Besluit van 20 mei 1997, houdende regelen inzake tuchtrechtspraak en maatregelen wegens ongeschiktheid (Tuchtrechtbesluit BIG)
- BWB-id
- BWBR0008688
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008688
- ELI
- /eli/nl/amvb/1997/tuchtrechtbesluit-big
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1997/tuchtrechtbesluit-big/2022-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008688&g=2022-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008688&z=2026-06-06&g=2022-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008688/2022-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1997/tuchtrechtbesluit-big
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg ln dit besluit wordt verstaan onder «de wet»: de. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het rechtsgebied van het regionale tuchtcollege dat is gevestigd te Amsterdam omvat de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland. 2 Het rechtsgebied van het regionale tuchtcollege dat is gevestigd te ’s-Hertogenbosch omvat de provincies Limburg, Noord-Brabant, Utrecht en Zeeland. 3 Het rechtsgebied van het regionale tuchtcollege dat is gevestigd te Zwolle omvat de provincies Drenthe, Flevoland, Friesland, Gelderland, Groningen en Overijssel. 2022 97 01-03-2022 24-02-2022 2022 98 01-03-2022 24-02-2022 01-04-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2022 97 01-03-2022 24-02-2022 2022 98 01-03-2022 24-02-2022 01-04-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het klaagschrift bevat: 1. a. de naam, de voornamen en het adres van de klager; b. de klacht en de feiten en gronden waarop deze berust; c. de naam, het werkadres en, voor zover bekend, het woonadres van degene over wie wordt geklaagd; d. artikel 47, eerste lid, onder a, aanhef, van de wet indien het enig handelen of nalaten, bedoeld inbetreft en de in dat onderdeel, onder 1° of 2°, bedoelde persoon niet de klager is, diens naam en, zo mogelijk, diens adres; e. indien geklaagd wordt door: 1°. een rechtstreeks belanghebbende: een duidelijke aanduiding van het belang dat de klager bij het onderwerp van de klacht heeft; 2°. de beroepsbeoefenaar die aan degene over wie wordt geklaagd een opdracht heeft gegeven: een duidelijke omschrijving van de onderlinge verhouding; 3°. artikel 65, eerste lid, onder c, van de wet een persoon of een orgaan als bedoeld in: een duidelijke omschrijving van de verhouding tot degene over wie wordt geklaagd; 4°. artikel 65, eerste lid, onder d, van de wet de inspecteur als bedoeld in: vermelding van diens hoedanigheid. 2 Het klaagschrift is ondertekend door de klager, zijn advocaat of een andere gemachtigde. 3 De secretaris van het tuchtcollege tekent onverwijld de datum van ontvangst op het klaagschrift aan. 2018 190 26-06-2018 15-06-2018 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet op het
terrein van de volksgezondheid inzake fusie van de Inspectie voor de
Gezondheidszorg en de Inspectie Jeugdzorg tot Inspectie
gezondheidszorg en jeugd (Stb. 2018/94) in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 4, eerste of tweede lid Indien het klaagschrift niet voldoet aan, deelt het tuchtcollege de klager, indien deze bekend is, mede in hoeverre het klaagschrift onvolledig is en nodigt hem uit het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 66 Van het verhandelde tijdens het vooronderzoek, bedoeld invan de wet, maakt degene die optreedt als secretaris, proces-verbaal op. 2 Het proces-verbaal bevat de zakelijke inhoud van de verklaringen van de klager, degene over wie is geklaagd, de getuigen en de deskundigen. Degene die het vooronderzoek verricht, kan ambtshalve of op verzoek van een in de eerste volzin bedoeld persoon bepalen dat een verklaring geheel of gedeeltelijk woordelijk zal worden opgenomen. 3 Het proces-verbaal wordt ondertekend door degene die het vooronderzoek verricht en degene die optreedt als secretaris. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2022 97 01-03-2022 24-02-2022 2022 98 01-03-2022 24-02-2022 01-04-2022
