Besluit van 23 februari 1998, houdende vaststelling van de Penitentiaire maatregel en daarmee verband houdende wijziging van enige andere regelingen (Penitentiaire maatregel)
- BWB-id
- BWBR0009398
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-11-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009398
- ELI
- /eli/nl/amvb/1999/penitentiaire-maatregel
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1999/penitentiaire-maatregel/2025-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009398&g=2025-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009398&z=2026-06-06&g=2025-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009398/2025-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1999/penitentiaire-maatregel
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Penitentiaire beginselenwet de wet: de; b. artikel 1, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995 reclassering: een reclasseringsinstelling als bedoeld in; c. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de gedetineerde ingezetene was of overwegend verbleef voorafgaand aan de detentie dan wel van de gemeente waarin de gedetineerde zich na afloop van zijn detentie wil vestigen. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-07-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De directeur brengt jaarlijks vóór 1 oktober aan Onze Minister een jaarplan voor het volgende jaar uit. Het jaarplan omvat in ieder geval een begroting van de kosten en opbrengsten voor dat jaar. 2 De directeur brengt jaarlijks vóór 1 maart aan Onze Minister een jaarverslag over het voorgaande jaar uit. Bij dit verslag wordt een jaarrekening gevoegd. 3 Onze Minister kan regels stellen aan de vorm en de inhoud van de in het eerste en tweede lid genoemde stukken. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het dagprogramma voor een inrichting of afdeling wordt bepaald in de huisregels en beslaat de periode tussen uitsluiting van de gedetineerden in de ochtend en de insluiting van de gedetineerden voor de nacht. 2 artikel 20 van de wet De directeur draagt in het gemeenschapsregime, bedoeld in, zorg voor: a. een basisprogramma van 42,5 uur per week, waarin ten minste 22,5 uur per week aan activiteiten en bezoek worden aangeboden; b. een plusprogramma van 59 uur per week, waarin ten minste 28 uur per week aan activiteiten en bezoek worden aangeboden. 3 De aangeboden activiteiten in het basis- en in het plusprogramma kunnen per individuele gedetineerde verschillen. 4 Onze Minister kan nadere regels stellen over de vaststelling van het basis- en plusprogramma. Hierbij kan in uitzonderlijke omstandigheden tijdelijk worden afgeweken van het bepaalde in het tweede lid. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-07-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2008 520 16-12-2008 25-11-2008 2008 520 16-12-2008 25-11-2008 17-12-2008 01-01-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een penitentiair programma omvat minimaal 26 uur per week aan activiteiten waaraan door de deelnemer aan dat penitentiair programma wordt deelgenomen. 2 De activiteiten in een penitentiair programma zijn gericht op het aanleren van bepaalde sociale vaardigheden, het vergroten van de kans op arbeid na invrijheidstelling, het bieden van onderwijs, het bieden van bijzondere zorg aan de deelnemer zoals ambulante verslavingszorg of ambulante geestelijke gezondheidszorg, of geven op andere wijze invulling aan de voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij. 3 Van een penitentiair programma wordt een schriftelijke omschrijving gemaakt. Deze omvat in ieder geval een beschrijving van de activiteiten, de verhouding tot de in het detentie-en re-integratieplan neergelegde doelen, een regeling van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het programma, de begeleiding van en het toezicht op de deelnemer aan het penitentiair programma, de melding van bijzondere voorvallen en de wijze en de frequentie van rapporteren over de deelnemer aan het penitentiair programma. 4 Onze Minister kan nadere regels stellen over de procedure tot erkenning van een penitentiair programma en over de kwaliteitseisen waaraan een penitentiair programma moet voldoen. 5 De noodzakelijke kosten van bestaan tijdens deelname aan een penitentiair programma komen niet ten laste van Onze Minister. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-07-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Voor deelname aan een penitentiair programma komen niet in aanmerking: a. gedetineerden ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een tevens opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege nog moet aanvangen; b. gedetineerden die na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf gevolg dienen te geven aan de op hen rustende vertrekplicht of die zullen worden uitgeleverd; c. gedetineerden die in een extra beveiligde inrichting zijn geplaatst; d. gedetineerden die in een beperkt beveiligde afdeling zijn geplaatst; e. gedetineerden aan wie de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is opgelegd. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-12-2021 Artikel IV van Stb. 2021/251 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien de directeur het verantwoord acht dat een gedetineerde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma doet hij een daartoe strekkende voordracht aan de selectiefunctionaris. 2 artikel 6:1:10 van het Wetboek van Strafvordering De directeur voegt bij zijn voordracht het advies van de reclassering, en het advies van het openbaar ministerie indien dit op grond vanis uitgebracht. 3 De selectiefunctionaris betrekt in zijn beslissing de gedetineerde aan een penitentiair programma te laten deelnemen in ieder geval: a. de aard, zwaarte en achtergronden van het gepleegde delict; b. de mate van onzekerheid over de datum van invrijheidstelling; c. de beschikbaarheid van een aanvaardbaar verblijfadres. 4 De selectiefunctionaris neemt zijn beslissing tot deelname aan een penitentiair programma slechts indien de gedetineerde zich bereid heeft verklaard tot deelname aan het programma en de in verband daarmee gestelde algemene en bijzondere voorwaarden. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-12-2021 Artikel IV van Stb. 2021/251 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 De deelnemer aan een penitentiair programma wordt onder elektronisch toezicht gesteld, indien: a. het gedrag van de deelnemer daartoe aanleiding geeft; b. aan de deelname aan een penitentiair programma bijzondere risico’s zijn verbonden, of; c. dit voor de bescherming van de belangen van slachtoffers noodzakelijk is. 2 Elektronisch toezicht kan vervallen indien het gedrag, de risico’s of de belangen bedoeld in het eerste lid niet langer tot het toezicht aanleiding geven. De deelnemer kan wederom onder elektronisch toezicht worden gesteld indien het gedrag, de risico’s of de belangen bedoeld in het eerste lid daartoe aanleiding geven. 3 De selectiefunctionaris is belast met de beslissingen, bedoeld in het eerste en tweede lid. Hij kan bepalen dat geen elektronisch toezicht wordt toegepast indien: a. een andere vorm van vierentwintiguurstoezicht aanwezig is, b. het elektronisch toezicht afbreuk doet aan de resocialisatie van de deelnemer, of c. bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-12-2021 Artikel IV van Stb. 2021/251 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De algemene verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van een penitentiair programma ligt bij de directeur van de inrichting of afdeling waarin de deelnemer aan het penitentiair programma is ingeschreven. 2 Degene die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het programma houdt toezicht op het dagelijkse verloop van het penitentiair programma. Hij beoordeelt in eerste instantie of de activiteiten naar behoren worden verricht en de voorwaarden naar behoren worden nageleefd en kan in dat kader aanwijzingen geven aan de deelnemer. Hij kan ten aanzien van de wijze of het tijdstip waarop de activiteiten binnen het penitentiair programma worden uitgevoerd, wijzigingen aanbrengen. Van deze wijzigingen stelt hij de directeur schriftelijk op de hoogte. 