Besluit van 6 juli 1998, houdende voorschriften omtrent onder meer berekening van aan gemeenten toe te kennen rijksbijdragen ten behoeve van inburgering van nieuwkomers (Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers)
- BWB-id
- BWBR0009768
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2005-08-31 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009768
- ELI
- /eli/nl/amvb/1998/bekostigingsbesluit-inburgering-nieuwkomers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1998/bekostigingsbesluit-inburgering-nieuwkomers/2005-08-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009768&g=2005-08-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009768&z=2026-06-06&g=2005-08-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009768/2005-08-31
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1998/bekostigingsbesluit-inburgering-nieuwkomers
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet inburgering nieuwkomers de wet: de; b. Onze Minister: Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie; c. artikel 6, eerste lid, van de wet inburgeringsprogramma: een programma als bedoeld in; d. artikel 1, onder a, van de wet nieuwkomer: de nieuwkomer, bedoeld in; e. artikel 5, eerste lid, van de wet artikel 5, tweede lid, van de wet beschikking omtrent een inburgeringsprogramma: zowel de vaststelling van een inburgeringsprogramma op grond van, als het besluit het vaststellen van een inburgeringsprogramma achterwege te laten, op grond van, tenzij uit het besluit anders blijkt; f. artikel 7.4.15, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs verklaring: de door het bevoegd gezag van een instelling uitgereikte verklaring, bedoeld in; g. artikel 6, eerste lid, onder a, van de wet artikel 16 van de wet rijksbijdrage: de bijdrage die Onze Minister aan een gemeente verstrekt ten behoeve van educatieve programma’s, bedoeld inen ten behoeve van het geheel van de activiteiten, bedoeld in. 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 31-08-2005 01-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2 Berekening rijksbijdrage#
Artikel 2 Berekening rijksbijdrage 1 De rijksbijdrage voor een gemeente wordt berekend op de grondslag van: a. het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen uitgereikt in het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft, en b. het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in dat jaar een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen. 2 Onze Minister bepaalt de hoogte van het bedrag dat beschikbaar is per verklaring, respectievelijk beschikking omtrent een inburgeringsprogramma. 3 De in het eerste lid bedoelde rijksbijdrage voor een gemeente wordt berekend met de formule [ ( a x b ) + ( c x d ) ] waarin wordt voorgesteld: – met de letter a: het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen die zijn uitgereikt in het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft; – met de letter b: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid beschikbaar is per verklaring; – met de letter c: het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie in het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft, het college van burgemeester en wethouders een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen; – met de letter d: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid beschikbaar is per beschikking omtrent een inburgeringsprogramma. 4 artikel 1, onderdeel b, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid De in het eerste lid bedoelde rijksbijdragen zijn in afwijking van het derde lid, nihil voor een gemeente als bedoeld in. 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 31-08-2005 01-01-2005
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2 De rijksbijdrage, bedoeld in, voor 2004 kan eenmalig worden verhoogd. 2 artikel 3, derde lid, onderdeel c Deze verhoging is afhankelijk van de door de gemeente opgebouwde reserve, bedoeld in, op 31 december 2002 en wordt berekend met de formule: X = Y – ½ Z waarin wordt voorgesteld: – met de letter X: het bedrag van de eenmalige verhoging van de rijksbijdrage voor 2004; – met de letter Y: het verschil tussen de rijksbijdrage op grond van de meerjarenraming in de rijksbegroting voor 2003 en de rijksbijdrage die voor 2004 is toegekend; – artikel 3, derde lid, onderdeel c met de letter Z: de door de gemeente opgebouwde reserve, bedoeld in, op 31 december 2002. 3 Het bedrag van de eenmalige verhoging van de rijksbijdrage, bedoeld in het tweede lid, wordt verstrekt uiterlijk 1 juni 2004. 2004 168 27-04-2004 19-04-2004 2004 168 27-04-2004 19-04-2004 28-04-2004
Artikel 3 — Artikel 3 Verlening van het voorschot op de rijksbijdrage#
