Besluit van 20 maart 1998, houdende uitvoering van artikel 41a van de Zaaizaad- en Plantgoedwet (Besluit gebruik eigen zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen)
- BWB-id
- BWBR0009479
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1998-04-24 t/m 2006-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009479
- ELI
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-gebruik-eigen-zaaizaad-en-pootgoed-van-landbouwgewas
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-gebruik-eigen-zaaizaad-en-pootgoed-van-landbouwgewas/1998-04-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009479&g=1998-04-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009479&z=2026-06-06&g=1998-04-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009479/1998-04-24
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1998/besluit-gebruik-eigen-zaaizaad-en-pootgoed-van-landbouwgewas
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. graangewassen: zomer- en wintertarwe (Triticum aestivum L emend. Fiori et Paol.), zomer- en wintergerst (Hordeum vulgare L.), rogge (Secale cereale L.), haver (Avena sativa) en triticale (X Triticosecale Wittm.); b. teeltseizoen: de periode die loopt van 1 september van een kalenderjaar tot 1 september van het daarop volgende kalenderjaar. 1998 191 09-04-1998 20-03-1998 1998 234 23-04-1998 10-04-1998 24-04-1998 Treedt in werking als de artikelen II, III en IV van de
Uitvoeringswet UPOV 1991 in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen 40 41 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet Het in deenbedoelde uitsluitend recht is niet van toepassing op het gebruik voor vermeerderingsdoeleinden binnen het eigen bedrijf van een teler van door die teler geoogst materiaal van een ras, behorende tot de graangewassen en het gewas aardappel. 1998 191 09-04-1998 20-03-1998 1998 234 23-04-1998 10-04-1998 24-04-1998 Treedt in werking als de artikelen II, III en IV van de
Uitvoeringswet UPOV 1991 in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 De houder van het kwekersrecht kan van een teler een redelijke vergoeding vorderen voor het inbedoelde gebruik. 2 Er is sprake van een redelijke vergoeding indien de vergoeding aanmerkelijk lager is dan het bedrag dat in rekening wordt gebracht voor het in licentie produceren van teeltmateriaal van het ras. 3 verordening (EG) nr. 2100/94 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het eerste lid niet van toepassing is op een teler die als een kleine landbouwer, als bedoeld in artikel 14, derde lid, derde liggende streepje, vanvan de Raad van de Europese Unie van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PbEG L 227) dient te worden beschouwd. 1998 191 09-04-1998 20-03-1998 1998 234 23-04-1998 10-04-1998 24-04-1998 Treedt in werking als de artikelen II, III en IV van de
Uitvoeringswet UPOV 1991 in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 Het inbedoelde gebruik is slechts toegestaan indien de teler binnen een door de houder van het kwekersrecht te stellen termijn op diens verzoek met betrekking tot het lopende teeltseizoen en het daaraan voorafgaande teeltseizoen inlichtingen en bewijsstukken verstrekt omtrent: a. de vermeerdering van een ras van de houder van het kwekersrecht ten behoeve van het gebruik op zijn eigen bedrijf; b. de hoeveelheid vermeerderd teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras dat binnen zijn eigen bedrijf is ingezaaid of uitgepoot; c. de omvang van het areaal waarin het vermeerderde teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras is ingezaaid of uitgepoot; d. de naam van de leverancier die het teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras heeft geleverd en de desbetreffende hoeveelheid, en e. indien van toepassing, de hoeveelheid in licentie geproduceerd teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras. 2 De termijn, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste vier weken. 1998 191 09-04-1998 20-03-1998 1998 234 23-04-1998 10-04-1998 24-04-1998 Treedt in werking als de artikelen II, III en IV van de
Uitvoeringswet UPOV 1991 in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3, eerste lid artikel 3, tweede lid Bij uitoefening van de bevoegdheid krachtens, verstrekt de houder van het kwekersrecht een teler op diens verzoek een recent uittreksel uit het Nederlands Rassenregister, alsmede informatie omtrent het in, bedoelde bedrag. 1998 191 09-04-1998 20-03-1998 1998 234 23-04-1998 10-04-1998 24-04-1998 Treedt in werking als de artikelen II, III en IV van de
Uitvoeringswet UPOV 1991 in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen II III IV van de Uitvoeringswet UPOV 1991 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de,enin werking treden. 1998 191 09-04-1998 20-03-1998 1998 234 23-04-1998 10-04-1998 24-04-1998 Treedt in werking als de artikelen II, III en IV van de
Uitvoeringswet UPOV 1991 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gebruik eigen zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen. 1998 191 09-04-1998 20-03-1998 1998 234 23-04-1998 10-04-1998 24-04-1998 Treedt in werking als de artikelen II, III en IV van de
Uitvoeringswet UPOV 1991 in werking treedt.