Besluit van 28 augustus 1998, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 28 van de Pensioen- en spaarfondsenwet en artikel 25 van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Besluit staten pensioenfondsen)
- BWB-id
- BWBR0009874
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2006-01-01 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009874
- ELI
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-staten-pensioenfondsen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1998/besluit-staten-pensioenfondsen/2006-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009874&g=2006-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009874&z=2026-06-06&g=2006-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009874/2006-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1998/besluit-staten-pensioenfondsen
Artikel 1 — Artikel 1 Algemeen#
Artikel 1 Algemeen 1 artikel 10b, achtste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet Dit besluit berust op. 2 In dit besluit wordt verstaan onder: a. artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Pensioen- & Verzekeringskamer: de Pensioen- & Verzekeringskamer, bedoeld in; b. Pensioen- en spaarfondsenwet fonds: een bedrijfstakpensioenfonds, ondernemingspensioenfonds of een ondernemingsspaarfonds, waarop devan toepassing is; c. staten: de jaarlijks door ieder fonds bij de Pensioen- & Verzekeringskamer in te dienen gegevens met de daarbij behorende omslag. 2005 722 29-12-2005 15-12-2005 2005 722 29-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 2 — Artikel 2 Invulling staten door fondsen#
Artikel 2 Invulling staten door fondsen 1 Ieder fonds vult de staten in, verstrekt de daartoe vereiste gegevens naar waarheid en ondertekent de staten. 2 Staten die niet van toepassing zijn op een fonds behoeven niet te worden ingediend. Bij verschil van mening hierover beslist de Pensioen- & Verzekeringskamer. 3 Op de omslag wordt de statutaire naam van het fonds ingevuld. 4 bijlage A De staten worden ingevuld volgens het model, opgenomen inbij dit besluit. 5 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan met betrekking tot het invullen van de staten aanwijzingen geven en deze aanwijzingen wijzigen en aanvullen. 2001 62 13-02-2001 25-01-2001 2001 62 13-02-2001 25-01-2001 14-02-2001
Artikel 3 — Artikel 3 Invulling staten door beroepspensioenfondsen#
Artikel 3 Invulling staten door beroepspensioenfondsen Vervallen 2005 722 29-12-2005 15-12-2005 2005 722 29-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 4 — Artikel 4 Indieningstermijn#
Artikel 4 Indieningstermijn 1 De indiening van de staten over een kalenderjaar vindt vóór 1 juli van het daarop volgende kalenderjaar plaats. 2 tweede en derde zin van artikel 7 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de verplichting om de staten vóór de datum, genoemd in het eerste lid, in te dienen onder gelijktijdige vermelding van een latere datum waarvoor indiening plaatsvindt. Dezijn daarbij van overeenkomstige toepassing. 3 Een aanvraag voor ontheffing wordt vóór 1 mei van het betreffende kalenderjaar bij de Pensioen- & Verzekeringskamer ingediend. 2001 62 13-02-2001 25-01-2001 2001 62 13-02-2001 25-01-2001 14-02-2001
Artikel 5 — Artikel 5 Indieningsprocedure#
Artikel 5 Indieningsprocedure 1 De staten worden in enkelvoud ingediend bij de Pensioen- & Verzekeringskamer. Indien bij het invullen van de staten gebruik wordt gemaakt van de in het tweede lid bedoelde informatiedragers of informatiemedia, worden deze meegezonden. 2 Indien de staten worden ingevuld met gebruikmaking van elektronische informatiedragers of informatiemedia, wordt voor de samenstelling en aanlevering van de daarop aanwezige gegevens gebruik gemaakt van de door de Pensioen- & Verzekeringskamer voor dat doel ter beschikking gestelde programmatuur, overeenkomstig de daarbij gegeven instructies omtrent de volledigheid van de in te dienen gegevens en de uit te voeren consistentiecontrole. 3 bijlage A Aan de staten, waarvan het model is opgenomen inbij dit besluit, worden geen andere posten of rubrieken toegevoegd. 4 Staat 3.400 (Actuarieel verslag) wordt voorzien van een verklaring van een actuaris, tegen wie de Pensioen- & Verzekeringskamer geen bedenkingen naar voren heeft gebracht. Met deze verklaring bevestigt de actuaris dat hij zich ervan heeft overtuigd, dat: a. de technische voorzieningen met inachtneming van de op de staat 3.400 voorkomende gegevens als geheel op voldoende voorzichtige grondslagen zijn berekend; b. artikel 9a, van de Pensioen- en spaarfondsenwet voldaan is aan; en c. dat de sterftevergelijking juist is weergegeven, waarvan hij als bewijs de staten 3.410 en 3.530 waarmerkt. De actuaris kan zijn verklaring nader toelichten of op onderdelen een voorbehoud maken. 