Besluit van 5 augustus 2000, houdende intrekking van het Besluit studiefinanciering en vervanging door het Besluit studiefinanciering 2000 ter uitvoering van de Wet studiefinanciering 2000 (Besluit studiefinanciering 2000)
- BWB-id
- BWBR0011545
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011545
- ELI
- /eli/nl/amvb/2000/besluit-studiefinanciering-2000
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2000/besluit-studiefinanciering-2000/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011545&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011545&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011545/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2000/besluit-studiefinanciering-2000
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In dit besluit wordt verstaan onder: aflosfase artikel 6.7 van de wet : aflosfase, bedoeld in, familielid : familielid als bedoeld in richtlijn 2004/38/EG, richtlijn 2004/38/EG: richtlijn nr. 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEU L 158), wet Wet studiefinanciering 2000 :. 2 hoofdstuk 3a aanvullende beurs artikel 6.2, tweede lid, van de wet Invan dit besluit wordt verstaan onder: toegekende en uitbetaalde aanvullende beurs als bedoeld in. 3 Een wijziging van richtlijn 2004/38/EG gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-09-2023
Artikel 1a — Artikel 1a Omhangbepaling#
Artikel 1a Omhangbepaling 1 Artikel 3 artikel 2.2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet studiefinanciering 2000 berust op. 2 Artikel 3a artikel 2.2, tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 berust op. 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 01-07-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1.1, eerste lid, van de wet Onder «belastbaar minimumloon», bedoeld in, wordt verstaan: artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende inbedoelde bedrag per maand. 2023 240 30-06-2023 27-06-2023 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet invoering
minimumuurloon in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3 Nationaliteit: gehele gelijkstelling#
Artikel 3 Nationaliteit: gehele gelijkstelling 1 Met een Nederlander wordt gelijkgesteld de vreemdeling die in Nederland rechtmatig verblijf heeft: a. artikel 8, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in; b. artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in; c. artikel 8, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in; d. artikel 8, onderdelen g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van, voor zover hij reeds studiefinancieringsgenietende is; of e. artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld indie is verleend onder een beperking: 1°. verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een Nederlander of van een vreemdeling als bedoeld in onderdeel a, b, c of dit onderdeel; 2°. verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden of hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden; 3°. artikel 3.4, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 als bedoeld inof hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden; 4°. Vreemdelingenwet artikel 3.17a, onderdeel b, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 verband houdend met afwikkeling nalatenschap oudeals bedoeld inof hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden; of 5°. artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden die volgt op een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld indie is verleend onder de beperking medische behandeling; 6°. Vreemdelingenwet 2000 verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden die als eerste verblijfsvergunning op grond van dewordt toegekend. 2 hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten Met een Nederlander wordt eveneens gelijkgesteld de vreemdeling ten behoeve van wie of aan wie een tegemoetkoming is verstrekt als bedoeld in. 2024 187 26-06-2024 14-06-2024 2024 187 26-06-2024 14-06-2024 27-06-2024
Artikel 3a — Artikel 3a Nationaliteit: gedeeltelijke gelijkstelling#
