Besluit van 21 december 1999 tot vaststelling van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000
- BWB-id
- BWBR0011018
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-02-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011018
- ELI
- /eli/nl/amvb/2000/besluit-vergoedingen-rechtsbijstand-2000
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2000/besluit-vergoedingen-rechtsbijstand-2000/2026-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011018&g=2026-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011018&z=2026-06-06&g=2026-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011018/2026-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2000/besluit-vergoedingen-rechtsbijstand-2000
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Wet op de rechtsbijstand wet: de; b. procedure: 1. een zaak die aanhangig is gemaakt bij een bij wet ingesteld tuchtrechtelijk college alsmede een zaak op het terrein van het burgerlijk of bestuursrecht die aanhangig is gemaakt bij: – de burgerlijke rechter, – de bestuursrechter, – een bij verdrag met rechtspraak belast internationaal college of een daarmee vergelijkbaar internationaal college, – het bestuursorgaan dat in administratief beroep oordeelt, – Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan dat op grond van deoordeelt over een bezwaar, – artikel 671a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of een commissie als bedoeld inin het kader van voorafgaande toestemming om een arbeidsovereenkomst op te zeggen, – Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte de huurcommissie die oordeelt in het kader van de, – de instantie die oordeelt over een geschil dat is onderworpen aan arbitrage of bindend advies, – de instantie die oordeelt in een wettelijk geregelde klachtprocedure, – Onze Minister van Justitie en Veiligheid in het kader van het inbrengen van een zienswijze op het voornemen om: 1. artikel 33, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000 een beslissing te nemen met betrekking tot de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in; 2. artikel 28, eerste lid, onderdeel b, van de Vreemdelingenwet 2000 een beslissing te nemen met betrekking tot de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in; dan wel 3. 28, eerste lid, onderdeel c 33, onderdeel b, van de Vreemdelingenwet 2000 een verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen, enin te trekken; 2. artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000 de behandeling door Onze Minister van Justitie en Veiligheid van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in; c. advieszaak: een zaak op het terrein van het tuchtrecht of het burgerlijk of bestuursrecht die geen procedure is; d. artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering bijlage strafzaak: een strafzaak jegens een verdachte als bedoeld inen een andere zaak die in deals strafrechtelijke zaak is aangemerkt; e. artikelen 23 23a piketzaak: een zaak waarin een rechtsbijstandverlener rechtsbijstand heeft verleend in het kader van een door het bestuur getroffen regeling voor het beurtelings verlenen van rechtsbijstand in de gevallen, bedoeld in deen. 2024 100 22-04-2024 15-04-2024 2024 100 22-04-2024 15-04-2024 01-07-2024 Artikel III van Stb. 2024/100 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 37 van de wet Rechtsbijstandverleners ontvangen overeenkomstig de bepalingen van dit besluit een vergoeding voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging als bedoeld inalsmede voor de verlening van rechtsbijstand in een piketzaak. 2 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, omvat: a. de overeenkomstig dit besluit vastgestelde vergoeding voor het verrichten van juridische werkzaamheden voor de zaak; b. de overeenkomstig dit besluit vastgestelde vergoeding voor bepaalde kosten en het tijdverlet in verband met reizen voor de desbetreffende zaak, en c. de omzetbelasting die is verschuldigd over de vergoedingen, bedoeld onder a en b. 3 eerste lid van artikel 3 Ten behoeve van de berekening van de vergoeding worden de krachtens dit besluit toegekende punten vermenigvuldigd met het basisbedrag, genoemd in het. 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het basisbedrag bedraagt € 143,04. 2 artikel 27, eerste lid Het basisbedrag en de vergoeding, bedoeld in, worden jaarlijks met ingang van 1 januari door Onze Minister gewijzigd met een percentage dat overeenkomt met 0,6 x (A – B) + (0,4 x C), waarbij: a. A gelijk is aan het procentuele verschil tussen het indexcijfer van de CAO-lonen per uur, inclusief de bijzondere beloningen van het jaargemiddelde van het jaar t-2 en het daaraan voorafgaande jaargemiddelde, zoals die door het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn bekendgemaakt; b. B gelijk is aan de percentuele volumemutatie van de toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen) per arbeidsjaar van het jaar t-2, zoals dat door het Centraal Bureau voor de Statistiek is bekendgemaakt; c. C gelijk is aan het procentuele verschil tussen de consumentenprijsindexcijfers voor alle huishoudens op de meest recente tijdsbasis van het jaargemiddelde van het jaar t-2 en het daaraan voorafgaande jaargemiddelde, zoals die door het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn bekendgemaakt, en d. onder t-2 wordt verstaan het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin de gewijzigde bedragen zullen gelden. 3 eerste lid van artikel 2 artikelen 25 27, eerste lid De vaststelling van de vergoeding, bedoeld in het, vindt plaats met toepassing van het basisbedrag en de vergoedingen, bedoeld in deen, die golden ten tijde van de afgifte van de toevoeging op grond waarvan de rechtsbijstand is verleend of het tijdstip waarop rechtsbijstand is verleend in een piketzaak. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 35 van de wet De rechtsbijstandverlener brengt aan de rechtzoekende de eigen bijdrage die deze overeenkomstigverschuldigd is, in rekening. 2 De rechtsbijstandverlener mag voorts aan de rechtzoekende geen andere kosten in rekening brengen dan die ter zake van: a. griffierechten; b. getuigen en deskundigen; c. uittreksels uit de openbare registers; d. telegrammen, internationale telex, internationale telefax en internationale telefoongesprekken; e. rolverrichtingen in zaken die door de kantonrechter van de rechtbank worden behandeld. 3 De kosten, bedoeld in het tweede lid, worden steeds aan de rechtzoekende gespecificeerd. 2023 311 27-09-2023 15-09-2023 2023 311 27-09-2023 15-09-2023 01-10-2023
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlage Aan een procedure wordt het aantal punten toegekend dat in devoor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak is bepaald. 2 artikel 1 artikel 7, eerste lid Indien de procedure is beëindigd omdat partijen tijdens een aanhangige gerechtelijke procedure nadat zij de gerechtelijke oproeping hebben ontvangen een vaststellingsovereenkomst ondertekenen ter beëindiging van het geschil en voordat de inbedoelde instantie uitspraak of tussenuitspraak heeft gedaan of een beslissing heeft genomen dan wel voordat de rechtsbijstandverlener een zitting als bedoeld in het, heeft bijgewoond, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 1 artikel 7, eerste lid artikelen 12 13, tweede lid Indien de procedure om andere redenen dan genoemd in het tweede lid is beëindigd voordat de inbedoelde instantie uitspraak of tussenuitspraak heeft gedaan of een beslissing heeft genomen dan wel voordat de rechtsbijstandverlener een zitting als bedoeld inheeft bijgewoond, zijn deen, van overeenkomstige toepassing. 4 artikelen 12 13, tweede lid Indien ten tijde van de beëindiging van de procedure uitsluitend een bestuursrechtelijke uitspraak over de proceskosten is gedaan, zijn deen, van overeenkomstige toepassing. 5 In de gevallen, bedoeld in het derde en vierde lid, zijn de overige bepalingen van deze paragraaf niet van toepassing. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 rijen A58, A59 en A60 van de bijlage De vergoeding, bedoeld in dewordt telkens met twee punten verlaagd, indien de in die rijen bedoelde rechtsbijstand geheel of gedeeltelijk is verleend in de vorm van rechtshulp door een ander dan de toegevoegde rechtsbijstandverlener. 2 artikel 3.110 3.115 van het Vreemdelingenbesluit 2000 De vergoeding, bedoeld in de rijen A58, A59 en A60 van de bijlage wordt eenmaal met drie en een halve punt verhoogd, indien na het verstrijken van de termijnen, bedoeld inen: a. de vreemdeling wordt onderworpen aan een aanvullend nader gehoor; b. na een eerder voornemen een nieuw voornemen wordt uitgebracht om de asielaanvraag af te wijzen, niet in behandeling te nemen, niet-ontvankelijk te verklaren dan wel buiten behandeling te stellen; c. op verzoek van Onze Minister van Justitie en Veiligheid aanvullend medisch onderzoek wordt verricht of een individueel ambtsbericht door Onze Minister van Buitenlandse Zaken wordt uitgebracht. 3 artikelen 3.109c, vierde lid 3.109ca, vierde lid 3.113 van het Vreemdelingenbesluit 2000 Indien een of meer gezinsleden aan wie geen toevoeging is verleend in de periode voorafgaand aan de bekendmaking van de beschikking op de asielaanvraag worden onderworpen aan een nader gehoor als bedoeld in de,, en, wordt de vergoeding, bedoeld in de rijen A58, A59, A60 en A61 van de bijlage eenmaal met drie en een halve punt verhoogd. 4 rijen A56, A57, A67, A68, A69 en A70 van de bijlage Artikel 7, tweede lid Indien het verzoek om een voorlopige voorziening ter zitting is behandeld, anders dan gevoegd, gelijktijdig, aansluitend of nagenoeg aansluitend met de hoofdzaak, wordt de vergoeding, bedoeld in de, met vijf en een halve punt verhoogd., is niet van toepassing. 5 rijen A58, A59, A60, A61, A65 en A66 van de bijlage De vergoeding, bedoeld in de, wordt eenmalig met drie en een halve punt verhoogd, indien na gegrondverklaring van het beroep of het hoger beroep, dan wel na intrekking van het besluit hangende dat beroep of hoger beroep: a. de vreemdeling wordt onderworpen aan een aanvullend nader gehoor; of b. na een eerder voornemen een nieuw voornemen wordt uitgebracht om de asielaanvraag af te wijzen, niet in behandeling te nemen, niet-ontvankelijk te verklaren dan wel buiten behandeling te stellen. 6 artikel 13 artikel 31 In afwijking vanwordt in een procedure als bedoeld in de rijen A58, A59, A60 en A61, van de bijlage, waarin de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven de 20 uur, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in, eerste lid, heeft goedgekeurd. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b Vervallen 2022 295 13-07-2022 07-07-2022 2022 295 13-07-2022 07-07-2022 01-09-2022 Artikel IV van Stb. 2022/295 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2022 295 13-07-2022 07-07-2022 2022 295 13-07-2022 07-07-2022 01-09-2022 Artikel IV van Stb. 2022/295 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Als zitting wordt voor de toepassing van dit artikel aangemerkt elk optreden van een instantie bij welke de procedure wordt gevoerd die dient ter behandeling van de zaak en waarbij de rechtsbijstandverlener aanwezig kan zijn, met uitzondering van rolzittingen. 2 bijlage Indien de rechtsbijstandverlener meer dan één zitting heeft bijgewoond, wordt voor de tweede en elke daaropvolgende bijgewoonde zitting het aantal toe te kennen punten telkens met drie en een half verhoogd. De eerste volzin is niet van toepassing in zaken als bedoeld in de rijen A58, A59, A60, A61, A62, A65 en A66 van de. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Artikel 7 van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 rijen A1, A1A en A2 van de bijlage In een procedure in eerste aanleg betreffende echtscheiding of beëindiging geregistreerd partnerschap met nevenvorderingen of beëindiging samenwoning als bedoeld in de, wordt het aantal toe te kennen punten telkens met vijf en een half verhoogd, indien in die procedure: a. eens of meermalen op tegenspraak een voorlopige voorziening is verkregen, anders dan in het kader van partneralimentatie, een gezags- of omgangsregeling of financiële bijdragen voor één of meer minderjarige kinderen; b. bij rechterlijke uitspraak eens of meermalen partneralimentatie is toegekend; c. rechtsbijstand is verleend in het kader van een gezags- of omgangsregeling, dan wel financiële bijdragen voor één of meer minderjarige kinderen. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Indien in een procedure rechtsbijstand is verleend door achtereenvolgens twee of meer rechtsbijstandverleners die niet werkzaam zijn in hetzelfde samenwerkingsverband, wordt het aantal toe te kennen punten één maal met twee en een half verhoogd. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2008 276 15-07-2008 03-07-2008 2008 274 15-07-2008 03-07-2008 01-09-2008 Artikel XII van Stb. 2008/276 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Als samenhangende zaken worden beschouwd procedures en advieszaken die gevoegd, gelijktijdig, aansluitend of nagenoeg aansluitend zijn behandeld, en waarvoor één rechtsbijstandverlener is toegevoegd of meer dan één rechtsbijstandverlener mits zij deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en voor zover de zaken naar hun aard verknocht zijn. 2 artikel 12, eerste en tweede lid artikel 5, eerste lid In samenhangende zaken waarin sprake is van twee rechtzoekenden met een of meer procedures of advieszaken, wordt in afwijking van, onderscheidenlijk, aan die procedures en advieszaken gezamenlijk het aantal punten toegekend dat wordt verkregen door het aantal punten dat in artikel 12 voor advieszaken en in de bijlage voor procedures is bepaald voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak met het hoogste aantal punten te vermenigvuldigen met 150%. Vervolgens wordt in samenhangende zaken waarin sprake is van drie of meer rechtzoekenden met een of meerdere procedures, bij de zaak met het hoogste aantal punten, al naar gelang het aantal toevoegingen, per toevoeging het navolgende percentage opgeteld: a. vanaf de derde tot en met de twintigste toevoeging: + 25% per toevoeging; b. vanaf de eenentwintigste tot en met de honderdste toevoeging: + 15% per toevoeging; c. bij elke volgende toevoeging: + 10% per toevoeging. 3 artikel 12, eerste en tweede lid artikel 5, eerste lid In samenhangende zaken waarbij sprake is van één rechtzoekende met meerdere procedures of advieszaken, wordt in afwijking van, onderscheidenlijk, aan die procedures en advieszaken gezamenlijk het aantal punten toegekend dat wordt verkregen door voor advieszaken het aantal punten dat in artikel 12 en voor procedures het aantal punten dat in de bijlage is bepaald voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak met het hoogste aantal punten te verhogen met 50% voor elke procedure en advieszaak, met uitzondering van de eerste. 4 Het resultaat van de totaal berekende samenhangtoeslag wordt afgerond op hele punten. 5 eerste lid van artikel 7 tweede lid van artikel 7 Indien samenhangende zaken gevoegd, gelijktijdig, aansluitend of nagenoeg aansluitend op een zitting als bedoeld in hetzijn behandeld, wordt deze zitting voor de toekenning van de punten, bedoeld in het, aangemerkt als één zitting. 6 Op samenhangende zaken die in cassatie zijn gevoerd zijn het tweede, derde, vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de berekening, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt toegepast op 24 punten. 7 Op een procedure inzake een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Aan een advieszaak waarin minder dan zeven uur rechtsbijstand wordt verleend, worden vier punten toegekend. 2 Artikel 9 Aan een advieszaak waarin zeven uur of meer rechtsbijstand wordt verleend, worden tien punten toegekend.is van overeenkomstige toepassing. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid worden aan een zaak waarin eenvoudig rechtskundig advies wordt gegeven twee punten verleend. 4 artikel 13, tweede lid bijlage In afwijking van het eerste en tweede lid en behoudens de toepassing van, is het aantal punten dat wordt toegekend in een advieszaak niet hoger dan het aantal punten dat voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak in dewordt toegekend. 2022 295 13-07-2022 07-07-2022 2022 295 13-07-2022 07-07-2022 01-09-2022 Artikel IV van Stb. 2022/295 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 bijlage eerste lid van artikel 31 Indien in een procedure de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat in devoor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak, wordt voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het, heeft goedgekeurd. 2 eerste lid van artikel 31 Indien in een advieszaak de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven de 20 uur, wordt voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het, heeft goedgekeurd. 3 artikel 11, tweede, derde en zesde lid eerste lid van artikel 31 Indien in samenhangende zaken de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat op grond vanwordt toegekend wordt, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het, heeft goedgekeurd. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 bijlage Aan een strafzaak wordt het aantal punten toegekend dat in devoor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak is bepaald. 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a Indien in een zaak als bedoeld in rij B34 geen zitting plaatsvindt, of indien wel een zitting plaatsvindt maar die niet wordt bijgewoond door een raadsman, wordt het in die rij genoemde aantal punten met drie en een half verlaagd. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2022 295 13-07-2022 07-07-2022 2022 295 13-07-2022 07-07-2022 01-09-2022 Artikel IV van Stb. 2022/295 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 18 Indien in een strafzaak in eerste aanleg of in hoger beroep over de gevangenhouding of gevangenneming van de rechtzoekende is geoordeeld, wordt, in afwijking van, het aantal toe te kennen punten met drie en een half verhoogd. 2 Bij verlenging van de gevangenhouding, bedoeld in het eerste lid, wordt eenmalig het aantal punten met twee verhoogd. 3 rij B34 van de bijlage Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een zaak als bedoeld in. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Indien de rechtsbijstandverlener in het kader van een gerechtelijk vooronderzoek of een daarmee gelijk gesteld onderzoek bij het verhoor van een getuige of van de verdachte of bij een descente aanwezig is geweest, wordt het aantal toe te kennen punten verhoogd met twee punten per gehoorde getuige, verdachte onderscheidenlijk per descente. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Onder zitting wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan elk optreden van de rechter in het kader van het onderzoek ter terechtzitting en elke behandeling in rechte van de hoofdzaak of hoofdvordering alsmede het horen van de verdachte door de officier van justitie, met het oog op het uitvaardigen van een strafbeschikking, met uitzondering van: a. de zitting waarin tot aanhouding wordt besloten zonder dat de zaak inhoudelijk is behandeld, of b. de zitting waarin uitsluitend de uitspraak in de zaak is gedaan. 2 Indien de rechtsbijstandverlener meer dan één zitting heeft bijgewoond, wordt voor de tweede en elke daaropvolgende bijgewoonde zitting het aantal toe te kennen punten telkens met drie en een half verhoogd. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 14 bijlage Indien een strafzaak vóór het onderzoek ter terechtzitting of voor de behandeling in rechte van de hoofdzaak of hoofdvordering wordt beëindigd, worden in afwijking vanvijf punten toegekend, tenzij in deeen lager puntenaantal is bepaald. 2 rijen B2 en B4 van de bijlage Het eerste lid is niet van toepassing op strafzaken als bedoeld in de. 2022 295 13-07-2022 07-07-2022 2022 295 13-07-2022 07-07-2022 01-09-2022 Artikel IV van Stb. 2022/295 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a artikel 14 Indien in een strafzaak het hoger beroep wordt ingetrokken, worden, in afwijking van, twee punten toegekend. 2015 35 30-01-2015 29-01-2015 2015 35 30-01-2015 29-01-2015 01-02-2015
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Indien in een strafzaak rechtsbijstand is verleend door achtereenvolgens twee of meer rechtsbijstandverleners die niet werkzaam zijn in hetzelfde samenwerkingsverband, wordt het aantal toe te kennen punten één maal met twee en een half verhoogd. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 eerste lid van artikel 18 Als samenhangende strafzaken worden beschouwd zaken die gevoegd, gelijktijdig, aansluitend of nagenoeg aansluitend ter zitting als bedoeld in het, zijn behandeld, en waarvoor één rechtsbijstandverlener is toegevoegd of meer dan één rechtsbijstandverlener mits zij deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en voor zover de zaken naar hun aard verknocht zijn. 2 artikel 14 bijlage In samenhangende strafzaken waarbij twee rechtzoekenden zijn betrokken bij een of meer zaken, wordt in afwijking van, aan de zaken gezamenlijk het aantal punten toegekend dat wordt verkregen door het aantal punten dat in deis bepaald voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak met het hoogste aantal punten te vermenigvuldigen met 150%. Vervolgens wordt in samenhangende zaken waarin sprake is van drie of meer rechtzoekenden met een of meerdere procedures, bij de zaak met het hoogste aantal punten, al naar gelang het aantal zaken, per zaak het navolgende percentage opgeteld: a. vanaf de derde tot en met de twintigste zaak: + 25% per zaak; b. vanaf de eenentwintigste tot en met de honderdste zaak: + 15% per zaak; c. bij elke volgende zaak: + 10% per zaak. 3 artikel 14 bijlage In samenhangende strafzaken waarbij één rechtzoekende is betrokken bij meer dan één zaak, wordt in afwijking van, aan de zaken gezamenlijk het aantal punten toegekend dat wordt verkregen door het aantal punten dat in deis bepaald voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak met het hoogste aantal punten te verhogen met 50% voor elke zaak, met uitzondering van de eerste. 4 Het resultaat van de totaal berekende samenhangtoeslag wordt afgerond op hele punten. 5 eerste lid van artikel 18 tweede lid van artikel 18 Indien samenhangende strafzaken gevoegd, gelijktijdig, aansluitend of nagenoeg aansluitend op een zitting als bedoeld in hetzijn behandeld, wordt deze zitting voor de toekenning van de punten, bedoeld in het, aangemerkt als één zitting. 6 rijen B1, B2, B3, B4 en B5 van de bijlage Op samenhangende strafzaken die bij de Hoge Raad aanhangig zijn gemaakt zijn het tweede, derde, vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de berekening, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt uitgegaan van de strafzaak waaraan op grond van dehet hoogste aantal punten wordt toegekend. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Ten aanzien van strafzaken die in de bijlage zijn aangemerkt als strafrecht verdachten of daaruit voortvloeiende strafrechtelijke cassatiezaken wordt: a. rijen B1, B2, B3, B4 en B5 eerste lid van artikel 31 indien in een strafzaak de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat in de bijlage voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak of in deis bepaald, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, 0,955 punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het, heeft goedgekeurd; b. artikel 19 eerste lid van artikel 31 indien in een strafzaak die is beëindigd in de situaties bedoeld in, de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat wordt toegekend op grond van artikel 19 voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, 0,955 punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het, heeft goedgekeurd; c. artikel 21, tweede, derde en zesde lid eerste lid van artikel 31 indien in samenhangende strafzaken de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat op grond van, wordt toegekend, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, 0,955 punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het, heeft goedgekeurd. 2 Ten aanzien van strafzaken die in de bijlage zijn aangemerkt als strafrecht niet-verdachten of daaruit voortvloeiende strafrechtelijke cassatiezaken wordt: a. rijen B1, B2, B3, B4 en B5 indien in een strafzaak de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat in de bijlage voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak of in deis bepaald, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31, heeft goedgekeurd; b. artikel 19 artikel 31 indien in een strafzaak die is beëindigd in de situaties bedoeld in, de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat wordt toegekend op grond van artikel 19, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van, heeft goedgekeurd; of c. artikel 21, tweede, derde en zesde lid artikel 31 indien in samenhangende strafzaken de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat op grond van, wordt toegekend, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van, heeft goedgekeurd. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 In een piketzaak wordt 1,5 punt toegekend, indien rechtsbijstand wordt verleend: a. artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering aan in verzekering gestelde verdachten als bedoeld in, in het politiebureau, b. artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering aan in verzekering gestelde verdachten als bedoeld in, tijdens een voorgeleiding voor de rechter-commissaris, c. artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering aan in verzekering gestelde verdachten als bedoeld inin geval van hoger beroep van de officier van justitie tegen de beschikking tot onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte, d. artikel 7:2 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg op grond van, of e. artikel 31 Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten op grond van, f. Vreemdelingenwet 2000 aan personen die krachtens dein hun vrijheid zijn beperkt of wier vrijheid krachtens de Vreemdelingenwet 2000 is ontnomen. 2 In afwijking van het eerste lid wordt in een piketzaak 0,75 punt toegekend, indien rechtsbijstand wordt verleend voorafgaand aan één of meer verhoren: a. artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering van in verzekering gestelde verdachten als bedoeld in; b. artikel 56a, eerste en vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering in het kader van het ophouden voor onderzoek als bedoeld invan: 1°. verdachten van een strafbaar feit waarvoor een bevel tot inverzekeringstelling kan worden verleend; 2°. artikel 28b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering kwetsbare verdachten als bedoeld invan een strafbaar feit waarvoor geen bevel tot inverzekeringstelling kan worden verleend. 3 In afwijking van het eerste lid wordt voor verleende rechtsbijstand in een piketzaak na het verhoor als bedoeld in het tweede lid aanvullend 0,75 punt toegekend. 4 artikel 154a 176a van de Gemeentewet Indien rechtsbijstand wordt verleend aan personen die op grond vanoftijdelijk worden opgehouden wordt voor de verlening van rechtsbijstand, met uitzondering van het doen van een verzoek om een voorlopige voorziening, aan alle personen gezamenlijk 1,5 punt toegekend. 5 artikel 5, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod Indien in de periode voorafgaand aan het verzoek om een voorlopige voorziening rechtsbijstand wordt verleend aan een uithuisgeplaatste die de wens, bedoeld in, te kennen heeft gegeven, wordt 1,5 punt toegekend. 6 Algemene termijnenwet Indien de rechtsbijstand in een piketzaak is verleend op een zaterdag, zondag, een algemeen erkende feestdag of een bij of krachtens demet algemeen erkende feestdagen gelijkgestelde dag, wordt aanvullend 0,5 punt toegekend. 2019 198 05-06-2019 16-05-2019 2019 437 29-11-2019 21-11-2019 01-01-2020