2003 313 31-07-2003 17-07-2003 2003 503 11-12-2003 29-11-2003 01-01-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Deelname aan een penitentiair programma geschiedt onder de algemene voorwaarden dat de gedetineerde: a. zich gedraagt overeenkomstig de aanwijzingen van degene die is belast met zijn begeleiding en toezicht en aan deze alle verlangde inlichtingen verschaft; b. tevoren melding doet aan de directeur van een verandering van betrekking of verblijfadres; c. zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. 2 Aan de deelname aan het penitentiair programma kunnen daarnaast door de directeur bijzondere voorwaarden betreffende het gedrag van de gedetineerde worden verbonden. 3 De bijzondere voorwaarden kunnen inhouden: a. een verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen; b. een verbod zich op of in de directe omgeving van een bepaalde locatie te bevinden of te vestigen; c. een verplichting op bepaalde tijdstippen of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn; d. een verplichting zich op bepaalde tijdstippen te melden bij een bepaalde instantie; e. een verbod verdovende middelen of alcohol te gebruiken en ten behoeve van de naleving van dat verbod het verlenen van medewerking aan bloedonderzoek of urineonderzoek; f. een verbod vrijwilligerswerk van een bepaalde aard te verrichten; g. een beperking van het recht om Nederland te verlaten; h. gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade of het treffen van een regeling voor het betalen van de schadevergoeding in termijnen; i. de plicht te verhuizen uit een bepaald gebied; j. deelname aan een gedragsinterventie; k. een verplichting zich onder ambulante behandeling te stellen van een deskundige of zorginstelling gedurende een termijn van ten hoogste de duur van het penitentiaire programma; l. andere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffend, waaraan deze gedurende de deelname aan het penitentiair programma heeft te voldoen. 4 Van het stellen van bijzondere voorwaarden doet de directeur mededeling aan de selectiefunctionaris. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-12-2021 Artikel IV van Stb. 2021/251 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 Bij overtreding van de algemene of bijzondere voorwaarden of verzuim van deelname aan het programma kan de directeur, afhankelijk van de ernst van de gedraging, beslissen tot: a. het geven van een waarschuwing aan de deelnemer aan het penitentiair programma; b. wijziging of aanvulling van de bijzondere voorwaarden gesteld aan deelname aan een penitentiair programma; c. het adviseren van de selectiefunctionaris om de deelname aan het penitentiair programma te beëindigen; d. het onmiddellijk zelfstandig beëindigen van deelname aan het penitentiair programma indien dit dringend noodzakelijk is. 2 De directeur wint advies in bij degene die is belast is met het toezicht op de tenuitvoerlegging van het penitentiair programma, tenzij spoed dit verhindert. Diegene kan ook ongevraagd aan de directeur adviseren. 3 De directeur geeft de deelnemer aan een penitentiair programma van een beslissing als bedoeld in het eerste lid onverwijld schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling. 4 Van het wijzigen of aanvullen van bijzondere voorwaarden, de overtreding van de voorwaarden of verzuim van deelname aan het programma en een beslissing als bedoeld in het eerste lid doet de directeur mededeling aan de selectiefunctionaris. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-12-2021
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9a, eerste lid, onder a, b en d De deelnemer aan een penitentiair programma kan bij de beklagcommissie bij de inrichting of afdeling waarin hij is ingeschreven een klacht indienen over de beslissingen, bedoeld in. 2 artikelen 60, tweede en derde lid 61 62 63 64 65 67, met uitzondering van het derde lid, het vijfde lid, tweede volzin, en het zesde lid 68 69 70 71 van de wet De,,,,,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-12-2021
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Bij elke inrichting of afdeling is een commissie van toezicht, waarvan de leden worden benoemd voor de tijd van vijf jaren. Zij kunnen tweemaal voor herbenoeming in aanmerking komen. 2 De commissie bestaat uit ten minste zes en ten hoogste een door Onze Minister vast te stellen aantal leden. 3 De commissie van toezicht is zo breed mogelijk samengesteld. Van elke commissie maken in elk geval deel uit: a. een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht; b. een advocaat; c. een medicus; d. een deskundige uit de kring van het maatschappelijk werk. 4 artikelen 46a tot en met 46e van de wet Indien de commissie toezicht houdt op een inrichting of afdeling waar geneeskundige behandeling als bedoeld in dewordt verricht, maakt ook een psychiater van de commissie deel uit. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De leden van de commissie van toezicht worden door Onze Minister benoemd. Onze Minister wijst uit de leden een voorzitter aan. 2 Aan de commissie is een secretaris verbonden. Deze is geen lid van de commissie. De secretaris wordt door Onze Minister benoemd en ontslagen. De secretaris van de commissie van toezicht is tevens secretaris van de beklagcommissie. 3 De commissie kan uit haar midden een of meer plaatsvervangende secretarissen aanwijzen om, in overleg met de secretaris, bepaalde secretariaatswerkzaamheden te verrichten en de secretaris bij diens afwezigheid te vervangen. Onze Minister kan aan een commissie van toezicht een of meer plaatsvervangende secretarissen toevoegen die geen lid zijn van de commissie. 4 Onze Minister beslist binnen drie maanden op een verzoek tot benoeming als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Voor benoeming als lid, secretaris of plaatsvervangend secretaris komen niet in aanmerking: a. ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, niet zijnde ambtenaren bij het openbaar ministerie; b. personeelsleden of medewerkers, werkzaam bij een inrichting; c. personen, werkzaam bij een door Onze Minister gesubsidieerde instelling die werkzaam is op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen, indien zij in het kader van de uitoefening van hun functie te maken hebben met de personen, ingesloten in de inrichting waarbij de commissie van toezicht is ingesteld; d. personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen; e. Besluit justitiële gegevens artikel 1, onderdeel a, van de Wet politiegegevens personen tegen wie bezwaren bestaan tegen de vervulling van de functie die blijken uit de algemene documentatieregisters als bedoeld in hetof de politiegegevens, bedoeld in. De bezwaren hebben betrekking op het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegdheden. 2008 520 16-12-2008 25-11-2008 2008 520 16-12-2008 25-11-2008 17-12-2008 01-01-2008
