Besluit van 22 januari 1999, houdende voorschriften van overgangsrechtelijke aard in verband met de invoering van leerwegen in middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voorbereidend beroepsonderwijs, alsmede van leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs (regeling overgangsmaatregelen mavo-vbo)
- BWB-id
- BWBR0010234
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2013-12-01 t/m 2021-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010234
- ELI
- /eli/nl/amvb/1999/besluit-houdende-voorschriften-van-overgangsrechtelijke-aard
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1999/besluit-houdende-voorschriften-van-overgangsrechtelijke-aard/2013-12-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010234&g=2013-12-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010234&z=2026-06-06&g=2013-12-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010234/2013-12-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1999/besluit-houdende-voorschriften-van-overgangsrechtelijke-aard
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen artikel 11 In dit besluit wordt, met uitzondering van, verstaan onder: Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337), houdende wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van leerwegen in de hogere leerjaren van het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs, alsmede van leerwegondersteunend en praktijkonderwijs (regeling leerwegen mavo en vbo; invoering leerwegondersteunend en praktijkonderwijs) wet: de; Wet op het voortgezet onderwijs WVO: de; artikel III, eerste lid, van de wet school voor svo-lom: een school voor speciaal voortgezet onderwijs, bezocht door kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden als bedoeld in; artikel III, eerste lid, van de wet afdeling voor svo-lom: een afdeling voor speciaal voortgezet onderwijs, bezocht door kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden als bedoeld in; artikel VII, eerste lid, van de wet afdeling voor svo-mlk: een afdeling voor speciaal voortgezet onderwijs, bezocht door moeilijk lerende kinderen als bedoeld in; school voor mavo: een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs; school voor vbo: een school voor voorbereidend beroepsonderwijs; scholengemeenschap: een scholengemeenschap waarvan ten minste deel uitmaakt een school voor mavo of een school voor vbo; artikel 10f van de WVO school voor praktijkonderwijs: een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in; artikel 85, vijfde lid, van de WVO schoolsoortgroep: een schoolsoortgroep als genoemd in de ministeriële regeling op grond van(Uitleg OCenW-regelingen 1998, nr. 17b (VO/FB/1998/24968)); artikel 12 van het Formatiebesluit WVO anderstalige leerlingen: leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond als bedoeld in; BRIN-nummer: het nummer waaronder een school staat geregistreerd in de Basisregistratie Instellingen. 2012 506 26-10-2012 05-10-2012 2013 365 27-09-2013 10-09-2013 01-12-2013
Artikel 2 — Artikel 2 artikel VI van de wet Voorschriften m.b.t. de mededeling, bedoeld in#
Artikel 2 artikel VI van de wet Voorschriften m.b.t. de mededeling, bedoeld in 1 artikel VI, eerste lid, van de wet Het bevoegd gezag van een school voor svo-lom of afdeling voor svo-lom zendt een mededeling als bedoeld indat ten aanzien van die school of afdeling met ingang van het schooljaar 1999–2000 toepassing wordt gegeven aan genoemd artikel, uiterlijk 1 maart 1999, aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de schooljaren 2000–2001, 2001–2002 en 2002–2003, met dien verstande dat de mededeling uiterlijk 1 december 1999, uiterlijk 1 december 2000 onderscheidenlijk uiterlijk 1 december 2001 aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wordt gezonden. 2 artikel VI, tweede lid, van de wet De mededeling bevat, naast de informatie, bedoeld inde volgende informatie: a. artikel VI van de wet met ingang van welk schooljaar toepassing wordt gegeven aan, b. van de school of afdeling voor svo-lom het BRIN-nummer, de naam, het adres en de vestigingsplaats, c. artikel VI, eerste lid, onderdeel b, van de wet van elk van de scholen voor mavo en vbo en de scholengemeenschappen, bedoeld in: 1°. het BRIN-nummer, de naam, het adres en de vestigingsplaats, 2°. artikel VI van de wet het aantal leerlingen van het totaal aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand aan de school of afdeling, bedoeld in onderdeel b, was ingeschreven op 1 oktober van het eerste schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan, dat administratief is toebedeeld aan de school of scholengemeenschap, 3°. het aantal anderstalige leerlingen van het totaal aantal leerlingen, bedoeld onder 2°, dat administratief is toebedeeld aan de school of scholengemeenschap, d. artikel 5 artikel 6 aan welke school of scholengemeenschap van de scholen en scholengemeenschappen, bedoeld in onderdeel c, de vergoeding in verband met de vermeerdering, bedoeld in, en het overgangsbudget en de aanvullende personele vergoeding, bedoeld in, dient te worden toegekend. 3 De in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde administratieve toedeling is éénmalig. 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 12-02-1999
