Besluit van 6 augustus 1999, houdende vaststelling van de algemene berekeningswijze van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs, de educatie en de landelijke organen, alsmede vaststelling van voorschriften over het informatieverkeer, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (Uitvoeringsbesluit WEB)
- BWB-id
- BWBR0010646
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-08-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010646
- ELI
- /eli/nl/amvb/1999/uitvoeringsbesluit-web
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1999/uitvoeringsbesluit-web/2024-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010646&g=2024-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010646&z=2026-06-06&g=2024-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010646/2024-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1999/uitvoeringsbesluit-web
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen wet: Wet educatie en beroepsonderwijs . 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Uitbreiding grondslag#
Artikel 1.2 Uitbreiding grondslag artikelen 2.6.2, eerste lid 2.6.3, eerste lid 6.1.4b, tweede lid, van de wet Dit besluit berust mede op de,en. 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 2.1.1 — Artikel 2.1.1 Reikwijdte hoofdstuk 2#
Artikel 2.1.1 Reikwijdte hoofdstuk 2 1 Hoofdstuk 2 artikel 1.1.1 van de wet is van toepassing op instellingen als bedoeld in. 2 6 6a artikel 12.3.8 van de wet De paragrafenenhebben mede betrekking op de ingenoemde instituten. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-08-2022
Artikel 2.1.2 — Artikel 2.1.2 hoofdstuk 2 Begripsbepalingen#
Artikel 2.1.2 hoofdstuk 2 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: basisberoepsopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, van de wet opleiding als bedoeld in; bbl-student: student die is ingeschreven voor een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg; bol-student: student die is ingeschreven voor een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg; diploma van een beroepsopleiding: artikel 2.1.1 van de wet door een examencommissie uitgereikt bewijsstuk dat met goed gevolg is afgelegd het examen van een beroepsopleiding die op grond vanvoor bekostiging in aanmerking komt, alsmede van een opleiding die niet langer wordt bekostigd op grond van artikel 2.1.1 van de wet; entreeopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de wet opleiding als bedoeld in; middenkaderopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d, van de wet opleiding als bedoeld in; opleiding: artikel 2.1.1 van de wet beroepsopleiding die op grond vanvoor bekostiging in aanmerking komt; specialistenopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel e, van de wet opleiding als bedoeld in; vakopleiding: artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c, van de wet opleiding als bedoeld in. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-08-2022
Artikel 2.1.3 — Artikel 2.1.3 Vaststelling omvang landelijk beschikbare budgetten beroepsonderwijs#
Artikel 2.1.3 Vaststelling omvang landelijk beschikbare budgetten beroepsonderwijs 1 Binnen het raam van de door de begrotingswetgever voor het desbetreffende kalenderjaar beschikbaar gestelde middelen, stelt Onze Minister jaarlijks de omvang vast van het landelijk beschikbare budget voor de exploitatiekosten en de huisvestingskosten voor het beroepsonderwijs. 2 Het landelijk beschikbare budget voor de exploitatiekosten en de huisvestingskosten voor het beroepsonderwijs wordt verdeeld in landelijk beschikbare budgetten voor: a. de entreeopleiding, b. de basisberoepsopleiding, en c. de vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding. 3 artikel 2.2.3, eerste lid, van de wet Onze Minister berekent ieder kalenderjaar de som van de betalingen die op grond van, zijn verricht in de periode van 1 januari tot en met 31 oktober van het betreffende kalenderjaar en de betalingen waarvan vaststaat dat ze nog dat kalenderjaar worden verricht. 4 artikel 2.2.3, tweede lid, tweede volzin, van de wet Voorts berekent Onze Minister ieder kalenderjaar de som van het bedrag dat voor de betalingen, bedoeld in het derde lid, was gereserveerd en het bedrag van de middelen die in dat kalenderjaar in mindering zijn gebracht op de rijksbijdrage op grond van een beschikking als bedoeld in. 5 Indien de som, bedoeld in het vierde lid hoger is dan de som, bedoeld in het derde lid, wordt het landelijk beschikbare budget voor de exploitatiekosten en huisvestingskosten voor het betreffende kalenderjaar verhoogd met dat verschil. 2023 446 07-12-2023 29-11-2023 2024 36 21-02-2024 19-02-2024 01-08-2024 Is voor het eerst van toepassing op de rijksbijdrage voor het
kalenderjaar 2025.
Artikel 2.2.1 — Artikel 2.2.1 Berekening rijksbijdrage voor exploitatiekosten en huisvestingskosten beroepsonderwijs#
Artikel 2.2.1 Berekening rijksbijdrage voor exploitatiekosten en huisvestingskosten beroepsonderwijs 1 Onze Minister berekent de rijksbijdrage voor een instelling voor de exploitatiekosten en de huisvestingskosten voor het beroepsonderwijs voor een kalenderjaar door bij elkaar op te tellen: artikelen 2.2.2 2.2.3 zoals deze delen voor het desbetreffende jaar voor de instelling worden berekend op grond van deen. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. a. het rijksbijdragedeel voor de entreeopleiding, b. het rijksbijdragedeel voor de basisberoepsopleiding, en c. het rijksbijdragedeel voor de vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding, 2 artikel 2.6a.1 De op grond van het eerste lid berekende rijksbijdrage wordt vermeerderd met het rijksbijdragedeel voor gehandicapte studenten, zoals dat wordt berekend op grond van. 3 De op grond van het eerste en tweede lid berekende rijksbijdrage kan worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. 2023 446 07-12-2023 29-11-2023 2024 36 21-02-2024 19-02-2024 01-08-2024 Is voor het eerst van toepassing op de rijksbijdrage voor het
kalenderjaar 2025.
Artikel 2.2.2 — Artikel 2.2.2 Berekening rijksbijdragedeel entreeopleiding#
Artikel 2.2.2 Berekening rijksbijdragedeel entreeopleiding 1 Onze Minister berekent het rijksbijdragedeel voor de entreeopleiding volgens de formule: waarbij wordt verstaan onder: ISW ––––– x LB LSW ISW: de op grond van het tweede lid berekende studentenwaarde voor de entreeopleiding van de instelling, afgerond op twee decimalen; LSW: de landelijke studentenwaarde voor de entreeopleiding, zijnde de som van de studentenwaarden voor de entreeopleiding van de instellingen; LB: het landelijk beschikbare budget voor de entreeopleiding. 2 ISW wordt berekend volgens de formule: ∑ [(Sbbl x 0,5 x PF) + (Sbol x PF)] x Cf waarbij wordt verstaan onder: Sbbl: elke student die a. op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor de entreeopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg, b. daadwerkelijk die opleiding volgt en c. artikel 7.2.8, tweede lid, van de wet uiterlijk op 31 december van datzelfde kalenderjaar een overeenkomst als bedoeld inheeft gesloten die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een kwalificatie of kwalificatiedossier, behorend bij die opleiding; Sbol: elke student die op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor de entreeopleiding in de beroepsopleidende leerweg en daadwerkelijk die opleiding volgt; PF: de op grond van het vijfde lid voor de opleiding waarin de student is ingeschreven geldende prijsfactor; Cf: de op grond van het vierde lid berekende correctiefactor tweede teldatum voor de entreeopleiding. 3 Vervallen. 4 Cf wordt als volgt berekend: In deze formule wordt verstaan onder: [Sbbl1 x 0,5 + Sbol1]+ [Sbbl2 x 0,5 + Sbol2] 2 x[Sbbl1 x 0,5 + Sbol1] Sbbl1: het aantal bbl-studenten dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor de entreeopleiding en daadwerkelijk die opleiding volgt; Sbol1: het aantal bol-studenten dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling staat ingeschreven voor een entreeopleiding en daadwerkelijk die opleiding volgt; Sbbl2: het aantal bbl-studenten dat op 1 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor de entreeopleiding en daadwerkelijk die opleiding volgt; Sbol2: het aantal bol-studenten dat op 1 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling staat ingeschreven voor een entreeopleiding en daadwerkelijk die opleiding volgt. 5 PF wordt bij ministeriële regeling vastgesteld voor elke opleiding. 6 artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de wet Voor de berekening, bedoeld in dit artikel, tellen de studenten die op de genoemde tijdstippen voor de assistentopleiding, bedoeld inzoals dat onderdeel luidde op 31 juli 2014, zijn ingeschreven als ingeschreven studenten voor de entreeopleiding. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 2.2.3 — Artikel 2.2.3 Berekening rijksbijdragedeel basisberoepsopleiding en rijksbijdragedeel vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding#