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Een lid van de commissie van toezicht wordt door Onze Minister tussentijds ontslagen: a. op eigen verzoek; b. bij de aanvaarding van een ambt of betrekking dat onverenigbaar is met het lidmaatschap van een commissie van toezicht; c. wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. wanneer hij naar het oordeel van Onze Minister door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen. 2 Aan een lid kan door Onze Minister tussentijds ontslag worden verleend bij het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmede de benoeming heeft plaatsgevonden. 3 Hangende de procedure voor ontslag kan Onze Minister het lid in de uitoefening van zijn functie schorsen. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De leden van de commissie van toezicht hebben te allen tijde toegang tot alle plaatsen in de inrichting en tot alle plaatsen waar de gedetineerden of deelnemers aan een penitentiair programma verblijven. 2 De leden van de commissie van toezicht ontvangen van de directeur en de ambtenaren of medewerkers bij de inrichting of afdeling of het penitentiair programma alle door hen gewenste inlichtingen ten aanzien van de gedetineerden onderscheidenlijk deelnemers aan een penitentiair programma en kunnen alle op de wijze van tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen betrekking hebbende stukken inzien. Zij zijn tot geheimhouding verplicht behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of in verband met de tenuitvoerlegging van hun taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. Dossiers die gedetineerden dan wel deelnemers aan een penitentiair programma betreffen kunnen worden ingezien, tenzij de betrokkene bezwaar maakt. 3 De directeur brengt alle voor de uitoefening van de taak der commissie belangrijke feiten en omstandigheden ter kennis van de commissie. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De commissie van toezicht vergadert, zo mogelijk, eenmaal in de maand. 2 De directeur woont de vergaderingen van de commissie van toezicht bij. Hij brengt op iedere vergadering een algemeen verslag uit over hetgeen sedert de vorige vergadering in de inrichting of afdeling is geschied. 3 De commissie kan besluiten buiten tegenwoordigheid van de directeur te vergaderen. 4 Onze Minister is bevoegd vergaderingen van de commissie van toezicht door een door hem aan te wijzen ambtenaar van zijn ministerie te doen bijwonen. 5 In iedere vergadering van de commissie van toezicht wordt mededeling gedaan van de grieven terzake waarvan werd bemiddeld, de door de beklagcommissie behandelde klaagschriften, en de bijzondere opmerkingen waartoe zij aanleiding geven. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 7, derde lid, tweede volzin, van de wet De maandcommissaris, bedoeld inhoudt tenminste eenmaal per maand in de inrichting of afdeling spreekuur. Dit spreekuur wordt tijdig bekend gemaakt en kan worden bezocht door elke gedetineerde of deelnemer aan een penitentiair programma die de wens daartoe te kennen geeft. 2 De maandcommissaris doet van zijn werkzaamheden verslag aan de commissie van toezicht en informeert tevens de directeur hiervan. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 62, tweede lid, van de wet De beklagcommissie, of, indienwordt toegepast, de voorzitter dan wel de door hem aangewezen persoon, houdt zitting zo dikwijls als een onverwijlde behandeling en afdoening van de klaagschriften dit noodzakelijk maken. Deze wordt bijgestaan door een secretaris. 2 Indien de beklagcommissie zitting houdt treedt bij voorkeur als voorzitter op een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De commissie van toezicht brengt jaarlijks vóór 1 maart aan Onze Minister en aan de sectie gevangeniswezen verslag uit over haar werkzaamheden in het voorgaande jaar. 2 Zij schenkt in haar verslag in het bijzonder aandacht aan de werkzaamheden van de beklagcommissie, onder meer door een overzicht van de klaagschriften en de daarop genomen beslissingen. Onze Minister kan een model vaststellen omtrent de inrichting van het verslag. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De kosten van de commissie van toezicht worden door de Staat gedragen. 2 De leden van de commissie van toezicht genieten vergoeding van reis- en verblijfskosten en een vacatiegeld met betrekking tot hun werkzaamheden overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk gesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 3 Voor zover de secretaris of de plaatsvervangend secretaris geen ambtenaar is geniet deze tevens de in het tweede lid bedoelde vergoeding. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a 1 artikel 18e, eerste lid, van de wet De leden van de commissie van toezicht voor het vervoer, genoemd in, worden benoemd voor een periode van vijf jaren. Zij kunnen tweemaal voor herbenoeming in aanmerking komen. 2 artikelen 11, derde lid 12 14 16 18 19 20 De,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor benoeming als lid eveneens niet in aanmerking komen ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, niet zijnde ambtenaren bij het openbaar ministerie. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 20b — Artikel 20b#
Artikel 20b 1 De leden van de commissie van toezicht voor het vervoer hebben te allen tijde toegang tot de plaatsen waar en de vervoersmiddelen waarmee handelingen betreffende het vervoer worden uitgeoefend. 2 De leden van de commissie van toezicht ontvangen van Onze Minister en de directeur van de inrichting alle door hen gewenste inlichtingen ten aanzien van het vervoer van gedetineerden en kunnen alle op het vervoer betreffende stukken inzien. Zij zijn tot geheimhouding verplicht, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of uit de tenuitvoerlegging van hun taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 3 Onze Minister en de directeur van de inrichting brengen alle voor de uitoefening van de taak van de commissie van toezicht belangrijke feiten en omstandigheden ter kennis van de commissie van toezicht. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 20c — Artikel 20c#
Artikel 20c artikel 18a van de wet Onze Minister kan nadere regels stellen over de inrichting van het detentie- en re-integratieplan, bedoeld in. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-07-2021
Artikel 20d — Artikel 20d#
Artikel 20d 1 Voor zover dit noodzakelijk is ten behoeve van het vaststellen, aanpassen en uitvoeren van het detentie- en re-integratieplan van de gedetineerde kunnen gegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid, over de essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven aan elkaar worden verstrekt door de directeur, de reclassering en het college. 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens betreffen: a. persoonsidentificerende gegevens: 1°. de geslachtsnaam; 2°. voornamen; 3°. adres; 4°. geboorteplaats en geboortedatum; 5°. nationaliteit; 6°. persoonsidentificerende nummers. b. de datum van aanvang van de vrijheidsbeneming en van de invrijheidstelling. c. artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht de vaststelling dat de gedetineerde al dan niet beschikt over een geldig identiteitsbewijs als bedoeld inen, indien hij over een dergelijk document beschikt, wat daarvan de geldigheidsduur is. d. het behoud of het verkrijgen van huisvesting of onderdak na detentie, zoals: 1°. de inschrijving als woningzoekende; 2°. de woonsituatie vóór detentie; 3°. het bestaan van een betalingsachterstand bij een huurovereenkomst. e. het verkrijgen van een inkomen uit betaald werk of uitkering na detentie, zoals: 1°. het arbeidsverleden; 2°. eerdere uitkeringen of werkinkomen en de hoogte daarvan; 3°. het opleidingsniveau en eventueel lopende opleidingstrajecten. f. artikel 8 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gegevens als bedoeld inten behoeve van de toeleiding naar schuldhulpverlening. g. de ondersteuning van de gedetineerde bij het opschorten en weer opstarten, of aanvragen van een zorgverzekering, zoals: 1°. het hebben van een zorgverzekering vóór detentie; 2°. de naam van de zorgverzekeraar; 3°. het polisnummer behorende bij de verzekering. h. het behoud of de versterking van een positief sociaal netwerk, met inbegrip van een hulpvraag namens de gedetineerde voor ondersteuning in de thuissituatie na detentie en een hulpvraag namens de gedetineerde aan de gemeente voor ondersteuning van gezinsleden tijdens de detentie. 3 De directeur, de reclassering en het college verstrekken elkaar, indien zorg of maatschappelijke ondersteuning tijdens of na detentie nodig is, de door hen verwerkte persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in het eerste lid, die noodzakelijk zijn voor het organiseren van deze zorg of maatschappelijke ondersteuning. Die gegevens kunnen betrekking hebben op: a. Wet maatschappelijke ondersteuning Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten Jeugdwet Wet forensische zorg eerdere en lopende zorgtrajecten in het kader van de, de, de, deof de; b. de naam van de zorgaanbieder die de trajecten uitvoert of bij de eerdere uitvoering betrokken is geweest; c. de gemeente waar de zorg of maatschappelijke ondersteuning is of wordt verleend. 4 Ten behoeve van het vaststellen, aanpassen en uitvoeren van het detentie- en re-integratieplan, kunnen de directeur, de reclassering en het college overleggen over het inzetten van reclasseringstoezicht, het uitbrengen van advies en de inzet van interventies voor de invulling en uitvoering van het detentie- en re-integratieplan. Hiertoe kunnen gegevens worden verstrekt over: a. eerdere reclasseringscontacten, het detentieverloop en de detentiefasering; b. de motivatie van de gedetineerde; c. het gedrag van de gedetineerde tijdens detentie. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-07-2021
