Besluit van 27 februari 1998, houdende wijziging van het Besluit beheer sociale-huursector en het Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (verbetering van het toezicht op de sociale-huursector, verbetering van de werkwijze van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting)
- BWB-id
- BWBR0009430
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1998-05-18
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009430
- ELI
- /eli/nl/amvb/1998/wijzigingsbesluit-besluit-beheer-sociale-huursector-enz-verb
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1998/wijzigingsbesluit-besluit-beheer-sociale-huursector-enz-verb/1998-05-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009430&g=1998-05-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009430&z=2026-06-06&g=1998-05-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009430/1998-05-18
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1998/wijzigingsbesluit-besluit-beheer-sociale-huursector-enz-verb
Artikel I — ARTIKEL I#
ARTIKEL I Wijzigt het Besluit beheer sociale-huursector. 1998 135 17-03-1998 27-02-1998 1998 273 14-05-1998 12-05-1998 18-05-1998
Artikel II — ARTIKEL II#
ARTIKEL II 1 artikel 70, eerste lid, van de Woningwet artikel 30, eerste lid, van het Besluit beheer sociale-huursector Indien een toegelaten instelling als bedoeld invoor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, overeenkomstigals laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding, aan het college van burgemeester en wethouders de bescheiden, bedoeld in de onderdelen a en b van dat lid als laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding, heeft doen toekomen: a. is dat college in voorkomende gevallen niet meer gehouden toepassing te geven aan artikel 31, eerste lid, van genoemd besluit als laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding; b. geeft dat college geen toepassing aan artikel 32 van genoemd besluit als laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding en c. artikel 71, eerste lid, van de Woningwet zendt dat college die bescheiden onverwijld na die inwerkingtreding aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en aan het bestuur van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, bedoeld in. 2 artikel 70, eerste lid, van de Woningwet Onze in onderdeel c van het eerste lid genoemde Minister en het in dat onderdeel genoemde bestuur bevestigen binnen twee weken aan de betrokken toegelaten instellingen als bedoeld in, de ontvangst van de krachtens het eerste lid aan hen gezonden bescheiden. 1998 135 17-03-1998 27-02-1998 1998 273 14-05-1998 12-05-1998 18-05-1998
Artikel III — ARTIKEL III#
ARTIKEL III 1 artikel 34 van het Besluit beheer sociale-huursector artikel 70, eerste lid, van de Woningwet De besluiten van aanmerkelijk belang in de zin vanals laatstelijk luidend voor de inwerkingtreding van dit besluit, die overeenkomstig artikel 35, eerste lid, van genoemd besluit als laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding zijn gemeld en met betrekking tot welke op het tijdstip van die inwerkingtreding, met inachtneming van de artikelen 35, tweede lid, en 36 tot en met 38 van genoemd besluit als laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding, nog niet vaststaat of een toegelaten instelling als bedoeld intot uitvoering daarvan kan overgaan, worden behandeld overeenkomstig de volgende leden van dit artikel. 2 Indien het college van burgemeester en wethouders op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing heeft genomen over uitvoering van besluiten van aanmerkelijk belang als bedoeld in het eerste lid: a. zendt dat college die besluiten onverwijld na die inwerkingtreding aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, ingeval zij voornemens inhouden tot het vervreemden van onroerende zaken aan of het op onroerende zaken vestigen van een recht van erfpacht, van opstal of van vruchtgebruik ten behoeve van: dan wel 1°. natuurlijke personen of 2°. artikel 70, eerste lid, van de Woningwet rechtspersonen of vennootschappen die geen toegelaten instelling als bedoeld inzijn, b. laat dat college die besluiten buiten behandeling, ingeval zij andere voornemens inhouden dan die, genoemd in onderdeel a, en deelt het dit mee aan de betrokken toegelaten instellingen, waarna zij die besluiten kunnen uitvoeren. 