Besluit van 27 maart 1997, houdende nieuwe regels met betrekking tot het verstrekken van subsidie ten behoeve van het herstel van beschermde monumenten (Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997)
- BWB-id
- BWBR0008615
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2003-06-18 t/m 2006-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008615
- ELI
- /eli/nl/amvb/1997/besluit-rijkssubsidi-ring-restauratie-monumenten-1997
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1997/besluit-rijkssubsidi-ring-restauratie-monumenten-1997/2003-06-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008615&g=2003-06-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008615&z=2026-06-06&g=2003-06-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008615/2003-06-18
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1997/besluit-rijkssubsidi-ring-restauratie-monumenten-1997
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Monumentenwet 1988 de wet: de; b. eigenaar: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een beschermd monument; c. restauratie: werkzaamheden aan een beschermd monument, het normale onderhoud te boven gaand, die voor het herstel van het beschermd monument noodzakelijk zijn; d. artikel 16 subsidiabele restauratiekosten: kosten als bedoeld in; e. artikel 15 van de wet budgethoudende gemeente: een gemeente die beschikt over een in werking getreden verordening als bedoeld inen waarin ten minste 100 beschermde monumenten gelegen zijn; f. artikel 5 budget: het budget, bedoeld in. 2 artikel 6, van de wet Het aantal beschermde monumenten dat in een gemeente is gelegen, wordt eenmaal in de vier jaar bepaald aan de hand van het register, bedoeld in; de eerste keer naar de stand van 1 januari 1997. 2003 109 20-03-2003 24-02-2003 2003 237 17-06-2003 23-05-2003 18-06-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 11 Onze minister kan aan de eigenaar van een beschermd monument dat voorkomt in een gemeentelijk restauratie-uitvoeringsprogramma als bedoeld insubsidie verstrekken in de subsidiabele restauratiekosten van dat monument. 2 artikel 12 Onze minister kan aan de eigenaar van een beschermd monument dat voorkomt in een provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma als bedoeld insubsidie verstrekken in de subsidiabele restauratiekosten van dat monument. 3 Een subsidie als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt slechts verstrekt voorzover: a. het budget van de budgethoudende gemeente of van de provincie in het jaar of de jaren ten laste waarvan de subsidie wordt verstrekt, toereikend is; en b. de som van vier opeenvolgende budgetten toereikend is. 4 b Een periode van vier opeenvolgende budgetten als bedoeld in het derde lid, onderdeel, valt samen met elke periode van vier jaren, te rekenen vanaf het jaar 2002. 5 b Zolang binnen een periode van vier jaren als bedoeld in het vierde lid voor een of meer jaren geen budget is vastgesteld, wordt uitsluitend om de som van het derde lid, onderdeel, te kunnen maken, het vastgestelde budget of het gemiddelde van twee of drie vastgestelde budgetten, geacht te zijn vastgesteld voor het tweede, derde of vierde jaar. 2003 109 20-03-2003 24-02-2003 2003 237 17-06-2003 23-05-2003 18-06-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Subsidie wordt in ieder geval niet verstrekt: a. voor zover in de subsidiabele restauratiekosten subsidie is verstrekt op grond van een andere rijkssubsidieregeling; b. Wet op de omzetbelasting voor zover de subsidiabele restauratiekosten op grond van deop verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht; c. artikel 11 indien de vergunning, bedoeld invan de wet, niet is verleend; d. indien met de restauratie is begonnen voordat Onze minister de subsidiabele restauratiekosten heeft vastgesteld; e. ten behoeve van de restauratie van archeologische monumenten. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 1998 266 14-05-1998 20-04-1998 1998 266 14-05-1998 20-04-1998 01-08-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per vier jaar een restauratie-behoefteraming bij Onze minister indienen vóór 1 mei van enig jaar. 2 Een restauratie-behoefteraming bestaat uit een inventarisatie van alle restauraties die binnen een gemeente uitvoering behoeven. 3 De inventarisatie, bedoeld in het tweede lid, wordt opgesteld volgens een door Onze minister nader voor te schrijven methode waarbij categorieën van monumenten en soorten van restauratie kunnen worden onderscheiden. 4 artikel 6, van de wet In een restauratie-behoefteraming worden betrokken de monumenten die naar de stand van 1 januari 1997 dan wel telkens vier jaar later in het register, bedoeld inzijn opgenomen, met uitzondering van de monumenten die eigendom zijn van de Staat. 2003 109 20-03-2003 24-02-2003 2003 237 17-06-2003 23-05-2003 18-06-2003 Met het oog op de invoering van een nieuw regime voor het herstel
en de instandhouding van beschermde monumenten als bedoeld in
artikel 34 van de Monumentenwet 1988, blijft dit artikel buiten
werking voor de restauratie-behoefteraming die burgemeester en
wethouders vóór 1 mei 2005 kunnen indienen (Stb. 2004/450).