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. a-dwangbehandeling: artikel 46d, onder a, van de wet een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in; b. b-dwangbehandeling: artikel 46d, onder b, van de wet een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in; c. gedwongen geneeskundige handeling: artikel 32 van de wet de gedwongen geneeskundige handeling, bedoeld in; d. geneeskundige behandeling: artikel 46c van de wet de onvrijwillige geneeskundige behandelingen, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, en de vrijwillige geneeskundige behandeling, bedoeld in; e. geneeskundig behandelingsplan: artikel 46b van de wet het geneeskundig behandelingsplan, bedoeld in; f. inspecteur: artikel 1, onder c, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen de inspecteur, bedoeld in; g. voorzetting van a-dwangbehandeling: artikel 46e, vijfde lid, van de wet de voortzetting van a-dwangbehandeling, bedoeld in. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a 1 Een geneeskundige behandeling wordt verricht in een daartoe geschikte ruimte, onder verantwoordelijkheid van de behandelend arts. 2 artikel 14, vierde lid, van de wet In een inrichting of op een afdeling als bedoeld inis vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, voldoende psychiatrisch geschoold verpleegkundig personeel aanwezig. Bovendien is vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, een psychiater beschikbaar. 3 Een geneeskundige behandeling wordt slechts uitgevoerd door een arts of verpleegkundige die over voldoende deskundigheid beschikt deze behandeling uit te voeren en indien daartoe voldoende voorzieningen beschikbaar zijn. 4 Eens per twee weken, of vaker indien het belang van de gedetineerde dit eist, vindt een multidisciplinair overleg plaats, waaraan in ieder geval een psychiater, een arts, een psycholoog en een verpleegkundige deelnemen. De resultaten van het overleg alsmede de afspraken die daarbij zijn gemaakt worden geregistreerd in het medische dossier. 5 artikel 1, onderdeel g, van de wet artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet Een geneeskundige behandeling van een gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld inof in een extra beveiligde inrichting als bedoeld in, wordt verricht door twee artsen, waarvan ten minste één arts is verbonden aan de inrichting, of door een aan de inrichting verbonden arts en een verpleegkundige. 2025 205 09-09-2025 04-09-2025 2025 206 16-09-2025 11-09-2025 01-11-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Penitentiaire beginselenwet (aanvullende maatregelen tegen
georganiseerde criminaliteit tijdens detentie) (Stb. 2025/197) in
werking treedt.
Artikel 21b — Artikel 21b#
Artikel 21b 1 In het geneeskundig behandelingsplan worden ten minste opgenomen: a. de diagnose van de stoornis van de geestvermogens van de gedetineerde; b. artikel 14 van de wet de therapeutische middelen, zo mogelijk gerelateerd aan de verschillende aspecten die in de stoornis te onderscheiden zijn, die zullen worden toegepast teneinde een zodanige verbetering van de stoornis van de geestvermogens van de gedetineerde te bereiken, dat het gevaar op grond waarvan deze in verband met zijn geestelijke gezondheidstoestand in een daartoe krachtensaangewezen afdeling of inrichting behoeft te verblijven, wordt weggenomen; c. of er overeenstemming over het geneeskundig behandelingsplan is. 2 artikel 21a, vierde lid Gedurende de behandeling, kan het geneeskundig behandelingsplan worden gewijzigd. Bij een wijziging worden de uitkomsten van het multidisciplinair overleg, bedoeld in, betrokken. 3 Een wijziging van het geneeskundig behandelingsplan wordt, in overleg met de gedetineerde, vastgesteld. De wijziging wordt hem voor het ingaan daarvan medegedeeld. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Ingeval van een a- of b-dwangbehandeling wordt in het geneeskundig behandelingsplan eveneens opgenomen: a. welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de gedetineerde doet veroorzaken weg te nemen dan wel af te wenden; en b. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de gedetineerde ten aanzien van de behandeling. 2 Het deel van het geneeskundig behandelingsplan waarover geen overeenstemming kan worden bereikt met de gedetineerde dan wel diens curator of mentor, wordt slechts vastgesteld door een psychiater nadat een multidisciplinair overleg heeft plaatsgehad waaraan in ieder geval een psychiater, een arts, een psycholoog en een verpleegkundige hebben deelgenomen. 3 artikel 46e, tweede lid, van de wet Ingeval van a-dwangbehandeling worden de verklaringen van de psychiaters, bedoeld in, bij het in het tweede lid bedoelde overleg betrokken. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a 1 Voordat de directeur beslist dat een door de arts noodzakelijk geachte b-dwangbehandeling of gedwongen geneeskundige handeling zal worden toegepast, pleegt de directeur overleg met die arts en met het hoofd van de afdeling waar de gedetineerde verblijft. Indien de behandeling door een andere arts wordt verricht, wordt tevens met hem overlegd. 2 Ingeval van b-dwangbehandeling of indien het verrichten van een gedwongen geneeskundige handeling noodzakelijk is ter afwending van gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de gedetineerde, pleegt de directeur bovendien overleg met de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater. 3 In het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg wordt nagegaan of het gevaar niet op een andere wijze kan worden afgewend. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 22b — Artikel 22b#
Artikel 22b 1 Zo spoedig mogelijk na de aanvang van de gedwongen geneeskundige handeling wordt door of onder verantwoordelijkheid van een arts een plan opgesteld gericht op een zodanige verbetering van de toestand van de gedetineerde dat de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling kan worden beëindigd. Dit plan wordt opgenomen in het geneeskundig behandelingsplan. 2 Bij de keuze voor een bepaalde geneeskundige handeling wordt steeds gekozen voor de voor de gedetineerde minst ingrijpende handeling. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 22c — Artikel 22c#
Artikel 22c 1 Voordat de directeur de beslissing tot verlenging van a-dwangbehandeling neemt, pleegt hij in ieder geval overleg met de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater en met het hoofd van de afdeling waar de gedetineerde verblijft. 2 In het in het eerste lid bedoelde overleg wordt nagegaan of van de voortzetting van de behandeling alsnog het beoogde effect kan worden verwacht. 3 artikel 21a, vierde lid De uitkomsten van het multidisciplinaire overleg, bedoeld in, worden bij de beslissing meegenomen. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 22d — Artikel 22d#
Artikel 22d De gedetineerde wordt gedurende de periode dat de a- of b-dwangbehandeling of de gedwongen geneeskundige handeling wordt verricht, zo vaak als nodig is bezocht door een arts of in diens opdracht een verpleegkundige. Het verslag van diens bevindingen wordt opgenomen in het medische dossier. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 22e — Artikel 22e#
