringsgratificatie. 2 Het maximumbedrag van de beloningen wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 05-09-2005
Artikel 13a — Artikel 13a Aanstellingspremie#
Artikel 13a Aanstellingspremie 1 Aan de militair die met goed gevolg zijn initiële opleiding heeft volbracht kan naar bij ministeriële regeling te stellen regels een aanstellingspremie worden toegekend. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde militair tijdens fase één ontslag wordt verleend, betaalt hij de toegekende premie op een door Onze minister te bepalen wijze terug. 3 Indien het in het tweede lid bedoelde ontslag niet of niet geheel aan de militair valt te verwijten kan Onze Minister in afwijking van het tweede lid bepalen dat de toegekende premie gedeeltelijk of niet behoeft te worden terugbetaald. 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 01-01-2008
Artikel 14 — Artikel 14 Vakantie-uitkering#
Artikel 14 Vakantie-uitkering 1 De militair met aanspraak op salaris heeft aanspraak op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8 procent van de door hem genoten bezoldiging, in voorkomend geval vermeerderd met: a. de waarnemingstoelage; b. de toelage officieren-arts, -tandarts, of -apotheker, zodra deze laatstelijk gedurende vijf jaren onafgebroken is genoten; c. de brevettoelage voor het vervullen van een eerste partij bij de marinierskapel der Koninklijke marine; d. de brevettoelage voor het vervullen van een solistenpartij bij de marinierskapel der Koninklijke marine; e. de vliegtoelage of de garantievliegtoelage; f. de toelage woninghuur Koninklijke marechaussee; g. artikel 23a, eerste lid, onderdeel l het emolument van kleermakers, schoenmakers en barbiers der zeemacht, bedoeld in; h. de toelage Huis van Hare Majesteit de Koningin. 2 het minimumbedrag per maand van de vakantie-uitkering is voor de militair: a. van 19 jaar of jonger: € 131,87; b. van 20 jaar: € 150,70; c. van 21 jaar: € 169,54; d. van 22 jaar of ouder: € 188,38. 3 artikel 17, eerste lid Ten aanzien van de militair op wie, van toepassing is, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de inkomsten waarop die militair aanspraak zou hebben, indien de verhindering tot dienstverrichting niet was ingetreden. 4 artikel 17 Indien de militair - anders dan op grond van- aanspraak heeft op een gedeelte van de voor hem geldende inkomsten, wordt het in het tweede lid bedoelde bedrag naar evenredigheid verminderd. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2021
Artikel 15 — Artikel 15 Eindejaarsuitkering#
Artikel 15 Eindejaarsuitkering De militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering van 8,33% van de door hem genoten bezoldiging. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-10-2018
Artikel 15a — Artikel 15a Uitkering premievrijval aftoppingsgrens pensioengevend inkomen#
Artikel 15a Uitkering premievrijval aftoppingsgrens pensioengevend inkomen 1 In dit artikel wordt verstaan onder: – pensioengevend inkomen: de som van de inkomensbestanddelen die op grond van de pensioenregeling voor militairen die geldt tot 1 januari 2019 pensioengevend zijn voor de opbouw van aanspraken op ouderdomspensioen en het daarvan afgeleide partnerpensioen en wezenpensioen; – aftoppingsgrens: artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964 de aftoppingsgrens van het pensioengevend inkomen op basis van. 2 artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964 De militair heeft aanspraak op een uitkering indien zijn pensioengevend inkomen wordt afgetopt op basis van. 3 artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964 De gewezen militair die een uitkering ontvangt op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen heeft aanspraak op een uitkering indien zijn pensioengevend inkomen wordt afgetopt op basis van. 4 De uitkering, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door het werkgeversdeel van de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen te vermenigvuldigen met het pensioengevend inkomen boven de aftoppingsgrens. 5 De uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt berekend door vijftig procent van het werkgeversdeel van de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen te vermenigvuldigen met het pensioengevend inkomen boven de aftoppingsgrens. 6 Dit artikel is niet van toepassing op militairen, en gewezen militairen, wier salarissen de ontwikkeling volgen van de sector Rijk. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-01-2015
Artikel 15b — Artikel 15b Maatregel in verband met verminderd pensioenvooruitzicht#
