Besluit van 7 april 1999, houdende regels omtrent het verstrekken van subsidie aan de raden voor rechtsbijstand voor de uitvoering van hun wettelijke taak (Subsidiebesluit raden voor rechtsbijstand)
- BWB-id
- BWBR0010393
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010393
- ELI
- /eli/nl/amvb/1999/subsidiebesluit-raad-voor-rechtsbijstand
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1999/subsidiebesluit-raad-voor-rechtsbijstand/2010-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010393&g=2010-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010393&z=2026-06-06&g=2010-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010393/2010-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1999/subsidiebesluit-raad-voor-rechtsbijstand
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Wet op de rechtsbijstand wet:; b. artikel 42, eerste lid, van de wet subsidie: de krachtensaan de raad te verstrekken subsidie voor de uitvoering van de wettelijke taken van het bestuur en de raad van advies; c. artikel 2, tweede lid, onderdeel a deelsubsidie beheers- en programmakosten: de in, bedoelde deelsubsidie; d. artikel 2, tweede lid, onderdeel b deelsubsidie projecten en activiteiten: de in, bedoelde deelsubsidie. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De verstrekking van de subsidie wordt getoetst aan de aard en de omvang van de activiteiten van de raad. 2 De subsidie bestaat uit deelsubsidies voor: a. de beheers- en programmakosten, waaronder zijn begrepen: 1°. de raads- en apparaatskosten; 2°. de doeluitkering voor vergoedingen voor de verlening van rechtsbijstand en mediation krachtens toevoeging in civiele en bestuurszaken en in strafzaken; 3°. de doeluitkering voor vergoedingen voor rechtsbijstandverlening ten behoeve van piketregelingen; 4°. artikel 42b, eerste lid, van de wet de doeluitkering voor de subsidiëring van de voorzieningen, bedoeld in, verminderd met de wettelijk te innen eigen bijdragen van rechtzoekenden voor zover het voorzieningen betreft die belast zijn met de verlening van rechtsbijstand, anders dan rechtshulp, of mediation; 5°. artikel 7, derde lid, onderdeel d, van de wet de doeluitkering voor de verlening van rechtsbijstand of mediation op basis van overeenkomsten als bedoeld in; 6°. overige uitgaven; b. indien van toepassing de kosten van projecten en activiteiten. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 42, eerste lid, van de wet De subsidie, bedoeld in, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig het voor dat jaar vastgestelde percentage voor de bijdrage in de kosten van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling aan niet VWS-gebonden gepremieerde en gesubsidieerde sectoren, alsmede de ontwikkeling van het prijspeil. Het basisbedrag wordt afgerond op hele euro’s. 2 Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan Onze Minister bij de verlening van de subsidie tevens bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt. 2009 45 12-02-2009 02-02-2009 2009 225 04-06-2009 20-05-2009 01-07-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Onze Minister verstrekt op basis van de begroting jaarlijks voorschotten. Hierbij wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen in het volume van de toevoegingen en piketregelingen. 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 26-08-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Onze Minister stelt de raad uiterlijk 1 juli van elk jaar schriftelijk in kennis van de voorlopige beleidsmatige en budgettaire kaders voor het daarop volgende jaar. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent: a. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening in acht wordt genomen; b. de bij de aanvraag tot subsidieverlening over te leggen gegevens of bescheiden; c. de eisen waaraan de begroting moet voldoen; d. de wijze waarop de subsidie wordt bepaald; e. de overige eisen waaraan het financiële verslag en het activiteitenverslag, waaronder het rapport van bevindingen en de jaarrekening, moeten voldoen. 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 26-08-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot verlening van de subsidie. 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 28-04-1999 01-01-1999 Werkt terug tot en met 1 januari 1999.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De raad draagt ervoor zorg dat de doelstellingen waarvoor de subsidie wordt verleend op doelmatige en effectieve wijze worden nagestreefd, dat de werkzaamheden dienovereenkomstig worden geregeld, en dat een goed beleid en beheer wordt gevoerd. 2 Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst 1994 De raad voert de op hetgebaseerde beleidsregels uit. 3 artikel 18 van de Kaderwet Het jaarverslag als bedoeld ingeeft tevens inzicht in de wijze waarop de bedrijfsvoering heeft plaatsgevonden. Daarbij komen in ieder geval aan de orde: a. de administratieve organisatie; b. de mate van betrouwbaarheid van de informatiebeveiliging; c. de maatregelen die zijn gericht op de voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidiegelden; d. de wijze waarop de kwaliteit van de bedrijfsvoering wordt gewaarborgd. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Uiterlijk vier weken na afloop van de eerste vier respectievelijk acht maanden van het boekjaar, dient de raad een voortgangsrapportage in. 2 Indien uit de voortgangsrapportage blijkt dat de bedrijfsvoering of het beheer niet worden uitgevoerd overeenkomstig de daaraan redelijkerwijs te stellen eisen, kan Onze Minister verlangen dat telkens na verloop van twee maanden van het boekjaar een voortgangsrapportage wordt ingediend. 3 Onze Minister kan ten gunste van de raad en met instemming van de raad van de termijn, bedoeld in het tweede lid, afwijken. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 26-08-2009
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a Vervallen 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 26-08-2009
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b Vervallen 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 26-08-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht De raad draagt er zorg voor dat het onderzoek van de accountant, bedoeld in, tevens strekt tot onderzoek van de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 2 artikel 42a, tweede lid, van de wet De opdracht aan de accountant gaat vergezeld van een door Onze Minister vast te stellen aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, bedoeld in. De aanwijzing bevat tevens een model accountantsverklaring volgens welke de accountant de uitslag van zijn onderzoek moet opstellen. 3 artikel 4:78 4:79 van de Algemene wet bestuursrecht De raad draagt er zorg voor dat zijn accountant alle medewerking verleent aan de door Onze Minister in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte controlewerkzaamheden, bedoeld inen. 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 26-08-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De raad verzekert zijn burgerrechtelijke aansprakelijkheid tegenover derden voor een som van ten minste € 450 000,– per gebeurtenis en per geval. 2 De raad verzekert zijn onroerende zaken tegen brandschade naar herbouwwaarde. 3 De raad verzekert zijn roerende zaken tegen brandschade en diefstal naar vervangingswaarde. 2003 351 09-09-2003 28-08-2003 2003 351 09-09-2003 28-08-2003 10-09-2003 01-01-2003 Bij Stb. 2003/351 is in artikel II een bepaling betreffende de
toepassing gepubliceerd.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Indien gedurende het boekjaar blijkt dat het verwachte saldo van baten en lasten meer dan 10% lager is dan het bedrag van de subsidieverlening, doet de raad daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. 2 Onze Minister kan op grond van de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, de bevoorschotting verlagen. 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 28-04-1999 01-01-1999 Werkt terug tot en met 1 januari 1999.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 32, onderdelen a tot en met f van de Kaderwet De raad behoeft de toestemming van Onze Minister voor de handelingen, bedoeld in. 2 artikel 42b, eerste lid, van de wet De raad behoeft tevens de toestemming van Onze Minister voor het aangaan of wijzigen van subsidieverplichtingen anders dan met voorzieningen, bedoeld in. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht In de gevallen, bedoeld in, is de raad aan Onze Minister een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd. 2 Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding worden de activa gewaardeerd op hun actuele waarde. De waardebepaling van een onroerende zaak geschiedt door drie deskundigen. Onze Minister onderscheidenlijk de raad wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen. 3 Het eerste lid is niet van toepassing, indien de activiteiten van de raad door een derde worden voortgezet en de activa en passiva met toestemming van Onze Minister tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen. 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 28-04-1999 01-01-1999 Werkt terug tot en met 1 januari 1999.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De raad dient binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 28-04-1999 01-01-1999 Werkt terug tot en met 1 januari 1999.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Onze Minister beslist binnen vier maanden op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 28-04-1999 01-01-1999 Werkt terug tot en met 1 januari 1999.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 26-08-2009
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 2009 353 25-08-2009 12-08-2009 26-08-2009
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1999. 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 1999 181 27-04-1999 07-04-1999 28-04-1999 01-01-1999 Werkt terug tot en met 1 januari 1999.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit raad voor rechtsbijstand. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010