Artikel 2.2.3 Berekening rijksbijdragedeel basisberoepsopleiding en rijksbijdragedeel vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding 1 Onze Minister berekent het rijksbijdragedeel voor de basisberoepsopleiding en het rijksbijdragedeel voor de vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding volgens de formule: waarbij het rijksbijdragedeel voor de basisberoepsopleiding wordt berekend aan de hand van de gegevens die betrekking hebben op de basisberoepsopleiding en het rijksbijdragedeel voor de vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding wordt berekend aan de hand van de gegevens die betrekking hebben op de vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding, en waarbij wordt verstaan onder: ISW : de op grond van het tweede lid berekende studentenwaarde voor de basisberoepsopleiding respectievelijk de vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding van de instelling, afgerond op twee decimalen; IDiW : de op grond van het zesde lid berekende diplomawaarde voor de basisberoepsopleiding respectievelijk de vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding, afgerond op twee decimalen; LSW : de landelijke studentenwaarde voor de basisberoepsopleiding respectievelijk de vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding, zijnde de som van de ISW van alle instellingen; LDiW : de landelijke diplomawaarde voor de basisberoepsopleiding respectievelijk de vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding, zijnde de som van de diplomawaarden van alle instellingen; LB : het landelijk beschikbare budget voor de basisberoepsopleiding respectievelijk het landelijk beschikbare budget voor de vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding. ISW + IDiW ------------- x LB LSW + LDiW 2 ISW wordt berekend volgens de formule: Σ [(Sbbl x 0,4 x PF) + (Sbol x PF)] x 0,8 x Cf waarbij wordt verstaan onder: Sbbl : elke student die Sbol : elke student die op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor de basisberoepsopleiding respectievelijk de vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding in de beroepsopleidende leerweg en daadwerkelijk die opleiding volgt; PF : de op grond van het vierde lid voor de opleiding waarin de student is ingeschreven geldende prijsfactor; Cf: de op grond van het vijfde lid berekende correctiefactor tweede teldatum voor de basisberoepsopleiding respectievelijk de vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding. a. op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor de basisberoepsopleiding respectievelijk de vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg, b. daadwerkelijk die opleiding volgt, en c. artikel 7.2.8, tweede lid, van de wet uiterlijk op 31 december van datzelfde kalenderjaar een overeenkomst als bedoeld inheeft gesloten die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een kwalificatie of kwalificatiedossier, behorend bij die opleiding, en 1° daadwerkelijk op die datum die opleiding in de praktijk van het beroep volgt, dan wel 2° artikel 7.2.4, eerste lid, van de wet indien een student een opleiding volgt waarvoor kwalificaties als bedoeld inzijn vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uiterlijk op 1 juni van het kalenderjaar daarop volgend de opleiding in de praktijk van het beroep volgt; 3 Vervallen. 4 PF wordt bij ministeriële regeling vastgesteld voor elke opleiding. 5 Cf wordt als volgt berekend: In deze formule wordt verstaan onder: Sbbl1 : het aantal bbl-studenten dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor de basisberoepsopleiding respectievelijk de vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding en daadwerkelijk die opleiding volgt; Sbol1 : het aantal bol-studenten dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling staat ingeschreven voor de basisberoepsopleiding respectievelijk de vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding en daadwerkelijk die opleiding volgt; Sbbl2 : het aantal bbl-studenten dat op 1 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor de basisberoepsopleiding respectievelijk de vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding en daadwerkelijk die opleiding volgt; Sbol2 : het aantal bol-studenten dat op 1 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling staat ingeschreven voor de basisberoepsopleiding respectievelijk de vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding en daadwerkelijk die opleiding volgt. [Sbbl1 x 0,4 + Sbol1]+ [Sbbl2 x 0,4 + Sbol2] ---------------------------------------------------- 2 x [Sbbl1 x 0,4 + Sbol1] 6 IDiW wordt berekend volgens de formule: IDiW = Σ {[(S x DiW - DiE) + DS] x 0,2} waarbij wordt verstaan onder: S : elke student die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling een diploma van een basisberoepsopleiding respectievelijk een vakopleiding of middenkaderopleiding heeft behaald; DiW : de diplomawaarde; DiW bedraagt voor: DiE : DiW van het hoogste door S eerder behaalde diploma van een basisberoepsopleiding, een vakopleiding of een middenkaderopleiding; DS : de diplomawaarde voor een specialistenopleiding bedraagt 2 voor elke student die een diploma van een specialistenopleiding heeft behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar, en niet eerder een diploma van een specialistenopleiding heeft behaald. artikel 2.2.2, tweede lid, onderdeel b, van de wet Onder student wordt mede begrepen de extraneus, bedoeld in. Indien het eerder behaalde diploma, bedoeld in DiE van een hoger niveau is dan het diploma bedoeld in S, dan wordt het diploma bedoeld in S buiten beschouwing gelaten. Indien in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar meerdere diploma’s op dezelfde datum zijn afgegeven, telt steeds het laagste diploma als het eerder behaalde diploma. Indien een diploma is behaald door een student die drie aaneengesloten voorgaande kalenderjaren niet op 1 oktober was ingeschreven, blijven diploma’s behaald voorafgaand aan deze onderbreking buiten beschouwing. – een basisberoepsopleiding: 1, – een vakopleiding: 3, – een middenkaderopleiding: 5; 2023 446 07-12-2023 29-11-2023 2024 36 21-02-2024 19-02-2024 01-08-2024 Is voor het eerst van toepassing op de rijksbijdrage voor het
kalenderjaar 2025.
Artikel 2.2.4 — Artikel 2.2.4 Aangepaste berekening bij fusie en splitsing van instellingen#
Artikel 2.2.4 Aangepaste berekening bij fusie en splitsing van instellingen 1 paragraaf 2 In geval van fusie van instellingen betrekt Onze Minister bij de toepassing vande gegevens van de instellingen die in de gefuseerde instelling zijn opgegaan en berekent de bijdrage voor de gefuseerde instelling op basis van die gegevens. 2 paragraaf 2 In geval van splitsing van instellingen betrekt Onze Minister bij de toepassing vande afspraken omtrent de toerekening van de gegevens aan elk van de instellingen die daarover door de betrokken bevoegde gezagsorganen zijn gemaakt, blijkend uit een door die bevoegde gezagsorganen aan Onze Minister overgelegde en ondertekende verklaring dienaangaande. 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 2.2.5 — Artikel 2.2.5 Indienen gegevens; vaststelling bekostigingsgegevens bij te late indiening#
Artikel 2.2.5 Indienen gegevens; vaststelling bekostigingsgegevens bij te late indiening 1 artikelen 4, eerste lid, onderdelen c, e en f 5, eerste lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdeel a of c 6, vijfde lid 7, vijfde lid, onderdelen a tot en met c 8, zesde lid, onderdelen a en c, van het Besluit register onderwijsdeelnemers artikel 2.2.4, vijfde lid, van de wet De gegevens, bedoeld in de,,,, enen de verklaring, bedoeld inworden uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar ingediend bij Onze Minister. Indien Onze Minister van een instelling de gegevens, bedoeld in de eerste volzin, niet uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, heeft ontvangen en hierdoor niet tijdig over de gegevens kan beschikken, kan Onze Minister de hoogte van de rijksbijdrage voor deze instelling voor het desbetreffende kalenderjaar vaststellen conform de voorschriften in het tweede tot en met vierde lid. 2 artikel 2.2.1 artikel 2.2.2 artikel 2.2.3 Bij de toepassing vanwordt voor een instelling als bedoeld in het eerste lid, bij de berekening van de rijksbijdrage voor exploitatiekosten en huisvestingskosten voor het beroepsonderwijs in afwijking vanen, de uitkomst van het gedeelte van de formule boven de streep zoals vermeld in het eerste lid van die artikelen, vastgesteld op de uitkomst van dat deel van de formule van het voorgaande kalenderjaar. 3 artikelen 4, eerste lid, onderdelen c, e en f 5, eerste lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdeel a of c 6, vijfde lid 7, vijfde lid, onderdelen a tot en met c 8, zesde lid, onderdelen a en c, van het Besluit register onderwijsdeelnemers De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar de gegevens, bedoeld in de,,,, en, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister. 4 artikel 2.2.2 artikel 2.2.3 Indien toepassing vanenmet gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het derde lid, leidt tot een lagere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het tweede lid, wordt die lagere rijksbijdrage vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het derde lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het tweede lid. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 2.2.6 — Artikel 2.2.6 Aangepaste berekening bij fusie van instellingen en splitsing van werkzaamheden#