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 artikel 23, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of tweede lid Indien in een piketzaak als bedoeld in, tijdens een verhoor door een opsporingsambtenaar rechtsbijstand wordt verleend aan een rechtens zijn vrijheid ontnomen verdachte van een strafbaar feit waarvoor een bevel tot inverzekeringstelling kan worden verleend, wordt in aanvulling op de vergoeding op grond van artikel 23 een vergoeding toegekend van: a. 3 punten, indien er sprake is van een verdenking van: – een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf is gesteld van twaalf jaar of meer; – een misdrijf met een slachtoffer dat is overleden dan wel zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen; of – artikel 245, eerste lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafrecht artikelen 251 tot en met 253 van die wet artikel 254, eerste lid, onderdeel d een seksueel misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf is gesteld van acht jaar of meer, het feit strafbaar gesteld in, of een in deomschreven feit waarbij de strafverzwaringsgrond van, van toepassing is omdat het is begaan onder de in artikel 245, eerste lid, onderdeel a, omschreven omstandigheden; b. 1,5 punt in alle overige gevallen. 2 Indien na rechtsbijstandverlening als bedoeld in het eerste lid rechtsbijstand wordt verleend tijdens één of meer opvolgende verhoren door een opsporingsambtenaar, wordt de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met 1,5 punt verhoogd. 3 Voor de toepassing van het tweede lid worden niet als opvolgende verhoren aangemerkt verhoren die aansluitend of nagenoeg aansluitend op elkaar volgen. 4 Artikel 23, zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2024 100 22-04-2024 15-04-2024 2024 100 22-04-2024 15-04-2024 01-07-2024 Artikel III van Stb. 2024/100 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2024 60 27-03-2024 25-03-2024 2024 61 27-03-2024 25-03-2024 01-07-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet seksuele
misdrijven in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 eerste lid van artikel 7 eerste lid van artikel 18 artikel 16 artikel 17 Voor het tijdverlet in verband met reizen ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand in een andere zaak dan een piketzaak wordt, uitgaande van de totale afstand die is afgelegd bij reizen naar de zitting, bedoeld in heten het, en naar rechtzoekenden wier vrijheid is ontnomen of beperkt, per volle gereisde 50 kilometer een halve punt toegekend. Onder reizen naar de zitting is mede begrepen het reizen in verband met de behandeling van de gevangenhouding of gevangenneming, bedoeld in, alsmede in verband met het verhoor, bedoeld in. 2 artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding voor het tijdverlet in verband met reizen overeenkomstig door het bestuur gestelde regels naar een Aanmeldcentrum in verband met de verlening van rechtsbijstand tijdens het onderzoek naar de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in. 3 Indien naar en in het buitenland wordt gereisd per vliegtuig wordt per volle gereisde 500 kilometer een halve punt toegekend. 4 Het bestuur bepaalt de reisafstand op gestandaardiseerde wijze. 5 Indien een reis wordt afgelegd ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand aan meerdere rechtzoekenden op dezelfde locatie, wordt het tijdverlet in verband met deze reis slechts eenmaal vergoed. 2024 100 22-04-2024 15-04-2024 2024 100 22-04-2024 15-04-2024 01-07-2024 Artikel III van Stb. 2024/100 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikelen 7, eerste lid 18, eerste lid artikel 16 artikel 17 artikel 31a, tweede lid, onderdeel a, onder 3°, van de Wet op de loonbelasting 1964 Voor de kosten die worden gemaakt voor reizen naar de zitting, bedoeld in de, en, en naar rechtzoekenden wier vrijheid is ontnomen of beperkt, wordt een kilometervergoeding toegekend ter hoogte van het bedrag, genoemd in. Dezelfde kilometervergoeding wordt toegekend voor de kosten die worden gemaakt voor reizen in verband met de behandeling van de gevangenhouding of gevangenneming, bedoeld in, alsmede in verband met het verhoor, bedoeld in. 2 artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor de vergoeding van de kosten voor reizen overeenkomstig door het bestuur gestelde regels naar een Aanmeldcentrum in verband met de verlening van rechtsbijstand tijdens het onderzoek naar de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in. 3 Ten behoeve van de berekening van de kilometervergoeding, bedoeld in het eerste en tweede lid, bepaalt het bestuur de reisafstand op gestandaardiseerde wijze. 4 Indien een reis wordt afgelegd ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand aan meerdere rechtzoekenden op dezelfde locatie, wordt in verband met deze reis slechts eenmaal een kilometervergoeding toegekend. 2024 100 22-04-2024 15-04-2024 2024 100 22-04-2024 15-04-2024 01-07-2024 Artikel III van Stb. 2024/100 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Besluit tarieven in strafzaken 2003 De kosten die de rechtsbijstandverlener heeft moeten maken doordat hij zich bij de verlening van rechtsbijstand in een strafzaak of een piketzaak van een tolk heeft moeten bedienen, worden vergoed tot ten hoogste het bedrag waarop een tolk ingevolge hetaanspraak heeft. 2003 330 02-09-2003 16-08-2003 2003 373 30-09-2003 24-09-2003 01-10-2003
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Voor de administratieve kosten die in het kader van de rechtsbijstandverlening worden gemaakt, wordt per toevoeging een vergoeding van € 25,36 toegekend. 2 wet artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000 Het eerste lid is niet van toepassing in gevallen waarin op grond van deaan een rechtzoekende op last van de rechter een raadsman wordt toegevoegd door het bestuur, alsmede in geval van een procedure in het kader van de eerste aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in. 2025 39858 24-11-2025 14-11-2025 6825974 2025 39858 24-11-2025 14-11-2025 6825974 01-01-2026