Artikel 3 Verlening van het voorschot op de rijksbijdrage 1 Onze Minister verleent jaarlijks een voorschot op de rijksbijdrage aan een gemeente. 2 Het voorschot wordt berekend op de grondslag van: a. het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen, uitgereikt in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft; b. het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in dat tweede jaar een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen. 3 Het voorschot voor een gemeente wordt berekend met de formule [ ( e × f ) + ( g × h ) ] × i waarin wordt voorgesteld: – met de letter e: het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen die zijn uitgereikt in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft; – artikel 2, tweede lid met de letter f: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in, beschikbaar is per verklaring; – met de letter g: het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft het college van burgemeester en wethouders een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen; – artikel 2, tweede lid met de letter h: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in, beschikbaar is per beschikking omtrent een inburgeringsprogramma; – met de letter i: de jaarlijks door Onze Minister vastgestelde correctiefactor. 4 Het voorschot wordt vastgesteld voor 1 oktober voorafgaande aan het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft. 5 Het voorschot wordt vastgesteld onder voorbehoud van goedkeuring van de beschikbare middelen door de begrotingswetgever. Het voorschot kan worden verhoogd of verlaagd in verband met wijzigingen van de rijksbegroting voor het jaar waarin het voorschot wordt verleend. 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 31-08-2005 01-01-2005
Artikel 4 — Artikel 4 Verstrekking en waarmerking gegevens; vaststelling rijksbijdrage#
Artikel 4 Verstrekking en waarmerking gegevens; vaststelling rijksbijdrage 1 artikel 2, eerste lid artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het college van burgemeester en wethouders deelt Onze Minister voor 1 april van het jaar volgend op het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft het in, bedoelde aantal verklaringen en beschikkingen mede. De gegevens zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens en verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid niet voor de in het eerste lid genoemde termijn door Onze Minister zijn ontvangen, wordt het college van burgemeester en wethouders binnen een door Onze Minister te bepalen termijn in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. 3 Indien Onze Minister de in het eerste lid bedoelde gegevens en verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid niet voor 1 juli van het in het eerste lid bedoelde jaar heeft ontvangen, stelt Onze Minister de rijksbijdrage vast op nihil. 4 Onverminderd het bepaalde in het derde lid, stelt Onze Minister de rijksbijdrage vast voor 1 oktober van het jaar volgend op het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft. 5 De rijksbijdrage wordt vastgesteld onder voorbehoud van goedkeuring van de beschikbare middelen door de begrotingswetgever. De vastgestelde rijksbijdrage kan worden verhoogd of verlaagd in verband met wijzigingen van de rijksbegroting voor het desbetreffende jaar. 6 artikel 3, eerste lid Het bedrag van de vastgestelde rijksbijdrage wordt binnen twaalf maanden na de vaststelling ervan aan een gemeente betaald onder verrekening van het ingevolge, aan die gemeente verleende voorschot. 7 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven voor het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde gegevens. 8 Ten behoeve van de verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid stelt Onze Minister een controleprotocol vast. Aan Onze Minister wordt op diens verzoek inzicht gegeven in de gegevens die bij de controle op enigerlei wijze een rol spelen, en in de controlerapporten van de accountant. 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 31-08-2005 01-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5 Gemeentelijke samenwerking#
Artikel 5 Gemeentelijke samenwerking 1 Het college van burgemeester en wethouders kan de in dit besluit geregelde rijksbijdrage aanwenden tezamen met de colleges van burgemeester en wethouders van een of meer andere gemeenten, indien tevens de andere in dit besluit geregelde rijksbijdrage voor datzelfde jaar tezamen met die andere gemeente of gemeenten wordt aangewend. 2 artikel 4, eerste lid artikel 7, eerste lid In geval van samenwerking als bedoeld in het eerste lid, dragen de samenwerkende gemeenten aan een van hen de bevoegdheid over tot het ontvangen van de rijksbijdragen, het inzenden van een schriftelijk verslag over de activiteiten waarvoor de rijksbijdragen zijn verstrekt en de verstrekking van de in, bedoelde gegevens en de in, bedoelde aanvullende inlichtingen. 3 In geval van samenwerking als bedoeld in het eerste lid, stellen de colleges van burgemeester en wethouders van de samenwerkende gemeenten Onze Minister daarvan in kennis voor 1 december voorafgaand aan het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft. 4 De melding, bedoeld in het derde lid, bevat van de betrokken gemeenten: a. de namen van die gemeenten, b. de naam van de gemeente waaraan de in het tweede lid genoemde bevoegdheid is overgedragen, en c. een verklaring van elke gemeente waaruit de in het tweede lid bedoelde overdracht van bevoegdheid aan de daar bedoelde gemeente blijkt. 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 31-08-2005 01-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6 Gemeentelijk verslag inburgeringsactiviteiten#
