Besluit van 5 juli 1997 tot vervanging van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel door sectorale regelingen
- BWB-id
- BWBR0008816
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2004-05-01 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008816
- ELI
- /eli/nl/amvb/1998/regeling-ziektekostenvoorziening-onderwijs-en-onderzoekperso
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1998/regeling-ziektekostenvoorziening-onderwijs-en-onderzoekperso/2004-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008816&g=2004-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008816&z=2026-06-06&g=2004-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008816/2004-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1998/regeling-ziektekostenvoorziening-onderwijs-en-onderzoekperso
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Naar de regelen van dit besluit heeft de betrokkene die in voldoende mate is verzekerd tegen het risico van ziektekosten recht op een tegemoetkoming in te zijnen laste blijvende ziektekosten van zichzelf en van zijn medebetrokkenen. 1997 357 19-08-1997 05-07-1997 1997 496 04-11-1997 17-10-1997 01-01-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In dit besluit wordt verstaan onder: a. «Onze Minister»: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; b. «inkomsten»: 1. alle door Onze Minister nader te bepalen inkomsten uit of in verband met arbeid daartoe mede gerekend pensioenen en uitkeringen ingevolge sociale regelingen, onder welke benamingen dan ook; 2. inkomsten uit of in verband met de uitoefening van een vrij beroep of eigen bedrijf, zijnde winst uit onderneming als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964; c. instelling: 1. Wet op het primair onderwijs een school in de zin van de; 2. Wet op de expertisecentra een school of instelling in de zin van de; 3. Wet op het voortgezet onderwijs Experimentenwet onderwijs een bekostigde school in de zin van dedan wel een op degebaseerde instelling; 4. vervallen; 5. artikelen 1 12 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten een instelling als bedoeld in deen; 6. artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs artikel 69 van de Wet op de expertisecentra artikel 53b van de Wet op het voortgezet onderwijs een centrale dienst als bedoeld in,en; 7. artikel 2, eerste lid onderdelen f en g, dan wel derde lid onderdeel b van de Wet privatisering ABP een rechtspersoon die met toepassing vanis aangewezen, onderscheidenlijk wordt geacht te zijn aangewezen als lichaam, welks personeel geheel of ten dele overheidswerknemer is in de zin van die wet, indien dat lichaam middellijk of onmiddellijk, geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop dit besluit door Onze Minister van toepassing is verklaard; 8. artikel 1.2, onder a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een instelling als bedoeld in; 9. Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek de organisatie genoemd in de. 2003 262 30-06-2003 27-05-2003 2003 288 15-07-2003 02-07-2003 01-08-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Degene die een ziektekostenverzekering heeft gesloten die tenminste omvat is voor de toepassing van deze regeling in voldoende mate verzekerd tegen het risico van ziektekosten. a. volledige vergoeding van kosten van behandeling, verzorging en verpleging in een ziekenhuis gedurende een jaar met klinische specialistenhulp en bijkomende kosten, eventueel met een eigen risico aan de voet; en b. tenminste 80% vergoeding van niet-klinische (ambulante) specialistenhulp dan wel volledige vergoeding met een eigen risico aan de voet, 1997 357 19-08-1997 05-07-1997 1997 496 04-11-1997 17-10-1997 01-01-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Bij ministeriële regeling worden categorieën van personen, wier bezoldiging, uitkering of pensioen direct of indirect komt ten laste van de algemene middelen van het Rijk, aangewezen als betrokkenen in de zin van dit besluit. 