Besluit van 11 september 1998, houdende uitzondering respectievelijk aanwijzing van bestuursorganen als bedoeld in de Wet Nationale ombudsman en de Wet openbaarheid van bestuur (Besluit bestuursorganen WNo en Wob)
- BWB-id
- BWBR0009896
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-05-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009896
- ELI
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-bestuursorganen-wno
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-bestuursorganen-wno/2022-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009896&g=2022-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009896&z=2026-06-06&g=2022-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009896/2022-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1998/besluit-bestuursorganen-wno
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 1a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet Nationale ombudsman Als bestuursorgaan als bedoeld in, zijn uitgezonderd: a. artikel 16 van de Mediawet de Nederlandse Omroep Stichting, genoemd in, voor zover belast met andere werkzaamheden dan welke voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met de coördinatie van de programma's van de instellingen die zendtijd hebben gekregen voor landelijke omroep, onderscheidenlijk met het indelen van de zendtijd van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor de landelijke omroep; b. artikelen 2, eerste, tweede en derde lid 3 van de Bankwet 1998 artikel 4, eerste lid, van de Bankwet 1998 Pensioenwet Wet verplichte beroepspensioenregeling Wet op het notarisambt Wet financiële markten BES Wet op het financieel toezicht artikelen 2a 5 8 17 18 19 20a 22 25a 46 49 van de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet Pensioen- en spaarfondsenwet Wet verplichte beroepspensioenregeling de Nederlandsche Bank N.V., voor zover belast met de werkzaamheden die voortvloeien uit dan wel verband houden met haar taken op grond van de, en, en haar taken en bevoegdheden ingevolge, de, de, de, deen de, alsmede, voor zover nog van toepassing op grond van de,,,,,,,,,en, deen dezoals deze luidden op 31 december 2006; c. Wet toezicht financiële verslaggeving Wet financiële markten BES Wet op het financieel toezicht Wet toezicht accountantsorganisaties Pensioenwet Wet verplichte beroepspensioenregeling Wet op het notarisambt de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor zover belast met werkzaamheden die voortvloeien uit dan wel verband houden met haar taken en bevoegdheden ingevolge de, de, de, de, de, deen de. 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 500 27-10-2021 25-10-2021 35112 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022 Artikel 10.2c van Stb. 2021/500 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Vervallen 2015 202 10-06-2015 22-05-2015 2015 202 10-06-2015 22-05-2015 01-07-2016
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b artikel 1a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet Nationale ombudsman artikel 3 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding artikel 8, eerste lid, van die wet Als bestuursorgaan als bedoeld inzijn uitgezonderd: regionale commissies voor de toetsing van meldingen van gevallen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding als bedoeld in, voor zover het betreft beoordelingen op grond van. 2013 404 22-10-2013 09-10-2013 2013 404 22-10-2013 09-10-2013 23-10-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 1998 356 25-06-1998 18-06-1998 25456 1998 356 25-06-1998 18-06-1998 25456 30-06-2003 Artikel van rechtswege vervallen door het vervallen van de grondslag.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van de uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 juni 1998. 1998 580 13-10-1998 11-09-1998 1998 580 13-10-1998 11-09-1998 14-10-1998 30-06-1998 Werkt terug tot en met 30 juni 1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bestuursorganen WNo. 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 500 27-10-2021 25-10-2021 35112 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022 Artikel 10.2c van Stb. 2021/500 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.