Besluit van 18 juni 1998, houdende regels voor de hardheidsgevallen bij de toepassing van hoofdstuk II en artikel 24 van de Wet herstructurering varkenshouderij (Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij)
- BWB-id
- BWBR0009705
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2002-11-01 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009705
- ELI
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-hardheidsgevallen-herstructurering-varkenshouderij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-hardheidsgevallen-herstructurering-varkenshouderij/2002-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009705&g=2002-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009705&z=2026-06-06&g=2002-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009705/2002-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1998/besluit-hardheidsgevallen-herstructurering-varkenshouderij
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Wet herstructurering varkenshouderij wet:; b. artikel 5 van de wet aangifte overschotheffing, afsluitformulier 1995, afsluitformulier 1996, vrijstellingsverklaring, vrijstellingsverklaring 1995, vrijstellingsverklaring 1996, grondgebonden mestproductierecht, belanghebbende, verplaatsing, kennisgeving van verplaatsing en registratie van een kennisgeving van verplaatsing: hetgeen daaronder wordt verstaan in; c. artikel 7, derde lid, van de Meststoffenwet doorhaling: doorhaling als bedoeld in; d. artikel 8.1 van de Wet milieubeheer milieuvergunning: vergunning als bedoeld in; e. aangifte overschotheffing 1994: aangifte overschotheffing die betrekking heeft op het jaar 1994; f. aangifte overschotheffing 1997: aangifte overschotheffing die betrekking heeft op het jaar 1997; g. afsluitformulier 1997: Afsluitformulier bijzondere gebruiksnormen 1997 (125-) of Afsluitformulier mestboekhouding 1997 (110–125) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling vaststelling afsluitformulieren 1997; h. vrijstellingsverklaring 1997: vrijstellingsverklaring die betrekking heeft op het jaar 1997; i. artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in. 2 Voor de toepassing van dit besluit: a. worden het niet-gebonden mestproductierecht en het grondgebonden mestproductierecht telkens in aanmerking genomen zoals deze, al naar gelang het geval, op het desbetreffende tijdstip dan wel met betrekking tot het desbetreffende jaar voor het desbetreffende bedrijf door het Bureau Heffingen zijn geregistreerd; b. wordt het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot onderscheidenlijk 1995, 1996 en 1997, telkens vermenigvuldigd met 10/7; c. worden de gegevens van de aangifte overschotheffing – daaronder begrepen de correcties –, het afsluitformulier 1995, het afsluitformulier 1996, de vrijstellingsverklaring 1995 en de vrijstellingsverklaring 1996 slechts in aanmerking genomen voorzover deze vóór 10 juli 1997 door het Bureau Heffingen zijn ontvangen; d. worden de gegevens van de aangifte overschotheffing 1997 – daaronder begrepen de correcties –, het afsluitformulier 1997 en de vrijstellingsverklaring 1997, in zoverre in afwijking van onderdeel c, slechts in aanmerking genomen voorzover deze vóór 21 oktober 1998 door het Bureau Heffingen zijn ontvangen. 3 artikel 55, negende lid, van de Meststoffenwet artikel 6, vierde lid, van de wet artikel 6, vierde lid, van de wet artikel 7, tweede lid De mestproductie afkomstig van de onderscheiden in bijlage A bij de Meststoffenwet genoemde diersoorten wordt voor de toepassing van dit besluit overeenkomstigvastgesteld op basis van het in het desbetreffende jaar gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal dieren van de onderscheiden diersoorten en diercategorieën daarbinnen, zoals dat aantal blijkt uit onderscheidenlijk de aangifte overschotheffing 1994, de opgave, bedoeld in, juncto, de opgave, bedoeld in, of de aangifte overschotheffing 1997, of bij gebreke van deze aangifte, het afsluitformulier 1997, dan wel, bij gebreke daarvan, de vrijstellingsverklaring 1997. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 8, eerste of vierde lid, van de wet artikel 11, zesde lid, van de wet artikel 15 van de wet artikel 1, onderdeel o, onderscheidenlijk p, van de wet hoofdstukken 1 2 4 Met betrekking tot een daartoe aangemeld bedrijf, niet zijnde een bedrijf als bedoeld in, of een door samenvoeging ontstaan bedrijf als bedoeld in, wordt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding vande hoogte van het varkensrecht en het fokzeugenrecht bepaald overeenkomstig de,envan dit besluit, onder de in dit besluit geregelde voorwaarden en beperkingen. Ten aanzien van dit bedrijf wordt het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, bepaald overeenkomstig, tenzij in dit besluit anders is bepaald. 2 hoofdstuk II van de wet artikel 55a van de Meststoffenwet Ten aanzien van een bedrijf als bedoeld in het eerste lid blijven, tenzij in dit besluit anders is bepaald,enbuiten toepassing. 3 de eerste volzin hoofdstukken 1 2 4 De belanghebbende doet de in het eerste lid bedoelde melding binnen zes weken na inwerkingtreding van dit besluit bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door de belanghebbende is ondertekend. Bij gebreke van een overeenkomstiggedane melding worden de,envan dit besluit ten aanzien van het desbetreffende bedrijf van de belanghebbende niet toegepast. 4 paragrafen 1 tot en met 7C van hoofdstuk 2 Een belanghebbende kan de in het eerste lid bedoelde melding slechts doen ten aanzien van één van de, tenzij in dat hoofdstuk anders is bepaald. 5 artikelen 7 tot en met 11 14 van de wet Indien een belanghebbende behalve de melding, bedoeld in het eerste lid, tevens een melding heeft gedaan als bedoeld in deen, wordt ingeval van meldingen die naar hun inhoud tegenstrijdig zijn, slechts de op grond van dit besluit gedane melding in aanmerking genomen. 6 artikelen 9 10 van de wet paragraaf 6 van hoofdstuk 2 Een melding op grond van deengeldt ten aanzien vantevens als een melding op grond van dit besluit. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een daartoe aangemeld bedrijf worden bepaald overeenkomstig deze paragraaf, indien de latente ruimte zowel ten aanzien van 1995 als ten aanzien van 1996 tenminste 11% bedraagt van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot het desbetreffende jaar. De latente ruimte wordt bepaald door de som van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot het desbetreffende jaar en het met betrekking tot dat jaar geldende grondgebonden mestproductierecht te verminderen met: a. de mestproductie afkomstig van de in het desbetreffende jaar gehouden dieren van andere diersoorten dan varkens en kippen, voorzover deze mestproductie groter is dan het niet-gebonden mestproductierecht voor deze diersoorten geldend met betrekking tot dat jaar, en b. de mestproductie afkomstig van de in het desbetreffende jaar gehouden varkens en kippen. 2 Een bedrijf komt uitsluitend voor de toepassing van deze paragraaf in aanmerking indien ten aanzien van het bedrijf is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. de mestproductie afkomstig van varkens is in 1995 of 1996 ten minste 125 kilogram fosfaat en ten minste 5% van de som van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot het desbetreffende jaar en het met betrekking tot dat jaar geldende grondgebonden mestproductierecht; b. het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen is per saldo niet verkleind ten gevolge van de registratie van kennisgevingen van verplaatsingen met betrekking tot dat recht die zijn gedaan in de periode van 1 januari 1994 tot 10 juli 1997 of, ingeval het bedrijf na 1 januari 1994 door samenvoeging is ontstaan of een of meer keren is overgedragen, in de periode gelegen tussen die samenvoeging of de laatste van die overdrachten en 10 juli 1997; c. artikel 7, tweede lid artikel 6, vierde lid artikel 6, vierde lid, van de wet het blijkens de aangifte overschotheffing 1994 in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens bedraagt ten minste 110% van zowel het in 1995 als het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens zoals dat aantal blijkt uit de opgave, bedoeld in, juncto, onderscheidenlijk bedoeld in. 3 Het tweede lid, onderdeel c, is niet van toepassing indien het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend op 1 januari 1994 per saldo met ten minste 10% is vergroot ten gevolge van de registratie van in 1994 en 1995 gedane kennisgevingen van verplaatsing met betrekking tot dit recht. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van het bedrijf, bedoeld in, komen overeen met het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, verminderd met 10%. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, slechts in aanmerking genomen voorzover dit aantal lager is dan zowel het voor 1995 als 1996 berekende aantal varkenseenheden, dat wordt bepaald door de som van het grondgebonden mestproductierecht geldend met betrekking tot het desbetreffende jaar en 89% van het met betrekking tot dat jaar geldende niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen te verminderen met achtereenvolgens: en het verschil te delen door 7,4 kilogram fosfaat. a. de mestproductie afkomstig van de in het desbetreffende jaar gehouden dieren van andere diersoorten dan varkens en kippen, voorzover deze mestproductie groter is dan het niet-gebonden mestproductierecht voor deze diersoorten geldend met betrekking tot dat jaar, en b. de mestproductie afkomstig van de in het desbetreffende jaar gehouden kippen, 3 Artikel 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet artikel 6, vierde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «1996» telkens wordt gelezen «1994» en inin plaats van «in de aangifte overschotheffing 1996, bij gebreke daarvan, op het afsluitformulier 1996, dan wel, bij gebreke daarvan, op de vrijstellingsverklaring 1996» wordt gelezen: in de aangifte overschotheffing 1994. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Indien in 1994, 1995 of 1996 registratie van een kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen heeft plaatsgevonden, of na 1996 registratie heeft plaatsgevonden van een dergelijke uiterlijk op 9 juli 1997 gedane kennisgeving, wordt het overeenkomstigbepaalde varkensrecht vergroot voor het bedrijf waarheen is verplaatst, en verkleind tot ten minste nihil voor het bedrijf waarvan het niet-gebonden mestproductierecht afkomstig is. 2 artikel 10, tweede en vierde lid, onderscheidenlijk derde en vierde lid, van de wet artikel 10, derde lid, van de wet artikel 7 artikel 4 Op de in het eerste lid bedoelde vergroting, onderscheidenlijk verkleining, is, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat inin plaats van «» wordt gelezen«van dit besluit» en in plaats van «1995» wordt gelezen: 1994. 3 artikel 9, tweede en vijfde lid, onderscheidenlijk derde, vierde en vijfde lid, van de wet Indien de in het eerste lid bedoelde registratie evenwel plaatsvond in 1994, is in afwijking van het tweede lid op de in het eerste lid bedoelde vergroting, onderscheidenlijk verkleining,, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het tweede, derde en vierde lid van dat artikel in plaats van «1996» telkens wordt gelezen: 1994. 4 artikel 4, tweede lid De vergroting, bedoeld in het derde lid, vindt slechts plaats voorzover het varkensrecht daardoor niet groter wordt dan zowel het met betrekking tot 1995 als het met betrekking tot 1996 bepaalde aantal varkenseenheden, bedoeld in. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 15 van de wet Het grondgebonden deel van het overeenkomstig deze paragraaf bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, is het deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, overeenkomend met het op het tijdstip van inwerkingtreding vangeldende varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, verminderd met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1994 te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 2 artikelen 15, eerste en tweede lid 16, tweede lid, van de wet artikel 15 van de wet artikel 5 artikel 4 Voor de toepassing van de, enwordt onder het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, niet begrepen het op het tijdstip van inwerkingtreding vangeldende varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, voor zover dat als gevolg van de toepassing vanis vergroot ten opzichte van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, zoals dat is bepaald op grond van. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3, eerste lid Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een daartoe aangemeld bedrijf worden bepaald overeenkomstig deze paragraaf, indien in de periode van 1 januari 1995 tot 10 juli 1997 een overdracht van het bedrijf heeft plaatsgevonden en wordt voldaan aan, met dien verstande dat in dat lid in plaats van «zowel ten aanzien van 1995 als ten aanzien van 1996» wordt gelezen: ten aanzien van elk van de jaren 1994, 1995 en 1996. 2 Een bedrijf komt uitsluitend voor de toepassing van deze paragraaf in aanmerking indien ten aanzien van het bedrijf is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. de mestproductie afkomstig van varkens is in 1994, 1995 of 1996 ten minste 125 kilogram fosfaat en ten minste 5% van de som van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot het desbetreffende jaar en het met betrekking tot dat jaar geldende grondgebonden mestproductierecht; b. het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen is per saldo niet verkleind ten gevolge van de registratie van na de overdracht, bedoeld in het eerste lid, of, ingeval één of meer overdrachten hebben plaatsgevonden, na de laatste van die overdrachten, tot 10 juli 1997 gedane kennisgevingen van verplaatsing met betrekking tot dat recht. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7 artikel 2 Het varkensrecht van het bedrijf, bedoeld in, komt overeen met het bij de melding, bedoeld in, aangegeven deel van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door de som van het grondgebonden mestproductierecht geldend met betrekking tot 1996 en 89% van het met betrekking tot dat jaar geldende niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen te verminderen met achtereenvolgens: en dit verschil te delen door 7,4 kilogram fosfaat. a. de mestproductie afkomstig van de in 1996 gehouden dieren van andere diersoorten dan varkens en kippen, voorzover deze mestproductie groter is dan het niet-gebonden mestproductierecht voor deze diersoorten geldend met betrekking tot dat jaar, b. de mestproductie van de in 1996 gehouden kippen, en c. 10% van het aantal kilogrammen fosfaat, zijnde ten minste nihil, dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te verminderen met de som van a en b, 2 De in het eerste lid bedoelde vermindering met 10% is niet van toepassing op het aantal varkens dat groter is dan het aantal dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 3 paragraaf 5 Indien in 1994, 1995 of 1996 op het bedrijf mestproductie afkomstig van fokzeugen heeft plaatsgevonden, is het fokzeugenrecht gelijk aan het varkensrecht, bedoeld in het eerste lid. Bij gebreke van een dergelijke mestproductie is het fokzeugenrecht nihil, behoudens indien uitanders volgt. 4 artikelen 9 10 van de wet Deenzijn van overeenkomstige toepassing op het overeenkomstig deze paragraaf bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 hoofdstuk II artikel 14 artikel 24 Het overeenkomstig, uitgezonderd, envan de wet bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, van een daartoe aangemeld bedrijf wordt overeenkomstig deze paragraaf vergroot, indien met betrekking tot het desbetreffende bedrijf na 1992 en vóór 10 juli 1997 ten behoeve van een vergroting van het aantal te houden varkens: artikel 8.19 van de Wet milieubeheer Een overeenkomstiggedane melding wordt slechts in aanmerking genomen voorzover deze betrekking heeft op een verandering van de inrichting die overeenkomstig de op het tijdstip van de melding voor de inrichting geldende milieuvergunning kon leiden tot een uitbreiding van het aantal varkens. a. door het bevoegd gezag een milieuvergunning is verleend, b. een aanvraag is ingediend om een milieuvergunning, die naar aanleiding van de aanvraag uiterlijk op 1 januari 2001 is verleend, dan wel c. artikel 8.19 van de Wet milieubeheer artikel 4 van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer artikel 3 van het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer bij het bevoegd gezag overeenkomstigdan wel overeenkomstigofeen of meer meldingen zijn gedaan. 2 Een bedrijf komt uitsluitend voor de toepassing van deze paragraaf in aanmerking indien ten aanzien van het bedrijf is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. vervallen b. Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer artikel 8.19 van de Wet milieubeheer Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer uiterlijk op 1 januari 2003 is binnen de inrichting extra huisvesting gebouwd voor ten minste 75% van het aantal varkens waarvoor extra huisvesting diende te worden gebouwd om alle varkens die mogen worden gehouden ingevolge de verleende milieuvergunning, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, onderscheidenlijk ingevolge de milieuvergunning, bedoeld in de tweede volzin van dat lid dan wel hetof het, te kunnen huisvesten overeenkomstig de verleende milieuvergunning, onderscheidenlijk overeenkomstig de in het eerste lid, tweede volzin, bedoelde milieuvergunning in samenhang met de overeenkomstiggedane meldingen, dan wel overeenkomstig hetof hetin samenhang met de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde meldingen;. c. uiterlijk op 1 januari 2003 is op het bedrijf huisvesting voor varkens aanwezig voor tenminste het aantal varkens dat overeenkomt met 85% van het op grond van deze paragraaf vergrote varkensrecht; d. artikel 2 bij de melding, bedoeld in, wordt een afschrift van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk de meldingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c en, in voorkomend geval, de milieuvergunning, bedoeld in de tweede volzin van het eerste lid, waarop door het bevoegd gezag de datum van ontvangst is aangetekend, overgelegd. Bij gebreke van een dergelijke aantekening wordt tevens een door het bevoegd gezag afgegeven bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld, overgelegd; e. binnen zes weken na de verlening van de milieuvergunning, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dan wel, indien die verlening vóór de inwerkingtreding van dit besluit heeft plaatsgevonden, binnen zes weken na die inwerkingtreding, wordt een afschrift van de milieuvergunning overgelegd aan het Bureau Heffingen. Op verzoek van het Bureau Heffingen wordt binnen de daarbij aangegeven termijn de milieuvergunning aan dat bureau overgelegd. 3 Vervallen 4 artikel 8.19 van de Wet milieubeheer artikel 4 van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer artikel 3 van het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer Indien het bedrijf na 10 juli 1997 met betrekking tot dezelfde inrichting overeenkomstig, onderscheidenlijkof, een melding heeft gedaan dan wel een nieuwe aanvraag voor een milieuvergunning heeft gedaan die niet ziet op een verdere uitbreiding van de varkensstapel, treedt de melding dan wel de nieuwe aanvraag, onderscheidenlijk de uiterlijk op 1 januari 2001 naar aanleiding van die aanvraag verleende milieuvergunning, voor de toepassing van het tweede lid, onderdelen b en e, in de plaats van de meldingen bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onderscheidenlijk van de in onderdeel b van dat lid bedoelde aanvraag dan wel van de milieuvergunning, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. Een afschrift van de melding, onderscheidenlijk de nieuwe aanvraag, wordt aan het Bureau Heffingen overgelegd. 5 Binnen zes weken nadat de huisvesting voor varkens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, is gerealiseerd, dan wel, indien de huisvesting vóór de inwerkingtreding van het onderhavige artikellid heeft plaatsgevonden, binnen zes weken na inwerkingtreding van dat lid, geeft de belanghebbende hiervan kennis aan het Bureau Heffingen met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier met toelichting, dat overeenkomstig de op het formulier aangeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door de belanghebbende is ondertekend. 6 hoofdstuk II, uitgezonderd artikel 14, en artikel 24 van de wet Deze paragraaf blijft buiten toepassing indien de vergroting minder dan 10% van het overeenkomstigbepaalde varkensrecht zou zijn. 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 01-11-2002 01-09-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 artikel 2 Het varkensrecht van het bedrijf, bedoeld in, wordt vergroot met het bij de melding, bedoeld in, aangegeven aantal varkenseenheden dat ten hoogste overeenkomt met het niet-benutte deel van het mestproductierecht. 2 Het niet-benutte deel van het mestproductierecht, bedoeld in het eerste lid, komt overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door de som van het grondgebonden mestproductierecht zoals dat zou gelden op 1 januari 1998 indien geen rekening wordt gehouden met wijzigingen in de oppervlakte tot het bedrijf behorende landbouwgrond van na 9 juli 1997, en het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen zoals dat zou gelden op 1 januari 1998 indien geen rekening wordt gehouden met na 9 juli 1997 gedane kennisgevingen van verplaatsing met betrekking tot dit recht, achtereenvolgens te verminderen met: a. hoofdstuk II, uitgezonderd artikel 14, en artikel 24 van de wet het aantal kilogrammen fosfaat dat wordt bepaald door het verschil tussen het overeenkomstigbepaalde varkensrecht en het grondgebonden deel daarvan te vermenigvuldigen met 100/90, het product vervolgens te vermeerderen met dit grondgebonden deel en deze som te vermenigvuldigen met 7,4 kilogram fosfaat, b. de mestproductie afkomstig van de in 1996 gehouden dieren van andere diersoorten dan varkens en kippen, voorzover deze mestproductie groter is dan het niet-gebonden mestproductierecht voor deze diersoorten zoals dat zou gelden op 1 januari 1998 indien geen rekening wordt gehouden met na 9 juli 1997 gedane kennisgevingen van verplaatsing met betrekking tot dit recht, c. de mestproductie afkomstig van de in 1996 gehouden kippen, en d. 10% van het aantal kilogrammen fosfaat, zijnde ten minste nihil, dat wordt bepaald door het in de aanhef bedoelde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen te verminderen met de som van a, b en c, en dit verschil te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 3 artikel 7 van de wet Indien het varkensrecht overeenkomstigis bepaald, wordt in het tweede lid in plaats van «1996» telkens gelezen: 1995. 4 artikel 55a, derde lid, van de Meststoffenwet Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, isvan overeenkomstige toepassing. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10 artikel 9, eerste lid, onderdelen a en b artikel 9, eerste lid, tweede volzin artikel 9, eerste lid, onderdeel c artikel 8.19 van de Wet milieubeheer Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer De inbedoelde vergroting betreft het fokzeugenrecht voorzover de vergroting niet meer is dan het aantal varkenseenheden dat overeenkomt met het aantal fokzeugen dat ingevolge de verleende milieuvergunning, bedoeld in, onderscheidenlijk ingevolge de in, bedoelde milieuvergunning in samenhang met de overeenkomstiggedane meldingen, dan wel ingevolge hetof hetin samenhang met de in, bedoelde meldingen, ten hoogste mag worden gehouden. 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden: a. artikel 9, eerste lid, tweede volzin bijlage A, onderdeel 1, onder b, bij de wet in de verleende milieuvergunning, onderscheidenlijk in de in, bedoelde milieuvergunning dan wel in de in het eerste lid bedoelde meldingen genoemde fokzeugen, kraamzeugen, guste en dragende zeugen aangemerkt als fokzeugen als bedoeld in; b. artikel 9, eerste lid, tweede volzin bijlage A, onderdeel 5, van de wet in de verleende milieuvergunning, onderscheidenlijk in de in, bedoelde milieuvergunning dan wel in de in het eerste lid bedoelde meldingen genoemde biggen, al dan niet gespeend, buiten beschouwing gelaten, tenzij het gaat om biggen die worden gehuisvest in een stal of stalruimte die blijkens de milieuvergunning of de melding uitsluitend is bestemd voor het houden van biggen, in welk geval de biggen worden aangemerkt als biggen als bedoeld in. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 10 artikel 10, tweede lid hoofdstuk II artikel 14 artikel 24 van de wet De vergroting van het varkensrecht, bedoeld in, betreft het grondgebonden deel van het varkensrecht, voorzover het aantal varkenseenheden dat overeenkomt met de vergroting groter is dan het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door 90% van het in de aanhef van, bedoelde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen te delen door 7,4 kilogram fosfaat en de uitkomst te verminderen tot ten minste nihil met het verschil tussen het overeenkomstig, uitgezonderd, enbepaalde varkensrecht en het grondgebonden deel daarvan. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 paragraaf 3 artikel 9, eerste en tweede lid Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een daartoe aangemeld bedrijf worden in afwijking vanbepaald overeenkomstig deze paragraaf, indien is voldaan aan elk van de voorwaarden, bedoeld in, en bovendien de mestproductie afkomstig van andere diersoorten dan varkens in 1996 ten minste 125 kilogram fosfaat bedraagt en ten minste 5% is van de som van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 en het met betrekking tot dat jaar geldende grondgebonden mestproductierecht. 2 Artikel 9, vierde en vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 13 artikel 2 Het varkensrecht van het bedrijf, bedoeld in, komt overeen met het bij de melding, bedoeld in, aangegeven deel van het aantal varkenseenheden, dat wordt bepaald door de som van het grondgebonden mestproductierecht geldend met betrekking tot 1996 en 90% van het met 11% verminderde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot dat jaar, te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 9, eerste lid, onderdelen a en b artikel 9, eerste lid, tweede volzin Artikel 11, tweede lid Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer Het fokzeugenrecht is gelijk aan het varkensrecht, voorzover het fokzeugenrecht niet groter is dan het aantal varkenseenheden dat overeenkomt met het aantal fokzeugen dat ingevolge de verleende milieuvergunning, bedoeld in, onderscheidenlijk ingevolge de in, bedoelde milieuvergunning dan wel hetof het, ten hoogste mag worden gehouden., is van overeenkomstige toepassing. 2 artikelen 9 10 van de wet Deenzijn van overeenkomstige toepassing op het overeenkomstig deze paragraaf bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht. 3 hoofdstuk II, uitgezonderd artikel 14, en artikel 24 van de wet Deze paragraaf blijft buiten toepassing indien het op grond van deze paragraaf bepaalde varkensrecht minder dan 110% zou zijn van het varkensrecht, zoals dat door toepassing vanzou worden bepaald. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 hoofdstuk II artikel 14 artikel 24 Het overeenkomstig, uitgezonderd, envan de wet bepaalde fokzeugenrecht van een daartoe aangemeld bedrijf wordt overeenkomstig deze paragraaf vergroot, indien met betrekking tot het desbetreffende bedrijf na 1992 en vóór 15 november 1997 ten behoeve van een vergroting van het aantal te houden fokzeugen onder vermindering van het aantal te houden andere varkens dan fokzeugen: a. door het bevoegd gezag een milieuvergunning is verleend, b. een aanvraag is ingediend om een milieuvergunning en deze naar aanleiding van de aanvraag uiterlijk op 1 januari 2001 is verleend, dan wel c. artikel 8.19 van de Wet milieubeheer artikel 4 van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer artikel 3 van het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer bij het bevoegd gezag overeenkomstigdan wel overeenkomstigofeen of meer meldingen zijn gedaan. artikel 8.19 van de Wet milieubeheer Een overeenkomstiggedane melding wordt slechts in aanmerking genomen voorzover deze betrekking heeft op een verandering van de inrichting die overeenkomstig de op het tijdstip van de melding voor de inrichting geldende milieuvergunning kon leiden tot een uitbreiding van het aantal fokzeugen. 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 01-11-2002 01-09-1998
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16 artikel 2 artikel 16, eerste lid, onderdelen a en b artikel 16, eerste lid, tweede volzin Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer Het fokzeugenrecht van het bedrijf, bedoeld in, wordt vergroot met het bij de melding, bedoeld in, aangegeven aantal varkenseenheden dat ten hoogste overeenkomt met het verschil tussen het fokzeugenrecht en het varkensrecht, of, indien dat minder is, met het aantal fokzeugen dat ingevolge de verleende milieuvergunning, bedoeld in, onderscheidenlijk ingevolge de in, bedoelde milieuvergunning dan wel hetof het, ten hoogste mag worden gehouden. 2 artikelen 9, tweede tot en met zesde lid 11, tweede lid De, en, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «varkensrecht» telkens wordt gelezen «fokzeugenrecht», en in plaats van «varkens» telkens wordt gelezen: fokzeugen. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 paragraaf 1 2 3 6 6B 7 7A 7B 7C van dit hoofdstuk paragraaf 3 artikel 11 Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing indien het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een bedrijf worden bepaald overeenkomstig,,,,,,,of, met dien verstande dat, indien deze rechten worden bepaald overeenkomstig, voor de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van het fokzeugenrecht vóór de vergroting overeenkomstig. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 hoofdstuk II, uitgezonderd artikel 14, en artikel 24 van de wet artikelen 9 10 van de wet Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een daartoe aangemeld bedrijf waarvan het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen ten gevolge van de registratie in of na 1996 van een uiterlijk op 9 juli 1997 gedane kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot dat recht is verkleind, en de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond dan wel het niet gebonden mestproductierecht voor andere diersoorten dan varkens en kippen in de periode van 1 januari 1996 tot 10 juli 1997 is vergroot, worden bepaald overeenkomstig, met dien verstande dat deenwat de in die artikelen bedoelde verkleiningen betreft, buiten toepassing blijven, voorzover de som van die verkleiningen overeenkomt met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door: a. het aantal hectaren waarmee de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in de periode van 1 januari 1996 tot 10 juli 1997 per saldo is vergroot, te vermenigvuldigen met 125 kilogram fosfaat en de uitkomst te delen door 7,4 kilogram fosfaat, dan wel b. het aantal kilogrammen fosfaat waarmee het niet gebonden mestproductierecht voor andere diersoorten dan varkens en kippen ten gevolge van in of na 1996 uiterlijk op 9 juli 1997 gedane kennisgevingen van verplaatsing met betrekking tot dat recht per saldo is vergroot, te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 2 artikel 7 van de wet artikelen 9 10 artikelen 7, vierde lid en vijfde lid, laatste volzin 10 Indien het varkensrecht en het fokzeugenrecht worden bepaald overeenkomstig, wordt in het eerste lid in plaats van «1996» telkens gelezen «1995» en wordt in plaats van «Deen» gelezen: De, en. 3 paragraaf 1 2 4 5 7 7A 7B 7C van dit hoofdstuk artikelen 5, eerste, tweede en derde lid 8, vierde lid 15, tweede lid 21b, derde lid 21f, vierde lid, van dit hoofdstuk artikelen 9 10 Indien het varkensrecht en het fokzeugenrecht worden bepaald overeenkomstig,,,,,,of, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dat lid in plaats van «deenvan de wet» wordt gelezen: de,,,, onderscheidenlijk. 4 paragraaf 1 Indien het varkensrecht en het fokzeugenrecht worden bepaald overeenkomstigvan dit besluit, wordt in het eerste lid in plaats van «1996» telkens gelezen «1994». 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a 1 Het varkensrecht van daartoe aangemelde bedrijven die behoren tot één en dezelfde inrichting wordt bepaald overeenkomstig deze paragraaf indien voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden: a. er is sprake van een inrichting die beschikt over een vóór 1 januari 1994 verleende milieuvergunning en die twee of meer op 9 juli 1997 bij het Bureau Heffingen geregistreerde bedrijven omvat; b. er heeft op ten minste één van de tot de inrichting behorende bedrijven per saldo een verkleining plaatsgevonden van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen ten gevolge van de registratie van een in de periode van 1 januari 1994 tot en met 9 juli 1997 gedane kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot dat recht, terwijl de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond alsmede de som van het grondgebonden mestproductierecht en het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen van ten minste één ander tot de inrichting behorend bedrijf in de periode van 1 januari 1994 tot en met 9 juli 1997 per saldo is vergroot; c. de mestproductie van varkens bedroeg in 1997 ten minste 5% van de som van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, zoals dat met betrekking tot 1997 voor elk van de tot de inrichting behorende bedrijven gold, vermeerderd met de som van het voor elk van de bedrijven met betrekking tot dat jaar geldende grondgebonden mestproductierecht; d. de vergroting van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond is uiterlijk op 21 oktober 1998 schriftelijk bij het Bureau Heffingen gemeld; e. de grond waarmee de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond is uitgebreid, was al vóór 10 juli 1997 in het kader van een normale bedrijfsvoering daadwerkelijk in gebruik bij het desbetreffende bedrijf. 2 artikel 2 Bij de melding, bedoeld in, wordt een afschrift van de met betrekking tot de inrichting geldende milieuvergunning overgelegd aan het Bureau Heffingen. Indien de milieuvergunning is verleend na 1 januari 1994, worden op verzoek van het Bureau Heffingen binnen de daarbij aangegeven termijn alle eerdere met betrekking tot die inrichting verleende milieuvergunningen aan dat bureau overgelegd. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 19b — Artikel 19b#