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onze minister stelt jaarlijks vóór 1 oktober ten behoeve van de budgethoudende gemeenten op basis van hun restauratie-behoefteraming het budget vast. 2 Onze minister stelt jaarlijks vóór 1 oktober ten behoeve van de provincies op basis van de restauratie-behoefteramingen van de niet-budgethoudende gemeenten het budget vast. 3 artikel 6 Het budget, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de verhouding van het aantal restauratie-eenheden in een gemeente tot het landelijk gemeten aantal restauratie-eenheden te vermenigvuldigen met het bedrag dat Onze minister voor de toepassing van dit besluit ten laste van de begroting van het zesde jaar, bedoeld in, wil brengen. 4 artikel 6 Het budget, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door de verhouding van de som van het aantal restauratie-eenheden van de gemeenten, bedoeld in het tweede lid, tot het landelijk gemeten aantal restauratie-eenheden te vermenigvuldigen met het bedrag dat Onze minister voor de toepassing van dit besluit ten laste van de begroting van het zesde jaar, bedoeld in, wil brengen. 5 Een restauratie-eenheid als bedoeld in het derde en vierde lid is een getal per monument dat ontstaat door van elke door Onze minister te onderscheiden werkzaamheid het geïnventariseerde aantal te vermenigvuldigen met de door Onze minister voor de door hem te onderscheiden werkzaamheden vast te stellen normgetallen. 2003 109 20-03-2003 24-02-2003 2003 237 17-06-2003 23-05-2003 18-06-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 Budgetten hebben betrekking op het zesde jaar volgend op het jaar waarin ze op grond vanmoeten worden vastgesteld. 2 Budgetten worden vastgesteld onder de voorwaarde dat voldoende begrotingsgelden ter beschikking worden gesteld. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2003 109 20-03-2003 24-02-2003 2003 237 17-06-2003 23-05-2003 18-06-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Indien een budgethoudende gemeente na 30 april een restauratie-behoefteraming indient, wordt voor de desbetreffende gemeente in dat jaar geen budget vastgesteld. 2 Indien een niet-budgethoudende gemeente na 30 april een restauratie-behoefteraming heeft ingediend, wordt die restauratie-behoefteraming in dat jaar buiten de vaststelling van de budgetten gehouden. 3 artikel 4, derde lid Indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat een restauratie-behoefteraming niet is opgesteld volgens de methode, bedoeld in, dan wel dat daarin onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste vaststelling zou hebben geleid, kan in geval van een budgethoudende gemeente de vaststelling van het budget worden geweigerd, en kan in geval van een provincie die restauratie-behoefteraming buiten de vaststelling van het budget worden gehouden. 4 Een restauratie-behoefteraming die ouder is dan vier jaren wordt niet betrokken bij de vaststelling van het budget. 2003 109 20-03-2003 24-02-2003 2003 237 17-06-2003 23-05-2003 18-06-2003 Met het oog op de invoering van een nieuw regime voor het herstel
en de instandhouding van beschermde monumenten als bedoeld in
artikel 34 van de Monumentenwet 1988, blijft dit artikel buiten
werking voor de restauratie-behoefteraming die burgemeester en
wethouders vóór 1 mei 2005 kunnen indienen (Stb. 2004/450).