5 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Een accountant als bedoeld inwaarmerkt de staten en voorziet deze van een accountantsverklaring. 6 De door een fonds in te dienen staten worden ondertekend door het bestuur. Bestaat het bestuur uit meer dan twee personen, dan worden de staten door twee bestuursleden ondertekend. 7 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan ten aanzien van het eerste en zesde lid nadere regels stellen met betrekking tot de wijze van indiening en ondertekening van de staten. 2005 722 29-12-2005 15-12-2005 2005 722 29-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 6 — Artikel 6 Vaststelling van de hoogte van de boete#
Artikel 6 Vaststelling van de hoogte van de boete 1 artikel 23c, vijfde lid, eerste volzin, van de Pensioen- en spaarfondsenwet bijlage C Het bedrag van de boete, bedoeld in, wordt bepaald op de wijze, voorzien inbij dit besluit. 2 bijlage C De Pensioen- & Verzekeringskamer kan het bedrag van de boete lager stellen dan inis bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is. 2001 62 13-02-2001 25-01-2001 2001 62 13-02-2001 25-01-2001 14-02-2001
Artikel 7 — Artikel 7 Ontheffing#
Artikel 7 Ontheffing De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een fonds ontheffing verlenen van de verplichting om bepaalde staten of gedeelten daarvan in te dienen. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden. De ontheffing kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken. 2005 722 29-12-2005 15-12-2005 2005 722 29-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 8 — Artikel 8 Kwartaalrapportages beleggingen#
Artikel 8 Kwartaalrapportages beleggingen Ieder fonds dat voor eigen rekening en risico belegt, dient binnen 6 weken na afloop van ieder kwartaal bij de Pensioen- & Verzekeringskamer gegevens in omtrent zijn beleggingen. 2005 722 29-12-2005 15-12-2005 2005 722 29-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 9 — Artikel 9 Delegatie#
Artikel 9 Delegatie Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit besluit. 1998 545 22-09-1998 28-08-1998 1998 545 22-09-1998 28-08-1998 23-09-1998
Artikel 10 — Artikel 10 Intrekking#
Artikel 10 Intrekking De besluiten van 26 oktober 1993, Stb. 577 en Stb. 578, worden ingetrokken. 1998 545 22-09-1998 28-08-1998 1998 545 22-09-1998 28-08-1998 23-09-1998
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding#
Artikel 11 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 1998 545 22-09-1998 28-08-1998 1998 545 22-09-1998 28-08-1998 23-09-1998
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit staten pensioenfondsen. 1998 545 22-09-1998 28-08-1998 1998 545 22-09-1998 28-08-1998 23-09-1998
Artikel 2#
artikel 2 lid 4
Artikel 3#
artikel 3 lid 4
Artikel 6#
artikel 6, eerste lid
Artikel Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikelen 2, eerste, derde en vierde lid 3, eerste, derde en vierde lid 4 5, tweede en zesde lid Het bedrag van de boete voor overtreding van de voorschriften, gesteld bij de,,en, van dit besluit bedraagt € 453.
Artikel Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1 1. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van een voorschrift als bedoeld inis bij de vaststelling van de hoogte van de boete de volgende categorie-indeling naar balanstotaal van toepassing met de daarbij behorende factor: Categorie I: fondsen en beroepspensioenfondsen met een balanstotaal van minder dan € 9 075 604: factor 1; Categorie II: fondsen en beroepspensioenfondsen met een balanstotaal van ten minste € 9 075 604 maar minder dan € 45 378 022: factor 2; Categorie III: fondsen en beroepspensioenfondsen met een balanstotaal van ten minste € 45 378 022 maar minder dan € 226 890 108: factor 3; Categorie IV: fondsen en beroepspensioenfondsen met een balanstotaal van ten minste € 226 890 108 maar minder dan € 453 780 216: factor 4; Categorie V: fondsen en beroepspensioenfondsen met een balanstotaal van € 453 780 216 of meer: factor 5. artikel 1 2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, genoemd in, te vermenigvuldigen met de factor, behorende bij de categorie naar balanstotaal. 3. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer beschikbaar zijn gesteld, kan zij aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.
Artikel Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 23e, tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet Op grond vanbehoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.