Besluit van 8 juli 2000, houdende aanwijzing van lichamen en personen, met een publieke taak belast, die bevoegd zijn tot het aanbieden van een strafrechtelijke transactie inzake milieudelicten en vaststelling van de grenzen waarbinnen die bevoegdheid kan worden uitgeoefend (Transactiebesluit milieudelicten)
- BWB-id
- BWBR0011481
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2011-06-30 t/m 2012-04-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011481
- ELI
- /eli/nl/amvb/2000/transactiebesluit-milieudelicten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2000/transactiebesluit-milieudelicten/2011-06-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011481&g=2011-06-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011481&z=2026-06-06&g=2011-06-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011481/2011-06-30
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2000/transactiebesluit-milieudelicten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. artikel 37 van de Wet op de economische delicten artikel 5 transactiebevoegdheid: de bevoegdheid, bedoeld in, tot het stellen van een of meer voorwaarden als bedoeld inaan de verdachte ter voorkoming van strafvervolging; b. artikel 2 lichaam of persoon: een lichaam of een persoon als bedoeld in. c. artikel 1 van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau Centraal Justitieel Incassobureau: het Centraal Justitieel Incassobureau, bedoeld in. 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 01-11-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Transactiebevoegdheid wordt toegekend aan de volgende lichamen en personen, met een publieke taak belast: a. bijlage het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant, voorzover het de feiten betreft, genoemd onder de nummers M 100, M 110 tot en met M 116, M 250 tot en met M 252, M 254, M 260 tot en met M 262 en M 470 van de bij dit besluit behorende, en de feiten zijn begaan binnen het arrondissement 's-Hertogenbosch; b. bijlage artikel 154b, eerste lid, van de Gemeentewet de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Veere, Velzen en Vlissingen, voorzover het de feiten betreft, genoemd onder de nummers M 002 tot en met M 020, M 096, M 097, M 100 tot en met 102, M 161, M 162, M 166 tot en met M 171, M 176, M 210 tot en met M 213, M 220 tot en met M 222, M 230 tot en met M 232, M 250 tot en met M 253, M 271 en M 274 c van de bij dit besluit behorende, en voor zover niet voor die feiten in de desbetreffende gemeente krachtens een verordening als bedoeld ineen bestuurlijke boete kan worden opgelegd; c. bijlage het dagelijks bestuur van het waterschap Friesland, voorzover het de feiten betreft, genoemd onder de nummers M 271 tot en met M 274 van de bij dit besluit behorende; d. bijlage de bij besluit van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen ambtenaar, voorzover het de feiten betreft, genoemd onder de nummers M 272, M 280 tot en met M 289, M 410 tot en met M 414, M 420, M 425, M 426, en M 430 van de bij dit besluit behorende, en de feiten zijn begaan binnen het arrondissement Rotterdam; e. bijlage de directeur van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, voorzover het de feiten betreft, genoemd onder de nummers M 290 tot en met M 293, M 295, M 296, M 300 tot en met M 312, M 320 tot en met M 324, M 330 tot en met M 332, M 340 tot en met M 352, M 360 tot en met M 369, M 380, M 381, M 390 tot en met M 393, M 400, M 401 en M 450 tot en met M 463 van de bij dit besluit behorende, en de feiten zijn begaan binnen de arrondissementen Almelo, Arnhem, Assen, Groningen, Leeuwarden, Zutphen en Zwolle-Lelystad; f. bijlage de directeur-generaal van de Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, voorzover het de feiten betreft, genoemd onder de nummers M 271 tot en met 273, M 274 a en M 274 e van de bij dit besluit behorende, en de feiten zijn begaan binnen het arrondissement Leeuwarden; g. bijlage de directeur van de directie Douane van de Belastingdienst van het Ministerie van Financiën, voorzover het de feiten betreft, genoemd onder de nummers M 456 en M 457 van de bij dit besluit behorende, en de feiten zijn begaan binnen het arrondissement Haarlem. 2011 281 15-06-2011 31-05-2011 2011 281 15-06-2011 31-05-2011 30-06-2011 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Een lichaam of een persoon maakt van zijn transactiebevoegdheid geen gebruik indien: a. over het feit dan wel de strafbaarheid daarvan verschil van inzicht bestaat met de verdachte; b. het feit wordt geconstateerd tezamen met drie of meer andere feiten waarvoor transactiebevoegdheid is verleend; c. het feit wordt geconstateerd tezamen met een of meer andere feiten waarvoor geen transactiebevoegdheid is verleend; d. het feit daadwerkelijk milieuschade tot gevolg heeft gehad en de kosten van herstel van die schade dan wel de kosten van het treffen van voorzieningen om de gevolgen van die schade te compenseren op meer dan € 1200 worden geraamd; e. voorwerpen in beslag zijn genomen met het oog op verbeurdverklaring daarvan; f. het een overtreding betreft die is begaan door een persoon die jonger is dan twaalf jaar; g. het een misdrijf betreft dat is begaan door een persoon die jonger is dan achttien jaar; h. het een feit betreft dat is begaan door het lichaam of de persoon of een ander bestuursorgaan. 