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De secretaris nodigt de klager en degene over wie is geklaagd, schriftelijk uit op de terechtzitting te verschijnen, onder mededeling van de plaats, de dag en het uur van aanvang van het onderzoek op de terechtzitting, de samenstelling van het tuchtcollege, de plaats waar en de tijdstippen waarop de processtukken ter inzage liggen, en de namen van de getuigen en de deskundigen die zijn uitgenodigd of opgeroepen. 2 artikel 65, zesde lid, van de wet de artikelen 9 18 Bij de uitnodiging wordt een termijn van ten minste drie weken in acht genomen. Indien de inspecteur een verzoek als bedoeld inheeft gedaan, mag een kortere termijn in acht worden genomen. In dat geval bepaalt het tuchtcollege welke termijnen in plaats van die genoemd inen, in acht moeten worden genomen. Van het verzoek van de inspecteur en van de door het tuchtcollege vastgestelde termijnen wordt door de secretaris mededeling gedaan in de uitnodiging. 2018 190 26-06-2018 15-06-2018 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet op het
terrein van de volksgezondheid inzake fusie van de Inspectie voor de
Gezondheidszorg en de Inspectie Jeugdzorg tot Inspectie
gezondheidszorg en jeugd (Stb. 2018/94) in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De namen van de getuigen en de deskundigen die door de klager of degene over wie is geklaagd, zijn uitgenodigd of opgeroepen, worden ten minste een week vóór de terechtzitting aan de secretaris van het tuchtcollege meegedeeld. De secretaris brengt de klager en degene over wie is geklaagd, onverwijld op de hoogte van de namen van de getuigen en deskundigen die nog niet bij hen bekend zijn. 2 Processtukken kunnen uiterlijk tot twee weken vóór de terechtzitting bij de secretaris worden ingediend. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De samenstelling van het tuchtcollege blijft van de eerste behandeling ter terechtzitting af tot de beslissing in raadkamer onveranderd. 2 Indien wijziging van de samenstelling noodzakelijk is, wordt de behandeling van de zaak op de terechtzitting opnieuw aangevangen. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De voorzitter opent, leidt en sluit de terechtzitting. 2 Hij handhaaft de orde op de zitting en kan daartoe de hulp van de sterke arm inroepen. 3 De voorzitter kan degene die tijdens de zitting de stilte of orde verstoort dan wel tekenen van goed- of afkeuring geeft, laten verwijderen. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De voorzitter beslist de ter terechtzitting voorkomende geschillen betreffende de wijze waarop de zaak wordt behandeld. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Alle verschenen getuigen en deskundigen worden gehoord. De voorzitter bepaalt de volgorde van het horen. 2 De getuigen en deskundigen worden gehoord door de voorzitter. De andere leden van het tuchtcollege kunnen eveneens vragen stellen. 3 Door tussenkomst van de voorzitter kunnen de klager en degene over wie is geklaagd, vragen stellen aan de getuigen en de deskundigen. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Het horen van de klager en degene over wie is geklaagd geschiedt door de voorzitter. De andere leden van het tuchtcollege kunnen eveneens vragen stellen. 2 Door tussenkomst van de voorzitter kunnen de klager en degene over wie is geklaagd, elkaar vragen stellen. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Van het verhandelde op de terechtzitting maakt de secretaris procesverbaal op. Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. 2 Het proces-verbaal wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Het tuchtcollege beraadslaagt en beslist in raadkamer en grondt de uitspraak uitsluitend op hetgeen ter terechtzitting heeft plaatsgevonden en op de processtukken. 2 Het college beslist bij meerderheid van stemmen. De secretaris heeft een adviserende stem. 3 Wanneer drie of meer opvattingen zijn gegeven, wordt beslist in de zin die het meest overeenkomt met de opvatting van de meerderheid. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 69, tweede en derde lid Onverminderd, van de wet, bevat de eindbeslissing van het tuchtcollege: a. de naam, de voornamen en de woonplaats van de klager; b. de naam, de voornamen en, voor zover bekend, het werkadres van degene over wie is geklaagd; c. de naam en de voornamen van de raadsman van de klager en van die van degene over wie is geklaagd, alsmede de plaats waar deze personen hun beroep uitoefenen; d. een omschrijving van de feiten en omstandigheden die naar aanleiding van de klacht zijn onderzocht; e. de namen van de voorzitter en de andere leden van het tuchtcollege die de zaak hebben behandeld, en van de secretaris. 2 De eindbeslissing wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Bij verhindering van een van hen wordt diens plaats ter zake van de ondertekening ingenomen door een ander lid van het college dan de voorzitter dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting heeft bijgewoond. 