Artikel 15b Maatregel in verband met verminderd pensioenvooruitzicht 1 De militair aangesteld bij het beroepspersoneel, die op 31 december 2018 en op 1 januari 2019 in werkelijke dienst was, heeft, op het moment van transitie naar de middelloonregeling militairen per 1 januari 2019 en bij de eerstvolgende twee bevorderingen, voor zover deze bevorderingen plaatsvinden vóór 1 januari 2039 en de militair op die bevorderingsmomenten vanaf 1 januari 2019 doorlopend in werkelijke dienst is geweest, aanspraak op een compensatie van – indien van toepassing – een verminderd pensioenvooruitzicht in toekomstige jaren door de invoering van de middelloonregeling militairen. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de compensatie, bedoeld in het eerste lid. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-01-2019
Artikel 15c — Artikel 15c Tijdelijke toelage loongebouw#
Artikel 15c Tijdelijke toelage loongebouw Vervallen 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2021 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 16 — Artikel 16 Overige inkomsten#
Artikel 16 Overige inkomsten Bij ministeriële regeling kan de militair aanspraak worden verleend op: a. een toelage in verband met het vervullen van een door Onze Minister aangewezen functie of het bezit van een door Onze Minister aangewezen bekwaamheid; b. een toelage voor het verrichten van werkzaamheden waaraan naar het oordeel van Onze Minister bijzondere risico’s of inconveniënten zijn verbonden; c. een toelage of - in de plaats daarvan - voorzieningen in natura ter zake van het verblijf van de militair buiten Nederland; d. een vergoeding van of een tegemoetkoming in de kosten van recepties en representatie; e. een diensttijdgratificatie bij een - naar het oordeel van Onze Minister - eervolle diensttijd van twaalfeneenhalf, vijfentwintig of vijfendertig jaren; f. een toelage dan wel een toeslag, uitsluitend indien de militair is aangesteld bij het reserve-personeel, in verband met het handhaven van zijn inzetbaarheid; g. een vergoeding van of een tegemoetkoming in de kosten van communicatie; h. een vergoeding van of tegemoetkoming in de kosten van het volgen van een cursus of opleiding alsmede de hiervoor benodigde studiematerialen; i. een vergoeding of een tegemoetkoming in de extra kosten voor zorg voor jonge kinderen bij inzet; j. overgangs- en aanvullende maatregelen ter zake van de invoering van het loongebouw met ingang van 1 januari 2023; k. een maatregel in verband met reeds opgedane kennis en ervaring, met dien verstande dat deze maatregel uitsluitend geldt voor de militair die op 1 januari 2023 nog niet was aangesteld. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 17 — Artikel 17 Ziekte#
Artikel 17 Ziekte 1 De militair die wegens ziekte verhinderd is dienst te verrichten, heeft, zodra die verhindering twaalf maanden heeft geduurd, aanspraak op 70% van de inkomsten waarop hij aanspraak zou hebben, indien die verhindering tot dienstverrichting niet was ingetreden. 2 artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg Indien de militair, bedoeld in het eerste lid gedurende een bepaalde tijd zwangerschaps- of bevallingsverlof op basis vangeniet wordt het betreffende tijdvak van twaalf maanden met dat verlof verlengd. 3 artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg Voor het bepalen van de in het eerste lid genoemde termijn – in voorkomend geval verlengd ingevolge het tweede lid – wordt een opnieuw ingetreden verhindering tot dienstverrichting als voortzetting van de voorgaande verhindering beschouwd, indien niet meer dan vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop de militair de dienst volledig heeft hervat. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin zwangerschapsof bevallingsverlof wordt genoten op basis van, buiten beschouwing. 4 In afwijking van het eerste lid heeft de militair ook na afloop van de in lid 1 genoemde termijn – in voorkomend geval verlengd ingevolge het tweede lid – aanspraak op de inkomsten waarop hij aanspraak zou hebben, indien die verhindering tot dienstverrichting niet was ingetreden: a. als de ziekte waardoor hij verhinderd is dienst te verrichten naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan hem opgedragen werkzaamheden of diensten of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moeten worden verricht, en – rekening houdend met de werkzaamheden of diensten en omstandigheden – niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid te wijten; b. artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van. 5 In afwijking van het eerste lid heeft de militair ook na het eerste tijdvak van twaalf maanden recht op doorbetaling van zijn inkomsten over het aantal uren dat hij loonvormende arbeid heeft verricht, niet zijnde reïntegratieactiviteiten waaronder therapeutische arbeid, onderwijs of scholing. 