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Na beëindiging van de verlening van de rechtsbijstand dient de rechtsbijstandverlener bij het bestuur een aanvraag in tot vaststelling van de vergoeding voor de verrichte werkzaamheden. De aanvraag gaat vergezeld van een specificatie van de met die rechtsbijstandverlening gemoeide tijdsbesteding overeenkomstig door het bestuur gestelde regels. 2 Indien de aanvraag betrekking heeft op een procedure of een strafzaak, voegt de rechtsbijstandverlener hierbij de uitspraak of beslissing in de zaak, voorzover deze in schriftelijke vorm beschikbaar is. 2024 100 22-04-2024 15-04-2024 2024 100 22-04-2024 15-04-2024 01-07-2024 Artikel III van Stb. 2024/100 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Het bestuur kan de juistheid of volledigheid van de door de rechtsbijstandverlener verstrekte informatie of overgelegde bescheiden bij de desbetreffende instantie controleren. 2 artikel 2 Het bestuur stelt de vergoeding vast op grond van de door de rechtsbijstandverlener verstrekte informatie en met inachtneming van. 3 Indien de bij de aanvraag verstrekte informatie onjuist of onvolledig is, kan het bestuur de vergoeding vaststellen met inachtneming van de beschikbare juiste informatie. 4 De vergoeding wordt op nihil gesteld indien bij de vaststelling blijkt dat de zaak onder het bereik van een toevoeging van een andere zaak valt. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Indien na de vaststelling van de vergoeding feiten of omstandigheden bekend worden waarvan het bestuur redelijkerwijs niet bij de vaststelling op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de vergoeding lager zou zijn vastgesteld, dan wel indien de vaststelling onjuist was en de rechtsbijstandverlener dit wist of behoorde te weten, kan het bestuur de vaststelling met terugwerkende kracht wijzigen of intrekken, tenzij vijf jaren zijn verstreken sedert de dag van de vaststelling. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 eerste lid van artikel 28 artikelen 13 22 In afwijking van hetdient de rechtsbijstandverlener bij het bereiken van de in deenbedoelde tijdgrens een aanvraag in bij het bestuur tot vaststelling van de vergoeding voor de verrichte werkzaamheden. Tegelijkertijd legt hij een begroting over met betrekking tot de tijdsbesteding van de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden. 2 Het bestuur stemt geheel of gedeeltelijk in met de begroting, bedoeld in het eerste lid, indien het van oordeel is dat de rechtsbijstand doelmatig wordt verleend. 3 Nadat de tijd waarmee het bestuur heeft ingestemd is verstreken, dient de rechtsbijstandverlener een aanvraag in tot vaststelling van de vergoeding voor de desbetreffende werkzaamheden en kan hij daarbij een begroting indienen met betrekking tot de tijdsbesteding van de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 tweede lid van artikel 29 artikel 37, tweede lid, van de wet Het bestuur betaalt overeenkomstig de vaststelling, bedoeld in het, de vergoeding met inachtneming van het bepaalde in. 2 artikel 33, eerste lid, onder c van de wet In zaken, waarin krachtens een besluit van het bestuur als bedoeld inde verlening van rechtsbijstand tussentijds is beëindigd, is het voorgaande lid slechts van toepassing voor zover de rechtzoekende het van hem verlangde voorschot, of de verhoging daarvan, heeft voldaan. 3 Indien uit de opgave van de rechtsbijstandverlener aan het bestuur een veroordeling in de kosten van verlening van rechtsbijstand ten behoeve van een partij aan wie een toevoeging is verleend krachtens de wet blijkt, wordt het bedrag van deze kostenveroordeling tot ten hoogste het bedrag van de overeenkomstig dit besluit vastgestelde vergoeding, op die vergoeding in mindering gebracht. 4 Onverschuldigd betaalde vergoedingen kunnen worden teruggevorderd of verrekend met nog verschuldigde vergoedingen. 5 Indien aan de kostenveroordeling, bedoeld in het derde lid, geheel of gedeeltelijk niet is voldaan en er redelijkerwijs ook geen zicht is op voldoening, laat het bestuur het derde lid buiten toepassing. 2013 220 21-06-2013 14-06-2013 2013 291 16-07-2013 05-07-2013 15-08-2013 Artikel II van Stb. 2013/220 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Indien in een zaak achtereenvolgens door twee of meer rechtsbijstandverleners, niet werkzaam in hetzelfde samenwerkingsverband, rechtsbijstand is verleend, wordt de vergoeding betaald aan de rechtsbijstandverlener die het laatst is toegevoegd. De rechtsbijstandverleners verdelen het bedrag in onderling overleg naar verhouding van de verrichte werkzaamheden. 2009 45 12-02-2009 02-02-2009 2009 225 04-06-2009 20-05-2009 01-07-2009
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2009 45 12-02-2009 02-02-2009 2009 225 04-06-2009 20-05-2009 01-07-2009
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 14 van de wet Het bestuur verleent aan de advocaat die is ingeschreven op grond van, telkens in de eerste maand van elk kwartaal een voorschot voor de krachtens dit besluit toe te kennen vergoedingen. 2 Per jaar is de hoogte van het kwartaalvoorschot gelijk aan 10 procent van het door Onze Minister vast te stellen normbedrag vermenigvuldigd met een vierde deel van het aantal toevoegingen dat aan de advocaat is afgegeven in de periode van 1 september van het voorlaatste jaar tot 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het kwartaalvoorschot wordt verleend. 3 Indien het normbedrag wijzigt, wijzigt het bestuur met ingang van het eerstvolgende kwartaal dienovereenkomstig de verlening van het kwartaalvoorschot. 4 Het voorschot bedraagt ten hoogste een door Onze Minister te bepalen bedrag. Het voorschot wordt op nihil gesteld indien het aantal toevoegingen als bedoeld in het tweede lid blijft beneden een door Onze Minister te bepalen aantal. 5 Indien de hoogte van het kwartaalvoorschot niet overeenkomstig de norm in het tweede lid kan worden berekend kan het bestuur gedurende de periode dat voornoemde norm niet kan worden toegepast, telkens een voorschot verlenen dat is gerelateerd aan het aantal toevoegingen dat aan de advocaat is afgegeven in het voorafgaande kwartaal. In afwijking van de eerste volzin wordt bij het berekenen van het eerste kwartaalvoorschot dat aan de betrokken advocaat wordt verleend het voorschot gerelateerd aan het aantal toevoegingen dat aan de advocaat is afgegeven in de voorafgaande maand. De tweede volzin van het vierde lid is niet van toepassing. 2011 322 29-06-2011 22-06-2011 2011 322 29-06-2011 22-06-2011 01-07-2013