Artikel 6 Gemeentelijk verslag inburgeringsactiviteiten Het college van burgemeester en wethouders zendt jaarlijks voor 1 april van het jaar volgend op het jaar waarvoor de rijksbijdrage is verstrekt, aan Onze Minister een schriftelijk verslag over de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage is verstrekt. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de inrichting van het verslag. 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 31-08-2005 01-01-2005
Artikel 7 — Artikel 7 Verstrekking van inlichtingen#
Artikel 7 Verstrekking van inlichtingen 1 artikel 4, eerste lid Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verstrekt desgevraagd aan Onze Minister aanvullende inlichtingen omtrent de in, bedoelde gegevens en het gemeentelijk verslag inburgeringsactiviteiten. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven inzake de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen. 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 31-08-2005 01-01-2005
Artikel 8 — Artikel 8 Intrekking of wijziging rijksbijdrage#
Artikel 8 Intrekking of wijziging rijksbijdrage 1 Onze Minister kan de vastgestelde rijksbijdrage binnen een periode van 5 jaar na de bekendmaking intrekken of ten nadele van de gemeente wijzigen: a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de vaststelling van de rijksbijdrage redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de rijksbijdrage lager zou zijn vastgesteld; b. indien de vaststelling van de rijksbijdrage onjuist was en de gemeente dit wist of behoorde te weten; c. indien de gemeente na de vaststelling van de rijksbijdrage niet heeft voldaan aan de voorschriften, vastgesteld bij en krachtens dit besluit. 2 De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de rijksbijdrage is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. 2001 576 06-12-2001 16-11-2001 2001 576 06-12-2001 16-11-2001 01-01-2002
Artikel 9 — Artikel 9 Terugvorderen rijksbijdrage bij intrekking#
Artikel 9 Terugvorderen rijksbijdrage bij intrekking 1 artikel 8 Bij het geheel of gedeeltelijk intrekken van de rijksbijdrage op grond vanbesluit Onze Minister tot: a. het onmiddellijk terugvorderen van de middelen bij de desbetreffende gemeente, of b. het verrekenen van de middelen met de rijksbijdrage aan de gemeente in het jaar nadat tot geheel of gedeeltelijk intrekken is besloten. 2 Indien Onze Minister toepassing geeft aan het eerste lid, onderdeel a, worden de middelen binnen een termijn van 4 weken nadat een daartoe strekkend besluit aan de gemeente is verzonden, door de gemeente terugbetaald. 3 Na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het tweede lid, is de gemeente zonder aanmaning of rechterlijke tussenkomst de wettelijke rente verschuldigd. 1998 441 21-07-1998 06-07-1998 1998 533 08-09-1998 21-08-1998 30-09-1998 Treedt in werking als de Wet inburgering nieuwkomers in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10 Berekening van het voorschot voor het jaar 2005#
Artikel 10 Berekening van het voorschot voor het jaar 2005 1 artikel 3, tweede lid In afwijking van het bepaalde in, wordt het voorschot voor het jaar 2005 voor een gemeente berekend op de grondslag van: a. het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen, uitgereikt in 2003; b. het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in 2003 een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen; c. de door Onze Minister geraamde door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen per 31 december 2004. 2 Het in het eerste lid bedoelde voorschot wordt berekend met de formule a = { [ ( b × c ) + ( d × e ) ] × f } – ½ g waarin wordt voorgesteld: – met de letter a: het voorschot voor het jaar 2005 voor een gemeente; – met de letter b: het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen die zijn uitgereikt in 2003; – artikel 2, tweede lid met de letter c: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in, beschikbaar is per verklaring; – met de letter d: het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie in 2003 het college van burgemeester en wethouders een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen; – artikel 2, tweede lid met de letter e: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in, beschikbaar is per beschikking omtrent een inburgeringsprogramma; – met de letter f: de door Onze Minister vastgestelde correctiefactor voor het jaar 2005; – met de letter g: de door Onze Minister geraamde door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen per 31 december 2004. 3 In de formule, bedoeld in het tweede lid, kunnen a en g niet kleiner zijn dan nul. 4 artikel 3, vierde lid Het voorschot voor het jaar 2005 wordt in afwijking van het bepaalde in, vastgesteld een maand na plaatsing van dit besluit in het Staatsblad. 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 31-08-2005 01-01-2005