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 5, derde of vierde lid Onze minister kan vastgestelde budgetten verhogen, met inachtneming van. 2 Onze minister kan vastgestelde budgetten verlagen: a. voor zover de vaststelling onjuist was; b. voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen ongewijzigde handhaving van de hoogte van de budgetten verzetten. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 2 Ten laste van een budget kunnen tot 1 oktober van het jaar waarop het budget betrekking heeft, aanvragen om subsidie als bedoeld inworden ingediend. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het bestuur van een budgethoudende gemeente kan jaarlijks een gemeentelijk restauratie-uitvoeringsprogramma vaststellen waarin staat aangegeven welke beschermde monumenten naar zijn oordeel voor subsidie in aanmerking komen en in welke volgorde. 2 Een gemeentelijk restauratie-uitvoeringsprogramma heeft betrekking op de periode van zes jaren waarvoor Onze minister budgetten heeft vastgesteld. 3 Het gemeentebestuur kan wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk restauratie-uitvoeringsprogramma. 4 Het gemeentebestuur stelt Onze minister terstond op de hoogte van een besluit tot vaststelling van een gemeentelijk restauratie-uitvoeringsprogramma of een besluit tot wijziging daarvan. 2000 390 03-10-2000 19-09-2000 2000 528 07-12-2000 27-11-2000 08-12-2000
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het provinciaal bestuur kan jaarlijks voor de binnen de provincie gelegen niet-budgethoudende gemeenten een provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma vaststellen waarin staat aangegeven welke beschermde monumenten uit die gemeenten en in welke volgorde naar zijn oordeel voor subsidie in aanmerking komen. 2 De besturen van de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, kunnen jaarlijks vóór 1 oktober kenbaar maken welke beschermde monumenten naar hun oordeel in het restauratie-uitvoeringsprogramma opgenomen zouden moeten worden en in welke volgorde. 3 afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht De voorbereiding van een provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma vindt plaats volgens de ingeregelde procedure. 4 Bij de vaststelling van een provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma wijkt het provinciaal bestuur niet af van een volgorde als bedoeld in het tweede lid. 5 Artikel 11, tweede, derde en vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2000 390 03-10-2000 19-09-2000 2000 528 07-12-2000 27-11-2000 08-12-2000
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Op aanvraag van een budgethoudende gemeente betrekt het provinciaal bestuur die gemeente bij het vaststellen van het provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma. 2 artikel 2, vierde lid Indien een bij een provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma betrokken budgethoudende gemeente vraagt om die betrokkenheid op te heffen, vindt de opheffing plaats met ingang van het eerste jaar van de eerst volgende periode van vier jaren, bedoeld in. 3 Afschrift van een aanvraag als bedoeld in het eerste of tweede lid zenden burgemeester en wethouders aan Onze minister. 2003 109 20-03-2003 24-02-2003 2003 237 17-06-2003 23-05-2003 18-06-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De eigenaar dient de aanvraag om subsidie, vergezeld van een restauratieplan en een begroting van de restauratiekosten, in bij burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het desbetreffende beschermde monument is gelegen. 2 Het restauratieplan bestaat uit: a. een beschrijving van de technische staat van het beschermd monument, waarin de gebreken van het beschermd monument nauwkeurig vermeld staan; b. tekeningen van de bestaande toestand en tekeningen waarop de voorgenomen herstelwerkzaamheden of wijzigingen staan aangegeven; c. a een op de onderbedoelde beschrijving gebaseerd bestek of gebaseerde werkomschrijving per onderdeel van de toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren alsmede van de wijze van verwerking daarvan. 3 De begroting omvat alle kosten van de restauratie, is niet ouder dan 2 jaar en is gespecificeerd in hoeveelheden, uren en materialen. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Burgemeester en wethouders van een budgethoudende gemeente zenden de aanvraag, vergezeld van een door hen opgestelde berekening van de hoogte van de subsidiabele restauratiekosten binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag door aan Onze minister. Zij geven daarbij aan of de aanvraag gelet op het gemeentelijk restauratie-uitvoeringsprogramma voor inwilliging in aanmerking komt en ten laste van welk voor de gemeente vastgesteld budget de subsidie zou moeten worden gebracht. 2 artikel 13, eerste lid Burgemeester en wethouders van een niet-budgethoudende gemeente of van een budgethoudende gemeente die de aanvraag, bedoeld in, heeft gedaan, zenden de aanvraag, vergezeld van een door burgemeester en wethouders opgestelde berekening van de hoogte van de subsidiabele restauratiekosten binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag door aan gedeputeerde staten. 