Besluit van 22 mei 1997, houdende regels omtrent de tenuitvoerlegging van de maatregel van terbeschikkingstelling en de verpleging van ter beschikking gestelden en overige verpleegden strafrechtstoepassing (Reglement verpleging ter beschikking gestelden)
- BWB-id
- BWBR0008690
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008690
- ELI
- /eli/nl/amvb/1997/reglement-verpleging-ter-beschikking-gestelden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1997/reglement-verpleging-ter-beschikking-gestelden/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008690&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008690&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008690/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1997/reglement-verpleging-ter-beschikking-gestelden
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden de wet: de; b. artikel 1, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995 de reclassering: een reclasseringsinstelling als bedoeld in. 2003 511 16-12-2003 04-12-2003 2003 511 16-12-2003 04-12-2003 01-01-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Bij elke inrichting is een commissie van toezicht waarvan de leden worden benoemd voor de tijd van vijf jaren. Zij kunnen tweemaal voor herbenoeming in aanmerking komen. 2 De commissie bestaat uit ten minste zes en ten hoogste een door Onze Minister vast te stellen aantal leden. 3 De commissie van toezicht is zo breed mogelijk samengesteld. Van elke commissie maken in elk geval deel uit: a. een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht; b. een psychiater; c. een gedragsdeskundige met kennis van de intramurale zorg voor geestelijk gestoorden; d. een advocaat. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De leden van de commissie van toezicht worden door Onze Minister benoemd. Onze Minister wijst uit de leden een voorzitter aan. 2 Aan de commissie is een secretaris verbonden. Deze is geen lid van de commissie. De secretaris wordt door Onze Minister benoemd en ontslagen. De secretaris van de commissie van toezicht is tevens secretaris van de beklagcommissie. 3 De commissie kan uit haar midden een of meer plaatsvervangende secretarissen aanwijzen om, in overleg met de secretaris, bepaalde secretariaatswerkzaamheden te verrichten en de secretaris bij diens afwezigheid te vervangen. Onze Minister kan aan een commissie van toezicht een of meerdere plaatsvervangende secretarissen toevoegen die geen lid zijn van de commissie. 4 Onze Minister beslist binnen drie maanden op een verzoek tot benoeming. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De benoeming van de leden en de secretaris alsmede de aanwijzing van de voorzitter van de commissie van toezicht bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt op voordracht van het bestuur dan wel de Raad van Toezicht indien die de taken van het bestuur vervult. 2 Een lid van het bestuur of de Raad van Toezicht indien die de taken van het bestuur vervult, kan niet worden benoemd tot lid, secretaris of plaatsvervangend secretaris van de commissie van toezicht. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Voor benoeming als lid, secretaris of plaatsvervangend secretaris komen niet in aanmerking: a. ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, niet zijnde ambtenaren bij het openbaar ministerie; b. personeelsleden of medewerkers, werkzaam bij een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden; c. personen, werkzaam bij een door Onze Minister gesubsidieerde instelling die werkzaam is op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen indien zij in het kader van de uitoefening van hun functie te maken hebben met de personen ingesloten in de inrichting waarbij de commissie van toezicht is ingesteld; d. personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen; e. Besluit justitiële gegevens artikel 1, onderdeel a, van de Wet politiegegevens personen tegen wie bezwaren bestaan tegen de vervulling van de functie die blijken uit de algemene documentatieregisters als bedoeld in hetof de politiegegevens, bedoeld in. De bezwaren dienen betrekking te hebben op het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegheden. 2008 520 16-12-2008 25-11-2008 2008 520 16-12-2008 25-11-2008 17-12-2008 01-01-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Een lid van de commissie van toezicht wordt door Onze Minister tussentijds ontslagen: a. op eigen verzoek; b. bij de aanvaarding van een ambt of betrekking dat onverenigbaar is verklaard met het lidmaatschap van een commissie van toezicht; c. wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. wanneer hij naar het oordeel van Onze Minister door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen. 2 Aan een lid kan door Onze Minister tussentijds ontslag worden verleend bij het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambts- of beroepsvervulling in verband waarmede de benoeming heeft plaatsgevonden. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De leden van de commissie van toezicht hebben te allen tijde toegang tot alle plaatsen in de inrichting en tot alle plaatsen waar de verpleegden verblijven. 2 De leden van de commissie van toezicht ontvangen van het hoofd van de inrichting en de personeelsleden of medewerkers in de inrichting alle door hen gewenste inlichtingen ten aanzien van de verpleegden en kunnen alle op de wijze van tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen betrekking hebbende stukken inzien. Zij zijn tot geheimhouding verplicht behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of in verband met de tenuitvoerlegging van hun taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. Dossiers die verpleegden betreffen kunnen worden ingezien, tenzij de verpleegde bezwaar maakt. 3 Het hoofd van de inrichting brengt alle voor de uitoefening van de taak der commissie belangrijke feiten en omstandigheden ter kennis van de commissie. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De commissie van toezicht vergadert, zo mogelijk, eenmaal in de maand. 2 Het hoofd van de inrichting woont de vergaderingen van de commissie van toezicht bij. Hij brengt op iedere vergadering een algemeen verslag uit over hetgeen sedert de vorige vergadering in de inrichting is geschied. 3 De commissie kan besluiten buiten tegenwoordigheid van het hoofd van de inrichting te vergaderen. 4 Onze Minister is bevoegd vergaderingen van de commissie van toezicht door een door hem aan te wijzen ambtenaar van zijn ministerie te doen bijwonen. 5 In iedere vergadering van de commissie van toezicht wordt mededeling gedaan van de grieven terzake waarvan werd bemiddeld, de door de beklagcommissie behandelde klaagschriften, en de bijzondere opmerkingen waartoe zij aanleiding geven. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 10, vierde lid, tweede volzin, van de wet De maandcommissaris, bedoeld in, houdt ten minste tweemaal per maand in de inrichting spreekuur. Dit spreekuur wordt tijdig bekend gemaakt en kan worden bezocht door elke verpleegde die de wens daartoe te kennen geeft. 2 De maandcommissaris doet van zijn werkzaamheden verslag aan de commissie van toezicht. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 59, derde lid, van de wet De beklagcommissie, of, indienwordt toegepast, de voorzitter dan wel de door hem aangewezen persoon, houdt zitting zo dikwijls als een onverwijlde behandeling en afdoening van de klaagschriften dit noodzakelijk maken. Deze wordt bijgestaan door een secretaris. 