Artikel 3a Nationaliteit: gedeeltelijke gelijkstelling 1 Artikel 2.2, tweede lid, van de wet is van toepassing op een persoon die: a. een nationaliteit heeft van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan wel van Zwitserland; b. richtlijn 2004/38/EG niet het duurzaam verblijfsrecht, bedoeld in artikel 16 van, heeft verworven; en c. geen: 1°. werknemer; 2°. zelfstandige; 3°. persoon die de status van werknemer of zelfstandige heeft behouden; of 4°. familie van een persoon als bedoeld in onderdeel 1° tot en met 3° is. 2 Artikel 2.2, tweede lid, van de wet is eveneens van toepassing op een persoon die in Nederland rechtmatig verblijf heeft op grond van: a. artikel 3.30b van het Vreemdelingenbesluit 2000 een verblijfsvergunning als bedoeld in; of b. artikel 3.33 van het Vreemdelingenbesluit 2000 een verblijfsvergunning als bedoeld in. 3 Artikel 2.2, tweede lid, van de wet is eveneens van toepassing op familieleden van een persoon als bedoeld in het eerste en tweede lid. 4 artikel 3.18, overzicht 2, onder A, van de wet Voor mbo-studenten wordt de tegemoetkoming op grond van het eerste tot en met derde lid verstrekt in de vorm van een gift ter hoogte van het bedrag van de basisbeurs voor een thuiswonende mbo-student, genoemd in. De tegemoetkoming wordt toegekend in één bedrag per studiejaar. Indien de aanspraak gedurende een studiejaar ontstaat bestaat de aanspraak uit een twaalfde van het bedrag per studiejaar maal het aantal resterende maanden van dat studiejaar. Indien de mbo-student in aanmerking komt voor het levenlanglerenkrediet wordt de tegemoetkoming toegekend in de vorm van levenlanglerenkrediet. 5 artikel 3.16a wet Voor ho-studenten wordt de tegemoetkoming op grond van het eerste tot en met derde lid verstrekt in de vorm van een aanspraak op het collegegeldkrediet, bedoeld in, of het levenlanglerenkrediet van de. 6 artikel 3.21, derde lid, van de wet Op de tegemoetkoming isvan overeenkomstige toepassing. 2024 187 26-06-2024 14-06-2024 2024 187 26-06-2024 14-06-2024 27-06-2024
Artikel 4 — Artikel 4 Aangewezen onderwijs#
Artikel 4 Aangewezen onderwijs Vervallen 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-09-2023
Artikel 5 — Artikel 5 Reikwijdte partnerbegrip#
Artikel 5 Reikwijdte partnerbegrip artikel 1.1, eerste lid, van de wet richtlijn 2004/38/EG In afwijking van, wordt in dit hoofdstuk onder partner verstaan: een echtgenoot of partner als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b, of artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van. 2019 270 23-07-2019 10-07-2019 2019 271 23-07-2019 10-07-2019 24-07-2019 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet van
19 december 2018 tot wijziging van de Wet studiefinanciering 2000
met het oog op het wijzigen van de criteria voor de toekenning van
meeneembare studiefinanciering (Stb. 2019/20) in werking treedt.
Artikel 5a — Artikel 5a Band met Nederland#
Artikel 5a Band met Nederland 1 artikel 2.14, tweede lid, onderdeel a, van de wet Van een band met Nederland, als bedoeld in, is sprake indien aan ten minste één van de volgende criteria is voldaan: a. de ho-student valt binnen de reikwijdte van artikel 45 of 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of is daarmee gelijkgesteld op grond van het recht van de Europese Unie, en hij of zijn ouder of partner werkt in Nederland, anders dan louter marginaal en bijkomstig; b. de ho-student heeft ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad; c. de ho-student heeft ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig; d. Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op de expertisecentra de ho-student heeft volledig Nederlands onderwijs dat is geregeld bij of krachtens de, deof degevolgd in Nederland. 2 Van een band met Nederland is voorts sprake indien de ho-student voldoende vaardig is in de Nederlandse taal, wat in ieder geval kan worden aangetoond met een NT2-diploma, en aan ten minste één van de volgende criteria voldoet: a. de ho-student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad; b. de ho-student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig; c. een ouder of de partner van de ho-student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad; d. een ouder of de partner van de ho-student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig; e. Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet educatie en beroepsonderwijs Wet op de expertisecentra Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de ho-student heeft Nederlands onderwijs dat is geregeld bij of krachtens de, de, de, deof degevolgd in Nederland gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 6 jaren. 3 De ho-student kan op grond van een combinatie van de in het tweede lid genoemde criteria of op grond van andere omstandigheden aantonen dat er sprake is van een band met Nederland. 2021 522 05-11-2021 14-10-2021 2022 13 11-01-2022 17-12-2021 01-08-2022
Artikel 6 — Artikel 6 Algemeen#