Artikel 19b 1 artikel 19 artikel 2 Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van elk van de bedrijven die behoren tot een inrichting als bedoeld inkomen overeen met het met betrekking tot het desbetreffende bedrijf bij de melding, bedoeld in, aangegeven deel van het voor de bedrijven gezamenlijk beschikbare aantal varkenseenheden. 2 hoofdstuk II artikel 14 artikel 24 van de wet Het voor de bedrijven gezamenlijk beschikbare aantal varkenseenheden komt overeen met de som van de varkensrechten, onderscheidenlijk fokzeugenrechten, zoals deze voor elk van de bedrijven afzonderlijk zouden gelden indien deze zouden zijn bepaald overeenkomstig, uitgezonderd, en. Deze som wordt verhoogd met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door de som van het aantal hectaren waarmee de tot de bedrijven van de inrichting behorende oppervlakte landbouwgrond in de periode van 1 januari 1994 tot en met 9 juli 1997 per saldo is vergroot, te vermenigvuldigen met 125 kilogram fosfaat en de uitkomst te delen door 7,4 kilogram fosfaat. De verhoging betreft het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, en is niet meer dan de som van de verkleiningen die op grond van de artikelen 9 en 10 van de wet in de periode van 1 januari 1994 tot en met 9 juli 1997 per saldo op de tot de inrichting behorende bedrijven hebben plaatsgevonden. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 19c — Artikel 19c#
Artikel 19c 1 hoofdstuk II artikel 14 artikel 24 van de wet paragraaf 1 2 4 5 7 7A 7C van dit hoofdstuk Het overeenkomstig, uitgezonderd, en, dan wel overeenkomstig,,,,,of, bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, van een daartoe aangemeld bedrijf wordt overeenkomstig deze paragraaf vergroot indien de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in de periode van 1 januari 1996 tot 10 juli 1997 per saldo is vergroot. 2 Een bedrijf komt uitsluitend voor de toepassing van deze paragraaf in aanmerking indien ten aanzien van het bedrijf is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. de vergroting van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond is uiterlijk op 21 oktober 1998 schriftelijk bij het Bureau Heffingen gemeld; b. de grond waarmee de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond is uitgebreid, was al vóór 10 juli 1997 daadwerkelijk in het kader van een normale bedrijfsvoering in gebruik bij het in het eerste lid bedoelde bedrijf; c. de in 1997 gerealiseerde mestproductie van varkens was ten minste 25% groter dan de in 1996 gerealiseerde mestproductie van varkens en deze vergroting ging gepaard met ten minste eenzelfde vergroting van zowel het grondgebonden mestproductierecht als de som van het grondgebonden mestproductierecht en het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 19d — Artikel 19d#
Artikel 19d 1 artikel 19c artikel 2 Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van het bedrijf, bedoeld in, worden vergroot met het bij de melding, bedoeld in, aangegeven aantal varkenseenheden dat ten hoogste overeenkomt met het verschil tussen het in 1997 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, en het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen. 2 Artikel 6, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet artikel 6, vierde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «1996» telkens wordt gelezen «1996, onderscheidenlijk 1997,» en inin plaats van «in de aangifte overschotheffing 1996, bij gebreke daarvan, op het afsluitformulier 1996, dan wel, bij gebreke daarvan, op de vrijstellingsverklaring 1996» wordt gelezen: in de aangifte overschotheffing 1996, onderscheidenlijk de aangifte overschotheffing 1997, of bij gebreke daarvan, op het afsluitformulier 1996, onderscheidenlijk het afsluitformulier 1997, of bij gebreke daarvan, op de vrijstellingsverklaring 1996, onderscheidenlijk de vrijstellingsverklaring 1997. 3 artikel 7 van de wet Indien het varkensrecht overeenkomstigis bepaald, wordt in het eerste lid in plaats van «1996» gelezen: 1995. 4 paragraaf 1 van dit hoofdstuk Indien het varkensrecht overeenkomstigis bepaald, wordt in het eerste lid in plaats van «1996» gelezen: 1994. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 19e — Artikel 19e#
Artikel 19e De vergroting van het varkensrecht en het fokzeugenrecht betreft het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk het fokzeugenrecht. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 19f — Artikel 19f#
Artikel 19f artikel 2, eerste lid In zoverre in afwijking van, worden het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een daartoe aangemeld bedrijf bepaald overeenkomstig deze paragraaf indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: artikelen 6, vierde lid 7, tweede lid, van de wet ten aanzien van het bedrijf is geen opgave als bedoeld in de, engedaan; het grondgebonden mestproductierecht van het bedrijf was zowel in 1996 als in 1995 tenminste 75% van de som van het grondgebonden mestproductierecht en het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen; artikel 8 van de wet toepassing van deze paragraaf leidt tot een vergroting van het varkensrecht ten opzichte van het overeenkomstigbepaalde varkensrecht met tenminste 10%. 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 01-11-2002 01-09-1998
Artikel 19g — Artikel 19g#
Artikel 19g 1 artikel 19f hoofdstuk II artikel 8 artikel 24 van de wet artikelen 6, vierde lid 7, tweede lid, van de wet Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van het bedrijf, bedoeld in, worden bepaald overeenkomstig, uitgezonderd, en, met dien verstande dat, in afwijking van de, en, het gemiddeld in 1996 of 1995 op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, het aantal is dat met betrekking tot het desbetreffende bedrijf en het desbetreffende jaar is opgegeven overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van de Regeling landbouwtelling 1996 of de artikelen 4 en 5 van de Regeling landbouwtelling 1995, verminderd met 10%. 2 De gegevens van de in het eerste lid bedoelde opgave worden slechts in aanmerking genomen als deze voor 10 juli 1997 zijn ontvangen door de Dienst Landelijke service bij regelingen van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, onderscheidenlijk de teller, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, Regeling landbouwtelling 1995. 3 Voor de toepassing van het eerste lid worden in de opgave vermelde: biggen tot 20 kilogram die nog bij de zeug worden gehouden niet in aanmerking genomen; bijlage A, onderdeel 5, van de wet biggen tot 20 kilogram die niet meer bij de zeug worden gehouden aangemerkt als biggen als bedoeld in; bijlage A, onderdeel 7, van de wet vleesvarkens van 20 tot 50 kilogram en vleesvarkens van 50 kilogram en meer aangemerkt als vleesvarkens als bedoeld in; bijlage A, onderdeel 2, onder a, van de wet opfokzeugjes en -beertjes van 20 tot 50 kilogram aangemerkt als opfokzeugen als bedoeld in; bijlage A, onderdeel 2, onder b, van de wet niet gedekte opfokzeugen van 50 kilogram en meer aangemerkt als opfokzeugen als bedoeld in; bijlage A, onderdeel 1, onder a, van de wet gedekte, al dan niet drachtige zeugen, zeugen die bij de biggen worden gehouden en overige, guste fokzeugen aangemerkt als fokzeugen als bedoeld in; bijlage A, onderdeel 3, van de wet niet dekrijpe opfokberen van 50 kilogram en meer aangemerkt als opfokberen als bedoeld in; bijlage A, onderdeel 4, van de wet dekrijpe beren aangemerkt als dekberen als bedoeld in. 