1999 344 12-08-1999 07-07-1999 1999 344 12-08-1999 07-07-1999 13-08-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1 Geen recht op een tegemoetkoming, bedoeld in, heeft degene: a. Ziekenfondswet die verplicht verzekerd is in de zin van de; b. Ziekenfondswet die op grond van een verplichte verzekering medeverzekerde is in de zin van de; c. Wet werk en bijstand wiens premie van een ziektekostenverzekering dan wel wiens ziektekosten komen ten laste van de; d. die als bewoner van een bejaardenoord in de zin van de Wet op de bejaardenoorden geen bijdrage verschuldigd is, dan wel een bijdrage lager dan de kosten van verblijf als bedoeld in het Bijdragebesluit bewoners van bejaardenoorden. 2 Ziekenfondswet Het eerste lid geldt niet voor de betrokkene die verplicht verzekerd is in de zin van deten aanzien van de te zijnen laste blijvende ziektekosten van zijn medebetrokkenen. 2003 388 14-10-2003 10-10-2003 2003 388 14-10-2003 10-10-2003 01-01-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Medebetrokkene in de zin van dit besluit is degene die behoort tot het huishouden van betrokkene en terwijl de inkomsten van betrokkene meer bedragen dan de helft van de totale inkomsten van alle leden van dat huishouden. a. in voldoende mate verzekerd is tegen het risico van ziektekosten; b. Ziekenfondswet niet zelfstandig verplicht verzekerd of medeverzekerde is in de zin van de; c. niet zelfstandig aanspraak ontleent aan deze of een overeenkomstige regeling, noch direct deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, 1997 357 19-08-1997 05-07-1997 1997 496 04-11-1997 17-10-1997 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Onder «te zijnen laste blijvende ziektekosten» wordt verstaan het bedrag van a. de betaalde premie van een ziektekostenverzekering, met dien verstande dat daarbij als maximum geldt: 1e. artikel 5 van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden artikel 11 van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 voor een (mede) betrokkene die verzekerd is volgens de standaardpakketpolis: de jaarpremie voor de standaardpakketpolis, verhoogd met de omslagbijdragen ingevolgeen de omslagbijdragen ingevolge; 2e. Ziekenfondswet artikel 5 van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden artikel 11 van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 voor overige (mede) betrokkenen: de jaarpremie voor een verzekering met een dekkingspakket conform de, zoals deze door het Centraal Planbureau in het desbetreffende kalenderjaar wordt gehanteerd ten behoeve van het Centraal Economisch Plan, verhoogd met de omslagbijdragen ingevolgeen de omslagbijdragen ingevolge; 3e. Ziekenfondswet in afwijking van het bepaalde onder ten 1e en ten 2e voor een eigen kind, stiefkind, pleegkind of aangehuwd kind dat behoort tot het huishouden van betrokkene en dat verzekerd is volgens de standaardpakketpolis de helft van de jaarpremie voor de standaardpakketpolis, dan wel, indien het bedoelde kind niet verzekerd is volgens de standaardpakketpolis, de helft van de jaarpremie voor een verzekering met een dekkingspakket conform de, zoals deze door het Centraal Planbureau in het desbetreffende kalenderjaar wordt gehanteerd ten behoeve van het Centraal Economisch Plan; in beide gevallen verhoogd met de voor hen geldende omslagbijdragen. b. de kosten van geneeskundige verzorging, voorzover deze voorkomen op een door Onze Minister vast te stellen vergoedingenlijst, met inachtneming van de daarbij aan te geven beperkingen, voor zover betrokkene deze kosten noodzakelijkerwijs heeft gemaakt voor zichzelf en voor zijn medebetrokkenen, en voorzover deze te zijnen laste blijven. 2 Tot «te zijnen laste blijvende ziektekosten» worden niet gerekend de kosten van geneeskundige verzorging ter zake van met name genoemde ziekten of aandoeningen die bij een overeenkomst van de ziektekostenverzekering zijn uitgesloten, tenzij deze kosten zijn gemaakt tijdens een door de verzekeringsmaatschappij gestelde wachttijd. 