Besluit van 28 maart 2000, houdende regels inzake randapparaten en radioapparaten (Besluit randapparaten en radioapparaten)
- BWB-id
- BWBR0011261
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2004-05-19 t/m 2007-07-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011261
- ELI
- /eli/nl/amvb/2000/besluit-randapparaten-en-radioapparaten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2000/besluit-randapparaten-en-radioapparaten/2004-05-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011261&g=2004-05-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011261&z=2026-06-06&g=2004-05-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011261/2004-05-19
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2000/besluit-randapparaten-en-radioapparaten
Artikel 3#
artikel 3, tweede lid
Artikel 2#
artikel 2, derde lid
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Telecommunicatiewet wet:; b. richtlijn nr. 1999/5/EG richtlijn nr. 1999/5/EG :van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (PbEG L 91); c. richtlijn nr. 73/23/EEG richtlijn nr. 73/23/EEG :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der Lid-Staten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PbEG L 77); d. richtlijn nr. 89/336/EEG richtlijn nr. 89/336/EEG :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake elektromagnetische compatibiliteit (PbEG L 139); e. richtlijn nr. 98/13/EG richtlijn nr. 98/13/EG :van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 februari 1998 betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en apparatuur voor satelliet-grondstations alsmede inzake de onderlinge erkenning van de conformiteit van die apparatuur (PbEG L 74), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld; f. radioapparaten: radiozendapparaten en apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het ontvangen van radiocommunicatiesignalen; g. richtlijn nr. 98/34/EG geharmoniseerde norm: technische specificatie die door een erkende normalisatie-instelling, in opdracht van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en in overeenstemming met de procedures vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende de informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PbEG L 204), is goedgekeurd; h. lidstaat: staat die lid is van de Europese Unie; i. derde land: land dat partij is bij een bij ministeriële regeling genoemde overeenkomst; j. artikel 10 richtlijn nr. 1999/5/EG aangemelde instantie: instantie die door een lidstaat dan wel die in het kader van een bij ministeriële regeling genoemde overeenkomst door de aanwijzende autoriteit van een derde land is aangewezen voor het uitvoeren van de invanbedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures; k. verklaring van conformiteit: document waarin degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt, verklaart dat die apparaten voldoen aan het bij of krachtens dit besluit bepaalde; l. schadelijke interferentie: interferentie die het functioneren van een radionavigatiedienst of van andere veiligheidsdiensten in gevaar brengt, of die een overeenkomstig de van toepassing zijnde communautaire of nationale voorschriften werkende radiocommunicatiedienst op een andere wijze ernstig doet achteruitgaan, hindert of herhaaldelijk onderbreekt. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 richtlijn nr. 1999/5/EG Het bij of krachtens dit besluit bepaalde is van toepassing in de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, niet zijnde lidstaten, vanaf het tijdstip waaropingevolge een besluit van het Gemengd Comité van de EER in de Europese Economische Ruimte van kracht is. 2 Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van het in het eerste lid bedoelde tijdstip. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het bij of krachtens dit besluit bepaalde is niet van toepassing op: a. richtlijn nr. 1999/5/EG de randapparaten of radioapparaten, genoemd in bijlage I van, en b. randapparaten of radioapparaten die uitsluitend worden gebruikt bij activiteiten die betrekking hebben op de openbare veiligheid, defensie, de staatsveiligheid en bij de activiteiten van de staat op gebieden die onder het strafrecht vallen. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De verplichtingen die bij of krachtens dit besluit worden opgelegd aan degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt en aan degene die het voornemen heeft om radioapparaten, die in frequentiebanden worden gebruikt waarvan het gebruik niet in de gehele Europese Unie is geharmoniseerd, in Nederland in de handel te brengen, gelden tevens voor de in de Nederland gevestigde vertegenwoordigers van deze personen. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Degene die het voornemen heeft om radioapparaten, die in frequentiebanden worden gebruikt waarvan het gebruik niet in de gehele Europese Unie is geharmoniseerd, in Nederland in de handel te brengen, stelt Onze Minister ten minste vier weken voordat de apparaten in Nederland in de handel worden gebracht in kennis van dit voornemen. 2 artikel 8 Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt aan Onze Minister informatie verschaft inzake de radiokenmerken van de radioapparaten en wordt, indien bij de conformiteitsbeoordelingsprocedures, bedoeld in, een aangemelde instantie is betrokken, het identificatienummer van deze aangemelde instantie verstrekt. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde kennisgeving geschiedt en de informatie die hierbij wordt verschaft. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 richtlijn nr. 1999/5/EG Randapparaten en radioapparaten voldoen aan de voorschriften, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van, te weten: a. richtlijn nr. 73/23/EEG de bescherming van de gezondheid of de veiligheid van de gebruiker of van anderen, met inbegrip van de doelstellingen met betrekking tot de veiligheidsvoorschriften van, echter zonder toepassing van de spanningsgrens, en b. richtlijn nr. 89/336/EEG de elektromagnetische compatibiliteit van, voor zover deze relevant zijn voor randapparaten of radioapparaten. 2 richtlijn nr. 1999/5/EG Onverminderd het eerste lid, voldoen radioapparaten aan artikel 3, tweede lid, van. 3 richtlijn nr. 1999/5/EG Indien op grond van artikel 3, derde lid, vanvoorschriften worden gesteld, worden ter uitvoering daarvan bij ministeriële regeling regels gesteld inzake die voorschriften waaraan randapparaten of radioapparaten dan wel categorieën of soorten daarvan, onverminderd het eerste en tweede lid, voldoen. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 artikel 8 richtlijn nr. 1999/5/EG Randapparaten en radioapparaten worden vermoed aan een of meer voorschriften, bedoeld inte voldoen, indien blijkens een van de inbedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures is voldaan aan de krachtensvastgestelde geharmoniseerde normen of delen daarvan, die betrekking hebben op de desbetreffende voorschriften. 2 artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b artikel 8 richtlijn nr. 73/23/EEG richtlijn nr. 89/336/EEG Naast de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, worden randapparaten en radioapparaten eveneens vermoed aan de voorschriften, bedoeld in, te voldoen, indien blijkens een van de inbedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures is voldaan aan de krachtens, onderscheidenlijkvastgestelde geharmoniseerde normen of delen daarvan, die betrekking hebben op de desbetreffende voorschriften. 3 artikel 6, tweede en derde lid artikel 8 richtlijn nr. 98/13/EG Naast de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, worden randapparaten eveneens vermoed aan de voorschriften, bedoeld in, te voldoen, indien blijkens een van de inbedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures is voldaan aan de krachtensvastgestelde gemeenschappelijke technische voorschriften dan wel delen daarvan, die betrekking hebben op de desbetreffende voorschriften. 4 Van een vermoeden van overeenstemming als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid is slechts sprake indien de referentienummers van de bij de conformiteitsbeoordelingsprocedure gehanteerde geharmoniseerde normen of gemeenschappelijke technische voorschriften gepubliceerd zijn in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en deze normen of voorschriften van kracht zijn. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 richtlijn nr. 1999/5/EG artikel 6 Degene die randapparaten die geen gebruik maken van de frequentieruimte, apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het ontvangen van radiocommunicatiesignalen of ontvangende delen van radiozendapparaten in de handel brengt, onderwerpt deze apparaten naar keuze aan de in bijlage II, IV of V vanbeschreven conformiteitsbeoordelingsprocedures om vast te stellen of deze apparaten aan de voorschriften, bedoeld in, voldoen. 2 artikel 7 artikel 6 richtlijn nr. 1999/5/EG Degene die andere dan de in het eerste lid bedoelde radioapparaten in de handel brengt en de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen, bedoeld in, heeft toegepast, onderwerpt deze apparaten naar keuze aan de in bijlage III, IV of V vanbeschreven conformiteitsbeoordelingsprocedures om vast te stellen of deze apparaten aan de voorschriften, bedoeld in, voldoen. 3 artikel 7 artikel 6 richtlijn nr. 1999/5/EG Degene die andere dan de in het eerste lid bedoelde radioapparaten in de handel brengt en de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen, bedoeld in, niet of slechts gedeeltelijk heeft toegepast, onderwerpt deze apparaten naar keuze aan de in de bijlage IV of V vanbeschreven conformiteitsbeoordelingsprocedures om vast te stellen of deze apparaten aan de voorschriften, bedoeld in, voldoen. 4 richtlijn nr. 73/23/EEG richtlijn nr. 89/336/EEG artikel 10, eerste lid artikel 10, tweede lid artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b In afwijking van het eerste tot en met het derde lid, kan degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt de conformiteitsbeoordelingsprocedures, bedoeld in bijlage III, paragraaf B, en bijlage IV vanof de conformiteitsbeoordelingsprocedures, bedoeld in,, en bijlage I, vantoepassen, om vast te stellen of deze apparaten aan de voorschriften, bedoeld in, voldoen. 5 De stukken die betrekking hebben op de in het eerste tot en met het vierde lid bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn gesteld in een officiële taal van de lidstaat waar de conformiteitsbeoordelingsprocedure plaatsvindt of in een taal die door de bij de conformiteitsbeoordelingsprocedure betrokken aangemelde instantie wordt aanvaard. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 richtlijn nr. 1999/5/EG Degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt, voldoet aan de uit de bijlagen II tot en met V vanvoortvloeiende verplichtingen. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 8 richtlijn nr. 1999/5/EG Bij de inbedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures kan degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt een aangemelde instantie in een lidstaat inschakelen, mits deze instantie voor de desbetreffende procedure of het desbetreffende onderdeel daarvan bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen is aangemeld op grond van artikel 11, eerste lid, van. 2 In afwijking van het eerste lid kan degene die randapparaten of radioapparaten in de Europese Unie in de handel brengt een aangemelde instantie in een derde land inschakelen, mits deze aangemelde instantie is vermeld in de sectorbijlage betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur behorend bij een bij ministeriële regeling genoemde overeenkomst, de aanwijzing van de instantie op grond van deze overeenkomst niet is geschorst en de Europese Gemeenschap haar uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet geheel of gedeeltelijk heeft opgeschort. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 6 Ter bekrachtiging dat randapparaten of radioapparaten aan de voorschriften, bedoeld involdoen, stelt degene die deze apparaten in de handel brengt een verklaring van conformiteit op en brengt hij op elk apparaat, op de eventuele verpakking hiervan en op de documenten met betrekking tot de apparaten, een door Onze Minister aan te wijzen markering aan. 2 Onverminderd het eerste lid wordt op radioapparaten, in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen, een door Onze Minister aan te wijzen markering aangebracht ter aanduiding van de categorie waartoe deze radioapparaten behoren. 3 Onverminderd het eerste en tweede lid wordt op radioapparaten die gebruikt worden in frequentiebanden waarvan het gebruik niet in de gehele Europese Unie is geharmoniseerd, een door Onze Minister aan te wijzen markering aangebracht. 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de afmeting en de grafische vorm van de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde markeringen, de aanvullende aanduidingen bij deze markeringen, de wijze waarop deze markeringen wordt aangebracht en omtrent de zichtbaarheid, leesbaarheid en herkenbaarheid hiervan. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 8 Onze Minister wijst een instantie aan voor de uitvoering van de taken die met de inbedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures samenhangen, indien uit de aanvraag tot aanwijzing volgt, dat de instantie blijkens accreditatie aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN 45011 of de norm NEN-EN 45012. 2 Onze Minister kan de aanwijzing beperken tot daarbij te omschrijven categorieën van randapparaten of radioapparaten of conformiteitsbeoordelingsprocedures, dan wel onderdelen hiervan. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 12 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop een aanvraag tot aanwijzing als bedoeld inmoet worden ingediend. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt, verstrekt aan de gebruiker een afschrift van de verklaring van conformiteit en informatie over het gebruik waarvoor deze apparaten bestemd zijn, met dien verstande dat: a. artikel 11, derde lid indien het radioapparaten betreft, de verpakking of de gebruiksaanwijzing informatie bevat waaruit blijkt voor het gebruik in welke lidstaat of in welk geografisch grondgebied binnen een lidstaat deze radioapparaten bedoeld zijn en de gebruiker door de op het apparaat aangebrachte markering als bedoeld in, geattendeerd wordt op voorschriften inzake het gebruik van deze radioapparaten in bepaalde lidstaten; b. indien het randapparaten betreft, op alle apparaten duidelijk zichtbaar informatie is aangebracht waaruit blijkt voor welke netwerkaansluitpunten van openbare telecommunicatienetwerken deze randapparaten zijn bestemd. 2 Degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt, draagt er zorg voor dat op de apparaten zijn naam of de naam van de fabrikant is aangebracht alsmede een type-, partij- of serienummer, waardoor het mogelijk is hem of de fabrikant te identificeren. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de informatie die in de documenten met betrekking tot de randapparaten of radioapparaten moet zijn opgenomen. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk verschaft het college informatie over de technische specificaties van de netwerkaansluitpunten en maakt deze informatie op genoegzame wijze bekend, voordat via deze netwerkaansluitpunten diensten aan het publiek beschikbaar worden gesteld. 2 artikel 6 De in het eerste lid bedoelde technische specificaties moeten nauwkeurig genoeg zijn om randapparaten te kunnen ontwerpen waarmee alle via het netwerkaansluitpunt verstrekte diensten kunnen worden gebruikt en moeten in elk geval alle informatie bevatten die de fabrikanten in staat stellen naar keuze de relevante tests uit te voeren om vast te stellen of de randapparaten voldoen aan de voorschriften, bedoeld in. 3 Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk draagt er zorg voor dat wijzigingen in de informatie, bedoeld in het eerste lid, ten minste twee maanden voor de datum waarop die wijzigingen ingaan, bij het college bekend zijn en op genoegzame wijze bekend zijn gemaakt. 4 Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk doet van de wijze van bekendmaking, bedoeld in het eerste en derde lid, mededeling in de Staatscourant. 2004 206 18-05-2004 07-05-2004 2004 207 18-05-2004 07-05-2004 19-05-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet implementatie
Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector
2002 in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 6 Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk zorgt er voor dat randapparaten die voldoen aan de voorschriften, bedoeld in, op daartoe geschikte netwerkaansluitpunten kunnen worden aangesloten. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 16 artikel 6 In afwijking vanis een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk gerechtigd om randapparaten die voldoen aan de voorschriften, bedoeld in, niet aan te sluiten of af te sluiten dan wel buiten gebruik te stellen indien deze apparaten ernstige schade toebrengen aan een telecommunicatienetwerk, schadelijke interferentie veroorzaken of het telecommunicatienetwerk of de werking daarvan schaden, mits hij hiertoe voorafgaande toestemming heeft van het college. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikelen 16 17 In afwijking van deenis een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk gerechtigd randapparaten af te sluiten, indien dit in verband met de bescherming van het telecommunicatienetwerk onmiddellijk dient te geschieden en biedt de gebruiker van het telecommunicatienetwerk direct, en zonder daarvoor kosten in rekening te brengen, een alternatieve voorziening. 2 De aanbieder, bedoeld in het eerste lid, doet onmiddellijk mededeling aan het college van het feit dat de randapparaten zijn afgesloten. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 6 Indien wordt geconstateerd, dat randapparaten of radioapparaten niet voldoen aan de inbedoelde voorschriften, kan Onze Minister deze apparaten uit de handel nemen. 2 artikel 6 artikel 11, eerste lid Indien wordt geconstateerd, dat een in de handel gebracht randapparaat of radioapparaat niet voldoet aan de inbedoelde voorschriften ondanks de aanwezigheid van de in, bedoelde markering en van een afschrift van de verklaring van conformiteit, wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan de betrokkene. 3 Onze Minister maakt de constatering, bedoeld in het tweede lid, zo spoedig mogelijk bekend in de Staatscourant. 4 Met ingang van de dag na de datum van bekendmaking is het verboden de randapparaten of radioapparaten van dit type te verhandelen. 2001 564 27-11-2001 23-10-2001 2001 564 27-11-2001 23-10-2001 28-11-2001
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de vakbekwaamheid voor het beroeps- of bedrijfsmatig aanleggen en onderhouden van randapparaten. 2 Deze regels betreffen in ieder geval: a. de erkenning van diploma's; b. de erkenning van vakopleidingen voor het beroeps- of bedrijfsmatig aanleggen en onderhouden van randapparaten. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de behandeling van klachten over belemmeringen welke bij het gebruik van radiozendapparaten worden ondervonden. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 10.5 van de wet Het is verboden handelsreclame te maken voor randapparaten of radioapparaten waarvan het in de handel brengen of het verhandelen op grond vanis verboden. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 paragraaf 10.2.3 van de wet Voor de toepassing vanworden met radiozendapparaten gelijkgesteld radiofrequentvermogensversterkers die geschikt zijn voor gebruik tezamen met radiozendapparaten alsmede andere elektrische of elektronische apparaten die geschikt zijn om het radiofrequent signaal van radiozendapparaten te wijzigen. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Wijzigt het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Wijzigt het Besluit adspirant-registerloodsen. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 21 van dit besluit Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling storingsklachten op artikel 20 van het Besluit elektromagnetische compatibiliteit en op. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 12 van dit besluit Na de inwerkingtreding van dit besluit berust een aanwijzing door Onze Minister van een instantie als aangemelde instantie op grond van artikel 15 van het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations, op. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 richtlijn nr. 1999/5/EG richtlijn nr. 98/34/EG richtlijn nr. 73/23/EEG richtlijn nr. 89/336/EEG Een wijziging van, vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende de informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PbEG L 204), vanof vangaat voor de toepassing van het onderhavige besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Het bij of krachtens dit besluit bepaalde is niet van toepassing op apparaten die vóór 8 april 2001 overeenkomstig het bij of krachtens het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations bepaalde, onderscheidenlijk het bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen bepaalde, in de handel zijn gebracht. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 29 Het Besluit radio-elektrische inrichtingen en het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations worden ingetrokken, met dien verstande dat het bij of krachtens deze besluiten bepaalde tot en met 7 april 2001 van toepassing blijft met betrekking tot de inbedoelde apparaten. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Artikel 19, eerste lid artikel 29 , is met ingang van 8 april 2001 van overeenkomstige toepassing op apparaten, bedoeld in, indien deze niet of niet meer voldoen aan de voorschriften waaraan deze apparaten op grond van het bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen of het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations bepaalde moesten voldoen op het tijdstip dat zij in de handel zijn gebracht. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit randapparaten en radioapparaten. 2000 143 04-04-2000 28-03-2000 2000 146 06-04-2000 29-03-2000 08-04-2000