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 01-11-2002 01-09-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 16 van de Meststoffenwet artikel 15 van de wet hoofdstuk II artikel 24 van de wet artikel 6, zesde lid, van de wet artikel 13 van de wet Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een daartoe aangemeld bedrijf waaraan vóór 1994 met betrekking tot de productie van dierlijke meststoffen een ontheffing op grond van, zoals dat luidde tot 1 januari 1998, is verleend met een geldigheid voor een periode tot tenminste het tijdstip van inwerkingtreding van, worden bepaald overeenkomstigenen deze paragraaf, waarbij voor de toepassing vande in dat lid bedoelde som wordt vermeerderd met het aantal kilogrammen fosfaat waarvoor de ontheffing met betrekking tot 1996 geldt, en voor de toepassing vande in dat artikel bedoelde som wordt vermeerderd met het aantal kilogrammen fosfaat waarvoor de ontheffing met betrekking tot 1998 geldt. 2 paragraaf 3 4 5 6 6A 6B 7B van dit hoofdstuk artikelen 6, zesde lid 13 Indien het varkensrecht en het fokzeugenrecht worden bepaald overeenkomstig,,,,,of, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voorzover de, en, van de wet, daarbij overeenkomstige toepassing vinden en met dien verstande dat: a. artikel 10, tweede lid voor de toepassing van, de in dat lid bedoelde som wordt vermeerderd met het aantal kilogrammen fosfaat waarvoor de ontheffing met betrekking tot 1997 geldt; b. artikel 14 voor de toepassing vande in dat lid bedoelde som wordt vermeerderd met het aantal kilogrammen fosfaat waarvoor de ontheffing met betrekking tot 1996 geldt. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20, eerste lid Bij de bepaling van het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, blijft buiten beschouwing het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door het aantal kilogrammen fosfaat waarvoor de ontheffing, bedoeld in, met betrekking tot 1996 geldt, te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 2 artikel 7 Ingeval het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, wordt bepaald op grond vanvan de wet, wordt in het eerste lid in plaats van «1996» gelezen: 1995. 3 paragraaf 6B 7B van dit hoofdstuk Ingeval het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, wordt bepaald overeenkomstigof, wordt in het eerste lid in plaats van «1996» gelezen: 1997. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a 1 artikel 2, eerste lid Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een daartoe aangemeld bedrijf worden, in zoverre in afwijking van, bepaald overeenkomstig deze paragraaf, voorzover het betreft een bedrijf waarop: a. artikel 8, eerste lid, van de wet van toepassing is en ten aanzien waarvan in de periode na 1995 tot 10 juli 1997 een overdracht heeft plaatsgevonden, b. artikel 8, vierde lid, van de wet van toepassing is en ten aanzien waarvan in de periode na 1995 tot 10 juli 1997 een overdracht heeft plaatsgevonden, dan wel c. artikel 11, zesde lid, van de wet van toepassing is en ten aanzien waarvan in de periode na 1995 tot 10 juli 1997 een samenvoeging heeft plaatsgevonden. 2 Een bedrijf als bedoeld in het eerste lid komt uitsluitend voor de toepassing van deze paragraaf in aanmerking indien ten aanzien van het bedrijf is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. artikel 6, vierde lid van de wet de verkrijger van het overgedragen, onderscheidenlijk na samenvoeging ontstane, bedrijf heeft, indien de overdracht, onderscheidenlijk de samenvoeging, in 1996 plaatsvond, overeenkomstig, opgave gedaan van het gemiddeld in 1996 op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen; b. de mestproductie afkomstig van varkens is in 1997 ten minste 5% van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot dat jaar; c. het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen is per saldo niet verkleind ten gevolge van na de overdracht, onderscheidenlijk samenvoeging, of, ingeval meerdere overdrachten of samenvoegingen hebben plaatsgevonden, na de laatste van die overdrachten of samenvoegingen, tot 10 juli 1997 gedane kennisgevingen van verplaatsing met betrekking tot dat recht. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 21b — Artikel 21b#
Artikel 21b 1 artikel 21a artikel 2 Het varkensrecht van een bedrijf als bedoeld inkomt overeen met het bij de melding, bedoeld in, aangegeven deel van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door 90% van het met 11% verminderde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te delen door 7,4 kilogram fosfaat. 2 artikel 21a, eerste lid, onderdeel c Het fokzeugenrecht komt overeen met een percentage van het varkensrecht, welk percentage wordt bepaald door het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal fokzeugen te delen door het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100. De in de eerste volzin bedoelde aantallen fokzeugen en varkens zijn de aantallen die met betrekking tot het bedrijf zijn opgegeven in de aangifte overschotheffing 1994, met dien verstande dat ten aanzien van een bedrijf als bedoeld in, wordt uitgegaan van de opgave met betrekking tot een van de oorspronkelijke bedrijven, zoals dat bij de melding is aangegeven door de belanghebbende. Bij gebreke van een overeenkomstig de tweede volzin gedane opgave is het fokzeugenrecht nihil. 3 artikelen 9 10 Deenvan de wet zijn van overeenkomstige toepassing op het overeenkomstig het eerste en tweede lid bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 21c — Artikel 21c#
Artikel 21c hoofdstuk II artikel 14 artikel 24 van de wet Het overeenkomstig, uitgezonderd, enbepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, van een daartoe aangemeld bedrijf wordt overeenkomstig deze paragraaf vergroot, indien de mestproductie afkomstig van varkens in 1994, 1995 en 1996 gemiddeld minder dan 5% en in 1997 ten minste 25% was van de som van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot het desbetreffende jaar en het met betrekking tot dat jaar geldende grondgebonden mestproductierecht. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 21d — Artikel 21d#
Artikel 21d 1 artikel 21c artikel 2 Het varkensrecht, onderscheidenlijk het fokzeugenrecht, van het bedrijf, bedoeld in, wordt vergroot met het bij de melding, bedoeld in, aangegeven aantal varkenseenheden dat ten hoogste overeenkomt met het aantal dat wordt bepaald door het in 1997 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, te verminderen met het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, en op de uitkomst 10% in mindering te brengen. 2 De in het eerste lid bedoelde vermindering met 10% is niet van toepassing op het aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, dat groter is dan het aantal dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1997 te delen door 7,4 kilogram fosfaat en de uitkomst te verminderen met het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens. 3 artikel 4, tweede lid Voor de toepassing van het eerste lid is, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «in 1994» wordt gelezen: in 1997. 4 Artikel 6, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet artikel 6, vierde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «1996» telkens wordt gelezen «1996, onderscheidenlijk 1997,» en inin plaats van «in de aangifte overschotheffing 1996, bij gebreke daarvan, op het afsluitformulier 1996, dan wel, bij gebreke daarvan, op de vrijstellingsverklaring 1996» wordt gelezen: in de aangifte overschotheffing 1996, onderscheidenlijk de aangifte overschotheffing 1997; bij gebreke daarvan, op het afsluitformulier 1996, onderscheidenlijk het afsluitformulier 1997; bij gebreke daarvan, op de vrijstellingsverklaring 1996, onderscheidenlijk de vrijstellingsverklaring 1997. 5 artikel 7 van de wet Indien het varkensrecht overeenkomstigis bepaald, wordt in het eerste lid in plaats van «1996» gelezen: 1995. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 21e — Artikel 21e#
Artikel 21e Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een daartoe aangemeld bedrijf worden bepaald overeenkomstig deze paragraaf, indien ten aanzien van het bedrijf de mestproductie afkomstig van varkens in 1994, 1995 en 1996 gemiddeld ten minste 25% en in 1996 ten minste 5% was van de som van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot het desbetreffende jaar en het met betrekking tot dat jaar geldende grondgebonden mestproductierecht. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 21f — Artikel 21f#