Artikel 11 — Artikel 11 Berekening van de rijksbijdrage voor het jaar 2005#
Artikel 11 Berekening van de rijksbijdrage voor het jaar 2005 1 artikel 2, eerste lid In afwijking van het bepaalde in, wordt de rijksbijdrage voor het jaar 2005 voor een gemeente berekend op de grondslag van: a. het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen uitgereikt in 2005; b. het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in 2005 een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen, en c. de door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen per 31 december 2004. 2 De in het eerste lid bedoelde rijksbijdrage wordt berekend met de formule h = [ ( i × j ) + ( k × l ) ] – ½ m waarin wordt voorgesteld: – met de letter h: de rijksbijdrage voor het jaar 2005 voor een gemeente; – met de letter i: het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen die zijn uitgereikt in 2005; – artikel 2, tweede lid met de letter j: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in, beschikbaar is per verklaring; – met de letter k: het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie in 2005 het college van burgemeester en wethouders een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen; – artikel 2, tweede lid met de letter l: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in, beschikbaar is per beschikking omtrent een inburgeringsprogramma; – met de letter m: de door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen per 31 december 2004. 3 In de formule, bedoeld in het tweede lid, kunnen h en m niet kleiner zijn dan nul. 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 31-08-2005 01-01-2005
Artikel 12 — Artikel 12 Algemene overgangsbepaling#
Artikel 12 Algemene overgangsbepaling 1 artikel 4 Onverminderd het bepaalde inverstrekt Onze Minister uiterlijk 1 april 2006 aan een gemeente een eenmalige aanvullende rijksbijdrage. Deze rijksbijdrage wordt berekend op de grondslag van: a. het aantal door het college van burgemeester en wethouders ontvangen afschriften van verklaringen, uitgereikt in 2003 en 2004; b. het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in 2003 en 2004 een beschikking omtrent een inburgeringsprogramma heeft genomen; c. de door een gemeente per 31 december 2004 opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen; en d. artikel 2a het verschil tussen het totaal aan rijksbijdragen aan gemeenten op grond van de meerjarenraming in de rijksbegroting voor 2003 en de rijksbijdrage aan een gemeente voor 2004, verminderd met de inbedoelde rijksbijdrage aan die gemeente. 2 De in het eerste lid bedoelde rijksbijdrage voor een gemeente wordt berekend met de formule: n = [ { ( o x p ) + ( q x r ) } – ( s + t ) ] – ½ u waarin wordt voorgesteld: – met de letter n: de rijksbijdrage als bedoeld in het eerste lid; – met de letter o: het door het college van burgemeester en wethouders ontvangen aantal afschriften van verklaringen in 2003 en 2004; – artikel 2, tweede lid met de letter p: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in, beschikbaar is per verklaring; – met de letter q: het aantal nieuwkomers ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders in 2003 en 2004 een beschikking heeft genomen; – artikel 2, tweede lid met de letter r: het bedrag dat met inachtneming van het bepaalde in, beschikbaar is per beschikking omtrent een inburgeringsprogramma; – met de letter s: de som van de verleende rijksbijdragen voor de jaren 2003 en 2004 voor een gemeente; – artikel 2a met de letter t: het verschil tussen het totaal aan rijksbijdragen aan gemeenten op grond van de meerjarenraming in de rijksbegroting voor 2003 en de rijksbijdrage die voor het jaar 2004 aan een gemeente is toegekend, verminderd met de inbedoelde rijksbijdrage voor die gemeente; en – met de letter u: de door Onze Minister geraamde door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen per 31 december 2004. 3 In de formule, bedoeld in het tweede lid, kunnen n en u niet kleiner zijn dan nul. 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 31-08-2005 01-01-2005
Artikel 13 — Artikel 13 Overgangsbepaling ten aanzien van het gemeentelijk verslag met betrekking tot 2004 en de verantwoording van de rijksbijdrage 2004#
