Besluit van 7 oktober 1998, houdende aanwijzing van gemeenten voor en regels met betrekking tot het verstrekken van specifieke uitkeringen ten behoeve van beleid op het terrein van maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid (Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid)
- BWB-id
- BWBR0009936
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2006-03-08 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009936
- ELI
- /eli/nl/amvb/1999/besluit-specifieke-uitkeringen-maatschappelijke-opvang-vrouw
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1999/besluit-specifieke-uitkeringen-maatschappelijke-opvang-vrouw/2006-03-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009936&g=2006-03-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009936&z=2026-06-06&g=2006-03-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009936/2006-03-08
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1999/besluit-specifieke-uitkeringen-maatschappelijke-opvang-vrouw
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Welzijnswet 1994 wet:; b. art. 10a van de wet uitkering: specifieke uitkering als bedoeld in; c. maatschappelijke opvang: maatschappelijke opvang, vrouwenopvang daaronder niet begrepen. 1998 614 05-11-1998 07-10-1998 1998 614 05-11-1998 07-10-1998 01-01-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Aan de in de bij dit besluit behorende bijlage, onder A, opgenomen gemeenten, wordt een uitkering verstrekt ten behoeve van activiteiten op het terrein van maatschappelijke opvang bestaande uit het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door een of meerdere problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving, alsmede ten behoeve van activiteiten op het terrein van verslavingsbeleid, bestaande uit ambulante hulpverlening, gericht op verslavingsproblemen en preventie van verslavingsproblemen, inclusief activiteiten in het kader van de bestrijding van overlast door verslaving. 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 11-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Aan de in de bij dit besluit behorende bijlage, onder B, opgenomen gemeenten, wordt een uitkering verstrekt ten behoeve van activiteiten op het terrein van vrouwenopvang, bestaande uit het tijdelijk bieden van onderdak en begeleiding aan vrouwen die, al dan niet gedwongen, de thuissituatie hebben verlaten in verband met problemen van relationele aard of geweld. 1998 614 05-11-1998 07-10-1998 1998 614 05-11-1998 07-10-1998 01-01-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 5 10 Uitkeringen aan gemeenten ten behoeve van door hun besturen te voeren beleid op de terreinen van maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid worden door Onze Minister toegekend met inachtneming van detot en met. 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 11-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onze Minister beslist voor 15 januari van het kalenderjaar omtrent de verlening. De beschikking bevat de wijze waarop het bedrag dat wordt verleend, is bepaald. 2 Op de verleende uitkering wordt maandelijks een voorschot verleend van één twaalfde deel van de verleende uitkering. 3 artikelen 4:48 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 11-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Bij de verlening van een uitkering kan Onze Minister bepalen dat het uitkeringsbedrag door hem wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden. 2 Met het oog op de toepassing van het eerst lid kan Onze Minister bij de verlening van de uitkering tevens bepalen welk deel van het uitkeringsbedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden. 3 Indien een uitkering met toepassing van het eerste lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig worden gewijzigd. 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 11-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voor zover na afloop van het kalenderjaar de uitkering niet is besteed aan het doel van de uitkering, kan het worden gereserveerd. De aldus gereserveerde bedragen kunnen uitsluitend worden besteed aan het doel waarvoor de uitkering werd verstrekt. 2 Het totaal van de reservering, bedoeld in het eerste lid, gaat een percentage van 30% van de verleende uitkering niet te boven. 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 11-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar waarin een uitkering is verstrekt, legt het college van burgemeester en wethouders een verklaring over, waaruit blijkt in hoeverre de verleende uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij was bestemd. Indien de uitkering meer bedroeg dan € 125 000 is de verantwoording voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in. Onze Minister kan een protocol vaststellen voor de wijze waarop de verklaring van de accountant wordt opgesteld. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens voldoende blijken uit de vastgestelde rekening van de gemeente, kan worden volstaan met de toezending van de rekening, voorzien van een verklaring van een accountant bij de rekening als bedoeld in het eerste lid. 3 In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriële regeling voor de daarbij aan te wijzen gemeenten in het belang van het grotestedenbeleid worden bepaald dat: a. de gemeente uiterlijk 15 juli van het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor een uitkering is verstrekt, de in het eerste lid bedoelde verantwoording overlegt tezamen met de verantwoording van de andere daartoe aangewezen uitkeringen; b. artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek indien de som van de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a, meer bedraagt dan € 125 000, de verantwoording is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in. Onze Minister kan een protocol vaststellen voor de wijze waarop de verklaring wordt opgesteld. 2005 574 22-11-2005 24-10-2005 2006 109 02-03-2006 21-02-2006 08-03-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8, eerste lid artikel 8, tweede lid artikelen 4:46 4:49 4;52 4:56 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht “4;52” moet zijn “4:52”. Binnen zes maanden na ontvangst van een verantwoording als bedoeld in, of de rekening, bedoeld in, geeft Onze Minister een beschikking tot vaststelling van de uitkering. De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de uitkering eveneens op een lager bedrag kan worden vastgesteld indien niet uit een verantwoording blijkt dat de uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij is bestemd. 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 11-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inrichting en de wijze van indiening van de verantwoording en de verklaring van de accountant. 2004 124 30-03-2004 10-03-2004 2004 124 30-03-2004 10-03-2004 31-03-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Onze Minister kan, gelet op het belang dat dit besluit beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 11-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1999. 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 11-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid. 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 11-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 2001 215 10-05-2001 06-04-2001 11-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.