3 artikel 70, eerste lid, van de Woningwet artikel 11d, eerste lid, van het Besluit beheer sociale-huursector Het ingevolge het tweede lid, onderdeel a, aan Onze in dat onderdeel genoemde Minister zenden van besluiten als bedoeld in dat onderdeel, staat gelijk aan het door de daarbij betrokken toegelaten instellingen als bedoeld inmelden van voornemens ingevolge. Artikel 11e van genoemd besluit is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 36, eerste lid, eerste volzin, van het Besluit beheer sociale-huursector Indien het college van burgemeester en wethouders op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit ingevolgeals laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding heeft bepaald dat besluiten van aanmerkelijk belang als bedoeld in het eerste lid van dit artikel voorshands niet worden uitgevoerd, en nog geen toepassing heeft gegeven aan artikel 36, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, van genoemd besluit als laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding, geeft dat college alsnog toepassing aan de twee laatstgenoemde artikelleden en: a. behandelt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de betrokken besluiten van aanmerkelijk belang overeenkomstig het zesde lid, ingeval zij voornemens inhouden tot het vervreemden van onroerende zaken aan of het op onroerende zaken vestigen van een recht van erfpacht, van opstal of van vruchtgebruik ten behoeve van: dan wel 1°. natuurlijke personen of 2°. artikel 70, eerste lid, van de Woningwet rechtspersonen of vennootschappen die geen toegelaten instelling als bedoeld inzijn, b. laat hij die besluiten buiten behandeling, ingeval zij andere voornemens inhouden dan die, genoemd in onderdeel a, en deelt hij dit mee aan de betrokken toegelaten instellingen, waarna zij die besluiten kunnen uitvoeren. 5 Indien Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing heeft genomen over uitvoering van aan hem daartoe voorgelegde besluiten van aanmerkelijk belang als bedoeld in het eerste lid: a. behandelt hij deze overeenkomstig het zesde lid, ingeval zij voornemens inhouden tot het vervreemden van onroerende zaken aan of het op onroerende zaken vestigen van een recht van erfpacht, van opstal of van vruchtgebruik ten behoeve van: dan wel 1°. natuurlijke personen of 2°. artikel 70, eerste lid, van de Woningwet rechtspersonen of vennootschappen die geen toegelaten instelling als bedoeld inzijn, b. laat hij die besluiten buiten behandeling, ingeval zij andere voornemens inhouden dan die, genoemd in onderdeel a, en deelt hij dit mee aan de betrokken toegelaten instellingen, waarna zij die besluiten kunnen uitvoeren. 6 Op de behandeling door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van besluiten van aanmerkelijk belang als bedoeld in het vierde lid, aanhef en onderdeel a, en het vijfde lid, aanhef en onderdeel a: a. artikel 36 37 van het Besluit beheer sociale-huursector is, derde lid, dan welals laatstelijk luidend voor de inwerkingtreding van dit besluit van toepassing met dien verstande, dat hij zijn beslissing niet meer bekend dient te maken aan de betrokken gemeente en b. is artikel 38 van genoemd besluit als laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding niet van toepassing. 1998 135 17-03-1998 27-02-1998 1998 273 14-05-1998 12-05-1998 18-05-1998
Artikel IV — ARTIKEL IV#
ARTIKEL IV Wijzigt het Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting. 1998 135 17-03-1998 27-02-1998 1998 273 14-05-1998 12-05-1998 18-05-1998
Artikel V — ARTIKEL V#
ARTIKEL V Besluit beheer sociale-huursector Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting De tekst van heten de tekst van hetworden in het Staatsblad geplaatst. 1998 135 17-03-1998 27-02-1998 1998 135 17-03-1998 27-02-1998 18-03-1998
Artikel VI — ARTIKEL VI#
ARTIKEL VI Wijzigt het Besluit woninggebonden subsidies 1995. 1998 135 17-03-1998 27-02-1998 1998 273 14-05-1998 12-05-1998 18-05-1998
Artikel VII — ARTIKEL VII#
ARTIKEL VII 1 artikelen I II III IV VI De,,,entreden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 Artikel V treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst. 1998 135 17-03-1998 27-02-1998 1998 135 17-03-1998 27-02-1998 18-03-1998
Artikel I#
ARTIKEL I, ONDERDEEL