Besluit van 1 december 1997, houdende regels betreffende het op of in de bodem brengen van dierlijke meststoffen (Besluit gebruik dierlijke meststoffen 1998)
- BWB-id
- BWBR0009066
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2023-02-15 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009066
- ELI
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-gebruik-meststoffen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-gebruik-meststoffen/2023-02-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009066&g=2023-02-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009066&z=2026-06-06&g=2023-02-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009066/2023-02-15
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1998/besluit-gebruik-meststoffen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet artikel 1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder grond, meststoffen, bedrijf, landbouwer, landbouwgrond, fosfaat, hectare, veengrond, zand- of lössgrond en kleigrond hetgeen daaronder wordt verstaan in, wordt verstaan onder zuiveringsslib, compost, herwonnen fosfaten en overige organische meststoffen hetgeen daaronder wordt verstaan inen wordt verstaan onder: a. dierlijke meststoffen : uitwerpselen van dieren, daaronder begrepen de geheel of gedeeltelijk verteerde maag- of darminhoud van deze dieren en mengsels van strooisel met de uitwerpselen, alsook producten daarvan; b. gebruiken van meststoffen : meststoffen op of in de bodem brengen; c. grasland : grond die voor ten minste 50 procent is beteeld met gras dat blijkens het gebruik van de grond is bestemd om te worden gebruikt als veevoer door beweiding van de grond met dieren of door de winning van het gewas voor vervoedering aan dieren; d. bouwland : grond waarop ten minste een deel van het jaar een gewas wordt geteeld, niet zijnde grasland; e. natuurterrein : grond met een houtopstand die de hoofdfunctie natuur heeft, heideveld, ven, hoogveenterrein, zandverstuiving, duinterrein, kwelder, schor, gors, slik, riet- en ruigtland, griend en laagveenmoeras, alsmede grasland of bouwland dat de hoofdfunctie natuur heeft; f. beheer : beheer, gericht op de instandhouding van natuurwaarden, dat 1°. Wet natuurbescherming is vastgesteld krachtens de, 2°. Kaderwet EZ-subsidies geldt als voorwaarde voor de verlening van een subsidie op grond van de; 3°. tot stand is gekomen met instemming van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; g. overige grond : andere grond dan natuurterrein en dan landbouwgrond die tot een bedrijf behoort; h. stikstofkunstmest artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet : anorganische meststoffen als bedoeld in, die meer dan 0,5 gewichtsprocenten van de droge stof aan stikstof bevatten; i. vaste mest : dierlijke meststoffen die niet verpompbaar zijn; j. drijfmest : dierlijke meststoffen die verpompbaar zijn; k. steekvast zuiveringsslib : zuiveringsslib dat niet verpompbaar is; l. vloeibaar zuiveringsslib : zuiveringsslib dat verpompbaar is; m. fruitteelt : bedrijfsmatige teelt op bouwland van vruchten, bestemd voor menselijke consumptie en groeiend aan houtige gewassen; n. veenkoloniaal gebied: gronden in de provincie Drenthe, de provincie Groningen ten zuiden van het Eemskanaal, de provincie Overijssel ten noorden van de lijn Zwolle-Ommen-Nijverdal-Almelo-Albergen-Tubbergen en de provincie Friesland ten oosten van de lijn Elsloo-Oosterwolde-Haulerwijk; o. hellingspercentage bijlage II : quotiënt van het hoogteverschil en de horizontale afstand, uitgedrukt in procenten, volgens de inbij dit besluit aangegeven meetmethode; p. niet-beteelde grond : grond waarvan niet kan worden waargenomen dat deze gelijkmatig met een gewas is bedekt; q. vaste strorijke mest: vaste mest waarin zichtbaar een substantiële hoeveelheid stro aanwezig is; r. biologische productiemethode: Verordening (EU) 2018/848 biologische productiemethode als bedoeld invan het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150). 2 artikel 1b, derde lid Voor de toepassing van, is de situatie op 15 mei van het jaar waarin zuiveringsslib wordt gebruikt, bepalend voor de vraag of sprake is van bouwland of grasland, met dien verstande dat indien op 15 mei van het desbetreffende jaar landbouwgrond niet wordt beteeld, deze grond wordt aangemerkt als bouwland, tenzij de grond het gehele jaar niet wordt beteeld, in welk geval de grond wordt aangemerkt als overige grond. 