2 Indien de beklagcommissie zitting houdt treedt bij voorkeur als voorzitter op een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De commissie van toezicht brengt jaarlijks vóór 1 maart aan Onze Minister en aan de sectie terbeschikkingstelling en, voor zover het een justitiële particuliere inrichting betreft, tevens aan het bestuur, verslag uit over haar werkzaamheden in het voorgaande jaar. 2 artikel 55 van de wet Zij schenkt in haar verslag in het bijzonder aandacht zowel aan de door haar ingevolgeverrichte bemiddeling en de uitkomsten daarvan als aan de werkzaamheden van de beklagcommissie, onder meer door een overzicht van de klaagschriften en de daarop genomen beslissingen. Onze Minister kan een model vaststellen omtrent de inrichting van het verslag. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De kosten van de commissie van toezicht worden door de Staat gedragen. 2 De leden van de commissie van toezicht genieten vergoeding van reis- en verblijfskosten en een vacatiegeld met betrekking tot hun werkzaamheden overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 3 Voor zover de secretaris of de plaatsvervangend secretaris geen ambtenaar is geniet deze tevens de in het tweede lid bedoelde vergoeding. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 De leden van de commissie van toezicht voor het vervoer, genoemd in artikel 15b, eerste lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, worden benoemd voor een periode van vijf jaren. Zij kunnen tweemaal voor herbenoeming in aanmerking komen. 2 artikelen 7, derde lid 8 11 13 15 16 17 De,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor benoeming als lid eveneens niet in aanmerking komen ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, niet zijnde ambtenaren bij het openbaar ministerie. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b 1 De leden van de commissie van toezicht voor het vervoer hebben te allen tijde toegang tot de plaatsen waar en de vervoersmiddelen waarmee handelingen betreffende het vervoer worden uitgeoefend. 2 De leden van de commissie van toezicht ontvangen van Onze Minister en het hoofd van de inrichting alle door hen gewenste inlichtingen ten aanzien van het vervoer van verpleegden en kunnen alle op het vervoer betreffende stukken inzien. Zij zijn tot geheimhouding verplicht, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of uit de tenuitvoerlegging van hun taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 3 Onze Minister en het hoofd van de inrichting brengen alle voor de uitoefening van de taak van de commissie van toezicht belangrijke feiten en omstandigheden ter kennis van de commissie van toezicht. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Ongeoorloofde afwezigheid vangt aan op de dag dat de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde zich aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel heeft onttrokken. 2 f artikel 38, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht Ongeoorloofde afwezigheid eindigt op de dag dat de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde zich meldt, hij wordt aangehouden, of door intrekking van het verzoek om signalering. Deze dag wordt niet meegerekend in de duur van de ongeoorloofde afwezigheid, bedoeld in. 3 Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verzoekt de politie de ongeoorloofd afwezig ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde te signaleren. Onze Minister kan aanwijzingen geven ten aanzien van dit verzoek alsmede de intrekking daarvan. 4 Van het verzoek om signalering en van de intrekking van een verzoek om signalering wordt aantekening gehouden in een daartoe bestemd register dat volgens een door Onze Minister vastgesteld model is ingericht. 5 Onze Minister wordt onverwijld in kennis gesteld van elk verzoek om signalering of een intrekking van een verzoek om signalering. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Het hoofd van de inrichting meldt onverwijld andere bijzondere voorvallen aan Onze Minister. Hij verstrekt Onze Minister te allen tijde alle verlangde inlichtingen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud en de wijze van melding. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a artikel 3.3, eerste lid, van de wet Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen aan instellingen, bedoeld in. Deze regels hebben met het oog op de veiligheid in de instelling en de naleving van de bij of krachtens de wet gegeven regels, betrekking op: a. de toelating en de weigering van bezoek aan die instellingen, en b. de toegang van personeel werkzaam bij die instellingen. 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 In het verplegings- en behandelingsplan worden ten minste opgenomen: a. de diagnose van de stoornis van de verpleegde; b. de therapeutische middelen die zullen worden toegepast, zo mogelijk gerelateerd aan de verschillende aspecten die in de stoornis te onderscheiden zijn; c. of er overeenstemming over het verplegings- en behandelingsplan is; d. de vrijheden die de verpleegde zijn toegekend boven de hem bij of krachtens de wet toekomende rechten, alsmede de voorwaarden die daaraan verbonden zijn en de consequenties van het niet opvolgen van die voorwaarden. 2 artikel 16b, onder a of b, van de wet In geval van een behandeling overeenkomstigwordt in het verplegings- en behandelingsplan eveneens opgenomen: a. welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de verpleegde doet veroorzaken weg te nemen dan wel af te wenden; en b. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de verpleegde ten aanzien van de behandeling. 3 Het deel van het verplegings- en behandelingsplan waarover geen overeenstemming kan worden bereikt met de verpleegde dan wel diens curator of mentor, wordt slechts vastgesteld door een psychiater nadat een multidisciplinair overleg heeft plaatsgehad waaraan in ieder geval een psychiater, een arts, een psycholoog en een verpleegkundige hebben deelgenomen. 4 artikel 16b, onder a, van de wet artikel 16c, tweede lid, van de wet Ingeval van een behandeling overeenkomstigworden de verklaringen van de psychiaters, bedoeld in, bij het in het derde lid bedoelde overleg betrokken. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Het verplegings- en behandelingsplan bestrijkt ten minste een periode van één jaar. 2 Gedurende de verpleging kan het verplegings- en behandelingsplan worden gewijzigd. Bij een wijziging wordt het evaluatieverslag betrokken. 3 Een wijziging in het verplegings- en behandelingsplan wordt, in overleg met de verpleegde, vastgesteld. De wijziging wordt hem voor het ingaan daarvan medegedeeld. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Het hoofd van de inrichting geeft in het evaluatieverslag zijn visie op de persoon van de verpleegde weer en besteedt daarbij in elk geval aandacht aan de volgende aspecten: a. het verblijf op de afdeling; b. de vraag, het aanbod en het gebruik dat gemaakt wordt van de behandeling; c. de veranderingen in het psychische toestandsbeeld van de verpleegde in het kader van de verpleging en behandeling; d. de bewegingsvrijheid binnen en buiten de inrichting; e. incidenten waarbij de verpleegde betrokken is geweest; f. toegepaste individuele beperkingen; g. de mening van de verpleegde. 2 Het verslag bevat voornemens die van belang zijn voor de verpleging en behandeling. 