Besluit van 4 september 1998, houdende regels over de vergoedingen die verschuldigd zijn terzake van door de Nationale ombudsman ontvangen klachten (Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman)
- BWB-id
- BWBR0009885
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2005-09-11 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009885
- ELI
- /eli/nl/amvb/1998/vergoedingenbesluit-wet-nationale-ombudsman
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1998/vergoedingenbesluit-wet-nationale-ombudsman/2005-09-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009885&g=2005-09-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009885&z=2026-06-06&g=2005-09-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009885/2005-09-11
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1998/vergoedingenbesluit-wet-nationale-ombudsman
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. artikel 1b van de wet rechtspersoon: rechtspersoon waartoe het ingevolgeaangewezen bestuursorgaan behoort; c. artikel 12, eerste lid, van de wet verzoekschrift: schriftelijk verzoek als bedoeld in; d. Wet Nationale ombudsman wet:. 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 23-09-1998 30-06-1998 Werkt terug tot en met 30 juni 1998.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 per 1 september 2004: € 1017,– De rechtspersoon is per verzoekschrift dat door de Nationale ombudsman wordt ontvangen over gedragingen van een bestuursorgaan dat tot die rechtspersoon behoort, een vergoeding verschuldigd ter grootte van € 874,89; 2 In afwijking van het eerste lid kan bij ministerieel besluit ten aanzien van de rechtspersoon worden bepaald dat een per verzoekschrift gedifferentieerde vergoeding is verschuldigd, te weten: a. per 1 september 2004: € 3156,– artikel 12 van de wet een vergoeding ter grootte van € 2 717,24indien het een verzoekschrift betreft dat leidt tot een onderzoek als bedoeld in, en b. per 1 september 2004: € 215,– een vergoeding ter grootte van € 184,23in de overige gevallen. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid bepaalt Onze Minister, de Nationale ombudsman gehoord, in het geval dat twee of meer verzoekschriften dezelfde gedraging betreffen, dat eenmaal de voor een dergelijk verzoekschrift geldende vergoeding is verschuldigd. 2005 175 09-09-2005 31-08-2005 2005-0000209601 2005 175 09-09-2005 31-08-2005 2005-0000209601 11-09-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, tweede lid Het ministerieel besluit, bedoeld in, wordt gegeven op verzoek van de desbetreffende rechtspersoon. 2 artikel 2, tweede lid Het in het eerste lid bedoelde ministeriële besluit heeft een geldigheidsduur van twee jaar. Deze geldigheidsduur wordt telkenmale met een periode van twee jaar verlengd, tenzij de desbetreffende rechtspersoon voor 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de verlenging plaats zal vinden, aan Onze Minister heeft verzocht de toepassing van, ten aanzien van hem te beëindigen. 3 artikel 1b van de wet Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt voor 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar met ingang waarvan het bestuursorgaan van de rechtspersoon ingevolgeis aangewezen, bij Onze Minister ingediend. 4 artikel 2, tweede lid Indien het in het eerste lid bedoelde verzoek niet voor de in het derde lid bedoelde datum wordt gedaan, kan dat verzoek iedere periode van twee jaar na die datum worden ingediend, uiterlijk voor 1 december van het jaar waarin een periode van twee jaar eindigt. De toepassing van, vindt dan plaats met ingang van 1 januari van het jaar volgend op het einde van de periode van twee jaar. 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 23-09-1998 30-06-1998 Werkt terug tot en met 30 juni 1998.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 De vergoeding, bedoeld in, dient jaarlijks achteraf en uiterlijk op 30 november van het desbetreffende kalenderjaar te zijn voldaan aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2 Onze Minister stelt jaarlijks vast hoeveel de rechtspersoon in het totaal aan vergoedingen is verschuldigd, gerekend over de periode 1 september van het voorafgaande jaar tot en met 31 augustus van het desbetreffende jaar. Deze vaststelling geschiedt terstond na de laatstgenoemde datum. 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 23-09-1998 30-06-1998 Werkt terug tot en met 30 juni 1998.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2 Bij ministeriële regeling worden de bedragen, bedoeld in, aangepast overeenkomstig het door het Centraal Bureau voor de Statistiek in het kader van de Nationale Rekeningen vastgestelde prijsindexcijfer van de consumptie van de overheid van de activiteit algemeen bestuur, volgens de jaar-op-jaarmethode. 2 De in het eerste lid bedoelde aanpassing vindt voor het eerst plaats in het jaar 2000 ten aanzien van de verzoekschriften die zijn ontvangen in de periode 1 september 1999 tot en met 31 augustus 2000, op basis van het in dat lid bedoelde prijsindexcijfer 1999 ten opzichte van 1998. Vervolgens vindt ieder jaar de aanpassing op overeenkomstige wijze plaats. 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 23-09-1998 30-06-1998 Werkt terug tot en met 30 juni 1998.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 2 3 In afwijking van deengeldt ten aanzien van verzoekschriften die door de Nationale ombudsman in de periode 1 juli 1998 tot en met 31 december 1998 zijn ontvangen, ten aanzien van bestuursorganen behorende tot: a. de provincies, dat per verzoekschrift door de provincies een vergoeding is verschuldigd van f 1898,–, met dien verstande dat over het jaar 1998 aan de gezamenlijke provincies niet meer dan 55 verzoekschriften in rekening zullen worden gebracht; b. de waterschappen, dat zij gezamenlijk over het jaar 1998 een vergoeding van f 55 000,– zijn verschuldigd; c. besluit van 12 juni 1996, houdende tijdelijke aanwijzing van de bestuursorganen van de provincies en van enkele gemeenten op grond van de Wet Nationale ombudsman in het kader van een proefproject besluit van 29 oktober 1997, houdende tijdelijke aanwijzing van de bestuursorganen van enkele gemeenten op grond van de Wet Nationale ombudsman besluit van 26 mei 1998, houdende tijdelijke aanwijzing van de bestuursorganen van enkele gemeenten op grond van de Wet Nationale ombudsman de gemeenten die zijn genoemd in het(Stb. 310), in het(Stb. 490), en in het(Stb. 324), dat per verzoekschrift een vergoeding is verschuldigd van f 1898,–, met dien verstande dat per gemeente het totaal van de vergoedingen over het jaar 1998 niet meer zal bedragen dan het bedrag dat wordt verkregen indien wordt uitgegaan van een vierde verzoekschrift per duizend inwoners van de desbetreffende gemeente. 2 artikel 4, tweede lid In afwijking van, wordt het totaal van de in 1999 verschuldigde vergoedingen vastgesteld over de periode 1 januari 1999 tot en met 31 augustus 1999. 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 23-09-1998 30-06-1998 Werkt terug tot en met 30 juni 1998.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 juni 1998. 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 23-09-1998 30-06-1998 Werkt terug tot en met 30 juni 1998.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit kan worden aangehaald als Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman. 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 1998 547 22-09-1998 04-09-1998 23-09-1998 30-06-1998 Werkt terug tot en met 30 juni 1998.