3 Indien de betrokkene voor zichzelf en zijn medebetrokkenen een ziektekostenverzekering heeft afgesloten waarvoor de premie bestaat uit een totaalbedrag voor alle verzekerden tezamen, waarbij de premie niet tot de individuele verzekerden herleid kan worden, worden de premies voor de betrokkene en diens medebetrokkenen bepaald door het totaalbedrag te vermenigvuldigen met een breuk. 4 Bij de in het derde lid bedoelde breuk is de noemer gelijk aan het aantal verzekerden op de polis, met dien verstande dat een eigen kind, stiefkind, pleegkind of aangehuwd kind dat behoort tot het huishouden van betrokkene voor de helft meetellen. 5 Bij de in het derde lid bedoelde breuk wordt bij de berekening van de teller een eigen kind, stiefkind, pleegkind of aangehuwd kind dat behoort tot het huishouden van betrokkene voor 0,5 meegeteld en de betrokkene en de overige leden van het huishouden van betrokkene voor 1. 6 Op het bedrag dat voor tegemoetkoming in aanmerking kan worden gebracht wordt in mindering gebracht een door het Rijk of door derden toegekende of toe te kennen tegemoetkoming in ziektekosten. 2004 146 15-04-2004 22-03-2004 2004 146 15-04-2004 22-03-2004 01-05-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7 b artikel 7, eerste lid, onderdeel artikel 7 Voor het verlenen van een tegemoetkoming kunnen in aanmerking worden gebracht de te zijnen laste blijvende ziektekosten die betrokkene als zodanig heeft gemaakt gedurende een aaneengesloten tijdvak van twaalf maanden, met dien verstande dat de kosten, bedoeld in, betrekking moeten hebben op dit tijdvak. Voor de vraag of de kosten, bedoeld in, betrekking hebben op het tijdvak is bepalend of de datum van de nota in dat tijdvak is gelegen. De inbedoelde maxima gelden voor de in het desbetreffende kalenderjaar betaalde premies en bijdragen. 2 In geval van overlijden van de betrokkene binnen een jaar na het verstrijken van een tijdvak als bedoeld in het eerste lid, waarover krachtens deze regeling een tegemoetkoming is verleend, kunnen de ziektekosten met betrekking tot het tijdvak gelegen tussen het einde van evenbedoeld tijdvak en de datum van overlijden eveneens voor het verlenen van een tegemoetkoming aan diens nagelaten betrekkingen in aanmerking worden gebracht. 3 Degene die na ontslag in verband met de privatisering van een overheidsdienst waarbij hij werkzaam was niet langer betrokkene is kan de te zijnen laste blijvende ziektekosten met betrekking tot het aaneengesloten tijdvak dat korter is dan twaalf kalendermaanden en eindigt vóór de datum van ontslag, voor het verlenen van een tegemoetkoming in aanmerking brengen. 4 De aanvraag om toekenning van de tegemoetkoming geschiedt binnen drie maanden na het einde van het tijdvak waarop zij betrekking heeft. In geval van overlijden van de betrokkene geschiedt de aanvraag om toekenning van de tegemoetkoming binnen zes maanden na het einde van het tijdvak, waarop zij betrekking heeft, danwel binnen vijftien maanden na het einde van het voorgaande tijdvak. 5 Een beschikking op de aanvraag wordt gegeven binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien een beschikking niet binnen de termijn van zestien weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld onder opgave van redenen en onder vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Deze termijn bedraagt ten hoogste acht weken. 6 De aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de betrokkene niet tevens heeft verklaard ermee in te stemmen, dat allen, die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn. 2004 146 15-04-2004 22-03-2004 2004 146 15-04-2004 22-03-2004 01-05-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 1 De tegemoetkoming, bedoeld in, wordt aan de betrokkene verleend voor zover de te zijnen laste blijvende ziektekosten hoger zijn dan het drempelbedrag. Dit drempelbedrag is gelijk aan de som van de volgende bedragen: a. artikel 15 van de Ziekenfondswet een bedrag dat overeenkomt met het werknemersdeel van de ziekenfondspremie, berekend over het inkomen van betrokkene op basis van de procentuele ziekenfondspremie zoals deze is vastgelegd ingevolge; b. artikel 15 van de Ziekenfondswet een bedrag dat overeenkomt met het effect van de fiscale bijtelling van het werkgeversdeel van de procentuele ziekenfondspremie zoals deze is vastgesteld ingevolge, berekend over het inkomen van de betrokkene; c. artikel 17 van de Ziekenfondswet een bedrag dat overeenkomt met de nominale premie ingevolgevoor betrokkene en zijn medebetrokkenen. 