3 Het verslag komt tot stand in samenwerking met de bij de verpleging en behandeling meest betrokken personeelsleden of medewerkers. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Indien de verpleegde gedurende de verslagperiode heeft verbleven in een andere inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of in een psychiatrisch ziekenhuis, dan wel in een huis van bewaring, verschaft het hoofd van die inrichting, de geneesheer-directeur van dat ziekenhuis onderscheidenlijk de directeur van dat huis van bewaring, de nodige gegevens aan hem die met de vaststelling van het verslag is belast. 2 artikel 51, tweede lid, van de wet Dezelfde verplichting geldt voor de instelling, bedoeld in, die gedurende de verslagperiode belast is geweest met het verlenen van hulp en steun aan de verpleegde in het kader van proefverlof. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Het verpleegdedossier wordt op zorgvuldige wijze, volgens een vaste standaardindeling opgebouwd. In ieder geval worden hierin onderscheiden: a. persoons- en identificatiegegevens; b. justitiële gegevens; c. behandelgegegevens; d. gegevens omtrent het verblijf. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 19, eerste lid, van de wet Naast de ingenoemde gegevens, worden in het verpleegdedossier opgenomen: a. artikel 54 van de wet een afschrift van de mededelingen, bedoeld in; b. artikel 55, zesde lid, van de wet de uitspraken van de beklagcommissie en de beroepscommissie alsmede de verslagen bedoeld in; c. de ontvangen afschriften van rechterlijke beslissingen betreffende de terbeschikkingstelling; d. artikelen 50, eerste lid 51, eerste lid, van de wet machtigingen van Onze Minister, bedoeld in de, en; e. artikel 26 van de wet gegevens met betrekking tot de toepassing van; f. artikel 16b, onder a of b, van de wet gegevens met betrekking tot de toepassing van; g. overige gegevens omtrent de gezondheid van de verpleegde en te diens aanzien uitgevoerde verrichtingen, een en ander voor zover de opname van deze gegevens voor een goede verpleging en behandeling aan hem noodzakelijk is. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Gedurende het verblijf van een verpleegde in een inrichting wordt het verpleegdedossier in een afsluitbare ruimte in de inrichting bewaard. 2 artikel 11, derde lid, van de wet Besluit patiëntendossier Bopz Het hoofd van de inrichting zendt het verpleegdedossier gelijktijdig met de overplaatsing van de verpleegde, bedoeld in, aan het hoofd van de inrichting waar de verpleegde verder zal worden verpleegd. Bij overplaatsing van en naar een particuliere inrichting, niet zijnde een justitiële particuliere inrichting, wordt het verpleegdedossier onderscheidenlijk het dossier, bedoeld in het, gelijktijdig met de formele overplaatsing meegezonden. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Het hoofd van de inrichting bewaart het verpleegdedossier gedurende een termijn van tien jaren, te rekenen vanaf het tijdstip dat de terbeschikkingstelling eindigde. 2 artikel 22, tweede lid, van de wet Archiefwet 1995 Na de in het eerste lid genoemde termijn worden de bescheiden, opgenomen in het verpleegdedossier, met uitzondering van de vingerafdrukken die overeenkomstigzijn genomen, overeenkomstig deovergebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats of naar de algemene rijksarchiefbewaarplaats. 3 Indien de verpleegde vóór de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn opnieuw ter beschikking wordt gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege vervalt de bewaartermijn en vangt deze aan op het tijdstip dat de nieuwe terbeschikkingstelling eindigt. 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. a-dwangbehandeling: artikel 16b, onder a, van de wet een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in; b. b-dwangbehandeling: artikel 16b, onder b, van de wet een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in; c. gedwongen geneeskundige handeling: artikel 26 van de wet de gedwongen geneeskundige handeling, bedoeld in; d. geneeskundige behandeling: artikel 16a van de wet de onvrijwillige geneeskundige behandelingen, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, en de vrijwillige geneeskundige behandeling, bedoeld in; e. inspecteur: artikel 1, onder c, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen de inspecteur, bedoeld in; f. voortzetting van a-dwangbehandeling: artikel 16c, vijfde lid, van de wet de voortzetting van a-dwangbehandeling, bedoeld in. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a 1 Een geneeskundige behandeling wordt verricht in een daartoe geschikte ruimte, onder verantwoordelijkheid van de behandelend arts. 2 Er is ten behoeve van de geneeskundige behandeling vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, voldoende psychiatrisch geschoold verpleegkundig personeel aanwezig. Bovendien is vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, een psychiater beschikbaar. 3 Een geneeskundige behandeling wordt slechts uitgevoerd door een arts of verpleegkundige die over voldoende deskundigheid beschikt deze behandeling uit te voeren en indien daartoe voldoende voorzieningen beschikbaar zijn. 4 Eens per twee weken, of vaker indien het belang van de verpleegde dit eist, vindt een multidisciplinair overleg plaats, waaraan in ieder geval een psychiater, een arts, een psycholoog en een verpleegkundige deelnemen. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Voordat het hoofd van de inrichting beslist dat een door de arts noodzakelijk geachte b-dwangbehandeling of gedwongen geneeskundige handeling zal worden verricht, pleegt het hoofd van de inrichting overleg met die arts en met het hoofd van de afdeling waar de verpleegde verblijft. Indien de behandeling door een andere arts wordt verricht, wordt tevens met hem overlegd. 2 Ingeval van b-dwangbehandeling of indien het verrichten van een gedwongen geneeskundige handeling noodzakelijk is ter afwending van gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde, pleegt het hoofd van de inrichting bovendien overleg met de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater. 3 In het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg wordt nagegaan of het gevaar niet op een andere wijze kan worden afgewend. 4 artikel 26, tweede lid, van de wet In de situatie bedoeld in, pleegt het afdelingshoofd het in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde overleg. Het overleg van het hoofd van de inrichting met de in het eerste en tweede lid bedoelde personen vindt vervolgens zo spoedig mogelijk na de aanvang van de geneeskundige behandeling plaats. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a 1 Zo spoedig mogelijk na de aanvang van de gedwongen geneeskundige handeling wordt door of onder verantwoordelijkheid van een arts een plan opgesteld gericht op een zodanige verbetering van de toestand van de verpleegde dat de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling kan worden beëindigd. Dit plan wordt opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan. 2 Bij de keuze voor een bepaalde geneeskundige handeling wordt steeds gekozen voor de voor de verpleegde minst ingrijpende handeling. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 34b — Artikel 34b#