Artikel 22e 1 De directeur stelt de voorzitter van de commissie van toezicht, de raadsman van de gedetineerde, de curator en de mentor in kennis van een voorgenomen beslissing tot a-dwangbehandeling uiterlijk drie dagen voor het nemen van die beslissing. Zij worden in de gelegenheid gesteld bezwaren tegen de beslissing kenbaar te maken. 2 De voorzitter van de commissie van toezicht doet onverwijld een melding aan de maandcommissaris. De maandcommissaris bezoekt na de melding onverwijld de gedetineerde. 3 Van de toepassing van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voortzetting van een a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij de aanvang van de behandeling melding gedaan aan Onze Minister en de commissie van toezicht. Ingeval van a- en b- dwangbehandeling en indien een gedwongen geneeskundige handeling wordt toegepast in verband met een gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van de geestvermogens van de verpleegde, wordt bovendien melding gedaan aan de inspecteur. 4 Bij de aanvang van een a-dwangbehandeling geeft de directeur daarvan eveneens kennis aan de in het eerste lid genoemde personen. 5 De directeur zendt met de melding, bedoeld in het derde lid, een afschrift van de beslissing tot de behandeling mee waarin hij in ieder geval vermeldt: a. in verband met welk gevaar is besloten tot een a- of b-dwangbehandeling, dan wel een gedwongen geneeskundige handeling; b. welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar dat de gedetineerde doet veroorzaken weg te nemen dan wel af te wenden; c. artikel 46c, onder c, van de wet welke personen, bedoeld in, zich tegen de behandeling verzetten; d. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de gedetineerde ten aanzien van de behandeling; en e. hoofdstukken XI–XII XIII van de wet indien een behandeling plaatsvindt in een situatie waarin het de gedetineerde is die zich verzet, of deze in staat kan worden geacht gebruik te kunnen maken van de regeling, vervat in derespectievelijk. 6 artikel 46c, onder b, van de wet Ingeval van een beslissing tot a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling en een beslissing tot voortzetting van a-dwangbehandeling, vermeldt de directeur tevens welke pogingen zijn gedaan om tot overeenstemming als bedoeld inte komen. Ingeval van een beslissing tot a-dwangbehandeling vermeldt hij bovendien welke bezwaren tegen de behandeling zijn aangevoerd door de personen, bedoeld in het eerste lid. 7 Van een beëindiging van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of gedwongen geneeskundige handeling geeft de directeur kennis aan de personen, genoemd in het derde en – indien van toepassing – vierde lid. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 22f — Artikel 22f#
Artikel 22f artikel 21a, vierde lid artikel 22a 22c De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voortzetting van a-dwangbehandeling en de resultaten van het overleg, bedoeld in,en, alsmede de adviezen die daarbij zijn gegeven en de afspraken die zijn gemaakt worden geregistreerd in het medische dossier. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 22g — Artikel 22g#
Artikel 22g 1 artikel 46e, vierde lid, van de wet De inspecteur stelt na beëindiging van elke a- of b-dwangbehandeling doch in ieder geval na afloop van de termijn, bedoeld in, een onderzoek in of de beslissing tot de behandeling zorgvuldig is genomen en of de uitvoering van de behandeling zorgvuldig is geschied. 2 De inspecteur stelt eveneens een onderzoek in na beëindiging van elke gedwongen geneeskundige handeling indien die handeling is verricht ter afwending van een gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de gedetineerde. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22a, tweede lid Indien de toepassing van de behandeling, bedoeld in, de duur van twee weken te boven gaat wordt door de directeur een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een psychiater, een arts en een psycholoog. 2 De in het eerste lid bedoelde commissie brengt binnen twee dagen na de in het eerste lid bedoelde termijn en, indien de onvrijwillige geneeskundige behandeling langer wordt voortgezet, om de twee weken, advies uit aan de directeur over de voortzetting van die behandeling. 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 artikel 39, tweede lid, van de wet Telefoongesprekken die in verband met het toezicht, bedoeld inworden opgenomen, worden bewaard voor een periode van ten hoogste vier maanden. 2 Na het verstrijken van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt een opgenomen telefoongesprek gewist. 3 artikel 37, eerste lid, van de wet Indien bij de uitoefening van het toezicht blijkt dat een telefoongesprek met een persoon als bedoeld inis opgenomen, wordt dit opgenomen gesprek terstond gewist. 4 De gedetineerde wordt van het opnemen van het telefoonverkeer op de hoogte gesteld. 5 Opgenomen telefoongesprekken worden slechts verstrekt aan derden die ingevolge de uitvoering van hen bij of krachtens de wet opgedragen taken, tot kennisneming daarvan bevoegd zijn. 6 De verstrekking, bedoeld in het vijfde lid, kan slechts geschieden in verband met: a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting; b. de bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid; c. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten; d. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven. 2021 578 01-12-2021 24-11-2021 2021 581 02-12-2021 24-11-2021 01-01-2022 Artikel XIV van Stb. 2021/578 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23b — Artikel 23b#
Artikel 23b 1 artikel 38, achtste lid, van de wet De gedetineerde en de rechtsbijstandverlener worden op de hoogte gesteld van het visueel toezicht op gesprekken tussen de gedetineerde en de rechtsbijstandverlener als bedoeld in. 2 Het visueel toezicht vindt plaats door middel van cameraobservatie. De camerabeelden worden terstond na het gesprek gewist. 3 In afwijking van het tweede lid worden de camerabeelden bewaard als een ambtenaar of medewerker bij de inrichting of afdeling het gesprek tussen de gedetineerde en de rechtsbijstandverlener onderbreekt en de directeur na het horen van de ambtenaar of medewerker beslist tot beëindiging van het gesprek. 4 artikel 61, vijfde lid, van de wet artikel 69, eerste lid, van de wet De op grond van het derde lid bewaarde camerabeelden worden verwijderd zes weken na het verstrijken van de beklagtermijn als bedoeld in, tenzij beklag is ingesteld. In dat geval volgt verwijdering zes weken na het verstrijken van de beroepstermijn als bedoeld in, tenzij beroep is ingesteld. In dat geval volgt verwijdering de dag na de uitspraak van de beroepscommissie. 5 artikel 45a, eerste lid, van de Advocatenwet In het kader van het inbedoelde toezicht licht de directeur de deken in het arrondissement waar de rechtsbijstandverlener kantoor houdt in over het beëindigen van een gesprek, als bedoeld in het derde lid. 2025 205 09-09-2025 04-09-2025 2025 206 16-09-2025 11-09-2025 01-11-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Penitentiaire beginselenwet (aanvullende maatregelen tegen
georganiseerde criminaliteit tijdens detentie) (Stb. 2025/197) in
werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn een hoofd boeddhistische geestelijke verzorging, een hoofd hindoeïstische geestelijke verzorging, een hoofd islamitische geestelijke verzorging, een hoofdrabbijn, een hoofdpredikant, een hoofdaalmoezenier en een hoofd humanistische geestelijke verzorging aangesteld. Zij treden op als vertegenwoordiging van de zendende instanties en dienen Onze Minister gevraagd en ongevraagd van advies omtrent de geestelijke verzorging in de inrichtingen. 2 De hoofden zijn in ieder geval belast met het doen van voordrachten voor aanstelling van geestelijk verzorgers behorende tot hun gezindte of levensovertuiging. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Aan een inrichting zijn geestelijk verzorgers van verschillende godsdiensten of levensovertuigingen verbonden, doch in elk geval geestelijk verzorgers van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse en rooms-katholieke gezindte en geestelijk verzorgers van het humanistisch verbond. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 24, eerste lid De aanstelling van een geestelijk verzorger van boeddhistische, hindoeïstische, islamitische, joodse, protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijk verzorger behorend tot het humanistisch verbond geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 25 Een andere geestelijk verzorger dan de ingenoemde kan door de directeur toegang worden verleend tot de inrichting. De directeur neemt deze beslissing niet dan na overleg met Onze Minister. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 1, onderdeel g, van de wet artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet Geestelijke verzorging van een gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld inof in een extra beveiligde inrichting, bedoeld in, wordt verleend door twee geestelijke verzorgers van in beginsel dezelfde godsdienst of levensovertuiging, waarvan ten minste één geestelijk verzorger is verbonden aan een inrichting. 2025 205 09-09-2025 04-09-2025 2025 206 16-09-2025 11-09-2025 01-11-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Penitentiaire beginselenwet (aanvullende maatregelen tegen
georganiseerde criminaliteit tijdens detentie) (Stb. 2025/197) in
werking treedt.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 40a, eerste, vijfde of zesde lid, van de wet artikel 1, onderdeel g, van de wet artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet De directeur houdt aantekening van de rechtsbijstandverleners die op grond vantoegang hebben tot de gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld inof in een extra beveiligde inrichting, als bedoeld in. 2025 205 09-09-2025 04-09-2025 2025 206 16-09-2025 11-09-2025 01-11-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Penitentiaire beginselenwet (aanvullende maatregelen tegen
georganiseerde criminaliteit tijdens detentie) (Stb. 2025/197)
inwerking treedt.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 40a, tweede lid, van de wet De directeur draagt er zorg voor dat brieven of andere poststukken die op grond vanniet worden uitgereikt aan de gedetineerde, ongeopend worden geretourneerd aan de afzender. De directeur vermeldt aan de afzender de reden waarom niet tot uitreiking is overgegaan. 2025 205 09-09-2025 04-09-2025 2025 206 16-09-2025 11-09-2025 01-11-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Penitentiaire beginselenwet (aanvullende maatregelen tegen
georganiseerde criminaliteit tijdens detentie) (Stb. 2025/197)
inwerking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 40a, zesde lid, van de wet Op een verzoek tot het toestaan van een of meer andere rechtsbijstandverleners als bedoeld in, wordt zo spoedig mogelijk maar in elk geval binnen een maand beslist. 2025 205 09-09-2025 04-09-2025 2025 206 16-09-2025 11-09-2025 01-11-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Penitentiaire beginselenwet (aanvullende maatregelen tegen
georganiseerde criminaliteit tijdens detentie) (Stb. 2025/197)
inwerking treedt.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 37, eerste lid, van de wet artikel 1, onderdeel g, van de wet artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van de wet Bezoek door de in, genoemde personen en instanties, aan een gedetineerde die verblijft in een afdeling voor intensief toezicht als bedoeld inof in een extra beveiligde inrichting als bedoeld inwordt afgelegd door ten minste twee personen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de rechtsbijstandverlener van de gedetineerde. 2025 205 09-09-2025 04-09-2025 2025 206 16-09-2025 11-09-2025 01-11-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Penitentiaire beginselenwet (aanvullende maatregelen tegen
georganiseerde criminaliteit tijdens detentie) (Stb. 2025/197)
inwerking treedt.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Met uitzondering van personen in vreemdelingenbewaring wordt van iedere gedetineerde en deelnemer aan een penitentiair programma een penitentiair dossier aangelegd. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Het penitentiair dossier wordt op zorgvuldige wijze volgens een vaste standaardindeling opgebouwd. In de navolgende volgorde worden in het penitentiair dossier opgenomen: a. een overzicht van de periodes en inrichtingen van verblijf; b. selectie- en plaatsingsvoorstellen; c. registratiekaarten; d. artikel 37 de ingenoemde bescheiden, gerangschikt per inrichting. 2 Het dossier wordt in een afsluitbare ruimte in de inrichting bewaard. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 In het penitentiair dossier worden tevens opgenomen: a. een eindrapportage van de inrichting bij invrijheidstelling van de gedetineerde dan wel een eindrapportage van het penitentiair programma bij invrijheidstelling vanuit het penitentiair programma van de deelnemer daaraan; b. een kopie van een selectieadvies onderscheidenlijk een overplaatsingsvoorstel onderscheidenlijk een voorstel tot deelname aan een penitentiair programma of de beëindiging daarvan met de daarbij behorende adviezen; c. de meest recente registratiekaart; d. andere belangrijke justitiële documenten, waaronder: 1° artikel 6:2:1 van het Wetboek van Strafvordering de grond voor opneming, bedoeld in; 2° formulieren betreffende verlof en de daarop genomen beslissing; 3° verzoeken onderscheidenlijk machtigingen tot plaatsing en overplaatsing en deelname aan een penitentiair programma; 4° gratieverzoeken en de daarop genomen beslissing; 5° verzoeken om strafonderbreking en de daarop genomen beslissing; 6° mededelingen omtrent de voorwaardelijke invrijheidstelling. e. uitslagen van urinecontroles, dan wel een samenvattend overzicht daarvan; f. kopieën van strafrapporten, meldingen van bijzondere voorvallen en interne meldingen; g. documenten betreffende beklagzaken en beroepszaken; h. kopieën van correspondentie van de inrichting over de gedetineerde; i. een kopie van het intakeformulier per inrichting van verblijf; j. samenvattingen van periodieke besprekingen over de gedetineerde in inrichtingsoverleggen; k. kopieën van risicotaxaties; l. kopieën van delictanalyses; m. het detentie- en re-integratieplan en de daarop aangebrachte aanpassingen. 2 De overige op de gedetineerde betrekking hebbende stukken worden verzameld in een inrichtingsdossier. Zij worden gerangschikt naar onderwerp in chronologische volgorde. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-07-2021
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Indien de directeur een voorstel tot selectie van een gedetineerde doet, zendt hij daarbij het penitentiair dossier mee aan de selectiefunctionaris. 2 De directeur zendt het penitentiair dossier gelijktijdig met de formele overplaatsing van de gedetineerde aan de directeur van de inrichting of afdeling waar de gedetineerde verder zal verblijven. 3 artikel 1.1, eerste lid, onder f, van de Wet forensische zorg Indien een gedetineerde wordt overgebracht naar een instelling voor de verlening van forensische zorg, als bedoeld in, zendt de directeur de voor een goede en veilige verlening van de forensische zorg noodzakelijk geachte bescheiden daaruit aan het hoofd of de geneesheer-directeur van die instelling. 4 artikel 8, eerste lid Indien een gedetineerde in de gelegenheid wordt gesteld deel te nemen aan een penitentiair programma zendt de directeur het penitentiair dossier aan de directeur bedoeld in. 5 Bij invrijheidstelling, ontvluchting of overlijden van een gedetineerde zendt de directeur het penitentiair dossier naar Onze Minister. 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Onze Minister bewaart het penitentiair dossier gedurende een termijn van tien jaren, te rekenen vanaf het tijdstip van ontvangst van het dossier. 2 Na de in het eerste lid genoemde termijn worden de bescheiden, opgenomen in het penitentiair dossier, vernietigd, ofwel zodanig bewerkt dat deze niet meer tot de gedetineerde kunnen worden herleid, tenzij dit in strijd is met een aanmerkelijk belang van een ander dan de gedetineerde. 