Artikel 6 Algemeen 1 artikel 3.14, eerste lid, van de wet Aanspraak op aanvullende beurs als bedoeld in, voor wat betreft de aanvullende lening die voortvloeit uit de veronderstelde ouderlijke bijdrage van de weigerachtige of onvindbare ouder, bestaat in ieder geval, indien: a. sprake is van een ernstig en structureel conflict tussen ouder en student, b. artikel 266 267 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek het gezag van de ouder is beëindigd op grond vanof, c. de student geen contact met de ouder heeft, d. titel 17 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek sprake is van voor de student niet inbare alimentatie als bedoeld in, of e. gegevens over de verblijfplaats van de ouder niet kunnen worden achterhaald. 2 artikel 3.14, eerste lid, van de wet Een aanvraag als bedoeld inwordt niet in behandeling genomen indien deze betrekking heeft op: a. een periode die meer dan twee jaar voor het moment van aanvragen ligt, of b. een periode waarover geen aanvullende beurs is aangevraagd. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 7 — Artikel 7 Conflicteis#
Artikel 7 Conflicteis 1 artikel 6, eerste lid, onderdeel a Van een ernstig en structureel conflict tussen ouder en student als bedoeld in, is sprake, indien de ouder om ernstige redenen structureel weigert de veronderstelde ouderlijke bijdrage te verstrekken. 2 Onze Minister stelt bij de ouder vast dat er sprake is van weigering. Indien die ouder geen medewerking voor die vaststelling verleent, kan de verklaring van een onafhankelijke derde voor de betreffende ouderverklaring in de plaats treden. 3 De ernst van het conflict wordt aangetoond aan de hand van een verklaring afgegeven door een ter zake deskundige. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 8 — Artikel 8 Het gezag van de ouder beëindigd#
Artikel 8 Het gezag van de ouder beëindigd artikel 6, eerste lid, onderdeel b Als bewijs dat het gezag van de ouder is beëindigd, bedoeld in, dient een afschrift van de beschikking van de rechtbank te worden overlegd. 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 01-07-2017
Artikel 9 — Artikel 9 Geen contact sinds 12e jaar#
Artikel 9 Geen contact sinds 12e jaar artikel 6, eerste lid, onderdeel c Van geen contact met de ouder als bedoeld in, is sprake, indien de student vanaf de maand waarin hij de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt geen wezenlijk contact met de ouder had. Als bewijs dient een verklaring van een ter zake deskundige te worden overlegd. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Niet inbare alimentatie#
Artikel 10 Niet inbare alimentatie artikel 6, eerste lid, onderdeel d Van voor de student niet inbare alimentatie als bedoeld in, is sprake, indien de alimentatie oninbaar is gedurende ten minste 12 maanden voorafgaande aan de maand waarin de student voor het eerst studiefinanciering ontvangt. Als bewijs dient een verklaring van een ter zake deskundige te worden overlegd. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Onbekende verblijfplaats ouder#
Artikel 11 Onbekende verblijfplaats ouder Artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel e , is van toepassing indien de student de verblijfplaats van de ouder niet kent en die verblijfplaats niet wordt achterhaald na onderzoek van Onze Minister gedurende ten hoogste 3 maanden onderscheidenlijk ten hoogste 6 maanden in geval van onderzoek in het buitenland. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 12 — Artikel 12 Draagkracht uit alimentatie#
Artikel 12 Draagkracht uit alimentatie 1 artikel 6, eerste lid, onderdeel d Indien een student van zijn ouder alimentatie als bedoeld in, ontvangt, komt het door de rechter vastgestelde bedrag aan alimentatie van de student in de plaats van de veronderstelde ouderlijk bijdrage. Als bewijs van de hoogte van de alimentatie dient in ieder geval de beschikking van de rechtbank of een notariële akte te worden overlegd. Het bedrag dat in het bewijsstuk wordt genoemd, wordt vermeerderd met de wettelijke indexering. 2 Indien nog geen beschikking is afgegeven, wordt de door de rechter vastgestelde alimentatie van de student in de plaats van de veronderstelde ouderlijke bijdrage gesteld vanaf de ingangsdatum van de alimentatie zoals die datum door de rechter is vastgesteld. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 12a — Artikel 12a Reikwijdte partnerbegrip#