3 artikel 4b Voor de toepassing vanwordt onder grasland verstaan: grond die voor tenminste 50 procent is beteeld met gras dat is of wordt gebruikt voor beweiding met dieren of voor de winning van het gewas voor vervoedering aan dieren. 4 artikelen 4 4a 5 6d Voor de toepassing van de,,enwordt onder bouwland niet verstaan grond waarop tuinbouw in glasopstanden wordt uitgeoefend, of waarop een anderszins bedekte teelt plaatsvindt. 5 artikelen 4b 6a 6b 6c 6d 8a artikelen 10 11 van de Wet bodembescherming Dit besluit berust, voor zover het de,,,,enbetreft, mede op deen. 6 artikelen 6.6 6.7 van de Waterwet Dit besluit berust mede op deenmet betrekking tot de bodem en oever van oppervlaktewaterlichamen. 2022 170 04-05-2022 21-04-2022 2022 170 04-05-2022 21-04-2022 05-05-2022 01-01-2022
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 Het is verboden meststoffen te gebruiken. 2 hoofdstuk III van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet Onverminderd de overige bepalingen in dit besluit geldt het in het eerste lid gestelde verbod niet indien de meststoffen voldoen aan de bij of krachtensgestelde regels. 3 artikel 21, eerste lid, onderdeel h, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet artikelen 11 14 15 van dat besluit Indien het meststoffen betreft ten aanzien waarvan in de krachtens, gestelde regels is bepaald dat de,engeheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn, geldt het in het eerste lid bedoelde verbod, in zoverre in afwijking van het tweede lid, niet indien de gebruikte hoeveelheid van die meststoffen niet groter is dan de bij ministeriële regeling vast te stellen hoeveelheid. 2015 416 17-11-2015 29-10-2015 2015 554 31-12-2015 21-12-2015 01-01-2016
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b 1 Het is verboden zuiveringsslib, herwonnen fosfaten en overige organische meststoffen te gebruiken. 2 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het gebruik van herwonnen fosfaten en overige organische meststoffen op landbouwgrond. 3 artikel 1c bijlage III Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het gebruik van zuiveringsslib op percelen landbouwgrond waarvan overeenkomstig de krachtensgestelde regels is vastgesteld dat een of meer van de in de bodem aanwezige stoffen de inopgenomen toetsingswaarden niet overschrijden, en voor zover: a. indien het vloeibaar zuiveringslib betreft, de gebruikte hoeveelheid niet groter is dan: i. twee ton droge stof per hectare per jaar op bouwland; of ii. één ton droge stof per hectare per jaar op grasland; of b. indien het steekvast zuiveringslib betreft, de gebruikte hoeveelheid niet groter is dan: i. vier ton droge stof per hectare per twee jaren op bouwland; of ii. twee ton droge stof per hectare per twee jaren op grasland. 4 Gedurende de in het derde lid bedoelde perioden blijft het grondgebruik voor het desbetreffende aantal hectaren ongewijzigd. 2015 416 17-11-2015 29-10-2015 2015 554 31-12-2015 21-12-2015 01-01-2016
Artikel 1c — Artikel 1c#
Artikel 1c 1 Voordat op landbouwgrond zuiveringsslib wordt gebruikt, wordt de bodem bemonsterd en geanalyseerd. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de in het eerste lid bedoelde bemonstering en analyse, die onder meer betrekking kunnen hebben op de methode van bemonstering en analyse, de frequentie waarin de bemonstering en analyse moeten plaatsvinden, de bevoegdheid tot het verrichten van de bemonstering en analyse, alsmede het bewaren en overleggen van de analyseresultaten. 2007 251 11-07-2007 04-07-2007 2007 519 19-12-2007 11-12-2007 01-01-2008
Artikel 1d — Artikel 1d#