3 Indien de gedetineerde vóór de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn opnieuw wordt gedetineerd vervalt de bewaartermijn. 4 artikel 37, tweede lid Het inrichtingsdossier, bedoeld in, wordt zes maanden na beëindiging van het verblijf van de gedetineerde in de inrichting vernietigd. Indien de gedetineerde vóór de afloop van deze termijn opnieuw in die inrichting wordt gedetineerd vervalt de bewaartermijn. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 21, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens artikelen 57 58 van de wet De directeur kan, in geval van weigering van inzage door de gedetineerde van diens dossier op een van de gronden van, een door de gedetineerde gemachtigd lid van de commissie van toezicht doen kennis nemen van de gegevens waarvan de kennisneming aan de gedetineerde onthouden wordt. Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2 Aan Onze Minister en de door deze aan te wijzen ambtenaren of medewerkers kunnen gegevens uit het dossier worden verstrekt voor zover dat noodzakelijk is voor: Hetzelfde geldt voor de selectiefunctionaris, de directeur en de door hen aangewezen ambtenaren of medewerkers. a. de behandeling van verzoeken de gedetineerde betreffende; b. de behandeling van procedures de gedetineerde betreffende; c. het beheer van de dossiers; d. de behandeling van overige beslissingen de gedetineerde betreffende. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2010 312 03-08-2010 24-07-2010 2010 312 03-08-2010 24-07-2010 04-08-2010 Artikel III van Stb. 2010/312 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a Vervallen 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 2019 230 25-06-2019 06-06-2019 26-06-2019
Artikel 44b — Artikel 44b#
Artikel 44b In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht maatregel: plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders als bedoeld in; b. artikel 10a van de wet inrichting: inrichting voor stelselmatige daders als bedoeld in; c. betrokkene: persoon aan wie de maatregel is opgelegd tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders; d. artikel 38o, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht college van burgemeester en wethouders: college van burgemeester en wethouders van de gemeente die deelneemt aan de tenuitvoerlegging van de maatregel, als bedoeld in; e. artikel 18a, eerste lid, van de wet verblijfsplan: verblijfsplan als bedoeld in; f. artikel 18c van de wet evaluatie: evaluatie als bedoeld in. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44c — Artikel 44c#
Artikel 44c Hoofdstuk 3 is niet van toepassing op de tenuitvoerlegging van de maatregel. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44d — Artikel 44d#
Artikel 44d 1 De tenuitvoerlegging van de maatregel vindt plaats in een inrichting. 2 De directeur kan betrokkene overeenkomstig bij regeling van Onze Minister te stellen nadere regels toestemming verlenen om de inrichting tijdelijk te verlaten. 3 De tenuitvoerlegging van de laatste fase van de maatregel kan plaatsvinden buiten de inrichting. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44e — Artikel 44e#
Artikel 44e 1 De algemene verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van de laatste fase van de maatregel buiten de inrichting ligt bij de directeur. 2 De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de laatste fase van de maatregel buiten de inrichting ligt bij het college van burgemeester en wethouders. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44f — Artikel 44f#
Artikel 44f 1 Onze Minister en het college van burgemeester en wethouders maken nadere afspraken over de tenuitvoerlegging van de laatste fase van de maatregel buiten de inrichting. Daarin worden in ieder geval afspraken gemaakt over: a. huisvesting; b. arbeid; c. dagbesteding van de betrokkene. 2 De kosten van de tenuitvoerlegging van de laatste fase van de maatregel, voor zover die betrekking hebben op het verblijf buiten de inrichting, komen ten laste van de gemeente, onverminderd het recht van betrokkene op een socialezekerheidsuitkering. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44g — Artikel 44g#
Artikel 44g 1 Het verblijfsplan bestrijkt de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel. Het plan wordt in zijn geheel of in gedeelten vastgesteld door de directeur. Het verblijfsplan voor de laatste fase van de maatregel buiten de inrichting wordt vastgesteld door de directeur en het college van burgemeester en wethouders. 2 artikel 44j Indien een programma als bedoeld inwordt aangeboden, wordt bij de opstelling van het verblijfsplan het oordeel ingewonnen van degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de onderdelen van dat programma. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44h — Artikel 44h#
Artikel 44h 1 artikel 18c, derde lid, van de wet Het verblijfsplan kan worden gewijzigd. Bij een wijziging wordt het evaluatieverslag, bedoeld in, betrokken. 2 Een wijziging in het verblijfsplan wordt zo veel mogelijk in overleg met betrokkene vastgesteld. De wijziging wordt hem voor het ingaan daarvan meegedeeld. 3 Artikel 44g is van overeenkomstige toepassing. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44i — Artikel 44i#
Artikel 44i 1 In het verblijfsplan worden in ieder geval opgenomen: a. een diagnose van de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene; b. een individueel begeleidingsplan. 2 Indien een programma wordt aangeboden, wordt in het verblijfsplan ook opgenomen: a. het programma; b. de voorwaarden die zijn verbonden aan deelneming aan het programma, de afspraken met betrokkene over deelneming daaraan en de gevolgen van het niet nakomen van die afspraken; c. artikel 44k de naam van de trajectcoördinator, bedoeld in. 3 De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde afspraken houden in ieder geval in dat betrokkene zich schriftelijk bereid verklaart deel te nemen aan het programma en te voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. 4 Het verblijfsplan wordt opgenomen in het penitentiair dossier. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44j — Artikel 44j#
Artikel 44j 1 Gedurende het verblijf wordt een programma aangeboden, indien aannemelijk is dat betrokkene in staat en bereid is aan een programma deel te nemen. 2 Indien ten aanzien van de betrokkene een specifieke problematiek bestaat waarmee het plegen van strafbare feiten samenhangt, wordt in het programma met die problematiek rekening gehouden. 3 Het programma is in ieder geval gericht op de ontwikkeling van vaardigheden van betrokkene ten aanzien van: a. zelfzorg en hygiëne; b. arbeid; c. scholing; d. besteding van vrije tijd; e. beheer van financiën; f. zelfstandig wonen; g. sociale omgang. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44k — Artikel 44k#
Artikel 44k Indien een programma wordt aangeboden, wijst de directeur voor de betrokkene een trajectcoördinator aan. De trajectcoördinator heeft tot taak: a. betrokkene gedurende het gehele verblijf te begeleiden; b. toezicht uit te oefenen op de naleving van de afspraken met betrokkene en op het voldoen aan de voorwaarden voor deelneming aan het programma; c. over het verblijfsplan te rapporteren en te adviseren aan de directeur en, wat de laatste fase buiten de inrichting betreft, ook aan het college van burgemeester en wethouders; d. verbindingen te leggen tussen de instanties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44l — Artikel 44l#