Artikel 2.2.6 Aangepaste berekening bij fusie van instellingen en splitsing van werkzaamheden Vervallen 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 2.2.7 — Artikel 2.2.7 Indienen gegevens; vaststelling bekostigingsgegevens bij te late indiening#
Artikel 2.2.7 Indienen gegevens; vaststelling bekostigingsgegevens bij te late indiening Vervallen 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 2.3.1 — Artikel 2.3.1 Wet educatie en beroepsonderwijs Wet op het voortgezet onderwijs Uitzondering toepassing bekostigingsbepalingenenop voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd aan agrarische opleidingscentra#
Artikel 2.3.1 Wet educatie en beroepsonderwijs Wet op het voortgezet onderwijs Uitzondering toepassing bekostigingsbepalingenenop voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd aan agrarische opleidingscentra Vervallen 2006 136 16-03-2006 30-01-2006 2006 136 16-03-2006 30-01-2006 17-03-2006
Artikel 2.3.2 — Artikel 2.3.2 Berekening rijksbijdrage voorbereidend beroepsonderwijs#
Artikel 2.3.2 Berekening rijksbijdrage voorbereidend beroepsonderwijs Vervallen 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-08-2022
Artikel 2.4.1 — Artikel 2.4.1 Berekening rijksbijdrage huisvestingskosten scholengemeenschap of AOC#
Artikel 2.4.1 Berekening rijksbijdrage huisvestingskosten scholengemeenschap of AOC Vervallen 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel 2.5.1 — Artikel 2.5.1 Begripsbepalingen paragraaf 5#
Artikel 2.5.1 Begripsbepalingen paragraaf 5 Vervallen 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 2.5.2 — Artikel 2.5.2 Toevoeging aan de rijksbijdrage#
Artikel 2.5.2 Toevoeging aan de rijksbijdrage Vervallen 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 2.5.2a — Artikel 2.5.2a Vermindering van de rijksbijdrage#
Artikel 2.5.2a Vermindering van de rijksbijdrage Vervallen 2005 584 29-11-2005 03-11-2005 2005 647 20-12-2005 05-12-2005 01-01-2006
Artikel 2.5.3 — Artikel 2.5.3 Voorlopige inhouding; definitieve vaststelling#
Artikel 2.5.3 Voorlopige inhouding; definitieve vaststelling Vervallen 2005 584 29-11-2005 03-11-2005 2005 647 20-12-2005 05-12-2005 01-01-2006
Artikel 2.6.1 — Artikel 2.6.1 Vermindering rijksbijdrage#
Artikel 2.6.1 Vermindering rijksbijdrage 1 Onze Minister brengt op de rijksbijdrage voor een instelling voor een kalenderjaar een bedrag in mindering volgens de formule: (Sbbl3 x DC1) + (Sbbl4 x DC2), waarin is: artikelen 2.2.2, tweede lid 2.2.3, tweede lid Sbbl3: Sbbl, bedoeld in de, en, voor de entreeopleiding en de basisberoepsopleiding; artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 DC1: het cursusgeld per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar, bedoeld in, voor de entreeopleiding en de basisberoepsopleiding; artikel 2.2.3, tweede lid Sbbl4: Sbbl, bedoeld in, voor de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding; artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 DC2: het cursusgeld per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar, bedoeld in, voor de vakopleiding, de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding. 2 Bij de berekening van het in het eerste lid bedoelde bedrag telt het aantal bbl-studenten Sbbl3 en Sbbl4 dat op 1 augustus van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar de leeftijd van 18 nog niet heeft bereikt, niet mee. 2023 446 07-12-2023 29-11-2023 2024 36 21-02-2024 19-02-2024 01-08-2024 Is voor het eerst van toepassing op de rijksbijdrage voor het
kalenderjaar 2025.
Artikel 2.6a.1 — Artikel 2.6a.1 Vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel#
Artikel 2.6a.1 Vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel 1 Onze Minister stelt jaarlijks het landelijk beschikbare budget vast ten behoeve van de kosten voor gehandicapte studenten. 2 artikelen 2.2.2 2.2.3 Onze Minister verdeelt het voor een kalenderjaar vastgestelde budget ten behoeve van de gehandicapte studenten over de instellingen naar rato van het totaal van de voor dat kalenderjaar op grond van deenberekende rijksbijdragedelen voor die instelling. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 2.7.1 — Artikel 2.7.1 Reikwijdte#
Artikel 2.7.1 Reikwijdte Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 2.7.2 — Artikel 2.7.2 Bedragen leerlinggebonden financiering#
Artikel 2.7.2 Bedragen leerlinggebonden financiering Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 2.7.3 — Artikel 2.7.3 Vergoeding regionaal expertisecentrum#
Artikel 2.7.3 Vergoeding regionaal expertisecentrum Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 2a.1.1 — Artikel 2a.1.1 Reikwijdte hoofdstuk 2a#
Artikel 2a.1.1 Reikwijdte hoofdstuk 2a Dit hoofdstuk is van toepassing op regionale opleidingscentra. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel 2a.1.2 — Artikel 2a.1.2 Begripsbepalingen hoofdstuk 2a#
Artikel 2a.1.2 Begripsbepalingen hoofdstuk 2a In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. artikel 7.3.1., eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 2.1.2, eerste lid, van de wet opleiding vavo: een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in, die op grond vanvoor bekostiging in aanmerking komt; b. artikel 7.4.6 artikel 7.4.11, vijfde lid, van de wet diploma vavo: diploma als bedoeld injuncto. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 2a.1.3 — Artikel 2a.1.3 Vaststelling omvang landelijk beschikbaar budget voortgezet algemeen volwassenenonderwijs#
Artikel 2a.1.3 Vaststelling omvang landelijk beschikbaar budget voortgezet algemeen volwassenenonderwijs Binnen het raam van de door de begrotingswetgever voor het desbetreffende kalenderjaar beschikbaar gestelde middelen, stelt Onze Minister jaarlijks de omvang vast van het landelijk beschikbare budget voor de exploitatiekosten en huisvestingskosten voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. 2014 148 09-04-2014 17-03-2014 2014 148 09-04-2014 17-03-2014 10-04-2014
Artikel 2a.2.1 — Artikel 2a.2.1 Berekening rijksbijdrage exploitatie- en huisvestingskosten vavo#
Artikel 2a.2.1 Berekening rijksbijdrage exploitatie- en huisvestingskosten vavo 1 Onze Minister berekent de rijksbijdrage voor exploitatie- en huisvestingskosten vavo volgens de formule: Waarbij wordt verstaan onder: De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. (ISW x 0,4) + (IVW x 0,5) + (IDiW x 0,1) ––––––––––––––––––––––––––––––––––––– x LB (LSW x 0,4) + (LVW x 0,5)+ (LDiW x 0,1) ISW: het aantal vavo-studenten dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor een opleiding vavo en daadwerkelijk die opleiding volgt; IVW: het aantal vakken van het eindexamen of deeleindexamen dat in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar bij de desbetreffende instelling is afgesloten met een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering door bij die instelling ingeschreven vavo-studenten; IDiW: het aantal diploma’s vavo dat in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar door de examencommissie van de desbetreffende instelling is afgegeven aan bij die instelling ingeschreven vavo-studenten; LSW: het aantal vavo-studenten dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar is ingeschreven voor een opleiding vavo bij alle instellingen tezamen LVW: het aantal vakken van het eindexamen of deeleindexamen dat in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar bij alle instellingen tezamen door vavo-studenten is afgesloten met een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering; LDiW: het aantal diploma’s vavo dat in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar door de examencommissies van alle instellingen tezamen is afgegeven aan vavo-studenten; LB: het landelijk beschikbare budget voor het vavo. 2 artikel 2a.3.1 De op grond van het eerste lid berekende rijksbijdrage wordt vermeerderd met het rijksbijdragedeel voor gehandicapte vavo-studenten, zoals dat wordt berekend op grond van. 3 De op grond van het eerste en tweede lid berekende rijksbijdrage kan worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 2a.2.2 — Artikel 2a.2.2 Aangepaste berekening bij fusie van instellingen en splitsing van werkzaamheden#