Artikel 34b 1 Voordat het hoofd van de inrichting de beslissing tot voortzetting van a-dwangbehandeling neemt, pleegt hij overleg met in ieder geval de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater en met het hoofd van de afdeling waar de verpleegde verblijft. 2 In het in het eerste lid bedoelde overleg wordt nagegaan of van de voortzetting van de behandeling alsnog het beoogde effect kan worden verwacht. 3 artikel 33a, vierde lid De uitkomsten van het multidisciplinaire overleg, bedoeld in, worden bij de beslissing meegenomen. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 34c — Artikel 34c#
Artikel 34c De verpleegde wordt gedurende de periode dat de a- of b-dwangbehandeling of de gedwongen geneeskundige handeling wordt verricht, zo vaak als nodig is bezocht door een arts of in diens opdracht een verpleegkundige. Het verslag van diens bevindingen wordt opgenomen in het verpleegdedossier. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 34d — Artikel 34d#
Artikel 34d 1 Het hoofd van de inrichting stelt de voorzitter van de commissie van toezicht, de raadsman van de verpleegde, de curator en de mentor in kennis van het voornemen tot een beslissing tot a-dwangbehandeling uiterlijk drie dagen voor het nemen van die beslissing. Zij worden in de gelegenheid gesteld bezwaren tegen de beslissing kenbaar te maken. 2 De voorzitter van de commissie van toezicht doet onverwijld een melding aan de maandcommissaris. De maandcommissaris bezoekt na de melding onverwijld de verpleegde. 3 Van de toepassing van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voortzetting van a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij de aanvang van de behandeling melding gedaan aan Onze Minister en de commissie van toezicht. Ingeval van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of ingeval een gedwongen geneeskundige handeling wordt toegepast in verband met een gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van de geestvermogens van de verpleegde, wordt bovendien melding gedaan aan de inspecteur. 4 Bij de aanvang van een a-dwangbehandeling geeft het hoofd van de inrichting daarvan eveneens kennis aan de in het eerste lid genoemde personen. 5 Het hoofd van de inrichting zendt met de melding, bedoeld in het derde lid, een afschrift van de beslissing tot de behandeling mee waarin hij in ieder geval vermeldt: a. in verband met welk gevaar is besloten tot een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of een gedwongen geneeskundige handeling; b. welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar weg te nemen dan wel af te wenden; c. artikel 16a, onder c, van de wet welke personen, bedoeld in, zich tegen de behandeling verzetten; d. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de verpleegde ten aanzien van de behandeling; en e. hoofdstukken XIV–XV XVI van de wet indien een behandeling plaatsvindt in een situatie waarin het de verpleegde is die zich verzet, of deze in staat kan worden geacht gebruik te kunnen maken van de regeling, vervat in derespectievelijk. 6 artikel 16a, onder b, van de wet Ingeval van een beslissing tot a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of een beslissing tot voortzetting van a-dwangbehandeling, vermeldt het hoofd tevens welke pogingen zijn gedaan om tot overeenstemming als bedoeld inte komen. In geval van een beslissing tot a-dwangbehandeling vermeldt hij bovendien welke bezwaren tegen de behandeling zijn aangevoerd door de personen, bedoeld in het eerste lid. 7 Van een beëindiging van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, of gedwongen geneeskundige handeling geeft het hoofd van de inrichting kennis aan de personen, genoemd in het derde en – indien van toepassing – vierde lid. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 34e — Artikel 34e#
Artikel 34e artikel 6 artikel 33a, vierde lid artikel 34 artikel 34b De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voorzetting van a-dwangbehandeling wordt opgenomen in het register als bedoeld inen in het verpleegdedossier. Hij draagt tevens zorg dat de resultaten van het overleg, bedoeld in,, en, alsmede de adviezen die daarbij zijn gegeven en de afspraken die zijn gemaakt worden opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 34f — Artikel 34f#
Artikel 34f 1 artikel 16c, vierde lid, van de wet De inspecteur stelt na beëindiging van elke a- of b-dwangbehandeling doch in ieder geval na afloop van de termijn, bedoeld in, een onderzoek in of de beslissing tot de behandeling zorgvuldig is genomen en of de uitvoering van de behandeling zorgvuldig is geschied. 2 De inspecteur stelt eveneens een onderzoek in na beëindiging van elke gedwongen geneeskundige handeling, indien die handeling is verricht ter afwending van een gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 34, tweede lid Indien de toepassing van de behandeling, bedoeld in, de duur van twee weken te boven gaat, wordt door het hoofd van de inrichting een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een psychiater, een arts en een psycholoog. 2 De in het eerste lid bedoelde commissie brengt binnen twee dagen na de in het eerste lid bedoelde termijn en, indien de onvrijwillige behandeling langer wordt voortgezet, om de twee weken, advies uit aan het hoofd van de inrichting over de voortzetting van die behandeling. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a 1 artikel 38, tweede lid, van de wet Telefoongesprekken die in verband met het toezicht, bedoeld inworden opgenomen, worden bewaard voor een periode van ten hoogste vier maanden. 2 Na het verstrijken van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt een opgenomen telefoongesprek gewist. 3 artikel 36, eerste lid, van de wet Indien bij de uitoefening van het toezicht blijkt dat een telefoongesprek met een persoon als bedoeld inis opgenomen, wordt dit opgenomen gesprek terstond gewist. 4 De verpleegde wordt van het opnemen van het telefoonverkeer op de hoogte gesteld. 5 Opgenomen telefoongesprekken worden slechts verstrekt aan derden die ingevolge de uitvoering van hen bij of krachtens de wet opgedragen taken, tot kennisneming daarvan bevoegd zijn. 6 De verstrekking, bedoeld in het vijfde lid, kan slechts geschieden in verband met: a. de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de verpleegde voor de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen; b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting; c. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven; d. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten. 2021 578 01-12-2021 24-11-2021 2021 581 02-12-2021 24-11-2021 01-01-2022 Artikel XIV van Stb. 2021/578 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn een hoofd boeddhistische geestelijke verzorging, een hoofd hindoeïstische geestelijke verzorging, een hoofd islamitische geestelijke verzorging, een hoofdrabbijn, een hoofdpredikant, een hoofdaalmoezenier en een hoofd humanistische geestelijke verzorging aangesteld. Zij treden op als vertegenwoordiging van de zendende instanties en dienen Onze Minister gevraagd en ongevraagd van advies omtrent de geestelijke verzorging in de inrichtingen. 2 De hoofden zijn in ieder geval belast met het doen van voordrachten voor aanstelling van geestelijk verzorgers bij de rijksinrichtingen behorende tot hun gezindte of levensovertuiging. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Aan een inrichting zijn geestelijk verzorgers van verschillende godsdiensten of levensovertuigingen verbonden, doch in elk geval geestelijk verzorgers van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse en rooms-katholieke gezindte en geestelijk verzorgers van het humanistisch verbond. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artikel 36, eerste lid De aanstelling van een geestelijk verzorger van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijk verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een rijksinrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in. De aanstelling van een geestelijk verzorger van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijk verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt door of vanwege het bestuur van de inrichting gehoord de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 36, eerste lid. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikel 37 Een andere geestelijk verzorger dan de ingenoemde kan door de directeur toegang worden verleend tot de inrichting. De directeur neemt deze beslissing niet dan na overleg met Onze Minister. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Onder eigen geld wordt verstaan: a. het geld dat de verpleegde bij binnenkomst in de inrichting in zijn bezit heeft; b. het geld dat tijdens zijn verblijf in de inrichting te zijnen gunste wordt ontvangen; c. artikel 46, tweede lid, van de wet de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden en het arbeidsloon, bedoeld in. 2 Het beheer van het eigen geld van de verpleegde berust bij het hoofd van de inrichting, tenzij in het verplegings- en behandelingsplan anders is bepaald. 3 Wanneer de verpleegde geen beheer over zijn eigen geld heeft, heeft hij de beschikking over een rekening-courant bij de inrichting. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 De ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde die geen inkomen heeft, ontvangt vanwege Onze Minister een door deze vast te stellen zak- en kleedgeld. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 70, eerste lid, van de wet De verpleegdenraad, bedoeld in, bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden. 2 De leden worden gekozen bij meerderheid van stemmen. 3 Het lidmaatschap van de verpleegdenraad eindigt na verloop van een termijn van twee jaar of zoveel eerder als de verpleging van het betreffende lid in de inrichting eindigt, aan hem proefverlof is verleend, dan wel zodra deze schriftelijk voor het lidmaatschap heeft bedankt. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 artikel 70, tweede lid, van de wet Het hoofd van de inrichting biedt de verpleegdenraad ten minste eenmaal per maand de gelegenheid tot het voeren van het overleg, bedoeld in, tenzij bijzondere omstandigheden zich hiertegen verzetten. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Het hoofd van de inrichting verschaft de verpleegdenraad de informatie, de tijd en de materiële middelen die voor zijn functioneren nodig zijn en biedt de verpleegdenraad eenmaal per maand gedurende twee uren de gelegenheid zich intern te beraden en daartoe te vergaderen. 2 artikel 70, tweede lid, van de wet De leden van de verpleegdenraad hebben het recht aan het overleg, bedoeld in, alsmede aan het in het eerste lid genoemde intern beraad deel te nemen. 3 Het intern beraad, bedoeld in het eerste lid, vindt zonder toezicht plaats. 4 Het hoofd van de inrichting kan op grond van de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting van het bepaalde in het tweede en derde lid afwijken. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Geschillen tussen de verpleegdenraad en het hoofd van de inrichting kunnen door elk van beide partijen ter bemiddeling worden voorgelegd aan de commissie van toezicht. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 o artikel 509, tweede lid, onder 1°, van het Wetboek van Strafvordering Indien drie maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zal zijn verstreken, de verpleging nog niet is beëindigd, maakt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden binnen een maand te rekenen vanaf voornoemd tijdstip een advies, bedoeld in, op en zendt dit aan Onze Minister. Het advies betreft: a. de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling; b. de termijn, waarover naar zijn mening, de verlenging zich zou moeten uitstrekken. 2 Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is de verpleging onder voorwaarden te beëindigen, doet het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden bij het advies, bedoeld in het eerste lid, een daartoe strekkend schriftelijk voorstel. 3 o artikel 509, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering Bij het advies wordt een afschrift van de aantekeningen, bedoeld in, overgelegd alsmede, indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden niet zelf psychiater is, het advies van een aan de inrichting verbonden psychiater. 4 Indien in het geval, bedoeld in het eerste lid, de ter beschikking gestelde op grond van proefverlof buiten de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verblijft en in zijn proefverlof door de reclassering wordt begeleid, voegt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden bij zijn advies de beschouwingen van de reclassering inzake de wenselijkheid van verlenging van de terbeschikkingstelling of de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging. 5 Onze Minister zendt het advies met de bijlagen aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Artikel 46, vijfde lid Indien de verlenging van de terbeschikkingstelling er toe zou kunnen leiden dat de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van vier jaar of een veelvoud van vier jaar te boven gaat, zendt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden zes maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, een voorlopig advies betreffende de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling aan Onze Minister., is van toepassing. 2018 211 05-07-2018 21-06-2018 2018 256 31-07-2018 12-07-2018 01-09-2018
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 Indien de verpleging voorwaardelijk is beëindigd of aan de terbeschikkingstelling voorwaarden zijn verbonden, zendt de reclassering die de ter beschikking gestelde hulp en steun verleent, indien verlenging van de terbeschikkingstelling wettelijk mogelijk is, drie maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, advies inzake de wenselijkheid van die verlenging aan Onze Minister. Dit advies gaat vergezeld van een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van een psychiater of een psycholoog die zelf de ter beschikking gestelde heeft onderzocht. 2 artikel 46, vijfde lid De in het eerste lid bedoelde stukken worden twee maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken door tussenkomst van Onze Minister toegezonden aan het openbaar ministerie, bedoeld in. 2025 356 14-11-2025 06-11-2025 2025 356 14-11-2025 06-11-2025 01-01-2026
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikel 47 Indien het openbaar ministerie naar aanleiding van het voorlopig advies, bedoeld in, voornemens is een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van vier jaar of een veelvoud van vier jaar te boven gaat, doet het daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister. 2 o artikel 509, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering artikel 46, vijfde lid Na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, draagt Onze Minister zorg voor het tijdig totstandkomen van een advies of rapport van deskundigen als bedoeld inen voor tijdige toezending daarvan aan het openbaar ministerie, bedoeld in. 3 o artikel 509, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het advies of rapport, bedoeld in. 2018 211 05-07-2018 21-06-2018 2018 256 31-07-2018 12-07-2018 01-09-2018