3 artikel 15 Burgemeester en wethouders van een gemeente zonder verordening als bedoeld invan de wet zenden de aanvraag binnen vier weken door aan gedeputeerde staten. 4 Gedeputeerde staten zenden de aanvraag, bedoeld in het tweede of derde lid, binnen twee weken na de doorzending van de aanvraag door aan Onze minister. Zij geven daarbij aan of de aanvraag gelet op het provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma voor inwilliging in aanmerking komt en ten laste van welk voor de provincie vastgesteld budget de subsidie zou moeten worden gebracht. 5 Burgemeester en wethouders alsmede gedeputeerde staten stellen de eigenaar in kennis van een doorzending als bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid. 6 Indien de doorzending, bedoeld in de vorige leden, niet binnen het in die leden gestelde aantal weken kan plaatsvinden, stellen burgemeester en wethouders, of gedeputeerde staten de eigenaar daarvan in kennis en noemen daarbij een redelijke termijn waarbinnen de doorzending wel tegemoet kan worden gezien. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Subsidiabele restauratiekosten zijn kosten die, met inachtneming van het tweede tot en met zevende lid, naar het oordeel van Onze minister noodzakelijk zijn om de onderdelen van een beschermd monument, die monumentale waarde bezitten te herstellen of te conserveren. 2 artikel 6 De monumentale waarde van een beschermd monument wordt bepaald door de dragende onderdelen, de vloeren en het omhulsel, alsmede door die onderdelen of objecten die blijkens het register, bedoeld invan de wet, dan wel naar het oordeel van Onze minister van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuur-historische waarde. 3 artikel 6 Indien uit het register, bedoeld invan de wet, blijkt dat een monument uitsluitend beschermd is vanwege één of meer met name genoemde onderdelen of objecten, wordt de monumentale waarde van dat monument uitsluitend bepaald door die onderdelen of objecten. 4 Subsidiabele restauratiekosten zijn tevens kosten die gemaakt worden voor: a. voorzieningen aan een beschermd monument, die naar het oordeel van Onze minister nodig zijn ten behoeve van een regelmatige inspectie daarvan; b. artikel 28, eerste lid installaties ter voorkoming van brand of blikseminslag voor zover die installaties door Onze minister op grond van, zijn voorgeschreven; c. schilderwerk voor zover de te schilderen onderdelen gerestaureerd worden en de kosten daarvan subsidiabel zijn; d. leges, naar evenredigheid van de verhouding tussen de subsidiabele en de niet-subsidiabele restauratiekosten; e. artikel 27, tweede lid een Casco-All-Risk verzekering als bedoeld in, naar evenredigheid van de verhouding tussen de subsidiabele en de niet-subsidiabele restauratiekosten; f. directiekosten naar evenredigheid van de verhouding tussen de subsidiabele en de niet-subsidiabele restauratiekosten; g. bouwhistorisch onderzoek. 5 Indien een eigenaar zelf werkzaamheden in het kader van een restauratie verricht, zijn diens loonkosten niet subsidiabel tenzij hij die werkzaamheden verricht in het kader van een door hem gedreven onderneming. 6 Indien restauratiekosten op grond van een verzekering worden gedekt, worden de subsidiabele restauratiekosten verminderd met het bedrag dat ontstaat door het bedrag van de verzekeringspenningen te vermenigvuldigen met de breuk die ontstaat door de subsidiabele restauratiekosten te delen door de restauratiekosten. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De subsidie bedraagt twintig procent van de subsidiabele restauratiekosten. 2 In afwijking van het eerste lid gelden de volgende percentages: a. voor kerkelijke monumenten: 40; b. artikel 24, vierde lid, van de Successiewet 1956 voor monumenten met uitzondering van molens, waarvan de eigenaar een in Nederland gevestigde privaatrechtelijke rechtspersoon is die zonder winstoogmerk in hoofdzaak de instandhouding van één of meer monumenten ten doel heeft en die is gerangschikt onder de instellingen, bedoeld in: 40; c. voor molens en gemalen die uit een oogpunt van monumentenzorg bedrijfsvaardig zijn of door de restauratie bedrijfsvaardig worden gemaakt en waarvan de eigenaar een in Nederland gevestigde privaatrechtelijke rechtspersoon is die zonder winstoogmerk in hoofdzaak de instandhouding van één of meer monumenten ten doel heeft: 40; d. c voor monumenten waarvan de eigenaar een publiekrechtelijke rechtspersoon is en voor andere dan de onderbedoelde molens en gemalen die uit een oogpunt van monumentenzorg bedrijfsvaardig zijn of door de restauratie bedrijfsvaardig worden gemaakt: 30; e. a b d Voor orgels, carillons, klokken en uurwerken, die deel uitmaken van een monument en die vermeld worden in het register waarin het monument is ingeschreven, voor zover dat monument valt: onder de onderofgenoemde categorie: 40; onder de ondergenoemde categorie: 30. 