Artikel 2a.2.2 Aangepaste berekening bij fusie van instellingen en splitsing van werkzaamheden 1 paragraaf 2 In geval van fusie van instellingen betrekt Onze Minister bij de toepassing vande gegevens van de instellingen die in de gefuseerde instelling zijn opgegaan en berekent de bijdrage voor de gefuseerde instelling op basis van die gegevens. 2 paragraaf 2 In geval van splitsing van instellingen betrekt Onze Minister bij de toepassing vande afspraken omtrent de toerekening van de gegevens aan elk van de instellingen die daarover door de betrokken bevoegde gezagsorganen zijn gemaakt, blijkend uit een door die bevoegde gezagsorganen aan Onze Minister overgelegde en ondertekende verklaring dienaangaande. 2014 148 09-04-2014 17-03-2014 2014 148 09-04-2014 17-03-2014 10-04-2014
Artikel 2a.2.3 — Artikel 2a.2.3 Indienen gegevens; vaststelling bekostigingsgegevens bij te late indiening#
Artikel 2a.2.3 Indienen gegevens; vaststelling bekostigingsgegevens bij te late indiening 1 artikelen 4, eerste lid, onderdelen c, e en f 5, eerste lid, en derde lid, onder c 6, vierde lid, onderdelen b en c 7, vierde lid, van het Besluit register onderwijsdeelnemers artikel 2.2a.4, vijfde lid, van de wet De gegevens, bedoeld in de,,, en, en de verklaring, bedoeld in, worden uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar ingediend bij Onze Minister. Indien Onze Minister van een instelling de gegevens, bedoeld in de eerste volzin, niet uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, heeft ontvangen en hierdoor niet tijdig over de gegevens kan beschikken, kan Onze Minister de hoogte van de rijksbijdrage voor deze instelling voor het desbetreffende kalenderjaar vaststellen conform de voorschriften in het tweede tot en met vierde lid. 2 artikel 2a.2.1 Bij de toepassing vanwordt voor een instelling als bedoeld in het eerste lid, bij de berekening van de rijksbijdrage, in afwijking van artikel 2a.2.1, eerste lid, de uitkomst van het gedeelte van de formule boven de streep, zoals vermeld in het eerste lid van die artikelen, vastgesteld op de uitkomst van dat deel van de formule van het voorgaande kalenderjaar. 3 artikelen 4, eerste lid, onderdelen c, e en f 5, eerste lid, en derde lid, onder c 6, vierde lid, onderdelen b en c 7, vierde lid, van het Besluit register onderwijsdeelnemers De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar de gegevens, bedoeld in de,,, en, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister. 4 artikel 2a.2.1 Indien toepassing van, met gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het derde lid, leidt tot een lagere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het tweede lid, wordt die lagere rijksbijdrage vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het derde lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het tweede lid. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 2a.3.1 — Artikel 2a.3.1 Vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel#
Artikel 2a.3.1 Vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel 1 Onze minister stelt jaarlijks het landelijk beschikbare budget vast ten behoeve van de kosten voor gehandicapte vavo-studenten. 2 artikel 2a.2.1, eerste lid Onze minister verdeelt het voor een kalenderjaar vastgestelde budget ten behoeve van gehandicapte vavo-studenten over de instellingen naar rato van de voor dat kalenderjaar op grond van, berekende rijksbijdrage voor die instelling. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 2b.1.1 — Artikel 2b.1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 2b.1.1 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. instelling: artikel 1.1.1 van de wet artikel 12.3.8 van de wet instelling als bedoeld inof instituut als bedoeld in; b. uitkeringskosten: Ziektewet kosten van werkloosheidsuitkeringen alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de, voortvloeiend uit een dienstbetrekking aan een instelling. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel 2b.1.2 — Artikel 2b.1.2 Vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel#
Artikel 2b.1.2 Vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel 1 Onze Minister stelt jaarlijks het landelijk beschikbare budget vast ten behoeve van uitkeringskosten voor het beroepsonderwijs en het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. 2 Onze Minister verdeelt het voor een kalenderjaar vastgestelde budget ten behoeve van uitkeringskosten over de instellingen naar rato van de som van de voor een instelling: a. artikel 2.2.1, eerste lid op grond van, berekende rijksbijdrage beroepsonderwijs, en b. artikel 2a.2.1, eerste lid op grond van, berekende rijksbijdrage vavo. 3 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-08-2022
Artikel 3.1.1 — Artikel 3.1.1 hoofdstuk 3 Reikwijdte#
Artikel 3.1.1 hoofdstuk 3 Reikwijdte artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f, van de wet Dit hoofdstuk heeft betrekking op opleidingen educatie als bedoeld in. 2014 536 22-12-2014 10-12-2014 2014 536 22-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.1.2 — Artikel 3.1.2 hoofdstuk 3 Begripsbepalingen#
Artikel 3.1.2 hoofdstuk 3 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. CBS: Centraal bureau voor de statistiek; b. contactgemeente: artikel 2.3.1, tweede lid, van de wet contactgemeente als bedoeld in; c. regio educatie: artikel 2.3.1, tweede lid, van de wet regio als bedoeld in; d. uitkering educatie: artikel 2.3.2, van de wet uitkering als bedoeld in; e. volwassen inwoner: persoon van achttien jaar of ouder die als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen. 2014 536 22-12-2014 10-12-2014 2014 536 22-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.2.1 — Artikel 3.2.1 Berekening uitkering educatie vanaf 2018#
Artikel 3.2.1 Berekening uitkering educatie vanaf 2018 1 De uitkering educatie die per kalenderjaar aan een college van burgemeester en wethouders van een contactgemeente van een regio educatie wordt verstrekt, is de som van de bedragen die voor elk van de tot die regio educatie behorende gemeenten wordt berekend volgens de volgende formule: waarbij wordt verstaan onder: Og: Het door het CBS op verzoek van Onze Minister berekende gemiddelde percentage inwoners van de gemeente van 15 tot en met 75 jaar met een opleiding op ten hoogste het niveau van het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de uitkering wordt vastgesteld, vermenigvuldigd met het door het CBS op verzoek van Onze Minister berekende aantal volwassen inwoners van de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de uitkering wordt vastgesteld; On: de som van de uitkomsten van bovenbedoeld Og voor alle Nederlandse gemeenten tezamen; Ag: Het door het CBS op verzoek van Onze Minister berekende aantal volwassen inwoners van de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de uitkering wordt vastgesteld, waarvoor geldt dat beide ouders of de volwassen inwoner zelf en één ouder geboren zijn in een van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije. An: de som van de uitkomsten van bovenbedoeld AG voor alle Nederlandse gemeenten tezamen; Bg: Het aantal WWB-uitkeringen aan personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de uitkering wordt vastgesteld; Bn: de som van bovenbedoeld Bg voor alle Nederlandse gemeenten tezamen; Ib: het totale bedrag dat door Onze Minister beschikbaar is gesteld voor uitkeringen educatie voor alle regio’s educatie voor het jaar waarvoor de uitkering wordt vastgesteld. 2 De uitkomst van de berekening op grond van het eerste lid wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 3 Jaarlijks wordt in januari de voor dat kalenderjaar vastgestelde uitkering educatie betaald aan de contactgemeente. 2014 536 22-12-2014 10-12-2014 2014 536 22-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.2.2 — Artikel 3.2.2 Aanpassing uitkering educatie bij gemeentelijke herindeling#
Artikel 3.2.2 Aanpassing uitkering educatie bij gemeentelijke herindeling Wet algemene regels herindeling artikel 3.2.1 Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie als bedoeld in deworden de gegevens waarmee de berekeningen op grond vanworden uitgevoerd, vastgesteld op basis van een redelijke schatting van de toestand van die gegevens zoals die zou zijn geweest als de wijziging op de datum waarop die gegevens betrekking hebben, reeds was ingegaan. 2014 536 22-12-2014 10-12-2014 2014 536 22-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.3.1 — Artikel 3.3.1 Reserveringsregeling#
Artikel 3.3.1 Reserveringsregeling 1 Indien in een kalenderjaar de uitkering educatie niet volledig is besteed, kan het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente het niet bestede bedrag tot maximaal 25% van de voor dat jaar toegekende uitkering educatie reserveren voor opleidingen educatie in het daaropvolgende kalenderjaar. 2 Indien in een kalenderjaar meer dan de uitkering educatie is besteed aan opleidingen educatie, kan het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente het meer bestede bedrag tot maximaal 25% van de voor dat jaar toegekende uitkering educatie ten laste brengen van de uitkering educatie voor het daaropvolgende kalenderjaar. 3 In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders van een contactgemeente maximaal 50% van de voor het kalenderjaar 2020 toegekende uitkering educatie reserveren voor opleidingen educatie in het kalenderjaar 2021. 4 In afwijking van het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders van een contactgemeente maximaal 50% van de voor het kalenderjaar 2021 toegekende uitkering educatie reserveren voor opleidingen educatie in het kalenderjaar 2022. 2021 207 29-04-2021 15-04-2021 2021 207 29-04-2021 15-04-2021 30-04-2021 31-12-2020