Artikel 1d Het is verboden zuiveringsslib te gebruiken: a. op weideland: gedurende de periode van beweiding; b. op grond die wordt gebruikt voor de teelt van voedergewassen: minder dan drie weken voor de oogst; c. op grond die wordt gebruikt voor groente- of fruitaanplant, met uitzondering van fruitbomen: gedurende de groeiperiode van de groente onderscheidenlijk het fruit; d. op grond die is bestemd voor de teelt van groenten of vruchten, die gewoonlijk in rechtstreeks contact met de bodem staan en rauw worden geconsumeerd: minder dan tien maanden voor de oogst alsmede tijdens de oogst. 2009 477 20-11-2009 09-11-2009 2009 477 20-11-2009 09-11-2009 01-01-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het is verboden dierlijke meststoffen, herwonnen fosfaten, compost of overige organische meststoffen te gebruiken op natuurterrein of op overige grond. 2 Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor het gebruik van dierlijke meststoffen of compost op natuurterrein waarop een beheer wordt gevoerd, indien aan het beheer beperkingen zijn verbonden ten aanzien van de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen of compost, uitgedrukt in kilogrammen stikstof en fosfaat per hectare per jaar, en het gebruik daarmee in overeenstemming is. 3 Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor het gebruik van dierlijke meststoffen of compost op natuurterrein, indien op dat terrein geen beheer wordt gevoerd waaraan beperkingen ten aanzien van de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen en compost, uitgedrukt in kilogrammen stikstof en fosfaat per hectare per jaar zijn verbonden en ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: a. het totaal van de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen en compost, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, is niet groter dan 20 kilogram fosfaat per hectare per jaar; b. het natuurterrein is grasland en het totaal van de daarop gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen en compost, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat en stikstof, is niet groter dan 70 kilogram fosfaat per hectare per jaar en niet groter dan 170 kilogram stikstof per hectare per jaar. 4 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op overige grond indien ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: a. het totaal van de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen, compost, herwonnen fosfaten en overige organische meststoffen die uitsluitend zijn geproduceerd uit materialen van plantaardige herkomst, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, is niet groter dan 20 kilogram fosfaat per hectare per jaar; b. de overige grond is grasland en het totaal van de daarop gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen, compost, herwonnen fosfaten en overige organische meststoffen die uitsluitend zijn geproduceerd uit materialen van plantaardige herkomst, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat en stikstof, is niet groter dan 90 kilogram fosfaat per hectare per jaar en niet groter dan 170 kilogram stikstof per hectare per jaar; c. de overige grond is bouwland en het totaal van de daarop gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen, compost, herwonnen fosfaten en overige organische meststoffen die uitsluitend zijn geproduceerd uit materialen van plantaardige herkomst, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat en stikstof, is niet groter dan 60 kilogram fosfaat per hectare per jaar en niet groter dan 170 kilogram stikstof per hectare per jaar. 5 artikel 12, vijfde lid, van de Meststoffenwet Bij de bepaling van de in het derde en vierde lid bedoelde hoeveelheid meststoffen wordt de hoeveelheid fosfaat in compost slechts voor het krachtensbepaalde deel in aanmerking genomen. 2018 400 12-11-2018 29-10-2018 2019 462 12-12-2019 28-11-2019 01-01-2020
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2, vierde lid In afwijking van, is het toegestaan op overige grond compost te gebruiken bij wijze van eenmalige gift in een hoeveelheid van ten hoogste 200 ton droge stof per hectare, indien tenminste voorafgaande aan het gebruik een melding daarvan aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft plaatsgevonden. 2 De in het eerste lid bedoelde melding bevat: a. naam en adres van de gebruiker; b. een kadastrale of topografische aanduiding van het desbetreffende perceel alsmede een opgave van de oppervlakte ervan; c. naam en adres van de leverancier van het product; en d. de te gebruiken hoeveelheid. 3 Met het in het eerste lid bedoelde gebruik mag eerst worden aangevangen, zodra een bevestiging van ontvangst van de melding door de gebruiker is ontvangen. 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de melding wordt gedaan. 