Artikel 12a Reikwijdte partnerbegrip artikel 1.1, eerste lid, van de wet In aanvulling op het begrip partner, genoemd in, is in dit hoofdstuk slechts sprake van partner van de debiteur indien in het derde jaar volgend op het kalenderjaar van het laatste studiefinancieringstijdvak het partnerschap een tijdvak van meer dan 6 maanden omvat. 2006 45 07-02-2006 20-01-2006 2006 216 09-05-2006 13-04-2006 10-05-2006 01-01-2006
Artikel 12b — Artikel 12b Gehele kwijtschelding voor debiteur zonder partner#
Artikel 12b Gehele kwijtschelding voor debiteur zonder partner Gehele kwijtschelding van de aanvullende beurs kan plaatsvinden indien het toetsingsinkomen van de debiteur zonder partner in het derde jaar volgend op het kalenderjaar van het laatste studiefinancieringstijdvak gelijk is aan of lager is dan 1,5 maal het belastbaar minimumloon. 2006 45 07-02-2006 20-01-2006 2006 216 09-05-2006 13-04-2006 10-05-2006 01-01-2006
Artikel 12c — Artikel 12c Gedeeltelijke kwijtschelding voor debiteur zonder partner#
Artikel 12c Gedeeltelijke kwijtschelding voor debiteur zonder partner 1 Gedeeltelijke kwijtschelding van de aanvullende beurs kan plaatsvinden indien het toetsingsinkomen van de debiteur zonder partner in het derde jaar volgend op het kalenderjaar van het laatste studiefinancieringstijdvak hoger is dan 1,5 maal het belastbaar minimumloon en lager is dan 2 maal het belastbaar minimumloon. 2 De hoogte van de kwijtschelding tussen 1,5 en 2 maal het belastbaar minimumloon neemt in evenredigheid af tot nihil naarmate het toetsingsinkomen hoger is. 2006 45 07-02-2006 20-01-2006 2006 216 09-05-2006 13-04-2006 10-05-2006 01-01-2006
Artikel 12d — Artikel 12d Gehele kwijtschelding voor debiteur met partner#
Artikel 12d Gehele kwijtschelding voor debiteur met partner Gehele kwijtschelding van de aanvullende beurs kan plaatsvinden indien het toetsingsinkomen van de debiteur en diens partner in het derde jaar volgend op het kalenderjaar van het laatste studiefinancieringstijdvak gelijk is aan of lager is dan 2 maal het belastbaar minimumloon. 2006 45 07-02-2006 20-01-2006 2006 216 09-05-2006 13-04-2006 10-05-2006 01-01-2006
Artikel 12e — Artikel 12e Gedeeltelijke kwijtschelding voor debiteur met partner#
Artikel 12e Gedeeltelijke kwijtschelding voor debiteur met partner 1 Gedeeltelijke kwijtschelding van de aanvullende beurs kan plaatsvinden indien het toetsingsinkomen van de debiteur en diens partner in het derde jaar volgend op het kalenderjaar van het laatste studiefinancieringstijdvak hoger is dan 2 maal het belastbaar minimumloon en lager is dan 2,5 maal het belastbaar minimumloon. 2 De hoogte van de kwijtschelding tussen 2 en 2,5 maal het belastbaar minimumloon neemt in evenredigheid af tot nihil naarmate het toetsingsinkomen hoger is. 2006 45 07-02-2006 20-01-2006 2006 216 09-05-2006 13-04-2006 10-05-2006 01-01-2006
Artikel 12f — Artikel 12f Aanvraag en tijdstip kwijtschelding#
Artikel 12f Aanvraag en tijdstip kwijtschelding 1 Onze Minister neemt een aanvraag die wordt ingediend voor 1 november van het vierde jaar volgend op het kalenderjaar van het laatste studiefinancieringstijdvak, niet eerder dan op die datum in behandeling, waarbij 1 november geldt als datum van indiening. 2 Onze Minister besluit binnen 8 weken na de indiening van een aanvraag van een debiteur om kwijtschelding van de aanvullende beurs. 3 artikelen 4.9 5.5 van de wet Onze Minister neemt slechts een aanvraag in behandeling die wordt ingediend binnen de diplomatermijn, genoemd in deen, of, indien dit daarna is, binnen 5 jaren volgend op het kalenderjaar van het laatste studiefinancieringstijdvak. 4 Het kwijt te schelden bedrag wordt aan de aanvrager uitbetaald indien verrekening niet mogelijk is. 2010 159 27-04-2010 23-12-2009 2010 160 27-04-2010 16-03-2010 28-04-2010 01-01-2010
Artikel 13 — Artikel 13 Uitbetaling#
Artikel 13 Uitbetaling 1 Studiefinanciering wordt uitbetaald tussen de twintigste en dertigste dag van elke maand. 2 artikel 7.1, eerste en tweede lid, van de wet Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld ineen beschikking op een bezwaarschrift of een uitspraak op een beroep daartoe aanleiding geeft, verrekent Onze Minister het bedrag aan studiefinanciering dat te weinig was toegekend met de betrokkene, of wordt dat bedrag ineens aan de betrokkene uitbetaald. 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 01-07-2017
Artikel 14 — Artikel 14 Voorschot lesgeld#
Artikel 14 Voorschot lesgeld Vervallen 2005 266 31-05-2005 02-05-2005 2005 267 31-05-2005 17-05-2005 01-08-2005
Artikel 15 — Artikel 15 Verrekening voorschot lesgeld#
Artikel 15 Verrekening voorschot lesgeld Vervallen 2005 266 31-05-2005 02-05-2005 2005 267 31-05-2005 17-05-2005 01-08-2005