6 In afwijking van het vijfde lid wordt onderwijs of scholing beschouwd als loonvormende arbeid indien: a. dit onderwijs of deze scholing is gekoppeld aan de functievervulling van een voor de militair beschikbare functie; b. dit onderwijs of deze scholing plaats vindt binnen een erkend reïntegratietraject en gericht is op concrete arbeidsmogelijkheden buiten Defensie en is goedgekeurd door de reïntegratie-autoriteit van Defensie. 7 artikel 104 van het Algemeen militair ambtenarenreglement In bijzondere gevallen kan het hoofd defensieonderdeel in de situaties, genoemd in het vijfde en zesde lid, bepalen dat de niet genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen dan aan de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel resterende, niet betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald, indien een door hem aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld inin zijn voordeel is beslist. 8 artikel 17a Wet arbeid en zorg Het vijfde tot en met zevende lid is niet van toepassing indien sprake is van samenloop, bedoeld in, met een uitkering op grond van en werknemersverzekering of de. 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 17a — Artikel 17a Wet arbeid en zorg Samenloop tijdens ziekte van inkomsten en uitkering op grond van een werknemersverzekering, deof een bovenwettelijke regeling#
Artikel 17a Wet arbeid en zorg Samenloop tijdens ziekte van inkomsten en uitkering op grond van een werknemersverzekering, deof een bovenwettelijke regeling 1 artikel 17 artikel 17 Wet arbeid en zorg Indien de militair, bedoeld in, ter zake van de betrekking waaruit het recht op doorbetaling van bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een of meerdere uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, deof een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering(en) in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolgerecht heeft. 2 Wet arbeid en zorg WAO WAO Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de militair de uitkering ingevolge een werknemersverzekering, de, dan wel de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk niet wordt toegekend, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste lid steeds aangemerkt als een uitkering die onverminderd is genoten. Indien het een uitkering betreft op grond van dedie in het geheel niet wordt toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering op grond van dezoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. 3 Indien ten aanzien van de wettelijke uitkering een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door het hoofd defensieonderdeel zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd, dan wel een overeenkomstige sanctie toegepast op het bedrag aan inkomsten waarop de militair ingevolge het eerste lid aanspraak heeft. 4 artikel 104 van het Algemeen militair ambtenarenreglement In bijzondere gevallen kan het hoofd defensieonderdeel bepalen dat de niet genoten inkomsten geheel of gedeeltelijk aan anderen dan aan de militair worden betaald. Na verrekening met deze aan anderen dan aan de militair betaalde inkomsten, worden de eventueel resterende, niet betaalde inkomsten alsnog aan de militair betaald, indien een door hem aangevraagd hernieuwd onderzoek als bedoeld inin zijn voordeel is beslist. 5 Het in het derde lid bedoelde verplichtingen- en sanctieregime is van overeenkomstige toepassing indien de militair bij doorbetaling van bezoldiging tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid de in dat lid bedoelde aanspraak niet had kunnen hebben. 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 17b — Artikel 17b Inkomsten tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof#
Artikel 17b Inkomsten tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof 1 Indien aan de vrouwelijke militair zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend, behoudt zij haar aanspraak op inkomsten. 2 hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg hoofdstuk 5 van de Wet-SUWI De commandant draagt ervoor zorg dat de vrouwelijke militair door tussenkomst van de commandant een uitkering op basis vanaanvraagt bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen genoemd in. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschaps- en bevallingsverlof onderscheidenlijk de datum waarop de vrouwelijke militair het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd. 3 Wet arbeid en zorg Indien de vrouwelijke militair aan wie zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de, wordt door het hoofd defensieonderdeel gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling als bedoeld in het eerste lid toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering. 4 Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering als bedoeld in het tweede lid is voldaan maar geen uitkering is toegekend omdat de vrouwelijke militair geen aanvraag heeft ingediend, wordt het derde lid op overeenkomstige wijze toegepast. 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 01-01-2008
