Besluit van 24 februari 1996, houdende regels voor het lozen van stedelijk afvalwater
- BWB-id
- BWBR0007907
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2007-05-23 t/m 2009-12-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007907
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/lozingenbesluit-wvo-stedelijk-afvalwater
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/lozingenbesluit-wvo-stedelijk-afvalwater/2007-05-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007907&g=2007-05-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007907&z=2026-06-06&g=2007-05-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007907/2007-05-23
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/lozingenbesluit-wvo-stedelijk-afvalwater
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. huishoudelijk afvalwater: afvalwater afkomstig uit particuliere huishoudens; b. bedrijfsafvalwater: afvalwater, niet zijnde huishoudelijk afvalwater; c. stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater en afvloeiend hemelwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater; d. rioolwaterzuiveringsinrichting: inrichting voor het zuiveren van stedelijk afvalwater; e. bestaande rioolwaterzuiveringsinrichting: rioolwaterzuiveringsinrichting: 1°. Woningwet 1962 die vóór 1 januari 1991 in bedrijf is genomen en waarvan de capaciteit op of na 1 januari 1991 niet of met niet meer dan 25 procent is uitgebreid of ten aanzien waarvan ten behoeve van het uitbreiden van de capaciteit met meer dan 25 procent vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van deis aangevraagd, of 2°. Woningwet 1962 die vóór 1 september 1992 in bedrijf is genomen en ten behoeve van het bouwen waarvan vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van deis aangevraagd; f. nieuwe rioolwaterzuiveringsinrichting: rioolwaterzuiveringsinrichting die geen bestaande rioolwaterzuiveringsinrichting is; g. beheerder: bestuursorgaan dat één of meer rioolwaterzuiveringsinrichtingen beheert; h. totaal-stikstof: de som van totaal Kjeldahl-stikstof (organisch N + NH3), nitraat (NO3)-stikstof en nitriet (NO2)-stikstof; i. zuiveringsrendement: percentage van het totaal-fosfaat onderscheidenlijk totaal-stikstof dat uit het, op de gezamenlijk bij dezelfde beheerder in beheer zijnde rioolwaterzuiveringsinrichtingen aangevoerde, afvalwater wordt verwijderd; j. lozen: het vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting in oppervlaktewateren brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, afkomstig van stedelijk afvalwater; k. zuiveringsslib: slib dat geheel of in hoofdzaak afkomstig is van een rioolwaterzuiveringsinrichting; l. i.e. (inwoner-equivalent): biochemisch zuurstofverbruik van 54 gram per etmaal; m. artikel 3 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren waterkwaliteitsbeheerder: bestuursorgaan dat overeenkomstigbevoegd is een vergunning te verlenen; n. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. 2007 143 24-04-2007 13-03-2007 2007 143 24-04-2007 13-03-2007 23-05-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting wordt uitsluitend geloosd indien: 1. de inrichting is berekend op een in een jaar voorkomende maximale gemiddelde wekelijkse belasting, ongebruikelijke situaties daarbij buiten beschouwing gelaten, en 2. de doelmatige werking van de inrichting wordt gewaarborgd. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het is verboden zuiveringsslib te lozen. 2 bijlage 2 Het verbod, genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing op geringe hoeveelheden zuiveringsslib in het te lozen stedelijk afvalwater, indien de grenswaarde voor de totale hoeveelheid onopgeloste bestanddelen, genoemd in de, behorende bij dit besluit, niet wordt overschreden. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 bijlage 1 De beheerder bemonstert en analyseert het biochemisch zuurstofverbruik, het chemisch zuurstofverbruik, de concentraties onopgeloste bestanddelen, totaal-fosfaat en totaal-stikstof van zowel het inkomende als het behandelde stedelijk afvalwater, en beoordeelt de resultaten daarvan overeenkomstig de, behorende bij dit besluit. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlagen 2 3 bijlage 1 De waterkwaliteitsbeheerder controleert lozingen van rioolwaterzuiveringsinrichtingen op de naleving van de eisen van deen, behorende bij dit besluit, in ieder geval overeenkomstig de. 2 bijlage 4 De waterkwaliteitsbeheerder controleert het oppervlaktewater waarin vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting wordt geloosd of waarin bedrijfsafvalwater wordt gebracht, afkomstig van een in de, behorende bij dit besluit, bedoeld bedrijf of bedrijfsaktiviteit, in ieder geval wanneer mag worden verwacht dat de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater in betekenende mate zal worden beïnvloed. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4 De beheerder stelt binnen zes maanden na afloop van ieder kalenderjaar een overzicht op van de bij hem in beheer zijnde rioolwaterzuiveringsinrichtingen en van de resultaten van de metingen, bedoeld in. 2 Het overzicht wordt in afschrift gezonden aan Onze Minister en aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 5 De waterkwaliteitsbeheerder stelt binnen vijf maanden na ontvangst van een verzoek daartoe de resultaten van de controles, bedoeld in, aan Onze Minister ter beschikking. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Wet milieubeheer Wet verontreiniging oppervlaktewateren Wet op de waterhuishouding De waterkwaliteitsbeheerder verbindt aan een vergunning voor het lozen in ieder geval het voorschrift dat het stedelijk afvalwater voorafgaand aan het lozen een zodanige behandeling ondergaat dat de op het ontvangende oppervlaktewater van toepassing zijnde kwaliteitsdoelstellingen, vastgesteld krachtens de, deen de, kunnen worden gerealiseerd. De behandeling vindt plaats uiterlijk met ingang van: a. 31 december 1998 indien het betreft stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van meer dan 10 000 i.e., dan wel b. 31 december 2005 indien het betreft stedelijk afvalwater met een vervuilingswarde van niet meer dan 10 000 i.e. 2 De waterkwaliteitsbeheerder verbindt aan een vergunning voor het lozen in ieder geval het voorschrift dat het stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van 2 000 i.e. of meer een zodanige behandeling ondergaat dat het voorafgaand aan het lozen ten minste voldoet aan: a. bijlage 2 de grenswaarden, genoemd in de, en b. bijlage 3 met ingang van de in degenoemde datum, aan de in die bijlage genoemde grenswaarden. 3 bijlagen 2 3 De waterkwaliteitsbeheerder verbindt aan een vergunning voor het lozen lagere grenswaarden dan bedoeld in deen, indien dat noodzakelijk is opdat de op het ontvangende oppervlaktewater van toepassing zijnde kwaliteitsdoelstellingen bedoeld in het eerste lid kunnen worden gerealiseerd. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8, tweede lid, onderdeel b Indien het zuiveringsrendement ten minste 75 procent bedraagt, kan de waterkwaliteitsbeheerder in de vergunning voor bestaande rioolwaterzuiveringsinrichtingen alsmede voor nieuwe rioolwaterzuiveringsinrichtingen met een ontwerpcapaciteit van minder dan 20.000 i.e., hogere grenswaarden voor de betrokken parameter vaststellen dan bedoeld in. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 b artikel 8, tweede lid, onderdeel bijlage 3 In afwijking van het bepaalde in, kan de waterkwaliteitsbeheerder voor de hierna bedoelde rioolwaterzuiveringsinrichtingen, ten aanzien van totaal-stikstof een andere ingangsdatum dan de in degenoemde datum bepalen. De ingangsdatum wordt niet later bepaald dan: a. 31 december 2000, indien het betreft een rioolwaterzuiveringsinrichting gelegen binnen het verzorgingsgebied van Waterschap De Maaskant, Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, Hoogheemraadschap van West-Brabant, Waterschap Regge en Dinkel, Zuiveringschap West-Overijssel of Waterschap Friesland, dan wel b. 31 december 2002, indien het betreft een rioolwaterzuiveringsinrichting gelegen binnen het verzorgingsgebied van Zuiveringsschap Veluwe, Zuiveringsschap Rivierenland, Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier, Waterschap De Drie Ambachten, Waterschap Hulster Ambacht, Waterschap Zeeuwse Eilanden, Zuiveringschap Limburg, de Provincie Utrecht of de Provincie Groningen, dan wel c. 31 december 2005, indien het betreft een rioolwaterzuiveringsinrichting gelegen binnen het verzorgingsgebied van Waterschap De Aa, Waterschap de Dommel, Hoogheemraadschap van Delfland, Zuiveringschap Hollandse Eilanden en Waarden, Zuiveringschap Amstel- en Gooiland of de Gemeente Amsterdam. 2 Aan de vergunning wordt het voorschrift verbonden dat door de beheerder jaarlijks aan Onze Minister een rapport over de voortgang van een in zijn meerjarenbegroting vastgelegd plan van aanpak in zijn verzorgingsgebied wordt overgelegd, waarin is aangegeven op welke wijze en op welke termijn de grenswaarde dan wel het zuiveringsrendement van totaal-stikstof wordt gerealiseerd. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Stb. Het koninklijk besluit van 13 juni 1990, houdende regelen met betrekking tot grenswaarden voor fosfaat in door rioolwaterzuiveringsinrichtingen te lozen afvalwater (301), wordt ingetrokken. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Stb. Het koninklijk besluit van 3 juli 1992, houdende regelen met betrekking tot grenswaarden voor totaal-stikstof in door rioolwaterzuiveringsinrichtingen te lozen afvalwater (383), wordt ingetrokken. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit besluit wordt aangehaald als: Lozingenbesluit Wvo stedelijk afvalwater. 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 1996 140 29-02-1996 24-02-1996 01-04-1996