3 artikel 72, eerste lid Op het afschrift van de eindbeslissing, bedoeld in, van de wet, wordt het rechtsmiddel vermeld dat tegen die beslissing voor de klager of degene over wie is geklaagd, openstaat. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Het regionale tuchtcollege draagt ervoor zorg dat er ten minste acht dagen voor de dag van de behandeling van een zaak op een openbare terechtzitting of van een openbare uitspraak, in het gebouw waarin het tuchtcollege zitting houdt, een rollijst ter inzage ligt waarop is aangegeven de plaats, de dag en het uur van de openbare terechtzitting of uitspraak, met een aanduiding van de desbetreffende zaak. 2 Plaats, dag en uur van een niet-openbare uitspraak worden ten minste acht dagen voor de uitspraak schriftelijk meegedeeld aan de klager en degene over wie is geklaagd. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Het beroepschrift bevat: a. de naam, de voornamen en het adres van degene die het beroep instelt; b. een duidelijke aanduiding van de eindbeslissing waartegen het beroep is gericht; c. de gronden van het beroep. 2 Het beroepschrift is ondertekend door degene die het beroep instelt, zijn advocaat of een andere gemachtigde. 3 Het beroepschrift wordt ingezonden bij het regionale tuchtcollege dat de eindbeslissing waartegen beroep wordt ingesteld, heeft gegeven. 4 Indien het beroepschrift is ingezonden bij het centrale tuchtcollege, wordt het onverwijld doorgezonden aan het desbetreffende regionale tuchtcollege, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan degene die beroep heeft ingesteld. In het geval, bedoeld in de eerste volzin, geldt als datum van indiening van het beroepschrift die van indiening bij het centrale tuchtcollege. 2008 276 15-07-2008 03-07-2008 2008 274 15-07-2008 03-07-2008 01-09-2008 Artikel XII van Stb. 2008/276 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer in werking treedt.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De secretaris van het regionale tuchtcollege tekent onverwijld de datum van ontvangst op het beroepschrift aan en zendt de op de zaak betrekking hebbende processtukken zo spoedig mogelijk aan het centrale tuchtcollege. 2 artikel 72, eerste lid De secretaris van het regionale tuchtcollege stelt degenen die op grond van, van de wet een afschrift van de eindbeslissing ontvangen, ervan in kennis dat tegen die beslissing beroep is ingesteld. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 19, eerste en tweede lid Indien het beroepschrift niet voldoet aan, deelt het centrale tuchtcollege aan de indiener van het beroep mede in hoeverre het beroepschrift onvolledig is en nodigt hem uit het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikelen 6 tot en met 16 17 eerste en tweede lid 18 Op de procedure in beroep zijn de,, envan overeenkomstige toepassing. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 52 van de wet Herziening van een onherroepelijk geworden eindbeslissing als bedoeld in, wordt schriftelijk verzocht bij het centrale tuchtcollege door degene over wie was geklaagd. 2 Het verzoekschrift vermeldt de gronden waarop het berust, met bijvoeging van de bescheiden waaruit van die gronden kan blijken. 3 Het verzoekschrift is ondertekend door de indiener van het verzoek, zijn advocaat of een andere gemachtigde. 2008 276 15-07-2008 03-07-2008 2008 274 15-07-2008 03-07-2008 01-09-2008 Artikel XII van Stb. 2008/276 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 23, tweede lid Indien het verzoek tot herziening niet voldoet aan het vereiste, bedoeld in, verklaart het centrale tuchtcollege bij met redenen omklede beslissing de indiener niet-ontvankelijk. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24 Indien geen toepassing wordt gegeven aan, gelast de voorzitter van het centrale tuchtcollege dat het verzoek verder wordt behandeld op een openbare terechtzitting op een door hem te bepalen dag. 2 Zodra de behandeling op de terechtzitting is gelast, benoemt de voorzitter een ander lid of een plaatsvervangend lid van het college tot rapporteur. 3 De indiener van het verzoek tot herziening en de oorspronkelijke klager, indien zijn adres hier te lande bekend is, worden ten minste drie weken voor de dag van de terechtzitting schriftelijk van die dag in kennis gesteld. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Artikel 65e van de wet De rapporteur brengt op de terechtzitting zijn verslag uit, behelzende een overzicht van de relevante feiten en omstandigheden die uit de behandeling van de zaak die heeft geleid tot de eindbeslissing waarvan herziening is verzocht, en naar aanleiding van het verzoek tot herziening bekend zijn geworden. Daarna worden de indiener van het verzoek tot herziening en de oorspronkelijke klager door de voorzitter in de gelegenheid gesteld het woord te voeren.is van overeenkomstige toepassing. 2 Het centrale tuchtcollege bepaalt vervolgens de dag en de plaats van de uitspraak. De uitspraak vindt plaats op een openbare terechtzitting. 2019 318 17-10-2019 01-10-2019 2019 437 29-11-2019 21-11-2019 01-01-2020