Artikel 44l 1 De selectiefunctionaris beslist over plaatsing buiten de inrichting in de laatste fase op de grondslag van een advies van de directeur en het college van burgemeester en wethouders. Alvorens te adviseren winnen de directeur en het college van burgemeester en wethouders het oordeel van de trajectcoördinator in. 2 Bij de beslissing over plaatsing buiten de inrichting in de laatste fase worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. het verloop van de tenuitvoerlegging, waaronder het gedrag van betrokkene, het nakomen van afspraken door hem en zijn gemotiveerdheid; b. het gevaar voor recidive; c. de mate waarin hij in staat zal zijn de met de grotere vrijheden gepaard gaande verantwoordelijkheid te dragen. 3 Aan de plaatsing buiten de inrichting in de laatste fase worden, behoudens nader door de directeur of het college van burgemeester en wethouders te stellen bijzondere voorwaarden, de volgende algemene voorwaarden gesteld: a. betrokkene gedraagt zich overeenkomstig de aanwijzingen van de trajectcoördinator en degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma en verschaft aan dezen alle verlangde inlichtingen; b. hij doet tevoren melding aan de trajectcoördinator van een verandering van betrekking of woonplaats; c. hij maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit; d. Opiumwet behorende lijst I hij onthoudt zich van het gebruik van een middel, vermeld op de bij de. 4 Van het stellen van bijzondere voorwaarden doet de directeur mededeling aan de selectiefunctionaris. 5 Artikel 18, tweede en derde lid, van de wet Betrokkene heeft het recht bij de selectiefunctionaris een met redenen omkleed verzoekschrift in te dienen strekkende tot plaatsing buiten de inrichting in de laatste fase.is van overeenkomstige toepassing. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44m — Artikel 44m#
Artikel 44m 1 Indien betrokkene niet of niet meer in staat of bereid is deel te nemen aan het programma in de laatste fase buiten de inrichting dan wel te voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden, kan de selectiefunctionaris hem op de grondslag van een advies van de directeur terugplaatsen in de inrichting. 2 Alvorens te adviseren aan de selectiefunctionaris wint de directeur het oordeel van het college van burgemeester en wethouders- en de trajectcoördinator in. 3 Artikel 17, tweede tot en met vijfde lid, van de wet Betrokkene heeft het recht een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing, bedoeld in het eerste lid.is van overeenkomstige toepassing. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44n — Artikel 44n#
Artikel 44n 1 artikel 44l, derde lid Bij overtreding van de in, bedoelde voorwaarden kan de directeur beslissen tot: a. het geven van een waarschuwing aan betrokkene; b. wijziging of aanvulling van de aan plaatsing buiten de inrichting gestelde bijzondere voorwaarden. 2 De directeur neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid niet dan nadat hij het oordeel van de trajectcoördinator heeft ingewonnen en heeft overlegd met het college van burgemeester en wethouders. De directeur geeft betrokkene van een beslissing als bedoeld in het eerste lid onverwijld schriftelijk en zo veel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling. Van de overtreding van de voorwaarden en een beslissing als bedoeld in het eerste lid doet de directeur mededeling aan de selectiefunctionaris. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44o — Artikel 44o#
Artikel 44o artikelen 15, eerste en tweede lid 17, eerste lid De, en, zijn van overeenkomstige toepassing op de tenuitvoerlegging van de laatste fase van de maatregel buiten de inrichting. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44p — Artikel 44p#
Artikel 44p 1 artikel 44n, eerste lid Betrokkene kan bij de beklagcommissie beklag doen over een beslissing als bedoeld in. 2 artikelen 60, tweede en derde lid 61 tot en met 65 67, met uitzondering van het derde lid, het vijfde lid, tweede volzin, en het zesde lid 68 tot en met 71 van de wet De,,, enzijn van overeenkomstige toepassing. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 44q — Artikel 44q#
Artikel 44q 1 De directeur voert de evaluatie uit van het verloop van het verblijf in de inrichting. De directeur en het college van burgemeester en wethouders voeren de evaluatie uit van het verloop van het verblijf buiten de inrichting in de laatste fase. 2 In het evaluatieverslag wordt een visie op de persoon van betrokkene gegeven. Daarbij wordt in ieder geval aandacht besteed aan de volgende aspecten ten aanzien van hem: a. zijn lichamelijke en geestelijke gesteldheid en het herstel daarvan; b. de ontwikkeling van zijn vaardigheden met het oog op zijn terugkeer in de maatschappij en de beëindiging van zijn recidive; c. de ontwikkeling van zijn motivatie tot gedragsverandering; d. zijn oordeel over het verblijf; e. incidenten waarbij hij betrokken is geweest; f. punten die van belang zijn voor de nazorg. 3 Het verslag komt tot stand in samenwerking met de trajectcoördinator, indien deze is aangewezen, en degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma. 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 2004 472 28-09-2004 22-09-2004 01-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wijzigingswet Wetboek van
Strafrecht, enz. (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige
daders) in werking treedt.
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 61, vierde lid 65, tweede lid 67, vierde lid, van de wet Wet tarieven in strafzaken De beloning van de tolk of de vertaler en de vergoeding van de door hen gemaakte kosten, bedoeld in,, engeschieden volgens het bepaalde bij of krachtens de. 2 De secretaris van de beklag- of beroepscommissie stelt op basis van de in het eerste lid bedoelde bepalingen de hoogte van de beloning en vergoeding vast. Met de uitbetaling is de directeur belast. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 De gedetineerde ontvangt bij invrijheidstelling reisgeld voor een reis of reisgelegenheid naar zijn woon- of verblijfplaats binnen Nederland. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Wet langdurige zorg Onverminderd het bepaalde bij of krachtens dekomen ten laste van de Staat de kosten van geneeskundige verzorging van de gedetineerde die in een inrichting gevangenisstraf of hechtenis ondergaat. 2014 520 18-12-2014 09-12-2014 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Bij overlijden van een gedetineerde komen de kosten van begrafenis of crematie, voor zover die redelijkerwijs noodzakelijk kunnen worden geacht, ten laste van de Staat. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 artikel 45, tweede lid, van de wet Buiten geval van opzet of bewuste roekeloosheid is de aansprakelijkheid van de directeur voor voorwerpen die een gedetineerde ingevolgeonder zich heeft, beperkt tot € 500 per voorwerp, inclusief eventuele gevolgschade. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Wijzigt het Besluit politieregisters. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999 1998 348 23-06-1998 11-06-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Wijzigt het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Wijzigt het Besluit buitengewoon strafrecht. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Wijzigt het Besluit van 9 juni 1982, omtrent het regiem voor militairen die in het huis van bewaring en de gevangenis van het Militair Penitentiair Centrum «Nieuwersluis» voorlopig arrest, respectievelijk gevangenisstraf, hechtenis of militaire detentie ondergaan. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Wijzigt het Besluit van 22 februari 1896 tot invoering van signalementkaarten. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Wijzigt het Dienstplichtbesluit. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Wijzigt het Reglement verpleging ter beschikking gestelden. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Wijzigt het Arbeidsomstandighedenbesluit. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van de wet en dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift terzake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 artikelen 4, zesde lid 18a, zesde lid, van de Penitentiaire beginselenwet Dit besluit berust mede op de, en. 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 2021 251 10-06-2021 31-05-2021 01-07-2021
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Dit besluit wordt aangehaald als: Penitentiaire maatregel. 1998 111 05-03-1998 23-02-1998 1998 623 17-11-1998 09-11-1998 25769 01-01-1999