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 artikel 46, eerste lid 48, eerste lid Artikel 46, vijfde lid Indien het openbaar ministerie daarom verzoekt, wordt terstond een nieuw advies als bedoeld in, of, aan Onze Minister gezonden., is van toepassing. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 46, vijfde lid Het openbaar ministerie, bedoeld in, doet Onze Minister zo spoedig mogelijk mededeling: a. van zijn beslissing geen vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen; b. artikel 38g, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht van zijn vordering tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege overeenkomstig; c. b artikel 509w, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering indien een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is ingediend of een vordering als bedoeld onderis ingediend, van de beslissing van de rechtbank op deze vordering en, indien deze niet onherroepelijk is geworden, van het instellen van beroep bij de bijzondere kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, van een voorlopige beëindiging van de verpleging van overheidswege als bedoeld in, en van de beslissing op het beroep. 2 Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de betrokkene wordt verpleegd en de reclassering die de betrokkene tijdens proefverlof hulp en steun verleent, worden door Onze Minister op de hoogte gesteld van een beslissing van de rechter als bedoeld in het eerste lid, tenzij andere wettelijke bepalingen reeds op andere wijze in die kennisgeving voorzien. 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. 2012 25650 13-12-2012 04-12-2012 324911 2012 25650 13-12-2012 04-12-2012 324911 01-01-2013
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde in de gelegenheid de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen: a. indien hij krachtens wettelijk voorschrift verplicht is voor een rechter of bestuursorgaan te verschijnen; b. indien hij ter zake van een misdrijf moet terecht staan; c. indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en tegen het verlaten van de inrichting hiertoe geen overwegend bezwaar bestaat. 2 Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan bepalen dat gedurende het verblijf buiten de inrichting toezicht wordt uitgeoefend. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 50, eerste lid, van de wet Verlof als bedoeld in, wordt in de navolgende vormen onderscheiden: a. begeleid verlof; b. onbegeleid verlof; c. transmuraal verlof; d. incidenteel verlof. 2 Voordat het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden overgaat tot het verlenen van een vorm van verlof, bedoeld in het eerste lid, verzoekt deze Onze Minister schriftelijk een machtiging. De machtiging van Onze Minister kan mede omvatten het meermalen verlenen van de in het eerste lid onderscheiden verlofsoort. De machtiging wordt verleend voor de duur van een jaar. Ten behoeve van het verlenen van een nieuwe machtiging draagt de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden twee maanden voor het verlopen van de machtiging zorg voor een evaluatie aan Onze Minister. Een nieuwe machtiging wordt slechts verleend indien een evaluatie afgegeven is. De machtiging vervalt: Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden doet van een strafbaar feit als bedoeld in onderdeel 2° binnen een week aangifte bij een opsporingsambtenaar. Indien aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, verlof is verleend, wordt dit verlof terstond ingetrokken door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verleent geen verlof aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, tot aan de mededeling van het openbaar ministerie als bedoeld in onderdeel 2°. 1°. zodra de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vierentwintig uur ongeoorloofd afwezig is, tenzij sprake is van overmacht, of 2°. zodra het openbaar ministerie aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden meldt dat de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde wordt aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, begaan tijdens de tenuitvoerlegging van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege of tijdens de opneming in de inrichting. 3 Onze Minister kan de machtiging intrekken bij overtreding van de voorwaarden, gesteld bij het verlenen van verlof of indien feiten of omstandigheden bekend worden waardoor, indien deze ten tijde van het verlenen van de machtiging bekend waren geweest, de machtiging niet of niet in deze vorm zou zijn verleend. Onze Minister kan per inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of afdeling daarvan alle verlofmachtigingen intrekken indien er aanwijzingen zijn dat zich bij die inrichting of afdeling een patroon voordoet van meerdere onttrekkingen of andere incidenten. 4 Het verzoek van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden komt tot stand na multidisciplinair overleg binnen diens inrichting. 5 Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt in de huisregels een nadere procedure vast die voorafgaat aan het verlenen van verlof. In de huisregels wordt tevens een procedure opgenomen betreffende de wijze en de frequentie van controle op het verlof. 6 Bij aanvang van het verlof ontvangt de ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde een verlofpas. Hierop staat in ieder geval het tijdstip van aanvang en einde van het verlof aangegeven. 7 Er is een proef elektronisch volgsysteem als voorwaarde bij verlof. De proef is tijdelijk van aard en duurt ten hoogste zes jaar. Deelname aan deze proef geschiedt op vrijwillige basis. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over deze proef waaronder de doelgroep, de criteria en de rechtspositie van de ter beschikking gestelde. 8 Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof. 2018 211 05-07-2018 21-06-2018 2018 256 31-07-2018 12-07-2018 01-09-2018
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 51, eerste lid, van de wet De machtiging tot het verlenen van proefverlof van Onze Minister, bedoeld in, wordt schriftelijk door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangevraagd. 2 Bij dit verzoek wordt overgelegd een proefverlofplan, opgesteld in samenwerking met de reclassering, zo mogelijk die in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde tijdens dit proefverlof zal zijn gehuisvest. 3 Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek. Deze beslissing wordt schriftelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. De machtiging van Onze Minister wordt verleend voor de duur van een jaar. 4 Onze Minister brengt een machtiging als bedoeld in het eerste lid schriftelijk ter kennis van het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, het openbaar ministerie in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde zich op grond van het proefverlofplan zal vestigen en van de reclassering die aan de ter beschikking gestelde hulp en steun zal verlenen. 5 Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van proefverlof. 2010 312 03-08-2010 24-07-2010 2010 312 03-08-2010 24-07-2010 04-08-2010 Artikel III van Stb. 2010/312 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 54a — Artikel 54a#