2018 400 12-11-2018 29-10-2018 2018 485 19-12-2018 12-12-2018 01-01-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het is verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, herwonnen fosfaten of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken indien de bodem geheel of gedeeltelijk is bevroren of geheel of gedeeltelijk is bedekt met sneeuw. 2 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van vaste mest op grasland waarop een beheer wordt gevoerd, indien het gebruik van vaste mest onderdeel is van het op het desbetreffende grasland van toepassing zijnde beheersregime. 3 artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet taken meteorologie en seismologie Het in het eerste lid gestelde verbod is, voor zover het betreft het gebruik indien de bodem geheel of gedeeltelijk is bevroren, niet van toepassing op het gebruik van stikstofkunstmest op kleigrond waarop graan wordt geteeld, mits in het algemeen weerbericht, bedoeld in, voor de desbetreffende regio van het land is voorspeld dat de maximumtemperatuur op de dag waarop de meststoffen worden gebruikt ten minste 5° Celsius bedraagt en dat de minimumtemperatuur gedurende het etmaal volgend op die dag ten minste 0° Celsius bedraagt. 2015 120 20-03-2015 09-03-2015 2015 526 22-12-2015 10-12-2015 01-01-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet taken meteorologie
en seismologie in werking treedt. 2015 416 17-11-2015 29-10-2015 2015 554 31-12-2015 21-12-2015 01-01-2016
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Het is verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, herwonnen fosfaten, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken indien de bovenste bodemlaag met water verzadigd is. 2015 416 17-11-2015 29-10-2015 2015 554 31-12-2015 21-12-2015 01-01-2016
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 Het is verboden in de periode van 1 september tot en met 31 januari dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, herwonnen fosfaten, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken indien de bodem tegelijkertijd wordt bevloeid, beregend of geïnfiltreerd. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder infiltreren verstaan: aanvoeren van water op of onder het grondoppervlak door middel van een buizen- of slangenstelsel. 2015 416 17-11-2015 29-10-2015 2015 554 31-12-2015 21-12-2015 01-01-2016
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het is verboden in de periode van 1 september tot en met 31 januari vaste mest of steekvast zuiveringsslib te gebruiken. 2 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op: a. grasland, gelegen op kleigrond of veengrond: 1°. in de periode van 1 september tot en met 15 september; 2°. in de periode van 1 december tot en met 31 januari, indien het vaste strorijke mest betreft; b. bouwland, gelegen op kleigrond of veengrond; c. bouwland, gelegen op zandgrond of lössgrond, indien op de desbetreffende grond bomen worden geteeld, voor zover het gebruik direct voorafgaand aan de aanplant van de bomen plaatsvindt; d. grasland en bouwland, gelegen op zandgrond of lössgrond, in de periode van 1 januari tot en met 31 januari, indien het vaste strorijke mest betreft. 3 Het is verboden in de periode van 1 augustus tot en met 15 maart drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib te gebruiken. 4 Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing op: a. grasland, in de periode van 1 augustus tot en met 31 augustus en in de periode van 16 februari tot en met 15 maart; b. bouwland, in de periode van 1 augustus tot en met 15 september, indien: 1°. uiterlijk op 15 september op de desbetreffende grond winterkoolzaad voor zaadwinning in het daaropvolgende jaar wordt gezaaid, 2°. uiterlijk op 15 september op de desbetreffende grond een bij ministeriële regeling aangewezen gewas wordt ingezaaid of geplant dat niet eerder dan acht weken na de datum van inzaaien of planten wordt vernietigd, of 3°. in de desbetreffende grond in het daarop aansluitende najaar bloembollen worden geplant; c. bouwland, in de periode van 16 februari tot en met 15 maart, indien op de desbetreffende grond in hetzelfde kalenderjaar een bij ministeriële regeling aangewezen gewas wordt ingezaaid, geplant of gepoot. 