Artikel 4.1.1 — Artikel 4.1.1 Vorming, wijziging of beëindiging#
Artikel 4.1.1 Vorming, wijziging of beëindiging Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een verticale scholengemeenschap slechts met ingang van een bepaald tijdstip kan worden gevormd, gewijzigd of beëindigd. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel 4.1.2 — Artikel 4.1.2 Aanvraagprocedure#
Artikel 4.1.2 Aanvraagprocedure Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de aanvraagprocedure voor de vorming, wijziging of beëindiging van een verticale scholengemeenschap. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel 4.1.3 — Artikel 4.1.3 Postcodegebied#
Artikel 4.1.3 Postcodegebied Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een percentage van de leerlingen van de school of scholengemeenschap die deel uitmaakt van de verticale scholengemeenschap ten minste afkomstig is uit hetzelfde postcodegebied als de studenten van de instelling die deel uitmaakt van die verticale scholengemeenschap. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel 4.2.1 — Artikel 4.2.1 Berekening rijksbijdrage huisvestingskosten#
Artikel 4.2.1 Berekening rijksbijdrage huisvestingskosten 1 artikel 2.6.3, eerste lid, van de wet De rijksbijdrage voor de huisvestingskosten van een school of scholengemeenschap als bedoeld in, wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar aan de school of scholengemeenschap was ingeschreven, te vermenigvuldigen met een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. 2 Artikel 2.2.4 is van overeenkomstige toepassing op een school of scholengemeenschap die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-08-2022
Artikel 4a.1 — Artikel 4a.1 Begripsbepalingen studiesucces#
Artikel 4a.1 Begripsbepalingen studiesucces In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: beroepsopleiding op niveau 2, 3 of 4: artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, en derde lid, van de wet basisberoepsopleiding en daarmee beroepsopleiding van het tweede niveau, vakopleiding en daarmee beroepsopleiding van het derde niveau, dan wel middenkader- of specialistenopleiding en daarmee beroepsopleiding van het vierde niveau als bedoeld in; diploma: artikel 7.4.6, eerste en tweede lid, van de wet getuigschrift dat een beroepsopleiding met goed gevolg is afgesloten als bedoeld in; extraneus: artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet degene die uitsluitend wordt toegelaten tot examenvoorzieningen als bedoeld in; gediplomeerde: student of extraneus die een diploma heeft behaald bij de instelling voor een beroepsopleiding op niveau 2, 3 of 4; instellingsverlater: student of extraneus die op 1 oktober was ingeschreven voor een beroepsopleiding bij de instelling en niet op 1 oktober van het daarop volgende jaar; jaartijdvak: tijdvak van 1 oktober tot en met 30 september van het daarop volgende jaar. 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 4a.2 — Artikel 4a.2 Maatstaven studiesucces bekostigd mbo 2-3-4#
Artikel 4a.2 Maatstaven studiesucces bekostigd mbo 2-3-4 1 artikel 6.1.4b, eerste lid, aanhef, van de wet Het studiesucces van een bekostigde beroepsopleiding, bedoeld in, wordt gemeten en beoordeeld aan de hand van de volgende indicatoren: a. jaarresultaat: het aantal gediplomeerden in een jaartijdvak, afgezet tegen hetzelfde aantal gediplomeerden plus het aantal instellingsverlaters zonder diploma in hetzelfde jaartijdvak; b. diplomaresultaat: het aantal gediplomeerde instellingsverlaters in een jaartijdvak, afgezet tegen totaal aantal instellingsverlaters in hetzelfde jaartijdvak; c. startersresultaat: het aantal in een jaartijdvak nieuw ingeschreven studenten dat in dat jaartijdvak het diploma heeft behaald dan wel op 1 oktober van het volgende jaartijdvak nog is ingeschreven bij dezelfde instelling, afgezet tegen het totaal aantal studenten dat in dat jaartijdvak was gestart met de beroepsopleiding. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een entreeopleiding. 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 4a.3 — Artikel 4a.3 Grondslag voor uitvoeringsregels#
Artikel 4a.3 Grondslag voor uitvoeringsregels Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld ter uitvoering van dit hoofdstuk, waaronder de berekeningswijze voor het meten van studiesucces en de normering voor het beoordelen van studiesucces voor beroepsopleidingen op niveau 2, 3 of 4. 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 4a.4 — Artikel 4a.4 Beoordeling studiesucces bekostigd mbo 2-3-4#
Artikel 4a.4 Beoordeling studiesucces bekostigd mbo 2-3-4 artikel 4a.2, eerste lid Een beroepsopleiding heeft voldoende studiesucces indien wordt voldaan aan de bij ministeriële regeling bepaalde norm voor ten minste twee van de in, genoemde indicatoren. 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 4b.1.1 — Artikel 4b.1.1 Reikwijdte hoofdstuk 4b#
Artikel 4b.1.1 Reikwijdte hoofdstuk 4b 1 Paragraaf 2 artikel 1.1.1 van de wet artikel 12.3.8 is van toepassing op personeel en gewezen personeel van een instelling als bedoeld inen personeel en gewezen personeel dat betrokken is onderscheidenlijk was bij een beroepsopleiding aan een instituut als bedoeld in. 2 Paragraaf 3 artikel 1.1.1 van de wet artikel 12.3.8 van de wet is van toepassing op de gegevens van studenten die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest voor een beroepsopleiding aan een instelling als bedoeld inof een instituut als bedoeld in. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel 4b.2.1 — Artikel 4b.2.1 Burgerservicenummer personeel#
Artikel 4b.2.1 Burgerservicenummer personeel bijlage 1 bijlage 4 Het bevoegd gezag maakt gebruik van het burgerservicenummer van een lid van het personeel of gewezen personeel van de instelling bij de gegevensverstrekking, bedoeld inenbij dit besluit. 2014 459 28-11-2014 14-11-2014 2014 459 28-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 4b.2.2 — Artikel 4b.2.2 Wijze van verstrekking#
Artikel 4b.2.2 Wijze van verstrekking Vervallen 2010 159 27-04-2010 23-12-2009 2010 160 27-04-2010 16-03-2010 28-04-2010 01-01-2010
Artikel 4b.2.3 — Artikel 4b.2.3 Tijdstippen van verstrekking#
Artikel 4b.2.3 Tijdstippen van verstrekking Vervallen 2010 159 27-04-2010 23-12-2009 2010 160 27-04-2010 16-03-2010 28-04-2010 01-01-2010
Artikel 4b.2.4 — Artikel 4b.2.4 Verstrekking t.b.v. onderzoek door inspectie#
Artikel 4b.2.4 Verstrekking t.b.v. onderzoek door inspectie Vervallen 2010 159 27-04-2010 23-12-2009 2010 160 27-04-2010 16-03-2010 28-04-2010 01-01-2010
Artikel 4b.3.1 — Artikel 4b.3.1 Gegevens die de minister kan gebruiken#
Artikel 4b.3.1 Gegevens die de minister kan gebruiken Vervallen 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 4b.3.2 — Artikel 4b.3.2 Wijze van raadpleging#
Artikel 4b.3.2 Wijze van raadpleging Vervallen 2010 159 27-04-2010 23-12-2009 2010 160 27-04-2010 16-03-2010 28-04-2010 01-01-2010
Artikel 4b.3.3 — Artikel 4b.3.3 Voorwaarden voor gebruik#
Artikel 4b.3.3 Voorwaarden voor gebruik Vervallen 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 5.1.1 — Artikel 5.1.1 Reikwijdte hoofdstuk 5#
Artikel 5.1.1 Reikwijdte hoofdstuk 5 artikel 1.1.1 van de wet De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op instellingen als bedoeld in. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel 5.1.2 — Artikel 5.1.2 hoofdstuk 5 Begripsbepaling#
Artikel 5.1.2 hoofdstuk 5 Begripsbepaling In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Gegevenswoordenboek: artikel 5.2.1 de opsomming van een door het bevoegd gezag van een instelling te verzamelen gegevens, bedoeld in. 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 31-01-2024
Artikel 5.2.1 — Artikel 5.2.1 Ordening gegevens#
Artikel 5.2.1 Ordening gegevens 1 artikelen 2.2.4 2.3.6 2.5.3 2.5.5 van de wet bijlage 1 De informatieverzameling, bedoeld in de,,en, waarover het bevoegd gezag van een instelling dient te beschikken, bevat de gegevens volgens de beschrijving in het gegevenswoordenboek dat is opgenomen inbij dit besluit. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, die betrekking hebben op de bekostiging, zijn in het desbetreffende gegevenswoordenboek als zodanig aangeduid. 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 01-08-2015 Artikel IV van Stb. 2015/214 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5.2.2 — Artikel 5.2.2 Wijze van beschikbaarstelling gegevens#
