Besluit van 19 november 1998, houdende de vaststelling van enkele rechtspositionele bepalingen ten aanzien van ambtenaren in de Rijksdienst die belast zijn met het vervoer van bewindslieden en hoge ambtelijke functionarissen (Besluit personenchauffeurs Rijksdienst)
- BWB-id
- BWBR0010015
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2019-07-01 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010015
- ELI
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-personenchauffeurs-rijksdienst
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-personenchauffeurs-rijksdienst/2019-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010015&g=2019-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010015&z=2026-06-06&g=2019-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010015/2019-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1998/besluit-personenchauffeurs-rijksdienst
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: het hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur; b. Algemeen Rijksambtenarenreglement Reglement Dienst Buitenlandse Zaken Ambtenarenreglement Staten-Generaal personenchauffeur: de ambtenaar aangesteld op grond van het, hetof hetdie belast is met het vervoer van bewindslieden en hoge ambtelijke functionarissen en als zodanig door Onze Minister is aangewezen; c. arbeidsduurfactor: de breuk waarvan de teller bestaat uit de voor de personenchauffeur vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit het getal 48. 2010 819 21-12-2010 14-12-2010 2010 819 21-12-2010 14-12-2010 22-12-2010 01-01-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Ten aanzien van toepassing van dit besluit op de personenchauffeurs bij de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet van de Koning, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de Raad van State of het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt voor Onze Minister telkens respectievelijk gelezen de Voorzitters van elk der beide kamers der Staten-Generaal, het College van de Algemene Rekenkamer, respectievelijk de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet van de Koning, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de vice-president van de Raad van State of de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. 2014 145 08-04-2014 21-03-2014 2014 145 08-04-2014 21-03-2014 09-04-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Op de personenchauffeur zijn niet van toepassing: – artikel 21, tweede tot en met vierde lid artikel 21a, eerste lid, tweede volzin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement , en; – artikel 34, tweede tot en met vierde lid artikel 34a, eerste lid, tweede volzin, van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal , en; – artikel 37, tweede tot en met vierde lid artikel 38, eerste lid, tweede volzin, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken , en; – artikelen 17 17a 18a 23, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 de,,en. 2 artikel 21a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 34a van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal artikel 38 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken artikel 6 Voor de toepassing van,enwordt de aanvulling op zijn salaris als bedoeld in, aangemerkt als salaris. 2010 819 21-12-2010 14-12-2010 2010 819 21-12-2010 14-12-2010 22-12-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor de personenchauffeur die mede belast is met het uitvoeren van beveiligingstaken geldt salarisschaal 4 van het. 1998 662 03-12-1998 19-11-1998 1998 662 03-12-1998 19-11-1998 04-12-1998 Bij Stcrt. 1999/105 is bepaald, dat het besluit voor de als
zodanig individueel aangewezen personenchauffeurs van het
Ministerie van SZW terugwerkende kracht heeft tot en met 1
januari 1998.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De arbeidsduur voor de personenchauffeur met een volledige arbeidsduur, bedraagt voor de toepassing van dit besluit gemiddeld 48 uur per week. 2 artikel 21, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 34, eerste lid, van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal artikel 37, eerste lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken In afwijking van,enkan het in het arbeidstijdpatroon opgenomen aantal te werken uren op jaarbasis voor de personenchauffeur niet hoger zijn dan gemiddeld 48 uur per week. 3 paragraaf 5.7 van het Arbeidstijdenbesluit Op de arbeidsduur voor de personenchauffeur die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is belast met het vervoer van doorgaans dezelfde persoon per auto, isvan toepassing. 2016 227 17-06-2016 08-06-2016 2016 227 17-06-2016 08-06-2016 01-07-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De personenchauffeur ontvangt een aanvulling op zijn salaris. 2 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De aanvulling, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per maand 52/156 maal het voor de personenchauffeur geldende salaris uit, vermenigvuldigd met de factor 1,5. 3 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Het salaris, bedoeld in het tweede lid, bedraagt ten hoogste het salaris behorende bij salarisnummer 10 van salarisschaal 4 uit. 4 De aanvulling, bedoeld in het eerste lid, wordt vermenigvuldigd met de voor de personenchauffeur geldende arbeidsduurfactor. 