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Van het verhandelde tijdens de terechtzitting maakt de secretaris van het centrale tuchtcollege proces-verbaal op. 2 Het proces-verbaal bevat de zakelijke inhoud van het verslag van de rapporteur en van de verklaringen van de indiener van het verzoek tot herziening en de oorspronkelijke klager. De voorzitter kan ambtshalve of op verzoek van een in de eerste volzin bedoeld persoon bepalen dat het verslag of een verklaring geheel of gedeeltelijk woordelijk zal worden opgenomen. 3 Het proces-verbaal wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. 4 de artikelen 10 11 12 16 18 Met betrekking tot de behandeling op de terechtzitting zijn,,,envan overeenkomstige toepassing. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Indien het centrale tuchtcollege het verzoek tot herziening ongegrond acht, wijst het college dat bij met redenen omklede uitspraak af. 2 De uitspraak wordt op schrift gesteld en bevat de namen van de voorzitter en de andere leden van het centrale tuchtcollege die de zaak hebben behandeld, en van de secretaris. Artikel 17, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Indien het centrale tuchtcollege het verzoek tot herziening gegrond acht, beveelt het de opschorting van de uitvoering van de eindbeslissing waarvan herziening is verzocht en verwijst het de zaak naar een regionaal tuchtcollege dat van de zaak nog geen kennis heeft genomen teneinde hetzij de desbetreffende eindbeslissing te handhaven, hetzij, met vernietiging daarvan, de klager niet-ontvankelijk te verklaren, de klacht af te wijzen dan wel de indiener van het verzoek tot herziening een minder zware maatregel op te leggen dan de bij de vernietigde eindbeslissing opgelegde maatregel. 2 Het centrale tuchtcollege draagt zo spoedig mogelijk alle op de zaak betrekking hebbende stukken over aan het regionale tuchtcollege waarnaar de zaak is verwezen. 3 Bij een verwijzing als bedoeld in het eerste lid worden zaken die zijn behandeld door de voormalige regionale tuchtcolleges van Den Haag, Eindhoven en Groningen niet verwezen naar de colleges van respectievelijk Amsterdam, ’s-Hertogenbosch en Zwolle. 4 Bij de behandeling van de zaak door het aangewezen regionale tuchtcollege wordt aan de behandeling niet deelgenomen door leden die eerder bij de behandeling van de betreffende zaak waren betrokken. 2022 97 01-03-2022 24-02-2022 2022 98 01-03-2022 24-02-2022 01-04-2022
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 29, eerste lid Van een bevel als bedoeld in, wordt een afschrift gezonden aan de indiener van het verzoek tot herziening, aan Onze Minister, aan de inspecteur wie de aangelegenheid uit hoofde van de aan hem toevertrouwde belangen aangaat, en, indien de indiener van het verzoek tot herziening een militair is, aan Onze Minister van Defensie. 2 artikel 48, eerste lid, onder d, e en f, en derde lid, van de wet Indien bij de eindbeslissing waarvan herziening is verzocht, een van de inomschreven maatregelen was opgelegd, maakt Onze Minister, na ontvangst van het afschrift, bedoeld in het eerste lid, aantekening van de opschorting van de desbetreffende eindbeslissing in het register. Zolang het bevel tot opschorting van kracht is, wordt de betrokkene voor de toepassing van wettelijke bepalingen, betrekking hebbende op degenen die in het desbetreffende register ingeschreven staan, gelijkgesteld met een ingeschrevene, behalve indien bij de desbetreffende eindbeslissing ten aanzien van hem de maatregel, bedoeld in artikel 48, derde lid, van de wet was opgelegd. 3 Van de aantekening van de opschorting in het register en de gelijkstelling, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, wordt aan de indiener van het verzoek om herziening schriftelijk mededeling gedaan. 2018 190 26-06-2018 15-06-2018 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet op het