Artikel 16 — Artikel 16 Verstrekken van inlichtingen#
Artikel 16 Verstrekken van inlichtingen Het verstrekken van inlichtingen, benodigd voor de uitvoering van de wet, door organen met een publiekrechtelijke taak geschiedt binnen 8 weken na de dag van verzending van de aanvraag om inlichtingen, indien door het college van burgemeester en wethouders te verschaffen inlichtingen onderzoek buiten de basisregistratie personen noodzakelijk maken. In alle overige gevallen geschiedt het verstrekken van inlichtingen binnen 4 weken na de dag van verzending van de aanvraag om inlichtingen. Onze Minister kan bij de aanvraag om inlichtingen aangeven hoe de overdracht van informatie plaatsvindt. 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 01-07-2017
Artikel 17 — Artikel 17 Aanpassing van bedragen#
Artikel 17 Aanpassing van bedragen 1 artikelen 3.9, tweede lid 3.9a, van de wet Onze Minister past de bedragen, genoemd in de, en, per 1 januari van ieder kalenderjaar aan met de procentuele wijziging die het indexcijfer van de CAO-lonen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ondergaan. 2 artikelen 3.18 3.27, tweede lid 4.7 4.18 5.2 12.14, tweede lid 12.15, derde lid 12.16, eerste en tweede lid 12.30, derde lid 12.31, tweede lid, van de wet Onze Minister past de bedragen, genoemd in de, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs,,,,,,,,, en, per 1 januari van ieder kalenderjaar aan met de procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ondergaan. 3 Bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder de consumentenprijsindex en het indexcijfer van de CAO-lonen wordt verstaan. 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-01-2025
Artikel 18 — Artikel 18 Draagkrachtbepaling#
Artikel 18 Draagkrachtbepaling 1 Indien de debiteur naast de lening die is ontstaan door toekenning van het levenlanglerenkrediet ook op een andere lening aflost, wordt voor de draagkracht uitgegaan van de hoogste draagkracht die op basis van de terugbetalingsvoorwaarden behorende bij de verschillende soorten leningen die de debiteur heeft, kan worden vastgesteld. 2 De draagkracht wordt voor elke soort lening afzonderlijk berekend, waarna de hoogste draagkracht wordt uitgedrukt in een bedrag per maand. 3 hoofdstuk 6 van de wet artikel 6.14 Indien de partner van de debiteur ook een debiteur is op wievan toepassing is, isvan toepassing op de berekening van de draagkracht. 2017 336 14-09-2017 04-09-2017 2017 336 14-09-2017 04-09-2017 15-09-2017 01-08-2017
Artikel 18a — Artikel 18a Draagkracht verdelen over verschillende leningen#
Artikel 18a Draagkracht verdelen over verschillende leningen 1 artikel 6.10, tweede lid, onder c, van de wet Indien de debiteur, bedoeld in, naast de lening die is ontstaan door toekenning van het levenlanglerenkrediet ook een lening hoger onderwijs aflost en voldoende draagkracht heeft om de verschillende terugbetalingstermijnen volledig te voldoen, wordt de draagkracht als volgt verdeeld over de verschillende aflossingstermijnen: a. ten hoogste 12 procent van het inkomen tussen 84 procent en 99,99 procent van het wettelijk minimumloon wordt benut voor de aflossing van de lening die is ontstaan door toekenning van het levenlanglerenkrediet; b. van het bedrag aan draagkracht dat daarna nog resteert, wordt ten hoogste 12 procent van het inkomen dat uitstijgt boven 100 procent van het wettelijk minimumloon benut voor de aflossing van beide leningen, waarbij een derde deel van dat aflossingsbedrag wordt benut voor de aflossing van de lening hoger onderwijs en twee derde deel wordt benut voor de aflossing van de lening die is ontstaan door toekenning van het levenlanglerenkrediet. 2 artikel 6.10, tweede lid, onder a of b, van de wet Voor de debiteur, bedoeld in, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. voor 84 procent wordt gelezen 120 procent; b. voor 99,99 procent wordt gelezen 142,99 procent; c. voor 100 procent wordt gelezen 143 procent. 3 artikel 6.10, tweede lid, onder a Indien voor de debiteur, bedoeld in, na de toepassing van het tweede lid nog een bedrag aan draagkracht resteert, kan die draagkracht worden benut voor de aflossing van de studielening van de partner. 2017 336 14-09-2017 04-09-2017 2017 336 14-09-2017 04-09-2017 15-09-2017 01-08-2017
Artikel 18b — Artikel 18b Volgorde van afboeken aflossingsbedragen#