3 De percentages, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden met 30 verhoogd, indien ten tijde van de indiening van de aanvraag om subsidie bij de gemeente, de eigenaar: a. artikelen 2 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een lichaam is dat niet behoort tot de belastingplichtigen, bedoeld in deen; b. artikel 5, onderdeel a, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 10.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 een lichaam is als bedoeld inwaaropniet van toepassing is; c. artikel 5, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een lichaam is als bedoeld in; d. artikel 6 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een lichaam is dat op grond vanis vrijgesteld van belasting; e. artikel 6.1, tweede lid, onderdeel g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 een natuurlijke persoon is, die de kosten van restauratie niet kan aanmerken als uitgaven waarvoor hij persoonsgebonden aftrek in de zin vankan genieten, zulks blijkens een daartoe strekkende beslissing van de belastingdienst, en voorzover het monument door hem niet wordt gebruikt in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf. 2003 109 20-03-2003 24-02-2003 2003 237 17-06-2003 23-05-2003 18-06-2003
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Onze minister beslist op de aanvraag binnen redelijke termijn na de doorzending van de aanvraag door burgemeester en wethouders of door gedeputeerde staten. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Indien de beschikking een subsidieverlening inhoudt, vermeldt Onze minister daarin: a. de door hem vastgestelde subsidiabele restauratiekosten; b. het jaar of de jaren waarin de subsidie kan worden bevoorschot; c. het jaar of de jaren waarin de subsidie kan worden betaald. 2 Indien de beschikking een afwijzing inhoudt, vermeldt Onze minister daarin de door hem vastgestelde subsidiabele restauratiekosten. 3 Afschrift van de beschikking, bedoeld in het eerste en tweede lid, zendt Onze minister aan burgemeester en wethouders, aan gedeputeerde staten en aan de Stichting Nationaal Restauratiefonds. 2000 390 03-10-2000 19-09-2000 2000 528 07-12-2000 27-11-2000 08-12-2000
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 17, derde lid De eigenaar aan wie een subsidie is verleend, komt in aanmerking voor een door de Stichting Nationaal Restauratiefonds te verstrekken hypothecaire geldlening ten behoeve van de restauratie onder door die stichting te bepalen voorwaarden, tenzij de subsidie is verleend met toepassing van. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het budget van de budgethoudende gemeente of de provincie, waarin het beschermd monument ten behoeve waarvan een subsidie is verleend, is gelegen, wordt verminderd met het bedrag van de subsidie dat de beschikking tot subsidieverlening vermeldt. 2 artikel 20 Indien de eigenaar voor de inbedoelde hypothecaire geldlening in aanmerking komt, wordt het desbetreffende budget van de budgethoudende gemeente of de provincie tevens verminderd met een bedrag ter grootte van 30% van de subsidiabele restauratiekosten. 3 artikel 20 Indien het desbetreffende budget van de budgethoudende gemeente of de provincie niet toereikend is om ten laste daarvan zowel een subsidie, vastgesteld volgens dit besluit, als het bedrag ten behoeve van een hypothecaire geldlening als bedoeld inte brengen, stelt Onze minister de te verlenen subsidie alsmede het bedrag ten behoeve van de hypothecaire geldlening in hun onderlinge verhouding lager vast, zodat de som van beide bedragen gelijk is aan dat budget. 2003 109 20-03-2003 24-02-2003 2003 237 17-06-2003 23-05-2003 18-06-2003
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 b artikel 19, eerste lid, onderdeel Nadat subsidie is verleend, kan Onze minister aan de eigenaar op basis van door de eigenaar via burgemeester en wethouders bij Onze minister ingediende overzichten van gemaakte kosten, die vergezeld gaan van de desbetreffende originele rekeningen, voorschotten verstrekken in het jaar of de jaren, bedoeld in. 2 artikel 23, tweede lid Burgemeester en wethouders voegen aan de overzichten, bedoeld in het eerste lid, een verklaring als bedoeld in, toe. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De restauratie wordt door burgemeester en wethouders begeleid. 2 De begeleiding houdt in ieder geval in dat burgemeester en wethouders ten minste eenmaal per kwartaal een verklaring opstellen betreffende de tot het moment van opstelling verrichte restauratiewerkzaamheden en de daarvoor gemaakte kosten. 3 Burgemeester en wethouders zenden de verklaring, bedoeld in tweede lid, naar Onze minister en in afschrift naar de Stichting Nationaal Restauratiefonds. 4 Indien burgemeester en wethouders aan Onze minister berichten dat zij niet in staat zijn een bepaalde restauratie te begeleiden, wordt de restauratie door Onze minister begeleid. 5 Onze minister kan besluiten om in geval van een restauratie waarvoor specifieke kennis vereist is waarover burgemeester en wethouders niet beschikken, in afwijking van het eerste lid de restauratie te begeleiden. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De restauratie wordt begonnen en wordt beëindigd vóór de door Onze minister te bepalen data. 2 Van het begin en het einde van de restauratie zendt de eigenaar onmiddellijk een mededeling aan burgemeester en wethouders en aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Onze minister kan de eigenaar verplichten: a. mee te werken aan een wetenschappelijk onderzoek naar de bouwgeschiedenis van het beschermd monument; b. de aanbesteding en de gunning van de restauratie op een door Onze minister te bepalen wijze te doen plaatsvinden; c. tijdens de restauratie aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te zenden: 1°. voor de 15e van elke maand een rapport betreffende de in de voorafgaande maand verrichte werkzaamheden; 2°. jaarlijks voor 1 april een verslag van de in het voorafgaande kalenderjaar uitgevoerde werkzaamheden, alsmede een financiële verantwoording over het afgelopen kalenderjaar; d. binnen drie maanden na afloop van de restauratie een door een architect gewaarmerkt volledig stel revisie-tekeningen aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te zenden. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 De eigenaar doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze minister indien er zich omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op de subsidieverlening onder overlegging van de relevante stukken. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De eigenaar is verplicht vanaf de aanvang van de restauratie op zijn kosten het beschermd monument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de restauratie daartegen verzekerd te houden. 2 De eigenaar is verplicht voor de duur van de restauratie een Casco-All-Risks verzekering af te sluiten. 3 Onze minister kan voor door hem vast te stellen categorieën van beschermde monumenten vrijstelling verlenen van het eerste lid. 4 Onze minister verleent op aanvraag aan degene die gemoedsbezwaren heeft tegen de in het eerste en tweede lid bedoelde verzekeringen ontheffing van het eerste en tweede lid. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Onze minister kan de eigenaar verplichten het beschermd monument te voorzien van een of meer installaties ter voorkoming van brand of blikseminslag ter bescherming van de monumentale waarde van dat beschermd monument. 2 De eigenaar draagt er zorg voor dat een door Onze minister verplicht gestelde installatie ter voorkoming van blikseminslag jaarlijks wordt getest en voorts telkens na onweer voor zover de installatie dat vereist. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De eigenaar is verplicht na afloop van de restauratie het beschermd monument te bewaren en te onderhouden in de staat waarin het door de restauratie is gebracht. 2 artikel 3, eerste lid, van het Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten De eigenaar van een beschermd monument dat behoort tot een van de categorieën, genoemd inis verplicht na afloop van de restauratie gedurende vijf jaren jaarlijks door een deskundige een rapport te laten opstellen van de bouwkundige toestand van dat monument. 3 Onze minister kan de eigenaar verplichten vóór een bepaalde datum een onderhoudsplan op te stellen en aan Onze minister toe te zenden. Het onderhoudsplan dient gebaseerd te zijn op een bouwkundig inspectierapport en gedetailleerd inzicht te geven in de voorgenomen onderhoudswerkzaamheden over een periode van 10 jaren alsmede in de kosten daarvan. 4 Onze minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het tweede lid. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikelen 27 tot en met 30 Indien de eigenaar zijn recht op het beschermd monument ten behoeve waarvan een subsidie is verstrekt, overdraagt, is hij gehouden ten behoeve van de Staat van zijn rechtsopvolger te bedingen dat deze de verplichtingen, vastgesteld bij of krachtens dit besluit, zal nakomen, met dien verstande dat, ingeval de overdracht plaatsvindt na de vaststelling van de subsidie, met oplegging van de verplichting tot nakoming van de verplichtingen, vastgesteld bij of krachtens dekan worden volstaan. 2 In het geval, bedoeld in het eerste lid, bedingt de eigenaar tevens ten behoeve van de Staat dat zijn rechtsopvolger bij niet-nakoming van het beding, bedoeld in het eerste lid, als boete het bedrag verschuldigd is dat Onze minister als subsidie heeft verstrekt. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Binnen drie maanden na afloop van de restauratie dient de eigenaar in tweevoud een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij burgemeester en wethouders. 2 Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de eigenaar, gerelateerd aan de ingediende begroting, rekening en verantwoording af onder overlegging van de desbetreffende originele rekeningen en bewijzen van betaling. 3 Indien rekeningen en bewijzen van betaling betrekking hebben op kosten van personeel dat in loondienst is bij de eigenaar, is de aanvraag tot subsidievaststelling tevens vergezeld van een verklaring van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent waaruit blijkt hoeveel uren door dat personeel is besteed aan subsidiabele werkzaamheden. 