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Het bestuur kan besluiten de hoogte van de voorschotten te verlagen met ten hoogste 10% indien het door Onze Minister voor het bestuur vastgestelde budget dreigt te worden overschreden. 2 Het bestuur kan in uitzonderlijke gevallen besluiten het voorschot te verlagen of niet langer te verlenen. 3 artikel 35 artikel 7a, tweede lid, van de wet In afwijking vankan het bestuur in uitzonderlijke gevallen een ander voorschot toekennen. Het bestuur stelt beleidsregels vast voor de toepassing van dit lid en vermeldt deze beleidsregels in het verslag, bedoeld in. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 17 van de wet Indien de inschrijving van de advocaat door het bestuur wordt doorgehaald overeenkomstig, is de advocaat gehouden op vordering van het bestuur het verleende voorschot met verrekening van de toegekende vergoedingen onverwijld terug te betalen. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 37 Het bestuur kan een vordering jegens een advocaat als bedoeld inoverdragen aan een door Onze Minister voor dit doel erkende rechtspersoon indien de advocaat niet voldoet aan zijn betalingsverplichting. 2 De advocaat die een voorschot ontvangt, is jaarlijks een nader door Onze Minister te bepalen bedrag verschuldigd aan de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 hoofdstukken II III In afwijking van deenkan het bestuur de vergoeding bepalen met inachtneming van nader vast te stellen kwaliteitscriteria, mits de desbetreffende rechtsbijstandverlener of rechtsbijstandverleners daarmee instemmen. 2 hoofdstuk IV Het bestuur kan met instemming van de rechtsbijstandverlener afwijken van het bepaalde inover de wijze van aanvragen en de overige procedureregels inzake de vaststelling van de vergoeding. 3 artikel 7a, tweede lid, van de wet Het bestuur stelt beleidsregels vast voor de toepassing van het eerste en tweede lid en vermeldt deze beleidsregels in het jaarplan, bedoeld in. 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 7, derde lid, onder e van de wet hoofdstuk V, afdeling 1 van de wet Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders Gerechtsdeurwaarders aan wie in een zaak waarin op grond van een toevoeging rechtsbijstand wordt verleend dan wel waarin een verklaring is afgegeven overeenkomstigwaaruit blijkt dat voldaan wordt aan de bepalingen van, het uitbrengen van een exploot of het opmaken van een proces-verbaal is opgedragen, of die bijstand hebben verleend bij de tenuitvoerlegging van de in een zodanige zaak gegeven uitspraak, ontvangen van rijkswege 75% van het bedrag dat zij volgens hetzouden hebben mogen berekenen, met dien verstande dat de verschotten voor rekening van de opdrachtgever blijven. 2 Gerechtsdeurwaarders die overeenkomstig het eerste lid aan een rechtsbijstandverlener bijstand hebben verleend, zenden met een afschrift van het exploot of de akte, vermeldende dat in de desbetreffende zaak rechtsbijstand is verleend, een aanvraag in voor vergoeding van de verrichte werkzaamheden bij een door Onze Minister aan te wijzen instantie. Deze instantie draagt zorg voor de uitbetaling van de vergoeding. 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 2025 415 09-12-2025 04-12-2025 01-02-2026 Artikel III van Stb. 2025/415 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 39 van de wet De dag- en nieuwsbladen ontvangen van rechtswege een vergoeding voor de door hen geplaatste oproepingen of aankondigingen, bedoeld in, ten bedrage van het normale in rekening te brengen advertentietarief voorzover niet een afwijkend tarief met die bladen overeen is gekomen. 2 Indien een rechtsbijstandverlener een dag- of nieuwsblad opdracht heeft gegeven tot het krachtens wettelijk voorschrift of rechterlijk bevel plaatsen van een oproeping of mededeling, zendt hij – onder overlegging van een exemplaar van de editie, waarin de oproeping of aankondiging is opgenomen – de nota in bij een door Onze Minister aan te wijzen instantie. Deze instantie draagt zorg voor de uitbetaling van de vergoeding. 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Wijzigt het Besluit regels vergoeding advocaat voor rechtsbijstand ex artikel 817 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Wijzigt het Deurwaardersreglement. 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994 wordt ingetrokken. 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994 blijft van toepassing op toevoegingen afgegeven vóór het moment van inwerkingtreding van dit besluit. 2 hoofdstukken V VI Het Besluit vergoedingen rechtsbijstand, met uitzondering van deen, blijft van toepassing op toevoegingen afgegeven vóór 1 januari 1994. 3 hoofdstukken VII VIII Het Besluit vergoedingen rechtsbijstand in strafzaken, met uitzondering van deen, blijft van toepassing op toevoegingen afgegeven vóór 1 januari 1994. 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2000. 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 1999 580 28-12-1999 21-12-1999 01-01-2000