2001 575 06-12-2001 26-11-2001 2001 575 06-12-2001 26-11-2001 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De hoofdofficier van justitie kan met het oog op het belang van een goede rechtsbedeling bepalen dat in bepaalde gebieden binnen zijn arrondissement of in bepaalde zaken een lichaam of een persoon geen gebruik maakt van zijn transactiebevoegdheid. 2 Alvorens de hoofdofficier van justitie gebruik maakt van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, voert hij daarover overleg met het betrokken lichaam of de betrokken persoon. 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 01-11-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een lichaam of een persoon stelt als voorwaarde het betalen aan de staat van een geldsom die per strafbaar feit ten hoogste € 1200 bedraagt. 2 Een lichaam of persoon kan naast de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, tevens de volgende voorwaarden stellen: a. het verrichten van hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, het tenietdoen van hetgeen wederrechtelijk is verricht en het verrichten van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op kosten van de verdachte, voorzover deze een bedrag van € 1200 niet te boven gaan; b. het afstand doen van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer. 2001 575 06-12-2001 26-11-2001 2001 575 06-12-2001 26-11-2001 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, eerste lid Het Centraal Justitieel Incassobureau int de geldsom, bedoeld in. 2 De directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau maakt de geïnde geldsommen periodiek over op een daartoe bestemde rekening van het Ministerie van Justitie. 3 artikel 5, eerste lid Een ieder die betrokken is bij de inning van de geldsom, bedoeld in, verstrekt het Centraal Justitieel Incassobureau alle gegevens die het in verband met de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, nodig heeft. 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 01-11-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien een lichaam of een persoon besluit gebruik te maken van zijn transactiebevoegdheid, doet dat lichaam of die persoon de verdachte schriftelijk een kennisgeving, houdende een transactievoorstel. 2 Het lichaam of de persoon baseert zijn transactievoorstel op het proces-verbaal dat is opgemaakt door: a. een buitengewoon opsporingsambtenaar die belast is met de opsporing van strafbare feiten waarvoor het lichaam of de persoon transactiebevoegdheid is toegekend, dan wel b. artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid, van de Politiewet 1993 een ambtenaar van politie als bedoeld in. 3 Het lichaam of de persoon doet slechts in bijzondere gevallen en na overleg met de officier van justitie een beroep op een ambtenaar van politie als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor het opmaken van een proces-verbaal. 4 In het transactievoorstel, bedoeld in het eerste lid, vermeldt het lichaam of de persoon: a. het feit ter zake waarvan het onderscheidenlijk hij de voorwaarde of de voorwaarden stelt, onder verwijzing naar het wettelijk voorschrift dat de verdachte heeft overtreden; b. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de verdachte het feit heeft begaan; c. artikel 5 welke voorwaarde of voorwaarden als bedoeld inhet onderscheidenlijk hij stelt; d. de hoogte van de betalen geldsom; e. , voorzover van toepassing, wat de verdachte moet verrichten van hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietdoen van hetgeen wederrechtelijk is verricht en welke prestaties hij moet verrichten tot het goedmaken van een en ander; f. artikel 5, tweede lid, onder b , voorzover van toepassing, van welke voorwerpen als bedoeld in, de verdachte afstand moet doen. 5 Het lichaam of de persoon doet de rechtstreeks belanghebbende die hem bekend is, onverwijld schriftelijk mededeling van de datum waarop het lichaam of de persoon het transactievoorstel heeft gedaan en de termijn waarbinnen de verdachte aan de voorwaarde of de voorwaarden dient te voldoen. 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 01-11-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7, vierde lid, onder d De verdachte betaalt de geldsom, bedoeld in, door middel van storting of overschrijving op een daartoe bestemde bankrekening van het Centraal Justitieel Incassobureau. 