Artikel 3 — Artikel 3 Beëindiging bekostiging school of afdeling voor svo-lom#
Artikel 3 Beëindiging bekostiging school of afdeling voor svo-lom artikel VI, eerste lid, van de wet Artikel 265, vierde lid, van de WVO Indien het bevoegd gezag van een school voor svo-lom of afdeling voor svo-lom ten aanzien van die school of afdeling de mededeling, bedoeld in, doet, wordt met ingang van het schooljaar waarop de mededeling betrekking heeft, een zodanige openbare school of afdeling opgeheven dan wel wordt de aanspraak op bekostiging van een zodanige bijzondere school of afdeling beëindigd.is van overeenkomstige toepassing. 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 12-02-1999
Artikel 4 — Artikel 4 Formatiebesluit W.V.O. artikel VI van de wet Leerlingtelling vo-scholen i.v.m. toepassingna toepassing#
Artikel 4 Formatiebesluit W.V.O. artikel VI van de wet Leerlingtelling vo-scholen i.v.m. toepassingna toepassing 1 artikel VI van de wet artikel 2, tweede lid, onderdeel c Voor het eerste schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan, wordt het aantal leerlingen op grond waarvan de formatie wordt berekend van de school voor mavo, de school voor vbo of de scholengemeenschap, bedoeld in, met inachtneming van de volgende leden berekend en vastgesteld. 2 artikel 6, derde lid, van het Formatiebesluit WVO artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2° Ten behoeve van de personeelscategorieën directie en onderwijsondersteunend personeel wordt het aantal leerlingen dat inwordt aangeduid met Lt-1, verhoogd met het aantal leerlingen, bedoeld in. 3 artikel VI van de wet artikel 2, tweede lid, onderdeel c artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2° Ten behoeve van de personeelscategorie leraren wordt het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan, als werkelijk schoolgaand ten behoeve van het volgen van leerwegondersteunend onderwijs was ingeschreven aan de school, bedoeld in, verhoogd met het eerstbedoelde aantal leerlingen, bedoeld in. 4 artikel 6, derde lid, van het Formatiebesluit WVO artikel VI van de wet artikel 2, tweede lid, onderdeel b Het aantal leerlingen dat inwordt aangeduid met Lt-2, wordt verhoogd met het aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand aan de school of afdeling, bedoeld in, was ingeschreven op 1 oktober van het tweede schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan. 5 Indien sprake is van toedeling van een gedeelte van het aantal leerlingen, bedoeld in het vierde lid, geschiedt de in dat lid bedoelde vaststelling van het aantal leerlingen ten behoeve van de formatieberekening met het overeenkomende gedeelte van het in dat lid bedoelde aantal leerlingen. Het bedoelde gedeelte wordt vastgesteld op basis van de volgende berekening: a. artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2° artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2° het aantal leerlingen, bedoeld in, dat administratief is toebedeeld, wordt gedeeld door het totaal aantal leerlingen, bedoeld in, b. artikel 2, tweede lid, onderdeel b artikel VI van de wet de breuk, voortkomend uit de onder a bedoelde deling, wordt vermenigvuldigd met het aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand aan de school of afdeling, bedoeld in, was ingeschreven op 1 oktober van het tweede schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan, en c. de uitkomst van de onder b bedoelde vermenigvuldiging wordt afgerond op een geheel getal, waarbij dat getal met 1 wordt verhoogd indien de eerste decimaal 5 of hoger is. 2012 506 26-10-2012 05-10-2012 2013 365 27-09-2013 10-09-2013 01-12-2013
Artikel 5 — Artikel 5 Toekenning vaste voet aan vo-school of -scholengemeenschap#
Artikel 5 Toekenning vaste voet aan vo-school of -scholengemeenschap artikel VI van de wet artikel 2 van het Formatiebesluit WVO artikel 2, tweede lid, onderdeel d Indien toepassing wordt gegeven aan, wordt van de school voor mavo of voor vbo of van de scholengemeenschap, bedoeld in, het vaste aantal formatieplaatsen, genoemd in, vermeerderd. De vermeerdering is voor de verschillende schoolsoortgroepen als volgt: a. schoolsoortgroep 1: 2,26 formatieplaatsen, b. schoolsoortgroep 3: 0,31 formatieplaatsen, c. schoolsoortgroep 4: 1,15 formatieplaatsen. 2012 506 26-10-2012 05-10-2012 2013 365 27-09-2013 10-09-2013 01-12-2013