Artikel 17c — Artikel 17c Inkomsten tijdens adoptieverlof#
Artikel 17c Inkomsten tijdens adoptieverlof 1 artikel 3:2, eerste tot en met derde lid, van de Wet arbeid en zorg Indien aan de militair door de commandant adoptieverlof op basis vanis verleend behoudt hij zijn aanspraak op inkomsten. 2 hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg hoofdstuk 5 van de Wet-SUWI De commandant draagt ervoor zorg dat de militair door tussenkomst van de commandant een uitkering op basis vanaanvraagt bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bedoeld in. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het adoptieverlof onderscheidenlijk de datum waarop de militair het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd. 3 Wet arbeid en zorg Indien de militair aan wie adoptieverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de, wordt door het hoofd defensieonderdeel gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling, bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering. 4 Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering als bedoeld in het derde lid is voldaan maar geen uitkering is toegekend omdat de militair geen aanvraag heeft ingediend, wordt het derde lid op overeenkomstige wijze toegepast. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 05-09-2005
Artikel 17d — Artikel 17d Samenloop inkomsten en financiële tegemoetkoming loopbaanonderbreking op basis van de Wet arbeid en zorg#
Artikel 17d Samenloop inkomsten en financiële tegemoetkoming loopbaanonderbreking op basis van de Wet arbeid en zorg Vervallen 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 18 — Artikel 18 Ongeoorloofde afwezigheid#
Artikel 18 Ongeoorloofde afwezigheid Voor elke volledige dag dat de militair zich aan zijn dienstverplichtingen onttrekt, heeft hij geen aanspraak op inkomsten. 1996 27 18-01-1996 22-12-1995 1996 27 18-01-1996 22-12-1995 19-01-1996 01-01-1996
Artikel 19 — Artikel 19 Schorsing#
Artikel 19 Schorsing 1 artikel 34, eerste lid artikel 34, tweede lid, onderdeel a of b, van het Algemeen militair ambtenarenreglement Bij de militair die ingevolge, dan wel ingevolgeis geschorst, wordt door de commandant voor de duur van die schorsing eenderde gedeelte ingehouden van de inkomsten, tenzij het hoofd defensieonderdeel bepaalt dat geen inhouding zal plaatsvinden. 2 In geval een schorsing als bedoeld in het eerste lid, langer duurt dan zes weken, kan het hoofd defensieonderdeel bepalen dat gedurende die verdere duur van die schorsing een verdere inhouding plaatsvindt tot het volle bedrag der inkomsten. Bij de afweging omtrent de hoogte van de inhouding wordt de financiële positie van de militair in de beschouwing betrokken. 3 artikel 34, tweede lid, onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement Bij de militair die ingevolgeis geschorst, vindt geen inhouding van inkomsten plaats. 4 artikel 34, tweede lid, onderdeel a of b, van het Algemeen militair ambtenarenreglement De ingehouden inkomsten kunnen alsnog geheel of gedeeltelijk aan de militair worden uitbetaald, indien een schorsing als bedoeld inniet wordt gevolgd door een veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, een vrijheidsbenemende maatregel of ontslag uit de militaire dienst. Op de aldus uit te keren inkomsten worden in mindering gebracht de inkomsten, welke de militair sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid, die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij zulks, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel, onredelijk of onbillijk is. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 05-09-2005
Artikel 20 — Artikel 20 Uitkering bij vliegongeval#