Artikel 13 Overgangsbepaling ten aanzien van het gemeentelijk verslag met betrekking tot 2004 en de verantwoording van de rijksbijdrage 2004 1 artikel 6 In afwijking van het bepaalde in, zendt het college van burgemeester en wethouders voor 1 juli 2005 aan Onze Minister een schriftelijk verslag over de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage is verstrekt. 2 artikel 4, eerste lid artikel 2, eerste lid artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking van het bepaalde in, deelt het college van burgemeester en wethouders Onze Minister het in, bedoelde aantal verklaringen en beschikkingen met betrekking tot het jaar 2004 mede voor 1 juli 2005. De gegevens zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in. 3 Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens en verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn zijn verstrekt, stelt Onze Minister het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid deze binnen drie weken alsnog te verstrekken. 4 artikel 2 Indien het college van burgemeester en wethouders de in het eerste lid bedoelde gegevens en verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn verstrekt, wordt de rijksbijdrage voor het jaar 2004 volgensberekend, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de helft van het aantal verklaringen en beschikkingen omtrent een inburgeringsprogramma op grond waarvan de rijksbijdrage voor die gemeente is berekend in 2001. 5 Het college van burgemeester en wethouders dient bij Onze Minister voor 1 juli 2005 een financiële verantwoording in waaruit blijkt: a. dat de rijksbijdrage voor het jaar 2004 rechtmatig is aangewend; b. artikel 6, eerste lid, onder a, van de wet artikel 16 van de wet of, en zo ja op welke wijze, het deel van de rijksbijdrage 2004 dat was bestemd voor educatieve programma’s als bedoeld ingeheel of gedeeltelijk is aangewend voor het geheel van de activiteiten als bedoeld in; c. artikel 16 van de wet artikel 6, eerste lid, onder a, van de wet of, en zo ja op welke wijze, het deel van de rijksbijdrage 2004 dat was bestemd voor het geheel van de activiteiten als bedoeld ingeheel of gedeeltelijk is aangewend voor educatieve programma’s als bedoeld in; d. artikel 7.3.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of, en zo ja op welke wijze, een gedeelte van de rijksbijdrage 2004 is bestemd voor opleidingen educatie als bedoeld in; e. artikel 2, onderdeel k, van de Welzijnswet 1994 of, en zo ja op welke wijze, een gedeelte van de rijksbijdrage 2004 is bestemd voor activiteiten als bedoeld in; f. artikel 6, eerste lid, onder a, van de wet artikel 16 van de wet of, en zo ja op welke wijze, een gedeelte van de rijksbijdrage 2004 is gereserveerd ten behoeve van educatieve programma’s als bedoeld inof ten behoeve van het geheel van de activiteiten als bedoeld in; g. in voorkomende gevallen de stand van de reserveringen en de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve, alsmede, h. Welzijnswet 1994 Wet educatie en beroepsonderwijs in voorkomende gevallen dat het college van burgemeester en wethouders middelen die zijn verstrekt op grond van deof op grond van dewat opleidingen educatie betreft, heeft aangewend voor inburgering van nieuwkomers. 6 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Artikel 4, achtste lid De financiële verantwoording wordt ingericht volgens een door Onze Minister vastgesteld model en is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in., is van overeenkomstige toepassing. 7 artikel 5 artikel 2 In geval toepassing is gegeven aanvermeldt de gemeente die de rijksbijdragen voor het jaar 2004 verantwoordt in de financiële verantwoording de verdeling van de inbedoelde aantallen verklaringen en genomen beschikkingen omtrent een inburgeringsprogramma over de samenwerkende gemeenten. 8 artikel 5 artikel 2, eerste lid In geval toepassing is gegeven aanvermeldt de in het zevende lid bedoelde gemeente in de financiële verantwoording de bedragen die zijn ontvangen van de andere gemeente of gemeenten alsmede de in de, bedoelde gegevens met betrekking tot die andere gemeente of gemeenten. 9 artikel 4, vierde lid Het bepaalde in, is niet van toepassing met betrekking tot de voor een gemeente vastgestelde rijksbijdrage voor het jaar 2004. 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 2005 425 30-08-2005 18-08-2005 31-08-2005 01-01-2005
Artikel 14 — Artikel 14 Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Wijziging#
Artikel 14 Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Wijziging 1 Wijzigt Het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid. 2 De in het eerste lid bedoelde vervallen bepalingen blijven gelden voor de tot de datum van inwerkingtreding van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers verleende uitkeringen. 1998 441 21-07-1998 06-07-1998 1998 533 08-09-1998 21-08-1998 30-09-1998 Treedt in werking als de Wet inburgering nieuwkomers in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15 Inwerkingtreding#
Artikel 15 Inwerkingtreding Wet inburgering nieuwkomers Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 1998 441 21-07-1998 06-07-1998 1998 533 08-09-1998 21-08-1998 30-09-1998 Treedt in werking als de Wet inburgering nieuwkomers in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16 Citeertitel#
Artikel 16 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers. 1998 441 21-07-1998 06-07-1998 1998 533 08-09-1998 21-08-1998 30-09-1998 Treedt in werking als de Wet inburgering nieuwkomers in werking treedt.