Artikel 5.2.2 Wijze van beschikbaarstelling gegevens 1 artikel 5.2.1 Op verzoek van Onze Minister stelt het bevoegd gezag van een instelling gegevens aan hem beschikbaar, die door de instelling op grond vanzijn verzameld. 2 bijlage 4 De beschikbaarstelling geschiedt voor het beroepsonderwijs en het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs overeenkomstigbij dit besluit. 3 In voorkomende gevallen kan Onze Minister bij het verzoek om beschikbaarstelling reeds bij hem bekende gegevens opnemen. 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 01-08-2015 Artikel IV van Stb. 2015/214 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5.2.3 — Artikel 5.2.3 Aanvulling gegevensvraag over bekostiging#
Artikel 5.2.3 Aanvulling gegevensvraag over bekostiging Bij ministeriële regeling kan in bijzondere gevallen een aanvullende vragenlijst ten aanzien van bekostiging worden vastgesteld ter beantwoording door het bevoegd gezag van een instelling. 1999 368 02-09-1999 06-08-1999 1999 368 02-09-1999 06-08-1999 03-09-1999
Artikel 5.2.4 — Artikel 5.2.4 Bewaarplicht gegevens#
Artikel 5.2.4 Bewaarplicht gegevens 1 Het bevoegd gezag van een instelling bewaart de boeken, bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk voor zover het betreft gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid ten aanzien van het beroepsonderwijs en van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gedurende ten minste zeven jaren. 2 Het bevoegd gezag van een instelling bewaart de gegevens die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk op zodanige wijze dat daaruit de voor de vaststelling van de geaggregeerde gegevens van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan. 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 01-08-2015 Artikel IV van Stb. 2015/214 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5.2.5 — Artikel 5.2.5 Regeling controleprotocol#
Artikel 5.2.5 Regeling controleprotocol 1 Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld voor de inrichting en de uitvoering van de controle door de accountant van de boekhouding, de jaarrekening en de administratie van de instellingen. 2 De regels hebben betrekking op de controle op de rechtmatigheid van de verkrijging en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de rijksbijdrage, en de controle op de bekostigingsgegevens, bedoeld in dit besluit. 3 artikel 5.2.1, vierde lid De administratie van de instelling omvat in ieder geval de gegevens, bedoeld in, en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden. 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 01-08-2015 Artikel IV van Stb. 2015/214 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5.2.6 — Artikel 5.2.6 Nadere specificatie gegevens lerarenregister en registervoorportaal#
Artikel 5.2.6 Nadere specificatie gegevens lerarenregister en registervoorportaal Vervallen 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 31-01-2024
Artikel 5.2.7 — Artikel 5.2.7 Aanvullende gegevensverstrekking lerarenregister en registervoorportaal#
Artikel 5.2.7 Aanvullende gegevensverstrekking lerarenregister en registervoorportaal Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2024/14. 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 31-01-2024
Artikel 5.2.8 — Artikel 5.2.8 Nadere specificatie gegevensverstrekking lerarenregister en registervoorportaal#
Artikel 5.2.8 Nadere specificatie gegevensverstrekking lerarenregister en registervoorportaal Vervallen 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 31-01-2024
Artikel 5.2.9 — Artikel 5.2.9 Beschrijving gegevens lerarenregister en registervoorportaal#
Artikel 5.2.9 Beschrijving gegevens lerarenregister en registervoorportaal Vervallen 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 31-01-2024
Artikel 5.2.10 — Artikel 5.2.10 Wijze van levering gegevens lerarenregister en registervoorportaal#
Artikel 5.2.10 Wijze van levering gegevens lerarenregister en registervoorportaal Vervallen 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 2024 14 30-01-2024 24-01-2024 31-01-2024
Artikel 5a.1 — Artikel 5a.1 Reikwijdte hoofdstuk 5a#
Artikel 5a.1 Reikwijdte hoofdstuk 5a artikel 1.1.1 van de wet artikel 12.3.8 van de wet De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op instellingen als bedoeld inen instituten als bedoeld in. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel 5a.1a — Artikel 5a.1a Begripsbepaling#
Artikel 5a.1a Begripsbepaling Vervallen 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 01-08-2015 Artikel IV van Stb. 2015/214 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5a.2 — Artikel 5a.2 Aanduiding belanghebbenden#
Artikel 5a.2 Aanduiding belanghebbenden Het personeel en het gewezen personeel van instellingen zijn in elk geval belanghebbende in de zin van dit hoofdstuk. 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 01-08-2015 Artikel IV van Stb. 2015/214 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5a.3 — Artikel 5a.3 Voorziening bij ontbreken rechtsopvolger#
Artikel 5a.3 Voorziening bij ontbreken rechtsopvolger artikel 12.3.48 van de wet Indien een instelling de taken beëindigt en een rechtsopvolger ontbreekt, waaronder tevens is begrepen het geval van een onherroepelijk vonnis tot faillietverklaring van de desbetreffende instelling, voorzien de bevoegde gezagsorganen van de overige instellingen er gezamenlijk in dat aan de verplichtingen jegens het personeel en het gewezen personeel die uit de wet- en regelgeving voortvloeien, wordt voldaan. De toepassing van de eerste volzin geschiedt met inachtneming van het bepaalde over vermindering van de rijksbijdrage in verband met de kosten van uitkeringen voor gewezen personeel van een instelling die de taken beëindigt in de ministeriële regeling op grond van. 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 01-08-2015 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is. Artikel IV van Stb. 2015/214 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5a.4 — Artikel 5a.4 Maximum-salaris voorzitter college van bestuur en centrale directie#
Artikel 5a.4 Maximum-salaris voorzitter college van bestuur en centrale directie Vervallen 2012 690 28-12-2012 10-12-2012 2012 690 28-12-2012 10-12-2012 01-01-2013
Artikel 6.1.1 — Artikel 6.1.1 Overgangsbepaling bestaande opleidingen; opleidingen in afbouw#
Artikel 6.1.1 Overgangsbepaling bestaande opleidingen; opleidingen in afbouw Vervallen 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 6.1.2 — Artikel 6.1.2 Afwijking risicodeelnemers#
Artikel 6.1.2 Afwijking risicodeelnemers Vervallen 2004 272 24-06-2004 02-06-2004 2004 379 29-07-2004 21-07-2004 30-07-2004
Artikel 6.1.3 — Artikel 6.1.3 Overgangsbepaling huisvestingskosten in verband met decentralisatie huisvesting#
Artikel 6.1.3 Overgangsbepaling huisvestingskosten in verband met decentralisatie huisvesting artikel 2.4.1 artikel 3 artikel 4 artikel 7 artikel 8, van de Regeling bekostiging huisvesting bve-sector 1999 Indien 12% van de rijksbijdrage voor exploitatiekosten en huisvestingskosten beroepsonderwijs voor een kalenderjaar voor een instelling, vermeerderd met het gedeelte van de rijksbijdrage, berekend op grond van, minder bedraagt dan het op grond vanof, alsmede in voorkomende gevallen op grond vanofzoals deze luidde op 31 december 1999, voor het desbetreffende kalenderjaar vastgestelde bedrag voor de desbetreffende instelling, ontvangt de instelling voor het desbetreffende kalenderjaar een aanvulling tot dat bedrag. 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 6.1.4 — Artikel 6.1.4 Overgangsbepaling 2015–2018 wijziging berekening rijksbijdrage in verband met aanpassingen mbo-bekostiging#
Artikel 6.1.4 Overgangsbepaling 2015–2018 wijziging berekening rijksbijdrage in verband met aanpassingen mbo-bekostiging 1 artikel 2.2.1, eerste en tweede lid artikelen 2.2.2, eerste lid en tweede lid 2.4.1, eerste lid Voor de berekening van de overgangsbekostiging beroepsonderwijs van een instelling wordt de rijksbijdrage voor een instelling voor het kalenderjaar 2015, berekend op grond van, zoals dat artikel met ingang van 1 augustus 2014 luidt, vergeleken met de rijksbijdrage voor beroepsonderwijs zoals die voor het kalenderjaar 2015 zou zijn vastgesteld volgens de berekeningswijze op grond van de, en, zoals deze luidden op 31 juli 2014. 2 artikel 2.1.3, eerste lid artikel 12.4.1, tweede lid, van de wet Bij de uitvoering van de vergelijking bedoeld in het eerste lid wordt bij de berekening van de rijksbijdrage voor 2015 volgens de berekeningswijze op grond van de in het eerste lid genoemde artikelen zoals die luidden op 31 juli 2014, uitgegaan van het landelijk beschikbare budget, bedoeld in, voor 2015, verminderd met het voor alle instellingen vastgestelde budget, bedoeld in. De aldus berekende rijksbijdrage van een instelling wordt verhoogd met het bedrag dat voor die instelling op grond van artikel 12.4.1, tweede lid, van de wet is berekend. Dit bedrag wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 3 Indien uit de vergelijking bedoeld in het eerste lid blijkt dat de in dat lid eerstgenoemde rijksbijdrage voor een instelling hoger is dan de laatstgenoemde rijksbijdrage, wordt eerstgenoemde rijksbijdrage voor 2015 verminderd met 80% van het verschil tussen beide berekende rijksbijdragen. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 4 Indien uit de vergelijking bedoeld in het eerste lid blijkt dat de in dat lid eerstgenoemde rijksbijdrage voor een instelling lager is dan de laatstgenoemde rijksbijdrage, wordt eerstgenoemde rijksbijdrage voor 2015 aangevuld met 80% van het verschil tussen beide berekende rijksbijdragen. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 5 Indien aan een instelling voor het kalenderjaar 2015 een bedrag in mindering wordt gebracht op grond van het derde lid, wordt aan die instelling voor de kalenderjaren 2016, 2017 en 2018 60%, 40% respectievelijk 20% van het verschil bedoeld in het derde lid in mindering gebracht. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 6 Indien een instelling voor het kalenderjaar 2015 een aanvulling ontvangt op grond van het vierde lid, ontvangt die instelling voor de kalenderjaren 2016, 2017 en 2018 aanvullingen van 60%, 40% respectievelijk 20% van het verschil bedoeld in het vierde lid. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 7 Indien uit de vergelijking bedoeld in het eerste lid blijkt dat de eerstgenoemde rijksbijdrage voor een instelling meer dan 4% lager is dan de laatstgenoemde rijksbijdrage, kan Onze Minister ter voorkoming van een zodanig financieel nadeel voor die instelling dat de continuïteit van de instelling in gevaar komt, aanvullende bekostiging verstrekken aan die instelling naast de aanvulling bedoeld in het zesde lid. 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 6.1.5 — Artikel 6.1.5 Overgangsbepaling vaststelling bekostigingsgegevens bij te late indiening#
Artikel 6.1.5 Overgangsbepaling vaststelling bekostigingsgegevens bij te late indiening 1 artikel 2.2.5, eerste lid artikel 6.1.4 Indien een instelling de gegevens en de verklaring, bedoeld in, ten behoeve van de bekostiging voor het kalenderjaar 2015 niet tijdig indient, kan Onze Minister, in afwijking van artikel 2.2.5, de rijksbijdrage voor het kalenderjaar 2015 en, in afwijking van, de overgangsbekostiging voor de kalenderjaren 2015 tot en met 2018 voor deze instelling voorlopig vaststellen met gebruik van de gegevens van het kalenderjaar 2012, respectievelijk het studiejaar 2012–2013. 2 artikel 2.5.5a, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, h, i, l, m en n, van de wet De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november 2014 de gegevens bedoeld in, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister. 3 artikelen 2.2.2 2.2.3 6.1.4 Indien toepassing van de,enmet gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt tot een lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid, wordt die lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid. 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 6.1.6 — Artikel 6.1.6 Overgangsbepaling 2019-2021 wijziging berekening rijksbijdrage in verband met afschaffing cascadebekostiging#
Artikel 6.1.6 Overgangsbepaling 2019-2021 wijziging berekening rijksbijdrage in verband met afschaffing cascadebekostiging 1 artikelen 2.2.2 2.2.3 2.6a.1 Voor de berekening van de overgangsbekostiging beroepsonderwijs van een instelling wordt de rijksbijdrage voor een instelling voor het kalenderjaar 2019, berekend op grond van de,enzoals die artikelen luiden na inwerkingtreding van artikel I, onderdelen B en C, van het besluit van 12 juli 2018 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WEB met name in verband met het afschaffen van de cascadebekostiging (Stb. 2018, 261), vergeleken met de rijksbijdrage voor beroepsonderwijs zoals die voor het kalenderjaar 2019 zou zijn vastgesteld volgens de berekeningswijze op grond van de artikelen 2.2.2, 2.2.3 en 2.6a.1 zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan die inwerkingtreding. 2 Indien uit de vergelijking, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de in dat lid eerstgenoemde rijksbijdrage voor een instelling hoger is dan de laatstgenoemde rijksbijdrage, wordt eerstgenoemde rijksbijdrage voor 2019 verminderd met 75% van het verschil tussen beide berekende rijksbijdragen. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 3 Indien uit de vergelijking, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de in dat lid eerstgenoemde rijksbijdrage voor een instelling lager is dan de laatstgenoemde rijksbijdrage, wordt eerstgenoemde rijksbijdrage voor 2019 aangevuld met 75% van het verschil tussen beide berekende rijksbijdragen. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 4 Indien aan een instelling voor het kalenderjaar 2019 een bedrag in mindering wordt gebracht op grond van het tweede lid, wordt aan die instelling voor de kalenderjaren 2020 en 2021 50% respectievelijk 25% van het verschil, bedoeld in het tweede lid, in mindering gebracht. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 5 Indien een instelling voor het kalenderjaar 2019 een aanvulling ontvangt op grond van het derde lid, ontvangt die instelling voor de kalenderjaren 2020 en 2021 50% respectievelijk 25% van het verschil, bedoeld in het derde lid. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 2018 261 07-09-2018 12-07-2018 2018 374 31-10-2018 18-10-2018 01-11-2018 Voor het eerst van toepassing op de rijksbijdrage voor het
kalenderjaar 2019.
Artikel 6.1.7 — Artikel 6.1.7 Overgangsbepaling vaststelling bekostigingsgegevens bij te late indiening bekostiging 2019 en overgangsbekostiging 2019-2021#
Artikel 6.1.7 Overgangsbepaling vaststelling bekostigingsgegevens bij te late indiening bekostiging 2019 en overgangsbekostiging 2019-2021 1 artikel 2.2.5, eerste lid artikel 6.1.6 Indien een instelling de gegevens en de verklaring, bedoeld in, ten behoeve van de bekostiging voor het kalenderjaar 2019 niet tijdig indient, kan Onze Minister, in afwijking van artikel 2.2.5, de rijksbijdrage voor het kalenderjaar 2019 en, in afwijking vande overgangsbekostiging voor de kalenderjaren 2019, 2020 en 2022 voor deze instelling voorlopig vaststellen met gebruik van de gegevens van het kalenderjaar 2016, respectievelijk het studiejaar 2016-2017. 2 artikel 2.5.5a, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, h, i, l, m en n, van de wet De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november 2018 de gegevens, bedoeld in, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister. 3 artikelen 2.2.2 2.2.3 6.1.6 Indien toepassing van de,enmet gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt tot een lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid, wordt die lagere rijksbijdrage of overgangsbekostiging vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage of overgangsbekostiging dan vastgesteld op grond van het eerste lid. 2018 261 07-09-2018 12-07-2018 2018 374 31-10-2018 18-10-2018 01-11-2018 Voor het eerst van toepassing op de rijksbijdrage voor het
kalenderjaar 2019.
Artikel 6.1.8 — Artikel 6.1.8 Overgangsbepaling vermindering rijksbijdrage beroepsonderwijs in verband met normatieve inhouding cursusgelden studiejaar 2023–2024#
Artikel 6.1.8 Overgangsbepaling vermindering rijksbijdrage beroepsonderwijs in verband met normatieve inhouding cursusgelden studiejaar 2023–2024 1 artikel 2.6.1 artikel 17 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 Bij de vermindering van de rijksbijdrage, bedoeld in, wordt voor het kalenderjaar 2024 voor de omvang van het cursusgeld, in afwijking van het in artikel 2.6.1 bepaalde omtrent DC1 en DC2, uitgegaan vanzoals dit artikel luidt op 1 januari 2024, en niet van. 2 Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2027. 2023 446 07-12-2023 29-11-2023 2024 36 21-02-2024 19-02-2024 22-02-2024 01-08-2023
Artikel 6.1.9 — Artikel 6.1.9 Overgangsbepaling bij te late indiening bekostigingsgegevens 2025#
Artikel 6.1.9 Overgangsbepaling bij te late indiening bekostigingsgegevens 2025 1 artikel 2.2.5, eerste lid Indien een instelling de gegevens en de verklaring, bedoeld in, ten behoeve van de bekostiging voor het kalenderjaar 2025 niet tijdig indient, kan Onze Minister, in afwijking van artikel 2.2.5, tweede lid, de rijksbijdrage voor het kalenderjaar 2025 voor deze instelling voorlopig vaststellen met gebruik van de voorlopige gegevens van het kalenderjaar 2025. 2 artikel 2.2.3 artikel 2.2.5, derde lid, Indien toepassing vanmet gebruikmaking van de gegevens, bedoeld inleidt tot een lagere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het eerste lid, wordt die lagere rijksbijdrage vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in artikel 2.2.5, derde lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het eerste lid. 3 Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2027. 2023 446 07-12-2023 29-11-2023 2024 36 21-02-2024 19-02-2024 01-08-2024 Is voor het eerst van toepassing op de rijksbijdrage voor het
kalenderjaar 2025.