Artikel 21f 1 artikel 21e artikel 2 Het varkensrecht van een bedrijf als bedoeld inkomt overeen met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door het door de belanghebbende daartoe bij de melding, bedoeld in, aangegeven deel van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te delen door 7,4 kilogram fosfaat en op de uitkomst 18% in mindering te brengen. 2 artikel 2 Het fokzeugenrecht komt overeen met het bij de melding, bedoeld in, aangegeven deel van het aantal varkenseenheden dat naar keuze van de belanghebbende wordt bepaald door: a. een percentage van het varkensrecht, welk percentage wordt bepaald door het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal fokzeugen te delen door het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100, dan wel b. het in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal fokzeugen, verminderd met 10%. 3 artikel 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet De in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde aantallen varkens en fokzeugen zijn de aantallen die met betrekking tot het bedrijf zijn opgegeven in de aangifte overschotheffing 1994. Indien het fokzeugenrecht wordt bepaald overeenkomstig het tweede lid, onderdeel b, isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «varkens, onderscheidenlijk fokzeugen,» telkens wordt gelezen: fokzeugen. 4 artikelen 9 10 van de wet Deenzijn van overeenkomstige toepassing op het overeenkomstig het eerste en tweede lid bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 hoofdstuk II artikel 24 van de wet bijlage A bij de Meststoffenwet artikel 55a, eerste lid, van de Meststoffenwet bijlage A bij de Meststoffenwet Voor producenten van dierlijke meststoffen die in 1996, onderscheidenlijk 1995, op een bedrijf waarvan het varkensrecht en het fokzeugenrecht uitsluitend zijn bepaald overeenkomstigen, dieren hielden van andere inopgenomen diersoorten dan varkens, wordt voor de toepassing vanvan de latente ruimte, bepaald overeenkomstig het vierde lid, onderscheidenlijk het vijfde lid, eerste volzin, van dat artikel, slechts het percentage in aanmerking genomen dat overeenkomt met het percentage dat de mestproductie afkomstig van de in 1996, onderscheidenlijk 1995, gehouden varkens uitmaakt van de mestproductie afkomstig van de in 1996, onderscheidenlijk 1995, gehouden varkens, kippen en dieren van andere inopgenomen diersoorten dan varkens en kippen. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de mestproductie afkomstig van andere diersoorten dan varkens en kippen slechts in aanmerking genomen voor zover deze groter is dan de som van het met betrekking tot 1996, onderscheidenlijk 1995, geldende niet-gebonden mestproductierecht voor andere diersoorten dan varkens en kippen en het met betrekking tot het betreffende jaar geldende grondgebonden mestproductierecht. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22 artikel 55a van de Meststoffenwet bijlage A bij de Meststoffenwet In afwijking vanblijftbuiten toepassing ten aanzien van een daartoe aangemeld bedrijf, voor het bij de melding aangegeven aantal kilogrammen fosfaat dat ten hoogste overeenkomt met het niet-benutte deel van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, indien met betrekking tot het bedrijf na 1992 en vóór 10 juli 1997 ten behoeve van een vergroting van het aantal te houden dieren van inopgenomen andere diersoorten dan varkens, onderverdeeld in categorieën binnen die diersoorten: a. door het bevoegd gezag een milieuvergunning is verleend, b. een aanvraag is ingediend om een milieuvergunning en deze naar aanleiding van de aanvraag uiterlijk op 1 januari 2001 is verleend, dan wel c. artikel 8.19 van de Wet milieubeheer artikel 4 van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer artikel 3 van het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer bij het bevoegd gezag overeenkomstigdan wel overeenkomstigofeen of meer meldingen zijn gedaan. artikel 8.19 van de Wet milieubeheer bijlage A bij de Meststoffenwet Een overeenkomstiggedane melding wordt slechts in aanmerking genomen voorzover deze betrekking heeft op een verandering van de inrichting die overeenkomstig de op het tijdstip van de melding voor de inrichting geldende milieuvergunning kon leiden tot een uitbreiding van het aantal dieren van inopgenomen andere diersoorten dan varkens, onderverdeeld in categorieën binnen die diersoorten. 2 Artikel 2, derde lid , is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde melding. 3 Het niet-benutte deel van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen komt overeen met het aantal kilogrammen fosfaat dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen zoals dat zou gelden op 1 januari 1998 indien geen rekening wordt gehouden met na 9 juli 1997 gedane kennisgevingen van verplaatsing met betrekking tot dit recht, achtereenvolgens te verminderen met: a. hoofdstuk II, uitgezonderd artikel 14, en artikel 24 van de wet het aantal kilogrammen fosfaat dat wordt bepaald door het verschil tussen het overeenkomstigbepaalde varkensrecht en het grondgebonden deel daarvan achtereenvolgens te vermenigvuldigen met 100/90 en 7,4 kilogram fosfaat, b. de mestproductie afkomstig van de in 1996 gehouden dieren van andere diersoorten dan varkens en kippen, voorzover deze mestproductie groter is dan de som van het grondgebonden mestproductierecht zoals dat zou gelden op 1 januari 1998 indien geen rekening wordt gehouden met wijzigingen in de oppervlakte tot het bedrijf behorende landbouwgrond na 9 juli 1997, en het niet-gebonden mestproductierecht voor deze diersoorten zoals dat zou gelden op 1 januari 1998 indien geen rekening wordt gehouden met na 9 juli 1997 gedane kennisgevingen van verplaatsing met betrekking tot dit recht, en c. de mestproductie afkomstig van de in 1996 gehouden kippen. 4 artikel 9, tweede lid, onderdelen b, d en e bijlage A bij de Meststoffenwet bijlage A bij de Meststoffenwet Een bedrijf komt uitsluitend voor de toepassing van dit artikel in aanmerking indien ten aanzien van het bedrijf is voldaan aan elk van de voorwaarden, bedoeld in, met dien verstande dat voor de toepassing van dit hoofdstuk in dat artikel in plaats van «varkens» telkens wordt gelezen «dieren van de inopgenomen andere diersoorten dan varkens, onderverdeeld in categorieën binnen die diersoorten», en voorts onder de voorwaarde dat uiterlijk op 1 januari 2003 op het bedrijf extra huisvesting aanwezig is voor tenminste het aantal dieren van de inopgenomen andere diersoorten dan varkens, onderverdeeld in categorieën binnen die diersoorten, dat overeenkomt met 85% van het aantal kilogrammen fosfaat waarmee het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen op grond van dit artikel is vergroot. 5 artikel 7 van de wet Indien het varkensrecht wordt bepaald overeenkomstig, wordt in het derde lid en voor de toepassing van het vierde lid in plaats van «1996» telkens gelezen: 1995. 6 artikel 9, vierde en vijfde, lid bijlage A bij de Meststoffenwet Voor de toepassing van dit artikel isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in die artikelleden in plaats van «varkens» telkens wordt gelezen: dieren van de inopgenomen andere diersoorten dan varkens. 7 artikel 55a, derde lid, van de Meststoffenwet Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel a, isvan overeenkomstige toepassing. 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 01-11-2002 01-09-1998