Artikel 18b Volgorde van afboeken aflossingsbedragen artikel 18 Indien de berekende terugbetalingstermijn hoger is dan de op grond vanberekende draagkracht, worden aflossingen eerst afgeboekt op de terugbetalingstermijn behorende bij de lening met de kortste resterende terugbetalingsperiode, of bij een gelijke resterende terugbetalingsperiode op de lening die is ontstaan door de toekenning van het levenlanglerenkrediet. 2017 336 14-09-2017 04-09-2017 2017 336 14-09-2017 04-09-2017 15-09-2017 01-08-2017
Artikel 18c — Artikel 18c Aflossingsvrije periode#
Artikel 18c Aflossingsvrije periode 1 artikelen 6.7, tweede lid 10a.5, eerste lid, van de wet artikel 4.7, tweede lid, van de Wet studiefinanciering BES artikel 18 Indien aan de debiteur een aflossingsvrije periode, bedoeld in de,of, wordt toegekend, wordt de draagkracht die is vastgesteld op grond vanopnieuw bepaald, waarbij de draagkrachtberekening behorende bij de opgeschorte lening niet langer wordt gehanteerd. 2 Indien het eerste lid wordt toegepast, wordt de als gevolg daarvan resterende draagkracht benut voor de terugbetalingstermijn behorende bij de lening die is ontstaan door toekenning van het levenlanglerenkrediet. 2017 336 14-09-2017 04-09-2017 2017 336 14-09-2017 04-09-2017 15-09-2017 01-08-2017
Artikel 18d — Artikel 18d Uitvoeringsregels#
Artikel 18d Uitvoeringsregels Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met het oog op een goede uitvoering van dit hoofdstuk. 2017 336 14-09-2017 04-09-2017 2017 336 14-09-2017 04-09-2017 15-09-2017 01-08-2017
Artikel 19 — Artikel 19 Begripsbepaling tegemoetkoming#
Artikel 19 Begripsbepaling tegemoetkoming artikel 12.15, eerste lid, van de wet In dit hoofdstuk wordt onder tegemoetkoming verstaan: tegemoetkoming als bedoeld in. 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-09-2023
Artikel 20 — Artikel 20 Ambtshalve toekenning en toekenning op aanvraag#
Artikel 20 Ambtshalve toekenning en toekenning op aanvraag 1 De tegemoetkoming wordt uiterlijk per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin Onze Minister over de voor vaststelling van de aanspraak benodigde gegevens beschikt, ambtshalve toegekend, met dien verstande dat de toekenning aan een rechthebbende waarvan Onze Minister reeds voor of op 31 december 2024 over de voor vaststelling van de aanspraak benodigde gegevens beschikt, geschiedt in 2025. 2 In afwijking van het eerste lid wordt de tegemoetkoming op aanvraag toegekend aan een rechthebbende op een tegemoetkoming die: a. artikel 12.15, tweede lid, onderdeel b, van de wet artikel 7.9d van de WHW een hbo-bacheloropleiding of het geheel van een wo-bacheloropleiding en een wo-masteropleiding als bedoeld inheeft afgerond aan een instelling waaropniet van toepassing is; en b. artikel 5.9, tweede lid, van de wet die niet reeds een gewaarmerkte kopie van het aan het examen van die opleiding of opleidingen verbonden diploma aan Onze Minister heeft verstrekt in het kader van de omzettingsprocedure, bedoeld in. 3 De rechthebbende, bedoeld in het tweede lid, zendt uiterlijk binnen drie maanden na het verstrijken van de diplomatermijn hoger onderwijs een kopie van het diploma als bedoeld in het tweede lid aan Onze Minister en dient daarbij op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze een aanvraag van de tegemoetkoming in. Op die kopie vermeldt de instelling de datum waarop het examen met goed gevolg is afgesloten. Onze Minister besluit uiterlijk per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag. 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-09-2023
Artikel 21 — Artikel 21 Wijze van de verstrekking#
Artikel 21 Wijze van de verstrekking 1 De tegemoetkoming wordt verstrekt in de vorm van: a. een kwijtschelding van de openstaande studieschuld of een deel daarvan; of b. een bijschrijving op de bij Onze Minister voor de toekenning van studiefinanciering bekende bankrekening, indien: 1° er op het moment van toekenning geen studieschuld openstaat; of 2° er na de kwijtschelding, bedoeld in onderdeel a, nog aanspraak op een deel van de tegemoetkoming bestaat. 2 Indien bij Onze Minister de benodigde gegevens van de rechthebbende op een tegemoetkoming over de bankrekening waarop de tegemoetkoming kan worden uitbetaald niet bekend zijn, wordt de rechthebbende verzocht deze gegevens binnen twaalf maanden te verstrekken. Indien de rechthebbende op een tegemoetkoming niet binnen deze termijn de gegevens aanvult, vervalt de aanspraak op de tegemoetkoming op grond van een daartoe strekkend besluit van Onze Minister. 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-09-2023