Artikel 20 Uitkering bij vliegongeval 1 Aan de nagelaten betrekkingen van degene, die als militair, krachtens een door of namens de Minister van Defensie verstrekte opdracht, anders dan als passagier, dienst verrichte aan boord van een vliegtuig en die ten gevolge van een vliegongeval met dat vliegtuig tijdens het verrichten van die dienst, is overleden, wordt gezamenlijk een uitkering ineens verleend. 2 Aan degene, die als militair, krachtens een door of namens de Minister van Defensie verstrekte opdracht, anders dan als passagier, dienst aan boord van een vliegtuig verrichte en die ten gevolge van een vliegongeval met dat vliegtuig tijdens het verrichten van die dienst blijvend invalide is geworden wordt een uitkering ineens verleend. 3 Onder dienst aan boord van een vliegtuig in de zin van de eerste lid en tweede lid wordt verstaan het, waar ook ter wereld, tijdens een vlucht dienst doen aan boord van een vliegtuig. 4 De vlucht, bedoeld in het vorige lid en in vijfde lid, wordt geacht: a. aan te vangen op het ogenblik, waarop de betrokkene, met het doel om te vliegen zich begeeft naar het vliegtuig en dit zo dicht is genaderd, dat hem ten gevolge van een gebeuren met dat vliegtuig, een vliegongeval zou kunnen overkomen; b. te eindigen onmiddellijk na het ogenblik, waarop de betrokkene, op het aardoppervlak teruggekeerd na het verlaten van het vliegtuig, redelijkerwijze kan worden geacht zich in veiligheid te bevinden. 5 Onder vliegongeval in de zin van dit artikel wordt verstaan een tijdens de vlucht rechtstreeks met het vliegtuig in verband staande plotselinge inwerking van uitwendig geweld op het lichaam, waaronder begrepen verstikking, het onvrijwillig inademen van vergiftigende gassen en dampen, verdrinking, uitputting en de gevolgen van rechtmatige verdediging, alsmede zodanige andere feiten als de Minister van Defensie in voorkomende gevallen daaronder begrepen oordeelt. 6 De uitkering ineens, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 15.000,–, indien de overledene in het genot was van een vliegtoelage bedoeld in de artikel 10 of artikel 11 van de Inkomstenregeling militairen. De verschuldigde loonheffing en premies komen voor rekening van het Rijk. 7 De uitkering ineens, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 37.500,–, indien de overledene niet in het genot was van een vliegtoelage bedoeld in de artikel 10 of artikel 11 Inkomstenregeling militairen. De verschuldigde loonheffing en premies komen voor rekening van het Rijk. 8 De toekenning van een uitkering ineens ter zake van blijvende invaliditeit doet aanspraak op een uitkering ter zake van overlijden te niet gaan, tenzij het overlijden plaatsvindt binnen twee jaar ná het tijdstip, waarop het vliegongeval plaatsvond, in welk geval het bedrag van de uitkering of de som der uitkeringen toekomende aan de nagelaten betrekkingen wordt verminderd met het bedrag der verleende uitkering. 9 De uitkering ineens, bedoeld in het tweede lid, is ingeval van blijvende algehele invaliditeit gelijk aan de overeenkomstige gevallen bij overlijden uit te keren bedragen, genoemd in de zesde lid en zevende lid. 10 De uitkering ineens, bedoeld in het tweede lid, is in het geval van blijvende gedeeltelijke invaliditeit gelijk aan dat gedeelte van de in overeenkomstige gevallen bij overlijden uit te keren bedragen, genoemd in de zesde lid en zevende lid, als wordt uitgedrukt door het percentage van die invaliditeit. Het percentage wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee jaar na het tijdstip, waarop het vliegongeval plaatsvond, vastgesteld. 11 Dit artikel is niet van kracht ten aanzien van vliegongevallen als gevolg van feitelijke oorlogsomstandigheden. 2017 150 11-04-2017 13-03-2017 2017 150 11-04-2017 13-03-2017 12-04-2017
Artikel 21 — Artikel 21 Krijgsgevangenschap en internering#
Artikel 21 Krijgsgevangenschap en internering De militair die zich in krijgsgevangenschap bevindt of door een vreemde mogendheid is geïnterneerd, behoudt aanspraak op inkomsten, tenzij Onze Minister anders bepaalt. 1996 27 18-01-1996 22-12-1995 1996 27 18-01-1996 22-12-1995 19-01-1996 01-01-1996
Artikel 22 — Artikel 22 Vermissing#
Artikel 22 Vermissing 1 artikel 18 21 Indien de militair wordt vermist en gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat hij zich aan zijn dienstverplichtingen onttrekt, dan wel zich in krijgsgevangenschap bevindt of door een vreemde mogendheid is geïnterneerd, is, onderscheidenlijkvan overeenkomstige toepassing. 2 Indien de militair wordt vermist en het eerste lid niet van toepassing is, wordt de militair geacht te zijn overleden op de dag waarop hij wordt vermist. 3 Indien blijkt dat een op grond van het eerste of tweede lid gemaakte veronderstelling onjuist is geweest, stelt het hoofd defensieonderdeel de aanspraak op inkomsten met betrekking tot het tijdvak waarin de militair vermist is geweest vast in overeenstemming met de overige bepalingen van dit besluit. Daarbij geldt dat enerzijds kan worden bepaald dat eventueel te veel betaalde bedragen niet worden teruggevorderd, maar dat anderzijds rekening kan worden gehouden met: a. een eventueel aan de gezinsleden van de militair toegekend tijdelijk pensioen; b. artikel 118b van het Algemeen militair ambtenarenreglement een eventueel aan nabestaanden van de militair toegekende uitkering op grond van; c. eventuele andere inkomsten of baten die door de militair of zijn gezinsleden tijdens de duur van de vermissing van de militair in verband daarmede zijn genoten. 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 23 — Artikel 23 Samenloop#