5 Het in het eerste en derde lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van zuiveringsslib dat niet meer dan 70 gram stikstof per kilogram droge stof bevat, indien: a. het zuiveringsslib door de producent of namens hem door tussenkomst van ten hoogste één vervoerder rechtstreeks aan de gebruiker is afgeleverd; b. het zuiveringsslib wordt gebruikt op de dag waarop het aan de gebruiker is afgeleverd; en c. artikel 21, eerste lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet het zuiveringsslib, nadat overeenkomstig de krachtensgestelde regels, de samenstelling ervan is bepaald, niet is gemengd met ander zuiveringsslib of andere stoffen. 6 De landbouwer meldt de grond, bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, en de voorgenomen teelt van een gewas als bedoeld in dat onderdeel, uiterlijk de dag voorafgaand aan het gebruik van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib in de periode van 16 februari tot en met 15 maart aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met gebruikmaking van een door die minister beschikbaar gesteld middel. 7 Vervallen. 8 Onverminderd het zesde lid bevat de daar bedoelde melding de volgende gegevens: a. naam en adres van de gebruiker van de grond; en b. een kadastrale of topografische aanduiding van de grond alsmede een opgave van de oppervlakte ervan. 9 Vervallen. 10 Vervallen. 11 Vervallen. 12 Bij ministeriële regeling kan het gebruik van dierlijke meststoffen of zuiveringsslib in de periode van 1 augustus tot 15 augustus, dan wel in de periode van 1 september tot 15 september indien het het gebruik van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op grasland, gelegen op kleigrond of veengrond betreft, van het bij die regeling te bepalen jaar en in het bij die regeling te bepalen gebied worden toegestaan, indien naar het oordeel van Onze Minister, de Technische commissie bodem gehoord: a. daarvoor een landbouwkundige noodzaak bestaat; en b. dit in het desbetreffende gebied door extreme weersomstandigheden is gerechtvaardigd. 2022 546 27-12-2022 20-12-2022 2023 47 14-02-2023 10-02-2023 15-02-2023 01-01-2023
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Het is verboden in de periode van 16 september tot en met 31 januari stikstofkunstmest te gebruiken op bouwland en op grasland. 2 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op bouwland dat gelijkmatig is beteeld met een vollegrondsgroente. 3 Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 september tot en met 15 oktober niet van toepassing op bouwland waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend of op bouwland dat gelijkmatig is beteeld met winterkoolzaad of dat gelijkmatig is beteeld met zaad behorend tot rassen van de grassoorten rietzwenkgras, roodzwenkgras of veldbeemdgras, ten behoeve van een tweede of latere zaadoogst in het daaropvolgende jaar. 4 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van ureum op bouwland waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend. 5 Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 januari tot en met 31 januari niet van toepassing op bouwland dat gelijkmatig is beteeld met hyacinten of tulpen. 2015 416 17-11-2015 29-10-2015 2015 554 31-12-2015 21-12-2015 01-01-2016
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b 1 Het is verboden op grasland de graszode te vernietigen. 2 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing: a. in de periode van 1 februari tot en met 15 september op grasland, gelegen op kleigrond of veengrond; en b. op grasland, gelegen op zand- of lössgrond: 1°. in de periode van 1 februari tot en met 10 mei, indien direct aansluitend op de vernietiging van de graszode op de desbetreffende grond de teelt van gras of een ander bij ministeriële regeling aangewezen relatief stikstofbehoeftig gewas aanvangt; 2°. in de periode van 11 mei tot en met 31 mei, indien direct aansluitend op de vernietiging van de graszode op de desbetreffende grond de teelt van gras aanvangt; 3°. in de periode 1 juni tot en met 31 augustus, indien direct aansluitend op de vernietiging van de graszode op de desbetreffende grond de teelt van gras aanvangt en de vernietiging vooraf wordt gemeld aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 3 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing in de periode van 1 juni tot en met 15 juli, indien in de desbetreffende grond direct aansluitend op het vernietigen van de graszode, maar uiterlijk op 16 juli, een of meerdere bij ministeriële regeling aangewezen gewassen worden geteeld ten behoeve van een vervolgteelt waarvoor aaltjesbeheersing nodig is en deze vervolgteelt uiterlijk in het volgende voorjaar wordt geplant of gezaaid. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de teeltperiode en de toegestane bewerkingsmethoden van de gewassen, die per gewas kunnen verschillen. 4 Artikel 1c, tweede lid Het gebruik van stikstofhoudende meststoffen na vernietiging van de graszode, vindt in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, onder 1° en 2°, slechts plaats voor zover uit een representatief grondmonster blijkt dat de aanwezige hoeveelheid stikstof, rekening houdend met de minerale stikstof en met de toevoer van stikstof door netto-mineralisatie van voorraden organische stikstof in de bodem, onvoldoende is om te voldoen aan de behoefte van het aansluitend op de vernietiging geteelde gewas., is van overeenkomstige toepassing. 5 Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 september tot en met 30 november niet van toepassing op grasland, indien direct na de vernietiging van de graszode in de desbetreffende grond tulp, krokus, iris of muscari wordt geplant. 6 Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 november tot en met 31 december niet van toepassing op grasland, gelegen op kleigrond, indien na de vernietiging van de graszode als eerstvolgend gewas een ander gewas dan gras wordt geplant of gezaaid. 7 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het vernietigen van de graszode op grasland als onderdeel van kavelinrichtingswerken die worden verricht na vaststelling van een plan van toedeling, op basis van: a. artikelen 73 tot en met 83 van de Landinrichtingswet hoofdstuk VII van de Landinrichtingswet een landinrichtingsplan dat is vastgesteld overeenkomstig, waarin is voorzien in herverkaveling als bedoeld in, b. artikelen 16 tot en met 20 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën een herinrichtingsplan dat is vastgesteld overeenkomstig de, waarin is voorzien in herverkaveling als bedoeld in, c. artikelen 17 tot en met 20 van de Wet inrichting landelijk gebied een inrichtingsplan dat is vastgesteld overeenkomstig de. 8 artikel 20, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op grasland indien de graszode wordt vernietigd ten behoeve van de aanleg of het onderhoud van een net als bedoeld in. 9 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 3°. 10 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op de aanvraag tot accreditatie als bedoeld in het vierde lid. 2018 400 12-11-2018 29-10-2018 2018 485 19-12-2018 12-12-2018 01-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het is verboden dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken op grasland, bouwland of niet-beteelde grond, tenzij de dierlijke meststoffen of het zuiveringsslib worden gebruikt overeenkomstig bij ministeriële regeling aangewezen methoden die de ammoniakemissie beperken doordat: a. de dierlijke meststoffen of het zuiveringsslib in de grond worden gebracht, of op de grond worden gebracht en aansluitend in de grond worden gewerkt; b. de dierlijke meststoffen of het zuiveringsslib worden gebruikt in combinatie met water of andere stoffen, of c. een emissiebeperkend bedrijfssysteem wordt toegepast. 2 Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 maart tot en met 31 mei niet van toepassing op het gebruik van drijfmest afkomstig van runderen ter voorkoming van schade aan gewassen door winderosie op bouwland gelegen op zandgrond in veenkoloniaal gebied of op Texel en indien op het perceel een gewas is ingezaaid, geplant of gepoot. 3 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van vaste mest onderscheidenlijk steekvast zuiveringsslib op grond waarop gras wordt geteeld of waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend, tenzij de grond een hellingspercentage heeft van 7 of meer. 4 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld betreffende het gebruik van de aangewezen methoden en de wijze waarop de emissiebeperking wordt gecontroleerd. 2018 400 12-11-2018 29-10-2018 2018 485 19-12-2018 12-12-2018 01-01-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het is verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, herwonnen fosfaten, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken anders dan door een zo gelijkmatig mogelijke verspreiding over het perceel waarop de meststoffen worden gebruikt, dan wel een zo precies mogelijke plaatsing op het perceel. 2021 2 06-01-2021 29-12-2020 2021 84 19-02-2021 12-02-2021 20-02-2021 01-01-2021
