Besluit van 12 september 1996, houdende vaststelling van de Maatregel te boek gestelde luchtvaartuigen 1996
- BWB-id
- BWBR0008233
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2008-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008233
- ELI
- /eli/nl/amvb/1996/maatregel-te-boek-gestelde-luchtvaartuigen-1996
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1996/maatregel-te-boek-gestelde-luchtvaartuigen-1996/2008-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008233&g=2008-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008233&z=2026-06-06&g=2008-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008233/2008-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1996/maatregel-te-boek-gestelde-luchtvaartuigen-1996
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Kadasterwet de wet: de; b. verdragsregister: een buiten Nederland gehouden register als bedoeld in artikel I, eerste lid, onder ii, van het op 19 juni 1948 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende de internationale erkenning van rechten op luchtvaartuigen (Trb. 1952, 86); c. nationaliteitsregister: register als bedoeld in artikel 17 van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Stb. 1947, H 165). 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De verplichtingen die krachtens dit besluit rusten op de eigenaar van een luchtvaartuig, rusten, indien het luchtvaartuig toebehoort aan meer personen, aan een vennootschap onder firma, aan een commanditaire vennootschap of aan een rechtspersoon, mede op iedere mede-eigenaar, beherende vennoot of bestuurder. 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 01-10-1996
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Vervallen 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De bewaarder is bevoegd ter zake van het verzoek tot teboekstelling van een luchtvaartuig en ter zake van het verzoek of de aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een luchtvaartuig rechtstreeks in briefwisseling te treden met de houder van het desbetreffende verdragsregister. 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 01-10-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Teboekstelling is slechts mogelijk voor luchtvaartuigen met een maximaal toegelaten startmassa van ten minste 450 kilogram. 2 De teboekstelling van luchtvaartuigen vindt plaats door de inschrijving van het verzoek tot teboekstelling in de openbare registers. 3 De teboekstelling van luchtvaartuigen geschiedt voor ieder luchtvaartuig onder een eigen nummer, welke nummers een ononderbroken reeks vormen. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Hij die van een luchtvaartuig de teboekstelling wenst te verkrijgen, biedt de Dienst een daartoe strekkend verzoek ter inschrijving aan, waarin wordt vermeld of het luchtvaartuig reeds in de openbare registers dan wel in enig soortgelijk buitenlands register heeft te boek gestaan. 2 In geval van vroegere teboekstellingen wordt elke teboekstelling in het verzoek vermeld onder vermelding van het land of de staat, de plaats en dagtekening van de teboekstelling, alsmede van het register waarin en het volgnummer waaronder in dat register het verzoek tot teboekstelling is ingeschreven. 3 artikel 1303, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Indien het verzoek een luchtvaartuig betreft als bedoeld in, vermeldt het verzoek ook het verdragsregister of soortgelijk buitenlands register waar dat luchtvaartuig te boek staat. 4 artikel 1303, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Het verzoek dient tevens de verklaring in te houden, bedoeld in. De rechterlijke goedkeuring wordt door de griffier van het college, dat haar gegeven heeft, op het verzoek aangetekend. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 5, vierde lid Teneinde de in, bedoelde goedkeuring van de verklaring te verkrijgen, legt de verzoeker over: a. artikel 3.3 van de Wet luchtvaart een bewijs van inschrijving van het luchtvaartuig in het Nederlandse register voor burgerluchtvaartuigen, bedoeld in; b. een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven verklaring waaruit de maximaal toegelaten massa van het luchtvaartuig blijkt; c. ingeval het luchtvaartuig reeds in een verdragsregister of in enig soortgelijk buitenlands register heeft te boek gestaan, een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat de teboekstelling is doorgehaald nadat aan die autoriteit was gebleken dat ten aanzien van het luchtvaartuig geen rechten of beslagen waren ingeschreven dan wel dat degenen van wier recht of beslag uit een inschrijving blijkt, in de doorhaling hadden toegestemd, benevens een koopakte of enig ander stuk waaruit blijkt dat de verzoeker eigenaar van het luchtvaartuig is; d. ingeval het luchtvaartuig reeds in een verdragsregister of in enig soortgelijk buitenlands register te boek staat en in dat geval de verzoeker de eigendom van het luchtvaartuig heeft verkregen door toewijzing na een executie welke in Nederland heeft plaatsgevonden, een authentiek afschrift van het desbetreffende proces-verbaal van toewijzing; e. ingeval het luchtvaartuig niet in de openbare registers, een verdragsregister of in enig soortgelijk buitenlands register heeft te boek gestaan alsmede ingeval na de doorhaling van een vorige teboekstelling in de openbare registers geen teboekstelling in een verdragsregister of enig soortgelijk buitenlands register heeft plaatsgevonden, een verklaring van de bouwer, de koopakte of enig ander stuk waaruit blijkt dat de verzoeker eigenaar van het luchtvaartuig is; f. andere bescheiden, welke ter beoordeling of het luchtvaartuig voor teboekstelling vatbaar is, nodig mochten zijn. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 4, onderdeel b, van de wet artikel 10 van de wet Stukken ter verkrijging van inschrijving van feiten die betrekking hebben op luchtvaartuigen of op rechten waaraan die luchtvaartuigen zijn onderworpen, worden, voor zover in papieren vorm, aangeboden op een plaats als bedoeld inen, voor zover in elektronische vorm, aan een elektronisch postadres als bedoeld in. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 1304, eerste lid, onder a, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Het verzoek, bedoeld in, wordt, voorzien van de in het vierde lid van dat artikel bedoelde rechterlijke machtiging, ter inschrijving aangeboden. 2 De rechterlijke machtiging tot doorhaling wordt door de griffier van het college dat haar gegeven heeft, op het verzoek aangetekend. 3 artikel 102, eerste lid, van de wet artikel 92, tweede lid, onder a, c, d, e, f en g, van de wet Teneinde deze machtiging te verkrijgen legt de verzoeker over een uittreksel van de registratie voor luchtvaartuigen, als bedoeld in, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 1304, eerste lid, onder b, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek De aangifte, bedoeld in, wordt, voorzien van de in het vierde lid van dat artikel bedoelde rechterlijke machtiging, ter inschrijving aangeboden. 2 De rechterlijke machtiging tot doorhaling wordt door de griffier van het college dat haar gegeven heeft, op de aangifte aangetekend. 3 Teneinde deze machtiging te verkrijgen legt de verzoeker over: a. artikel 102, eerste lid, van de wet artikel 92, tweede lid, onderdelen a, c tot en met g, en l, van de wet een uittreksel van de registratie voor luchtvaartuigen, als bedoeld in, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen; b. artikel 3.3 van de Wet luchtvaart indien het luchtvaartuig niet of niet meer de hoedanigheid van Nederlands luchtvaartuig heeft, een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven verklaring, dat de inschrijving van het luchtvaartuig in het Nederlandse register voor burgerluchtvaartuigen, bedoeld in, is doorgehaald; c. in de andere gevallen de bescheiden, waaruit de gestelde feiten blijken. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 1304, eerste lid, onder b, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Het verzoek tot het verlenen van rechterlijke machtiging tot ambtshalve doorhaling, bedoeld in, wordt, voorzien van de in het vierde lid van dat artikel bedoelde rechterlijke machtiging, in de openbare registers ingeschreven. 2 De rechterlijke machtiging tot doorhaling wordt door de griffier van het college dat haar gegeven heeft, op het verzoek aangetekend. 3 Teneinde deze machtiging te verkrijgen legt de bewaarder bij het verzoek over: a. artikel 102, eerste lid, van de wet artikel 92, tweede lid, onderdelen a, c tot en met g, en l, van de wet een uittreksel van de registratie voor luchtvaartuigen, als bedoeld in, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen; b. artikel 1304, eerste lid, onder b, onderdelen 1°, 2° en 3°, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikel 3.3 van de Wet luchtvaart in gevallen als bedoeld in, een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven verklaring, dat de inschrijving van het luchtvaartuig in het Nederlandse register voor burgerluchtvaartuigen, bedoeld in, is doorgehaald; c. artikel 1304, eerste lid, onder b, onderdeel 4°, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in een geval als bedoeld in, een door de bevoegde autoriteit afgegeven bewijsstuk van teboekstelling of een uittreksel uit het verdragsregister waaruit blijkt dat het luchtvaartuig aldaar te boek staat. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 1304, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Ingeval een verzoek of aangifte is gedaan met het oog op doorhaling van de teboekstelling van een luchtvaartuig, geeft de bewaarder, behalve in een geval als bedoeld in, hieraan slechts gevolg, indien geen inschrijvingen of voorlopige aantekeningen ten gunste van derden betreffende het luchtvaartuig bestaan of, indien zodanige inschrijvingen of voorlopige aantekeningen wel bestaan, geen dezer derden zich tegen doorhaling verzet. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Nadat een luchtvaartuig is te boek gesteld dan wel de teboekstelling van een luchtvaartuig is doorgehaald, zendt de bewaarder daaromtrent per brief een kennisgeving aan de personen die dienaangaande volgens de bij de Dienst bekende gegevens belanghebbenden zijn. 2 Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 f artikel 584, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering f artikel 584, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Het ter openbare kennis brengen van de voor de verkoop van een luchtvaartuig bestemde dag, bedoeld in, geschiedt door aankondiging van de voorgenomen verkoop in de Staatscourant en in ten minste twee te 's-Gravenhage veel gelezen dagbladen, welke zullen worden aangewezen door de rechtbank, bedoeld in. 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 01-10-1996
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 92, tweede lid, onder d, e en f, van de wet Indien van een te boek staand luchtvaartuig enig ingenoemd gegeven is gewijzigd, dan wel het luchtvaartuig enige andere wijziging heeft ondergaan waardoor de beschrijving van het luchtvaartuig in de registratie voor luchtvaartuigen niet meer aan de werkelijkheid beantwoordt, kan de eigenaar een aangifte ter inschrijving aanbieden waarin de wijziging wordt vermeld. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stelt de vorm vast van de verklaring, bedoeld in artikel 1303, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, en van de in hoofdstuk 2 bedoelde verzoeken en aangiften. Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de in artikel 14 bedoelde aangifte. 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 01-10-1996
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 1996. 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 01-10-1996
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Dit besluit wordt aangehaald als: Maatregel te boek gestelde luchtvaartuigen, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin het zal worden geplaatst. 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 1996 471 26-09-1996 12-09-1996 01-10-1996