2 artikel 10 van de Wet financiering volksverzekeringen Bij de berekening van het effect, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt gerekend met het tarief van de voor de op één na laagste inkomenscategorie geldende tariefschijf van de tarieftabel in artikel 53a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, vermeerderd met het heffingspercentage ingevolge. 2000 498 28-11-2000 08-11-2000 2000 498 28-11-2000 08-11-2000 29-11-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 Voor de vaststelling van de norm, bedoeld in, wordt uitgegaan van a. artikel 8, eerste lid de gemiddelde procentuele premie en de gemiddelde nominale premie die gelden over het in, bedoelde tijdvak; b. artikel 8, eerste lid de inkomsten die betrokkene heeft genoten in het kalenderjaar waarin de eerste maand valt van het tijdvak, bedoeld in. 2 artikel 8, eerste lid Indien betrokkene niet gedurende het gehele kalenderjaar als zodanig kan worden aangemerkt, of indien in dat kalenderjaar of in de loop van het tijdvak, bedoeld in, de inkomsten van betrokkene uit of in verband met arbeid een verlaging hebben ondergaan als gevolg van de daling van een uitkeringspercentage of als gevolg van een wijziging in de aard of het karakter van bedoelde inkomsten, wordt uitgegaan van zijn inkomsten, genoten in dat tijdvak. 3 artikel 8 artikel 9 Voor zover een aanvraag om een tegemoetkoming betrekking heeft op het tijdvak, bedoeld in, tweede respectievelijk derde lid, wordt voor de vaststelling van de norm, bedoeld in, uitgegaan van: a. artikel 8 de gemiddelde procentuele premie en de gemiddelde nominale premie naar rato die gelden over het tijdvak, bedoeld in, tweede respectievelijk derde lid; b. artikel 8 de inkomsten die betrokkene heeft genoten in het tijdvak, bedoeld in, tweede respectievelijk derde lid. 1997 357 19-08-1997 05-07-1997 1997 496 04-11-1997 17-10-1997 01-01-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Behoudens het tweede en derde lid komen de kosten van de tegemoetkomingen ingevolge dit besluit, afhankelijk van de bekostiging van de betrokken instelling, ten laste van hoofdstuk VIII dan wel XIV van de Rijksbegroting. 2 De kosten van de tegemoetkomingen ingevolge dit besluit verleend aan betrokkene die in een of meer betrekkingen werkzaam is bij een instelling, komen voor rekening van de instelling waar betrokkene werkzaam is. 3 artikel 2, onderdeel b, onder 1 In geval een betrokkene als bedoeld in het tweede lid gedurende het door hem gekozen tijdvak van twaalf maanden, waarvoor hij de te zijnen laste blijvende ziektekosten ingevolge dit besluit voor vergoeding in aanmerking doet komen, in meerdere betrekkingen werkzaam is geweest, komen de kosten van de tegemoetkoming ingevolge dit besluit voor rekening van de instelling waarbij hij gedurende dit tijdvak in totaal de hoogste inkomsten als bedoeld inheeft genoten. 1999 175 22-04-1999 16-03-1999 1999 175 22-04-1999 16-03-1999 23-04-1999 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Onze Minister kan omtrent het bepaalde in dit besluit nadere voorschriften vaststellen. 1997 357 19-08-1997 05-07-1997 1997 496 04-11-1997 17-10-1997 01-01-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling wordt aangehaald als: de Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel. 1999 175 22-04-1999 16-03-1999 1999 175 22-04-1999 16-03-1999 23-04-1999 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.