Artikel 21a — Artikel 21a Begripsbepaling tegemoetkoming#
Artikel 21a Begripsbepaling tegemoetkoming artikel 12.30, eerste lid, van de wet In dit hoofdstuk wordt onder tegemoetkoming verstaan: tegemoetkoming als bedoeld in. 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-01-2025
Artikel 21b — Artikel 21b Ambtshalve toekenning en toekenning op aanvraag#
Artikel 21b Ambtshalve toekenning en toekenning op aanvraag 1 De tegemoetkoming wordt uiterlijk per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin Onze Minister over de voor vaststelling van de aanspraak benodigde gegevens beschikt, ambtshalve toegekend, met dien verstande dat de toekenning aan een rechthebbende waarvan Onze Minister reeds voor of op 31 december 2024 over de voor vaststelling van de aanspraak benodigde gegevens beschikt, geschiedt in 2025. 2 In afwijking van het eerste lid wordt de tegemoetkoming op aanvraag toegekend voor de periode waarover Onze Minister niet over de voor vaststelling van de aanspraak van een rechthebbende benodigde gegevens beschikt. 3 De rechthebbende, bedoeld in het tweede lid, dient uiterlijk binnen drie maanden na het verstrijken van de diplomatermijn hoger onderwijs of, indien hij geen studiefinanciering heeft aangevraagd, uiterlijk binnen tien jaar en drie maanden nadat hij zich voor het eerst heeft ingeschreven voor het hoger onderwijs, op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze een aanvraag in. Onze Minister besluit uiterlijk per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag. 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-01-2025
Artikel 21c — Artikel 21c Wijze van de verstrekking#
Artikel 21c Wijze van de verstrekking 1 De tegemoetkoming wordt verstrekt in de vorm van: a. een kwijtschelding van de openstaande studieschuld of een deel daarvan; of b. een bijschrijving op de bij de Onze Minister voor de toekenning van studiefinanciering bekende bankrekening, indien: 1° er op het moment van toekenning geen studieschuld openstaat; of 2° er na de kwijtschelding, bedoeld in onderdeel a, nog aanspraak op een deel van de tegemoetkoming bestaat. 2 Indien bij Onze Minister de benodigde gegevens van de rechthebbende op een tegemoetkoming over de bankrekening waarop de tegemoetkoming kan worden uitbetaald niet bekend zijn, wordt de rechthebbende verzocht deze gegevens binnen twaalf maanden te verstrekken. Indien de rechthebbende op een tegemoetkoming niet binnen deze termijn de gegevens aanvult, vervalt de aanspraak op de tegemoetkoming op grond van een daartoe strekkend besluit van Onze Minister. 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-01-2025
Artikel 22 — Artikel 22 Toekenning voucher#
Artikel 22 Toekenning voucher Vervallen 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-09-2023
Artikel 23 — Artikel 23 Verrekening voucher met verschuldigde collegegeld#
Artikel 23 Verrekening voucher met verschuldigde collegegeld Vervallen 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-09-2023
Artikel 24 — Artikel 24 Voortijdige beëindiging van de inschrijving en overlijden ho-student#
Artikel 24 Voortijdige beëindiging van de inschrijving en overlijden ho-student Vervallen 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-09-2023
Artikel 25 — Artikel 25 Terugvordering vouchers bij ondoelmatige aanwending#
Artikel 25 Terugvordering vouchers bij ondoelmatige aanwending Vervallen 2023 187 08-06-2023 06-06-2023 2023 188 08-06-2023 06-06-2023 01-09-2023
Artikel 26 — Artikel 26 Toegang tot de registratie#
Artikel 26 Toegang tot de registratie Vervallen 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 26410 (W6423B) tot
wet wordt verheven en in werking treedt.
Artikel 27 — Artikel 27 Bijhouden registratie#
Artikel 27 Bijhouden registratie Vervallen 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 26410 (W6423B) tot
wet wordt verheven en in werking treedt.
Artikel 28 — Artikel 28 Gegevensverstrekking#
Artikel 28 Gegevensverstrekking Vervallen 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 26410 (W6423B) tot
wet wordt verheven en in werking treedt.
Artikel 29 — Artikel 29 Kennisneming van verstrekkingen#
Artikel 29 Kennisneming van verstrekkingen Vervallen 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 26410 (W6423B) tot
wet wordt verheven en in werking treedt.
Artikel 30 — Artikel 30 Verbetering en verwijdering van gegevens#
Artikel 30 Verbetering en verwijdering van gegevens Vervallen 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 26410 (W6423B) tot
wet wordt verheven en in werking treedt.