Artikel 54a Er is een proef forensisch psychiatrisch toezicht in de fase van proefverlof. De proef is tijdelijk van aard en duurt ten hoogste drie jaar. Onze Minister wijst inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden aan waar de proef plaatsvindt. In de proef wordt, onverminderd de betrokkenheid van de reclassering, op de ter beschikking gestelde die met proefverlof is, toezicht gehouden door de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. 2005 400 02-08-2005 23-07-2005 2005 400 02-08-2005 23-07-2005 03-08-2005
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 artikel 50, derde lid, van de wet Bij aanvang van het proefverlof ontvangt de ter beschikking gestelde van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden een schriftelijke verklaring waarin de voorwaarden zijn vermeld die aan het proefverlof zijn verbonden, benevens de gronden waarop het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden overeenkomstig, het proefverlof kan intrekken. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 De ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde ontvangt zo nodig vergoeding voor een reis of reisgelegenheid naar de plaats van bestemming en voor de terugkeer, voor zover daarin niet bij een andere wettelijke regeling is voorzien. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 Indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden het proefverlof intrekt, geeft hij daarvan terstond kennis aan Onze Minister. Deze kennisgeving wordt onder vermelding van de datum van ingang van de beslissing schriftelijk bevestigd. 2 Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis van de beslissing tot intrekking van het proefverlof. 3 artikel 54, vierde lid Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden geeft van de beslissing tot intrekking van het proefverlof schriftelijk bericht aan de instanties genoemd in. 4 De machtiging van Onze Minister vervalt: Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden doet van een strafbaar feit, als bedoeld in onderdeel 2°, binnen een week aangifte bij een opsporingsambtenaar. Indien aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, proefverlof is verleend, wordt dit verlof terstond ingetrokken door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verleent geen proefverlof aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, tot aan de mededeling van het openbaar ministerie als bedoeld in onderdeel 2°. 1°. zodra de ter beschikking gestelde vierentwintig uur ongeoorloofd afwezig is, tenzij sprake is van overmacht, of 2°. zodra het openbaar ministerie aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden meldt dat de ter beschikking gestelde wordt aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, begaan tijdens het proefverlof. 5 Onze Minister kan de machtiging intrekken bij overtreding van de voorwaarden, gesteld bij het verlenen van proefverlof of indien feiten of omstandigheden bekend worden waardoor, indien deze ten tijde van het verlenen van de machtiging bekend waren geweest, de machtiging niet of niet in deze vorm zou zijn verleend. Onze Minister geeft terstond kennis van het intrekken van de machtiging tot proefverlof aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. 2018 211 05-07-2018 21-06-2018 2018 256 31-07-2018 12-07-2018 01-09-2018
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 artikel 51, tweede lid, van de wet Bijzondere voorwaarden, bedoeld in, strekkende tot het verkrijgen van hulp en steun worden door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden ter kennis gebracht van de reclassering die de ter beschikking gestelde hulp en steun verleent. Hetzelfde geldt met betrekking tot beslissingen die strekken tot wijziging, aanvulling of opheffing van de voorwaarden waarop de verlening van hulp en steun betrekking heeft. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 artikel 58 “met met” moet zijn “met.” De reclassering, bedoeld in, stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met methet hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dat aan de ter beschikking gestelde proefverlof heeft verleend. 2 De reclassering draagt er zorg voor dat het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden in kennis wordt gesteld van alle bijzondere voorvallen welke de ter beschikking gestelde betreffen. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 De reclassering rapporteert regelmatig aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dat proefverlof heeft verleend, met dien verstande dat de eerste rapportage plaatsvindt nadat een maand van het proefverlof is verstreken en dat vervolgens telkens wordt gerapporteerd over een periode van twee maanden. 2 Indien de ter beschikking gestelde de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar brengt of dreigt te brengen dan wel de bij het proefverlof opgelegde verplichtingen niet nakomt, wordt daarover tussentijds gerapporteerd. 3 In de loop van de eerste helft van de derde maand voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal zijn verstreken, zendt de reclassering aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden haar beschouwingen inzake de wenselijkheid van verlenging van de terbeschikkingstelling. 2025 356 14-11-2025 06-11-2025 2025 356 14-11-2025 06-11-2025 01-01-2026
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 artikel 51, tweede lid, van de wet De reclassering kan uit eigen beweging aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden een voorstel doen tot wijziging of opheffing van de voorwaarden, bedoeld in. 2 De reclassering kan uit eigen beweging door tussenkomst van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en Onze Minister aan het openbaar ministerie een voorstel doen tot het vorderen van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. 3 De reclassering dient desgevraagd het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en Onze Minister van advies. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 artikel 38, eerste lid g 38, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht Van de uitspraak waarbij de rechter aan de reclassering opdracht geeft de ter beschikking gestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen, bedoeld in, of, doet het openbaar ministerie zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister en aan de reclassering in het arrondissement waar de voorwaarden ten uitvoer worden gelegd. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Het algemeen toezicht op ter beschikking gestelden die niet van overheidswege worden verpleegd, berust bij Onze Minister. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 Bij beëindiging van het verblijf in de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden ontvangt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vergoeding voor een reis of reisgelegenheid naar zijn woon- of verblijfplaats binnen Nederland. 2 Indien de omstandigheden daartoe grond opleveren, kan Onze Minister beslissen dat de betrokkene onder geleide naar de plaats van zijn bestemming wordt overgebracht. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 artikel 63 Onze Minister ontvangt ten behoeve van het toezicht, bedoeld in, zo spoedig mogelijk mededeling van elke op een niet van overheidswege verpleegde ter beschikking gestelde betrekking hebbende: a. artikel 38, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht onherroepelijk geworden uitspraak waarbij terbeschikkingstelling met voorwaarden is gelast, als bedoeld in; b. artikel 38b 38c 38i 38k van het Wetboek van Strafrecht rechterlijke beslissing inzake een vordering op grond van,,of; c. beslissing tot vrijheidsontneming door het bevoegd gezag; d. onherroepelijk geworden uitspraak van een burgerlijk of militair gerecht waarbij ten aanzien van de ter beschikking gestelde opnieuw is beslist dat hij zich aan een misdrijf heeft schuldig gemaakt. 