Artikel 6.2.1 — Artikel 6.2.1 Overgangsbepaling berekening rijksbijdrage exploitatie- en huisvestingskosten en verdeling rijksbijdragedeel gehandicapte deelnemers voor het bekostigingsjaar 2015#
Artikel 6.2.1 Overgangsbepaling berekening rijksbijdrage exploitatie- en huisvestingskosten en verdeling rijksbijdragedeel gehandicapte deelnemers voor het bekostigingsjaar 2015 Vervallen 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 6.2.2 — Artikel 6.2.2 Overgangsbepaling berekening rijksbijdrage exploitatie- en huisvestingskosten en verdeling rijksbijdragedeel gehandicapte deelnemers voor het bekostigingsjaar 2016#
Artikel 6.2.2 Overgangsbepaling berekening rijksbijdrage exploitatie- en huisvestingskosten en verdeling rijksbijdragedeel gehandicapte deelnemers voor het bekostigingsjaar 2016 Vervallen 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 6.2a.1 — Artikel 6.2a.1 Begripsbepaling#
Artikel 6.2a.1 Begripsbepaling artikel 2b.1.1 Op deze paragraaf isvan toepassing. 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 6.2a.2 — Artikel 6.2a.2 Overgangsbepaling vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel 2015–2016#
Artikel 6.2a.2 Overgangsbepaling vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel 2015–2016 1 Onze Minister verdeelt het voor het kalenderjaar 2015 respectievelijk 2016 vastgestelde budget ten behoeve van uitkeringskosten over de instellingen naar rato van de som van de voor een instelling: a. artikel 6.1.4 artikel 2.3.2 op grond vanvoor het kalenderjaar 2015 respectievelijk 2016 berekende rijksbijdrage beroepsonderwijs, die in geval van een agrarisch opleidingscentrum wordt vermeerderd met de rijksbijdrage zoals berekend op grond van, en b. artikel 6.2.1, eerste lid artikel 6.2.2, eerste lid op grond van, respectievelijk, berekende rijksbijdrage vavo. 2 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 6.2a.3 — Artikel 6.2a.3 Overgangsbepaling vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel 2017–2018#
Artikel 6.2a.3 Overgangsbepaling vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel 2017–2018 1 Onze Minister verdeelt het voor het kalenderjaar 2017 respectievelijk 2018 vastgestelde budget ten behoeve van uitkeringskosten over de instellingen naar rato van de som van de voor een instelling: a. artikel 6.1.4 artikel 2.3.2 op grond vanvoor het kalenderjaar 2017 respectievelijk 2018 berekende rijksbijdrage beroepsonderwijs, die in geval van een agrarisch opleidingscentrum wordt vermeerderd met de rijksbijdrage zoals berekend op grond van, en b. artikel 2a.2.1, eerste lid op grond van de, berekende rijksbijdrage vavo. 2 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 2014 142 04-04-2014 17-03-2014 2014 186 04-06-2014 21-05-2014 01-08-2014
Artikel 6.2a.4 — Artikel 6.2a.4 Overgangsbepaling vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel 2019-2021#
Artikel 6.2a.4 Overgangsbepaling vaststelling en verdeling rijksbijdragedeel 2019-2021 1 Onze Minister verdeelt het voor het kalenderjaar 2019, 2020 respectievelijk 2021 vastgestelde budget ten behoeve van de uitkeringskosten over de instellingen naar rato van de som van de voor een instelling: a. artikel 6.1.6 artikel 2.3.2 op grond vanvoor het kalenderjaar 2019, 2020 respectievelijk 2021 berekende rijksbijdrage beroepsonderwijs, die in geval van een agrarisch opleidingscentrum wordt vermeerderd met de rijksbijdrage zoals berekend op grond van, en b. artikel 2a.2.1, eerste lid op grond van, berekende rijksbijdrage vavo. 2 De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s. 2018 261 07-09-2018 12-07-2018 2018 374 31-10-2018 18-10-2018 01-11-2018 Voor het eerst van toepassing op de rijksbijdrage voor het
kalenderjaar 2019.
Artikel 6.3.1 — Artikel 6.3.1 Overgangsbepaling voor voormalige agrarische opleidingscentra#
Artikel 6.3.1 Overgangsbepaling voor voormalige agrarische opleidingscentra 1 artikel 12.2.4 van de wet artikelen 2.1.3 2.3.2 2.4.1 Voor de berekening van de rijksbijdrage van de scholen voor praktijkonderwijs en vbo binnen verticale scholengemeenschappen die van rechtswege zijn ontstaan na de omzetting op grond van, wordt voor wat betreft het kalenderjaar waarin die omzetting plaatsvindt, gebruik gemaakt van de berekeningswijze op grond van de,enzoals deze luidden op 1 januari van dat kalenderjaar. 2 artikel 12.2.4 van de wet Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 2.6.3 van de wet Een besluit tot de berekening van de bekostiging van een school die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van, vindt voor het eerst toepassing op grond van deenover het kalenderjaar volgend op die omzetting. 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2022 13 11-01-2022 17-12-2021 01-08-2022 Treedt volgens Stb. 2021/644 in werking op het tijdstip waarop de
Wet voortgezet onderwijs 2020 in werking treedt.
Artikel 6.4.1 — Artikel 6.4.1 Afwijkende berekening uitkering educatie voor 2016 en 2017.#
Artikel 6.4.1 Afwijkende berekening uitkering educatie voor 2016 en 2017. 1 Voor het kalenderjaar 2016 wordt de uitkering educatie die aan een college van burgemeester en wethouders van een contactgemeente van een regio wordt verstrekt, berekend door de uitkomst van de formule artikel 3.2.1, eerste lid, {bi : bl} x 2/3 x bm, op te tellen bij een derde van het bedrag volgens de formule in waarbij wordt verstaan onder: artikel 4 van het Besluit participatiebudget bi: de som van de bedragen die de gemeenten binnen deze regio voor het jaar 2014 hebben ontvangen op grond vanzoals dat luidde op 31 december 2014; Wet participatiebudget bl: het landelijk budget educatie in het jaar 2014 ingevolge dezoals die luidde op 31 december 2014; bm: het totale bedrag dat door Onze Minister beschikbaar is gesteld voor uitkeringen educatie voor alle regio’s educatie voor het kalenderjaar 2016. 2 Voor het kalenderjaar 2017 wordt de uitkering educatie die aan een college van burgemeester en wethouders van een contactgemeente van een regio wordt verstrekt, berekend door de uitkomst van de formule artikel 3.2.1, eerste lid {bi : bl} x 1/3 x bm op te tellen bij twee derde van het bedrag volgens de formule in, waarbij wordt verstaan onder: artikel 4 van het Besluit participatiebudget bi: de som van de bedragen die de gemeenten binnen deze regio voor het jaar 2014 hebben ontvangen op grond vanzoals dat luidde op 31 december 2014; Wet participatiebudget bl: het landelijk budget educatie in het jaar 2014 ingevolge dezoals die luidde op 31 december 2014; bm: het totale bedrag dat door Onze Minister beschikbaar is gesteld voor uitkeringen educatie voor alle regio’s educatie voor het kalenderjaar 2017. 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 01-08-2015 Voorheen art. 6.2.1. Artikel IV van Stb. 2015/214 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7.a1 — Artikel 7.a1 Omhangbepaling#
Artikel 7.a1 Omhangbepaling Vervallen 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 2022 273 01-07-2022 24-06-2022 01-08-2022
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 Inwerkingtreding#
Artikel 7.1 Inwerkingtreding 1 hoofdstukken 2 3 4 5 artikelen 5.2.1 5.2.2 5.2.4 6 Dit besluit treedt, met uitzondering van de,,,voor zover het betreft de,en, en, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst. 2 hoofdstukken 2 3 4 6 van dit besluit hoofdstukken 2 6, paragraaf 1, hoofdstukken 3 6, paragraaf 2 hoofdstukken 4 6, paragraaf 3 De,,entreden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken, paragrafen en artikelen verschillend kan worden vastgesteld. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen dan nadat vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in deendan wel deen, dan wel deen, van dit besluit geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. De bepalingen vinden voor het eerst toepassing ten aanzien van de rijksbijdragen voor het jaar 2000. 2 artikelen 5.2.1 5.2.2 5.2.4 De,envan dit besluit treden in werking 12 maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat de formulieren ten aanzien van de gegevens inzake uitgereikte diploma's niet eerder van toepassing zijn dan over het kalenderjaar 2001 en de overige formulieren niet eerder dan over het studiejaar 2001–2002. 1999 368 02-09-1999 06-08-1999 1999 368 02-09-1999 06-08-1999 03-09-1999
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 Citeertitel#
Artikel 7.2 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WEB. 1999 368 02-09-1999 06-08-1999 1999 368 02-09-1999 06-08-1999 03-09-1999
Artikel 5.2.1#
artikelen 5.2.1
Artikel 5.2.2#
5.2.2