Artikel 30a — Artikel 30a artikel 2 Overgangsbepaling#
Artikel 30a artikel 2 Overgangsbepaling Vervallen 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 01-07-2017
Artikel 31 — Artikel 31 Overgangsbepaling artikel 3 BSF 2000#
Artikel 31 Overgangsbepaling artikel 3 BSF 2000 Vervallen 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 01-07-2017
Artikel 32 — Artikel 32 Overgangsbepaling artikel 3 BSF#
Artikel 32 Overgangsbepaling artikel 3 BSF Vervallen 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 01-07-2017
Artikel 33 — Artikel 33 artikel 3b Afwijking van voormalig#
Artikel 33 artikel 3b Afwijking van voormalig artikel 3a Op een ho-student die voor 1 september 2007 op grond vanstudiefinanciering ontving, blijft artikel 3a, zoals dat luidde op 31 augustus 2007, van toepassing zolang hij zonder onderbreking studiefinanciering op grond van dat artikel geniet. 2020 267 17-07-2020 03-07-2020 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 34 — Artikel 34 Overgangsbepaling artikel 14#
Artikel 34 Overgangsbepaling artikel 14 Vervallen 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 2017 219 09-06-2017 18-05-2017 01-07-2017
Artikel 34a — Artikel 34a artikel 17 Tijdelijke afwijking#
Artikel 34a artikel 17 Tijdelijke afwijking Artikel 17, tweede lid , is niet van toepassing in de kalenderjaren 2011 en 2012. 2010 827 24-12-2010 15-12-2010 2010 827 24-12-2010 15-12-2010 01-01-2011
Artikel 35 — Artikel 35 Bekostigingsbesluit WHW#
Artikel 35 Bekostigingsbesluit WHW Wijzigt het Bekostigingsbesluit WHW. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 36 — Artikel 36 Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998#
Artikel 36 Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998 Wijzigt het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 37 — Artikel 37 Besluit bijdragen justitiële kinderbescherming en vrijwillige jeugdhulpverlening#
Artikel 37 Besluit bijdragen justitiële kinderbescherming en vrijwillige jeugdhulpverlening Wijzigt het Besluit bijdragen justitiële kinderbescherming en vrijwillige jeugdhulpverlening. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 38 — Artikel 38 Besluit categorieën van verzekerden Wtz 1998#
Artikel 38 Besluit categorieën van verzekerden Wtz 1998 Wijzigt het Besluit categorieën van verzekerden Wtz 1998. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 39 — Artikel 39 Besluit geneeskundige verzorging politie 1994#
Artikel 39 Besluit geneeskundige verzorging politie 1994 Wijzigt het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 40 — Artikel 40 Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici#
Artikel 40 Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici Wijzigt het Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 41 — Artikel 41 Besluit tegemoetkoming studiekosten#
Artikel 41 Besluit tegemoetkoming studiekosten Wijzigt het Besluit tegemoetkoming studiekosten. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 42 — Artikel 42 Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel#
Artikel 42 Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel Wijzigt het Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 43 — Artikel 43 Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel#
Artikel 43 Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel Wijzigt het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 44 — Artikel 44 Bijdragebesluit Zorg#
Artikel 44 Bijdragebesluit Zorg Wijzigt het Bijdragebesluit Zorg. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 45 — Artikel 45 Inkomens- en samenloopbesluit Anw#
Artikel 45 Inkomens- en samenloopbesluit Anw Wijzigt het Inkomens- en samenloopbesluit Anw. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 46 — Artikel 46 Inkomensbesluit IOAW#
Artikel 46 Inkomensbesluit IOAW Wijzigt het Inkomensbesluit IOAW. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 47 — Artikel 47 Inkomensbesluit Toeslagenwet#
Artikel 47 Inkomensbesluit Toeslagenwet Wijzigt het Inkomensbesluit Toeslagenwet. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 48 — Artikel 48 Interimbesluit ziektekosten burgerlijke ambtenaren defensie#
Artikel 48 Interimbesluit ziektekosten burgerlijke ambtenaren defensie Wijzigt het Interimbesluit ziektekosten burgerlijke ambtenaren defensie. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 49 — Artikel 49 Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel#
Artikel 49 Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Wijzigt het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 50 — Artikel 50 Uitvoeringsbesluit WEB#
Artikel 50 Uitvoeringsbesluit WEB Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WEB. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 51 — Artikel 51 Uitvoeringsbesluit WHW#
Artikel 51 Uitvoeringsbesluit WHW Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WHW. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 52 — Artikel 52 Verplaatsingskostenbesluit militairen#
Artikel 52 Verplaatsingskostenbesluit militairen Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit militairen. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 53 — Artikel 53 Intrekking Besluit studiefinanciering#
Artikel 53 Intrekking Besluit studiefinanciering 1 Het Besluit studiefinanciering wordt ingetrokken. 2 In afwijking van het eerste lid blijven de artikelen 16m en 16n van het Besluit studiefinanciering van kracht tot het tijdstip waarop de wet houdende Wet opheffing College van beroep studiefinanciering (Stb. 2000, 284) in werking treedt. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 54 — Artikel 54 Inwerkingtreding#
Artikel 54 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 1 september 2000. 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000
Artikel 55 — Artikel 55 Citeertitel#
Artikel 55 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als «Besluit studiefinanciering 2000». 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 2000 329 22-08-2000 05-08-2000 01-09-2000