Artikel 23 Samenloop 1 artikel 54a, onder d, van het Algemeen militair ambtenarenreglement Onverminderd het tweede lid kan het hoofd defensieonderdeel het bedrag aan inkomsten waarop de militair over enig tijdvak aanspraak heeft, verminderen met het gehele of gedeeltelijke bedrag van de geldelijke inkomsten waarop die militair over hetzelfde tijdvak aanspraak heeft uit of in verband met arbeid of bedrijf anders dan als militair. Dit geldt uitsluitend, indien laatstbedoelde geldelijke inkomsten zijn verkregen uit of in verband met werkzaamheden, verricht gedurende de voor de militair geldende werktijd, bedoeld in. De vermindering bedraagt ten hoogste het bedrag van de inkomsten als militair. 2 artikel 17, eerste lid Indien de militair, bedoeld in, tijdens verhindering tot dienstverrichting in het belang van zijn genezing door de militair geneeskundige dienst wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, worden - in afwijking van het eerste lid - de geldelijke inkomsten uit die arbeid slechts op zijn inkomsten als militair in mindering gebracht, voor zover de inkomsten uit die arbeid 30 procent van zijn inkomsten als militair te boven gaan. 3 Indien de militair reeds vóór het tijdstip waarop hij de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden heeft aangevangen, naast zijn inkomsten als militair tevens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf genoot, worden die inkomsten niet in aanmerking genomen bij de toepassing van het eerste lid. Dit is uitsluitend het geval, indien hij aannemelijk kan maken dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheden of van andere oorzaken die verband houden met de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid. 4 Indien de militair reeds vóór het tijdstip waarop hij de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden heeft aangevangen, inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf genoot en hij na dat tijdstip meer inkomsten gaat genieten, worden die meerdere inkomsten in aanmerking genomen bij de toepassing van het eerste lid, tenzij hij aannemelijk kan maken dat die meerdere inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheden of van andere oorzaken die verband houden met de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid. 5 Het bedrag aan inkomsten waarop de militair over enig tijdvak aanspraak heeft, wordt verminderd met het bedrag van de geldelijke uitkeringen waarop hij met betrekking tot hetzelfde tijdvak krachtens een sociale verzekeringswet aanspraak heeft. Dit geldt uitsluitend, indien die geldelijke uitkeringen in de plaats zijn getreden van geldelijke inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, die met toepassing van het eerste lid in mindering zijn of zouden zijn gebracht tot ten hoogste het bedrag van de inkomsten als militair. 6 c artikel 12, tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931 Het hoofd defensieonderdeel kan het bedrag aan inkomsten waarop de militair over enig tijdvak aanspraak heeft, verminderen met het gehele of gedeeltelijke bedrag van de vaste vergoeding waarop de militair over hetzelfde tijdvak aanspraak heeft in verband met een functie in een publiekrechtelijk college waarvoor hem over dat tijdvak het inbedoelde verlof is verleend. De vermindering bedraagt ten hoogste het bedrag van de inkomsten als militair. 7 De militair, bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid, is gehouden de geldelijke inkomsten of uitkeringen uit of in verband met arbeid of bedrijf, dan wel de vaste vergoedingen in verband met een functie in een publiekrechtelijk college te melden aan het hoofd defensieonderdeel onder overlegging van een gespecificeerde opgave van die inkomsten, uitkeringen of vergoedingen. 2011 21 31-01-2011 24-01-2011 2011 21 31-01-2011 24-01-2011 01-02-2011 01-10-2006
Artikel 23a — Artikel 23a Berekeningsgrondslag pensioenen#