2 artikel 7, eerste lid De betaling geschiedt binnen zes weken na de datum van dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in. 3 artikel 7, eerste lid In afwijking van het eerste en tweede lid betaalt de verdachte, indien hij geen bekend woonadres in Nederland heeft, de geldsom binnen twee weken na de datum van dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in, of zoveel eerder als hij het Nederlands grondgebied verlaat, contant op een in het transactievoorstel aangewezen politiebureau of douanekantoor. De verdachte ontvangt van de betaling van de geldsom een bewijs. 4 Het politiebureau of het douanekantoor, bedoeld in het derde lid, stort de betaalde geldsom uiterlijk binnen vier weken na de datum van betaling op een daartoe bestemde bankrekening van het Centraal Justitieel Incassobureau of schrijft deze binnen die termijn daarop over. 5 Indien de verdachte de geldsom niet heeft betaald binnen de termijn, bedoeld in het tweede of derde lid, zendt het lichaam of de persoon het proces-verbaal van het desbetreffende feit aan de officier van justitie in het arrondissement waarbinnen de verdachte het feit heeft begaan. 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 01-11-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 7, vierde lid, onder e artikel 7, eerste lid De verdachte voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in, binnen de termijn die het lichaam of de persoon in het transactievoorstel, bedoeld in, daarvoor heeft gesteld. 2 artikel 7, vierde lid, onder e Indien de verdachte niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, aan de voorwaarde, bedoeld in, heeft voldaan, zendt het lichaam of de persoon het proces-verbaal van het desbetreffende feit aan de officier van justitie in het arrondissement waarbinnen de verdachte het feit heeft begaan. 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 01-11-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 7, vierde lid, onder f Artikel 8, tweede lid artikel 116, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering De verdachte doet afstand van de voorwerpen, bedoeld in, door het afleggen van de verklaring, bedoeld in., is van overeenkomstige toepassing. 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 01-11-2000
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het lichaam of de persoon draagt ervoor zorg dat aantekening wordt gemaakt van: a. ieder feit ten aanzien waarvan het onderscheidenlijk hij gebruik heeft gemaakt van zijn transactie-bevoegdheid; b. artikel 7, vierde lid, onder c ieder feit ten aanzien waarvan de verdachte aan de voorwaarde of de voorwaarden, bedoeld in, heeft voldaan, alsmede de datum waarop hij dit heeft gedaan. 2 Het lichaam of de persoon zendt de officier van justitie in het arrondissement waarbinnen de feiten zijn begaan ten aanzien waarvan het onderscheidenlijk hij gebruik heeft gemaakt van zijn transactiebevoegdheid, iedere vier weken een overzicht van de zaken, bedoeld in het eerste lid, onder a en b. 3 Het lichaam of de persoon doet de rechtstreeks belanghebbende op zijn verzoek onverwijld schriftelijk mededeling van de datum waarop de verdachte aan de voorwaarde of de voorwaarden heeft voldaan. 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 01-11-2000
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 2, vijfde lid, onder c, van het Transactiebesluit 1994 In afwijking vanwordt geen transactiebevoegdheid toegekend aan de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van de gemeente Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Veere, Velzen of Vlissingen die als lid van de reinigingspolitie werkzaam is, voorzover het de zaken, vermeld onder de nummers H 002 tot en met H 106, betreft. 2 artikel 2, vijfde lid, onder d, van het Transactiebesluit 1994 In afwijking vanwordt geen transactiebevoegdheid toegekend aan de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van de gemeente Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Veere, Velzen of Vlissingen die als parkwachter of milieuwachter werkzaam is, voorzover het de zaken, vermeld onder de nummers H 002 tot en met H 106, betreft. 2005 545 03-11-2005 24-10-2005 2005 545 03-11-2005 24-10-2005 01-01-2006 De wijziging kan niet worden doorgevoerd door de intrekking van de regeling. Deze wijziging kan niet meer in werking treden. Bij Stb. 2005/545 was de inwerkingtreding voorzien voor 01-01-2006.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2005 545 03-11-2005 24-10-2005 2005 545 03-11-2005 24-10-2005 01-01-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit besluit wordt aangehaald als: Transactiebesluit milieudelicten. 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 2000 320 08-08-2000 08-07-2000 01-11-2000
Artikel 2#
artikel 2