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 Het is verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, herwonnen fosfaten, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken op grond met een hellingspercentage van 7 of meer indien de desbetreffende grond is aangetast door geulenerosie. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder geulenerosie verstaan: de versnelde afvoer van bodemmateriaal door oppervlakkig afstromend water, waarbij geulen van meer dan 30 centimeter diepte zijn ontstaan. 2015 416 17-11-2015 29-10-2015 2015 554 31-12-2015 21-12-2015 01-01-2016
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b 1 Het is verboden dierlijke meststoffen, zuiveringsslib, compost, herwonnen fosfaten, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken op niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7 of meer. 2 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor niet-beteelde grond met een hellingspercentage van minder dan 18 indien deze grond uiterlijk acht dagen na het gebruik van de dierlijke meststoffen gelijkmatig is ingezaaid met een ander gewas dan maïs, aardappelen of bieten. 3 De in het tweede lid genoemde uitzondering voor maïs, aardappelen of bieten geldt niet voor een perceel met een aaneengesloten lengte van ten hoogste 300 meter dat aan beide einden over de volle breedte door een duidelijk waarneembare kavelgrens is afgebakend, dan wel over de volle breedte wordt begrensd door grond die gelijkmatig is bedekt met een ander gewas dan maïs, aardappelen of bieten over een aaneengesloten lengte van ten minste 100 meter. 4 Voor de toepassing van het derde lid wordt verstaan onder: a. lengte van een perceel: zijde van een perceel die de grootste hoek vormt met de hoofdrichting van de hoogtelijnen; b. breedte van een perceel: zijde van een perceel, die de kleinste hoek vormt met de hoofdrichting van de hoogtelijnen. 2015 416 17-11-2015 29-10-2015 2015 554 31-12-2015 21-12-2015 01-01-2016
Artikel 6c — Artikel 6c#
Artikel 6c Het is verboden stikstofkunstmest te gebruiken op niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7 of meer. 2001 479 25-10-2001 23-07-2001 2001 653 21-12-2001 06-12-2001 01-01-2002
Artikel 6d — Artikel 6d#
Artikel 6d Het verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, herwonnen fosfaten, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken op bouwland met een hellingspercentage van 18 of meer. 2015 416 17-11-2015 29-10-2015 2015 554 31-12-2015 21-12-2015 01-01-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 4 4a 4b 5 6 6b 6d Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan in overeenstemming met Onze Minister, op aanvraag en gehoord de Technische commissie bodem, ten behoeve van onderzoek ontheffing verlenen van de in de,,,,,engestelde verboden, op basis van een ingediend onderzoeksplan. 2 artikel 8a artikel 8b Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan in overeenstemming met Onze Minister, op aanvraag en gehoord de Technische commissie bodem, ten behoeve van onderzoek ontheffing verlenen van een inofgestelde verplichting, op basis van een ingediend onderzoeksplan. 3 Een ontheffing kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van Onze Ministers: - de ontheffing noodzakelijk is voor het te verrichten onderzoek, - het onderzoeksplan voldoende duidelijk en onderbouwd is, - het voldoende aannemelijk is dat het onderzoek daadwerkelijk zal leiden tot het in het onderzoeksplan geformuleerde onderzoeksresultaat, - het onderzoek voldoende innovatief is, - het onderzoek voldoende beperkt in duur en omvang is, en - het belang van de bescherming van de bodem zich niet verzet tegen de ontheffing. 