Artikel 23a Berekeningsgrondslag pensioenen 1 Bij de berekening van de grondslag voor militair ouderdoms- en nabestaandenpensioen en pensioen ter zake van ziekten of gebreken naar de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vast te stellen regels gelden als inkomstenbestanddelen ingevolge dit besluit de in tabel 1 bij dit artikel opgenomen inkomensbestanddelen. 2 Aanvullende op de inkomensbestanddelen bedoeld in het eerste lid, gelden vanaf 1 januari 2019 en uiterlijk tot de laatste dag van de maand voorafgaande aan die waarin het aan de militair verleende leeftijdsontslag ingaat, tevens ingevolge dit besluit: a. als vaste inkomensbestanddelen voor 100 procent de in tabel 2 bij dit artikel opgenomen inkomensbestanddelen; b. als variabele inkomensbestanddelen voor 100 procent de in tabel 3 bij dit artikel opgenomen inkomensbestanddelen; c. tevens als variabele inkomstenbestanddelen ingevolge dit besluit, voor 50 procent de in tabel 4 opgenomen inkomensbestanddelen. 3 Uitkeringswet gewezen militairen artikel 12 van de Militaire ambtenarenwet 1931 Het eerste lid en het tweede lid, onderdeel a, zijn van overeenkomstige toepassing voor de gewezen militair die een uitkering ingevolge degeniet en voor wie de ontslagleeftijd met ingang van 1 januari 2006 bij of krachtensis gewijzigd. 4 Het eerste lid en het tweede lid, onderdeel a, zijn van overeenkomstige toepassing voor de gewezen militair die een ontslaguitkering, waaronder tevens te begrijpen een uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen militairen, geniet in de zin van de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde regels, met dien verstande dat onderdeel n van Tabel 1 niet als inkomensbestanddeel bij de berekening van de pensioengrondslag wordt meegenomen. Tabel 1. a. de bezoldiging; b. de vakantie-uitkering; c. de eindejaarsuitkering; d. de vliegtoelage; e. de garantievliegtoelage; f. de toelage Huis van Z.M. de Koning; g. de functioneringstoelage, indien deze voor ten minste vijf jaren onafgebroken is toegekend; h. de toelage officieren-arts, officieren-tandarts en officieren-apotheker, zodra deze toelage laatstelijk gedurende vijf jaren onafgebroken is genoten; i. de toelage officieren-medisch specialist, zodra deze toelage laatstelijk gedurende vijf jaren onafgebroken is genoten; j. de brevettoelage marinierskapel; artikel 26 artikel 115 van het Algemeen militair ambtenarenreglement k. een op grond vanvan dit besluit dan wel een voor 1 januari 2009 op grond vantoegekende schadeloosstelling, vergoeding of tegemoetkoming, voor zover deze, naar het oordeel van Onze Minister, een vast onderdeel van zijn inkomen vormt; l. de door Onze Minister te schatten geldswaarden per jaar van het emolument van kleermakers, schoenmakers en barbiers der zeemacht wegens werkzaamheden ten dienste van de militairen, welke schatting niet individueel geschiedt doch voor alle kleermakers, schoenmakers en barbiers naar een voor elk van deze categorieën te bepalen bedrag, berekend naar de gemiddelde inkomsten, welke door elke categorie jaarlijks uit het bedrijf wordt genoten; m. het emolument huisvesting Koninklijke marechaussee; n. de vaste vergoeding voor extra beslaglegging van de militair die zich in fase 2 of 3 bevindt, voor zover hij deze na 31 december 2001 heeft genoten. Tabel 2. a. de functioneringstoelage; b. de toelage officieren-arts, officieren-tandarts en officieren-apotheker; c. de toelage officieren-medisch specialist; d. de vaste vergoeding voor extra beslaglegging van de militair die zich in fase 1 bevindt. Tabel 3. a. de waarnemingstoelage; b. de functioneringsgratificatie; c. de bindingspremie; d. de behoudpremie. artikel 60c, onderdelen a en b, van het Algemeen militair ambtenarenreglement e. de naar bij ministeriële regeling vastgestelde regels genoten toelage of vergoeding voor extra beslaglegging bedoeld in; f. eenmalige uitkeringen aan het defensiepersoneel; g. overige vergoedingen en toelagen voor zover dit bij ministeriële regeling is bepaald. Tabel 4. artikel 60c, onderdelen d en e, van het Algemeen militair ambtenarenreglement a. de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor extra beslaglegging bedoeld in; b. de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor ondervonden extra werkdruk die een gevolg is van de inzet; c. overige vergoedingen en toelagen voor zover dit bij ministeriële regeling is bepaald. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2019
Artikel 23b — Artikel 23b Eigen bijdrage en tijdelijke aanvullende eigen bijdrage#
Artikel 23b Eigen bijdrage en tijdelijke aanvullende eigen bijdrage 1 artikel 4, vijfde lid van de Wet privatisering ABP De eigen bijdrage van de militair aan het arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolgevan een overheidswerknemer, die met die militair kan worden gelijkgesteld, door de sectorwerkgever wordt geheven. 2 artikel 4, vijfde lid, van de Wet privatisering ABP De eigen bijdrage van de gewezen militair aan het arbeidsongeschiktheidspensioen komt overeen met het pensioenbijdrageverhaal voor het invaliditeitspensioen dat ingevolgevan een gewezen overheidswerknemer, die met die gewezen militair kan worden gelijkgesteld, door de voor de ontslaguitkering zorgdragende instantie wordt geheven. 3 Kaderwet militaire pensioenen De tijdelijke aanvullende eigen bijdrage van de militair en de gewezen militair aan het ouderdoms- en nabestaandenpensioen bedraagt een door het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP ingevolge devast te stellen extra bijdrage. Deze bijdrage wordt geheven over de bijdragegrondslag die geldt voor het pensioenbijdrageverhaal voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen in de desbetreffende jaren. 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 23c — Artikel 23c Pseudo-pensioenpremie VEB#