terrein van de volksgezondheid inzake fusie van de Inspectie voor de
Gezondheidszorg en de Inspectie Jeugdzorg tot Inspectie
gezondheidszorg en jeugd (Stb. 2018/94) in werking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 29 Na de verwijzing, bedoeld in, gelast de voorzitter van het regionale tuchtcollege waarnaar de zaak is verwezen, een vooronderzoek. 2 66, eerste lid, tweede volzin, en tweede tot en met zevende lid 67 68 69, eerste en derde lid 70 71 72 van de wet artikel 69, tweede lid, van de wet 6 tot en met 16 18 artikel 17 De behandeling van de verwezen zaak vindt vervolgens plaats met overeenkomstige toepassing van de artikelen 65e,,,,,,en, enenvan dit besluit, met dien verstande dat, voor zover in vorengenoemde artikelen verplichtingen van het tuchtcollege ten aanzien van de oorspronkelijke klager zijn opgenomen, deze slechts gelden indien zijn adres hier te lande bekend is. Voorts isvan dit besluit van overeenkomstige toepassing, behoudens voor zover daarin wordt verwezen naar. 2019 318 17-10-2019 01-10-2019 2019 437 29-11-2019 21-11-2019 01-01-2020
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 d e f artikel 48, eerste lid, onder,of, of derde lid artikel 30, tweede lid Indien het regionale tuchtcollege in de verwezen zaak beslist dat de eindbeslissing waarbij een maatregel als bedoeld in, van de wet was opgelegd, wordt gehandhaafd, verwijdert Onze Minister de aantekening van de opschorting, bedoeld in, zodra hij het afschrift van de beslissing heeft ontvangen. 2 e artikel 48, eerste lid, onder Indien de beslissing van het regionale tuchtcollege in de verwezen zaak inhoudt dat de eindbeslissing waarvan herziening is gevraagd, wordt vernietigd en dat een maatregel als bedoeld in, van de wet wordt opgelegd, wordt die maatregel aangetekend in het register onder gelijktijdige verwijdering van de aantekening van de oorspronkelijk opgelegde maatregel en van die van de opschorting. Indien bij de beslissing van het college in de verwezen zaak de maatregel van schorsing wordt opgelegd, worden de aantekeningen van de oorspronkelijk opgelegde maatregel en van de opschorting daarvan in het register verwijderd. Van de schorsing wordt slechts aantekening gemaakt in het register voor zover de duur daarvan langer is dan de periode gedurende welke de oorspronkelijk opgelegde maatregel reeds ten uitvoer is gelegd. 3 d e f artikel 48, eerste lid, onder,of, of derde lid a b c artikel 48, eerste lid, onder,of Indien de beslissing van het regionale tuchtcollege inhoudt dat de eindbeslissing waarbij een maatregel als bedoeld in, van de wet was opgelegd, wordt vernietigd en dat de klager niet-ontvankelijk wordt verklaard, de klacht wordt afgewezen dan wel ten aanzien van de betrokkene een maatregel als bedoeld in, van de wet wordt opgelegd, worden de aantekeningen in het register van de oorspronkelijke maatregel en van de opschorting, verwijderd. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a artikel 50, derde lid, van de wet Voor de toepassing vanwordt voor zaken waar in hoogste instantie een maatregel is opgelegd door de voormalige regionale tuchtcolleges van Den Haag, Eindhoven en Groningen, advies ingewonnen bij de colleges van respectievelijk Amsterdam, ’s-Hertogenbosch en Zwolle. 2022 97 01-03-2022 24-02-2022 2022 98 01-03-2022 24-02-2022 01-04-2022
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 79 van de wet De voordracht aan het regionale tuchtcollege tot het treffen van een voorziening als bedoeld in, wordt gedaan door de inspecteur van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 de artikelen 6 tot en met 18 artikel 33 d artikel 17, eerste lid, onder Met betrekking tot de behandeling van een zaak door het regionale tuchtcollege zijnvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «de klager» en «degene over wie is geklaagd» telkens wordt gelezen «de inspecteur, bedoeld in» onderscheidenlijk «degene op wie de voordracht betrekking heeft» en dat in, in plaats van «de klacht» wordt gelezen «de voordracht». 2 de artikelen 19 tot en met 22 Op de procedure in beroep tegen een eindbeslissing van het regionale tuchtcollege zijnvan overeenkomstige toepassing. 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 2019 111 14-03-2019 22-02-2019 01-04-2019
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Dit besluit wordt aangehaald als: Tuchtrechtbesluit BIG. 1997 238 19-06-1997 20-05-1997 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997