Artikel 6 — Artikel 6 Vaststelling overgangsbudget en aanvullende personele vergoeding aan vo-school of -scholengemeenschap#
Artikel 6 Vaststelling overgangsbudget en aanvullende personele vergoeding aan vo-school of -scholengemeenschap 1 artikel VI van de wet artikel 2, tweede lid, onderdeel d Indien toepassing wordt gegeven aan, wordt ten behoeve van de vergoeding van de personeelskosten van een school of scholengemeenschap als bedoeld in, een overgangsbudget en een aanvullende personele vergoeding berekend en vastgesteld. 2 paragraaf 4 artikel 2, tweede lid, onderdeel b artikel VI van de wet Op de berekening van het overgangsbudget isen de daarbij behorende bijlage van de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend en praktijkonderwijs (Uitleg OCenW-Regelingen 1998, nr. 24) zoals luidend op 31 juli 2003, van overeenkomstige toepassing. Bij de berekening wordt wat betreft het aantal leerlingen van de school of afdeling voor svo-lom, uitgegaan van het aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand aan de school of afdeling, bedoeld in, was ingeschreven op 1 oktober van het tweede en het derde schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan. 3 De berekening van de aanvullende personele vergoeding geschiedt overeenkomstig artikel 23, tweede tot en met vierde lid, van de in het tweede lid genoemde regeling zoals luidend op 31 juli 2003. 2003 262 30-06-2003 27-05-2003 2003 288 15-07-2003 02-07-2003 01-08-2003
Artikel 7 — Artikel 7 Vaststelling formatie vo-scholen of -scholengemeenschap in verband met anderstalige leerlingen#
Artikel 7 Vaststelling formatie vo-scholen of -scholengemeenschap in verband met anderstalige leerlingen 1 artikel VI van de wet artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 3° Voor het eerste schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan, wordt de formatie van de school voor mavo, de school voor vbo of de scholengemeenschap verhoogd, indien sprake is van toedeling van anderstalige leerlingen als bedoeld in. De verhoging wordt met inachtneming van de volgende leden berekend en vastgesteld. 2 artikel 22b van het Formatiebesluit WEC artikel VI van de wet Met toepassing vanwordt het aantal formatierekeneenheden vastgesteld ten behoeve van het onderwijs aan anderstalige leerlingen van de school of afdeling voor svo-lom, indien ten aanzien van deze school of afdeling in het desbetreffende schooljaar geen toepassing zou worden gegeven aan. 3 artikel 2, tweede lid, onderdeel c Het aantal formatierekeneenheden, bedoeld in het tweede lid, wordt verdeeld over de scholen voor mavo en vbo en de scholengemeenschappen, bedoeld in. De verdeling wordt vastgesteld op basis van de volgende berekening: a. artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 3° artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2° het aantal anderstalige leerlingen, bedoeld in, wordt gedeeld door het aantal anderstalige leerlingen dat deel uitmaakt van het totaal aantal leerlingen, bedoeld in, b. de breuk, voortkomend uit de onder a bedoelde deling, wordt vermenigvuldigd met het aantal formatierekeneenheden, bedoeld in het tweede lid, en c. de uitkomst van de onder b bedoelde vermenigvuldiging wordt afgerond op een geheel getal, waarbij dat getal met 1 wordt verhoogd indien de eerste decimaal 5 of hoger is. 4 Het aantal formatieplaatsen wordt berekend door het aantal formatierekeneenheden dat de uitkomst is van de berekening, bedoeld in het derde lid: De uitkomst van de berekening wordt afgerond op vier decimalen, waarbij de vierde decimaal met 1 wordt verhoogd indien de vijfde decimaal 5 of hoger is. a. voor een scholengemeenschap voor (vwo)/havo/mavo/vbo te delen door de factor 216, b. voor een scholengemeenschap (vwo)/havo/mavo te delen door de factor 226, c. voor een school voor vbo of mavo, dan wel een scholengemeenschap voor vbo/mavo te delen door de factor 200. 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 12-02-1999
Artikel 8 — Artikel 8 Instellingsaccountantscontrole en vereiste documenten#
Artikel 8 Instellingsaccountantscontrole en vereiste documenten artikel VI van de wet deel II van de WVO artikel 7, vierde lid artikel 2, tweede lid, onderdeel c Voor het eerste schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan, geldt bij de controle van de telling van anderstalige leerlingen, in afwijking van de regeling administratie leerlinggegevens WVO (Uitleg OCenW-Regelingen 1995, nr. 29), voor de groep anderstalige leerlingen op grond waarvan het in, bedoelde aantal formatieplaatsen is berekend, dat de school of scholengemeenschap, bedoeld in, moet voldoen aan de voorschriften, vastgesteld bij of krachtenszoals die luidden op 31 juli voorafgaand aan de bedoelde toepassing. 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 12-02-1999