2 c De in het eerste lid genoemde feiten worden aan Onze Minister medegedeeld door de ambtenaren met de tenuitvoerlegging van de in dat lid bedoelde rechterlijke beslissingen belast, onderscheidenlijk elke ambtenaar van het openbaar ministerie die van de in het eerste lid, onder, bedoelde beslissing tot vrijheidsontneming kennis krijgt. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Onze Minister doet de hem overeenkomstig artikel 65 alsmede overige met betrekking tot de ter beschikking gestelde die niet van overheidswege wordt verpleegd, verschafte gegevens, voor zover hem dit wenselijk voorkomt, opnemen in een algemeen op zijn departement gehouden register. 2 Indien met betrekking tot een ter beschikking gestelde die niet van overheidswege wordt verpleegd, de kennisneming van de gegevens uit het algemeen register naar het oordeel van Onze Minister van belang kan zijn voor het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, doet Onze Minister dit openbaar ministerie die gegevens toekomen, al dan niet onder bijvoeging van zijn beschouwingen. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 artikel 38, eerste lid g artikel 38, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht Met het toezicht op de naleving van de voorwaarden, bedoeld in, en van de voorwaarden, bedoeld in, is steeds mede belast het openbaar ministerie in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde feitelijk woont. 2 Het openbaar ministerie, bedoeld in het eerste lid, wordt, voor zover nodig, door Onze Minister in kennis gesteld van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, en van een verstrekte opdracht tot het verlenen van hulp en steun. Een op een later tijdstip gegeven rechterlijke beslissing met betrekking tot voorwaarden, opdracht tot het verlenen van hulp en steun of verlenging van de terbeschikkingstelling wordt eveneens, voor zover nodig, ter kennis van dit openbaar ministerie gebracht. Het openbaar ministerie doet zo nodig de nieuwe of gewijzigde voorwaarden op de ontslagbrief aantekenen. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 artikel 62 artikel 67, eerste lid De reclassering, bedoeld in, stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met het openbaar ministerie dat op grond van, het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent. Zij draagt er zorg voor dat deze instantie in kennis wordt gesteld van misdrijven en andere bijzondere voorvallen welke de ter beschikking gestelde betreffen. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 artikel 38, eerste lid g 38, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht artikel 67, eerste lid Met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in, en, rapporteert de reclassering ten minste eenmaal per drie maanden aan Onze Minister en aan het openbaar ministerie dat op grond van, het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 artikel 38, eerste lid g artikel 38, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht De reclassering kan een voorstel doen aan het openbaar ministerie tot wijziging, aanvulling of opheffing van de voorwaarden, bedoeld in, en. Het voorstel wordt door tussenkomst van Onze Minister aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, gezonden. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 Indien de ter beschikking gestelde de voorwaarden overtreedt, of anderzins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, kan de reclassering een voorstel tot het geven van een bevel tot verpleging door tussenkomst van Onze Minister zenden aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast. 2 De reclassering dient desgevraagd Onze Minister en het openbaar ministerie, bedoeld in het eerste lid, van advies. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 a artikel 78, onder, van de wet Wet tarieven in strafzaken De beloning van de tolk of de vertaler en de vergoeding van de door hen gemaakte kosten, bedoeld ingeschieden volgens het bepaalde bij of krachtens de. 2 De secretaris van de beklag- of beroepscommissie stelt op basis van de in het eerste lid genoemde bepalingen de hoogte van de beloning en vergoeding vast. Met de uitbetaling is het hoofd van de inrichting belast. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Wet tarieven in strafzaken De vergoeding van de door een persoon als bedoeld in artikel 61, vierde lid, van de wet gemaakte kosten geschiedt volgens de. Artikel 76, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Bij overlijden van een ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde komen de kosten van begrafenis of crematie voor zover die redelijkerwijs noodzakelijk kunnen worden geacht en niet ten laste van het vermogen van betrokkene of diens erfgenamen kunnen worden gebracht, ten laste van de Staat. 2005 400 02-08-2005 23-07-2005 2005 400 02-08-2005 23-07-2005 03-08-2005
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 Wet langdurige zorg Onverminderd het bepaalde bij of krachtens dekomen ten laste van de Staat: a. de kosten van verpleging en behandeling van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde die voortvloeien uit hulpverlening door gedragsdeskundigen in verband met de geestesstoornis van de betrokkene; b. andere kosten van geneeskundige verzorging van de ter beschikking gestelde die van overheidswege wordt verpleegd; c. de kosten van overbrenging van een ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde naar enige voor hem in het kader van de verpleging bestemde plaats. 2 De noodzakelijke kosten van bestaan tijdens proefverlof komen niet ten laste van de Staat. 2014 520 18-12-2014 09-12-2014 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van de wet en dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Wijzigt de Gevangenismaatregel. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Wijzigt de Reclasseringsregeling 1995. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Wijzigt de Besluit registratie justitiële gegevens. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Wijzigt de Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Wijzigt de Arbeidstijdenbesluit. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Wijzigt de Arbeidsomstandighedenbesluit. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Wijzigt de Besluit voorrang hebbende regelingen ziekenfondsverzekering. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Stb. Stb. Het Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling van 6 juni 1988 (1988, 282) en de Tijdelijke regeling van de rechtspositie van ter beschikking gestelden van 29 januari 1987 (1987, 55) worden ingetrokken. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 artikel 2 Indien een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen op grond van artikel 26, eerste lid, Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling, geldt deze aanwijzing als aanwijzing op grond vanvan het onderhavige besluit. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement verpleging ter beschikking gestelden. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997