Besluit van 15 december 1999, houdende regels ter uitvoering van de artikelen 126g, negende lid, 126h, vierde lid, 126i, vierde lid, 126j, vierde lid, 126o, zesde lid, 126p, vierde lid, 126q, vierde lid, en 126qa, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Samenwerkingsbesluit bijzondere opsporingsbevoegdheden)
- BWB-id
- BWBR0010976
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2017-11-29 t/m 2018-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0010976
- ELI
- /eli/nl/amvb/2000/samenwerkingsbesluit-bijzondere-opsporingsbevoegdheden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2000/samenwerkingsbesluit-bijzondere-opsporingsbevoegdheden/2017-11-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0010976&g=2017-11-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0010976&z=2026-06-06&g=2017-11-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0010976/2017-11-29
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2000/samenwerkingsbesluit-bijzondere-opsporingsbevoegdheden
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. artikel 126g, eerste lid artikel 126o, eerste lid artikel 126zd, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafvordering bevel tot observatie: een bevel als bedoeld in,of; b. artikel 126h, eerste lid artikel 126p, eerste lid artikel 126ze, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bevel tot infiltratie: een bevel als bedoeld in,of; c. artikel 126i, eerste lid artikel 126q, eerste lid artikel 126zd, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering bevel tot pseudo-koop of -dienstverlening: een bevel als bedoeld in,of; d. artikel 126j, eerste lid artikel 126qa, eerste lid artikel 126zd, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering bevel tot stelselmatige inwinning van informatie: een bevel als bedoeld in,of; e. artikel 8, onder a, van het Besluit beheer politie infiltratieteam: een team als bedoeld in. 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 2016 504 16-12-2016 09-12-2016 01-01-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 141, onderdelen c of d artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering Een opsporingsambtenaar als bedoeld in, ofkan worden belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie of tot stelselmatige inwinning van informatie, indien hij lid is van een infiltratieteam. 2 Een opsporingsambtenaar als bedoeld in het eerste lid kan als lid worden geplaatst bij een infiltratieteam, indien: a. artikel 1, eerste lid, onder s, van de Politiewet 2012 hij heeft voldaan aan de kwalificaties van een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen politieopleidingen als bedoeld in, en b. Onze Minister onder wiens verantwoordelijkheid hij is aangesteld toestemming heeft gegeven voor de plaatsing. 3 De korpschef en Onze Minister onder wiens verantwoordelijkheid de opsporingsambtenaar is aangesteld maken afspraken omtrent de plaatsing en de uit te voeren werkzaamheden. 2017 441 28-11-2017 12-10-2017 2017 442 28-11-2017 16-11-2017 29-11-2017 01-01-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 141, onderdelen c of d artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering Een opsporingsambtenaar als bedoeld in, ofdie geen lid is van een infiltratieteam kan worden belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie of tot stelselmatige inwinning van informatie, indien hij beschikt over de specifieke kennis en vaardigheden, benodigd voor de uitvoering van het bevel. 2 artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 Het hoofd van het team van een landelijke eenheid als bedoeld indat is belast met de operationele ondersteuning van de infiltratieteams, beoordeelt of een opsporingsambtenaar als bedoeld in het eerste lid beschikt over de specifieke kennis en vaardigheden, benodigd voor de uitvoering van het bevel, en adviseert de officier van justitie terzake. 3 Indien de opsporingsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie, wordt hij, gedurende de periode die nodig is voor de uitvoering van het bevel, begeleid door een begeleider van een infiltratieteam. Hij wordt niet belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie dan na toestemming van Onze Minister onder wiens verantwoordelijkheid hij is aangesteld. 4 Indien de opsporingsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt belast met de uitvoering van een bevel tot stelselmatige inwinning van informatie, kan hij, gedurende de periode die nodig is voor de uitvoering van het bevel, worden begeleid door een begeleider van een infiltratieteam. De officier van justitie beslist terzake. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie kunnen gezamenlijk besluiten tot het oprichten van een eenheid bij de Koninklijke marechaussee voor de uitvoering van bevelen tot infiltratie. 2 artikel 3, tweede lid Het hoofd van het team, bedoeld in, adviseert Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie omtrent het besluit, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 3, tweede lid artikel 21, eerste lid, van de Politiewet 2012 De eenheid, bedoeld in het eerste lid, werkt samen met het team van de landelijke eenheid, bedoeld in, dat is belast met de operationele ondersteuning van de infiltratieteams alsmede met de infiltratieteams. In het besluit, bedoeld in het eerste lid, kunnen Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie hierover voorschriften opnemen. De krachtensgestelde regels ter zake van de bekwaamheid van de leden van de infiltratieteams zijn van toepassing op de leden van de eenheid, bedoeld in het eerste lid. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat kan worden belast met de uitvoering van een bevel tot observatie, tot infiltratie, tot pseudo-koop of -dienstverlening of tot stelselmatige inwinning van informatie, indien hij a. in die vreemde staat beschikt over de bevoegdheid tot opsporing van strafbare feiten, en b. beschikt over de kennis en vaardigheden, benodigd voor de uitvoering van het bevel. 2 artikel 3, tweede lid Indien de persoon in de openbare dienst van een vreemde staat wordt belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie, tot pseudo-koop of -dienstverlening of tot stelselmatige inwinning van informatie beoordeelt het hoofd van het team, bedoeld in, of voldaan wordt aan het vereiste in het eerste lid, onderdeel b, en adviseert de officier van justitie terzake. 3 Een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat wordt niet belast met de uitvoering van een bevel als bedoeld in het eerste lid, indien de officier van justitie tot het oordeel komt dat de ambtsinstructie waaraan die persoon gebonden is, terzake van die uitvoering niet verenigbaar is met het in Nederland geldende recht. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat kan worden belast met de uitvoering van een bevel tot observatie, tot infiltratie, tot pseudo-koop of -dienstverlening of tot stelselmatige inwinning van informatie, indien hij zich vooraf heeft verbonden aan de volgende voorwaarden: a. gedurende zijn optreden op Nederlands grondgebied is hij gebonden aan het in Nederland geldende recht; b. hij is verplicht te getuigen, indien hij hiertoe door de Nederlandse autoriteiten wordt opgeroepen; c. gedurende de periode die nodig is voor de uitvoering van het bevel is hij gehouden de aanwijzingen van de Nederlandse opsporingsautoriteiten op te volgen; d. hij doet verslag aan de Nederlandse opsporingsautoriteiten van zijn optreden op Nederlands grondgebied; e. hij is op Nederlands grondgebied niet bevoegd dwangmiddelen of andere bijzondere opsporingsbevoegdheden toe te passen dan genoemd in het bevel. 2 Indien de persoon in de openbare dienst van een vreemde staat wordt belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie, tot pseudo-koop of -dienstverlening of tot stelselmatige inwinning van informatie, wordt hij, gedurende de periode die nodig is voor de uitvoering van het bevel, begeleid door een begeleider van een infiltratieteam. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1999 549 23-12-1999 15-12-1999 2000 32 27-01-2000 19-01-2000 01-02-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Samenwerkingsbesluit bijzondere opsporingsbevoegdheden. 1999 549 23-12-1999 15-12-1999 2000 32 27-01-2000 19-01-2000 01-02-2000