Artikel 9 — Artikel 9 Vergoeding exploitatiekosten vo-school of -scholengemeenschap#
Artikel 9 Vergoeding exploitatiekosten vo-school of -scholengemeenschap 1 artikel VI van de wet Voor het eerste schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan, wordt de vergoeding voor de exploitatiekosten van de school voor mavo of vbo of de scholengemeenschap vastgesteld op basis van de som van de in de onderdelen a en b bedoelde vergoedingen: a. artikel VI van de wet de vergoeding voor de kosten van de exploitatie die de school voor mavo of vbo of de scholengemeenschap zou hebben ontvangen voor het schooljaar, indien geen toepassing zou worden gegeven aan, en b. deel II van de WVO artikel VI van de wet artikel VI van de wet de vergoeding voor de kosten van de materiële instandhouding die de school of afdeling voor svo-lom op grond vanzou hebben ontvangen voor het gehele kalenderjaar waarin toepassing wordt gegeven aan, indien geen toepassing zou worden gegeven aan. 2 Indien sprake is van toedeling van een gedeelte van het totaal aantal leerlingen van de school of afdeling voor svo-lom, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, geschiedt de in het eerste lid bedoelde vaststelling van de vergoeding, door het bij de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde vergoeding behorende bedrag te vermenigvuldigen met de volgende breuk: De uitkomst van de vermenigvuldiging wordt afgerond op twee decimalen, waarbij de tweede decimaal met 1 wordt verhoogd indien de derde decimaal 5 of hoger is. a. artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2° het eerstbedoelde aantal leerlingen, bedoeld in, gedeeld door b. artikel VI van de wet het totaal aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand aan de school of afdeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, was ingeschreven op 1 oktober van het eerste schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan. 3 artikel VI van de wet Het bij de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde vergoeding behorende bedrag dan wel het bedrag dat de uitkomst is van de in het tweede lid bedoelde berekening, wordt met ingang van het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan, in verband met prijsontwikkelingen, verhoogd met het percentage voor de overige exploitatiekosten, dat voor dat schooljaar in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel XV, derde lid, van de Wet van 27 februari 1992 (Stb. 112), is vastgesteld. 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 12-02-1999
Artikel 10 — Artikel 10 Omzetting afdelingen voor svo-mlk in school voor praktijkonderwijs#
Artikel 10 Omzetting afdelingen voor svo-mlk in school voor praktijkonderwijs artikel VIII, tweede lid, van de wet artikel VIII, tweede lid, van de wet Het aantal leerlingen, bedoeld in, is 75. Indien toepassing van de eerste volzin niet in overeenstemming is met een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen, kan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in afwijking van de eerste volzin toepassing geven aan. 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 12-02-1999
Artikel 11 — Artikel 11 Besluit onderwijsbevoegdheden W.V.O./O.W.V.O. Wijziging#
Artikel 11 Besluit onderwijsbevoegdheden W.V.O./O.W.V.O. Wijziging Wijzigt het Besluit onderwijsbevoegdheden W.V.O./O.W.V.O.. 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 12-02-1999
Artikel 12 — Artikel 12 Salarisgarantie#
Artikel 12 Salarisgarantie artikel II IV V VI VIII van de wet Indien toepassing wordt gegeven aan,,,of, behoudt het personeel dat: a. op de dag voorafgaand aan het tijdstip met ingang waarvan de bedoelde toepassing wordt gegeven, was verbonden aan de desbetreffende school of afdeling voor svo, en b. artikel VI van de wet met ingang van het bedoelde tijdstip wordt verbonden aan de desbetreffende school voor mavo, voor vbo, of voor praktijkonderwijs, dan wel aan een orgaan als bedoeld in, zijn aanspraak op salariëring volgens het carrièrepatroon conform de schaal die gold voor de functie op de dag voorafgaand aan het bedoelde tijdstip. 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 1999 171 20-04-1999 03-04-1999 21-04-1999
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding#
Artikel 13 Inwerkingtreding 1 artikel 12 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van. 2 Artikel 12 artikel 12 artikel 12 treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen dan nadat vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit, voor zover betrekking hebbend op, is overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het ingeregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 1999 44 11-02-1999 22-01-1999 12-02-1999