Besluit van 25 juni 1997 tot uitvoering van de Huursubsidiewet, met uitzondering van de bepalingen van die wet betreffende de beheersing van de huurlasten en de huursubsidieuitgaven (Huursubsidiebesluit)
- BWB-id
- BWBR0008763
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008763
- ELI
- /eli/nl/amvb/1997/besluit-op-de-huurtoeslag
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1997/besluit-op-de-huurtoeslag/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008763&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008763&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008763/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1997/besluit-op-de-huurtoeslag
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet op de huurtoeslag In dit besluit wordt verstaan onder wet:. 2010 42 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 2 van de wet artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Op verzoek blijft voor de toepassing van, vanen de op die artikelen berustende bepalingen voor zover het betreft het toekennen van een huurtoeslag, een huurder, diens partner of een medebewoner buiten beschouwing indien: a. hij langer dan een jaar op een ander adres verblijft dan het adres waarop hij als ingezetene in de basisregistratie personen staat ingeschreven, en b. sprake is van een bijzondere omstandigheid. 2 Als een bijzondere omstandigheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt aangemerkt een verblijf in: a. een verpleeghuis; b. een psychiatrische inrichting; c. een penitentiaire inrichting. 2013 495 09-12-2013 28-11-2013 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2 van de wet artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Op verzoek blijft voor de toepassing van, vanen de op die artikelen berustende bepalingen voor zover het betreft het toekennen van een huurtoeslag, een partner of medebewoner buiten beschouwing indien sprake is van een verzorgingsbehoefte bij de huurder, diens partner of een medebewoner. 2 Het eerste lid geldt uitsluitend ten aanzien van de partner of medebewoner die met het oog op de verzorgingsbehoefte van de huurder of van hemzelf als ingezetene op hetzelfde woonadres als de huurder staat ingeschreven in de basisregistratie personen en is van toepassing indien: a. artikel 7.1.1 van de Wet langdurige zorg de verzorgingsbehoefte blijkt uit een indicatiebesluit van het CIZ, genoemd in; b. artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 het voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld inover het berekeningsjaar van de in het eerste lid bedoelde buiten beschouwing te laten persoon, niet meer bedraagt dan € 5.516 en c. het gezamenlijke toetsingsinkomen van de huurder, diens partner en de medebewoners, met inbegrip van de in het eerste lid bedoelde buiten beschouwing te laten persoon, niet meer bedraagt dan € 60.525. 3 Voor de toepassing van het eerste lid wordt geen rekening gehouden met de verzorgingsbehoefte van een minderjarige eerstegraads bloed- of aanverwant in de neergaande lijn. 4 Artikel 27, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op de in het tweede lid, onderdelen b en c, vermelde bedragen, waarbij ten aanzien van het in het tweede lid, onderdeel c, vermelde bedrag het resultaat naar boven wordt afgerond op een veelvoud van € 25. 2025 39783 25-11-2025 21-11-2025 2025-0000649909 2025 39783 25-11-2025 21-11-2025 2025-0000649909 01-01-2026
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b 1 artikel 7, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Op verzoek blijven bij de toepassing vanvoor zover het betreft het toekennen van een huurtoeslag, de navolgende bestanddelen van het toetsingsinkomen buiten beschouwing: a. artikel 66, eerste lid, van de Pensioenwet artikel 78, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling afkoopsommen van ouderdoms- of nabestaandenpensioen die in het berekeningsjaar niet meer bedragen dan het bedrag dat is opgenomen inen; b. afdeling 3.3 3.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 nabetalingen van inkomsten als bedoeld inen; c. artikel 49 van de Algemene nabestaandenwet wezenuitkeringen die met toepassing vanaan een ander dan de wettelijke vertegenwoordiger van het kind betaalbaar zijn gesteld; d. Liquidatiewet ongevallenwetten afkoopsommen op grond van de; e. artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 2:51 3:9 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 6.20, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 verhogingen op grond van,ofofvoorzover het bedrag van de verhoging niet hoger is dan het ingenoemde drempelbedrag voor uitgaven voor specifieke zorgkosten. 2 Indien sprake is van een nabetaling die over de berekeningsjaren waarop deze nabetaling betrekking heeft gemiddeld meer dan € 2300 per jaar bedraagt, vindt het eerste lid, onderdeel b, uitsluitend toepassing indien over de berekeningsjaren waarop de nabetaling betrekking heeft minder huurtoeslag zou worden genoten dan indien de betrokken inkomsten niet als nabetaling zouden zijn uitbetaald. 3 Indien de belanghebbende gedurende het gehele berekeningsjaar een partner heeft, wordt het in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde drempelbedrag voor uitgaven voor specifieke zorgkosten verdubbeld. 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 01-01-2015
Artikel 2c — Artikel 2c#