4 De aanvraag tot subsidievaststelling kan geen kosten bevatten die niet reeds bij de verlening als subsidiabele restauratiekosten zijn vastgesteld. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Burgemeester en wethouders zenden de aanvraag tot subsidievaststelling, vergezeld van: a. een door hen opgestelde berekening van de werkelijk gemaakte subsidiabele restauratiekosten; en b. een verklaring waaruit blijkt dat het werk naar behoren is uitgevoerd; binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag door aan Onze minister. 2 artikel 15 Burgemeester en wethouders van een gemeente zonder verordening als bedoeld invan de wet zenden de aanvraag binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag door aan Onze minister. 3 Artikel 15, vijfde en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 32 Onze minister beslist op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie binnen een redelijke termijn na de doorzending, bedoeld in. 2 artikel 15 Indien de aanvraag is ingediend bij burgemeester en wethouders van een gemeente zonder verordening als bedoeld invan de wet beslist Onze minister op de aanvraag binnen een redelijke termijn na de doorzending van de aanvraag. 3 Een afschrift van de vaststelling van de subsidie zendt Onze minister aan burgemeester en wethouders, aan gedeputeerde staten en aan de Stichting Nationaal Restauratiefonds. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 De eigenaar stort teveel ontvangen voorschotten onmiddellijk terug, tenzij Onze minister tot verrekening op andere wijze heeft besloten. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Onze minister kan een formulier vaststellen voor: a. artikel 4 de restauratie-behoefteraming, bedoeld in; b. artikel 11 het gemeentelijk en provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma, bedoeld in, onderscheidenlijk 12; c. artikel 14, eerste lid de aanvraag en de begroting, bedoeld in; d. artikel 22 het overzicht, bedoeld in; e. artikel 23, tweede lid een verklaring als bedoeld in; f. c artikel 25, onderdeel het rapport en het verslag, bedoeld in; g. artikel 29, derde lid het onderhoudsplan, bedoeld in; h. artikel 31, eerste lid de aanvraag tot subsidievaststelling en de rekening en verantwoording, bedoeld in. 1998 266 14-05-1998 20-04-1998 1998 266 14-05-1998 20-04-1998 01-08-1998
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Onze minister kan artikelen van dit besluit buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat dit besluit beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 15 artikel 15 artikelen 23 b 32, eerste lid, onderdeel a Burgemeester en wethouders van een gemeente zonder verordening als bedoeld invan de wet behoeven geen berekening als bedoeld in, eerste en twee lid, en 32, eerste lid, onderdeel, op te stellen; op hen zijn deen, niet van toepassing. 2 artikel 15 Ingeval van een gemeente zonder verordening als bedoeld invan de wet geschiedt de begeleiding van een restauratie door Onze minister. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 41 Onverminderdkan Onze minister in het jaar 1997 aan de eigenaar van een beschermd monument waarvan het casco zich naar het oordeel van Onze minister in een zodanig slechte staat bevindt dat het voortbestaan van dat monument in gevaar is, subsidie verstrekken in de subsidiabele restauratiekosten van dat monument. 2 artikel 39 Indien met het aantal aanvragen dat ingevolge het eerste lid voor subsidie in aanmerking komt totale bedragen gemoeid zijn die de invoor de desbetreffende categorieën van monumenten gereserveerde subsidiegelden overtreffen, houdt Onze minister bij de beslissing op die aanvragen rekening met de bestemming die aan de te restaureren monumenten wordt toegekend. 3 artikel 39 Indien met het aantal aanvragen dat na toetsing aan het tweede lid voor subsidie in aanmerking komt totale bedragen gemoeid zijn die de invoor de desbetreffende categorieën van monumenten gereserveerde subsidiegelden overtreffen, houdt Onze minister bij de beslissing op die aanvragen rekening met de te verwachten investeringseffecten, verbonden aan de verstrekking van subsidie. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 38 Onze Minister stelt in 1997 voor de verstrekking van subsidie als bedoeld in: a. ten behoeve van woonhuizen en boerderijen 25 miljoen gulden beschikbaar; b. ten behoeve van kerken 15 miljoen beschikbaar; en c. ten behoeve van overige monumenten 10 miljoen gulden beschikbaar. 2 artikel 38 Een subsidie als bedoeld inwordt geweigerd voor zover door verstrekking van subsidie aan woonhuizen en boerderijen, aan kerken, of aan overige monumenten het daarvoor in het eerste lid genoemde bedrag zou worden overschreden. 3 artikel 38 a b c Indien na de beslissing op de aanvragen om subsidie als bedoeld inhet beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdelen,of, niet geheel besteed is, besteedt Onze minister het restant ten behoeve van aanvragen om subsidie die op grond van het tweede lid zouden worden geweigerd. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 38 artikelen 2 4 tot en met 13 15 Op een subsidieverstrekking als bedoeld inzijn de,enniet van toepassing. 2 artikel 38 artikel 3 Subsidie als bedoeld inwordt onverminderdslechts verstrekt indien: a. artikel 11 de vergunning, bedoeld invan de wet, is verleend en de werking daarvan niet is opgeschort; b. naar genoegen van Onze minister aannemelijk is gemaakt dat het gedeelte van de kosten van de voorgenomen restauratie, dat niet door subsidie gedekt kan worden, financieel zeker gesteld is en dat overigens met de restauratie vóór 1 oktober 1997 kan worden begonnen. 3 artikel 38 artikel 14 De aanvraag om subsidie als bedoeld inbevat, naast de eisen, gesteld in, tevens een verklaring waarin wordt aangegeven: a. op welke wijze het monument na de restauratie wordt gefinancierd; b. welke bestemming het monument na de restauratie krijgt; c. op welke wijze verzekerd is dat met de restauratie vóór 1 oktober 1997 kan worden begonnen. 4 artikel 38 v Burgemeester en wethouders zenden Onze minister de aanvraag om subsidie als bedoeld inóór 16 juli 1997 toe, vergezeld van: a. een door hen opgestelde berekening van de subsidiabele restauratiekosten; en b. een afschrift van de voor de restauratie benodigde vergunning. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten wordt ingetrokken met dien verstande dat de subsidieverlening in het jaar 1997 alsmede de vaststelling van een subsidie, toegezegd op basis van dat besluit, plaatsvindt overeenkomstig dat besluit. 2 artikel 14 artikel 17 Indien de aanvraag om subsidie, bedoeld in, wordt ingediend na de inwerkingtreding van dit besluit, wordt, ingeval de beslissing een subsidieverlening inhoudt, het subsidiebedrag berekend op basis van de percentages, genoemd in. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikel 1, tweede lid In afwijking van, wordt het aantal beschermde monumenten dat op 1 januari 2001 in een gemeente gelegen is, eenmalig aangevuld met het aantal monumenten dat voor 1 januari 2001 in het kader van het Monumenten Selectie Project door de gemeente voor aanwijzing als beschermd monument bij Onze minister is voorgedragen. 2000 390 03-10-2000 19-09-2000 2000 528 07-12-2000 27-11-2000 08-12-2000
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 5, eerste lid De budgetten, berekend op grond van artikel 5 van het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten ten behoeve van een budgethoudende gemeente en ten laste komend van de begrotingen voor de jaren 1998 tot en met 2002, gelden voor zover ten laste daarvan geen toezeggingen zijn gedaan, als budgetten als bedoeld in. 2 artikel 5, tweede lid De budgetten, berekend op grond van artikel 5 van het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten ten behoeve van de niet-budgethoudende gemeenten en ten laste komend van de begrotingen voor de jaren 1998 tot en met 2002, gelden voor zover ten laste van die budgetten geen toezeggingen zijn gedaan, per bedoelde jaren bij elkaar opgeteld als budgetten als bedoeld in. 3 De budgetten, bedoeld in het eerste of tweede lid, zijn voor: a. 50% beschikbaar voor subsidieverstrekking aan woonhuizen en boerderijen; b. 50% beschikbaar voor subsidieverstrekking aan overige monumenten. 4 artikel 2, derde lid, onderdeel b artikel 2, vijfde lid In afwijking van, wordt een subsidie ten laste van de begroting voor de jaren 1998 tot en met 2002 slechts verstrekt voorzover de ingevolge, voor de categorie van monumenten waartoe het te restaureren monument behoort, beschikbare gedeelten van de budgetten van de desbetreffende budgethoudende gemeente of provincie betreffende de jaren 1998 tot en met 2002, tezamen toereikend zijn. 2000 390 03-10-2000 19-09-2000 2000 528 07-12-2000 27-11-2000 08-12-2000
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 43, tweede lid In het provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma voor de jaren 1998–2002 worden in ieder geval uit elke niet-budgethoudende gemeente beschermde monumenten betrokken voorzover de beschikbare budgetten voor die jaren gevoed zijn met dat gedeelte van de voor de gemeente op grond van artikel 5 van het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten berekende budgetten, als bedoeld in. 2 Een eigenaar wiens restauratieproject voorkomt op een meerjarenprogramma als bedoeld in artikel 3 van het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten voor de jaren 1997–2002 maar niet voorkomt op een provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma voor die jaren, wordt hiervan terstond door de provincie in kennis gesteld. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2000 390 03-10-2000 19-09-2000 2000 528 07-12-2000 27-11-2000 08-12-2000
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 2000 390 03-10-2000 19-09-2000 2000 528 07-12-2000 27-11-2000 08-12-2000
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Dit besluit treedt in werking met ingang van 16 juni 1997. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997. 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 1997 145 10-04-1997 27-03-1997 16-06-1997