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 15 van de Wet herstructurering varkenshouderij artikel 55a, eerste lid, van de Meststoffenwet artikel 15 van de Wet herstructurering varkenshouderij Voor producenten van dierlijke meststoffen op een bedrijf met op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding vaneen niet-gebonden mestproductierecht voor andere diersoorten dan varkens en kippen wordt voor de toepassing vanin plaats van de tweede volzin van dat artikellid gelezen: De vermindering geschiedt ten aanzien van het de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding vangeldende niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikelen 12 13 41, derde lid 14 van de wet De,juncto artikel, enzijn van overeenkomstige toepassing op het overeenkomstig dit besluit bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht. 2 Artikel 24 van de wet artikelen 6 7 11 artikelen 4, eerste lid 8, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid 10, tweede lid, onderdeel d 21d, eerste en tweede lid 21f, tweede lid, onderdeel b artikelen 1 8 tot en met 13 artikelen 6, eerste lid 12 14 19, eerste lid 19b, tweede lid 21 21b, eerste lid 21f, eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het overeenkomstig dit besluit bepaalde varkensrecht en fokzeugenrecht, met dien verstande dat voor de toepassing van dit besluit in het eerste lid van dat artikel in plaats van «de,en» wordt gelezen «de,,,, en, van dit besluit» en in plaats van «deen» wordt gelezen: de,,,,,,, en, van dit besluit. 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 2000 233 06-06-2000 25-05-2000 01-07-2000 01-09-1998 Werkt terug tot en met 1 september 1998.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 hoofdstuk 2 artikel 2 artikel 15 van de wet Een bedrijf komt uitsluitend voor de toepassing vanin aanmerking indien de belanghebbende bij de melding, bedoeld in, verzoekt om doorhaling van de ten aanzien van het bedrijf geregistreerde gegevens betreffende het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van. 2 artikel 41, derde lid, van de wet Voor de toepassing van het eerste lid isvan overeenkomstige toepassing. 3 De doorhaling betreft de hoeveelheid die wordt bepaald door het verschil tussen het overeenkomstig dit besluit bepaalde varkensrecht en het grondgebonden deel daarvan achtereenvolgens te vermenigvuldigen met 100/90 en 7,4 kilogram fosfaat en het product te vermeerderen met de latente ruimte. 4 Bij de doorhaling neemt het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen van het bedrijf af met de hoeveelheid, bedoeld in het derde lid, tot een hoeveelheid van ten minste nihil. 5 hoofdstuk 2, paragraaf 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel e artikel 55a, vierde lid, van de Meststoffenwet artikel 1, eerste lid, onderdeel ad, van die wet artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Wet herstructurering varkenshouderij Indien het varkensrecht is bepaald overeenkomstig, wordt de latente ruimte bepaald door overeenkomstige toepassing vanmet dien verstande dat in dat lid en inin plaats van «1996» telkens wordt gelezen «1994», en in plaats van «» wordt gelezen:, van dit besluit. 6 hoofdstuk 2 paragraaf 2 4 7A artikel 8, eerste lid artikel 14 Indien het varkensrecht is bepaald overeenkomstig,,of, komt de latente ruimte overeen met 11% van het overeenkomstig, onderscheidenlijk, aangegeven deel van het aantal kilogrammen fosfaat dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te verminderen met 10%. 7 hoofdstuk 2, paragraaf 3 Indien het varkensrecht is vergroot overeenkomstig, wordt de latente ruimte bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen zoals dat zou gelden op 1 januari 1998 indien geen rekening wordt gehouden met na 9 juli 1997 gedane kennisgevingen van verplaatsing met betrekking tot dit recht, achtereenvolgens te verminderen met: De latente ruimte is ten minste nihil. a. hoofdstuk II, paragraaf 3 het aantal kilogrammen fosfaat dat wordt bepaald door het verschil tussen het overeenkomstig, vergrote varkensrecht en het grondgebonden deel daarvan te vermenigvuldigen met 100/90, het product vervolgens te vermeerderen met dit grondgebonden deel en deze som te vermenigvuldigen met 7,4 kilogram fosfaat, b. de mestproductie afkomstig van de in 1996 gehouden dieren van andere diersoorten dan varkens en kippen, voorzover deze mestproductie groter is dan de som van het grondgebonden mestproductierecht zoals dat zou gelden op 1 januari 1998 indien geen rekening wordt gehouden met wijzigingen in de oppervlakte tot het bedrijf behorende landbouwgrond van na 9 juli 1997, en het niet-gebonden mestproductierecht voor deze diersoorten zoals zou gelden op 1 januari 1998 indien geen rekening wordt gehouden met na 9 juli 1997 gedane kennisgevingen van verplaatsing met betrekking tot dit recht, en c. de mestproductie afkomstig van de in 1996 gehouden kippen. 8 hoofdstuk 2, paragrafen 5 6 6B 6C 7 hoofdstuk 2, paragraaf 6C artikel 55a, vierde lid, onderscheidenlijk vijfde lid, eerste volzin, van de Meststoffenwet artikel 55, achtste lid, van de Meststoffenwet Indien het varkensrecht is bepaald overeenkomstig,,,of, wordt de latente ruimte bepaald overeenkomstig, met dien verstande dat, indien het varkensrecht is bepaald overeenkomstig, de mestproductie wordt bepaald overeenkomstigen voor de toepassing van dat lid: artikel 19g het gemiddeld in 1996 of 1995 op het bedrijf gehouden aantal varkens het overeenkomstigbepaalde aantal is; het gemiddeld in 1996 of 1995 op het bedrijf gehouden aantal dieren van andere diersoorten dan varkens, het aantal is dat met betrekking tot het desbetreffende bedrijf en het desbetreffende jaar is opgegeven overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van de Regeling landbouwtelling 1996 of de artikelen 4 en 5 van de Regeling landbouwtelling 1995, verminderd met 10%. 9 hoofdstuk 2, paragraaf 6A artikel 55a, vierde lid, onderscheidenlijk vijfde lid, eerste volzin, van de Meststoffenwet Indien het varkensrecht is bepaald overeenkomstig, wordt de latente ruimte van elk van de tot de inrichting behorende bedrijven per afzonderlijk bedrijf bepaald overeenkomstig. 10 hoofdstuk 2, paragraaf 7B onderdeel a paragraaf 3 paragraaf 7B Indien het varkensrecht is bepaald overeenkomstig, wordt de latente ruimte bepaald overeenkomstig het zevende lid, met dien verstande dat inin plaats van «» wordt gelezen«» en in plaats van «in 1996» telkens wordt gelezen: in 1997. 11 hoofdstuk 2, paragraaf 7C artikel 55a, vijfde lid, tweede volzin, van de Meststoffenwet Indien het varkensrecht is bepaald overeenkomstig, wordt de latente ruimte bepaald overeenkomstig. 12 artikel 23 Artikel 23 hoofdstuk 2, paragraaf 1 In afwijking in zoverre van het derde lid vindt geen doorhaling van de latente ruimte plaats ten aanzien van een daartoe aangemeld bedrijf voor het bij de melding aangegeven aantal kilogrammen fosfaat dat ten hoogste overeenkomt met het niet-benutte deel van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, indien voldaan is aan elk van de voorwaarden, bedoeld in.is voor het in de eerste volzin bedoelde bedrijf van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het varkensrecht is bepaald overeenkomstig, in dat artikel in plaats van «1996» telkens wordt gelezen: 1994. 13 artikel 55a, derde lid, van de Meststoffenwet Voor de toepassing van het derde lid en het zevende lid, onderdeel a, isvan overeenkomstige toepassing. 14 artikel 24 van de wet Voor de toepassing van het zesde lid isvan overeenkomstige toepassing. 15 artikel 7 van de wet Indien het varkensrecht wordt bepaald overeenkomstig, wordt in het zevende lid in plaats van «1996» telkens gelezen: 1995. 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 01-11-2002 01-09-1998
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26, derde lid Voor de toepassing van, wordt van de latente ruimte slechts het percentage in aanmerking genomen dat overeenkomt met het percentage dat de mestproductie afkomstig van de in 1996 gehouden varkens uitmaakt van de mestproductie afkomstig van de in 1996 gehouden varkens, kippen en dieren van andere diersoorten dan varkens en kippen. De mestproductie afkomstig van andere diersoorten dan varkens en kippen wordt slechts in aanmerking genomen voor zover deze groter is dan de som van het met betrekking tot 1996 geldende niet-gebonden mestproductierecht voor andere diersoorten dan varkens en kippen en het met betrekking tot 1996 geldende grondgebonden mestproductierecht. 2 artikel 26, vijfde, onderscheidenlijk tiende lid Voor de toepassing van, wordt in het eerste lid in plaats van «1996» telkens gelezen: 1994, onderscheidenlijk 1997. 3 artikel 26, zevende, achtste en negende lid artikel 9, eerste lid 16 19, eerste lid, 19a, eerste lid 19d, eerste lid 19f 20 artikel 7 artikel 6 van de wet Voor de toepassing van, wordt in het eerste lid in plaats van «1996» telkens gelezen: 1995 of 1996, al naar gelang het varkensrecht en het fokzeugenrecht, bedoeld in onderscheidenlijk,,,,enzijn bepaald overeenkomstigof. 4 hoofdstuk 2, paragraaf 2 4 7A 7C Het eerste lid is niet van toepassing indien het varkensrecht is bepaald overeenkomstig, onderscheidenlijk,of, van dit besluit. 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 2002 465 17-09-2002 27-08-2002 01-11-2002 01-09-1998
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij. 1998 368 30-06-1998 18-06-1998 1998 525 31-08-1998 03-07-1998 01-09-1998