Besluit van 16 december 1999, houdende regelen ter zake van het houden, verzorgen en huisvesten van productiedieren (Besluit welzijn productiedieren)
- BWB-id
- BWBR0010986
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2011-02-01 t/m 2014-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010986
- ELI
- /eli/nl/amvb/2000/besluit-welzijn-productiedieren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2000/besluit-welzijn-productiedieren/2011-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010986&g=2011-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010986&z=2026-06-06&g=2011-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010986/2011-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2000/besluit-welzijn-productiedieren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 35, eerste lid 38, eerste lid 45, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Voor de toepassing van dit besluit worden als soorten en categorieën van dieren als bedoeld in de,, enaangewezen dieren die voor landbouwdoeleinden worden gefokt of gehouden. 2 Dit besluit is niet van toepassing op vissen, reptielen, amfibieën en ongewervelde dieren. 1999 568 28-12-1999 16-12-1999 2000 50 03-02-2000 31-01-2000 04-02-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 3, derde lid artikel 3, tweede lid artikel 3 Het houden van varkens en kalveren geschiedt overeenkomstig. Het houden van legkippen en vleeskuikens geschiedt overeenkomstig. Het houden van andere dieren geschiedt overeenkomstig. 2 artikel 4, eerste en vijfde lid artikel 4, eerste tot en met zesde lid artikel 4, eerste en derde tot en met zesde lid artikel 4, derde tot en met zesde lid artikel 4 Het verzorgen van kalveren geschiedt overeenkomstig. Het verzorgen van varkens geschiedt overeenkomstig. Het verzorgen van legkippen geschiedt overeenkomstig. Het verzorgen van vleeskuikens geschiedt overeenkomstig. Het verzorgen van andere dieren geschiedt overeenkomstig. 3 artikel 5, vierde lid artikel 5, eerste tot en met vijfde lid en zevende tot en met tiende lid artikel 5, met uitzondering van het eerste en zesde lid artikel 5, tweede tot en met vierde lid, en zevende tot en met tiende lid artikel 5 Het huisvesten van kalveren geschiedt overeenkomstig. Het huisvesten van varkens geschiedt overeenkomstig. Het huisvesten van legkippen geschiedt overeenkomstig. Het huisvesten van vleeskuikens geschiedt overeenkomstig. Het huisvesten van andere dieren geschiedt overeenkomstig. 2010 240 29-06-2010 01-06-2010 2011 17 31-01-2011 27-01-2011 01-02-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De bewegingsvrijheid van het dier wordt niet op zodanige wijze beperkt dat het dier daardoor onnodig lijden of letsel wordt toegebracht. 2 Wanneer een dier permanent of geregeld wordt aangebonden, vastgeketend of geïmmobiliseerd, wordt het voldoende ruimte gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften. 3 Een dier wordt, indien het niet in een gebouw wordt gehouden, beschermd tegen slechte weersomstandigheden, roofdieren en gezondheidsrisico's. 1999 568 28-12-1999 16-12-1999 2000 50 03-02-2000 31-01-2000 04-02-2000
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Een dier wordt verzorgd door een voldoende aantal personen, dat: a. beschikt over de nodige kennis; b. beschikt over de nodige vaardigheden, en c. vakbekwaam is. 2 Een dier dat wordt gehouden in een veehouderijsysteem waar zijn welzijn afhangt van frequente verzorging door de mens, wordt ten minste eenmaal per dag gecontroleerd. Een dier dat in een ander systeem wordt gehouden, wordt zo vaak gecontroleerd dat lijden wordt voorkomen. 3 Een dier dat ziek of gewond lijkt, wordt onmiddellijk op passende wijze verzorgd. Wanneer die zorg geen verbetering in de toestand van het dier brengt, wordt zo spoedig mogelijk een dierenarts geraadpleegd. 4 Een dier krijgt een toereikende hoeveelheid gezond en voor de soort en de leeftijd geschikt voeder zodat het in goede gezondheid blijft en aan zijn voedingsbehoeften wordt voldaan. 