Artikel 23c Pseudo-pensioenpremie VEB Vervallen 2017 150 11-04-2017 13-03-2017 2017 150 11-04-2017 13-03-2017 12-04-2017
Artikel 23d — Artikel 23d Pseudo-pensioenpremietoelage officieren-medisch specialist#
Artikel 23d Pseudo-pensioenpremietoelage officieren-medisch specialist 1 artikel 23a, eerste lid, onderdeel i Over de toelage bedoeld in, wordt, zolang niet is uitgesloten dat aan de in dat onderdeel bedoelde voorwaarde zal worden voldaan, een pseudo-pensioenpremie ingehouden, overeenkomstig de pensioenbijdrage die verhaald zou zijn, indien die toelage tot zijn pensioengrondslag zou behoren. 2 artikel 23a, eerste lid, onderdeel i De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie is verschuldigd, totdat blijkt dat aan de in, bedoelde voorwaarde is voldaan. 3 artikel 23a, eerste lid, onderdeel i De in het eerste lid bedoelde pseudo-pensioenpremie over de toelage wordt aan de militair gerestitueerd, zodra die toelage niet meer wordt genoten en is uitgesloten dat aan de in, bedoelde voorwaarde zal worden voldaan. 4 artikel 23a, eerste lid, onderdeel i Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de militair komt te overlijden en niet aan de in, bedoelde voorwaarde is voldaan. 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 24 — Artikel 24 Verlenging salarisschaal#
Artikel 24 Verlenging salarisschaal Vervallen 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 05-09-2005
Artikel 24a — Artikel 24a Overgangsbepaling overbruggingstoelage#
Artikel 24a Overgangsbepaling overbruggingstoelage artikel 9, eerste lid, onder b De militair die op 31 mei 2001 aanspraak had op een overbruggingstoelage op grond van, volgens de bepalingen van dit besluit zoals deze luidden op 31 mei 2001, behoudt zijn aanspraak op de overbruggingstoelage volgens de bepalingen van dit besluit zoals deze luidden op voornoemde datum. 2001 511 06-11-2001 22-10-2001 2001 511 06-11-2001 22-10-2001 07-11-2001 01-06-2001 Artikelen 14, eerste lid en 15 werken terug tot en met 1 januari
2000. Artikelen 1, 4, 5, 5a, 7, 8, 8a, 9, 12a, 14, tweede lid,
24 en 24a, bijlagen A, B en C werken terug tot en met 1 juni 2001.
Artikel 25 — Artikel 25 Vakantie-uitkering#
Artikel 25 Vakantie-uitkering Kaderwet militaire pensioenen Bij de vaststelling van de grondslag voor de vakantie-uitkering wordt in voorkomend geval het ingevolge de bij of krachtens debepaalde emolument huisvesting Koninklijke marechaussee, mede in aanmerking genomen. 2004 386 10-08-2004 28-06-2004 2004 386 10-08-2004 28-06-2004 11-08-2004 01-06-2001 De wijziging kan niet worden doorgevoerd; de noodzakelijke
aanpassing van artikel 25 is reeds bij Stb 2003, 209 aangebracht.
Artikel 25a — Artikel 25a Mandaatverlening#
Artikel 25a Mandaatverlening artikel 16, eerste lid, onderdelen c en d Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in, kan mandaat worden verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 26 — Artikel 26 Hardheidsclausule#
Artikel 26 Hardheidsclausule Indien de billijkheid dat vordert, kan Onze Minister de militair schadeloos stellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming toekennen. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Wet normalisering rechtspositie ambtenaren artikelen 12 12o van de Wet ambtenaren defensie Na inwerkingtreding van deberust dit besluit op deen. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 29 — Artikel 29 Inwerkingtreding#
Artikel 29 Inwerkingtreding Staatsblad Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. Indien hetwaarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1995, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 1996. 1996 27 18-01-1996 22-12-1995 1996 27 18-01-1996 22-12-1995 19-01-1996 01-01-1996
Artikel 30 — Artikel 30 Citeertitel#
Artikel 30 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Inkomstenbesluit militairen. 1996 27 18-01-1996 22-12-1995 1996 27 18-01-1996 22-12-1995 19-01-1996 01-01-1996
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 4#
artikel 4, tweede lid
Artikel 15c#
artikel 15c
Artikel 10e#
artikel 10e