2019 189 28-05-2019 13-05-2019 2019 189 28-05-2019 13-05-2019 01-07-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De personenchauffeur ontvangt maandelijks een vaste toelage voor het werken op onregelmatige uren ter hoogte van € 169,37 vermenigvuldigd met de arbeidsduurfactor. 2 Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris van het burgerlijk rijkspersoneel met ingang van de dag waarop de salariswijziging van kracht wordt. 3 Het bedrag, genoemd in het eerste lid, bedroeg van 1 januari 2007 tot 1 april 2008 € 145,35 en van 1 april 2008 tot 1 april 2009 € 148,26. 2019 189 28-05-2019 13-05-2019 2019 189 28-05-2019 13-05-2019 01-07-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 49gg, tweede en vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 5, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 artikel 6 In afwijking vanwordt voor de berekeningsbasis bij het bepalen van de hoogte van de salarisgarantie en salarissuppletie uitgegaan van de som van het salaris op basis van, de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en de aanvulling op het salaris, bedoeld in. 2017 509 22-12-2017 13-12-2017 2017 510 22-12-2017 13-12-2017 01-01-2018
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 6 7 artikel 2, onderdeel f, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De in deengenoemde aanvulling op het salaris respectievelijk vaste toelage voor het werken op onregelmatige uren behoren tot de bezoldiging, bedoeld in. 2010 819 21-12-2010 14-12-2010 2010 819 21-12-2010 14-12-2010 22-12-2010 01-01-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 6 7 artikel 20a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Over de in deengenoemde aanvulling op het salaris respectievelijk vaste toelage voor het werken op onregelmatige uren heeft de personenchauffeur recht op een eindejaarsuitkering als bedoeld in. 2010 819 21-12-2010 14-12-2010 2010 819 21-12-2010 14-12-2010 22-12-2010 01-01-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 22, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 41, vierde lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken In afwijking van,bedraagt voor de personenchauffeur met een volledige werktijd de aanspraak op wettelijke vakantie-uren 192 uren en de aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren 28,8 uren per kalenderjaar. Onder volledige werktijd wordt verstaan een werktijd welke gemiddeld 48 werkuren per week omvat. 2016 227 17-06-2016 08-06-2016 2016 227 17-06-2016 08-06-2016 01-07-2016 01-01-2016
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor de personenchauffeur voor wie op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit reeds een salarisschaal gold die hoger is dan salarisschaal 4 van hetblijft de hogere salarisschaal gelden. 1998 662 03-12-1998 19-11-1998 1998 662 03-12-1998 19-11-1998 04-12-1998 Bij Stcrt. 1999/105 is bepaald, dat het besluit voor de als
zodanig individueel aangewezen personenchauffeurs van het
Ministerie van SZW terugwerkende kracht heeft tot en met 1
januari 1998.
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 Aan de personenchauffeur aan wie een andere functie, niet zijnde personenchauffeur, wordt opgedragen, kan een aflopende compensatietoelage worden toegekend, mits hij gedurende twee jaar voorafgaande aan de andere functie, zonder wezenlijke onderbreking als personenchauffeur is aangesteld. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twaalf maanden. 2010 819 21-12-2010 14-12-2010 2010 819 21-12-2010 14-12-2010 22-12-2010 01-01-2010
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b 1 artikel 8 De personenchauffeur die op de dag voorafgaande aan het vervallen vaneen toelage ontving op grond van dat artikel, ontvangt een toelage. 2 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De toelage bedraagt per maand 2,66% van het voor de personenchauffeur geldende salaris uit. 3 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Het salaris, bedoeld in het tweede lid, bedraagt ten hoogste het salaris behorende bij salarisnummer 10 van salarisschaal 4 uit. 4 De toelage wordt vermenigvuldigd met de voor de personenchauffeur geldende arbeidsduurfactor. 5 artikel 2, onderdeel f artikel 20a, eerste lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De toelage behoort tot de bezoldiging, bedoeld in, en tot de berekeningsbasis voor de eindejaarsuitkering, bedoeld in. 2019 189 28-05-2019 13-05-2019 2019 189 28-05-2019 13-05-2019 01-07-2019 Abusievelijk geeft het Staatsblad een wijzigingsopdracht voor
hettweede lid in plaats van het derde lid.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Indien dit geen verslechtering van de rechtspositie van de betrokken personenchauffeurs met zich meebrengt, kan Onze Minister voor de onder hem ressorterende personenchauffeurs bepalen dat het besluit terugwerkende kracht heeft uiterlijk tot en met 1 januari 1998. Het besluit van Onze Minister wordt in de Staatscourant gepubliceerd. 1998 662 03-12-1998 19-11-1998 1998 662 03-12-1998 19-11-1998 04-12-1998 Bij Stcrt. 1999/105 is bepaald, dat het besluit voor de als
zodanig individueel aangewezen personenchauffeurs van het
Ministerie van SZW terugwerkende kracht heeft tot en met 1
januari 1998.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit personenchauffeurs Rijksdienst. 1998 662 03-12-1998 19-11-1998 1998 662 03-12-1998 19-11-1998 04-12-1998 Bij Stcrt. 1999/105 is bepaald, dat het besluit voor de als
zodanig individueel aangewezen personenchauffeurs van het
Ministerie van SZW terugwerkende kracht heeft tot en met 1
januari 1998.