5 Het toegediende voeder en drinken alsmede de wijze van toediening brengen het dier geen onnodig lijden of letsel toe. 6 Een dier krijgt voeder met tussenpozen die bij zijn fysiologische behoeften passen. 1999 568 28-12-1999 16-12-1999 2000 50 03-02-2000 31-01-2000 04-02-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Er is voldoende verlichting voor een grondige controle van het dier op elk willekeurig tijdstip. 2 Een ziek of gewond dier wordt zo nodig afgezonderd in een passend onderkomen. Het onderkomen bestaat zo nodig uit droog strooisel. 3 Het materiaal dat wordt gebruikt voor de behuizing is niet schadelijk voor het dier en kan grondig gereinigd en ontsmet worden. 4 Behuizing en inrichtingen voor de beschutting van een dier zijn zodanig geconstrueerd en verkeren in een zodanige staat van onderhoud dat er geen scherpe randen of uitsteeksels zijn die het dier kunnen verwonden. 5 De luchtcirculatie, het stofgehalte van de lucht, de temperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en de gasconcentraties in de omgeving van het dier zijn niet schadelijk voor het dier. 6 Een in een gebouw gehouden dier wordt niet permanent in het duister of in kunstlicht gehouden. Indien het beschikbare natuurlijke licht niet voldoende is voor de ethologische en fysiologische behoeften van het dier, is geschikt kunstlicht aanwezig. 7 Indien de gezondheid en welzijn van een dier afhankelijk is van een kunstmatig ventilatiesysteem, is dat voorzien van een passend noodsysteem waarmee voldoende verse lucht kan worden aangevoerd om de gezondheid en het welzijn van het dier te waarborgen als het hoofdsysteem uitvalt. Indien het hoofdsysteem uitvalt treedt een alarmsysteem in werking. Het alarmsysteem wordt regelmatig getest. 8 Een dier heeft toegang tot een toereikende hoeveelheid schoon water of kan op een andere wijze aan zijn behoefte aan water voldoen. 9 Een voeder- of drinkinstallatie is zo ontworpen, gebouwd en geplaatst dat het gevaar voor verontreiniging van voeder en water, alsmede mogelijke schadelijke gevolgen van rivaliteit tussen de dieren tot een minimum worden beperkt. 10 Automatische of mechanische apparatuur die noodzakelijk is voor de gezondheid en het welzijn van een dier wordt ten minste eenmaal per dag gecontroleerd. Defecten worden onmiddellijk hersteld. Indien herstel niet mogelijk is, worden de nodige maatregelen getroffen om de gezondheid en het welzijn van het dier veilig te stellen. 1999 568 28-12-1999 16-12-1999 2000 50 03-02-2000 31-01-2000 04-02-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Diergeneesmiddelenwet Onverminderd het bepaalde bij of krachtens dewordt door de eigenaar of houder van een dier een register bijgehouden van de verstrekte medische zorg en het bij iedere controle geconstateerde aantal sterfgevallen. Dit register wordt ten minste drie jaar bewaard. 2 Diergeneesmiddelenwet richtlijn 96/22/EG richtlijnen 81/602/EEG 88/146/EEG Onverminderd het bepaalde bij of krachtens deworden geen stoffen aan een dier toegediend, behalve stoffen voor therapeutische of profylactische doeleinden, dan wel zoötechnische behandeling zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel c, vanvan de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de,(PbEG L 125), tenzij uit wetenschappelijke studies naar het welzijn van dieren of uit de ervaring is gebleken dat de stof niet schadelijk is voor de gezondheid of het welzijn van het dier. 1999 568 28-12-1999 16-12-1999 2000 50 03-02-2000 31-01-2000 04-02-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat 30 dagen zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is overgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal, en evenmin indien binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding van dit besluit bij wet wordt geregeld. 1999 568 28-12-1999 16-12-1999 2000 50 03-02-2000 31-01-2000 04-02-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit welzijn productiedieren. 1999 568 28-12-1999 16-12-1999 2000 50 03-02-2000 31-01-2000 04-02-2000