Artikel 2c artikelen 2, eerste lid 2a, eerste lid 2b, eerste lid, onderdelen c en e Een verzoek als bedoeld in de,, en, wordt geacht mede te zijn gedaan voor op het berekeningsjaar volgende berekeningsjaren. 2021 39 02-02-2021 20-01-2021 2021 39 02-02-2021 20-01-2021 03-02-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 11, eerste lid, onder b, van de wet Een woongebouw of een woning waarvan onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt als bedoeld in, kan op voet van artikel 11, tweede lid, van de wet, slechts door de Dienst Toeslagen worden aangewezen indien: a. de desbetreffende woonruimten geschikt en bestemd zijn voor: 1°. begeleid wonen, of een daarmee vergelijkbare woonvorm, of 2°. groepswonen door ouderen, of een daarmee vergelijkbare woonvorm; b. de desbetreffende huurovereenkomst naar haar aard niet van korte duur is; c. de rekenhuur niet anders dan door middel van een huurtoeslag wordt gesubsidieerd, en d. de desbetreffende woonruimten zodanig zijn verdeeld dat elke huurder over minimaal één privé-vertrek beschikt. 2 Een woongebouw of een woning waarvan onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, kan voorts slechts worden aangewezen indien: a. de desbetreffende woonruimten bestemd zijn voor huurders die zonder zorg of begeleiding niet zelfstandig kunnen wonen; b. het begeleid wonen of de daarmee vergelijkbare woonvorm gericht is op integratie en acceptatie van de bewoners in de nabije omgeving; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen Wet langdurige zorg Zorgverzekeringswet Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Jeugdwet de zorg of begeleiding plaatsvindt door een instelling als bedoeld in, die zorg verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge deof door een andere deskundige, erkende hulpverleningsinstantie, of de huurders beschikken over een persoonsgebonden budget als bedoeld in de Wet langdurige zorg, de, deof de; d. er een gescheiden huur- en zorgovereenkomst is, en e. de desbetreffende woonruimten niet bestemd zijn om uitsluitend te worden bewoond door minderjarige huurders. 3 Een woongebouw of een woning waarvan onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, kan voorts slechts worden aangewezen indien: a. alle huurders van de desbetreffende woonruimten zijn genoemd in één overeenkomst van huur en verhuur; b. in de desbetreffende woonruimten ten minste drie huishoudens zijn gehuisvest, en c. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet ten minste 80 procent van de huurders van de desbetreffende woonruimten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, hebben bereikt. 4 De Dienst Toeslagen kan de aanwijzing intrekken indien niet langer wordt voldaan aan het eerste, tweede of derde lid. 2025 424 10-12-2025 04-12-2025 2025 424 10-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2004 292 30-06-2004 15-06-2004 2004 293 30-06-2004 30-06-2004 29463 01-07-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Huursubsidiewet (verhoging gedeelte rekenhuur dat voor rekening van
huurder blijft) in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2004 43 10-02-2004 26-01-2004 2004 110 25-03-2004 15-03-2004 26-03-2004 01-07-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 6, eerste lid, onder b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte wet artikel 5 van het Besluit huurprijzen woonruimte De voorzitter van de huurcommissie vermeldt in de verklaring, bedoeld in, de hoogte van de huurprijs en of deze al dan niet redelijk is, beoordeeld naar de bij of krachtens diegestelde regels. Indien de voorzitter van oordeel is dat de huurprijs niet redelijk is, vermeldt hij tevens het puntenaantal van de woning op basis van het waarderingsstelsel, bedoeld in. 2010 42 16-02-2010 04-02-2010 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 21, eerste lid, onder b, van de wet Het percentage, bedoeld in, is 65. 2 artikel 21, eerste lid, onder c, van de wet Het percentage, bedoeld in, is 40. 2011 644 23-12-2011 17-11-2011 2011 644 23-12-2011 17-11-2011 01-01-2012
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Wijzigt het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand. 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 02-07-1997 01-07-1997 Werkt terug tot en met 1 juli 1997.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Wijzigt het Besluit financiële toevoegingsgrenzen. 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 02-07-1997 01-07-1997 Werkt terug tot en met 1 juli 1997.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Wijzigt het Bijstandsbesluit krediethypotheek. 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 02-07-1997 01-07-1997 Werkt terug tot en met 1 juli 1997.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wijzigt het Besluit gegevensverstrekking sociale verzekeringen 1997. 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 02-07-1997 01-07-1997 Werkt terug tot en met 1 juli 1997.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Wijzigt het Huisvestingsbesluit. 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 02-07-1997 01-07-1997 Werkt terug tot en met 1 juli 1997.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Wijzigt het Besluit beheer sociale-huursector. 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 02-07-1997 01-07-1997 Werkt terug tot en met 1 juli 1997.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Op subsidietijdvakken die zijn aangevangen onder de werking van de Wet individuele huursubsidie blijven van toepassing het Besluit individuele huursubsidie en het Besluit verklaring huurgegevens individuele huursubsidie. 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 02-07-1997 01-07-1997 Werkt terug tot en met 1 juli 1997.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1997. 2 Staatsblad Indien hetwaarin dit besluit wordt gepubliceerd wordt uitgegeven op of na 1 juli 1997, werkt het terug tot en met 1 juli 1997. 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 1997 269 01-07-1997 25-06-1997 02-07-1997 01-07-1997 Werkt terug tot en met 1 juli 1997.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit op de huurtoeslag. 2005 692 27-12-2005 22-12-2005 2005 692 27-12-2005 22-12-2005 01-01-2006 Artikel XV van Stb. 2005/692 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.