2021 2 06-01-2021 29-12-2020 2021 84 19-02-2021 12-02-2021 20-02-2021 01-01-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 4 Gedeputeerde staten kunnen voor de periode van 1 tot en met 15 september ten behoeve van experimenten met het gebruik van dierlijke meststoffen op bouwland of niet-beteelde grond, gelegen op zand- of lössgrond, of ten behoeve van experimenten met het gebruik van compost, zuiveringsslib, herwonnen fosfaten of overige organische meststoffen op bouwland, gelegen op zand- of lössgrond, op aanvraag, ontheffing verlenen van het ingestelde verbod, op basis van een ingediend voorstel voor een experiment. 2 De ontheffing kan slechts worden verleend na kennisgeving door gedeputeerde staten aan Onze Minister van de in het eerste lid bedoelde aanvraag en nadat Onze Minister ter zake de Technische commissie bodem heeft gehoord. 3 Artikel 7, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2021 2 06-01-2021 29-12-2020 2021 84 19-02-2021 12-02-2021 20-02-2021 01-01-2021
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 Op zand- en lössgronden wordt na de teelt van maïs: a. direct aansluitend en uiterlijk op 1 oktober van het desbetreffende jaar een bij ministeriële regeling aangewezen gewas geteeld, of b. uiterlijk op 31 oktober een bij ministeriële regeling aangewezen gewas geteeld als hoofdteelt voor het volgende jaar. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt na de teelt van maïs overeenkomstig de biologische productiemethode en maïs, niet zijnde snijmaïs, direct aansluitend en uiterlijk op 31 oktober van het desbetreffende jaar een bij ministeriële regeling aangewezen gewas geteeld. 3 De gewassen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, worden niet vernietigd voor 1 februari van het volgende jaar. 4 De landbouwer meldt de teelt van een aangewezen gewas als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, uiterlijk op 1 oktober aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met gebruikmaking van een door die minister beschikbaar gesteld middel. 2018 400 12-11-2018 29-10-2018 2018 485 19-12-2018 12-12-2018 01-01-2019
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b 1 Op landbouwgrond, gelegen op zand- of lössgrond, wordt per aaneengesloten periode van vier kalenderjaren, gerekend vanaf 1 januari 2023, ten minste in één kalenderjaar en uiterlijk in het vierde kalenderjaar, op de desbetreffende grond een bij ministeriële regeling aangewezen gewas geteeld. 2 Aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, kan elke landbouwer die op de desbetreffende grond landbouw uitoefent voldoen, maar indien daaraan gedurende de eerste drie kalenderjaren van een periode als bedoeld in het eerste lid niet is voldaan, berust de verplichting op elke landbouwer die in het vierde kalenderjaar op de desbetreffende grond landbouw uitoefent. 3 Het eerste lid is niet van toepassing: a. voor teelten van gewassen die meer dan vier jaar onafgebroken op een perceel staan; of b. voor de teelt van gewassen overeenkomstig de biologische productiemethode. 2022 546 27-12-2022 20-12-2022 2023 47 14-02-2023 10-02-2023 15-02-2023 01-01-2023
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 4b, vierde lid Met een laboratorium dat representatieve grondmonsters als bedoeld in, analyseert, wordt gelijk gesteld een vergelijkbare instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel in een andere staat die partij is bij een daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, die een verklaring verstrekt op basis van onderzoekingen die voldoen aan een kwaliteitsborgingniveau dat tenminste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd. 2021 2 06-01-2021 29-12-2020 2021 84 19-02-2021 12-02-2021 20-02-2021 01-01-2021
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 2, tweede lid Op overeenkomsten inzake aan het beheer van natuurterrein verbonden beperkingen ten aanzien van de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen die zijn gesloten voor 1 januari 2020 en die nadien niet zijn gewijzigd of verlengd, is, van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2020. 2018 400 12-11-2018 29-10-2018 2019 462 12-12-2019 28-11-2019 01-01-2020
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1997 601 09-12-1997 01-12-1997 1998 2 08-01-1998 17-12-1997 09-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gebruik meststoffen. 2001 479 25-10-2001 23-07-2001 2001 653 21-12-2001 06-12-2001 01-01-2002